Gepubliceerd op 21 september 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026
Het CMR verdrag regelt de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg. Het is dwingend recht en geldt automatisch zodra de plaats van inontvangstneming en de plaats van aflevering in twee verschillende landen liggen en ten minste één daarvan partij is bij het verdrag (artikel 1 CMR). De vervoerder is aansprakelijk voor verlies, beschadiging en vertraging, maar zijn aansprakelijkheid is begrensd.
Inhoudsopgave
Wanneer is het CMR-verdrag van toepassing?
Het verdrag is in 1956 in Genève tot stand gekomen onder auspiciën van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties en geldt voor vervoer van goederen over de weg tegen betaling. Bepalend is niet de nationaliteit of de vestigingsplaats van partijen, maar de route: liggen de plaats van inontvangstneming en de plaats van aflevering in verschillende landen en is één van beide een verdragsstaat, dan is het CMR van toepassing.
Dat is een veelgemaakte vergissing in de praktijk. Het is niet nodig dat beide landen partij zijn. Een transport van Nederland naar een land dat het verdrag niet heeft bekrachtigd, valt dus gewoon onder het CMR, omdat Nederland verdragsstaat is. Evenmin doet het ertoe of partijen het verdrag in hun contract noemen: het werkt van rechtswege door en partijen kunnen er niet van afwijken. Elk beding dat middellijk of onmiddellijk van het verdrag afwijkt, is nietig (artikel 41 CMR).
Buiten het toepassingsgebied vallen onder meer postvervoer op grond van internationale postovereenkomsten, lijkvervoer en verhuizingen. Voor zuiver binnenlands wegvervoer geldt niet het CMR maar de regeling in Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, waar het goederenvervoer over de weg is geregeld in de artikelen 8:1090 en volgende; die tekst vindt u op wetten.overheid.nl. In de praktijk worden daarop vaak de AVC-voorwaarden van toepassing verklaard.
Bij gecombineerd vervoer, waarbij het voertuig met lading en al over zee of per spoor wordt meegenomen zonder dat wordt overgeladen, blijft het CMR in beginsel gelden voor het hele traject. Ontstaat de schade aantoonbaar tijdens dat andere vervoer en niet door toedoen van de wegvervoerder, dan wordt zijn aansprakelijkheid bepaald door het regime dat voor dat vervoer geldt (artikel 2 CMR).
Wat doet de CMR-vrachtbrief?
De vrachtbrief is het bewijsstuk van de vervoerovereenkomst, van de voorwaarden ervan en van de ontvangst van de goederen door de vervoerder. Zij bevat onder meer de plaats en datum van opmaak, de namen en adressen van afzender, vervoerder en geadresseerde, de plaats van inontvangstneming en de plaats van aflevering, de gebruikelijke aanduiding van de aard van de goederen, het aantal colli met merken en nummers, het brutogewicht, de kosten van het vervoer en de gegevens voor de douaneformaliteiten.
Belangrijk is wat de vrachtbrief niet doet. Het ontbreken, de onregelmatigheid of het verlies ervan tast het bestaan of de geldigheid van de vervoerovereenkomst niet aan; het CMR blijft dan onverkort gelden. De vrachtbrief is dus een bewijsmiddel en geen geldigheidsvereiste. De praktische betekenis is niettemin groot, omdat de bewijspositie van beide partijen ervan afhangt.
Dat blijkt het duidelijkst bij de voorbehouden. Maakt de vervoerder bij inontvangstneming geen met redenen omkleed voorbehoud over de uiterlijke staat van de goederen en de verpakking, dan wordt vermoed dat hij ze in goede staat heeft ontvangen. Een enkel stempel met de aantekening dat de lading niet is gecontroleerd, helpt daar niet tegen: het voorbehoud moet zijn gemotiveerd en, voor het aantal colli en de merken, ook door de afzender zijn aanvaard. Wie als vervoerder laadt zonder te kijken, aanvaardt daarmee een bewijslast die later moeilijk te keren is.
Waarvoor is de vervoerder aansprakelijk?
De vervoerder is aansprakelijk voor geheel of gedeeltelijk verlies en voor beschadiging van de goederen die ontstaan tussen het ogenblik van inontvangstneming en het ogenblik van aflevering, en voor vertraging in de aflevering (artikel 17 CMR). Dit is een risicoaansprakelijkheid: de ladingbelanghebbende hoeft geen schuld te bewijzen, maar alleen dat de goederen in goede staat zijn overgenomen en beschadigd of niet zijn afgeleverd.
