Actio pauliana: wanneer is een transactie aantastbaar?

Gepubliceerd op 9 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026

De actio pauliana is de bevoegdheid om een rechtshandeling te vernietigen waardoor schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden zijn benadeeld. Buiten faillissement staat die bevoegdheid in artikel 3:45 BW en komt zij toe aan de benadeelde schuldeiser; in faillissement geeft artikel 42 van de Faillissementswet haar aan de curator. Schenkingen, verkopen onder de waarde en verrekeningen lopen daarbij het grootste risico.

Wat houdt de actio pauliana in?

Een schuldenaar mag over zijn vermogen beschikken, ook als hij schulden heeft. Die vrijheid houdt op waar hij zijn vermogen zo inricht dat zijn schuldeisers er niet meer bij kunnen. De actio pauliana repareert dat: de benadelende rechtshandeling wordt vernietigd, waardoor het weggesluisde vermogen weer beschikbaar komt voor verhaal.

Er zijn twee varianten met een eigen regime. Buiten faillissement geldt artikel 3:45 BW. De schuldeiser die zelf is benadeeld, roept de vernietiging in, en die vernietiging werkt alleen ten behoeve van hem en slechts voor zover dat nodig is om zijn vordering te kunnen verhalen. De transactie blijft voor het overige overeind.

In faillissement geldt artikel 42 van de Faillissementswet. Daar treedt de curator op ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers, en de vernietiging kan door een buitengerechtelijke verklaring worden ingeroepen. Wat terugkomt, valt in de boedel en wordt verdeeld volgens de gewone rangorde. De rol van de curator is daarmee wezenlijk anders dan die van een individuele schuldeiser.

In beide varianten gaat het uitsluitend om onverplichte rechtshandelingen. Voldoet u aan een verplichting die u al had, dan is dat in beginsel geen pauliana; daarvoor geldt de aparte en strengere regeling van artikel 47 van de Faillissementswet.

Een curator onderzoekt de administratie op transacties die schuldeisers mogelijk hebben benadeeld.

Wanneer is er sprake van benadeling van schuldeisers?

Benadeling betekent dat de verhaalspositie van de schuldeisers door de rechtshandeling is verslechterd. De maatstaf is een vergelijking: hoe zou de positie van de schuldeisers zijn geweest zonder de handeling, vergeleken met de situatie zoals die nu is. Dat is een feitelijke beoordeling, en zij wordt in beginsel gemaakt naar het moment waarop over het beroep op de pauliana wordt beslist.

Bij een gift is de benadeling meestal snel gegeven: er verdwijnt vermogen zonder tegenprestatie. Bij een koop ligt het genuanceerder. Is een reele prijs betaald en is die prijs ook daadwerkelijk in het vermogen terechtgekomen, dan is er per saldo niets verdwenen en ontbreekt de benadeling. Is het geld meteen doorgesluisd of nooit betaald, dan is de koop feitelijk een gift in een ander jasje.

De rechter beoordeelt samenhangende handelingen soms als een geheel. Wordt een pand verkocht, de koopprijs verrekend met een oude rekening-courantschuld en de resterende vordering kwijtgescholden, dan telt het totaaleffect. Wie de onderdelen los presenteert om ieder onderdeel verdedigbaar te laten lijken, moet erop rekenen dat die presentatie niet wordt gevolgd.

Welke wetenschap moeten partijen hebben gehad?

Naast benadeling is wetenschap vereist. Artikel 42 van de Faillissementswet eist dat de schuldenaar bij het verrichten van de handeling wist of behoorde te weten dat benadeling van de schuldeisers daarvan het gevolg zou zijn. Het gaat niet om de bedoeling om te benadelen, maar om het voorzienbare gevolg. Een ondernemer die weet dat zijn onderneming op omvallen staat en dan nog vermogen overhevelt, kan zich moeilijk op onwetendheid beroepen.

Bij een rechtshandeling anders dan om niet is bovendien vereist dat ook de wederpartij die wetenschap had. Dat is een belangrijke rem: een koper die te goeder trouw een marktconforme prijs betaalt aan een partij van wie hij de financiele situatie niet kende, heeft weinig te vrezen. Bij een gift geldt die eis niet, met de nuance dat de vernietiging niet werkt tegen de begiftigde die niets wist en ten tijde van de faillietverklaring niet was gebaat.

