Gepubliceerd op 25 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 6 oktober 2026
Op vernieling staat volgens artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht maximaal twee jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie, sinds 1 januari 2026 is dat 27.500 euro. In de praktijk krijgt u bij een eerste vernieling met beperkte schade meestal een geldboete van het Openbaar Ministerie; bij schade vanaf 5.000 euro, bij herhaling of bij vernieling in een groep wordt het een taakstraf of zwaarder.
Vandalisme is spreektaal. Het woord staat niet in de wet: politie, officier van justitie en rechter spreken van vernieling. Het gaat om een ingegooide ruit, een bekraste auto, een omgetrapt verkeersbord of een gesloopt bushokje. Hieronder leest u wat precies strafbaar is, welke straf u kunt verwachten, hoe de zaak verloopt en wie de schade betaalt.
Inhoudsopgave
Wanneer is iets vernieling volgens de wet?
Vernieling is het opzettelijk en wederrechtelijk vernielen, beschadigen, onbruikbaar maken of wegmaken van een goed dat geheel of gedeeltelijk van een ander is. Het goed hoeft niet volledig kapot te zijn: een kras over een portier of een tag op een gevel is al genoeg.
Voor een veroordeling moet het Openbaar Ministerie bewijzen dat u opzettelijk en wederrechtelijk handelde en dat het goed geheel of ten dele van een ander was. De wet noemt vier gedragingen. Het is voldoende als er één van wordt bewezen:
- vernielen: het goed gaat als zodanig teniet;
- beschadigen: het goed blijft bestaan, maar verliest waarde of bruikbaarheid;
- onbruikbaar maken: het goed blijft heel, maar werkt niet meer;
- wegmaken: het goed raakt buiten het bereik van de eigenaar.
Opzet betekent dat u de schade willens en wetens hebt veroorzaakt. Voorwaardelijk opzet telt ook: u aanvaardde bewust de aanmerkelijke kans dat er iets kapot zou gaan. Wie in een volle ruimte met een glas gooit, kan zich daarom niet verschuilen achter de gedachte dat hij niet op de spiegel mikte. Schade door onhandigheid of een ongeluk is daarentegen geen vernieling.
Wederrechtelijk betekent zonder recht of toestemming. Wie met toestemming van de eigenaar een schutting oververft of een oude keuken sloopt, pleegt geen vernieling. Uw eigen bezit valt buiten artikel 350 Sr, mede-eigendom niet. Sloopt u tijdens een ruzie de gezamenlijke inboedel, dan is de bepaling gewoon van toepassing.
Welke zwaardere vormen van vernieling kent de wet?
Voor dieren en gebouwen gelden hogere maxima. Wie een dier van een ander doodt of beschadigt, riskeert vijf jaar; bij een gebouw, vaartuig of luchtvaartuig is het maximum vier jaar.
Het tweede lid van artikel 350 Sr bestraft het opzettelijk en wederrechtelijk doden, beschadigen, onbruikbaar maken of wegmaken van een dier dat aan een ander toebehoort. Daarop staat ten hoogste vijf jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie, sinds 1 januari 2026 110.000 euro. Artikel 352 Sr gaat over een gebouw, een vaartuig of de lading daarvan, een installatie ter zee of een luchtvaartuig van een ander. Daarop staat ten hoogste vier jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie.
Bij graffiti kan de gemeente daarnaast een eigen regel in de Algemene Plaatselijke Verordening hebben. De strafrechtelijke kern blijft echter artikel 350 Sr. Beschadigt u een gevel, dan kan de officier van justitie ook artikel 352 Sr ten laste leggen.
Welke straf eist het Openbaar Ministerie bij vernieling?
De officier van justitie volgt de Richtlijn voor strafvordering vernieling, die de eis koppelt aan het schadebedrag. Voor iemand zonder eerdere veroordeling loopt de geldboete van 225 euro tot 550 euro; vanaf 5.000 euro schade is een taakstraf van vijftig uur of meer het uitgangspunt.
De Richtlijn voor strafvordering vernieling werkt met schadecategorieën. Voor een first offender gaat de richtlijn uit van 225 euro bij schade tot 500 euro, 325 euro bij schade tot 1.000 euro, 425 euro bij schade tot 2.500 euro en 550 euro bij schade tot 5.000 euro. Bent u eerder voor een vergelijkbaar feit veroordeeld, dan gaat de eis omhoog. Bij herhaalde recidive komt een forse taakstraf of een gevangenisstraf in beeld.
