Gepubliceerd op 9 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 6 oktober 2026
U bent strafbaar voor nalatigheid als u aanmerkelijk onvoorzichtig bent geweest en daardoor iemand overlijdt of zwaar gewond raakt, of als u een wettelijke plicht om te handelen niet nakomt. Een gewone vergissing of een kort moment van onoplettendheid is daarvoor meestal niet genoeg.
Het Nederlandse strafrecht noemt dit schuld. Dat is een lichtere vorm van verwijtbaarheid dan opzet. De bekendste voorbeelden zijn dood door schuld (artikel 307 Wetboek van Strafrecht) en het veroorzaken van een verkeersongeval (artikel 6 Wegenverkeerswet 1994). Het speelt ook bij bedrijfsongevallen, in de zorg en bij bestuurders van organisaties.

Inhoudsopgave
Wat is strafbare nalatigheid?
Strafbare nalatigheid is gedrag dat duidelijk tekortschiet ten opzichte van wat van een zorgvuldig persoon in dezelfde situatie mocht worden verwacht. De rechtspraak spreekt van verwijtbare, aanmerkelijke onvoorzichtigheid.
Het verschil met gewone nalatigheid zit in de mate van het tekortschieten. Voor een schadevergoeding in het civiele recht kan een kleine fout al genoeg zijn. Voor een strafrechtelijke veroordeling moet het gedrag aanmerkelijk afwijken van de norm. Daarnaast moet er meestal een ernstig gevolg zijn: de dood van een ander, zwaar lichamelijk letsel of een ander gevolg dat de wet noemt.

Schuld en opzet: wat is het verschil?
Bij opzet wilt u het gevolg, of aanvaardt u bewust de aanmerkelijke kans dat het intreedt. Bij schuld wilt u het gevolg niet, maar had u het kunnen en moeten voorkomen.
Een automobilist die met hoge snelheid door een woonwijk rijdt en een voetganger aanrijdt, heeft dat ongeval niet gewild. Toch kan hem worden verweten dat hij veel te hard reed. Dat is schuld. Wie bewust op een ander inrijdt, handelt met opzet; dan komen zwaardere delicten zoals doodslag of zware mishandeling in beeld. Hoe de rechter die grens trekt, bespreken wij ook in ons artikel over onbewust gevaarlijk gedrag.
Wat is het verschil tussen nalatig handelen en nalaten te handelen?
Nalatigheid kan bestaan uit onzorgvuldig handelen, maar ook uit niets doen terwijl u had moeten ingrijpen. Het strafrecht behandelt beide vormen, maar met verschillende eisen.
Wie onzorgvuldig handelt, bijvoorbeeld door onvoorzichtig met vuur om te gaan, kan strafbaar zijn als dat tot ernstige gevolgen leidt. Wij werken dat uit in ons artikel over brand door onoplettendheid. Wie niets doet, is alleen strafbaar als de wet dat nalaten zelf strafbaar stelt, of als op hem een bijzondere plicht rustte om te handelen. Dat bespreken wij hieronder.
Wanneer is niets doen strafbaar?
Niets doen is strafbaar als de wet dat uitdrukkelijk bepaalt, of als u door uw positie verplicht was om in te grijpen. Juristen spreken van zuivere en oneigenlijke omissiedelicten.
Wat is een zuiver omissiedelict?
Bij een zuiver omissiedelict is het nalaten zelf strafbaar gesteld. Het bekendste voorbeeld is artikel 450 Sr. Wie getuige is van ogenblikkelijk levensgevaar voor een ander en nalaat hulp te bieden die hij zonder gevaar voor zichzelf of anderen kon geven, kan worden gestraft als het slachtoffer overlijdt. Het maximum is drie maanden hechtenis of een geldboete van de tweede categorie.
Een ander voorbeeld is artikel 160 Sr. Dat verplicht iemand die weet dat bepaalde zeer ernstige misdrijven worden beraamd, zoals een levensdelict of verkrachting, om daarvan tijdig melding te doen. Ook sectorale wetten kennen meldplichten, zoals de plicht om ongebruikelijke transacties te melden. Wie die plicht verzuimt, kan een economisch delict plegen.
Wat is een oneigenlijk omissiedelict?