Wetenschap wordt afgeleid uit objectieve omstandigheden: openstaande belastingschulden, opgezegde kredietfaciliteiten, een aangevraagd faillissement, een lopende incassoprocedure of een accountant die de continuiteit ter discussie stelde. Binnen een familie of tussen verbonden vennootschappen wordt eerder aangenomen dat men op de hoogte was. Dat is geen vooroordeel maar een gevolg van de informatiepositie.

Welke vermoedens gelden binnen een jaar voor het faillissement?

De Faillissementswet verlicht de bewijspositie van de curator voor het laatste jaar. Artikel 43 Fw bepaalt dat bij bepaalde categorieen rechtshandelingen, verricht binnen een jaar voor de faillietverklaring en waartoe de schuldenaar niet verplicht was, de wetenschap van benadeling aan beide zijden wordt vermoed. Daaronder vallen onder meer overeenkomsten waarbij de waarde van de prestatie van de schuldenaar die van de tegenprestatie aanmerkelijk overtreft, en rechtshandelingen met naaste verwanten of met gelieerde rechtspersonen.

Artikel 45 Fw doet iets soortgelijks voor giften: is de gift binnen een jaar voor de faillietverklaring gedaan, dan wordt vermoed dat de schuldenaar wist of behoorde te weten dat benadeling het gevolg zou zijn. Het vermoeden is weerlegbaar, maar de bewijslast ligt dan bij degene die de transactie verdedigt.

Belangrijk is wat dat jaar niet is. Het is geen periode waarbuiten transacties onaantastbaar worden. Ligt de handeling verder terug, dan moet de curator de wetenschap gewoon aantonen, en dat lukt regelmatig. Wie denkt dat hij door twee jaar te wachten veilig zit, vergist zich.

Waarom lopen schenkingen het grootste risico?

Een gift is de zuiverste vorm van vermogensvermindering: er staat niets tegenover. De benadeling is daarmee vrijwel altijd gegeven, en de eis van wetenschap bij de ontvanger vervalt. Dat maakt de schenking aan een kind, een partner of een gelieerde stichting de eerste plek waar een curator kijkt.

De vorm doet er weinig toe. Het kwijtschelden van een vordering, het betalen van de schuld van een ander, het gratis in gebruik geven van bedrijfsmiddelen en het afzien van een contractuele aanspraak zijn economisch giften, ook als er geen schenkingsakte is. Datzelfde geldt voor het opsplitsen van een grote overdracht in een reeks kleine: het samenstel wordt als geheel beoordeeld.

Voor de ontvanger is de bescherming beperkt maar niet afwezig. Wie te goeder trouw was en ten tijde van de faillietverklaring niet meer was gebaat, hoeft niet af te dragen. Is het geschonkene nog aanwezig of is er een eigen schuld mee afgelost, dan is die uitzondering niet aan de orde.

De fiscale kant van een vernietigde schenking, waaronder de vraag of eerder betaalde schenkbelasting kan worden teruggevraagd, valt buiten dit artikel. Laat dat beoordelen door een fiscalist; de civielrechtelijke vernietiging en de fiscale afwikkeling volgen niet automatisch dezelfde lijn.

Een ondernemer bespreekt met zijn advocaat of een overdracht binnen de familie de pauliana kan doorstaan.

Wanneer is een verkoop aantastbaar?

Een verkoop tegen een reele prijs is in beginsel niet paulianeus, ook niet vlak voor een faillissement. Er verdwijnt immers geen vermogen; het verandert alleen van vorm. Het risico ontstaat zodra de prijs niet marktconform is, de prijs niet wordt betaald, of de betaling terugvloeit naar de koper.

Bij de beoordeling van de prijs kijkt de rechter naar de waarde op het moment van de transactie, en niet naar wat achteraf haalbaar bleek. Een taxatie van een onafhankelijke deskundige, opgemaakt voorafgaand aan de verkoop, is daarom het beste verweer dat u kunt opbouwen. Een verkoop met spoed aan een gelieerde partij zonder taxatie is het tegenovergestelde.

