Gepubliceerd op 12 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 13 september 2026
Een faillissementsaanvraag slaagt alleen als de schuldenaar verkeert in de toestand dat hij is opgehouden te betalen. Artikel 1 van de Faillissementswet stelt die eis, en artikel 6 voegt eraan toe dat die toestand summierlijk moet blijken. In de praktijk betekent dat: de aanvrager heeft een opeisbare vordering, er is ten minste één andere onbetaalde schuldeiser en betaling blijft uit.
Inhoudsopgave
Wanneer verklaart de rechtbank iemand failliet?
De maatstaf staat in artikel 1 van de Faillissementswet: de schuldenaar die in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, wordt op eigen aangifte of op verzoek van een of meer schuldeisers failliet verklaard. Het gaat dus niet om de vraag of iemand rijk of arm is, maar of hij feitelijk gestopt is met betalen.
Omdat de wet over schuldeisers in het meervoud spreekt, eist vaste rechtspraak dat er naast de vordering van de aanvrager ten minste één andere onbetaald gebleven vordering bestaat. Die tweede vordering heet de steunvordering en hoeft niet opeisbaar te zijn. Zonder steunvordering wordt het verzoek afgewezen, hoe hoog de openstaande factuur van de aanvrager ook is: het faillissement is een collectieve procedure en geen incassomiddel voor één crediteur.
De toets is bovendien summier. Artikel 6 bepaalt dat de faillietverklaring wordt uitgesproken indien summierlijk blijkt van feiten of omstandigheden die aantonen dat de schuldenaar heeft opgehouden te betalen. De rechtbank doet dus geen volledig bewijsonderzoek. Dat maakt de procedure snel, maar het betekent ook dat een serieus betwiste vordering zich er slecht voor leent; wij gaan daar dieper op in bij de faillissementsaanvraag bij een betwiste vordering.

Wie kan een faillissement aanvragen?
Drie partijen komen in aanmerking: de schuldenaar zelf, een of meer schuldeisers en het Openbaar Ministerie. Een schuldeiser dient een verzoekschrift in en moet zich daarbij op grond van artikel 5 van de Faillissementswet door een advocaat laten vertegenwoordigen. Doet een natuurlijke persoon eigen aangifte, dan is een advocaat niet vereist.
Voor rechtspersonen ligt dat anders. Een bestuur dat het faillissement van de eigen vennootschap aangeeft, moet een rechtsgeldig bestuursbesluit kunnen overleggen en in veel gevallen ook een besluit of machtiging van de algemene vergadering, afhankelijk van wat de statuten bepalen. Ontbreekt dat besluit, dan strandt de aangifte op de formaliteiten en verliest u kostbare tijd.
Het Openbaar Ministerie kan om redenen van openbaar belang een faillissement vorderen. Dat gebeurt zelden, meestal bij vennootschappen die als vehikel voor fraude worden gebruikt. Verder kan de rechtbank een faillissement uitspreken wanneer een surseance van betaling wordt ingetrokken, bijvoorbeeld omdat de vooruitzichten op herstel zijn verdwenen. Wie het faillissement vooral als drukmiddel inzet, doet er goed aan eerst te lezen wanneer dat is toegestaan in ons artikel over de faillissementsaanvraag als incassomiddel.
Wat moet u aanleveren en hoe verloopt de zitting?
Het verzoekschrift gaat naar de rechtbank van de woonplaats of de statutaire vestigingsplaats van de schuldenaar. Daarin onderbouwt u de eigen opeisbare vordering met facturen, de overeenkomst en de aanmaningen, en noemt u de steunvordering met naam en bedrag. Een verklaring van de andere schuldeiser dat zijn vordering onbetaald is gebleven, is in de praktijk het sterkste stuk.
Daarnaast overlegt u een recent uittreksel uit het Handelsregister van de KVK, zodat vaststaat wie de schuldenaar is en wie bevoegd is hem te vertegenwoordigen. Gaat het om eigen aangifte, dan verwacht de rechtbank een overzicht van baten en schulden, de administratie en gegevens over het personeel. Hoe completer dat dossier, hoe sneller de curator aan de slag kan.