De richtlijn noemt ook omstandigheden die de eis verzwaren. Voetbalgerelateerde vernieling verhoogt de eis met 50 procent. Vernieling rond een evenement of in combinatie met alcohol, drugs en uitgaansgeweld verhoogt haar met 75 procent. Ook agressie in het verkeer en een kwetsbaar slachtoffer tellen zwaarder. Zijn er discriminatoire aspecten, dan is dagvaarden het uitgangspunt en verdubbelt de eis, ook als de schade beperkt is.
Die richtlijn bindt het Openbaar Ministerie, maar niet de rechter. De rechter blijft vrij binnen het wettelijk maximum. Hij kijkt ook naar uw persoonlijke omstandigheden, uw houding tijdens het onderzoek, de vraag of u de schade al hebt vergoed en uw justitiële documentatie. Een voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, zoals een behandeling bij problematisch alcoholgebruik, is in dit soort zaken een reëel scenario.
Let er verder op dat het schadebedrag in de richtlijn over de herstelkosten gaat, niet over de prijs van een nieuw exemplaar. De vraag of een gekraste deur gespoten of vervangen moest worden, is dus geen detail. Het bedrag bepaalt of het bij een geldboete blijft of dat een taakstraf in beeld komt.
Wanneer wordt vandalisme in een groep openlijke geweldpleging?
Zodra meerdere mensen samen en in het openbaar geweld plegen tegen goederen, gaat het niet meer om artikel 350 Sr maar om openlijke geweldpleging volgens artikel 141 Sr. Dat is een zwaarder verwijt, en het bewijs is voor het Openbaar Ministerie eenvoudiger.
Bij artikel 141 Sr hoeft namelijk niet te worden bewezen dat u zelf een ruit hebt ingegooid of een auto hebt omgeduwd. Het is genoeg dat u een voldoende significante of wezenlijke bijdrage hebt geleverd aan het openlijke geweld. Wie meeloopt in een groep die een straat vernielt, de groep aanmoedigt of de weg verspert, kan daardoor verantwoordelijk worden gehouden voor het geheel. Bij ongeregeldheden rond een voetbalwedstrijd of een uit de hand gelopen demonstratie is dat het gebruikelijke scenario.
Ontstaat er brand, dan verandert het beeld opnieuw. Brandstichting is een zelfstandig misdrijf met een veel hoger strafmaximum, zeker als daardoor gevaar voor goederen of personen ontstaat. Wat u kunt verwachten als er vuur ontstaat zonder dat u dat wilde, leest u in ons artikel over strafbaarheid bij brand door onoplettendheid.
Hoe verloopt een strafzaak wegens vernieling?
De politie legt de vernieling vast in een proces-verbaal, waarna de officier van justitie beslist hoe de zaak wordt afgedaan. Bij eenvoudige zaken is dat meestal een strafbeschikking, bij zwaardere zaken een dagvaarding voor de rechter.
In hoofdlijnen zijn er drie routes:
- een sepot, al dan niet voorwaardelijk, bijvoorbeeld op voorwaarde dat u de schade vergoedt;
- een strafbeschikking, waarbij de officier van justitie zelf een straf oplegt;
- een dagvaarding, waarna de politierechter of de kinderrechter de zaak beoordeelt.
Voor eenvoudige vernielingszaken is de strafbeschikking van het Openbaar Ministerie de gebruikelijke route. Er komt dan geen rechter aan te pas. Bent u het er niet mee eens, dan moet u binnen veertien dagen verzet doen. Die termijn loopt vanaf het moment waarop de strafbeschikking u in persoon is uitgereikt of u op een andere manier bekend is geworden. Doet u niets, dan wordt de beschikking onherroepelijk en int het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) het bedrag. Doet u wel verzet, dan beoordeelt de rechter de zaak alsnog op een zitting.
Bij grotere schade, bij herhaling of bij discriminatoire aspecten volgt een dagvaarding. Hoe zo een zaak zich vanaf de aanhouding ontwikkelt, beschrijven wij stap voor stap in ons overzicht van het verloop van een strafzaak in Nederland.
U hebt recht op bijstand van een advocaat voor en tijdens het politieverhoor, en u bent niet verplicht een verklaring af te leggen. Bij vernieling draagt de herkenning op camerabeelden vaak het hele bewijs. Wat u in het verhoor zegt, kan dat bewijs aanvullen of juist ondergraven. Overleg daarom eerst met een advocaat voordat u iets verklaart.
Wat doet u als slachtoffer van vernieling?
