Economische criminaliteit: welke feiten, welke straf en wie is aansprakelijk

Vergadertafel met een laptop, rekenmachine en uitgespreide mappen

Gepubliceerd op 25 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 31 oktober 2026

Economische criminaliteit is een verzamelnaam voor strafbare feiten waarbij geld en het economisch verkeer centraal staan, zoals fraude, witwassen, omkoping en belastingfraude. Het is geen apart wettelijk begrip: de strafbaarheid volgt uit afzonderlijke bepalingen in het Wetboek van Strafrecht, de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) en de Wet op de economische delicten (WED).

Ook een onderneming kan zelf strafbaar zijn, en daarnaast de bestuurder die de verboden gedraging feitelijk heeft aangestuurd (artikel 51 Sr). Hieronder leest u welke feiten eronder vallen, welke straf erop staat, wanneer een bedrijf en zijn leiding aansprakelijk zijn en wat de Wwft van bedrijven vraagt.

Een zakelijke omgeving met professionals die financiële documenten bekijken en discreet geld uitwisselen, wat economische criminaliteit symboliseert.

Welke strafbare feiten vallen onder economische criminaliteit?

De belangrijkste feiten staan in het Wetboek van Strafrecht (Sr). Elk feit heeft een eigen wettelijke omschrijving en een eigen strafmaximum.

Een zakelijke persoon die financiële documenten en grafieken bekijkt in een modern kantoor.
  • Oplichting: iemand met listige kunstgrepen, een valse naam of een valse hoedanigheid bewegen tot afgifte van geld of goederen (artikel 326 Sr).
  • Valsheid in geschrift: een document vervalsen of valselijk opmaken om het als echt te gebruiken, bijvoorbeeld een valse factuur of loonstrook (artikel 225 Sr).
  • Verduistering: geld of goederen die u onder zich heeft wederrechtelijk toe-eigenen (artikel 321 Sr; artikel 322 Sr bij verduistering in dienstbetrekking of beroep).
  • Witwassen: de criminele herkomst van geld of goederen verbergen of verhullen, of die goederen verwerven of gebruiken (artikelen 420bis tot en met 420quater Sr).
  • Omkoping van ambtenaren (artikelen 177 en 363 Sr) en niet-ambtelijke omkoping in het bedrijfsleven (artikel 328ter Sr).
  • Faillissementsfraude, zoals het benadelen van schuldeisers vlak voor een faillissement (artikelen 340 tot en met 349 Sr).

Welke straf staat erop?

De tabel geeft het wettelijke maximum aan gevangenisstraf voor de opzettelijke basisvorm. De rechter blijft daar in de praktijk meestal ver onder; het maximum zegt vooral iets over hoe zwaar de wetgever het feit weegt.

FeitArtikelMaximale gevangenisstraf
Oplichting326 Sr4 jaar
Valsheid in geschrift225 Sr6 jaar
Witwassen420bis Sr6 jaar
Gewoontewitwassen420ter Sr8 jaar
Schuldwitwassen420quater Sr2 jaar
Niet-ambtelijke omkoping328ter Sr4 jaar

Strafmaxima volgens de tekst van het Wetboek van Strafrecht. Naast of in plaats van gevangenisstraf kan een geldboete worden opgelegd.

Belastingfraude is strafbaar op grond van artikel 69 AWR, bijvoorbeeld bij het opzettelijk onjuist doen van aangifte. In lichtere gevallen legt de Belastingdienst een bestuurlijke boete op in plaats van strafvervolging. Voor fiscale vragen buiten het strafrecht verwijzen wij u naar een fiscalist.

Wat is een economisch delict?

Een economisch delict is een overtreding van economische regelgeving die in artikel 1 WED is aangewezen. Denk aan regels over marktmisbruik, sancties, milieu en financieel toezicht.

Op grond van artikel 2 WED is een opzettelijke overtreding een misdrijf en een niet-opzettelijke overtreding een overtreding. Meer hierover leest u in ons artikel over economische delicten en de strafbaarheid van bedrijven.

Wanneer is een onderneming zelf strafbaar?

Volgens artikel 51 Sr kunnen strafbare feiten worden begaan door natuurlijke personen en door rechtspersonen, zoals een bv of nv. De vraag is dan wanneer een gedraging van een medewerker aan de onderneming wordt toegerekend.

De Hoge Raad zette dat op 26 april 2016 op een rij (ECLI:NL:HR:2016:733), met verwijzing naar zijn arrest van 21 oktober 2003 (ECLI:NL:HR:2003:AF7938). Toerekening ligt voor de hand als de gedraging plaatsvond in de sfeer van de rechtspersoon. Dat is het geval bij een of meer van deze omstandigheden:

  • de gedraging is verricht door iemand die voor de rechtspersoon werkt, met of zonder dienstverband;
  • de gedraging past in de normale bedrijfsvoering;
  • de gedraging was de rechtspersoon dienstig;
  • de rechtspersoon kon de gedraging voorkomen en aanvaardde haar, of het niet voorkomen is hem te verwijten.

Wanneer is een bestuurder persoonlijk strafbaar?

