Gepubliceerd op 8 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 30 oktober 2026
Neemt een ouder een kind zonder toestemming van de andere gezagsouder mee naar een ander EU-land, dan kan die andere ouder om snelle terugkeer van het kind vragen. Sinds 1 augustus 2022 moet de rechter daarover per instantie binnen zes weken beslissen (art. 24 Brussel II ter). Hij mag terugkeer alleen bij uitzonderingen weigeren, zoals een ernstig risico voor het kind, en zelfs dan niet als er in het land van herkomst passende beschermingsmaatregelen klaarstaan.
Wanneer een ouder een kind zonder toestemming meeneemt of na een vakantie niet terugbrengt, heet dat internationale kinderontvoering. De basis is het Haags Kinderontvoeringsverdrag van 1980. Binnen de EU vult de Brussel II ter-verordening (Vo. (EU) 2019/1111) dat verdrag aan met strengere termijnen en extra waarborgen. Die verordening verving Brussel II bis en geldt in alle EU-landen behalve Denemarken.
Inhoudsopgave
Wanneer is er sprake van ontvoering?
Een overbrenging of vasthouding is ongeoorloofd als zij in strijd is met het gezagsrecht van de achterblijvende ouder, en die ouder dat gezag ook daadwerkelijk uitoefende (art. 3 Haags Kinderontvoeringsverdrag). Of er gezag was, beoordeelt de rechter naar het recht van het land waar het kind direct daarvoor zijn gewone verblijfplaats had. Het verdrag geldt tot het kind 16 jaar is.
Typische situaties zijn:
- een ouder neemt het kind mee op vakantie en komt niet terug;
- een ouder verhuist met het kind naar een ander land zonder akkoord van de andere gezagsouder of de rechter;
- een ouder brengt het kind na een omgangsweekend of vakantie niet terug.
De achterblijvende ouder moet (mede) gezag hebben. Zonder gezag kan hij geen teruggeleiding vragen. Ook een rechtmatige grensoverschrijdende verplaatsing valt er niet onder.
Wat voegt Brussel II ter toe aan het Haags verdrag?
De verordening maakt de procedure sneller en legt meer nadruk op het kind. De belangrijkste regels voor ontvoeringszaken staan in de artikelen 22 tot en met 29.
| Onderwerp | Regel in Brussel II ter | Artikel |
|---|---|---|
| Snelheid | Rechter beslist binnen zes weken per instantie, tenzij uitzonderlijke omstandigheden | art. 24 |
| Centrale autoriteit | Bevestigt de ontvangst van een verzoek binnen vijf werkdagen | art. 23 |
| Bemiddeling | Rechter vraagt partijen zo vroeg mogelijk of zij bereid zijn tot mediation, als dat de procedure niet onnodig vertraagt | art. 25 |
| Stem van het kind | Een kind dat een eigen mening kan vormen, krijgt de gelegenheid die te geven | art. 21 en 26 |
| Ernstig risico | Geen weigering als passende regelingen de bescherming van het kind na terugkeer verzekeren | art. 27 lid 3 |
| Contact tijdens de procedure | Rechter kan contact tussen kind en achterblijvende ouder regelen | art. 27 lid 2 |
| Laatste woord | Na een weigering kan de rechter van het land van herkomst toch over het gezag en de terugkeer beslissen | art. 29 |
Nederland heeft dit uitgewerkt in de Uitvoeringswet internationale kinderontvoering. Alleen de rechtbank Den Haag behandelt teruggeleidingsverzoeken; hoger beroep gaat naar het gerechtshof Den Haag.
Hoe werkt de weigeringsgrond “ernstig risico” nu?
Volgens artikel 13 lid 1 onder b van het Haags verdrag kan de rechter terugkeer weigeren als er een ernstig risico is dat het kind lichamelijk of geestelijk gevaar loopt of in een ondragelijke toestand komt. Binnen de EU geldt een extra stap. De rechter mag dan niet weigeren als vaststaat dat er in het land van herkomst passende regelingen zijn getroffen om het kind na terugkeer te beschermen (art. 27 lid 3 Brussel II ter).
Twee uitspraken van het gerechtshof Den Haag laten zien hoe dat uitpakt:
- Op 25 januari 2024 gelastte het hof de terugkeer van vijf kinderen naar Frankrijk. De moeder had haar beroep op een ernstig risico onvoldoende onderbouwd. Bovendien was er in Frankrijk al intensieve hulpverlening geweest, die de vader wilde voortzetten (ECLI:NL:GHDHA:2024:103).
- Op 30 april 2024 wees het hof de teruggeleiding van een kind naar Polen juist af. De moeder had ernstige psychische problemen, en scheiding van haar zou tot een hechtingsbreuk leiden. Er waren geen passende regelingen om het kind daartegen te beschermen (ECLI:NL:GHDHA:2024:893).
