Echtscheiding na pensioenleeftijd: pensioen, alimentatie en vermogen

Gepubliceerd op 17 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026

Een echtscheiding na pensioenleeftijd raakt uw inkomen onmiddellijk. Het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd wordt op grond van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding bij helfte verdeeld, ook wanneer de uitkering al loopt. Meldt u de scheiding binnen twee jaar bij de pensioenuitvoerder, dan betaalt die het deel van uw ex-partner rechtstreeks uit. De AOW blijft altijd buiten die verdeling.

Welke wet regelt de pensioenverdeling bij een scheiding?

Dat is de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding, kortweg de WVPS. De wet geldt voor echtscheidingen, scheidingen van tafel en bed en ontbindingen van een geregistreerd partnerschap die na 30 april 1995 zijn ingeschreven. Het uitgangspunt is eenvoudig: ieder van beiden heeft recht op de helft van het ouderdomspensioen dat de ander tijdens het huwelijk of partnerschap heeft opgebouwd. Dat heet verevening.

Alleen de periode tussen de huwelijksdatum en de datum van de scheiding telt mee. De pensioenuitvoerder rekent dat deel uit aan de hand van de opbouwjaren die binnen die periode vallen. Pensioen dat u daarvoor of daarna heeft opgebouwd blijft volledig van uzelf, ongeacht hoe lang het huwelijk heeft geduurd.

Pensioenaanspraken waarop de WVPS van toepassing is vallen buiten de huwelijksgemeenschap (artikel 1:94 BW). Ze worden dus niet nog een tweede keer verdeeld via de gewone vermogensverdeling. Wie wil weten hoe de rekensom precies uitpakt, vindt de systematiek uitgewerkt in ons artikel over de verdeling van pensioen bij echtscheiding. De hoofdregel staat ook beschreven op de website van de Rijksoverheid over het verdelen van ouderdomspensioen na scheiding.

Wat gebeurt er als het pensioen al wordt uitgekeerd?

Dan verandert er niets aan het recht, maar wel aan het moment van uitbetaling. Bij een scheiding vóór de pensioendatum begint de uitkering aan de ex-partner pas als de pensioengerechtigde met pensioen gaat. Scheidt u ná die datum, dan gaat het vereveningsdeel in zodra de uitvoerder de melding heeft verwerkt. Het inkomensverlies is dus meteen voelbaar in de maandelijkse uitkering.

De administratieve afhandeling kost tijd. Tot de uitvoerder de splitsing heeft doorgevoerd, blijft de volledige uitkering binnenkomen bij degene die het pensioen heeft opgebouwd. Spreek daarom vooraf af hoe u die tussenperiode afwikkelt en wie welk bedrag doorbetaalt, zodat er achteraf geen discussie ontstaat over een verrekening die maanden beslaat.

Het vereveningsrecht is bovendien eindig. Het eindigt bij het overlijden van degene die het pensioen heeft opgebouwd, en ook bij het overlijden van de ex-partner. In het eerste geval komt hooguit het bijzonder partnerpensioen nog in beeld, in het tweede geval keert de volledige uitkering terug naar de pensioengerechtigde.

Ouder echtpaar bespreekt aan de keukentafel de verdeling van het ouderdomspensioen bij een scheiding.

Binnen welke termijn moet u de scheiding melden bij de pensioenuitvoerder?

Binnen twee jaar na de scheiding. U gebruikt daarvoor het formulier Mededeling van scheiding in verband met verdeling van ouderdomspensioen en stuurt dat naar elke uitvoerder waar pensioen is opgebouwd. Alleen dan betaalt de uitvoerder het vereveningsdeel rechtstreeks aan uw ex-partner uit.

De termijn begint pas te lopen als de scheiding formeel rond is. Een echtscheidingsbeschikking moet binnen zes maanden worden ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand (artikel 1:163 BW); doet u dat niet, dan verliest de beschikking haar kracht en bent u nog steeds getrouwd. Pas na die inschrijving is de scheiding een feit en gaat de tweejaarstermijn in.

Meldt u te laat, dan verdwijnt uw aanspraak niet, maar de uitvoerder betaalt niet meer rechtstreeks uit. Het volledige pensioen blijft dan bij de opbouwer binnenkomen en die moet zelf periodiek het deel van de ex-partner overmaken. Dat levert incassorisico op, discussie over de berekening en een fiscale afhandeling die u samen moet regelen. Leg zo’n betalingsverplichting daarom altijd expliciet vast in het echtscheidingsconvenant, en houd bij het uitzetten van de echtscheidingsprocedure rekening met beide termijnen.