De vervoerder is bovendien aansprakelijk voor gedragingen van zijn ondergeschikten en van iedereen van wiens diensten hij zich voor het vervoer bedient, alsof het zijn eigen gedragingen waren (artikel 3 CMR). Uitbesteden aan een ondervervoerder of aan een charter verandert daaraan niets: tegenover de afzender blijft hij aanspreekbaar. Wij werkten die keten uit in ons artikel over lading die kwijtraakt of wordt gestolen.
Welke ontheffingsgronden heeft de vervoerder?
De vervoerder gaat vrijuit wanneer het verlies, de beschadiging of de vertraging is veroorzaakt door schuld van de rechthebbende, door een opdracht van de rechthebbende die niet het gevolg is van schuld van de vervoerder, door een eigen gebrek van de goederen, of door omstandigheden die de vervoerder niet heeft kunnen vermijden en waarvan hij de gevolgen niet heeft kunnen verhinderen (artikel 17 CMR).
Die laatste grond is bewust streng geformuleerd en is geen gewone overmacht. De maatstaf is wat een zorgvuldig vervoerder had kunnen doen: goede routekeuze, beveiligde parkeerplaatsen, deugdelijk materieel, controle van de lading. Diefstal van een onbeheerde trekker met oplegger langs de snelweg wordt daarom zelden als onvermijdbaar aangemerkt.
Daarnaast kent het verdrag bijzondere risico’s die de bewijspositie van de vervoerder verlichten, zoals vervoer in open, niet-gedekte voertuigen wanneer dat uitdrukkelijk is overeengekomen, ontbrekende of gebrekkige verpakking, behandeling of lading door de afzender of de geadresseerde, de aard van bepaalde goederen die hen blootstelt aan breuk, roest of bederf, en het vervoer van levende dieren. Beroept de vervoerder zich daar met succes op, dan wordt vermoed dat de schade daaruit voortvloeit en is het aan de ladingbelanghebbende om het tegendeel aannemelijk te maken.
Hoe hoog is de schadevergoeding?
Bij verlies of beschadiging wordt de vergoeding berekend naar de waarde van de goederen op de plaats en het tijdstip van inontvangstneming. Daarop legt het verdrag een plafond: de vergoeding bedraagt ten hoogste 8,33 rekeneenheden per kilogram ontbrekend brutogewicht (artikel 23 CMR, zoals gewijzigd door het Protocol van 1978). De rekeneenheid is het bijzondere trekkingsrecht van het Internationaal Monetair Fonds; de tegenwaarde in euro’s schommelt dagelijks, dus reken die om op de dag die het verdrag daarvoor aanwijst en niet met een vuistregel.
Naast de waarde van de goederen worden de vrachtprijs, de douanerechten en de overige met het vervoer gemaakte kosten vergoed, bij geheel verlies volledig en bij gedeeltelijk verlies naar verhouding. Verdere schade, zoals gemiste omzet of contractuele boetes jegens uw eigen afnemer, wordt in beginsel niet vergoed. Bij vertraging is de vergoeding beperkt tot ten hoogste de vrachtprijs, en dan alleen als de rechthebbende bewijst dat hij daardoor schade heeft geleden.
Er zijn twee contractuele manieren om dat plafond te verhogen. De afzender kan tegen betaling van een toeslag een hogere waarde van de goederen in de vrachtbrief laten aangeven, of een bijzonder belang bij de aflevering aangeven voor het geval van verlies, beschadiging of vertraging. Beide moeten in de vrachtbrief zijn vermeld en zijn overeengekomen; achteraf lukt het niet. Voor hoogwaardige ladingen is dit, naast een goede goederentransportverzekering, de enige effectieve route. Hoe dit doorwerkt in uw leveringsvoorwaarden, beschrijven wij in exportcontracten en Incoterms.
Wanneer vervalt de aansprakelijkheidsbeperking?
De vervoerder kan zich niet op de beperkingen beroepen wanneer de schade voortspruit uit zijn opzet of uit schuld die volgens de wet van het aangezochte gerecht met opzet wordt gelijkgesteld (artikel 29 CMR). Naar Nederlands recht is dat de bewuste roekeloosheid, en die drempel ligt hoog.
