Gepubliceerd op 16 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026
Iemand is niet toerekeningsvatbaar als een psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap het strafbare feit zo sterk heeft beïnvloed, dat het hem niet kan worden aangerekend. Hij krijgt dan geen straf, maar de rechter kan wel een maatregel opleggen, zoals tbs.
Dat volgt uit artikel 39 van het Wetboek van Strafrecht. Volledige ontoerekeningsvatbaarheid komt weinig voor. Veel vaker oordeelt de rechter dat iemand verminderd toerekeningsvatbaar was: dan volgt wel een veroordeling, maar weegt de stoornis mee bij de straf. Zelf gekozen gebruik van alcohol of drugs maakt iemand in de regel niet ontoerekeningsvatbaar.
Inhoudsopgave
Wat zegt artikel 39 Sr precies?
Artikel 39 van het Wetboek van Strafrecht luidt sinds 1 januari 2020: “Niet strafbaar is hij die een feit begaat, dat hem wegens de psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap niet kan worden toegerekend.” Daarvoor sprak de wet van “gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens”. De nieuwe woorden sluiten aan bij de Wet verplichte ggz en de Wet zorg en dwang, die op dezelfde datum in werking traden.
Het feit blijft strafbaar; alleen de dader niet. Juristen noemen dit een schulduitsluitingsgrond. Het gevolg is geen vrijspraak, maar ontslag van alle rechtsvervolging: de rechter stelt vast dat het feit bewezen is, maar dat de dader niet strafbaar is. Meer over dit onderscheid leest u in ons artikel over strafuitsluitingsgronden.
Aan welke drie voorwaarden moet zijn voldaan?
Een diagnose alleen is niet genoeg. De rechter toetst drie dingen.
| Voorwaarde | Wat dat betekent |
|---|---|
| Er was een stoornis, aandoening of handicap | Bijvoorbeeld een psychose, ernstige depressie, bipolaire stoornis, dementie of ernstige verstandelijke beperking. Ook een persoonlijkheidsstoornis of verslaving kan meetellen. |
| Op het moment van het feit | Herstel of achteruitgang daarna doet voor de toerekening niet ter zake. |
| De stoornis beïnvloedde het feit | Staat het feit los van de stoornis, dan blijft de dader toerekeningsvatbaar. Hoe sterker de invloed, hoe minder het feit kan worden toegerekend. |
Gedragsdeskundigen onderzoeken de verdachte vaak pas maanden na het feit. Zij moeten dan terugredeneren naar de toestand op dat moment, met het dossier, verklaringen van getuigen, medische gegevens en hun eigen onderzoek.
Een voorbeeld ter illustratie: een verdachte met een psychose die handelt vanuit waanideeën, kan ontoerekeningsvatbaar zijn. Pleegt dezelfde persoon een fraude die niets met zijn psychose te maken heeft, dan ligt dat anders.
Volledig of verminderd toerekeningsvatbaar?
De wet kent alleen de vraag of een feit wel of niet kan worden toegerekend. In de praktijk gebruikt de rechter ook een tussenvorm: de stoornis heeft het feit gedeeltelijk beïnvloed. Dan spreken we van verminderde toerekeningsvatbaarheid, die vooral bij de straftoemeting meeweegt.
Lange tijd werkten gedragsdeskundigen met een vaste schaal, van volledig toerekeningsvatbaar via licht, gewoon en sterk verminderd tot ontoerekeningsvatbaar. Tegenwoordig beschrijven zij vooral in welke mate de stoornis doorwerkte in het feit. De juridische conclusie trekt de rechter zelf.
| Oordeel | Uitspraak | Mogelijke gevolgen |
|---|---|---|
| Volledig toerekeningsvatbaar | Veroordeling | Gewone straf; tbs alleen als aan artikel 37a Sr is voldaan |
| Verminderd toerekeningsvatbaar | Veroordeling | Straf kan lager uitvallen; vaak gecombineerd met tbs of bijzondere voorwaarden zoals behandeling (artikel 14c Sr) |
| Volledig ontoerekeningsvatbaar | Ontslag van alle rechtsvervolging | Geen straf; wel tbs of verplichte zorg via een zorgmachtiging mogelijk |
Volledige ontoerekeningsvatbaarheid wordt alleen aangenomen als de stoornis het gedrag vrijwel geheel bepaalde, bijvoorbeeld bij iemand die in een acute psychose handelt zonder besef van wat hij deed. Bij verminderde toerekeningsvatbaarheid had de verdachte nog enig inzicht en enige keuzevrijheid. Welke factoren verder meewegen bij de straf, leest u in ons artikel over de beslissing van de rechter over de straf.
