Gepubliceerd op 11 juli 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026
Het verschil tussen BV en eenmanszaak zit vooral in de rechtspersoonlijkheid. Een eenmanszaak is juridisch geen aparte entiteit: u bent de onderneming en staat met uw hele vermogen in voor de zakelijke schulden (artikel 3:276 BW). Een besloten vennootschap is wel een rechtspersoon (artikel 2:5 BW), draagt zelf haar schulden en ontstaat pas door een notariele akte (artikel 2:175 BW). Die scheiding bepaalt uw risico, uw verplichtingen en uw groeimogelijkheden.

Inhoudsopgave
Wat is het juridische verschil tussen een BV en een eenmanszaak?
Een eenmanszaak is geen rechtsvorm met een eigen vermogen, maar een manier waarop een natuurlijk persoon een onderneming drijft. In het Handelsregister staat een handelsnaam, maar daarachter zit uw eigen persoon. Alles wat de onderneming aangaat, gaat u persoonlijk aan: de contracten staan op uw naam, de schulden zijn uw schulden en de winst is uw inkomen. De naam eenmanszaak is overigens misleidend, want u mag er wel degelijk personeel in dienst hebben.
De besloten vennootschap is het spiegelbeeld daarvan. Artikel 2:5 BW bepaalt dat een rechtspersoon wat het vermogensrecht betreft gelijkstaat met een natuurlijk persoon. De BV sluit zelf overeenkomsten, is zelf partij in een procedure en is zelf schuldenaar. U bent aandeelhouder en meestal ook bestuurder, maar u bent niet de vennootschap. De regeling van de BV staat in titel 5 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, vanaf artikel 2:175 BW.
Die scheiding heeft gevolgen die verder reiken dan aansprakelijkheid alleen. Een BV kan blijven bestaan als u wegvalt, kan worden overgedragen door aandelen te leveren bij notariele akte en kan investeerders laten deelnemen zonder dat zij medeondernemer worden. Een eenmanszaak kunt u niet als geheel overdragen: u draagt de activa en de contracten afzonderlijk over. Wie deze afweging breder wil maken, vindt de vergelijking met andere rechtsvormen in ons artikel over de keuze van een rechtsvorm voor uw onderneming.
Hoe ver gaat uw aansprakelijkheid bij een eenmanszaak?
Bij een eenmanszaak geldt de hoofdregel van artikel 3:276 BW onverkort: een schuldeiser kan zijn vordering verhalen op alle goederen van zijn schuldenaar. Er is geen zakelijk vermogen dat van uw privevermogen is afgeschermd. Een leverancier met een onbetaalde factuur, een klant met een schadeclaim of de Belastingdienst met een naheffing kan beslag leggen op uw bankrekening, uw auto of uw woning. Een beroepsaansprakelijkheidsverzekering dekt veel, maar nooit alles: eigen risico, uitsluitingen en claims boven de dekkingsgrens blijven voor uw rekening.
Bent u getrouwd of hebt u een geregistreerd partnerschap, dan reikt het risico verder dan uw eigen vermogen. Schulden die tot de huwelijksgemeenschap behoren, kunnen op het gemeenschapsvermogen worden verhaald. Voor huwelijken die vanaf 1 januari 2018 zijn gesloten geldt de beperkte gemeenschap van goederen: wat u voor het huwelijk had, blijft in beginsel prive. Voor oudere huwelijken zonder huwelijkse voorwaarden valt vrijwel het hele vermogen in de gemeenschap. Huwelijkse voorwaarden zijn voor een ondernemer met een eenmanszaak daarom geen luxe maar een reele beschermingsmaatregel.
Daar staat tegenover dat de eenmanszaak juridisch licht is. U schrijft zich in bij de Kamer van Koophandel, u hoeft geen notaris in te schakelen en u bent direct operationeel. De boekhoudplicht van artikel 3:15i BW geldt wel: ieder die een bedrijf uitoefent moet een administratie voeren waaruit de rechten en verplichtingen blijken. Wie dat verwaarloost, staat zwak zodra een schuldeiser of de fiscus vragen stelt.

Hoe ver reikt de bescherming van de BV?
De bescherming van de BV is echt, maar smaller dan vaak wordt gedacht. De hoofdregel is helder: de BV is schuldenaar en de aandeelhouder is dat niet. Gaat de BV failliet, dan verliest u wat u in de vennootschap hebt gestoken en niets meer. Die regel geldt echter alleen voor schulden die de BV zelf is aangegaan, en alleen zolang u zich als bestuurder behoorlijk hebt gedragen.