De andere weigeringsgronden staan in artikel 12 (verzoek na meer dan een jaar en het kind is geworteld), artikel 13 lid 1 onder a (instemming of geen feitelijke uitoefening van het gezag) en artikel 13 lid 2 (verzet van een kind met voldoende rijpheid) van het verdrag.
Wat gebeurt er na een weigering?
Weigert de rechter terugkeer op grond van een ernstig risico of het verzet van het kind, dan geeft hij een certificaat af (art. 29 lid 2 Brussel II ter). In de zaak over Polen deed het hof Den Haag dat ambtshalve. Partijen kunnen daarna binnen drie maanden bij de rechter van het land van herkomst een procedure over het gezag beginnen.
Die rechter beoordeelt dan de hele situatie, inclusief de redenen voor de weigering. Beslist hij dat het kind toch terug moet, dan is die beslissing in het andere EU-land uitvoerbaar zonder nieuwe procedure (art. 29 lid 6). Zo houdt de rechter van het land waar het kind woonde het laatste woord over het gezag. De rechter in het land waar het kind naartoe is gebracht, beslist alleen over de terugkeer zelf.
Welke stappen zet u als uw kind is meegenomen?
- Leg vast wanneer en hoe het kind is vertrokken, en verzamel bewijs van uw gezag, zoals een uittreksel uit het gezagsregister of de huwelijksakte.
- Dien via de Centrale autoriteit internationale kinderaangelegenheden van het ministerie van Justitie en Veiligheid een verzoek om teruggeleiding in. Die stuurt het door naar de centrale autoriteit van het andere land.
- Doe zo snel mogelijk aangifte bij de politie: onttrekking van een minderjarige aan het gezag kan strafbaar zijn (art. 279 Sr).
- Dien het verzoek binnen een jaar in. Daarna kan de rechter weigeren als het kind in zijn nieuwe omgeving is geworteld (art. 12 van het verdrag).
- Vraag het Centrum Internationale Kinderontvoering (Centrum IKO) om informatie en advies; dat is kosteloos.
De procedure loopt in het land waar het kind nu is. Een advocaat daar kan nodig zijn. Is het kind juist naar Nederland gebracht, dan beslist de rechtbank Den Haag.
Wat betekent de verordening voor gezag en omgang buiten ontvoeringszaken?
Brussel II ter regelt ook welke rechter bevoegd is in gewone gezags- en omgangszaken: in principe de rechter van het land waar het kind zijn gewone verblijfplaats heeft (art. 7). Zie voor de bevoegdheidsverdeling bij alimentatie een apart artikel; daarvoor geldt de Alimentatieverordening.
Beslissingen over ouderlijk gezag en omgangsregelingen uit het ene EU-land worden in de andere lidstaten erkend zonder aparte procedure. Voor omgangsbeslissingen met een certificaat is ook geen verklaring van uitvoerbaarheid nodig. De tenuitvoerlegging zelf verloopt volgens het recht van het land waar zij plaatsvindt. Meer over het afdwingen van buitenlandse rechterlijke beslissingen leest u in een apart artikel.
Ook voor echtscheidingen bevat de verordening bevoegdheidsregels. Welk recht daarna geldt, bepaalt de verordening niet; zie ons artikel over internationaal familierecht en over internationale echtscheidingen.
Wat geldt buiten de EU?
Met landen buiten de EU, en met Denemarken, geldt alleen het Haags Kinderontvoeringsverdrag 1980, voor zover dat land partij is. De termijn van zes weken en de regel over passende regelingen gelden dan niet als verordening; het verdrag zelf noemt een termijn van zes weken waarna om uitleg over vertraging kan worden gevraagd (art. 11). Is het land geen verdragspartij, dan is er geen teruggeleidingsprocedure en moet u een procedure in dat land zelf voeren.
Hoe kunnen wij helpen bij een teruggeleidingsprocedure?
- beoordelen of de verplaatsing ongeoorloofd is: had u (mede) gezag en woonde het kind gewoonlijk in het land van herkomst;
- het verzoek tot teruggeleiding opstellen en de stukken voor de Centrale autoriteit en de rechter verzamelen;
- u bijstaan bij de rechtbank en het gerechtshof Den Haag;
- een beroep op een weigeringsgrond of op passende regelingen onderbouwen of weerleggen;
- afstemmen met een advocaat in het andere land als de procedure daar loopt.
Veelgestelde vragen
Mag de rechter in het andere land beslissen over het gezag?
Nee, niet zolang de teruggeleiding loopt. Hij beslist alleen of het kind terug moet. Over het gezag beslist de rechter van het land waar het kind vóór de ontvoering woonde.
Speelt de mening van een jong kind ook mee?
Ja. Brussel II ter noemt geen minimumleeftijd. Het kind krijgt de gelegenheid zijn mening te geven als het daartoe in staat is, op een manier die past bij zijn leeftijd (art. 21 en 26). Of verzet tegen terugkeer tot weigering leidt, hangt af van zijn leeftijd en rijpheid.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina familierecht advocaat.