Schijnconstructies vormen een aparte categorie. Een overdracht op papier waarbij het bezit, het gebruik en het risico bij de verkoper blijven, wordt niet als eigendomsoverdracht erkend. Hetzelfde geldt voor een koopsom die als lening blijft staan en nooit wordt afgelost. Wordt een onderneming in onderdelen doorgezet naar een nieuwe vennootschap, dan komt daar de beoordeling van de activa-passiva transactie bij, en al snel ook de vraag naar bestuurdersaansprakelijkheid.

Ook een ogenschijnlijk nette beeindiging van een vennootschap kan worden aangetast. Bij een turboliquidatie geldt het criterium dat er geen baten meer zijn; is er kort daarvoor vermogen weggesluisd, dan kan de opheffing worden gevolgd door een faillissementsaanvraag met een pauliana als sluitstuk.

Verrekening: wanneer mag dat nog wel?

Verrekening is aantrekkelijk voor wie zowel schuldenaar als schuldeiser van een noodlijdende partij is: u int feitelijk volledig, terwijl andere schuldeisers een percentage van de boedel krijgen. De wetgever heeft die voorsprong maar beperkt willen toestaan.

Artikel 53 van de Faillissementswet laat verrekening toe wanneer zowel de schuld als de vordering is ontstaan voor de faillietverklaring, of voortvloeit uit handelingen die voor die datum met de gefailleerde zijn verricht. Wie een lopende handelsrelatie heeft en over en weer openstaande posten, kan die dus in beginsel salderen.

Artikel 54 zet daar twee grendels op. Wie een schuld of vordering van een derde heeft overgenomen en daarbij niet te goeder trouw handelde, mag niet verrekenen. En vorderingen of schulden die na de faillietverklaring zijn overgenomen, kunnen helemaal niet worden verrekend. Het opkopen van vorderingen op een wankelende partij om vervolgens te kunnen verrekenen, strandt daarop.

Buiten faillissement is een verrekening die verder gaat dan de onderlinge verhouding rechtvaardigt, een klassieke pauliana-kandidaat. Denk aan het verrekenen van een volwaardige vordering met een oude, betwiste of feitelijk waardeloze tegenvordering. Wat u nodig hebt, is een administratie die het bestaan en de omvang van beide posten aantoont.

Mag u een opeisbare schuld nog betalen?

Het voldoen van een opeisbare schuld is een verplichte rechtshandeling en valt daarmee buiten de gewone pauliana van artikel 42 van de Faillissementswet. Daarvoor geldt de aparte regeling van artikel 47 Fw, die aanmerkelijk strenger is voor de curator. Een betaling kan alleen worden vernietigd als de ontvanger wist dat het faillissement van de schuldenaar al was aangevraagd, of als de betaling het gevolg was van overleg tussen schuldenaar en schuldeiser met het doel die schuldeiser boven de andere schuldeisers te begunstigen.

Die twee gronden zijn smal en moeilijk te bewijzen, wat betekent dat gewone betalingen in de aanloop naar een faillissement in beginsel in stand blijven. Dat is ook de bedoeling: een onderneming die haar leveranciers niet meer zou mogen betalen, valt onmiddellijk om.

Het beeld kantelt zodra er wordt gekozen. Betaalt een bestuurder in de laatste weken uitsluitend de vennootschap van een familielid, de eigen rekening-courant of de leverancier die hem persoonlijk onder druk zet, dan komt het overleg-criterium in zicht en daarnaast de vraag naar persoonlijke aansprakelijkheid van die bestuurder. Selectieve betaling is daarmee minder een pauliana-vraagstuk dan een aansprakelijkheidsvraagstuk, maar de feiten zijn dezelfde.

Praktisch betekent dit dat u in een precaire fase uw betalingsbeleid moet kunnen uitleggen. Een consistente lijn, bijvoorbeeld betalen wat nodig is om de bedrijfsvoering voort te zetten, is verdedigbaar. Een lijn die vooral gelieerde partijen bevoordeelt, is dat niet.

