Gepubliceerd op 9 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026
U bent strafbaar voor nalatigheid als u verwijtbaar en aanmerkelijk onvoorzichtig bent geweest en daardoor iemand overlijdt of zwaar gewond raakt, of als u een wettelijke plicht om te handelen niet nakomt. Een gewone vergissing is daarvoor niet genoeg; een kort moment van onoplettendheid kan het wel zijn, afhankelijk van de verkeerssituatie of de omstandigheden, zo oordeelde de Hoge Raad op 15 oktober 2024.
Het Nederlandse strafrecht noemt dit schuld. Dat is een lichtere vorm van verwijtbaarheid dan opzet. De bekendste voorbeelden zijn dood door schuld (artikel 307 Wetboek van Strafrecht) en het veroorzaken van een verkeersongeval (artikel 6 Wegenverkeerswet 1994). Het speelt ook bij bedrijfsongevallen, in de zorg en bij bestuurders van organisaties.

Inhoudsopgave
Wat is strafbare nalatigheid?
Strafbare nalatigheid is gedrag dat duidelijk tekortschiet ten opzichte van wat van een gemiddeld ander persoon in dezelfde situatie, met dezelfde ervaring, mocht worden verwacht. De Hoge Raad spreekt van verwijtbare, aanmerkelijke onvoorzichtigheid.
Het verschil met gewone nalatigheid zit in de mate van het tekortschieten. Voor een schadevergoeding in het civiele recht kan een kleine fout al genoeg zijn (artikel 6:162 BW). Voor een strafrechtelijke veroordeling moet het gedrag aanmerkelijk afwijken van de norm. Daarnaast moet er meestal een ernstig gevolg zijn: de dood van een ander, zwaar lichamelijk letsel of een ander gevolg dat de wet noemt.

Schuld, roekeloosheid en opzet: wat is het verschil?
| Vorm | Wat het inhoudt | Voorbeeld van een strafbepaling |
|---|---|---|
| Schuld | U wilde het gevolg niet, maar was verwijtbaar aanmerkelijk onvoorzichtig | Dood door schuld (artikel 307 lid 1 Sr), verkeersongeval (artikel 6 WVW 1994) |
| Roekeloosheid | De zwaarste schuldvorm: een buitengewoon onvoorzichtige gedraging die zeer ernstig gevaar oproept, waarvan u zich bewust was of had moeten zijn | Artikel 307 lid 2 Sr, artikel 175 lid 2 WVW 1994 |
| Opzet | U wilde het gevolg, of aanvaardde bewust de aanmerkelijke kans dat het zou intreden | Doodslag (artikel 287 Sr), zware mishandeling (artikel 302 Sr) |
Een automobilist die met hoge snelheid door een woonwijk rijdt en een voetganger aanrijdt, heeft dat ongeval niet gewild. Toch kan hem worden verweten dat hij veel te hard reed. Dat is schuld. Wie bewust op een ander inrijdt, handelt met opzet. Hoe de rechter die grens trekt, bespreken wij ook in ons artikel over onbewust gevaarlijk gedrag.
Wat is het verschil tussen nalatig handelen en nalaten te handelen?
Nalatigheid kan bestaan uit onzorgvuldig handelen, maar ook uit niets doen terwijl u had moeten ingrijpen. Wie onzorgvuldig handelt, bijvoorbeeld door onvoorzichtig met vuur om te gaan, kan strafbaar zijn als dat tot ernstige gevolgen leidt; zie ons artikel over brand door onoplettendheid. Wie niets doet, is alleen strafbaar als de wet dat nalaten zelf strafbaar stelt, of als op hem een bijzondere plicht rustte om te handelen.
Wanneer is niets doen strafbaar?
Niets doen is strafbaar als de wet dat uitdrukkelijk bepaalt, of als u door uw positie verplicht was om in te grijpen. Juristen spreken van zuivere en oneigenlijke omissiedelicten.
Wat is een zuiver omissiedelict?
Bij een zuiver omissiedelict is het nalaten zelf strafbaar gesteld. Het bekendste voorbeeld is artikel 450 Sr. Wie getuige is van ogenblikkelijk levensgevaar voor een ander en nalaat hulp te bieden die hij zonder redelijkerwijs te duchten gevaar voor zichzelf of anderen kon geven, is strafbaar als het slachtoffer overlijdt. Het maximum is drie maanden hechtenis of een geldboete van de tweede categorie.
