Gepubliceerd op 25 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 31 oktober 2026
Een bedreiging via WhatsApp, Instagram, TikTok of e-mail is strafbaar op dezelfde manier als een bedreiging in het echt: artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) maakt geen onderscheid naar het kanaal. De uitzondering: niet elk boos bericht telt. Het moet gaan om een dreigement met een van de zware misdrijven uit artikel 285 Sr, en het bericht moet bij een redelijk denkende ontvanger vrees kunnen opwekken.
Hieronder leest u welke dreigementen onder artikel 285 Sr vallen, hoe de rechter een bericht beoordeelt en welke straffen gelden. Ook leest u wat u als ontvanger of als verdachte kunt doen. De wettekst staat in het Wetboek van Strafrecht op wetten.overheid.nl. Meer over het delict zelf leest u op onze pagina over bedreiging, en over strafbaar gedrag online in bredere zin in ons artikel over strafbaarheid bij online gedrag.
Inhoudsopgave
Met welke misdrijven mag niet gedreigd worden?
Artikel 285 lid 1 Sr noemt een beperkte lijst van misdrijven. Dreigen met iets dat niet op die lijst staat, is geen bedreiging in de zin van dit artikel, hoe onaangenaam het bericht ook is. Strafbaar is onder meer dreigen met:
- een misdrijf tegen het leven, zoals doodslag of moord (“ik maak je dood”);
- zware mishandeling, dus mishandeling met zwaar lichamelijk letsel als doel of gevolg;
- brandstichting (“ik steek je huis in brand”);
- gijzeling;
- ernstige zedenmisdrijven zoals verkrachting en aanranding (sinds 1 juli 2024 met een verwijzing naar de artikelen 241 en 243 Sr);
- openlijk geweld in vereniging tegen personen of goederen, en misdrijven die de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar brengen.
Dreigen met een gewone klap, met het bekrassen van een auto of met het kapotmaken van spullen valt dus in beginsel niet onder artikel 285 Sr. Zulke berichten kunnen wel onder een ander delict vallen, zoals belaging (artikel 285b Sr) als ze stelselmatig worden gestuurd.
Hoe beoordeelt de rechter een dreigbericht?
Een bericht is een strafbare bedreiging als het onder de gegeven omstandigheden bij een redelijk denkend mens de vrees kan opwekken dat het misdrijf wordt gepleegd. Daarnaast moet de afzender (minstens voorwaardelijk) opzet hebben gehad op die bedreiging. Dat opzet moet er ook op gericht zijn dat de bedreigde het bericht te zien krijgt.
Hoeft de ontvanger niet echt bang te zijn geworden?
Nee. De Hoge Raad oordeelde op 3 februari 2004 dat niet vast hoeft te staan dat de bedreigde daadwerkelijk vrees heeft gekregen (ECLI:NL:HR:2004:AN9309). Het is genoeg dat de bedreiging in het algemeen geschikt is om die vrees op te wekken. De verdachte had een envelop met melkpoeder en een uitgeprinte e-mail over antrax bij een bedrijf achtergelaten, naar eigen zeggen als grap. Het hof had hem vrijgesproken; de Hoge Raad vernietigde die vrijspraak en verwees de zaak naar het hof Amsterdam.
Welke rol spelen context, emoji’s en eerdere ruzie?
De rechter kijkt naar de woorden en naar de omstandigheden waarin ze zijn geuit. Een uitroep in een duidelijk grappige groepsapp tussen vrienden weegt anders dan een bericht aan een ex-partner tijdens een lopend conflict. Factoren die de rechter meeweegt, zijn onder meer:
- de relatie tussen afzender en ontvanger en eerdere conflicten;
- hoe concreet het bericht is (tijd, plaats, middel, “ik weet waar je woont”);
- of het bericht is herhaald of samenging met andere handelingen;
- emoji’s, afbeeldingen of foto’s van wapens die bij de tekst zijn gevoegd.
Dat ook een indirecte formulering in WhatsApp-berichten kan tellen, blijkt uit een vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 6 maart 2026 (ECLI:NL:RBZWB:2026:1469). De verdachte had in berichten en telefoontjes aan medewerkers van een basisschool en een gemeenteambtenaar herhaaldelijk de naam genoemd van iemand die eerder in die omgeving was vermoord. Volgens de rechtbank kon dat objectief gezien reële angst veroorzaken; de bedreiging werd bewezen verklaard. Eén andere uitlating vond de rechtbank geen bedreiging. Omdat de verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar werd geacht, volgde geen straf maar tbs met verpleging.
