Gepubliceerd op 9 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 31 oktober 2026
Een producent is aansprakelijk voor schade door een voedselproduct dat niet de veiligheid biedt die u mag verwachten, ook als hem niets te verwijten valt (artikel 6:185 en 6:186 BW). Hij ontkomt daar alleen aan met een van de zes verweren uit artikel 6:185 lid 1 BW, bijvoorbeeld dat het gebrek nog niet bestond toen hij het product in het verkeer bracht.
Twee grenzen bepalen veel zaken. Schade aan andere spullen wordt alleen vergoed boven een franchise van € 500 en alleen als die spullen privé werden gebruikt (artikel 6:190 BW). En het recht op vergoeding vervalt tien jaar nadat de producent het product in het verkeer bracht (artikel 6:191 lid 2 BW).

Actueel (30 oktober 2026): de regels veranderen voor producten die vanaf 9 december 2026 in het verkeer komen. Dan geldt de nieuwe Europese Richtlijn (EU) 2024/2853. Het Nederlandse invoeringswetsvoorstel (36.906) is op 15 oktober 2026 als hamerstuk afgedaan en ligt nu bij de Eerste Kamer. De datum van inwerkingtreding volgt bij koninklijk besluit. Voor voedsel dat eerder in het verkeer kwam, blijven de huidige artikelen 6:185-6:193 BW gelden.
Inhoudsopgave
Waar staat de productaansprakelijkheid voor voedsel in de wet?
De regeling staat in afdeling 3 van titel 3 van Boek 6 BW, artikel 6:185 tot en met 6:193. Die artikelen komen uit de Europese richtlijn 85/374/EEG uit 1985. Daardoor gelden in alle EU-lidstaten vergelijkbare regels.
Het gaat om risicoaansprakelijkheid. U hoeft niet te bewijzen dat de producent onzorgvuldig was. U bewijst het gebrek, de schade en het verband daartussen. Daarnaast blijft de gewone onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW) en, tegenover uw verkoper, het kooprecht (titel 7.1 BW) beschikbaar.

Wanneer is voedsel een gebrekkig product?
Een product is gebrekkig als het niet de veiligheid biedt die men daarvan mag verwachten (artikel 6:186 lid 1 BW). De rechter neemt alle omstandigheden mee, in het bijzonder drie:
- de presentatie van het product, zoals etiket, allergenenvermelding en bewaaradvies;
- het redelijkerwijs te verwachten gebruik, bijvoorbeeld of een product rauw of verhit wordt gegeten;
- het tijdstip waarop het product in het verkeer werd gebracht.
Een product is niet gebrekkig alleen omdat later een beter product op de markt kwam (artikel 6:186 lid 2 BW). De toets is objectief: het gaat om de verwachting van het publiek, niet om wat deze producent zelf beloofde.
Bij voedsel gaat het in de praktijk om vier soorten gebreken:
- microbiologische besmetting, zoals salmonella, listeria of E. coli;
- chemische resten, zoals bestrijdingsmiddelen of schoonmaakmiddel;
- een allergeen dat niet of onjuist op het etiket staat (zie ook allergenen en aansprakelijkheid);
- een vreemd voorwerp, zoals glas, metaal of hard plastic.
Een fout in het productieproces maakt één partij gebrekkig. Een ontwerpfout of een onduidelijke waarschuwing raakt meestal alle verpakkingen. Dat verschil bepaalt vaak hoe groot een terugroepactie wordt.
Wie geldt als producent in de voedselketen?
Artikel 6:187 BW gebruikt een ruim begrip. Als producent geldt:
- de fabrikant van het eindproduct;
- de producent van een grondstof of een onderdeel, bijvoorbeeld een kruidenmix of een verpakkingsmateriaal;
- wie zijn naam of merk op het product zet en zich zo als producent presenteert, zoals een supermarkt met een huismerk;
- wie het product in de Europese Economische Ruimte invoert om het te verkopen of te verhuren.
Is de producent niet vast te stellen, dan geldt elke leverancier als producent. Die ontkomt daaraan alleen als hij binnen een redelijke termijn de producent of zijn eigen leverancier bekendmaakt (artikel 6:187 lid 4 BW). Vraag de winkel daarom schriftelijk wie het product heeft gemaakt of geleverd.
De Hoge Raad oordeelde op 13 januari 2017 (ECLI:NL:HR:2017:32) wanneer een producent een product “in het verkeer brengt”. Dat is het moment waarop het product het productieproces verlaat en in een verkoopproces wordt opgenomen, in een vorm waarin het aan het publiek wordt aangeboden. Verkoop via een distributeur verandert daar in beginsel niets aan. Dat moment is belangrijk, want de tienjaarstermijn en twee van de verweren rekenen ermee.