In de praktijk wordt de bescherming vaak vrijwillig doorbroken. Banken en verhuurders vragen bij een jonge BV standaard een persoonlijke borgtocht of een hoofdelijke medeschuldverbintenis van de directeur-grootaandeelhouder. Tekent u die, dan is de aansprakelijkheidsbeperking voor die schuld verdwenen. Lees zulke bepalingen daarom niet als formaliteit: zij bepalen precies waar uw prive-risico begint.
Er is ook een risico in de opstartfase. Wie namens een nog niet opgerichte BV handelt, is op grond van artikel 2:203 BW zelf hoofdelijk verbonden totdat de opgerichte vennootschap de rechtshandeling bekrachtigt. En zolang de BV niet is ingeschreven in het Handelsregister, zijn de bestuurders naast de vennootschap hoofdelijk aansprakelijk voor de verrichte rechtshandelingen (artikel 2:180 BW). De volgorde van oprichten, inschrijven en pas daarna contracteren is dus geen bureaucratie maar een aansprakelijkheidskwestie. Wij zetten die stappen op een rij in ons artikel over de juridische stappen van idee naar BV.
Wanneer is een bestuurder van een BV toch prive aansprakelijk?
Bestuurdersaansprakelijkheid is de belangrijkste uitzondering op de beschermende werking van de BV, en zij is minder exotisch dan ondernemers denken. Intern, tegenover de vennootschap zelf, geldt artikel 2:9 BW: iedere bestuurder is gehouden tot een behoorlijke vervulling van zijn taak en is aansprakelijk als hem daarvan een ernstig verwijt te maken valt. Extern, tegenover een individuele schuldeiser, loopt de aansprakelijkheid via de onrechtmatige daad van artikel 6:162 BW. De bekendste toepassing is de bestuurder die namens de BV verplichtingen aangaat terwijl hij weet of behoort te begrijpen dat de vennootschap die niet zal kunnen nakomen en geen verhaal zal bieden.
In faillissement komt artikel 2:248 BW in beeld. Is het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk vervuld en is aannemelijk dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is, dan is iedere bestuurder hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort in de boedel. Het venijn zit in het bewijsvermoeden: heeft het bestuur de boekhoudplicht van artikel 2:10 BW of de publicatieplicht van artikel 2:394 BW geschonden, dan staat onbehoorlijk bestuur vast en wordt vermoed dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement was. Een te laat gedeponeerde jaarrekening is daarmee geen administratieve slordigheid maar een omkering van de bewijslast; wij bespreken dat afzonderlijk in ons artikel over bestuurdersaansprakelijkheid bij te late deponering.
Daarnaast gelden specifieke aansprakelijkheidsregels. Keert u dividend uit terwijl de vennootschap daarna haar opeisbare schulden niet meer kan betalen, dan zijn de bestuurders die dat wisten of behoorden te voorzien aansprakelijk voor het tekort (artikel 2:216 BW). Voor loonheffingen en omzetbelasting moet het bestuur betalingsonmacht tijdig bij de Belastingdienst melden op grond van de Invorderingswet 1990; blijft die melding uit, dan wordt onbehoorlijk bestuur verondersteld en is de weg naar prive-aansprakelijkheid kort. Een uitgebreide behandeling van deze gronden vindt u in ons overzicht van bestuurdersaansprakelijkheid bij een BV.
Hoe richt u een eenmanszaak of een BV op?
Een eenmanszaak start met een inschrijving in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel. U legitimeert zich, geeft uw activiteiten en handelsnaam op en bent daarna ondernemer. Er is geen akte, geen kapitaal en geen statuten. Wel verdient de handelsnaam aandacht: inschrijving in het register geeft op zichzelf geen exclusief recht op die naam. De Handelsnaamwet verbiedt een naam die verwarring wekt met een oudere onderneming, en een merkregistratie van een ander kan uw naamkeuze alsnog blokkeren.
De BV ontstaat pas door een notariele akte van oprichting waarin de statuten zijn opgenomen (artikel 2:175 BW), gevolgd door inschrijving in het Handelsregister. De notaris controleert de identiteit van de oprichters en de inhoud van de statuten. Sinds de invoering van de flex-bv per 1 oktober 2012 is het wettelijke minimumkapitaal vervallen: u kunt een BV oprichten met een symbolische kapitaalstorting. Wat blijft, is de tussenkomst van de notaris en daarmee een reele oprichtingsinvestering.