Doe aangifte en leg de schade direct vast. Zonder aangifte komt er in de regel geen strafzaak, en zonder onderbouwing van de schade geen vergoeding.
Fotografeer de schade, bewaar de reparatienota of een offerte en noteer de namen van getuigen. Vraag ook of er camerabeelden zijn en meld dat bij de politie, want beelden worden vaak binnen enkele dagen overschreven. Hoe completer het dossier, hoe groter de kans dat de officier van justitie de zaak oppakt in plaats van haar te seponeren wegens gebrek aan bewijs. Geef bij de aangifte ook aan dat u uw schade vergoed wilt krijgen; dan kunt u zich later in de strafzaak voegen.
Komt een vernieling op uw strafblad?
Ja. Zowel een veroordeling door de rechter als een onherroepelijke strafbeschikking leidt tot een aantekening in de justitiële documentatie, die twintig jaar bewaard blijft.
Artikel 4 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens bepaalt dat gegevens over misdrijven waarop minder dan zes jaar gevangenisstraf staat, in beginsel twintig jaar worden bewaard. Vernieling valt in die categorie. De veelgehoorde gedachte dat een strafblad na vijf jaar leeg is, klopt dus niet.
Voor de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) kijkt Justis minder ver terug. In de regel is dat vier jaar, en twee jaar bij aanvragers van 22 jaar of jonger. Een aantekening leidt ook niet automatisch tot een weigering. Justis beoordeelt of het feit, als het opnieuw zou gebeuren, een risico vormt voor de functie waarvoor u de verklaring nodig hebt. Daarna weegt Justis uw belang af tegen het risico voor de samenleving. Voor een functie in de beveiliging of het onderwijs telt een vernieling met geweld zwaarder dan voor een administratieve baan. Wat een aantekening verder betekent voor werk, verzekeringen en reizen, leest u bij de gevolgen van een strafblad.
Wie betaalt de schade na een vernieling?
De dader betaalt de schade, los van de straf. Die verplichting volgt uit de onrechtmatige daad van artikel 6:162 BW en blijft ook bestaan als de strafzaak op niets uitloopt.
Straf en schadevergoeding zijn twee verschillende dingen. De straf is de reactie van de samenleving; de schadevergoeding is een civiele verplichting tegenover het slachtoffer. Ook wie wordt vrijgesproken, kan civielrechtelijk nog aansprakelijk zijn, omdat de civiele rechter andere bewijsregels hanteert dan de strafrechter.
Het slachtoffer hoeft daarvoor niet altijd een aparte procedure te beginnen. Als benadeelde partij kan het zich volgens artikel 51f Sv voegen in het strafproces. De strafrechter beoordeelt de vordering dan meteen, mits die niet te ingewikkeld is. Daarnaast kan de rechter een schadevergoedingsmaatregel opleggen op grond van artikel 36f Sr. Het voordeel voor het slachtoffer is dat het CJIB het bedrag int, in plaats van een eigen deurwaarder. Wat de mogelijkheden zijn als de strafzaak niet tot volledige vergoeding leidt, leest u bij de civiele rechten van slachtoffers na een strafzaak.
Bij minderjarige daders ligt de aansprakelijkheid anders. Voor schade door een kind jonger dan veertien jaar zijn de ouders of de voogd aansprakelijk, volgens artikel 6:169 BW. Bij veertien- en vijftienjarigen zijn de ouders ook aansprakelijk, tenzij hun niet te verwijten valt dat zij de gedraging niet hebben voorkomen. Vanaf zestien jaar is de jongere zelf aansprakelijk. Reken er niet op dat de aansprakelijkheidsverzekering de schade dekt: opzettelijk toegebrachte schade is in veel polissen uitgesloten.
Hoe worden minderjarigen voor vernieling behandeld?
Vanaf twaalf jaar kan iemand strafrechtelijk worden vervolgd, maar voor jongeren geldt het jeugdstrafrecht. Bij een eerste, overzichtelijke vernieling volgt meestal een verwijzing naar Halt in plaats van een strafzaak.
Het jeugdstrafrecht is opvoedkundig van aard. De reactie moet passen bij de leeftijd en de ontwikkeling van de jongere, en niet alleen bij de ernst van het feit. De kinderrechter behandelt de zaak in beginsel achter gesloten deuren.
Bij een Halt-afdoening voert de jongere een leeropdracht uit, biedt excuses aan en vergoedt de schade. Rondt hij de afdoening goed af, dan volgt geen vervolging en dus ook geen veroordeling. Dat is precies de reden om een Halt-verwijzing serieus te nemen in plaats van die te laten lopen.