De behandeling vindt op korte termijn plaats en duurt zelden lang. De schuldenaar wordt opgeroepen en kan verweer voeren of om aanhouding vragen om alsnog te betalen of een regeling te treffen. Betaalt hij ter zitting de vordering van de aanvrager, dan ontvalt daarmee de grondslag aan het verzoek, tenzij de rechtbank uit de overige omstandigheden alsnog afleidt dat hij is opgehouden te betalen.
Wat verandert er zodra het faillissement is uitgesproken?
De gefailleerde verliest van rechtswege het beheer en de beschikking over zijn vermogen. De rechtbank benoemt in hetzelfde vonnis een curator en een rechter-commissaris. Vanaf dat moment handelt uitsluitend de curator: hij inventariseert de boedel, beslist over lopende contracten, verkoopt activa en verdeelt de opbrengst. De rechter-commissaris houdt toezicht en moet voor ingrijpende handelingen toestemming geven.
De uitspraak wordt bekendgemaakt in het Centraal Insolventieregister en in de Staatscourant, en aangetekend in het Handelsregister. Iedereen kan het faillissement dus opzoeken via het Centraal Insolventieregister. Voor bestaande relaties betekent dat vrijwel altijd het einde van de kredietwaardigheid.
De rechter-commissaris kan een afkoelingsperiode afkondigen. Op grond van artikel 63a van de Faillissementswet kunnen derden hun bevoegdheden dan gedurende ten hoogste twee maanden alleen met zijn machtiging uitoefenen, en die periode kan eenmaal met ten hoogste twee maanden worden verlengd. Zo houdt de curator de onderneming even bij elkaar, bijvoorbeeld om een doorstart te onderzoeken zonder dat leveranciers hun geleverde zaken direct weghalen. Wat de curator precies mag, zetten wij uiteen in ons artikel over de rol van de curator bij faillissement.

Hoe worden de schuldeisers betaald?
Niet iedereen krijgt evenveel. De volgorde waarin de opbrengst wordt verdeeld ligt vast en wijkt sterk af van het beeld dat schuldeisers vaak hebben:
- separatisten: pand- en hypotheekhouders kunnen hun recht uitoefenen alsof er geen faillissement was (artikel 57 Faillissementswet) en verhalen zich rechtstreeks op hun onderpand;
- boedelschulden: kosten die na de uitspraak ontstaan, waaronder het salaris van de curator, worden vooraf uit de boedel voldaan;
- preferente vorderingen: onder meer de Belastingdienst, het UWV en achterstallig loon van werknemers gaan voor op de gewone schuldeisers;
- concurrente vorderingen: alle overige schuldeisers delen naar rato van hun vordering in wat er overblijft, en dat is vaak niets.
De curator stelt een uitdelingslijst op zodra duidelijk is wat er te verdelen valt. Die lijst wordt ter inzage gelegd, zodat schuldeisers hem kunnen controleren en er binnen de wettelijke termijn verzet tegen kunnen doen bij de rechtbank. Blijft verzet uit, dan wordt de lijst verbindend en volgt de uitbetaling. Is er niets te verdelen, dan wordt het faillissement opgeheven wegens gebrek aan baten en komt het niet eens tot een uitdelingslijst.
Voor werknemers geldt een aparte route. De curator kan de arbeidsovereenkomsten opzeggen met machtiging van de rechter-commissaris, en het UWV neemt via de loongarantieregeling het achterstallige loon, het vakantiegeld en het loon over de opzegtermijn over binnen wettelijke grenzen. Een transitievergoeding valt daar niet onder: in faillissement bestaat daarop geen aanspraak. Wat een overname van de onderneming voor het personeel betekent, leest u in ons artikel over doorstart na faillissement.
Hoe verweert u zich tegen een faillissementsaanvraag?
Het verweer richt zich op de drie bouwstenen van het verzoek. Bestrijd de vordering zelf als die inhoudelijk wordt betwist, want een vordering die een serieus verweer oproept leent zich niet voor de summiere toets van artikel 6. Bestrijd de opeisbaarheid als er nog een betalingstermijn loopt of een opschortingsrecht bestaat. En bestrijd het bestaan van de steunvordering, want zonder tweede schuldeiser ontbreekt de pluraliteit.