De statuten zijn geen standaardtekst die u ongelezen kunt laten passeren. Zij regelen het aantal aandelen, de bevoegdheden van bestuur en algemene vergadering, de blokkeringsregeling bij overdracht van aandelen en de besluitvorming bij een patstelling. Richt u de BV samen met anderen op, dan hoort daar een aandeelhoudersovereenkomst bij waarin u afspraken vastlegt over inzet, uittreding, geschillen en concurrentie. Hoe misgelopen afspraken uitpakken, laten wij zien in ons artikel over de risicos van een BV oprichten met vrienden. Voor de verschillen met de naamloze vennootschap verwijzen wij naar ons stuk over het verschil tussen een BV en een NV.

Welke doorlopende verplichtingen horen bij elke rechtsvorm?
De eenmanszaak kent een licht regime. U voert een administratie op grond van artikel 3:15i BW, doet aangifte omzetbelasting en verantwoordt de winst in uw aangifte inkomstenbelasting. Er is geen jaarrekening, geen publicatieplicht en geen verplichting om uw cijfers openbaar te maken. Uw concurrenten kunnen dus niet zien wat u verdient.
Voor de BV ligt dat anders. Het bestuur moet op grond van artikel 2:10 BW een administratie voeren waaruit de rechten en verplichtingen te allen tijde kunnen worden gekend, en de jaarrekening moet worden opgemaakt, vastgesteld en openbaar gemaakt. Artikel 2:394 BW verbindt daaraan een harde buitengrens: de jaarrekening moet uiterlijk twaalf maanden na afloop van het boekjaar bij de Kamer van Koophandel zijn gedeponeerd. Die deponering is openbaar, zodat iedereen de kerncijfers van uw vennootschap kan inzien.
Daar komen verplichtingen bij die specifiek aan de rechtspersoon hangen. De BV moet haar uiteindelijk belanghebbenden opgeven voor het UBO-register op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme; een eenmanszaak heeft geen uiteindelijk belanghebbenden en kent die verplichting niet. Verder voert de BV een loonadministratie voor de directeur-grootaandeelhouder, omdat de gebruikelijkloonregeling van artikel 12a van de Wet op de loonbelasting 1964 verlangt dat de DGA zichzelf een passend salaris toekent. Praktisch betekent dit dat een BV vrijwel altijd een accountant of administratiekantoor nodig heeft, terwijl een eenmanszaak dat vaak kan vermijden. De actuele deponeringstermijnen en tarieven staan op de site van de Kamer van Koophandel.
Wat betekent de rechtsvorm fiscaal?
Fiscaal staan twee stelsels tegenover elkaar. De winst van een eenmanszaak is uw eigen inkomen en wordt progressief belast in box 1 van de inkomstenbelasting. Daar staan ondernemersfaciliteiten tegenover, zoals de zelfstandigenaftrek met het bijbehorende urencriterium, de startersaftrek en de mkb-winstvrijstelling. Die faciliteiten drukken de belastbare winst het sterkst bij bescheiden resultaten.
Bij een BV zijn er twee heffingsmomenten. De vennootschap betaalt vennootschapsbelasting over haar winst in twee schijven. Wat u daarna als DGA aan uzelf uitkeert, wordt belast: uw salaris in box 1, uitgekeerd dividend in box 2. Omdat de tarieven van elkaar verschillen en de ondernemersfaciliteiten in de BV ontbreken, kantelt het beeld bij hogere en structurele winsten in het voordeel van de BV. Waar dat omslagpunt precies ligt, hangt af van de actuele tarieven, uw gebruikelijk loon, uw pensioenopbouw en de vraag of u winst in de vennootschap wilt laten staan.
Law & More is een advocatenkantoor en geen belastingadviseur. Wij zetten de juridische gevolgen van uw rechtsvormkeuze uiteen, maar laat het fiscale rekenwerk doen door een fiscalist of accountant die de tarieven van het lopende jaar toepast op uw eigen cijfers. Cijfers die in blogs circuleren zijn vaak verouderd, en een rechtsvormkeuze op basis van een achterhaald tarief is een dure vergissing.
Wat verandert er als u personeel aanneemt?
