Minderjarige verdachte: rechten bij politie, rechter en voorlopige hechtenis

Kleine kamer met een lage tafel en twee stoelen

Gepubliceerd op 9 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026

Een minderjarige verdachte van 12 tot 18 jaar heeft dezelfde basisrechten als een volwassene, zoals het zwijgrecht en het recht op een advocaat, en krijgt extra bescherming: de ouders worden ingelicht, een aangehouden jongere kan geen afstand doen van het gesprek met een advocaat vóór het verhoor, en de zitting is niet openbaar. De belangrijkste uitzondering: bij een ernstig feit kan de rechter een jongere van 16 of 17 jaar volgens het volwassenenstrafrecht berechten (artikel 77b Sr).

Het jeugdstrafrecht staat vanaf artikel 77a in het Wetboek van Strafrecht en vanaf artikel 486 in het Wetboek van Strafvordering. Het kent lagere maximumstraffen en meer nadruk op begeleiding. Hieronder leest u welke rechten uw kind heeft bij de politie, bij de rechter en in voorlopige hechtenis, en welke straffen mogelijk zijn. Meer achtergrond vindt u in ons artikel over het jeugdstrafrecht.

Een minderjarige verdachte in een rechtszaal, begeleid door een advocaat, terwijl een rechter luistert.

Voor welke leeftijden geldt het jeugdstrafrecht?

Voor jongeren die op het moment van het feit 12 tot 18 jaar oud waren (artikel 77a Sr). Bepalend is de leeftijd bij het feit, niet bij de zitting. Kinderen onder de 12 kunnen niet strafrechtelijk worden vervolgd; de politie kan wel de ouders inlichten en jeugdhulp inschakelen.

Leeftijd bij het feitWelk strafrechtWetsartikel
Jonger dan 12 jaarGeen strafvervolging mogelijkArt. 486 Sv
12 tot 16 jaarJeugdstrafrechtArt. 77a Sr
16 en 17 jaarJeugdstrafrecht; bij ernstige feiten kan de rechter volwassenenstrafrecht toepassenArt. 77b Sr
18 tot 23 jaarVolwassenenstrafrecht; de rechter kan jeugdstrafrecht toepassen (adolescentenstrafrecht)Art. 77c Sr

Bij 16- en 17-jarigen kijkt de rechter naar de ernst van het feit, de persoonlijkheid van de dader en de omstandigheden. Bij jongvolwassenen van 18 tot 23 jaar gaat het om de vraag of de persoonlijkheid of de omstandigheden toepassing van het jeugdstrafrecht rechtvaardigen.

Wat is er anders dan in het volwassenenstrafrecht?

De straffen zijn lager, de zitting is niet openbaar en de ouders moeten in beginsel aanwezig zijn. De Raad voor de Kinderbescherming onderzoekt de persoonlijke omstandigheden en adviseert de officier van justitie en de rechter. De rechter kijkt daarom nadrukkelijk naar school, gezin en hulpverlening.

  • lagere maximumstraffen, zoals jeugddetentie van ten hoogste een of twee jaar (artikel 77i Sr);
  • eigen straffen en maatregelen, zoals de leerstraf en de PIJ-maatregel;
  • een zitting achter gesloten deuren bij de kinderrechter (artikel 495b Sv);
  • een verschijningsplicht voor de jongere en de ouders;
  • de mogelijkheid van een Halt-afdoening bij lichte feiten (artikel 77e Sr).

Welke rechten heeft uw kind bij de politie?

Uw kind heeft het recht om te zwijgen, recht op een advocaat en recht op informatie in begrijpelijke taal. De politie moet u als ouder zo snel mogelijk inlichten over de aanhouding.

Welke informatie moet de politie geven?

De politie legt uit waarvan uw kind wordt verdacht, welke rechten het heeft en wat er gaat gebeuren, in taal die past bij de leeftijd. Ook de ouders of voogd krijgen informatie over de verdenking en het verdere verloop. Spreekt uw kind onvoldoende Nederlands, dan heeft het recht op een kosteloze tolk, ook een gebarentolk.

Kan uw kind afzien van een advocaat?

Nee, niet van het gesprek vóór het eerste verhoor als het is aangehouden. Ook tijdens het verhoor heeft uw kind recht op bijstand van een advocaat, en voor een aangehouden minderjarige is die bijstand kosteloos. De advocaat mag bij het verhoor vragen stellen en opmerkingen maken. Hoe een verhoor verloopt, leest u in ons artikel over wat u wel en niet zegt bij een verhoor.