Welke pensioenvormen worden wel en niet verdeeld?

Verevening geldt voor ouderdomspensioen uit een pensioenregeling: het pensioen van een werkgever, het ABP-pensioen van ambtenaren en een verplicht beroepspensioen. Voor overheidspensioen gelden dezelfde regels als voor pensioen in de private sector. Buiten de verevening vallen onder meer:

  • de AOW, die ieder als eigen recht opbouwt en die nooit wordt verdeeld (artikel 9 Algemene Ouderdomswet); na de scheiding gaat u wel van de gehuwdennorm naar de norm voor een alleenstaande;
  • lijfrenten, banksparen en andere individuele oudedagsvoorzieningen: die zijn geen pensioenregeling in de zin van de WVPS, maar horen wel tot het te verdelen vermogen als u in gemeenschap van goederen bent gehuwd;
  • pensioen dat is opgebouwd vóór de huwelijksdatum of na de datum van de scheiding;
  • pensioen bij een buitenlandse uitvoerder, die niet zonder meer aan de Nederlandse wet is gebonden.

Voor ondernemers en zelfstandigen pakt dit anders uit. Zij bouwen vaak geen werknemerspensioen op en hebben in plaats daarvan een lijfrente of een andere eigen voorziening. Die valt niet onder de verevening, maar wordt via de vermogensverdeling betrokken bij de afwikkeling. Dat vraagt om een waardering op de peildatum en om duidelijke afspraken, want anders blijft er jaren later nog een geschil liggen. Wie later in de loopbaan scheidt, loopt vaker tegen deze combinatie aan; wij beschreven die situatie eerder in ons artikel over scheiden na uw vijftigste.

Wat gebeurt er met het partnerpensioen na de scheiding?

Het partnerpensioen valt niet onder de verevening, maar onder artikel 57 van de Pensioenwet. Uw ex-partner behoudt aanspraak op het partnerpensioen dat tot de scheidingsdatum is opgebouwd. Die aanspraak heet bijzonder partnerpensioen en komt tot uitkering als de pensioengerechtigde overlijdt.

Dat werkt alleen als het partnerpensioen op opbouwbasis is verzekerd. Is het op risicobasis verzekerd, dan is er geen kapitaal gevormd en eindigt de dekking; er blijft dan niets over om aan de ex-partner toe te delen. Vraag daarom bij elke uitvoerder na welke variant in de regeling zit, want dat verschil bepaalt of de langstlevende na de scheiding nog iets te verwachten heeft.

Het bijzonder partnerpensioen blijft in stand als uw ex-partner hertrouwt of gaat samenwonen. U kunt er samen van afzien of het bij conversie laten opgaan in een eigen aanspraak, maar dat moet u vastleggen en de uitvoerder moet de afspraak kunnen uitvoeren. Doe dit weloverwogen: het is een aanspraak die alleen bij overlijden waarde krijgt, precies op het moment dat de nabestaande het inkomen het hardst nodig heeft.

Kunt u afwijken van de standaardverdeling?

Ja. U mag bij huwelijkse voorwaarden, partnerschapsvoorwaarden of in het echtscheidingsconvenant iets anders afspreken dan de verdeling bij helfte. Anders dan vaak wordt gedacht staat een huwelijk in gemeenschap van goederen daar niet aan in de weg: het huwelijksgoederenregime bepaalt niet of u van de verevening mag afwijken. Wat u kiest, moet wel schriftelijk zijn vastgelegd.

De ruimte is breed. U kunt een ander deel afspreken, de verevening helemaal uitsluiten of kiezen voor conversie. Bij conversie wordt het vereveningsdeel omgezet in een zelfstandige pensioenaanspraak van de ex-partner, inclusief het bijzonder partnerpensioen. Dat maakt beide partners onafhankelijk van elkaar, maar het is onomkeerbaar en het recht keert niet terug als de ex-partner eerder overlijdt. Conversie kan alleen met instemming van de pensioenuitvoerder.

Wie de verevening uitsluit, moet de compensatie elders regelen, bijvoorbeeld in de verdeling van de woning of het spaargeld. Vergeet daarbij niet dat de uitvoerder alleen rekening houdt met een afwijking als die hem tijdig is meegedeeld. Hoe de vermogenskant samenhangt met de pensioenkant leest u in ons artikel over scheiden in gemeenschap van goederen.

Wat betekent scheiden na uw pensioen voor de partneralimentatie?