Daarnaast kan de schuldenaar aannemelijk maken dat hij niet is opgehouden te betalen: er wordt structureel betaald, er is financiering toegezegd of er ligt een concrete regeling. De rechtbank houdt de zaak in dat geval vaak enkele weken aan om de schuldenaar de kans te geven de aanvrager en de steunvordering te voldoen. Die aanhouding is geen recht, maar wordt in de praktijk regelmatig verleend als er zicht is op betaling.
Onderschat de snelheid niet. Tussen de indiening en de zitting zit vaak maar een paar weken, en na de uitspraak is de speelruimte vrijwel verdwenen. Wie een oproep ontvangt, schakelt daarom onmiddellijk juridische bijstand in en verzamelt direct de stukken die de vordering of de steunvordering onderuit halen.

Welke termijnen gelden voor verzet en hoger beroep?
Artikel 8 van de Faillissementswet maakt onderscheid naar de vraag of de schuldenaar is gehoord. Is hij gehoord, dan kan hij gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak hoger beroep instellen bij het gerechtshof. Is hij niet gehoord, bijvoorbeeld omdat hij niet is verschenen, dan staat hem verzet open gedurende veertien dagen na de dag van de uitspraak; verblijft hij buiten Europa, dan geldt een langere termijn.
Voor beide routes is een advocaat verplicht en beide termijnen zijn fataal. Te laat is te laat, ook als het faillissement inhoudelijk onterecht was. Reken de termijn daarom vanaf de dag van de uitspraak en niet vanaf de dag waarop u het vonnis ontving.
Belangrijk is dat het instellen van verzet of hoger beroep de werking van het faillissement niet opschort. De curator gaat gewoon door met het beheer en de verkoop van de boedel. Vernietigt het hof het vonnis, dan blijven de handelingen die de curator tot dat moment verrichtte in beginsel geldig. Dat maakt het aantrekkelijker om vóór de uitspraak verweer te voeren dan om achteraf te herstellen.
Welke alternatieven bestaan er voor faillissement?
Voor ondernemingen zijn er twee wettelijke routes. De surseance van betaling geeft uitstel van betaling aan concurrente schuldeisers en wordt uitgevoerd onder toezicht van een bewindvoerder; separatisten en preferente schuldeisers worden er niet door geraakt, waardoor de bescherming beperkter is dan zij lijkt. Wat u ervan kunt verwachten, beschrijven wij in ons artikel over surseance van betaling.
De tweede route is de Wet homologatie onderhands akkoord, sinds 1 januari 2021 onderdeel van de Faillissementswet. Daarmee kan een onderneming een dwangakkoord aan haar schuldeisers en aandeelhouders opleggen: stemt een voldoende deel van de klassen in en homologeert de rechtbank het akkoord, dan zijn ook tegenstemmers gebonden. De procedure kan besloten worden gevoerd, zodat er geen publicatie volgt. Wij lichten de stappen toe in ons overzicht van de WHOA-regeling.
Voor natuurlijke personen bestaat de wettelijke schuldsaneringsregeling. Die duurt sinds 1 juli 2023 in beginsel achttien maanden en eindigt bij een goed verloop met een schone lei, waarna de restschulden niet meer afdwingbaar zijn. Toelating vereist onder meer dat een minnelijke regeling is beproefd en dat de schulden te goeder trouw zijn ontstaan. Wat dat voor de schuldeisers betekent, leest u in ons artikel over schuldsanering vanuit het perspectief van schuldeisers.
Wanneer is een bestuurder persoonlijk aansprakelijk?
Bij een besloten vennootschap zijn de aandeelhouders niet aansprakelijk voor de schulden, maar de bestuurders lopen wel risico. Artikel 2:248 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek maakt iedere bestuurder hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort in het faillissement als het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is.
Twee verplichtingen zijn daarbij bepalend. Voert het bestuur geen deugdelijke administratie of deponeert het de jaarrekening te laat, dan staat kennelijk onbehoorlijk bestuur vast en wordt vermoed dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is. Dat vermoeden kan de bestuurder alleen ontzenuwen door een andere belangrijke oorzaak aannemelijk te maken. Juist die twee administratieve punten kosten bestuurders in de praktijk de meeste zaken.