Halt is er voor jongeren van 12 tot 18 jaar. De wettelijke basis is artikel 77e Sr; welke feiten in aanmerking komen, staat in het Besluit aanwijzing Halt-feiten. Een verwijzing kan alleen als de jongere verantwoordelijkheid neemt voor wat er is gebeurd. Volgens Halt is een verwijzing in de regel hooguit twee keer mogelijk.
Rond de grens van meerderjarigheid heeft de rechter ruimte in twee richtingen. Bij zestien- en zeventienjarigen kan hij in ernstige zaken het volwassenenstrafrecht toepassen. Omgekeerd kan hij bij jongvolwassenen tot 23 jaar het jeugdstrafrecht toepassen als de persoonlijkheid van de verdachte of de omstandigheden daartoe aanleiding geven. Wat die keuze concreet betekent, leest u in ons artikel over jeugdstrafrecht en de gevolgen daarvan.
Welke verweren zijn kansrijk bij een verdenking van vernieling?
De meest gevoerde verweren gaan over het opzet en over het bewijs dat u het was. Ook de vraag of de eigenaar toestemming gaf en hoe hoog de schade werkelijk is, kan de uitkomst bepalen.
Schade door onhandigheid, een val of een voorwerp dat bezweek, is geen vernieling. Het Openbaar Ministerie zal dan proberen voorwaardelijk opzet aan te tonen, en juist daar valt vaak iets tegenin te brengen. Kijk daarnaast naar de andere bestanddelen. Was het goed werkelijk van een ander? Had de eigenaar toestemming gegeven, uitdrukkelijk of stilzwijgend? In uitzonderlijke gevallen kan een beroep op noodtoestand slagen, bijvoorbeeld als u een autoruit insloeg om een kind of een dier uit een oververhitte auto te halen.
Het bewijs is bij vernieling vaak het zwakke punt. Zaken staan of vallen met camerabeelden, een herkenning door een agent of de verklaring van een omstander die in het donker iets meende te zien. De vraag of de beelden werkelijk uw kleding en postuur laten zien, is dus een reëel verweer. Loopt het toch uit op een veroordeling, dan blijft het schadebedrag de moeite van de discussie waard: dat bedrag bepaalt zowel de strafmaat als de vordering van de benadeelde partij.
Waar let u als verdachte op?
Als verdachte bepaalt u in de eerste dagen veel van de uitkomst. Controleer deze punten:
- Verklaar niets bij de politie voordat u met een advocaat hebt overlegd; u hebt het recht om te zwijgen.
- Kijk welk artikel u ten laste wordt gelegd: artikel 350, 352 of 141 Sr maakt veel uit voor de strafmaat.
- Laat het schadebedrag controleren: de richtlijn gaat uit van de herstelkosten, niet van de prijs van een nieuw exemplaar.
- Doe binnen veertien dagen verzet als u het niet eens bent met een strafbeschikking.
- Overweeg de schade vóór de zitting te vergoeden; de officier van justitie en de rechter wegen dat mee.
Waar let u als slachtoffer op?
Als slachtoffer hebt u een sterk dossier nodig om uw schade vergoed te krijgen. Controleer deze punten:
- Doe aangifte en geef daarbij aan dat u uw schade vergoed wilt krijgen.
- Bewaar foto’s van de schade en een reparatienota of offerte.
- Meld binnen enkele dagen bij de politie waar camerabeelden zijn, voordat die worden overschreven.
- Voeg u in de strafzaak als benadeelde partij (artikel 51f Sv) en onderbouw elk schadebedrag met een stuk.
- Is de dader jonger dan veertien jaar, spreek dan de ouders aan (artikel 6:169 BW).
Wat kunnen wij voor u doen bij vernieling?
Wij staan zowel verdachten als slachtoffers van vernieling bij. Concreet doen wij het volgende:
- Wij staan u bij vóór en tijdens het politieverhoor en bespreken of het verstandig is een verklaring af te leggen.
- Wij beoordelen een strafbeschikking en doen zo nodig binnen veertien dagen verzet.
- Wij toetsen het bewijs, zoals camerabeelden en herkenningen, en het opzet dat het Openbaar Ministerie moet aantonen (artikel 350 Sr).
- Wij controleren het schadebedrag, omdat dat bedrag de strafeis volgens de Richtlijn voor strafvordering vernieling bepaalt.