De onderhoudsplicht tussen ex-echtgenoten loopt door na de AOW-leeftijd. De hoogte volgt uit behoefte en draagkracht, alleen wordt daarvoor nu gerekend met AOW, ouderdomspensioen en eventuele lijfrente-uitkeringen in plaats van met loon. Omdat de verevening de draagkracht van de een verlaagt en de behoefte van de ander verkleint, moeten beide berekeningen op hetzelfde peilmoment worden gemaakt.

De duur staat in artikel 1:157 BW: sinds 1 januari 2020 in beginsel de helft van de huwelijksduur met een maximum van vijf jaar. Er zijn drie uitzonderingen, en voor deze groep is er één die er echt toe doet: duurde het huwelijk langer dan vijftien jaar en bereikt de alimentatiegerechtigde binnen tien jaar de AOW-leeftijd, dan loopt de alimentatie door tot die AOW-leeftijd. Wanneer de verplichting daarna eindigt, behandelen wij in ons artikel over partneralimentatie en de AOW-leeftijd; de berekening zelf staat in ons overzicht over de duur en hoogte van partneralimentatie.

Een nieuwe relatie kan de verplichting abrupt beëindigen. Op grond van artikel 1:160 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek eindigt de alimentatieplicht definitief zodra de ontvanger hertrouwt, een geregistreerd partnerschap aangaat of gaat samenleven met een ander als waren zij gehuwd. Definitief betekent hier ook echt definitief: de verplichting herleeft niet als die nieuwe relatie stukloopt. Het vereveningsrecht en het bijzonder partnerpensioen blijven daarentegen gewoon bestaan.

Betaalde partneralimentatie is bij de betaler aftrekbaar en bij de ontvanger belast. Wat dat netto betekent, verschilt sterk per situatie en per belastingjaar. Laat die doorrekening maken door een fiscalist voordat u een bedrag vastlegt; een bruto-afspraak die netto anders uitpakt dan verwacht is achteraf lastig te herstellen.

Gepensioneerd echtpaar bekijkt documenten over partneralimentatie en pensioenverevening na de scheiding.

Hoe wordt het overige vermogen verdeeld?

Bent u in gemeenschap van goederen getrouwd, dan heeft ieder recht op de helft van de gemeenschap (artikel 1:100 BW). Gelden er huwelijkse voorwaarden, dan bepaalt het contract de uitkomst, met eventueel een verrekenbeding dat alsnog tot een afrekening leidt. Bij huwelijken van vóór 1 januari 2018 gaat het meestal om een algehele gemeenschap, daarna om de beperkte gemeenschap.

Bij gepensioneerden zit het vermogen vaak vast in de woning. Is de hypotheek grotendeels afgelost, dan is de overwaarde het grootste te verdelen bestanddeel, en wie in de woning blijft moet de ander uitkopen. Dat is na pensionering lastiger dan tijdens het werkzame leven, omdat een nieuwe hypotheek dan op pensioeninkomen moet worden verstrekt. Reken die route door voordat u zich in het convenant vastlegt op wie blijft wonen.

Wees eerlijk over wat er is. Wie opzettelijk een goed dat tot de gemeenschap behoort verzwijgt, zoekmaakt of verborgen houdt, verliest zijn aandeel in dat goed aan de ander (artikel 3:194 BW). Dat is een zware sanctie, en rechters passen die ook toe bij vergeten spaarrekeningen en effectendepots. De hoofdregels van de gemeenschap zetten wij uiteen in ons artikel over gemeenschap van goederen bij scheiding.

Komt er nieuwe wetgeving over pensioenverdeling bij scheiding?

Er ligt een wetsvoorstel, maar het is nog geen geldend recht. Het wetsvoorstel Wet pensioenverdeling bij scheiding (Kamerstukken 35 287) is op 16 september 2019 bij de Tweede Kamer ingediend en is daar nog altijd aanhangig. De beoogde inwerkingtreding is tweemaal verschoven, eerst naar 1 januari 2022 en daarna naar 1 juli 2022, en een nieuwe datum is niet vastgesteld.

Het voorstel wil conversie tot standaard maken: het pensioendeel van de ex-partner wordt dan automatisch een eigen aanspraak, zodat niemand hoeft te wachten op de pensioenkeuzes van de ander. Ook zou de verdeling automatisch via de uitvoerder verlopen, waardoor de melding binnen twee jaar niet langer nodig is. Zolang de wet niet in werking is getreden kunt u daar geen rechten aan ontlenen.

