Gepubliceerd op 16 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 6 oktober 2026
Iemand is niet toerekeningsvatbaar als een psychische stoornis of gebrekkige ontwikkeling het strafbare feit zo sterk heeft beïnvloed, dat het hem niet kan worden aangerekend. Hij krijgt dan geen straf, maar de rechter kan wel een maatregel opleggen, zoals tbs.
Dat volgt uit artikel 39 van het Wetboek van Strafrecht. Volledige ontoerekeningsvatbaarheid komt weinig voor. Veel vaker oordeelt de rechter dat iemand verminderd toerekeningsvatbaar was. Dan volgt wel een veroordeling, maar houdt de rechter bij de straf rekening met de stoornis. Alcohol of drugs maken iemand in de regel niet ontoerekeningsvatbaar.
Inhoudsopgave
Wat betekent niet toerekeningsvatbaar?
Niet toerekeningsvatbaar betekent dat u een strafbaar feit heeft gepleegd, maar dat u daarvoor niet verantwoordelijk kunt worden gehouden vanwege een psychische stoornis. Het feit blijft strafbaar; alleen u als dader niet.
Artikel 39 van het Wetboek van Strafrecht luidt: “Niet strafbaar is hij die een feit begaat, dat hem wegens de gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens niet kan worden toegerekend.” Het strafrecht gaat ervan uit dat mensen een vrije keuze maken en daarop kunnen worden aangesproken. Bij iemand die door een ernstige stoornis geen werkelijke keuze had, gaat die gedachte niet op.
Juristen noemen dit een schulduitsluitingsgrond. Het gevolg is geen vrijspraak, maar ontslag van alle rechtsvervolging: de rechter stelt vast dat het feit bewezen is, maar dat de dader niet strafbaar is. Meer over dit onderscheid leest u in ons artikel over strafuitsluitingsgronden.
Aan welke criteria moet zijn voldaan?
Er moet op het moment van het feit een stoornis of gebrekkige ontwikkeling zijn geweest, en die moet het feit zo sterk hebben beïnvloed dat het niet aan de verdachte kan worden toegerekend. Een diagnose alleen is dus niet genoeg.
Welke stoornissen tellen mee?
Zowel een gebrekkige ontwikkeling als een ziekelijke stoornis van de geestvermogens kan meetellen.
Een gebrekkige ontwikkeling gaat over beperkingen die vanaf de geboorte of de vroege jeugd bestaan, zoals een ernstige verstandelijke beperking. Een ziekelijke stoornis is een psychische aandoening die zich later ontwikkelt, zoals een psychose, een ernstige depressie, een bipolaire stoornis of dementie.
Ook persoonlijkheidsstoornissen of een ernstige verslaving kunnen als stoornis gelden. Of dat zo is, beoordelen gedragsdeskundigen. Het gaat niet om een lijst van diagnoses, maar om de vraag hoe de stoornis bij deze persoon het denken en handelen beïnvloedde.
Welk moment is beslissend?
Beslissend is de geestelijke toestand op het moment van het feit. Of iemand daarna is hersteld of juist is achteruitgegaan, doet voor de toerekening niet ter zake.
Dat maakt het onderzoek lastig. Gedragsdeskundigen onderzoeken de verdachte vaak pas maanden later, en moeten dan terugredeneren naar de situatie tijdens het feit. Zij gebruiken daarvoor het dossier, verklaringen van getuigen, medische gegevens en hun eigen onderzoek.
Moet de stoornis het feit hebben beïnvloed?
De stoornis moet het gedrag hebben beïnvloed. Iemand met een psychische aandoening die een feit pleegt dat daar los van staat, blijft gewoon toerekeningsvatbaar.
Een voorbeeld: een verdachte met een psychose die handelt vanuit waanideeën, kan ontoerekeningsvatbaar zijn. Pleegt dezelfde persoon een fraude die niets met zijn psychose te maken heeft, dan ligt dat anders. Hoe sterker de stoornis het feit bepaalde, hoe minder het feit aan de dader kan worden toegerekend.
Volledig of verminderd toerekeningsvatbaar?
De wet kent alleen de vraag of een feit wel of niet kan worden toegerekend. In de praktijk kijkt de rechter ook naar tussenvormen: een stoornis kan het feit gedeeltelijk hebben beïnvloed. Dan spreken we van verminderde toerekeningsvatbaarheid.