Bij een oneigenlijk omissiedelict wordt een gewoon delict, zoals dood door schuld, gepleegd door niets te doen. Dat kan alleen als op de verdachte een bijzondere rechtsplicht rustte om het gevolg te voorkomen.
Zo’n plicht kan voortkomen uit de wet, uit een overeenkomst of uit een bijzondere relatie of positie. Denk aan een ouder tegenover een jong kind, een zorgverlener tegenover een patiënt, een werkgever tegenover werknemers of iemand die zelf een gevaarlijke situatie in het leven heeft geroepen. Een ouder die zijn kind geen medische hulp laat geven terwijl het zichtbaar ernstig ziek is, kan zo aansprakelijk worden voor het overlijden. Zie ook ons artikel over medische fouten en strafrechtelijke schuld.
Voor een veroordeling moet bovendien vaststaan dat u in staat was om te handelen, en dat ingrijpen het gevolg waarschijnlijk had voorkomen.
Wanneer ontstaat strafrechtelijke verantwoordelijkheid?
Strafrechtelijke verantwoordelijkheid ontstaat als vier elementen samenkomen: een norm die u had moeten naleven, een aanmerkelijke schending daarvan, een ernstig gevolg en een verband tussen die schending en het gevolg. Het Openbaar Ministerie moet elk element bewijzen.

Aan welke norm wordt uw gedrag getoetst?
De norm volgt uit de wet, uit beroepsregels en richtlijnen of uit wat in de situatie van een zorgvuldig persoon mocht worden verwacht. Van een professional, zoals een arts, installateur of vrachtwagenchauffeur, mag meer worden verwacht dan van een leek.
De rechter beoordeelt het gedrag als geheel. Hij kijkt naar de aard en ernst van de gedraging en naar de omstandigheden, zoals kennis, ervaring, tijdsdruk en zicht. Een lichte fout of een kort moment van onoplettendheid leidt niet vanzelf tot een veroordeling. Ook de ernst van het gevolg is op zichzelf niet beslissend: een dodelijk ongeval betekent niet automatisch dat iemand aanmerkelijk onvoorzichtig was.
Wanneer wordt het gevolg aan u toegerekend?
Het gevolg moet redelijkerwijs aan uw gedrag kunnen worden toegerekend. Was het gevolg voor een zorgvuldig persoon voorzienbaar, dan ligt toerekening voor de hand.
Dat verband kan onderwerp van discussie zijn. Een voorbeeld is een slachtoffer dat pas lange tijd na een ongeval overlijdt, na complicaties in het ziekenhuis. Dan moet de rechter vaststellen dat het overlijden nog redelijkerwijs aan het verkeersgedrag kan worden toegerekend. Ook het eigen gedrag van het slachtoffer of van derden kan die toerekening beïnvloeden.
Welke straffen staan op strafbare nalatigheid?
Op dood door schuld staat maximaal twee jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie. Bij roekeloosheid is dat maximaal vier jaar.
Dat volgt uit artikel 307 van het Wetboek van Strafrecht. Artikel 308 Sr stelt het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel door schuld strafbaar, met maximaal één jaar gevangenisstraf, of twee jaar bij roekeloosheid. Onder zwaar lichamelijk letsel valt ook letsel waardoor iemand tijdelijk ziek of niet in staat is om te werken.
Gebeurt het feit bij de uitoefening van een ambt of beroep, dan kan de gevangenisstraf volgens artikel 309 Sr met een derde worden verhoogd. De rechter kan dan ook ontzetting uit het beroep uitspreken en de openbaarmaking van het vonnis bevelen. Dit zijn maxima. In de praktijk legt de rechter bij een first offender vaak een taakstraf of een voorwaardelijke straf op, afhankelijk van de mate van schuld en de gevolgen.
Wanneer bent u strafbaar voor nalatigheid in het verkeer?
Veroorzaakt u door uw schuld een verkeersongeval waarbij iemand overlijdt of zwaar gewond raakt, dan overtreedt u artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Dat is het meest voorkomende culpoze delict in de praktijk.
Schuld betekent hier, volgens de Hoge Raad, dat u aanmerkelijk onvoorzichtig bent geweest ten opzichte van wat van een gemiddelde verkeersdeelnemer in dezelfde situatie mocht worden verwacht. De rechter weegt het wegtype, het zicht, het weer, de drukte en uw rijgedrag. Wordt de schuld niet bewezen, dan kan nog een veroordeling volgen voor een lichter feit, zoals het veroorzaken van gevaar op de weg (artikel 5 Wegenverkeerswet 1994).