Deze bescherming heeft een lange geschiedenis. Op 30 juni 2009 oordeelde de Hoge Raad al dat een aangehouden verdachte vóór het eerste verhoor moet worden gewezen op zijn recht een advocaat te raadplegen, en dat een aangehouden jeugdige verdachte bovendien recht heeft op aanwezigheid van een advocaat of een andere vertrouwenspersoon tijdens het verhoor (ECLI:NL:HR:2009:BH3079). Verklaringen die zonder die waarborgen zijn afgelegd, kunnen als bewijs worden uitgesloten. Inmiddels is dit in de wet vastgelegd.

Naast de advocaat kan uw kind vragen of een ouder of een andere vertrouwenspersoon bij het verhoor aanwezig mag zijn (artikel 488ab Sv). De politie beslist daarover en kan het weigeren als dat in het belang van het onderzoek is.

Mag uw kind zwijgen?

Ja. Uw kind hoeft geen vragen te beantwoorden, en de politie moet dat vóór het verhoor duidelijk uitleggen (artikel 29 Sv). Het zwijgrecht geldt van het eerste politieverhoor tot en met de zitting. Of zwijgen verstandig is, hangt af van de zaak; bespreek dat met de advocaat. Meer leest u in ons artikel over het zwijgrecht.

Hoe lang mag de politie uw kind vasthouden?

Na de aanhouding mag de politie een verdachte ten hoogste negen uur ophouden voor onderzoek (artikel 56a Sv). Is meer tijd nodig, dan kan de officier van justitie inverzekeringstelling bevelen voor maximaal drie dagen, die eenmaal met drie dagen kan worden verlengd (artikel 58 Sv). Bij een minderjarige moet de politie extra terughoudend zijn met vrijheidsbeneming. Daarna beslist de rechter-commissaris of voorlopige hechtenis nodig is.

Een jongere staat in een rechtszaal naast een advocaat terwijl een rechter toekijkt, met symbolen van gerechtigheid op de achtergrond.

Wanneer mag een minderjarige in voorlopige hechtenis?

Op dezelfde gronden als een volwassene: bij een ernstige verdenking en een grond zoals vluchtgevaar of herhalingsgevaar. Bij een minderjarige onderzoekt de rechter wel altijd eerst of de voorlopige hechtenis kan worden geschorst (artikel 493 Sv), zodat uw kind thuis kan wonen en naar school kan blijven gaan.

  1. Bewaring: ten hoogste veertien dagen, bevolen door de rechter-commissaris.
  2. Gevangenhouding: bevolen door de raadkamer van de rechtbank, in totaal ten hoogste negentig dagen tot aan de eerste zitting.
  3. Schorsing onder voorwaarden: bijvoorbeeld een meldplicht, een contactverbod, begeleiding door de jeugdreclassering of elektronisch toezicht.

De Raad voor de Kinderbescherming adviseert over de persoonlijke situatie en over schorsing. Een stabiele thuissituatie en een concreet plan voor school en hulpverlening vergroten de kans daarop.

Welke rechten heeft uw kind in een justitiële jeugdinrichting?

Wordt de voorlopige hechtenis niet geschorst, dan verblijft uw kind in een justitiële jeugdinrichting en niet in een huis van bewaring voor volwassenen. De Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen geeft het recht op onderwijs, medische en psychische zorg, contact met ouders en advocaat, en een klachtprocedure. Het ouderlijk gezag blijft bestaan; ouders kunnen op bezoek komen en worden betrokken bij belangrijke beslissingen.

Hoe verloopt de zitting bij de kinderrechter?

Besluit de officier van justitie tot vervolging, dan ontvangt uw kind een dagvaarding met het strafbare feit en de datum en plaats van de zitting. De advocaat bespreekt het dossier met uw kind en met u. De Raad voor de Kinderbescherming stelt een rapport op over de persoonlijke omstandigheden.

Lichtere zaken behandelt de kinderrechter alleen, zwaardere zaken de meervoudige kamer. De zitting vindt achter gesloten deuren plaats (artikel 495b Sv). Uw kind moet in persoon verschijnen, en de ouders of voogd worden opgeroepen en zijn verplicht te komen. Blijft uw kind weg, dan kan de rechter bevelen dat het door de politie wordt meegebracht.

Op de zitting heeft uw kind dezelfde rechten als een volwassene: het zwijgrecht, het recht om getuigen te laten ondervragen, het recht op een tolk en het laatste woord. De rechter weegt de persoonlijke situatie mee. Hoe een rechtszaak in het algemeen verloopt, leest u in ons artikel over het verloop van een rechtszaak.