Het OM kan de onderneming vervolgen, de persoon die opdracht gaf of feitelijk leiding gaf aan de verboden gedraging, of beiden (artikel 51 lid 2 Sr). In hetzelfde arrest van 26 april 2016 gaf de Hoge Raad aan dat de functie van bestuurder op zichzelf niet genoeg is, maar dat een formele functie ook niet nodig is.

Feitelijk leidinggeven kan actief gebeuren, maar ook passief: als iemand bevoegd en gehouden was maatregelen te nemen om de gedraging te voorkomen en dat naliet. Voor opzet is volgens de Hoge Raad voldoende dat hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat de verboden gedraging zich zou voordoen. Een bestuurder kan zich dus niet verschuilen achter de vennootschap.

Wie spoort economische criminaliteit op?

De opsporing ligt vooral bij de FIOD, de opsporingsdienst van de Belastingdienst, onder gezag van het Functioneel Parket van het OM. Daarnaast doen de politie en andere bijzondere opsporingsdiensten onderzoek.

Krijgt uw onderneming te maken met een doorzoeking of verhoor, dan heeft u als verdachte het recht om te zwijgen (artikel 29 Sv) en om vooraf een advocaat te raadplegen. Lees ook ons artikel over wat u doet bij een FIOD-onderzoek.

Naast straf kan het OM de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel vorderen op grond van artikel 36e Sr. Dat is een aparte procedure, die vaak naast de strafzaak loopt.

Wat vraagt de Wwft van ondernemingen?

De Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) verplicht zogeheten poortwachters om hun cliënten te onderzoeken en ongebruikelijke transacties te melden. De wet volgt de Europese anti-witwasrichtlijnen en de normen van de Financial Action Task Force (FATF).

Een groep zakelijke professionals die financiële documenten en grafieken bestuderen in een kantooromgeving.

Poortwachters zijn onder meer banken en andere financiële instellingen, accountants, belastingadviseurs, notarissen, makelaars en trustkantoren. Zij moeten:

  • cliëntenonderzoek doen voordat zij een zakelijke relatie aangaan, inclusief het vaststellen van de uiteindelijk belanghebbende;
  • de relatie en transacties doorlopend controleren;
  • ongebruikelijke transacties melden bij de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU-Nederland), op grond van artikel 16 Wwft.

Op de naleving houden onder meer De Nederlandsche Bank (DNB), de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en het Bureau Financieel Toezicht (BFT) toezicht. Zij kunnen een last onder dwangsom of bestuurlijke boete opleggen. Ook banken die uw rekening onderzoeken handelen op grond van de Wwft; zie ons artikel over uw rechten als de bank controleert op witwassen.

Welke andere regels zijn van belang?

De Wet op het financieel toezicht (Wft) eist van financiële ondernemingen een integere bedrijfsvoering. De Sanctiewet 1977 verplicht hen om te controleren of cliënten op een sanctielijst van de VN of de EU staan.

Voor trustkantoren gelden aanvullende eisen uit de Wet toezicht trustkantoren 2018. Overtreding van veel van deze regels is via artikel 1 WED ook strafbaar als economisch delict.

Hoe beperkt u als ondernemer het risico op vervolging?

Het arrest van 2016 maakt duidelijk waarom interne controle telt: een onderneming die gedrag niet voorkomt terwijl dat kon, loopt het risico dat het haar wordt toegerekend.

  • Leg vast wie betalingen mag goedkeuren, zodat niet één persoon alles alleen kan doen.
  • Ga na of uw onderneming onder de Wwft valt, en voer het cliëntenonderzoek aantoonbaar uit.
  • Leg vast wie een ongebruikelijke transactie bij FIU-Nederland meldt en hoe.
  • Richt facturen en administratie zo in dat ze de werkelijke transacties weergeven.
  • Spreek af wat u doet als de FIOD of de politie onverwacht voor de deur staat.

Wat kunnen wij doen in een financieel-economische strafzaak?

Ons team strafrecht staat ondernemingen en bestuurders bij in financieel-economische strafzaken:

  • bijstand tijdens verhoren door de FIOD of de politie;
  • beoordeling van het dossier en de tenlastelegging, ook op de vraag of toerekening aan de onderneming of aan u als leidinggever klopt;
  • verweer in de strafzaak en in een eventuele ontnemingsprocedure;
  • advies over een mogelijke schikking of strafbeschikking met het OM;
  • een toets of uw onderneming aan de Wwft voldoet.

Veelgestelde vragen

Wat doet FIU-Nederland met een melding?

FIU-Nederland ontvangt de meldingen van ongebruikelijke transacties van poortwachters. Na analyse kan zij een transactie verdacht verklaren en doorgeven aan opsporingsdiensten zoals de FIOD en de politie.

Valt handel met voorkennis ook onder economische criminaliteit?

Ja. In de financiële sector komen naast valsheid in geschrift en witwassen ook handel met voorkennis en marktmanipulatie voor. Die verboden staan in Europese regels over marktmisbruik; overtreding is via de WED strafbaar als economisch delict.

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.