De straffen staan in artikel 175 Wegenverkeerswet 1994. Bij een dodelijk ongeval is het maximum drie jaar gevangenisstraf, bij zwaar letsel achttien maanden. Is sprake van roekeloosheid, dan gaat het om zes respectievelijk drie jaar. Reed de bestuurder onder invloed, of weigerde hij mee te werken aan een ademtest, dan kunnen die maxima met de helft worden verhoogd. De rechter kan daarnaast de rijbevoegdheid ontzeggen.
Wanneer is een bestuurder strafbaar voor nalatigheid?
Een bestuurder kan worden vervolgd als feitelijk leidinggevende van een strafbaar feit dat de organisatie pleegt. Dat kan ook als hij niets doet, terwijl hij bevoegd en redelijkerwijs gehouden was om het feit te voorkomen.
Volgens artikel 51 Sr kan een rechtspersoon zelf een strafbaar feit plegen. Het OM kan dan de rechtspersoon vervolgen, degene die feitelijk leiding gaf aan het verboden gedrag, of beiden. De Hoge Raad heeft de maatstaf samengevat in zijn arrest van 26 april 2016 (ECLI:NL:HR:2016:733). Een bestuurder die maatregelen achterwege laat terwijl hij daartoe bevoegd en gehouden is, en daarmee bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat het verboden gedrag zich voordoet, kan feitelijk leidinggevende zijn.
Voor feitelijk leidinggeven is dus een vorm van opzet nodig, niet alleen slordigheid. Voor een bestuurder die bij een ongeval in het bedrijf betrokken raakt, is het daarom van belang wat hij wist en wat hij met die kennis deed. Wanneer een bestuurder persoonlijk wordt aangesproken, bespreken wij in onze artikelen over bestuurdersaansprakelijkheid bij strafbare feiten binnen een bv en over milieudelicten binnen de onderneming.
Welke plichten leggen toezichtswetten op?
In gereguleerde sectoren leggen toezichtswetten concrete plichten op aan de organisatie en haar bestuurders. Wie die plichten negeert, riskeert bestuurlijke sancties en soms strafvervolging.
De Wet op het financieel toezicht (Wft) eist van banken, verzekeraars en beleggingsondernemingen een integere en beheerste bedrijfsvoering. Trustkantoren hebben volgens de Wet toezicht trustkantoren een vergunning van De Nederlandsche Bank nodig. Accountantsorganisaties die wettelijke controles uitvoeren, vallen onder de Wet toezicht accountantsorganisaties en het toezicht van de AFM.
De Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) verplicht instellingen om cliënten te onderzoeken, de herkomst van middelen vast te stellen en ongebruikelijke transacties te melden bij de Financial Intelligence Unit. Schending van die plichten is een economisch delict. Hoe dat uitpakt, leest u in ons artikel over witwassen binnen een bv. In de zorg verplicht de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) zorgaanbieders om calamiteiten te melden bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.
Toezichthouders zoals DNB, de AFM en de IGJ kunnen een aanwijzing geven, een bestuurlijke boete opleggen of een vergunning intrekken. Ernstige overtredingen kunnen zij doorgeven aan het Openbaar Ministerie. Meer over de bestuurlijke route leest u in ons artikel over bestuursrechtelijke handhaving.
Hoe beperkt een organisatie het risico?
Een organisatie beperkt het risico door haar plichten te vertalen naar duidelijke procedures en door vast te leggen dat die worden nageleefd. Bij een incident is die vastlegging vaak het belangrijkste bewijs.
Denk aan een actuele risicoanalyse, instructies en opleiding voor medewerkers, en een vaste route voor het melden en opvolgen van incidenten. Compliance- en auditfuncties signaleren tekortkomingen en rapporteren aan het bestuur. Het bestuur blijft eindverantwoordelijk en moet laten zien dat het op signalen heeft gereageerd.
Een bestuurder die aantoonbaar heeft ingegrepen zodra hij van een risico wist, staat sterker dan een bestuurder die signalen liet liggen. Leg daarom besluiten, afwegingen en genomen maatregelen schriftelijk vast.