De Hoge Raad heeft die maatstaf ingevuld in zijn arrest van 5 januari 2001 (ECLI:NL:HR:2001:AA9308) over de diefstal van een container. Van roekeloos handelen is pas sprake wanneer degene die zich zo gedraagt het aan die gedraging verbonden gevaar kent en zich ervan bewust is dat de kans dat het gevaar zich verwezenlijkt aanzienlijk groter is dan de kans dat dat niet gebeurt. Het is dus niet genoeg dat de chauffeur het gevaar had behoren te begrijpen: de Hoge Raad wees er uitdrukkelijk op dat in zo’n oordeel juist besloten ligt dat hij zich er in concreto niet van bewust was.
Voor ladingbelanghebbenden betekent dit dat een beroep op artikel 29 CMR zelden slaagt en dat de doorbraak van de limiet niet de standaardroute is. Voor vervoerders betekent het dat instructies over parkeren, sleutelbeheer en het achterlaten van voertuigen wel degelijk het verschil maken: wie een uitdrukkelijke instructie bewust negeert, komt dichter bij die drempel dan wie een inschattingsfout maakt.
Welke termijnen moet u bewaken?
Het CMR kent korte protesttermijnen. Is de beschadiging of het verlies uiterlijk waarneembaar, dan moet de geadresseerde bij de aflevering zelf een voorbehoud maken, met opgave van de algemene aard van het verlies of de beschadiging. Gaat het om niet-uiterlijk waarneembare schade, dan moet het voorbehoud binnen zeven dagen na de aflevering worden gemaakt, zon- en feestdagen niet meegerekend. Bij vertraging geldt een termijn van eenentwintig dagen nadat de goederen ter beschikking van de geadresseerde zijn gesteld (artikel 30 CMR).
Wordt niet tijdig geprotesteerd, dan wordt vermoed dat de goederen in de staat van de vrachtbrief zijn afgeleverd; bij vertraging vervalt de aanspraak zelfs geheel. Neem het voorbehoud daarom altijd schriftelijk op de vrachtbrief zelf op en laat de chauffeur meetekenen, en bevestig het dezelfde dag per e-mail.
Daarnaast geldt een verjaringstermijn van één jaar; bij opzet of daarmee gelijkgestelde schuld is dat drie jaar (artikel 32 CMR). De termijn begint bij gedeeltelijk verlies, beschadiging of vertraging op de dag van aflevering, bij geheel verlies op de dertigste dag na afloop van de bedongen termijn of, als geen termijn is bedongen, op de zestigste dag na inontvangstneming door de vervoerder, en in alle andere gevallen na drie maanden vanaf het sluiten van de overeenkomst. Een schriftelijke vordering schorst de verjaring tot de dag waarop de vervoerder haar schriftelijk afwijst en de stukken terugzendt. Hoe stuiting en verjaring naar Nederlands recht werken, leest u in ons artikel over verjaring van vorderingen.
Welke rechter is bevoegd bij een CMR-geschil?
Het verdrag wijst zelf de bevoegde gerechten aan (artikel 31 CMR). De eiser kan kiezen uit de gerechten van een verdragsstaat die partijen zijn overeengekomen, en daarnaast uit de gerechten van het land waar de gedaagde zijn gewone verblijfplaats, hoofdzetel of het filiaal heeft waardoor de overeenkomst is gesloten, dan wel van het land waar de plaats van inontvangstneming of de plaats van aflevering is gelegen. Andere gerechten zijn niet bevoegd.
Die keuzevrijheid maakt snelheid belangrijk. Loopt over dezelfde zaak al een procedure tussen dezelfde partijen bij een bevoegd gerecht, dan kan geen nieuwe vordering worden ingesteld. In de praktijk leidt dat tot een race naar de rechtbank: de vervoerder die verwacht te worden aangesproken, start soms zelf een verklaring-voor-rechtprocedure in het land van zijn keuze. Zie ook onze bespreking van transportgeschillen over de grens.
Vonnissen die in een verdragsstaat uitvoerbaar zijn geworden, zijn in de andere verdragsstaten uitvoerbaar zodra de daar voorgeschreven formaliteiten zijn vervuld; een hernieuwd onderzoek van de zaak zelf vindt niet plaats. Binnen de Europese Unie loopt de tenuitvoerlegging bovendien langs Verordening (EU) nr. 1215/2012, die geen verklaring van uitvoerbaarheid meer vereist.
Wat betekent dit voor uw contracten en uw verzekering?