Lange tijd werkten gedragsdeskundigen met een vaste schaal, van volledig toerekeningsvatbaar via licht, gewoon en sterk verminderd tot ontoerekeningsvatbaar. Tegenwoordig beschrijven zij vooral in welke mate de stoornis doorwerkte in het feit. De juridische conclusie trekt de rechter zelf.
Wanneer is iemand volledig ontoerekeningsvatbaar?
Volledige ontoerekeningsvatbaarheid wordt alleen aangenomen als de stoornis het gedrag vrijwel geheel bepaalde. Denk aan iemand die in een acute psychose handelt vanuit waanideeën, zonder besef van wat hij deed of van de gevolgen.
De verdachte wordt dan ontslagen van alle rechtsvervolging. Hij krijgt geen straf, maar wel mogelijk een maatregel zoals tbs of een zorgmachtiging. Dit komt in de praktijk weinig voor.
Wanneer is iemand verminderd toerekeningsvatbaar?
Bij verminderde toerekeningsvatbaarheid had de verdachte nog enig inzicht en enige keuzevrijheid, maar minder dan iemand zonder stoornis. Hij wordt wel veroordeeld, maar de rechter kan de straf matigen.
Vaak combineert de rechter dan een gevangenisstraf met een maatregel of met bijzondere voorwaarden, zoals een verplichte behandeling. Welke factoren verder meewegen bij de straf, leest u in ons artikel over de beslissing van de rechter over de straf.
Hoe stelt de rechter toerekeningsvatbaarheid vast?
De rechter beslist, meestal op basis van een rapport van gedragsdeskundigen zoals een psychiater en een psycholoog. Hij is niet aan dat advies gebonden, maar moet uitleggen waarom hij ervan afwijkt.
Wanneer volgt een onderzoek?
Een onderzoek naar de persoon komt er als er aanwijzingen zijn voor een psychische stoornis. Het verzoek kan komen van de officier van justitie, de rechter-commissaris, de rechter of de verdediging.
Bij ernstige geweldsdelicten gebeurt dat vaak. Het onderzoek loopt via het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP). Ook de reclassering brengt vaak advies uit over de persoon en de mogelijkheden voor begeleiding; zie ons artikel over de rol van de reclassering. Hoe dit past in het verloop van de zaak, leest u in ons artikel van aanhouding tot vrijspraak.
Gebeurt het onderzoek ambulant of in het Pieter Baan Centrum?
Meestal onderzoeken een psychiater en een psycholoog de verdachte ambulant, bijvoorbeeld in de gevangenis, in een aantal gesprekken. In complexe en ernstige zaken kan de rechter een klinische observatie in het Pieter Baan Centrum bevelen.
Volgens het NIFP duurt dat onderzoek zes weken. De verdachte verblijft dan in het centrum en wordt dagelijks geobserveerd door een team van psychiaters, psychologen, groepsleiders en een milieuonderzoeker. Het onderzoek bestaat uit gesprekken, psychologische tests, bestudering van het dossier en vaak gesprekken met familie of eerdere behandelaars. Meer daarover leest u in ons artikel over het Pieter Baan Centrum.
Het rapport beschrijft of er een stoornis was, hoe die doorwerkte in het feit, hoe groot de kans op herhaling is en welke behandeling nodig is. Voor tbs eist artikel 37a Sr een advies van ten minste twee gedragsdeskundigen van verschillende disciplines, van wie één psychiater is.
Wat als de verdachte niet meewerkt?
Een verdachte mag weigeren mee te werken aan het onderzoek. De deskundigen kunnen dan vaak geen onderbouwd oordeel geven over een stoornis of de doorwerking daarvan.
Het gevolg is meestal dat de rechter uitgaat van volledige toerekeningsvatbaarheid, wat tot een hogere straf kan leiden. Toch kan in bepaalde gevallen tbs worden opgelegd zonder volledig rapport, als de rechter op grond van andere gegevens een stoornis aanneemt. Of meewerken verstandig is, bespreekt u vooraf met uw advocaat. Het onderzoek kan ook in uw voordeel uitvallen.
Maken alcohol en drugs iemand ontoerekeningsvatbaar?
Nee, in de regel niet. Wie vrijwillig alcohol of drugs gebruikt en daarna een strafbaar feit pleegt, wordt daarvoor volledig verantwoordelijk gehouden.
De gedachte is dat u zelf voor het gebruik heeft gekozen en de risico’s daarvan kende. Juristen noemen dat culpa in causa: de schuld ligt in de oorzaak. Ook een zeer hoog promillage verandert daar in beginsel niets aan.
Wanneer tellen alcohol of drugs wel mee?