Hoe wordt de pauliana ingeroepen en welke termijn geldt?

In faillissement kan de curator de vernietiging inroepen door een buitengerechtelijke verklaring aan de wederpartij. Betwist die de vernietiging, dan volgt een procedure waarin de curator benadeling en wetenschap moet onderbouwen. Buiten faillissement doet de schuldeiser hetzelfde, met dien verstande dat zijn vernietiging alleen voor hem werkt.

De rechtsvordering tot vernietiging wegens benadeling verjaart; die verjaring is geregeld in artikel 3:52 BW en gaat pas lopen wanneer de bevoegdheid om de vernietigingsgrond in te roepen ter beschikking is gekomen van degene aan wie zij toekomt. Voor een curator betekent dat in de regel niet de datum van de transactie, maar het moment waarop hij met de benadeling bekend kon zijn. Voor de praktijk is de les eenvoudig: wie een verdachte transactie ontdekt, moet handelen en niet afwachten.

Naast de pauliana bestaan er andere routes. Een schuldeiser kan conservatoir beslag leggen om verdere vermogensverschuiving te blokkeren; wanneer dat kan en wanneer het beslag weer kan worden opgeheven, is een afweging die vaak parallel loopt aan de pauliana. Ook een vordering uit onrechtmatige daad tegen de bestuurder of de begunstigde is denkbaar.

Wat zijn de gevolgen van een geslaagd beroep?

Slaagt de vernietiging, dan wordt de rechtshandeling geacht niet te hebben bestaan. Het overgedragen goed moet terug naar de boedel of naar het vermogen van de schuldenaar; is teruggave niet meer mogelijk, dan treedt een vergoeding van de waarde daarvoor in de plaats. De wederpartij die zelf iets had gepresteerd, kan die prestatie in beginsel terugvorderen, maar staat daarvoor in faillissement doorgaans achteraan in de rij.

Voor de bestuurder van een vennootschap heeft een geslaagde pauliana zelden alleen dit gevolg. Dezelfde feiten die de vernietiging dragen, ondersteunen vaak ook een verwijt van onbehoorlijke taakvervulling of van selectieve betaling. Wie een faillissement ziet aankomen, doet er verstandig aan zijn beslissingen niet alleen op fiscale of praktische gronden te nemen. Welke ruimte er dan nog is, hangt sterk af van het moment: als een faillissement dreigt, is de speelruimte kleiner dan veel ondernemers aannemen.

Voor schuldeisers geldt het spiegelbeeld. Een geslaagde pauliana vergroot de boedel, maar het resultaat komt de gezamenlijke schuldeisers ten goede en niet alleen degene die aan de bel trok. Wat een schuldeiser daadwerkelijk overhoudt bij een failliete onderneming, hangt vervolgens af van zijn rang.

Wat u nu kunt doen

Bereidt u een transactie voor met een partij die er financieel niet best voor staat, leg dan vast waarom de prijs marktconform is. Een onafhankelijke taxatie vooraf, een betalingsbewijs en een zakelijke onderbouwing van de noodzaak van de transactie vormen samen het verweer dat u later nodig hebt. Betaal de prijs daadwerkelijk en laat die niet als lening openstaan.

Bent u schuldeiser en ziet u vermogen verdwijnen, verzamel dan de openbare gegevens: het Handelsregister, de kadastrale gegevens en de jaarrekeningen. Stel de betrokkenen schriftelijk aansprakelijk en overweeg conservatoir beslag voordat het vermogen verder wordt versplinterd. De wettekst van de pauliana in faillissement staat bij artikel 42 van de Faillissementswet, die over verrekening bij artikel 54.

Wordt u aangesproken door een curator, reageer dan niet met een enkele ontkenning. De sterkte van uw positie zit in documenten: taxaties, bankafschriften, notulen en correspondentie uit de periode zelf. De regeling van de pauliana buiten faillissement vindt u in Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.

Documenten en taxatierapporten waarmee een ondernemer aantoont dat een verkoop marktconform was.

Veelgestelde vragen

Wie kan een beroep doen op de actio pauliana?