De Rechtbank Amsterdam besliste op 23 januari 2025 (ECLI:NL:RBAMS:2025:634) dat een importeur als producent aansprakelijk was voor een stuurpen die bij normaal gebruik door metaalmoeheid afbrak. Het ging om een scooter, niet om voedsel. De maatstaf is dezelfde: breekt of bederft een product bij normaal gebruik, dan ligt een gebrek voor de hand.
Welke schade valt onder de productaansprakelijkheid?
Artikel 6:190 lid 1 BW noemt twee soorten schade. Andere schade valt erbuiten.
| Soort schade | Valt onder art. 6:185 BW? | Toelichting (stand 30 oktober 2026) |
|---|---|---|
| Dood of lichamelijk letsel | Ja | Artikel 6:190 lid 1 sub a BW |
| Schade aan een andere zaak die privé wordt gebruikt | Ja, met franchise van € 500 | Artikel 6:190 lid 1 sub b BW |
| Schade aan het gebrekkige product zelf | Nee | Kooprecht tegenover de verkoper |
| Schade aan zakelijk gebruikte spullen | Nee | Contract of artikel 6:162 BW |
| Zuivere vermogensschade, zoals omzetverlies | Nee | Contract of artikel 6:162 BW |
Een voorbeeld ter illustratie: een fles frisdrank met een gebrekkige dop springt open en beschadigt thuis een inbouwoven van € 1.200. Onder artikel 6:185 BW is € 700 te vorderen, door de franchise van € 500. Voor het restant kunt u kijken naar de koopovereenkomst met de winkel.
Schade door letsel na het eten van onveilig voedsel is personenschade. Law & More behandelt geen letselschadezaken. Daarvoor heeft u een letselschadespecialist nodig. Wij kunnen wel helpen bij de zakelijke kant, zoals regres in de keten of de verdeling van terugroepkosten.

Welke zes verweren heeft de producent?
De producent is niet aansprakelijk als hij een van deze zes omstandigheden bewijst (artikel 6:185 lid 1 sub a-f BW):
- hij heeft het product niet in het verkeer gebracht, bijvoorbeeld omdat het uit zijn opslag is gestolen;
- het is aannemelijk dat het gebrek nog niet bestond toen hij het product in het verkeer bracht, bijvoorbeeld omdat de koelketen later bij de winkel is onderbroken;
- hij heeft het product niet gemaakt voor verkoop of een ander economisch doel, en ook niet in het kader van zijn beroep;
- het gebrek komt doordat het product voldoet aan dwingende overheidsvoorschriften;
- met de stand van de wetenschappelijke en technische kennis was het gebrek niet te ontdekken toen hij het product in het verkeer bracht;
- als producent van een grondstof of onderdeel: het gebrek komt door het ontwerp van het eindproduct of door de instructies van de producent daarvan.
Bij voedsel is het tweede verweer het meest gebruikt. De producent laat dan met temperatuurregistraties en vrijgaverapporten zien dat de partij in orde was bij vertrek. Het vijfde verweer, het zogenoemde ontwikkelingsrisico, slaagt zelden. Het gaat om de kennis die wereldwijd beschikbaar was, niet om wat deze producent wist.
De aansprakelijkheid kan ook kleiner worden door eigen schuld van de benadeelde (artikel 6:185 lid 2 BW). Denk aan voedsel dat ruim over de houdbaarheidsdatum is gegeten, of rauw is gegeten terwijl de verpakking verhitten voorschrijft.
Welke termijnen gelden voor een claim?
| Termijn | Begint op | Wetsartikel | Wat stopt de termijn? |
|---|---|---|---|
| 3 jaar (verjaring) | De dag na die waarop u schade, gebrek en producent kende of had moeten kennen | Art. 6:191 lid 1 BW | Een schriftelijke aanmaning of mededeling (art. 3:317 BW) |
| 10 jaar (verval) | De dag na die waarop de producent het product in het verkeer bracht | Art. 6:191 lid 2 BW | Geen stuitingsbrief; zie hieronder |
De driejaarstermijn begint pas als u de schade, het gebrek én de identiteit van de producent kent of had moeten kennen. U kunt hem met een brief stuiten. Daarna begint een nieuwe termijn.
De tienjaarstermijn is een vervaltermijn. Een stuitingsbrief helpt daar niet. Volgens de Europese richtlijn blijft het recht alleen bestaan als u binnen die tien jaar een procedure tegen de producent bent begonnen. Bij voedsel met een korte houdbaarheid speelt die termijn zelden, maar bij grondstoffen en conserven soms wel.