Wat is het verschil met civiele aansprakelijkheid?
Het strafrecht bestraft verwijtbaar gedrag; het civiele recht regelt wie de schade betaalt. Voor civiele aansprakelijkheid is een lichtere fout genoeg dan voor een strafrechtelijke veroordeling.
In het civiele recht is iemand die een onrechtmatige daad pleegt die hem kan worden toegerekend, verplicht de schade te vergoeden (artikel 6:162 BW). Wie schade stelt, moet in beginsel de fout en het verband met de schade bewijzen. Meer daarover leest u in ons artikel over aansprakelijkheid en in ons artikel over naar de rechter stappen voor schadevergoeding.
In het strafrecht moet de rechter uit het wettige bewijs de overtuiging krijgen dat de verdachte het feit heeft begaan (artikel 338 Wetboek van Strafvordering). Een vrijspraak sluit civiele aansprakelijkheid daarom niet uit. Een slachtoffer of nabestaande kan zich in het strafproces ook voegen als benadeelde partij, voor eenvoudig vast te stellen schade. Gaat het om letselschade, dan verwijzen wij voor de afwikkeling van de schadeclaim naar een letselschadespecialist.
Hoe verweert u zich tegen een verdenking van strafbare nalatigheid?
Het verweer richt zich meestal op de vraag of uw gedrag werkelijk aanmerkelijk onvoorzichtig was, en of het gevolg aan u kan worden toegerekend. Laat u daarbij vanaf het eerste verhoor bijstaan.
In zaken rond ongevallen legt de politie snel verklaringen vast, vaak kort na een ingrijpende gebeurtenis. U heeft het recht om te zwijgen en het recht op een advocaat vóór en tijdens het verhoor. Verklaringen uit die eerste uren bepalen vaak het verdere dossier.
Inhoudelijk zijn er verschillende invalshoeken. Was er een bijzondere plicht om te handelen? Wijkt het gedrag echt aanmerkelijk af van wat van een zorgvuldig persoon mocht worden verwacht? Is het gevolg aan u toe te rekenen, of speelden andere oorzaken een doorslaggevende rol? Ook overmacht (artikel 40 Sr) en afwezigheid van alle schuld kunnen aan de orde komen. Bij professionals kan een deskundige onderbouwen dat volgens de geldende beroepsnorm is gehandeld.
Een verdachte die wordt vrijgesproken van dood door schuld, kan toch voor een lichter feit worden veroordeeld, zoals gevaar op de weg. Een goede voorbereiding richt zich daarom op het hele dossier, niet alleen op de zwaarste verdenking.
Wat kunnen wij voor u doen bij een verdenking van strafbare nalatigheid?
Wij verdedigen particulieren, professionals en bestuurders die worden verdacht van een culpoos delict.
- Wij staan u bij vóór en tijdens het eerste politieverhoor en bespreken met u of u een verklaring aflegt.
- Wij toetsen of uw gedrag werkelijk aanmerkelijk onvoorzichtig was, gemeten aan de wet, de beroepsnormen en de omstandigheden van het moment.
- Wij onderzoeken of het gevolg aan u kan worden toegerekend en schakelen zo nodig een deskundige in.
- Wij beoordelen bij bestuurders of aan de maatstaf voor feitelijk leidinggeven uit artikel 51 Sr is voldaan.
- Wij verdedigen u op de zitting, ook tegen bijkomende straffen zoals een rijontzegging of ontzetting uit het beroep (artikel 309 Sr).
Samengevat
- Nalatigheid is strafbaar bij aanmerkelijke onvoorzichtigheid die leidt tot een ernstig gevolg, zoals de dood of zwaar letsel van een ander.
- Niets doen is alleen strafbaar als de wet dat bepaalt of als u een bijzondere plicht had om in te grijpen.
- Op dood door schuld staat maximaal twee jaar gevangenisstraf, bij roekeloosheid vier jaar; in het verkeer gelden hogere maxima.
- Bestuurders kunnen als feitelijk leidinggevende worden vervolgd als zij bewust de aanmerkelijke kans op het verboden gedrag aanvaardden.
- Een vrijspraak in het strafrecht sluit civiele aansprakelijkheid voor de schade niet uit.