Hoe stelt de rechter toerekeningsvatbaarheid vast?
De rechter beslist, meestal op basis van een rapport van een psychiater en een psycholoog. Hij is niet aan dat advies gebonden, maar moet uitleggen waarom hij ervan afwijkt.
Een onderzoek naar de persoon volgt als er aanwijzingen zijn voor een stoornis. Het verzoek kan komen van de officier van justitie, de rechter-commissaris, de rechter of de verdediging, en wordt vaak al in de voorfase gedaan, soms op een pro-formazitting. Het onderzoek loopt via het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP). Ook de reclassering adviseert vaak; zie ons artikel over de rol van de reclassering. Hoe dit past in het verloop van de zaak, leest u in ons artikel van aanhouding tot vrijspraak.
Ambulant onderzoek of het Pieter Baan Centrum?
Meestal onderzoeken een psychiater en een psycholoog de verdachte ambulant, bijvoorbeeld in de gevangenis. In complexe en ernstige zaken kan de rechter-commissaris een klinische observatie in het Pieter Baan Centrum bevelen (artikel 196 Sv). Volgens het NIFP duurt die in principe zes weken. Meer leest u in ons artikel over het Pieter Baan Centrum en op de pagina over onderzoek naar ontoerekeningsvatbaarheid van de Rijksoverheid.
Wat als de verdachte niet meewerkt?
Een verdachte mag weigeren mee te werken. De deskundigen kunnen dan vaak geen onderbouwd oordeel geven, en de rechter gaat dan meestal uit van volledige toerekeningsvatbaarheid. Toch kan tbs worden opgelegd zonder volledig rapport: volgens artikel 37a lid 4 Sr vervalt bij een weigering de eis van een advies van twee gedragsdeskundigen, en kan de rechter andere gegevens gebruiken. Bespreek daarom vooraf met uw advocaat of meewerken verstandig is.
Maken alcohol en drugs iemand ontoerekeningsvatbaar?
In de regel niet. Wie vrijwillig alcohol of drugs gebruikt en daarna een strafbaar feit pleegt, wordt daarvoor verantwoordelijk gehouden. De gedachte is dat u zelf voor het gebruik hebt gekozen. Juristen noemen dat culpa in causa: de schuld ligt in de oorzaak.
Een psychose na amfetamine en wodka: HR 30 juni 2020
Hoe ver die regel gaat, blijkt uit een arrest van de Hoge Raad van 30 juni 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1073). Een man had met zijn vriendin amfetamine en wodka gebruikt en raakte in een psychose met paranoïde wanen. In die toestand stichtte hij brand en stak hij met een mes op twee mensen in een auto in.
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vond hem verminderd toerekeningsvatbaar, omdat hij had kunnen voorzien dat de combinatie van amfetamine en alcohol een risico op psychose en gevaarlijk gedrag meebracht. De verdediging betoogde dat de feiten alleen toerekenbaar waren als hij had moeten weten dat een psychose kon ontstaan en dat juist deze feiten voorzienbaar waren. De Hoge Raad wees die maatstaf af: daarvoor is in de wet geen steun. Dat de middelen sterker werkten dan hij had verwacht, maakte het oordeel niet anders.
Wanneer tellen middelen wel mee?
Bij onvrijwillig gebruik, bijvoorbeeld als iemand zonder zijn medeweten is gedrogeerd, kan de toerekening anders uitvallen. Een ernstige verslaving kan onder omstandigheden als stoornis meewegen, vooral in combinatie met andere psychische problemen. Dat leidt dan meestal tot verminderde, en zelden tot volledige ontoerekeningsvatbaarheid.
Welke maatregelen zijn mogelijk na ontslag van rechtsvervolging?
Bij volledige ontoerekeningsvatbaarheid volgt geen straf, maar vaak wel een maatregel ter bescherming van de samenleving. De bekendste is de terbeschikkingstelling (tbs).