Is “ik weet waar je woont” strafbaar?
Op zichzelf meestal niet, omdat de zin geen misdrijf uit artikel 285 Sr noemt. In combinatie met eerdere berichten of een ander dreigement kan zo’n zin wel bijdragen aan het oordeel dat er gedreigd is met bijvoorbeeld zware mishandeling. Herhaalde berichten van deze strekking kunnen bovendien belaging opleveren (artikel 285b Sr).
Welke straf staat op bedreiging via een bericht?
Het strafmaximum hangt af van de vorm en het slachtoffer. Een WhatsApp-bericht of e-mail is een schriftelijke uiting, dus het tweede lid van artikel 285 Sr kan bij online bedreiging snel aan de orde zijn.
| Situatie | Artikel | Maximale gevangenisstraf |
|---|---|---|
| Bedreiging met een misdrijf uit de lijst | 285 lid 1 Sr | 3 jaar of geldboete van de vierde categorie |
| Schriftelijke bedreiging onder een voorwaarde (“als je niet betaalt, dan …”) | 285 lid 2 Sr | 4 jaar |
| Bedreiging met een terroristisch misdrijf | 285 lid 3 Sr | 6 jaar |
| Slachtoffer bedreigd in zijn functie, zoals politieagent, rechter, advocaat, journalist of burgemeester | 285 lid 5 Sr | maximum plus een derde |
De straf die de rechter in een concrete zaak oplegt, ligt doorgaans ver onder het maximum. Mogelijke uitkomsten zijn een geldboete, een taakstraf of een (voorwaardelijke) gevangenisstraf, vaak met bijzondere voorwaarden zoals een contactverbod. Een veroordeling leidt tot een justitiële registratie. Dat kan gevolgen hebben voor een verklaring omtrent het gedrag (VOG) en voor werk of reizen naar het buitenland.
Welke andere delicten komen bij online intimidatie voor?
Naast bedreiging kent het Wetboek van Strafrecht aparte delicten voor andere vormen van online intimidatie. Het Openbaar Ministerie kan die naast of in plaats van bedreiging ten laste leggen.
- Belaging of stalking (artikel 285b Sr): stelselmatig inbreuk maken op iemands persoonlijke levenssfeer, bijvoorbeeld door massaal berichten te sturen. Dit is een klachtdelict: vervolging vindt alleen plaats op klacht van het slachtoffer. Lees meer over belaging en stalking.
- Doxing (artikel 285d Sr, sinds 1 januari 2024): persoonsgegevens van een ander verspreiden om die persoon vrees aan te jagen, ernstige overlast te bezorgen of te hinderen in zijn werk.
- Afpersing en afdreiging (artikelen 317 en 318 Sr): iemand dwingen tot betaling of iets anders, bijvoorbeeld door te dreigen met het verspreiden van naaktbeelden (sextortion).
- Identiteitsfraude (artikel 231b Sr): misbruik van andermans identificerende gegevens, zoals bij een nepprofiel op naam van het slachtoffer.
Voor online pesten en shamen verwijzen wij naar ons artikel over online pesten of shamen. Over de juridische risico’s van berichten op sociale platforms in het algemeen leest u meer in de juridische schaduwkant van social media.
U bent online bedreigd: bewijs, aangifte en melding in drie stappen
Leg eerst het bewijs vast en doe daarna aangifte bij de politie. Bij direct gevaar belt u altijd 112.
Stap 1: screenshots en chatexport veiligstellen
Maak screenshots waarop datum, tijdstip en het telefoonnummer of de gebruikersnaam van de afzender zichtbaar zijn. Verwijder het gesprek niet. Blokkeer de afzender pas nadat u het bewijs hebt vastgelegd, omdat blokkeren of verwijderen op sommige platforms berichten onzichtbaar maakt.
- Exporteer de volledige chat (WhatsApp heeft een exportfunctie) en bewaar een kopie buiten uw telefoon.
- Noteer de link (URL) van openbare posts en het profiel van de afzender.