Welke straffen en maatregelen kunnen jongeren krijgen?

Bij lichte feiten volgt vaak een Halt-afdoening of een strafbeschikking van de officier van justitie, zonder rechter. Bij zwaardere feiten kan de kinderrechter een taakstraf, geldboete, jeugddetentie of een maatregel opleggen. Het overzicht hieronder geeft de wettelijke maxima.

AfdoeningWie beslistMaximumBron
Halt-afdoeningPolitie (via Halt)20 uurArt. 77e Sr
Taakstraf in strafbeschikkingOfficier van justitie40 uur volgens OM-beleid (wettelijk 60 uur)Aanwijzing jeugdstrafrecht, per 1 oktober 2026; art. 77f Sr
Taakstraf (werk- of leerstraf)Kinderrechter200 uurArt. 77m Sr
Jeugddetentie, jonger dan 16 bij het feitKinderrechterEen jaarArt. 77i Sr
Jeugddetentie, 16 of 17 bij het feitKinderrechterTwee jaarArt. 77i Sr
PIJ-maatregelKinderrechterIn beginsel drie jaar, te verlengen tot ten hoogste zeven jaarArt. 77s en 77t Sr

Halt: een afdoening zonder strafzaak

Bij bepaalde lichte feiten, zoals vandalisme of een eerste winkeldiefstal, kan de politie een jongere naar Halt verwijzen. De jongere doet dan een leerproject of werkt de schade weg, ten hoogste twintig uur. Rondt hij de Halt-afdoening goed af, dan volgt geen strafzaak.

Strafbeschikking van de officier van justitie

Bij lichtere feiten kan de officier van justitie de zaak zonder rechter afdoen met een strafbeschikking. De wet staat voor jongeren een taakstraf van 60 uur toe, maar volgens de Aanwijzing jeugdstrafrecht (2026A002), die op 1 oktober 2026 in werking trad, legt het OM bij een jeugdige ten hoogste 40 uur op.

Voordat de officier een strafbeschikking uitvaardigt, hoort hij de jongere in een OM-hoorgesprek. Uw kind, u als ouder en de advocaat worden daarvoor opgeroepen. Is uw kind het niet eens met de strafbeschikking, dan kan het binnen veertien dagen verzet doen (artikel 257e Sv); de zaak komt dan alsnog bij de kinderrechter. Een strafbeschikking kan leiden tot een aantekening in de justitiële documentatie.

Taakstraf en geldboete

Een taakstraf is de meest opgelegde jeugdstraf: een werkstraf, een leerstraf of een combinatie, van in totaal ten hoogste 200 uur. Bij een werkstraf doet de jongere onbetaald werk; bij een leerstraf volgt hij een training, bijvoorbeeld over agressie. De jeugdreclassering begeleidt de uitvoering.

De rechter kan ook een geldboete opleggen. Die is voor jongeren aan een lager maximum gebonden dan voor volwassenen (artikel 77l Sr), en de rechter houdt rekening met wat de jongere kan betalen. De boete is een persoonlijke straf: de ouders zijn niet verplicht haar te betalen.

Jeugddetentie en de PIJ-maatregel

Jeugddetentie is de zwaarste jeugdstraf. De jongere zit de straf uit in een justitiële jeugdinrichting, met onderwijs en begeleiding. Vaak wordt jeugddetentie geheel of gedeeltelijk voorwaardelijk opgelegd, met bijzondere voorwaarden zoals begeleiding door de jeugdreclassering.

Bij een ernstig misdrijf en een gebrekkige ontwikkeling of stoornis kan de rechter de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ) opleggen. Een lichtere variant is de gedragsbeïnvloedende maatregel (artikel 77w Sr), waarbij de jongere thuis woont en een intensief behandelprogramma volgt.

Uitspraak en hoger beroep in een jeugdzaak

De kinderrechter doet vaak direct na de zitting mondeling uitspraak; de meervoudige kamer in de regel na twee weken. Tegen het vonnis kunnen uw kind en de officier van justitie binnen veertien dagen hoger beroep instellen (artikel 408 Sv).

Er zijn drie mogelijke uitkomsten. Bij vrijspraak acht de rechter het feit niet bewezen. Bij ontslag van alle rechtsvervolging is het feit wel bewezen, maar is het niet strafbaar of is de jongere niet strafbaar, bijvoorbeeld wegens noodweer. Bij een veroordeling legt de rechter een straf of maatregel op, of verklaart hij de jongere schuldig zonder straf (artikel 9a Sr).