Een ander voorbeeld is artikel 160 Sr. Dat verplicht iemand die weet dat bepaalde zeer ernstige misdrijven worden beraamd, zoals een levensdelict of verkrachting, daarvan tijdig melding te doen. Ook sectorale wetten kennen meldplichten, zoals de plicht om ongebruikelijke transacties te melden. Wie die plicht verzuimt, kan een economisch delict plegen.
Wat is een oneigenlijk omissiedelict?
Bij een oneigenlijk omissiedelict wordt een gewoon delict, zoals dood door schuld, gepleegd door niets te doen. Dat kan alleen als op de verdachte een bijzondere rechtsplicht rustte om het gevolg te voorkomen.
Zo’n plicht kan voortkomen uit de wet, uit een overeenkomst of uit een bijzondere relatie of positie. Denk aan een ouder tegenover een jong kind, een zorgverlener tegenover een patiënt, een werkgever tegenover werknemers of iemand die zelf een gevaarlijke situatie heeft veroorzaakt. Zie ook ons artikel over medische fouten en strafrechtelijke schuld. Voor een veroordeling moet bovendien vaststaan dat u in staat was om te handelen, en dat ingrijpen het gevolg waarschijnlijk had voorkomen.
Wanneer ontstaat strafrechtelijke verantwoordelijkheid?
Strafrechtelijke verantwoordelijkheid ontstaat als vier elementen samenkomen: een norm die u had moeten naleven, een aanmerkelijke schending daarvan, een ernstig gevolg en een verband tussen die schending en het gevolg. Het Openbaar Ministerie moet elk element bewijzen (artikel 338 Sv).

Aan welke norm wordt uw gedrag getoetst?
De norm volgt uit de wet, uit beroepsregels en richtlijnen of uit wat in de situatie van een zorgvuldig persoon mocht worden verwacht. Van een professional, zoals een arts, installateur of vrachtwagenchauffeur, mag meer worden verwacht dan van een leek.
De rechter beoordeelt het geheel van de gedragingen, de aard en ernst daarvan en de omstandigheden, zoals kennis, ervaring, tijdsdruk en zicht. Een verkeersovertreding met een ernstig gevolg levert niet automatisch schuld op. Ook de ernst van het gevolg is op zichzelf niet beslissend: een dodelijk ongeval betekent niet vanzelf dat iemand aanmerkelijk onvoorzichtig was.
Wanneer wordt het gevolg aan u toegerekend?
Het gevolg moet redelijkerwijs aan uw gedrag kunnen worden toegerekend. Was het gevolg voor een zorgvuldig persoon voorzienbaar, dan ligt toerekening voor de hand. Overlijdt een slachtoffer pas lange tijd na een ongeval, na complicaties in het ziekenhuis, dan moet de rechter vaststellen dat het overlijden nog aan het verkeersgedrag kan worden toegerekend. Ook het eigen gedrag van het slachtoffer of van derden kan die toerekening beïnvloeden.
Welke straffen staan op strafbare nalatigheid?
De maximumstraffen staan in het Wetboek van Strafrecht en de Wegenverkeerswet 1994. Het zijn maxima; de rechter bepaalt de straf aan de hand van de mate van schuld, de gevolgen en de persoon, met de LOVS-oriëntatiepunten als vertrekpunt.
| Feit | Schuld | Roekeloosheid |
|---|---|---|
| Dood door schuld (artikel 307 Sr) | 2 jaar gevangenisstraf of geldboete vierde categorie | 4 jaar |
| Zwaar lichamelijk letsel door schuld (artikel 308 Sr) | 1 jaar | 2 jaar |
| Verkeersongeval met dodelijke afloop (artikel 175 lid 1 en 2 WVW 1994) | 3 jaar of geldboete vierde categorie | 6 jaar of geldboete vijfde categorie |
| Verkeersongeval met zwaar letsel (artikel 175 lid 1 en 2 WVW 1994) | 1 jaar en 6 maanden | 3 jaar |
Gebeurt een feit uit artikel 307 of 308 Sr bij de uitoefening van een ambt of beroep, dan kan de gevangenisstraf met een derde worden verhoogd (artikel 309 Sr). De rechter kan dan ook ontzetting uit het beroep uitspreken en openbaarmaking van het vonnis bevelen.
Wanneer bent u strafbaar voor nalatigheid in het verkeer?
Veroorzaakt u door uw schuld een verkeersongeval waarbij iemand overlijdt of zwaar gewond raakt, dan overtreedt u artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Dat is het meest voorkomende culpoze delict.