Wie betaalt binnen de keten?
Zijn meerdere partijen voor dezelfde schade aansprakelijk, dan kan de benadeelde ieder van hen voor het geheel aanspreken (artikel 6:189 BW). Daarna verdelen zij de schade onderling. Een leverancier kan zo verhaal zoeken bij zijn eigen leverancier, via de contractuele keten terug naar de producent. Ook voor dat regres geldt de tienjaarstermijn van artikel 6:191 lid 2 BW.
Tegenover de benadeelde kan de producent zijn aansprakelijkheid niet uitsluiten of beperken (artikel 6:192 BW). Tussen bedrijven onderling kan dat wel. Inkoopvoorwaarden en kwaliteitsafspraken bepalen daarom wie uiteindelijk betaalt.
Naast de civiele aansprakelijkheid staat het publieke toezicht. Volgens artikel 18 van Verordening (EG) nr. 178/2002 (de Algemene Levensmiddelenverordening) moet elk levensmiddelenbedrijf kunnen zeggen van wie het een product kreeg en aan wie het leverde. Artikel 19 verplicht het bedrijf een onveilig product uit de handel te halen en de bevoegde autoriteit te informeren. In Nederland is dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).
Wat legt u vast als consument met schade door voedsel?
- Bewaar het product, de verpakking met lotnummer en houdbaarheidsdatum, en de kassabon.
- Maak foto’s van het gebrek en van de schade, met datum.
- Vraag de winkel schriftelijk wie het product heeft gemaakt of geleverd (artikel 6:187 lid 4 BW).
- Stel de producent schriftelijk aansprakelijk binnen drie jaar (artikel 6:191 lid 1 BW).
Wat regelt u als voedselproducent vooraf?
- Een traceersysteem per partij, zodat u binnen uren weet welke klanten een lot kregen (artikel 18 Verordening 178/2002).
- HACCP-registraties en vrijgaven die u tien jaar kunt terugvinden; die zijn het bewijs voor het tweede verweer.
- Inkoopvoorwaarden met een regresregeling tegenover toeleveranciers van grondstoffen en verpakking.
- Een productaansprakelijkheidsverzekering waarvan u weet of terugroepkosten zijn gedekt.
Hoe wij helpen bij een claim over onveilig voedsel
Ons team aansprakelijkheidsrecht helpt producenten, leveranciers en benadeelden met zaakschade of schade in de keten.
- Wij toetsen of het product gebrekkig is in de zin van artikel 6:186 BW en welke schade onder artikel 6:190 BW valt.
- Wij stellen de producent, importeur of leverancier aansprakelijk en stuiten de verjaring.
- Wij beoordelen of een verweer uit artikel 6:185 lid 1 BW kans maakt, met de registraties die de producent heeft.
- Wij regelen het regres binnen de keten en de verdeling van terugroepkosten.
In het kort
- De producent is zonder schuld aansprakelijk voor schade door gebrekkig voedsel (artikel 6:185 BW).
- Huismerkhouders en importeurs in de EER gelden ook als producent (artikel 6:187 BW).
- Zaakschade wordt alleen vergoed boven € 500 en alleen bij privégebruik (artikel 6:190 BW).
- De claim verjaart na drie jaar en vervalt tien jaar na het in het verkeer brengen (artikel 6:191 BW).
- Voor producten die vanaf 9 december 2026 in het verkeer komen, gelden nieuwe Europese regels.
Veelgestelde vragen
Kan ik ook de winkel aanspreken in plaats van de producent?
Ja, op grond van de koopovereenkomst. Een product dat niet de veiligheid biedt die u mag verwachten, beantwoordt meestal ook niet aan de overeenkomst (artikel 7:17 BW). Daarnaast geldt de winkel als producent als de echte producent onbekend blijft (artikel 6:187 lid 4 BW).
Telt een terugroepactie als erkenning van aansprakelijkheid?
Nee, niet vanzelf. Een terugroepactie volgt uit de plicht van artikel 19 Verordening 178/2002. Of het product gebrekkig was en of de schade daardoor komt, beoordeelt de rechter apart. Een terugroepbericht kan wel een belangrijk bewijsstuk zijn.
Geldt de productaansprakelijkheid ook als ik het voedsel zakelijk heb gekocht?
Alleen voor letsel. Schade aan zakelijk gebruikte spullen en omzetverlies vallen buiten artikel 6:190 BW. Daarvoor heeft u het contract of de gewone schadevergoedingsprocedure nodig.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina civiel recht advocaat.