Juridisch mag een eenmanszaak net zo goed werkgever zijn als een BV. Het verschil zit opnieuw in het verhaal. Als werkgever draagt u het loondoorbetalingsrisico bij ziekte gedurende twee jaar, de re-integratieverplichtingen die het UWV toetst, en de aansprakelijkheid voor schade die uw werknemer in de uitoefening van zijn werk veroorzaakt. Bij een eenmanszaak komen die verplichtingen rechtstreeks op uw privevermogen terecht.
Daar komt bij dat arbeidsrechtelijke geschillen zelden klein zijn. Een ontslagprocedure die verkeerd afloopt kan uitmonden in een transitievergoeding, een billijke vergoeding en achterstallig loon tegelijk. In een BV worden die bedragen door de vennootschap gedragen; in een eenmanszaak door u. Voor ondernemingen die opschalen met personeel is dat vaak het beslissende argument, nog voordat de fiscaliteit ter sprake komt.
Ook de zeggenschap verandert. Groeit u door naar een onderneming met een substantieel personeelsbestand, dan komt de ondernemingsraad in beeld met advies- en instemmingsrecht op grond van de Wet op de ondernemingsraden. Die verplichting hangt aan de onderneming en niet aan de rechtsvorm, maar zij treft in de praktijk vooral vennootschappen. Wat medezeggenschap betekent bij belangrijke besluiten, leest u in ons artikel over de rol van de ondernemingsraad.

Hoe zet u een eenmanszaak om in een BV?
De overstap naar een BV is een gebruikelijke stap, maar het is geen omzetting in de juridische zin van het woord. Omdat een eenmanszaak geen rechtspersoon is, kan zij niet worden omgezet zoals een vereniging in een stichting kan worden omgezet. Wat er feitelijk gebeurt, is dat u een BV opricht en de onderneming daarin inbrengt: de activa, de voorraden, de goodwill en de contracten gaan over naar de nieuwe vennootschap.
Juridisch vraagt dat aandacht op drie punten. Contracten gaan niet vanzelf mee: voor contractsoverneming is op grond van artikel 6:159 BW medewerking van de wederpartij nodig, en huurovereenkomsten, licenties en financieringen bevatten vaak clausules die overdracht aan voorwaarden binden. Vergunningen staan op naam en moeten opnieuw worden aangevraagd of overgeschreven. En schulden blijven bij u tenzij de schuldeiser instemt met schuldoverneming, zodat oude verplichtingen uit de eenmanszaak niet automatisch achter de bescherming van de BV verdwijnen.
Voor personeel geldt een gunstiger regime. Gaat de onderneming als geheel over, dan is sprake van overgang van onderneming in de zin van artikel 7:662 BW en volgende. De werknemers gaan van rechtswege mee naar de BV, met behoud van hun arbeidsvoorwaarden, en ontslag wegens de overgang zelf is niet toegestaan. U hoeft dus geen nieuwe contracten te sluiten, maar u moet de werknemers wel informeren. Wat daarbij komt kijken, beschrijven wij in ons artikel over overgang van onderneming en de positie van werknemers.
Fiscaal kent de inbreng twee routes, geruisloos of ruisend, met verschillende gevolgen voor de stakingswinst en voor de terugwerkende kracht. Die keuze hoort thuis bij uw fiscalist; de juridische documentatie, de inbrengbeschrijving en de contractuele overgang verzorgt uw advocaat of notaris.
Wat betekent de rechtsvorm voor continuiteit en bedrijfsopvolging?
Een eenmanszaak is onlosmakelijk verbonden met de ondernemer. Valt u langdurig uit, dan staat de onderneming stil, want er is niemand die van rechtswege bevoegd is namens de zaak te handelen. Een volmacht of een levenstestament kan dat opvangen, maar dat moet u vooraf regelen. Overlijdt de ondernemer, dan eindigt de eenmanszaak en vallen de bezittingen en de schulden in de nalatenschap. De afwikkeling daarvan valt buiten ons werkterrein, maar het gevolg hoort wel mee te wegen bij uw rechtsvormkeuze.
Een BV kent dat probleem niet. De vennootschap bestaat los van haar aandeelhouder en blijft ook bij ziekte of overlijden gewoon partij bij haar contracten. De statuten kunnen een ontstentenis- en beletregeling bevatten die aanwijst wie het bestuur waarneemt zolang de bestuurder verhinderd is. Zonder zo een regeling ontstaat ook in een BV een gat in de vertegenwoordigingsbevoegdheid, dus laat dat punt bij de oprichting niet ongeregeld.