Veelgestelde vragen
Wat zijn de criteria voor strafbare nalatigheid in het Nederlandse recht?
U moet aanmerkelijk onvoorzichtig zijn geweest: uw gedrag schoot duidelijk tekort ten opzichte van wat van een zorgvuldig persoon in dezelfde situatie mocht worden verwacht. Daarnaast moet er een ernstig gevolg zijn, zoals de dood of zwaar lichamelijk letsel van een ander.
Dat gevolg moet redelijkerwijs aan uw gedrag kunnen worden toegerekend. Gaat het om nalaten, dan moet bovendien op u een bijzondere plicht hebben gerust om in te grijpen, bijvoorbeeld als ouder, zorgverlener of werkgever.
Welke gevolgen heeft het veroorzaken van een ongeval door nalatigheid?
Op dood door schuld staat volgens artikel 307 Sr maximaal twee jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie. Bij een verkeersongeval gelden de hogere maxima van artikel 175 Wegenverkeerswet 1994, en kan de rechter uw rijbevoegdheid ontzeggen.
Daarnaast kunt u civielrechtelijk aansprakelijk zijn voor de schade. Hoe een slachtoffer u daarvoor aanspreekt, leest u in ons artikel over de aansprakelijkheidsstelling. Bij een fout in de uitoefening van uw beroep kan ook tuchtrecht of een arbeidsrechtelijke maatregel volgen.
Hoe wordt verantwoordelijkheid vastgesteld bij beroepsmatige nalatigheid, zoals bij artsen of advocaten?
De rechter toetst het handelen aan de professionele standaard: wat mocht van een redelijk bekwame en redelijk handelende beroepsgenoot worden verwacht? Richtlijnen, protocollen en het oordeel van deskundigen spelen daarbij een grote rol.
Naast het strafrecht en het civiele recht is er het tuchtrecht. Zorgverleners met een BIG-registratie vallen onder de tuchtcolleges voor de gezondheidszorg, advocaten onder de raad van discipline. De maatregelen lopen van een waarschuwing tot doorhaling in het register of schrapping van het tableau.
Wat is het verschil tussen civiele en strafrechtelijke aansprakelijkheid bij nalatigheid?
Het strafrecht bestraft verwijtbaar gedrag; het Openbaar Ministerie vervolgt namens de samenleving. Het civiele recht gaat over vergoeding van de schade van het slachtoffer, die zelf een vordering moet instellen of zich als benadeelde partij in het strafproces kan voegen.
Voor een strafrechtelijke veroordeling moet de rechter uit wettig bewijs overtuigd zijn dat u het feit heeft begaan, en moet uw schuld aanmerkelijk zijn. Voor civiele aansprakelijkheid is een lichtere fout genoeg. Een vrijspraak sluit een civiele schadevergoeding daarom niet uit.
Welke verweren zijn mogelijk bij een verdenking van strafbare nalatigheid?
Een strafrechtadvocaat kan betwisten dat uw gedrag aanmerkelijk onvoorzichtig was, dat er een plicht tot handelen bestond of dat het gevolg aan u kan worden toegerekend.
Ook overmacht (artikel 40 Sr), afwezigheid van alle schuld, verjaring of fouten in het opsporingsonderzoek kunnen een rol spelen. Bij beroepsmatige nalatigheid kan een deskundige onderbouwen dat volgens de geldende beroepsnorm is gehandeld.
Hoe kijkt de rechtspraak naar strafbare nalatigheid?
De Hoge Raad benadrukt dat de rechter het geheel van de gedragingen, de aard en ernst daarvan en de omstandigheden van het geval moet beoordelen. Een kort moment van onoplettendheid of een ernstig gevolg alleen is niet genoeg voor een veroordeling.
Roekeloosheid, met de hogere strafmaxima, is voorbehouden aan uitzonderlijk onvoorzichtig gedrag waardoor zeer ernstig gevaar ontstond en waarvan de verdachte zich bewust was of had moeten zijn. De uitkomst blijft sterk afhankelijk van de feiten van de zaak.
Law & More staat verdachten bij in zaken rond ongevallen, zorg en bedrijfsvoering, vanaf het eerste verhoor tot en met de zitting. Twijfelt u over uw positie? Leg uw situatie aan ons voor. Wij laten u binnen één werkdag weten wat uw opties zijn.