De Hoge Raad heeft de maatstaf op 15 oktober 2024 in twee arresten bevestigd. In ECLI:NL:HR:2024:1398 ging het om een bestuurster die in het donker op de N242 over de dubbele doorgetrokken streep raakte en frontaal botste; de passagier van de tegenligger overleed. De Hoge Raad oordeelde dat ook een kort moment van onoplettendheid, afhankelijk van de verkeerssituatie, als zeer onvoorzichtig kan worden aangemerkt. De veroordeling bleef staan.
In ECLI:NL:HR:2024:1405 reed een bestuurder op de N297 bij Born, waar 80 km/u geldt, op de vlucht voor de politie met 175 tot 184 km/u en probeerde links in te halen. De bestuurder van de geraakte auto liep zwaar letsel op. De Hoge Raad oordeelde dat roekeloosheid in elk geval aanwezig is als het gedrag ook zeer gevaarlijk rijgedrag oplevert (artikel 5a WVW 1994).
Wordt de schuld niet bewezen, dan kan nog een veroordeling volgen voor een lichter feit, zoals het veroorzaken van gevaar op de weg (artikel 5 WVW 1994). Reed de bestuurder onder invloed, weigerde hij een ademtest, reed hij veel te hard, kleefde hij bumpers, verleende hij geen voorrang of haalde hij gevaarlijk in, dan kunnen de maxima van artikel 175 met de helft worden verhoogd (artikel 175 lid 3 WVW 1994). De rechter kan daarnaast de rijbevoegdheid ontzeggen.
Wanneer is een bestuurder strafbaar voor nalatigheid?
Een bestuurder kan worden vervolgd als feitelijk leidinggevende van een strafbaar feit dat de organisatie pleegt. Dat kan ook als hij niets doet, terwijl hij bevoegd en redelijkerwijs gehouden was om het feit te voorkomen.
Volgens artikel 51 Sr kan een rechtspersoon zelf een strafbaar feit plegen. Het OM kan dan de rechtspersoon vervolgen, degene die feitelijk leiding gaf aan het verboden gedrag, of beiden. De Hoge Raad heeft het kader verduidelijkt op 26 april 2016 (ECLI:NL:HR:2016:733). Ook een passieve rol kan feitelijk leidinggeven zijn, als de verdachte bevoegd en redelijkerwijs gehouden is maatregelen te treffen en dat nalaat. Ondergrens is dat hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat de verboden gedraging zich voordoet.
Voor feitelijk leidinggeven is dus een vorm van opzet nodig, niet alleen slordigheid. Voor een bestuurder die bij een ongeval in het bedrijf betrokken raakt, is daarom van belang wat hij wist en wat hij met die kennis deed. Meer leest u in onze artikelen over bestuurdersaansprakelijkheid bij strafbare feiten binnen een bv en over milieudelicten binnen de onderneming.
Welke plichten leggen toezichtswetten op?
In gereguleerde sectoren leggen toezichtswetten concrete plichten op aan de organisatie en haar bestuurders. De Wet op het financieel toezicht (Wft) eist van banken, verzekeraars en beleggingsondernemingen een integere en beheerste bedrijfsvoering. Trustkantoren hebben volgens de Wet toezicht trustkantoren een vergunning van De Nederlandsche Bank nodig.
De Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) verplicht instellingen om cliënten te onderzoeken en ongebruikelijke transacties te melden bij de Financial Intelligence Unit. Schending van die plichten is een economisch delict. Hoe dat uitpakt, leest u in ons artikel over witwassen binnen een bv. In de zorg verplicht de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) zorgaanbieders om calamiteiten te melden bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.
Toezichthouders zoals DNB, de AFM en de IGJ kunnen een aanwijzing geven, een bestuurlijke boete opleggen of een vergunning intrekken. Ernstige overtredingen kunnen zij doorgeven aan het Openbaar Ministerie. Meer over de bestuurlijke route leest u in ons artikel over bestuursrechtelijke handhaving.
Hoe beperkt een organisatie het risico?
Een organisatie beperkt het risico door haar plichten te vertalen naar duidelijke procedures en vast te leggen dat die worden nageleefd: een actuele risicoanalyse, instructies en opleiding, en een vaste route voor het melden en opvolgen van incidenten. Een bestuurder die aantoonbaar heeft ingegrepen zodra hij van een risico wist, staat sterker dan een bestuurder die signalen liet liggen; dat raakt direct aan de maatstaf van HR 26 april 2016.