Omdat het CMR dwingend recht is, kunt u de aansprakelijkheid van de vervoerder niet contractueel verruimen of beperken buiten de wegen die het verdrag zelf biedt. Algemene voorwaarden die dat wel proberen, zijn op dat punt nietig. Wat u wel kunt regelen, ligt buiten het aansprakelijkheidsregime: de vrachtprijs, wachttijden, laad- en losverplichtingen, beveiligingseisen en instructies over parkeren en routes. Juist die instructies zijn later relevant, omdat zij bepalen wat van een zorgvuldig vervoerder mocht worden verwacht.
Voor de verlader is de rekensom eenvoudig: de CMR-limiet is gekoppeld aan gewicht, niet aan waarde. Bij lichte maar kostbare lading, zoals elektronica, farmaceutische producten of luxegoederen, dekt het plafond de werkelijke schade vaak bij lange na niet. Een goederentransportverzekering op basis van de factuurwaarde vult dat gat; het aangeven van een hogere waarde of een bijzonder belang in de vrachtbrief is het contractuele alternatief.
Let ten slotte op de samenloop met uw koop- en leveringsvoorwaarden. Wie draagt het risico op welk moment, en wie is tegenover de klant aansprakelijk als de vervoerder binnen zijn limiet blijft? Die vraag hoort thuis in de koopovereenkomst en niet in de vervoerovereenkomst. Zie ook onze artikelen over aansprakelijkheid bij levering in de keten, gebrekkige algemene voorwaarden en de battle of forms bij internationale contracten.
Veelgestelde vragen
Geldt het CMR ook als het bestemmingsland geen verdragsstaat is?
Ja. Het is voldoende dat één van beide landen, dat van inontvangstneming of dat van aflevering, partij is bij het verdrag. Vertrekt de zending uit Nederland, dan is het CMR dus van toepassing, ook als het bestemmingsland het verdrag niet heeft bekrachtigd.
Geldt het CMR voor binnenlands transport?
Nee. Voor zuiver binnenlands wegvervoer geldt Boek 8 BW, in de praktijk aangevuld met de AVC-voorwaarden. Partijen kunnen CMR-condities wel contractueel van toepassing verklaren, maar dan gelden zij als contractsbepaling en niet als dwingend verdragsrecht.
Wat als de vrachtbrief ontbreekt of onvolledig is?
De vervoerovereenkomst blijft geldig en het CMR blijft van toepassing. Wel verliest u bewijskracht: zonder gemotiveerd voorbehoud van de vervoerder bij inontvangstneming wordt vermoed dat de goederen in goede staat zijn overgenomen, wat in het nadeel van de vervoerder werkt.
Kan ik meer krijgen dan 8,33 rekeneenheden per kilogram?
Alleen bij opzet of daarmee gelijkgestelde schuld van de vervoerder (artikel 29 CMR), of wanneer vooraf een hogere waarde of een bijzonder belang bij de aflevering in de vrachtbrief is aangegeven tegen betaling van een toeslag. Zonder die aantekening blijft het plafond gelden, hoe hoog uw werkelijke schade ook is.
Hoe lang heb ik om een vordering in te stellen?
Eén jaar, of drie jaar bij opzet of daarmee gelijkgestelde schuld (artikel 32 CMR). Let op de aanvangsdatum, die per schadesoort verschilt, en op de schorsing door een schriftelijke vordering. Deze termijnen zijn aanzienlijk korter dan de gewone Nederlandse verjaringstermijnen.
Ben ik als opdrachtgever aansprakelijk als mijn vervoerder een onderaannemer inschakelt?
Tegenover u blijft uw contractuele vervoerder aansprakelijk; hij staat in voor de gedragingen van iedereen van wiens diensten hij zich bedient (artikel 3 CMR). Wie de onderaannemer daarnaast rechtstreeks kan aanspreken, hangt af van de vraag of sprake is van opvolgend vervoer onder één vrachtbrief.
Advies over CMR en transportrecht
CMR-zaken worden zelden gewonnen op het grote verhaal en bijna altijd op de details: het voorbehoud op de vrachtbrief, de datum waarop de termijn ging lopen, de instructie die wel of niet is opgevolgd. Wie die stukken op orde heeft, staat sterk; wie ze mist, komt niet toe aan de inhoudelijke discussie. De advocaten van Law & More beoordelen uw vervoerovereenkomsten en voorwaarden, bewaken de protest- en verjaringstermijnen en staan verladers en vervoerders bij in geschillen over ladingschade, diefstal en vertraging.