Brand door onoplettendheid: wanneer bent u strafbaar?

Geblakerd keukenblad met een zwartgeblakerde pan bij een kookplaat

Gepubliceerd op 17 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 13 september 2026

Brand door onoplettendheid is strafbaar op grond van artikel 158 van het Wetboek van Strafrecht. Strafbaar is degene aan wiens schuld brand te wijten is, mits daardoor gemeen gevaar voor goederen of gevaar voor personen ontstaat. Het maximum loopt van zes maanden bij gevaar voor goederen tot twee jaar wanneer iemand overlijdt.

Brand door onoplettendheid in een woning: onbeheerd achtergelaten open vuur is een veelvoorkomende oorzaak.

Wanneer is brand door onoplettendheid strafbaar?

Voor strafbaarheid op grond van artikel 158 Sr moeten drie dingen samenkomen. Er moet brand zijn ontstaan, die brand moet aan uw schuld te wijten zijn, en er moet daardoor gevaar zijn ontstaan: gemeen gevaar voor goederen, dan wel levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander.

Die derde eis wordt vaak over het hoofd gezien. De wet straft niet het onvoorzichtige gedrag op zichzelf, maar het gevaar dat daardoor ontstaat. Verbrandt uitsluitend uw eigen bezit zonder dat anderen of andermans goederen in gevaar komen, dan is er geen strafbaar feit. In een rijtjeswoning of een appartementencomplex is dat gevaar echter vrijwel altijd gegeven, alleen al door de aangrenzende panden.

Ook het oorzakelijk verband moet vaststaan. Tussen de onvoorzichtige gedraging en het ontstaan van de brand moet een aantoonbare keten liggen. Blijft de oorzaak onduidelijk, bijvoorbeeld omdat een technisch defect even goed mogelijk is, dan ontbreekt dat verband en volgt vrijspraak.

Wat is het verschil met opzettelijke brandstichting?

Artikel 157 Sr gaat over brandstichting en vereist opzet. Daaronder valt niet alleen het bewust aansteken van vuur, maar ook voorwaardelijk opzet: wie zich willens en wetens blootstelt aan de aanmerkelijke kans dat brand ontstaat en die kans aanvaardt, sticht in juridische zin brand.

Het verschil in strafdreiging is enorm. Artikel 157 Sr kent een maximum van twaalf jaar bij gemeen gevaar voor goederen, vijftien jaar wanneer levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel ontstaat, en levenslange gevangenisstraf of tijdelijke gevangenisstraf van ten hoogste dertig jaar als het feit iemands dood ten gevolge heeft. Artikel 158 Sr blijft daarbij vergeleken bescheiden.

Voor de verdediging is dat onderscheid het hele spel. Het Openbaar Ministerie legt in twijfelgevallen vaak primair brandstichting ten laste en subsidiair brand door schuld. De vraag is dan of het dossier werkelijk het bewustzijn van de aanmerkelijke kans onderbouwt, of alleen aantoont dat iemand onhandig heeft gehandeld. Hoe die grens tussen nalatigheid en verwijtbaar handelen elders in het strafrecht wordt getrokken, beschrijven wij bij strafbare nalatigheid.

Wanneer is er sprake van schuld?

Schuld in strafrechtelijke zin is meer dan een ongelukje. Vereist is een aanmerkelijke mate van onvoorzichtigheid of onachtzaamheid, beoordeeld naar wat van een normaal oplettend mens in dezelfde situatie mocht worden verwacht. Een moment van onachtzaamheid dat iedereen kan overkomen, levert die aanmerkelijke onvoorzichtigheid niet zonder meer op.

De rechter kijkt daarbij naar de voorzienbaarheid van het gevaar, naar de mate waarin veiligheidsvoorschriften zijn genegeerd en naar de bijzondere zorgplicht die op iemand rustte. Een professional die met open vuur werkt en de voorgeschreven brandwacht overslaat, wordt strenger beoordeeld dan een particulier die een kaars laat staan. Herhaalde waarschuwingen die in de wind zijn geslagen, wegen zwaar.

Situaties die in deze zaken steeds terugkeren zijn brandbare materialen naast een warmtebron, hete as die in een afvalcontainer belandt, een overbelaste verlengsnoerconstructie, laswerkzaamheden zonder afscherming en open vuur dat onbeheerd wordt achtergelaten. Steeds is de vraag dezelfde: was het gevaar te voorzien en was het te vermijden met de zorg die van u mocht worden verwacht?

Onderzoek naar de oorzaak van een brand door een brandonderzoeker ter plaatse.

Welke straf staat er op brand door schuld?

Artikel 158 Sr kent drie gradaties. Bij gemeen gevaar voor goederen is het maximum zes maanden gevangenisstraf of hechtenis. Ontstaat levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, dan loopt het maximum op tot een jaar. Heeft het feit iemands dood ten gevolge, dan is het maximum twee jaren.