- Wij stellen voor slachtoffers de vordering van de benadeelde partij op en onderbouwen die (artikel 51f Sv).
- Wij verdedigen u op de zitting bij de politierechter of de kinderrechter.
Samengevat
- Vernieling (artikel 350 Sr) is het opzettelijk en wederrechtelijk beschadigen of vernielen van andermans goed; vandalisme is daarvoor het gewone woord.
- Het maximum is twee jaar of 27.500 euro, maar bij een eerste feit volgt meestal een geldboete van 225 tot 550 euro, afhankelijk van de schade.
- Vanaf 5.000 euro schade, bij herhaling, bij groepsgeweld (artikel 141 Sr) of discriminatie wordt de straf aanzienlijk zwaarder.
- Tegen een strafbeschikking moet u binnen veertien dagen verzet doen; ook een strafbeschikking komt op uw strafblad.
- De schade moet u daarnaast vergoeden; bij kinderen onder de veertien zijn de ouders aansprakelijk.
Veelgestelde vragen
Wat is het maximum dat op vernieling staat?
Volgens artikel 350 Sr is dat twee jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie, sinds 1 januari 2026 27.500 euro.
Voor het doden of beschadigen van een dier van een ander geldt ten hoogste vijf jaar. Voor een gebouw, vaartuig of luchtvaartuig van een ander geldt volgens artikel 352 Sr ten hoogste vier jaar. Die maxima zijn plafonds; in gewone vernielingszaken blijft de straf daar ver onder.
Kom ik met een strafbeschikking voor vernieling op mijn strafblad?
Ja. Ook een onherroepelijke strafbeschikking van de officier van justitie leidt tot een aantekening in de justitiële documentatie, net als een veroordeling door de rechter.
Bent u het niet eens met de strafbeschikking, dan moet u binnen veertien dagen verzet doen. De rechter beoordeelt de zaak dan alsnog.
Hoe lang blijft een veroordeling voor vernieling zichtbaar?
Volgens artikel 4 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens blijven gegevens over misdrijven waarop minder dan zes jaar gevangenisstraf staat, in beginsel twintig jaar bewaard. Vernieling valt in die categorie.
Voor de VOG kijkt Justis in de regel vier jaar terug, en twee jaar bij aanvragers van 22 jaar of jonger.
Zijn mijn ouders aansprakelijk voor schade die ik als minderjarige heb aangericht?
Dat hangt af van uw leeftijd. Voor schade door een kind jonger dan veertien jaar zijn de ouders of de voogd aansprakelijk volgens artikel 6:169 BW. Bij veertien- en vijftienjarigen zijn zij dat ook, tenzij hun niet te verwijten valt dat zij de gedraging niet hebben voorkomen.
Vanaf zestien jaar bent u zelf aansprakelijk. Aansprakelijkheidsverzekeringen sluiten opzettelijk toegebrachte schade vaak uit.
Wordt vernieling in een groep zwaarder bestraft?
Vaak wel, en soms volgt een andere tenlastelegging. Zodra meerdere mensen samen openlijk geweld plegen tegen goederen, komt artikel 141 Sr in beeld.
Bij die bepaling hoeft het Openbaar Ministerie niet te bewijzen dat u zelf iets kapot hebt gemaakt. Een voldoende significante of wezenlijke bijdrage aan het geweld is genoeg. Meelopen bij rellen kan daardoor zwaarder uitpakken dan u verwacht.
Kan ik vernieling plegen aan mijn eigen spullen?
Nee. Artikel 350 Sr eist dat het goed geheel of ten dele van een ander is. Uw eigen bezit kapotmaken is geen vernieling.
Let wel op mede-eigendom, bijvoorbeeld een gezamenlijke inboedel: daarop is de bepaling wel van toepassing. Toestemming van de eigenaar neemt de wederrechtelijkheid weg.
Hulp bij een verdenking van vernieling
Een uitnodiging voor verhoor, een strafbeschikking of een dagvaarding voor de politierechter: in alle gevallen helpt het om vroeg te weten waar u staat. De termijn voor verzet is kort, de bewijsvragen zijn vaak concreet en over het schadebedrag valt bijna altijd te praten. Onze strafrechtadvocaten beoordelen het dossier en bespreken met u wat een realistische uitkomst is. Lees ook wanneer u een strafrechtadvocaat nodig hebt.
Twijfelt u over uw positie? Leg uw situatie aan ons voor. Wij laten u binnen één werkdag weten wat uw opties zijn.