Buiten faillissement is dat de benadeelde schuldeiser zelf, op grond van artikel 3:45 BW. Hij roept de vernietiging in voor zover dat nodig is om zijn eigen vordering te kunnen verhalen; de rechtshandeling blijft voor het overige in stand.

Is de schuldenaar failliet, dan komt de bevoegdheid toe aan de curator. Artikel 42 van de Faillissementswet geeft hem het recht een onverplichte rechtshandeling ten behoeve van de boedel te vernietigen, in het belang van de gezamenlijke schuldeisers.

Geldt de pauliana ook voor transacties van jaren geleden?

Ja. De Faillissementswet kent geen harde grens waarbuiten een transactie veilig is. De termijn van een jaar in de artikelen 43 en 45 Fw is geen vervaltermijn maar een bewijsregel: binnen dat jaar worden de vereiste wetenschap en de benadeling vermoed aanwezig te zijn.

Ligt de transactie verder terug, dan moet de curator de wetenschap van benadeling gewoon bewijzen. Dat is zwaarder, maar niet onmogelijk, zeker niet bij transacties binnen de familie of tussen verbonden vennootschappen.

Is een notariele akte bescherming tegen de pauliana?

Nee. Een notariele akte levert dwingend bewijs op van wat de notaris heeft waargenomen en van de datum, maar zegt niets over de vraag of de transactie schuldeisers benadeelde. Een pauliana richt zich niet tegen de vorm maar tegen het economische effect.

De akte helpt wel bij het weerleggen van de stelling dat de transactie in het geheim of met terugwerkende kracht is opgezet. Dat is bewijswaarde, geen immuniteit.

Moet ik als begiftigde alles teruggeven, ook als ik nergens van wist?

Bij een gift geldt een mildere regel. Vernietiging werkt op grond van artikel 42 van de Faillissementswet niet tegen de begiftigde die niet wist en niet behoorde te weten van de benadeling, voor zover hij ten tijde van de faillietverklaring niet was gebaat.

Was u wel gebaat, bijvoorbeeld omdat het geschonkene nog aanwezig is of omdat u er een schuld mee hebt afgelost, dan moet u tot dat bedrag afdragen. Wie wel wist van de problemen, geniet die bescherming niet.

Mag ik een openstaande factuur nog betalen als een faillissement dreigt?

Het betalen van een opeisbare schuld is een verplichte rechtshandeling en daarom in beginsel niet aantastbaar. Artikel 47 van de Faillissementswet maakt daarop twee uitzonderingen: de ontvanger wist dat het faillissement al was aangevraagd, of de betaling was het gevolg van overleg tussen schuldenaar en schuldeiser om die schuldeiser boven de anderen te begunstigen.

Een selectieve betaling in de laatste fase is dus riskant voor beide partijen. Bij een bestuurder kan zij bovendien tot persoonlijke aansprakelijkheid leiden.

Kan ik nog verrekenen als mijn wederpartij failliet gaat?

Artikel 53 van de Faillissementswet staat verrekening toe als zowel uw schuld als uw vordering is ontstaan voor de faillietverklaring of voortvloeit uit handelingen die voor die datum met de gefailleerde zijn verricht.

Artikel 54 sluit verrekening uit wanneer u de schuld of vordering van een derde hebt overgenomen en daarbij niet te goeder trouw handelde, en wanneer de overneming na de faillietverklaring plaatsvond. Het opkopen van vorderingen om te kunnen verrekenen strandt daarop.

Juridisch advies over de actio pauliana

Of een transactie de pauliana doorstaat, wordt bepaald door de feiten uit de periode zelf: wat wisten partijen, wat is er werkelijk betaald en wat bleef er over voor de schuldeisers. Die beoordeling laat zich niet achteraf repareren met een goed verhaal.

De advocaten van Law & More in Eindhoven adviseren ondernemers over transacties in een precaire fase, staan partijen bij die door een curator worden aangesproken en behartigen de belangen van schuldeisers die vermogen zien verdwijnen. Neem contact op om uw positie te laten beoordelen.

Juridische hulp nodig?

Neem contact op met Law & More voor deskundig advies over uw juridische zaken. Ons meertalige team staat klaar om u te helpen.