Tbs: voorwaarden en duur
Volgens artikel 37a Sr kan tbs worden opgelegd als de verdachte tijdens het feit een stoornis had, het gaat om een misdrijf waarop vier jaar gevangenisstraf of meer staat (of een van de misdrijven die het artikel noemt) en de veiligheid van anderen het eist. De rechter heeft daarvoor in beginsel een advies nodig van twee gedragsdeskundigen van verschillende disciplines, van wie één psychiater is.
Er zijn twee vormen: tbs met voorwaarden en tbs met dwangverpleging in een forensisch psychiatrisch centrum. Tbs duurt eerst twee jaar en kan daarna telkens met één of twee jaar worden verlengd (artikel 38d en 38e Sr). Bij een misdrijf gericht tegen of gevaarlijk voor de onaantastbaarheid van het lichaam kent tbs met dwangverpleging geen vaste einddatum.
Verplichte zorg via de strafrechter
Sinds 1 januari 2020 kan de strafrechter ook een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte ggz of een rechterlijke machtiging op grond van de Wet zorg en dwang afgeven. Dat vervangt de oude plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis van artikel 37 Sr, dat per die datum is vervallen.
Is er geen gevaar voor herhaling, dan kan de zaak ook zonder maatregel eindigen. Voor slachtoffers en nabestaanden is dat vaak moeilijk te aanvaarden. Bij tbs volgt terugkeer in de samenleving pas als het risico voldoende is teruggebracht.
Wat kunt u als verdachte of naaste zelf doen?
Zijn er aanwijzingen voor psychische problemen, meld dat dan vroeg aan de advocaat. Die kan een onderzoek naar de persoon vragen en ervoor zorgen dat relevante medische informatie in het dossier komt, zoals gegevens van een huisarts, psychiater of eerdere behandelaar en verklaringen van familie over de periode voor het feit. De verdachte beslist zelf of hij medische gegevens deelt.
Het is een strategische afweging. Een beroep op verminderde toerekeningsvatbaarheid kan tot een lagere straf leiden, maar ook tot tbs, en die maatregel kan langer duren dan een gevangenisstraf. Wil de verdediging dat de verminderde toerekeningsvatbaarheid tot een concrete strafvermindering leidt, dan moet zij dat uitdrukkelijk onderbouwen: alleen dan moet de rechter nader motiveren als hij afwijkt (Hoge Raad 14 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:477).
Bij een verdenking in een zware zaak is bijstand door een strafrechtadvocaat vanaf het eerste verhoor belangrijk.
Onze rol bij een beroep op ontoerekeningsvatbaarheid
- Wij beoordelen of een onderzoek naar de persoon zinvol is en bespreken met u of u eraan meewerkt.
- Wij zorgen dat relevante medische informatie en verklaringen van naasten in het dossier komen, als u daarmee instemt.
- Wij toetsen of het rapport de conclusie over artikel 39 Sr draagt en vragen zo nodig om contra-expertise.
- Wij voeren verweer tegen een te zware maatregel en onderbouwen uitdrukkelijk de gevolgen voor de straf.
In het kort
- Sinds 1 januari 2020 spreekt artikel 39 Sr van een psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap.
- Ontoerekeningsvatbaarheid leidt tot ontslag van rechtsvervolging, niet tot vrijspraak.
- Een psychose na zelf gekozen drugs- en alcoholgebruik kan toerekenbaar blijven, ook als de middelen sterker werkten dan verwacht (HR 30 juni 2020).
- Plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis (oud artikel 37 Sr) bestaat niet meer; de strafrechter kan een zorgmachtiging afgeven.
Veelgestelde vraag
Kan het oordeel over toerekeningsvatbaarheid na het vonnis nog worden aangevochten?
Ja, via hoger beroep. Daarvoor heeft u in de regel veertien dagen na de uitspraak (artikel 408 Sv). In hoger beroep kan de verdediging een nieuw of aanvullend onderzoek naar de persoon vragen.
Is het vonnis onherroepelijk, dan is herziening bij de Hoge Raad alleen mogelijk bij een nieuw feit of omstandigheid die de rechter niet kende en die tot een ander oordeel had kunnen leiden. Die drempel is hoog.
Law & More staat verdachten bij in strafzaken waarin de persoon van de verdachte en een onderzoek door gedragsdeskundigen een rol spelen.