Voor uw scheiding betekent dat: reken met het recht dat vandaag geldt. Laat een convenant nooit vooruitlopen op wetgeving die er nog niet is, en neem geen bepaling op die pas werkt als een wetsvoorstel wordt aangenomen. Wilt u toch het effect van conversie, spreek die dan nu al af met instemming van de uitvoerder.

Twee gepensioneerden laten zich adviseren over de verdeling van pensioen en vermogen bij echtscheiding.

Veelgestelde vragen

Scheiden na de pensioenleeftijd roept vaste vragen op over verevening, termijnen en de gevolgen voor uw maandinkomen. Hieronder staan de antwoorden die in de praktijk het vaakst nodig zijn.

Wordt mijn pensioen ook verdeeld als het al wordt uitgekeerd?

Ja. De Wet verevening pensioenrechten bij scheiding maakt geen onderscheid tussen pensioen dat nog wordt opgebouwd en pensioen dat al loopt. Uw ex-partner heeft recht op de helft van het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd.

Het verschil zit in het moment van uitbetaling: bij een scheiding na de pensioendatum gaat het vereveningsdeel in zodra de pensioenuitvoerder de melding heeft verwerkt.

Wat gebeurt er als ik de scheiding te laat meld bij het pensioenfonds?

Uw aanspraak vervalt niet, maar de pensioenuitvoerder is na twee jaar niet meer verplicht om rechtstreeks aan de ex-partner uit te betalen.

De volledige uitkering blijft dan binnenkomen bij degene die het pensioen heeft opgebouwd, die het deel van de ander zelf moet doorbetalen. Leg die betalingsverplichting schriftelijk vast, inclusief de wijze van berekening en de fiscale afhandeling.

Wordt de AOW verdeeld bij een echtscheiding?

Nee. De AOW is een eigen recht dat iedereen zelfstandig opbouwt op grond van de Algemene Ouderdomswet en die uitkering wordt niet verevend.

Wel verandert de norm: na de scheiding ontvangt u de AOW voor een alleenstaande in plaats van het bedrag voor gehuwden en samenwonenden. Dat werkt door in uw netto maandinkomen en dus ook in een alimentatieberekening.

Houdt mijn ex-partner recht op nabestaandenpensioen?

Als het partnerpensioen op opbouwbasis is verzekerd wel. Uw ex-partner behoudt dan het tot de scheidingsdatum opgebouwde deel als bijzonder partnerpensioen op grond van artikel 57 Pensioenwet.

Is het partnerpensioen op risicobasis verzekerd, dan eindigt de dekking en blijft er niets over om toe te delen. Vraag per uitvoerder na welke variant geldt.

Kan ik nog partneralimentatie vragen als ik al AOW ontvang?

Ja. De onderhoudsplicht stopt niet bij de AOW-leeftijd. De rechter kijkt naar uw behoefte en naar de draagkracht van uw ex-partner, berekend over AOW, pensioen en overige inkomsten.

De duur volgt uit artikel 1:157 BW. Bij een huwelijk van meer dan vijftien jaar waarbij de gerechtigde binnen tien jaar de AOW-leeftijd bereikt, loopt de alimentatie tot die leeftijd door.

Kunnen wij afspreken dat het pensioen helemaal niet wordt verdeeld?

Dat kan, maar het moet schriftelijk: in huwelijkse voorwaarden, partnerschapsvoorwaarden of in het echtscheidingsconvenant. Ook als u in gemeenschap van goederen bent getrouwd, mag u van de standaardverdeling afwijken.

Deel de afwijking mee aan de pensioenuitvoerder, anders houdt die vast aan de wettelijke hoofdregel. Regel de compensatie voor de partner die afziet van verevening in hetzelfde document.

Een scheiding na uw pensioenleeftijd is vooral een rekensom met juridische randvoorwaarden: welk deel van het pensioen wordt verevend, welke termijnen lopen er en wat blijft er maandelijks over. Die vragen hangen samen en laten zich niet los van elkaar oplossen.

De familierechtadvocaten van Law & More begeleiden scheidingen waarin pensioen, alimentatie en de eigen woning tegelijk spelen. Wij brengen uw situatie in kaart, stellen het convenant op en zorgen dat de melding bij elke pensioenuitvoerder tijdig de deur uitgaat. Neem gerust contact op met ons kantoor voor een eerste gesprek.

Juridische hulp nodig?

Neem contact op met Law & More voor deskundig advies over uw juridische zaken. Ons meertalige team staat klaar om u te helpen.