- Laat dreigende e-mails in de mailbox staan; de technische gegevens (headers) kunnen helpen de afzender te achterhalen.
- Noteer wie de berichten ook heeft gezien, zodat zij als getuige kunnen verklaren.
Stap 2: aangifte bij de politie
Aangifte van bedreiging doet u bij de politie, op een bureau naar keuze; een afspraak maakt u via het algemene politienummer 0900-8844. Neem het bewijs mee en vertel of de afzender uw adres kent en of u zich onveilig voelt. Bij belaging dient u ook een klacht in, anders kan het OM niet vervolgen. Hoe aangifte in zijn werk gaat, leest u in onze gids over aangifte doen bij de politie.
Is de afzender onbekend of anoniem? Ook dan kunt u aangifte doen. De politie kan via de officier van justitie gegevens bij een platform of provider opvragen, maar dat lukt niet altijd, zeker niet bij buitenlandse diensten.
Stap 3: melden bij het platform
Meld het bericht of account daarnaast bij het platform zelf. Onder de Europese Digitaledienstenverordening (DSA) moeten platforms een meldsysteem voor illegale inhoud hebben en meldingen zorgvuldig behandelen. Verwijdering door het platform vervangt een aangifte niet.
Contactverbod en schadevergoeding na een dreigbericht
Het strafrecht kent verschillende maatregelen om verdere bedreiging te voorkomen. Daarnaast kunt u binnen het strafproces schadevergoeding vragen.
- De officier van justitie kan een gedragsaanwijzing geven, zoals een contact- of locatieverbod (artikel 509hh Wetboek van Strafvordering).
- De rechter kan een contact- of locatieverbod opleggen als bijzondere voorwaarde of als vrijheidsbeperkende maatregel (artikel 38v Sr).
- Bij ernstige feiten kan de verdachte in voorlopige hechtenis worden genomen.
- Als benadeelde partij kunt u zich in het strafproces voegen en schadevergoeding vorderen (artikel 51f Wetboek van Strafvordering).
Buiten het strafrecht om kunt u bij de civiele rechter in kort geding een contact- of straatverbod vragen, eventueel met een dwangsom. Voor emotionele en praktische ondersteuning kunt u terecht bij Slachtofferhulp Nederland; meer daarover leest u in ons artikel over slachtofferhulp in het strafrecht.
U wordt verdacht van een dreigbericht: wat is belangrijk?
- U heeft het recht om te zwijgen en recht op een advocaat vóór en tijdens het politieverhoor.
- Ga na of het bericht juridisch wel een misdrijf uit artikel 285 Sr noemt; dreigen met een gewone klap valt er niet onder.
- Bewaar de volledige chatgeschiedenis: de context kan laten zien hoe een bericht bedoeld en begrepen is.
- Neem geen contact op met de aangever als u een contactverbod of gedragsaanwijzing heeft gekregen; overtreding kan zelf strafbaar zijn.
Hoe wij helpen bij online bedreiging
- Beoordelen of de berichten juridisch een bedreiging of een ander delict opleveren.
- Bijstaan bij het politieverhoor als u wordt verdacht van bedreiging.
- Een schadevordering als benadeelde partij opstellen en indienen.
- Een kort geding voeren voor een contact- of straatverbod; zie ook onze pagina strafrecht advocaat.
Veelgestelde vragen
Is bedreiging in een groepsapp ook strafbaar?
Ja, als de afzender erop rekent dat de bedreigde het bericht te zien krijgt, bijvoorbeeld omdat die in de groep zit of het bericht wordt doorgestuurd. Het bericht hoeft niet rechtstreeks aan de bedreigde te zijn gericht.
Kunnen ouders aangifte doen namens hun kind?
Ja, ouders kunnen namens hun minderjarige kind aangifte doen. Voor een klachtdelict als belaging dient bij een kind jonger dan 16 jaar de wettelijk vertegenwoordiger de klacht in (artikel 65 Sr).
Helpt het als ik het bericht snel verwijder?
Nee. Als de ontvanger het bericht al heeft gezien of er een screenshot van heeft gemaakt, kan de bedreiging al voltooid zijn. Verwijderen achteraf kan wel meewegen bij de beoordeling van de context en de strafmaat.