Bij andere rechtsvormen loopt het anders. De eigenaar van een eenmanszaak is met zijn hele vermogen aansprakelijk, en vennoten van een vennootschap onder firma zijn hoofdelijk verbonden voor de vennootschapsschulden. Ook bij een besloten vennootschap kan een bestuurder zich niet verschuilen achter de rechtsvorm als hij persoonlijke zekerheden heeft afgegeven of namens de vennootschap verplichtingen aanging terwijl hij wist dat die niet konden worden nagekomen. Wanneer die grens wordt overschreden, zetten wij uiteen in ons artikel over bestuurdersaansprakelijkheid bij een bv.
Veelgestelde vragen
Rond de vereisten voor een faillissement keren dezelfde vragen terug over de steunvordering, de kosten en de gevolgen voor bestuurders en personeel.
Is één onbetaalde factuur genoeg voor een faillissementsaanvraag?
Nee. Naast uw eigen opeisbare vordering moet er ten minste één andere onbetaalde schuldeiser zijn, de steunvordering. De Faillissementswet spreekt over schuldeisers in het meervoud en vaste rechtspraak leidt daaruit het pluraliteitsvereiste af.
De steunvordering hoeft niet opeisbaar te zijn, maar u moet het bestaan ervan wel aannemelijk maken, bij voorkeur met een schriftelijke verklaring van die schuldeiser.
Wat betekent summierlijk blijken?
Artikel 6 van de Faillissementswet bepaalt dat de rechtbank het faillissement uitspreekt als summierlijk blijkt van feiten die aantonen dat de schuldenaar is opgehouden te betalen. De rechtbank doet dus geen volledig bewijsonderzoek.
Wordt de vordering serieus en gemotiveerd betwist, dan leent de zaak zich niet voor deze summiere toets en verwijst de rechtbank u in feite naar een gewone procedure.
Heb ik een advocaat nodig om een faillissement aan te vragen?
Voor een verzoek van een schuldeiser wel: artikel 5 van de Faillissementswet schrijft vertegenwoordiging door een advocaat voor. Voor eigen aangifte door een natuurlijke persoon is dat niet vereist.
Bij eigen aangifte van een rechtspersoon is bijstand in de praktijk toch verstandig, omdat een rechtsgeldig bestuursbesluit en de vereiste stukken moeten worden aangeleverd.
Kan ik een faillissement nog tegenhouden nadat het verzoek is ingediend?
Ja, tot de uitspraak. Betaalt u de vordering van de aanvrager en de steunvordering, of treft u een regeling, dan kan het verzoek worden ingetrokken of afgewezen.
De rechtbank houdt de behandeling regelmatig enkele weken aan als er concreet zicht is op betaling. Wacht daar niet op: na de faillietverklaring zijn verzet en hoger beroep de enige routes.
Welke termijn geldt voor hoger beroep tegen een faillietverklaring?
Acht dagen na de dag van de uitspraak, als de schuldenaar is gehoord. Is hij niet gehoord, dan staat verzet open gedurende veertien dagen na de dag van de uitspraak. Beide termijnen staan in artikel 8 van de Faillissementswet.
Een advocaat is verplicht en het rechtsmiddel schorst de werking van het faillissement niet: de curator zet zijn werk gewoon voort.
Wat gebeurt er met het personeel bij een faillissement?
De curator kan de arbeidsovereenkomsten opzeggen met machtiging van de rechter-commissaris. Het UWV neemt via de loongarantieregeling het achterstallige loon, het vakantiegeld en het loon over de opzegtermijn binnen wettelijke grenzen over.
Een transitievergoeding hoort daar niet bij: in faillissement bestaat daarop geen aanspraak. Bij een doorstart beslist de overnemende partij zelf wie zij een nieuw contract aanbiedt.
De vereisten voor een faillissement zijn beperkt in aantal maar streng in toepassing: een opeisbare vordering, een steunvordering en een schuldenaar die feitelijk is opgehouden te betalen. Of dat in uw geval opgaat, hangt af van de stukken die u kunt overleggen en van de termijnen die op dat moment lopen.
Law & More staat zowel schuldeisers als ondernemers bij in faillissementszaken: van het indienen van een verzoekschrift en het voeren van verweer tot hoger beroep, een WHOA-traject of een doorstart. Neem gerust contact op met ons kantoor voor een beoordeling van uw positie.