Wat is het verschil met civiele aansprakelijkheid?
Het strafrecht bestraft verwijtbaar gedrag; het civiele recht regelt wie de schade betaalt. In het civiele recht is wie een onrechtmatige daad pleegt die hem kan worden toegerekend, verplicht de schade te vergoeden (artikel 6:162 BW). Meer daarover leest u in ons artikel over aansprakelijkheid en over naar de rechter stappen voor schadevergoeding.
In het strafrecht moet de rechter uit het wettige bewijs de overtuiging krijgen dat de verdachte het feit heeft begaan (artikel 338 Sv). Een vrijspraak sluit civiele aansprakelijkheid daarom niet uit. Een slachtoffer of nabestaande kan zich in het strafproces voegen als benadeelde partij, voor eenvoudig vast te stellen schade (artikel 51f Sv). Gaat het om letselschade, dan verwijzen wij voor de afwikkeling van de schadeclaim naar een letselschadespecialist.
Hoe verweert u zich tegen een verdenking van strafbare nalatigheid?
In zaken rond ongevallen legt de politie snel verklaringen vast, vaak kort na een ingrijpende gebeurtenis. U heeft het recht om te zwijgen (artikel 29 Sv) en het recht op een advocaat vóór en tijdens het verhoor. Verklaringen uit die eerste uren bepalen vaak het verdere dossier.
Inhoudelijk zijn er verschillende invalshoeken. Was er een bijzondere plicht om te handelen? Wijkt het gedrag echt aanmerkelijk af van wat mocht worden verwacht? Is het gevolg aan u toe te rekenen? Ook overmacht (artikel 40 Sr) en afwezigheid van alle schuld kunnen aan de orde komen. Bij professionals kan een deskundige onderbouwen dat volgens de geldende beroepsnorm is gehandeld. Omdat een vrijspraak van dood door schuld kan uitmonden in een veroordeling voor gevaar op de weg, richt een goede voorbereiding zich op het hele dossier.
Hoe wij u bijstaan bij een verdenking van strafbare nalatigheid
Een strafrechtadvocaat van ons kantoor verdedigt particulieren, professionals en bestuurders die worden verdacht van een culpoos delict.
- Wij staan u bij vóór en tijdens het eerste politieverhoor en bespreken of u een verklaring aflegt.
- Wij toetsen of uw gedrag aanmerkelijk onvoorzichtig was, gemeten aan de wet, de beroepsnormen en de omstandigheden.
- Wij onderzoeken of het gevolg aan u kan worden toegerekend en schakelen zo nodig een deskundige in.
- Wij beoordelen bij bestuurders of aan de maatstaf voor feitelijk leidinggeven uit artikel 51 Sr is voldaan.
- Wij verdedigen u op de zitting, ook tegen bijkomende straffen zoals een rijontzegging of ontzetting uit het beroep.
Strafbare nalatigheid in vier punten
- Een kort moment van onoplettendheid kan in een gevaarlijke verkeerssituatie al genoeg zijn voor schuld (HR 15 oktober 2024).
- Roekeloosheid verdubbelt het strafmaximum en ligt in elk geval voor bij zeer gevaarlijk rijgedrag.
- Een bestuurder is pas feitelijk leidinggevende als hij bewust de aanmerkelijke kans op het verboden gedrag aanvaardde.
- Wat u in de eerste uren verklaart, bepaalt vaak het dossier: u mag zwijgen en een advocaat vragen.
Veelgestelde vragen
Welke andere gevolgen dan een straf kan een ongeval door nalatigheid hebben?
U kunt civielrechtelijk aansprakelijk zijn voor de schade. Hoe een slachtoffer u daarvoor aanspreekt, leest u in ons artikel over de aansprakelijkheidsstelling. Bij een fout in de uitoefening van uw beroep kan ook tuchtrecht of een arbeidsrechtelijke maatregel volgen.
Hoe wordt verantwoordelijkheid vastgesteld bij beroepsmatige nalatigheid, zoals bij artsen of advocaten?
De rechter toetst het handelen aan de professionele standaard: wat mocht van een redelijk bekwame en redelijk handelende beroepsgenoot worden verwacht? Richtlijnen, protocollen en deskundigen spelen daarbij een grote rol. Daarnaast is er tuchtrecht: zorgverleners met een BIG-registratie vallen onder de tuchtcolleges voor de gezondheidszorg, advocaten onder de raad van discipline.