Alleen in uitzonderlijke gevallen, zoals bij onvrijwillig gebruik of bij een ernstige verslaving in combinatie met andere psychische problemen.
Anders ligt het bij onvrijwillig gebruik, bijvoorbeeld als iemand zonder zijn medeweten is gedrogeerd. Ook een onverwachte, heftige reactie die u redelijkerwijs niet kon voorzien, kan een rol spelen.
Een ernstige verslaving kan onder omstandigheden als stoornis meewegen, vooral in combinatie met andere psychische problemen. Dat leidt dan meestal tot verminderde toerekeningsvatbaarheid, en zelden tot volledige ontoerekeningsvatbaarheid. De rechter kijkt daar streng naar en laat zich adviseren door gedragsdeskundigen.
Wat zijn de gevolgen van ontoerekeningsvatbaarheid?
Bij volledige ontoerekeningsvatbaarheid volgt geen straf, maar vaak wel een maatregel ter bescherming van de samenleving. De bekendste is de terbeschikkingstelling (tbs).
Wanneer kan de rechter tbs opleggen?
Tbs kan worden opgelegd als de verdachte tijdens het feit een stoornis had, het gaat om een ernstig misdrijf en de veiligheid van anderen dat eist. Het moet gaan om een misdrijf waarop vier jaar gevangenisstraf of meer staat, of om een van de misdrijven die artikel 37a Sr met name noemt.
Er zijn twee vormen: tbs met voorwaarden, waarbij de betrokkene zich aan behandel- en andere voorwaarden moet houden, en tbs met dwangverpleging in een forensisch psychiatrisch centrum. Tbs duurt eerst twee jaar. Daarna kan de rechter de maatregel telkens met één of twee jaar verlengen, en toetst hij steeds of verlenging nog nodig is. Bij een misdrijf gericht tegen of gevaarlijk voor de onaantastbaarheid van het lichaam kan tbs met dwangverpleging zonder vaste einddatum duren.
Welke andere maatregelen zijn mogelijk?
De strafrechter kan ook verplichte zorg mogelijk maken op grond van de Wet verplichte ggz of de Wet zorg en dwang. Bij een verminderd toerekeningsvatbare verdachte is een combinatie van gevangenisstraf en tbs mogelijk, of een voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, zoals behandeling of begeleiding door de reclassering.
Is de verdachte ontslagen van rechtsvervolging en is er geen gevaar voor herhaling, dan kan de zaak ook zonder maatregel eindigen. Voor slachtoffers en nabestaanden is dat vaak moeilijk te aanvaarden. Een tbs-maatregel biedt wel bescherming, omdat terugkeer in de samenleving pas volgt als het risico voldoende is teruggebracht.
Wat betekent dit voor u als verdachte of als naaste?
Zijn er aanwijzingen voor psychische problemen, meld dat dan zo vroeg mogelijk aan uw advocaat. Die kan een onderzoek naar de persoon vragen en ervoor zorgen dat relevante medische informatie in het dossier komt.
Denk aan gegevens van een huisarts, psychiater of eerdere behandelaar, en aan verklaringen van familie over het gedrag in de periode voor het feit. Die informatie helpt de gedragsdeskundigen om terug te redeneren naar het moment van het feit. U beslist zelf of u medische gegevens deelt; uw advocaat bespreekt met u wat in uw belang is.
Het is een strategische afweging. Een beroep op verminderde toerekeningsvatbaarheid kan tot een lagere straf leiden, maar ook tot tbs. Die maatregel kan uiteindelijk langer duren dan een gevangenisstraf. Uw advocaat bespreekt met u welke uitkomsten realistisch zijn, voordat u instemt met of weigert mee te werken aan een onderzoek.
Voor naasten is het goed te weten dat de rechter en de officier van justitie informatie van familie serieus nemen. Een verdachte in voorlopige hechtenis kan ook in de penitentiaire inrichting psychische zorg krijgen. Meer informatie over het onderzoek en tbs vindt u op de website van de Rijksoverheid. Bij een verdenking in een zware zaak is bijstand door een strafrechtadvocaat vanaf het eerste verhoor belangrijk.
Wat kunnen wij voor u doen bij een beroep op ontoerekeningsvatbaarheid?
Wij staan verdachten bij in strafzaken waarin hun psychische toestand en een onderzoek door gedragsdeskundigen een rol spelen.
- Wij beoordelen of een onderzoek naar de persoon in uw zaak zinvol is en bespreken met u of u eraan meewerkt.