In alle drie de gevallen kan de rechter in plaats van vrijheidsstraf een geldboete van de vierde categorie opleggen. Die categorie bedraagt sinds 1 januari 2026 27.500 euro. Van hogere maxima, zoals de zes jaar die soms wordt genoemd voor grove onvoorzichtigheid, is in artikel 158 Sr geen sprake; die getallen horen bij de opzetvariant.

In de praktijk blijft de opgelegde straf ver onder het maximum. Bij een eerste feit zonder letsel volgt vaak een geldboete of een taakstraf, al dan niet voorwaardelijk. Zwaarder wordt het beeld bij letsel, bij een dodelijke afloop en bij professionals die veiligheidsvoorschriften structureel hebben genegeerd. Hoe de rechter tussen die strafsoorten kiest, leest u bij taakstraf, geldboete of gevangenisstraf.

Hoe wordt de oorzaak van de brand bewezen?

Deze zaken staan of vallen met technisch onderzoek. Brandonderzoekers reconstrueren aan de hand van brandpatronen, restanten en getuigenverklaringen waar het vuur is ontstaan en wat de meest waarschijnlijke oorzaak was. Dat rapport is doorgaans het belangrijkste stuk in het dossier.

Juist daar zit ook de ruimte voor verweer. Een rapport dat een alternatieve oorzaak niet uitsluit, dat berust op een beperkte plaats delict of dat is opgesteld nadat het pand al was geruimd, is bruikbaar materiaal voor de verdediging. Een tegenonderzoek door een eigen deskundige kan de conclusie ontkrachten of nuanceren; de rechter-commissaris kan daartoe opdracht geven. Wat er aan bewijs mag worden ingebracht en hoe dat wordt getoetst, beschrijven wij bij bewijs verzamelen in strafzaken.

Let ook op de verklaringen. Wie kort na een brand wordt gehoord, staat onder spanning en zegt gemakkelijk iets dat later als erkenning van onvoorzichtigheid wordt gelezen. U hebt recht op bijstand van een advocaat voorafgaand aan en tijdens het verhoor, en u hoeft geen verklaring af te leggen. Hoe een strafzaak vanaf dat moment verloopt, zetten wij uiteen bij het verloop van een strafzaak.

Wie betaalt de schade?

De strafzaak en de schade zijn twee verschillende trajecten. Civiele aansprakelijkheid berust op artikel 6:162 BW en kent een lichtere maatstaf dan het strafrecht: onzorgvuldig handelen dat u kan worden toegerekend, volstaat. Een vrijspraak betekent dus niet dat u van de schade af bent.

Het slachtoffer kan zich als benadeelde partij in het strafproces voegen en zijn vordering daar laten meelopen, mits die niet te ingewikkeld is. Bij grote brandschades is dat vaak wel het geval en verwijst de rechter de vordering naar de civiele rechter. Vaak treedt dan de verzekeraar op de voorgrond: die keert uit aan zijn verzekerde en treedt vervolgens in diens rechten.

Dat verhaalsrecht kent grenzen. Artikel 7:962 van het Burgerlijk Wetboek sluit verhaal uit op onder meer de verzekeringnemer, medeverzekerden, de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot of geregistreerd partner, de andere levensgezel, bloedverwanten in de rechte lijn en werknemers van dezelfde werkgever. Buren en buitenstaanders vallen daar niet onder; op hen is verhaal wel mogelijk. Wat subrogatie precies inhoudt, werken wij uit bij subrogatie in het verzekeringsrecht.

Wat geldt er bij een huurwoning?

Huurders krijgen na een brand vrijwel altijd een aansprakelijkstelling van de verhuurder of diens verzekeraar. De veronderstelling daarachter klopt niet zonder meer. Artikel 7:218 BW maakt de huurder aansprakelijk voor schade aan het gehuurde die is ontstaan door een hem toe te rekenen tekortkoming, en vermoedt dat alle schade daardoor is ontstaan, maar zondert brandschade daarvan uitdrukkelijk uit.

Bij brand rust de bewijslast dus op de verhuurder. Die moet aantonen dat de huurder is tekortgeschoten in zijn verplichtingen. Blijft de oorzaak onduidelijk, dan strandt de vordering. Dat maakt het rapport over de brandoorzaak ook in de huurverhouding het scharnierpunt, net als in de strafzaak.

Praktisch betekent dit: erken niets voordat de oorzaak vaststaat, meld de brand direct bij uw eigen aansprakelijkheids- en inboedelverzekeraar en vraag om inzage in het onderzoeksrapport van de tegenpartij. Loopt de discussie over schade aan het gehuurde en over schade bij buren door elkaar, dan kunnen verschillende regels van toepassing zijn; het loont om die vorderingen uit elkaar te houden. Over schade tussen buren onderling leest u meer bij schade door een buurman.

Strafrechtadvocaat bespreekt met een verdachte het rapport over de brandoorzaak en het verweer.

Welke verweren zijn kansrijk?

Het sterkste verweer richt zich meestal op de oorzaak. Sluit het onderzoek een technisch defect, een kortsluiting in een apparaat of een gebrek aan de installatie werkelijk uit? Is de plaats delict deugdelijk veiliggesteld, of was het pand al geruimd toen de deskundige kwam?