In hoger beroep behandelt het gerechtshof de zaak opnieuw, met dezelfde bijzondere regels voor jeugdzaken. Tegen de uitspraak van het hof staat cassatie bij de Hoge Raad open, die alleen beoordeelt of het recht juist is toegepast.

Vergoeding na vrijspraak of een zaak zonder straf

Wordt uw kind vrijgesproken of eindigt de zaak zonder straf, dan kunt u de Staat om vergoeding vragen, binnen drie maanden na het einde van de zaak. Het gaat om de kosten van de advocaat (artikel 530 Sv) en om de schade door verzekering of voorlopige hechtenis (artikel 533 Sv). Bij vrijheidsbeneming kent de rechter ook een vergoeding voor immateriële schade toe, meestal een vast bedrag per dag. U dient het verzoek in bij de rechtbank of het hof dat de zaak het laatst heeft behandeld; als ouder kunt u dat namens uw kind doen. Meer leest u in ons artikel over schadevergoeding na vrijspraak.

Hoe wij minderjarige verdachten en hun ouders bijstaan

  • Het gesprek met uw kind vóór het eerste verhoor voeren en bijstand verlenen tijdens het verhoor.
  • Om schorsing van de voorlopige hechtenis vragen en passende voorwaarden aandragen (artikel 493 Sv).
  • Uw kind begeleiden bij het OM-hoorgesprek en beoordelen of verzet tegen een strafbeschikking zinvol is.
  • De zitting bij de kinderrechter voorbereiden, met aandacht voor het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming.
  • Na een vrijspraak het verzoek om vergoeding indienen (artikelen 530 en 533 Sv).

Jeugdstrafrecht in vier punten

  • Leeftijd bij het feit telt: 12 tot 18 jaar jeugdstrafrecht, met uitzonderingen voor 16- en 17-jarigen en voor 18- tot 23-jarigen.
  • Een aangehouden minderjarige kan geen afstand doen van het gesprek met een advocaat vóór het verhoor; de basis daarvoor legde de Hoge Raad al op 30 juni 2009.
  • Bij voorlopige hechtenis onderzoekt de rechter altijd eerst schorsing onder voorwaarden.
  • Sinds 1 oktober 2026 geeft het OM bij een strafbeschikking aan een jongere ten hoogste 40 uur taakstraf.

Veelgestelde vragen

Krijgt een minderjarige altijd een advocaat?

Een aangehouden minderjarige heeft altijd recht op een advocaat vóór en tijdens het verhoor, kosteloos. Wordt uw kind in verzekering gesteld, in voorlopige hechtenis genomen of gedagvaard, dan wijst de Raad voor Rechtsbijstand in de regel kosteloos een advocaat toe. U kunt ook zelf een advocaat kiezen, op elk moment in de strafzaak.

Hoe wordt de privacy van minderjarige verdachten beschermd?

De zitting is niet openbaar. Uitspraken die worden gepubliceerd, zijn geanonimiseerd, en media noemen in de praktijk geen volledige namen van minderjarige verdachten. Justitiële gegevens van jongeren worden bovendien korter bewaard dan die van volwassenen.

Wie betaalt de schade die een minderjarige veroorzaakt?

Dat hangt af van de leeftijd. Voor een kind jonger dan 14 jaar zijn de ouders aansprakelijk. Bij een kind van 14 of 15 jaar zijn de ouders aansprakelijk, tenzij hun niet te verwijten valt dat zij het gedrag niet hebben voorkomen (artikel 6:169 BW). Vanaf 16 jaar is de jongere zelf aansprakelijk. Een slachtoffer kan zich met een vordering tot schadevergoeding voegen in de strafzaak.

Meer over onze werkwijze leest u op de pagina strafrecht. Hoe een strafzaak in het algemeen verloopt, leest u in ons artikel van aanhouding tot vrijspraak. Wat de politie wel en niet mag, leest u in van verhoor tot dagvaarding; wanneer u formeel verdachte bent en waarom u onschuldig wordt geacht, leggen wij elders uit.

Een vraag over uw eigen situatie?

Mail ons in een paar zinnen waar uw vraag over gaat. Wij laten u weten of wij u kunnen helpen en wat de volgende stap is. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Een vraag over uw eigen situatie?

Mail ons in een paar zinnen waar uw vraag over gaat. Wij laten u weten of wij u kunnen helpen en wat de volgende stap is. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.