- Wij zorgen dat relevante medische informatie en verklaringen van naasten in het dossier komen, als u daarmee instemt.
- Wij toetsen of het rapport van de psychiater en psycholoog de conclusie over artikel 39 Sr echt draagt.
- Wij vragen zo nodig om een contra-expertise of om het horen van de deskundigen op de zitting.
- Wij gaan na of aan de eisen voor tbs uit artikel 37a Sr is voldaan en voeren verweer tegen een te zware maatregel.
- Wij bepleiten bij verminderde toerekeningsvatbaarheid strafmatiging en passende bijzondere voorwaarden.
Samengevat
- Niet toerekeningsvatbaar bent u als een stoornis of gebrekkige ontwikkeling het feit zo beïnvloedde dat het u niet kan worden aangerekend (artikel 39 Sr).
- Volledige ontoerekeningsvatbaarheid leidt tot ontslag van alle rechtsvervolging, niet tot vrijspraak; een maatregel zoals tbs blijft mogelijk.
- Bij verminderde toerekeningsvatbaarheid volgt wel een straf, vaak gecombineerd met behandeling of tbs.
- De rechter beslist, meestal op basis van onderzoek door een psychiater en een psycholoog, soms in het Pieter Baan Centrum.
- Vrijwillig gebruik van alcohol of drugs maakt u in de regel niet ontoerekeningsvatbaar.
Veelgestelde vragen
Wat zijn de criteria voor toerekeningsvatbaarheid in het Nederlandse strafrecht?
Volgens artikel 39 Sr is niet strafbaar wie een feit begaat dat hem wegens een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens niet kan worden toegerekend.
Er moet dus op het moment van het feit een stoornis zijn geweest, en die stoornis moet het feit zo sterk hebben beïnvloed dat het niet aan de verdachte kan worden aangerekend. Een diagnose alleen is niet genoeg.
Hoe wordt toerekeningsvatbaarheid bepaald tijdens een strafzaak?
De rechter beslist, meestal op basis van een rapport van gedragsdeskundigen, zoals een psychiater en een psycholoog. Het onderzoek wordt vaak al in de voorfase gevraagd, soms na een pro-formazitting.
De rechter weegt het rapport samen met het dossier en wat op de zitting naar voren komt. Hij mag van het advies afwijken, maar moet dat motiveren.
Welke rol speelt een psychiatrisch rapport bij de beoordeling?
Het rapport beschrijft of er een stoornis was, hoe die doorwerkte in het feit, hoe groot het risico op herhaling is en welke behandeling nodig is. Zonder zo’n rapport kan de rechter moeilijk tot verminderde of volledige ontoerekeningsvatbaarheid komen.
Voor het opleggen van tbs is in de regel een advies van ten minste twee gedragsdeskundigen van verschillende disciplines nodig, van wie één psychiater is (artikel 37a Sr).
Kan iemand met een psychische stoornis toch toerekeningsvatbaar zijn?
Ja. Een psychiatrische diagnose betekent niet dat iemand ontoerekeningsvatbaar is. De stoornis is pas het beginpunt van het onderzoek.
De vraag is of de stoornis het gedrag tijdens het feit heeft beïnvloed. Veel mensen met een psychische aandoening worden volledig toerekeningsvatbaar geacht, omdat hun stoornis los stond van het feit.
Wat zijn de gevolgen van ontoerekeningsvatbaarheid voor de straf?
Bij volledige ontoerekeningsvatbaarheid ontslaat de rechter de verdachte van alle rechtsvervolging. Er volgt geen straf, maar wel mogelijk een maatregel, zoals tbs.
Bij verminderde toerekeningsvatbaarheid volgt wel een veroordeling. De rechter kan de straf matigen en combineren met tbs of met bijzondere voorwaarden, zoals een verplichte behandeling.
Kan het oordeel over toerekeningsvatbaarheid na het vonnis nog worden aangevochten?
Ja, via hoger beroep. Daarvoor heeft u in de regel veertien dagen na de uitspraak. In hoger beroep kan de verdediging een nieuw of aanvullend onderzoek naar de persoon vragen.
Is het vonnis onherroepelijk, dan is herziening bij de Hoge Raad alleen mogelijk bij een nieuw feit of omstandigheid die de rechter niet kende en die tot een ander oordeel had kunnen leiden. Die drempel is hoog.
Law & More staat verdachten bij in strafzaken waarin de persoon van de verdachte en een onderzoek door gedragsdeskundigen een rol spelen.