Daarnaast is er de schuldvraag. Was het gevaar voorzienbaar, en was uw gedrag werkelijk aanmerkelijk onvoorzichtig of hooguit ongelukkig? Bij een verwijt aan een professional komt daar de vraag bij wie welke taak had: een instructie die nooit is gegeven, een keuring die de verhuurder had moeten laten uitvoeren of een installatie die niet aan de voorschriften voldeed, verschuift het verwijt.

Ten slotte de gevaarseis. Ook wanneer schuld vaststaat, moet het gemeen gevaar voor goederen of het gevaar voor personen concreet zijn geweest. Bleef het vuur beperkt tot een afgezonderde plek zonder overslagrisico, dan ontbreekt dat bestanddeel. Vergelijkbare vragen over gevolgschade en gevaarzetting spelen ook bij vernieling en vandalisme.

Veelgestelde vragen

Ben ik strafbaar als ik per ongeluk brand veroorzaak?

Alleen als u schuld treft en er gemeen gevaar voor goederen of gevaar voor personen is ontstaan. Artikel 158 Sr stelt strafbaar degene aan wiens schuld brand te wijten is. Pech zonder verwijt is niet genoeg; er moet sprake zijn van aanmerkelijke onvoorzichtigheid.

Ontstaat er geen gevaar buiten uw eigen bezit, dan komt artikel 158 Sr niet in beeld. Civielrechtelijke aansprakelijkheid tegenover een gedupeerde kan dan nog wel bestaan.

Hoe hoog is de straf voor brand door schuld?

Artikel 158 Sr kent drie gradaties: ten hoogste zes maanden gevangenisstraf of hechtenis bij gemeen gevaar voor goederen, ten hoogste een jaar wanneer levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander ontstaat, en ten hoogste twee jaren als het feit iemands dood ten gevolge heeft.

In alle drie de gevallen kan in plaats daarvan een geldboete van de vierde categorie worden opgelegd. Die categorie bedraagt sinds 1 januari 2026 27.500 euro.

Wat is het verschil met brandstichting?

Brandstichting van artikel 157 Sr vereist opzet, waaronder ook voorwaardelijk opzet valt: bewust de aanmerkelijke kans aanvaarden dat brand ontstaat. De strafmaxima lopen daar op tot twaalf jaar bij gemeen gevaar voor goederen, vijftien jaar bij gevaar voor personen en levenslang of ten hoogste dertig jaar als iemand overlijdt.

Het verschil tussen opzet en schuld is in de praktijk de kern van de zaak. Van de uitkomst van die vraag hangt af of u naar een strafmaximum van maanden of van jaren kijkt.

Moet ik de schade vergoeden als ik word vrijgesproken?

Dat kan. Straf en schadevergoeding staan los van elkaar en kennen een verschillende maatstaf. Voor strafbaarheid is aanmerkelijke onvoorzichtigheid nodig; voor civiele aansprakelijkheid op grond van artikel 6:162 BW volstaat een toerekenbare onrechtmatige daad.

Een vrijspraak sluit een civiele vordering dus niet uit. Wel is het strafdossier, met het rapport over de brandoorzaak, in die procedure vaak het belangrijkste bewijsmateriaal.

Kan mijn verzekeraar de schade op mij verhalen?

Als de verzekeraar van een ander uitkeert, treedt hij in diens rechten en kan hij zich op u verhalen. Artikel 7:962 BW sluit dat verhaal echter uit tegenover onder meer de verzekeringnemer, medeverzekerden, de echtgenoot of geregistreerd partner, de andere levensgezel, bloedverwanten in de rechte lijn en collega-werknemers van de verzekerde.

Buiten die kring is verhaal wel mogelijk. Meld een brand daarom altijd meteen bij uw eigen aansprakelijkheidsverzekeraar en doe geen erkenning van aansprakelijkheid voordat die de zaak heeft beoordeeld.

Ik huur de woning waarin brand is ontstaan. Ben ik automatisch aansprakelijk?

Nee. Artikel 7:218 BW maakt de huurder aansprakelijk voor schade aan het gehuurde door een hem toe te rekenen tekortkoming, en vermoedt dat alle schade daardoor is ontstaan. Brandschade is daarvan uitdrukkelijk uitgezonderd.

Bij brand ligt de bewijslast dus bij de verhuurder: die moet aantonen dat u tekortgeschoten bent. Dat maakt het rapport over de oorzaak van de brand ook in de huurverhouding doorslaggevend.

Bijstand na een brand

Een verdenking van brand door schuld komt zelden alleen: er is een strafzaak, een aansprakelijkstelling en een verzekeraar die vragen stelt, en wat u in het ene traject zegt, wordt in het andere gebruikt. De advocaten van Law & More beoordelen het onderzoeksrapport, voeren het strafrechtelijke verweer en behandelen de civiele claim in samenhang daarmee. U bereikt ons op +31 40 369 06 80.

Juridische hulp nodig?

Neem contact op met Law & More voor deskundig advies over uw juridische zaken. Ons meertalige team staat klaar om u te helpen.