Bij verkoop verschilt het beeld eveneens sterk. Een BV draagt u over door de aandelen te leveren bij notariele akte; de onderneming blijft in dezelfde vennootschap zitten, met haar vergunningen, contracten en personeel. Een eenmanszaak verkoopt u als een verzameling activa en contracten, waarbij elke wederpartij afzonderlijk moet meewerken. Kopers stellen bij een aandelentransactie wel scherpere eisen aan garanties en vrijwaringen, omdat zij met de vennootschap ook haar verleden overnemen. Dat maakt een gefaseerde bedrijfsopvolging in een BV eenvoudiger, maar het onderhandelingstraject zwaarder.
Welke risicos dekt de rechtsvorm niet af?
Een BV is geen schild tegen alles. Persoonlijke zorgvuldigheidsnormen blijven op u van toepassing: bent u zelf de beroepsbeoefenaar die een fout maakt, dan kan een gedupeerde u naast de vennootschap aanspreken op grond van artikel 6:162 BW, mits hem van uw eigen handelen een verwijt valt te maken. De vennootschap neemt uw contractuele positie over, niet uw persoonlijke zorgplicht.
Ook bestuursrechtelijke en strafrechtelijke verantwoordelijkheid volgt de rechtsvorm niet automatisch. Een rechtspersoon kan strafbare feiten begaan, maar wie feitelijk leiding heeft gegeven aan die gedraging kan daarnaast persoonlijk worden vervolgd. Bestuurlijke boetes van toezichthouders kunnen op vergelijkbare gronden aan de leidinggevende worden opgelegd. De vennootschapsstructuur beperkt het vermogensrechtelijke risico; een vrijbrief is zij niet.
Ten slotte werkt de bescherming alleen als u haar zelf respecteert. Vermenging van prive- en vennootschapsvermogen, een oplopende rekening-courantschuld bij de eigen BV of het onttrekken van geld zonder aandeelhoudersbesluit ondergraven precies de scheiding waarvoor u de BV hebt opgericht. In faillissement zijn dat de eerste posten waar een curator naar kijkt, en zij monden regelmatig uit in een vordering uit bestuurdersaansprakelijkheid.
Welke rechtsvorm past bij welke situatie?
Een zelfstandige dienstverlener zonder personeel, met beperkte investeringen en een goed verzekerd risicoprofiel, is met een eenmanszaak doorgaans het beste af. De oprichting kost weinig, de administratie is te overzien en de ondernemersfaciliteiten wegen bij bescheiden winst zwaar. Het risico dat een claim boven de verzekeringsdekking uitkomt, is bij advieswerk zonder fysieke uitvoering beperkt.
Zodra u met kapitaal van derden wilt werken, is de BV feitelijk de enige route. Investeerders nemen deel door aandelen te verkrijgen, en aandelen bestaan niet bij een eenmanszaak. Ook een participatie van medeoprichters, een aandelenregeling voor sleutelmedewerkers of een gefaseerde overdracht van de onderneming laat zich alleen in een vennootschap vormgeven.
Draagt uw onderneming een reeel schaderisico, bijvoorbeeld door fysieke uitvoering, productlevering, personeel of grote contractwaarden, dan verschuift de afweging richting de BV, ongeacht de winst. Hetzelfde geldt bij een structureel hoge winst: dan gaat het fiscale voordeel van de vennootschapsstructuur de hogere vaste lasten overtreffen. Let ook op de tussenvorm die veel ondernemers over het hoofd zien: een holdingstructuur, waarbij een persoonlijke holding de aandelen in de werkmaatschappij houdt, scheidt het opgebouwde vermogen van het ondernemingsrisico en maakt een latere verkoop eenvoudiger.
De keuze is bovendien niet definitief. Veel ondernemingen beginnen als eenmanszaak en stappen over zodra winst, personeel of risico daarom vragen. Belangrijker dan de eerste keuze is dat u de rechtsvorm periodiek toetst aan de werkelijkheid van uw onderneming, en dat u die toets doet voordat een groot contract, een investering of een eerste werknemer zich aandient.
Veelgestelde vragen
Kan ik mijn eenmanszaak later omzetten naar een BV?
Ja, en dat gebeurt vaak. Juridisch richt u een nieuwe BV op en brengt u de onderneming daarin in. Contracten gaan alleen over met medewerking van de wederpartij (artikel 6:159 BW), maar het personeel gaat van rechtswege mee op grond van de regeling voor overgang van onderneming (artikel 7:662 BW en volgende). Bestaande schulden blijven bij u tenzij de schuldeiser instemt met overneming.
Ben ik als DGA echt nooit prive aansprakelijk?
Nee, dat is te stellig. U bent niet aansprakelijk voor gewone schulden van de BV, maar wel bij een ernstig verwijt in uw bestuurstaak (artikel 2:9 BW), bij kennelijk onbehoorlijk bestuur in faillissement (artikel 2:248 BW), bij een onrechtmatige daad tegenover een schuldeiser (artikel 6:162 BW) en bij een onverantwoorde dividenduitkering (artikel 2:216 BW). Daarnaast is een ondertekende borgtocht een volledig vrijwillige doorbreking van uw bescherming.
Heeft de rechtsvorm invloed op mijn hypotheekaanvraag?
Ja. Bij een eenmanszaak beoordeelt de geldverstrekker doorgaans het gemiddelde bedrijfsresultaat over een aantal boekjaren. Bij een BV kijkt zij naar uw DGA-salaris en naar de financiele positie van de vennootschap, en vraagt zij jaarrekeningen, dividendbesluiten en inzicht in de rekening-courantverhouding. Een jonge BV met wisselende resultaten kan daardoor als risicovoller worden beoordeeld dan een stabiele eenmanszaak.
Moet ik een BV hebben om personeel aan te nemen?
Nee. Een eenmanszaak mag personeel in dienst nemen en is dan een gewone werkgever, met loondoorbetaling bij ziekte, re-integratieverplichtingen en ontslagbescherming. Het verschil is dat u die verplichtingen bij een eenmanszaak met uw privevermogen draagt, terwijl zij in een BV op de vennootschap rusten.
Is mijn handelsnaam beschermd door de inschrijving bij de KvK?
Niet automatisch. Inschrijving in het Handelsregister legt vast onder welke naam u handelt, maar geeft geen exclusief recht. Bescherming ontleent u aan de Handelsnaamwet, die verwarringwekkend gebruik van een oudere handelsnaam verbiedt, en aanvullend aan een merkregistratie. Controleer daarom vooraf of de naam vrij is, ongeacht welke rechtsvorm u kiest.
Kan ik een eenmanszaak en een BV naast elkaar hebben?
Ja. U kunt bestuurder en aandeelhouder van een BV zijn en daarnaast een eenmanszaak drijven voor andere activiteiten. Houd de administraties en de contracten dan strikt gescheiden en factureer nooit vanuit de ene entiteit voor werk van de andere. Vermenging ondermijnt juist de aansprakelijkheidsscheiding waarvoor u de BV hebt opgericht en levert daarnaast fiscale discussies op.
Er speelt nog een praktisch punt dat in de vergelijking vaak ontbreekt: de manier waarop uw wederpartijen naar u kijken. Grote opdrachtgevers, aanbestedende diensten en verzekeraars stellen aan een vennootschap andere eisen dan aan een natuurlijk persoon. Zij vragen om jaarcijfers, om een bewijs van inschrijving en soms om een bankgarantie. Een eenmanszaak kan daar prima aan voldoen, maar de gevraagde zekerheden komen dan rechtstreeks op uw prive-positie te drukken, terwijl een vennootschap ze binnen haar eigen vermogen kan opvangen.
Ten slotte verdient de administratieve werkelijkheid aandacht. De verplichtingen van een BV zijn niet zwaar omdat de wetgever ondernemers wil hinderen, maar omdat derden op de cijfers van een rechtspersoon moeten kunnen vertrouwen. Wie die verplichtingen serieus neemt, houdt de bescherming van de vennootschap intact. Wie ze laat versloffen, verliest juist het voordeel waarvoor de BV is opgericht en loopt bovendien tegen de bewijsvermoedens van artikel 2:248 BW aan zodra het misgaat.
Advies over uw rechtsvorm
De keuze tussen een eenmanszaak en een BV is uiteindelijk een risicovraag met fiscale gevolgen, niet andersom. Wie alleen naar het omslagpunt in de belastingdruk kijkt, mist de vraag die er bij tegenslag toe doet: wie draagt de schade als een contract misloopt, een werknemer uitvalt of een klant een claim indient. Law & More beoordeelt uw contracten, statuten en aansprakelijkheidsrisico, begeleidt de oprichting of de inbreng in een BV en stelt de aandeelhoudersovereenkomst op die bij uw situatie past. De wettelijke kaders voor rechtspersonen vindt u in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Voor het fiscale rekenwerk werken wij samen met uw accountant of fiscalist.