Gepubliceerd op 18 juli 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 oktober 2026
Verkoopt u bij een scheiding de gezamenlijke woning, dan verdeelt u juridisch een gemeenschappelijk goed: bent u samen eigenaar, dan heeft u ieder in beginsel recht op de helft van de overwaarde. Die hoofdregel wijkt af als een van u eigen geld in de woning heeft gestoken, als u huwelijkse voorwaarden heeft of als de woning op naam van één van u staat.
Bij een gemeenschap van goederen volgt de gelijke verdeling uit artikel 1:100 BW. Bij een eenvoudige gemeenschap, bijvoorbeeld als ongehuwde samenwoners, gelden de aandelen die in de leveringsakte staan. Verkoop is de meest gebruikte vorm van verdeling, omdat daarmee ook de gezamenlijke hypotheekschuld verdwijnt.
Inhoudsopgave
Verkopen of uitkopen: waar hangt de keuze van af?
Dat hangt vooral af van de financiering: kan de partner die wil blijven de hypotheek alleen dragen? Lukt dat niet, dan resteert in de praktijk alleen verkoop.
Er zijn twee routes. Bij verkoop aan een derde wordt de woning te gelde gemaakt. De hypotheek wordt uit de opbrengst afgelost en u verdeelt wat overblijft. Bij uitkoop neemt een van u het aandeel van de ander over en blijft de woning in de familie. Die keuze is zelden vrij. Zij wordt bepaald door de vraag of de blijvende partner de volledige hypotheek zelfstandig kan dragen en of de geldverstrekker bereid is de ander uit de hoofdelijke aansprakelijkheid te ontslaan.
Is die financiering niet rond te krijgen, dan resteert verkoop, hoe graag een van u ook in de woning wil blijven. Juist door de waardestijging van de afgelopen jaren is uitkoop vaak onhaalbaar. Hoe hoger de overwaarde, hoe hoger het bedrag dat de blijvende partner bovenop de bestaande schuld moet financieren. Laat dit vroeg doorrekenen. De rest van de afspraken over alimentatie, inboedel en verhuizing hangt namelijk aan deze uitkomst.
Wilt u vooral weten wie er in de woning mag blijven en hoe de rechter dat beoordeelt? Lees dan ons artikel over de verdeling van de woning bij scheiding. Dit artikel gaat over de route die daarna volgt: de verkoop zelf en de juridische en financiële afwikkeling daarvan.
Van wie is het huis eigenlijk?
Stel eerst vast wat er te verdelen valt. Dat hangt af van uw trouwdatum, eventuele huwelijkse voorwaarden en de namen in de leveringsakte.
Bent u getrouwd op of na 1 januari 2018, dan geldt de beperkte gemeenschap van goederen van artikel 1:94 BW. Alleen wat u tijdens het huwelijk samen heeft opgebouwd, valt in de gemeenschap. Vermogen dat u al voor het huwelijk had, blijft van u, net als de meeste erfenissen en schenkingen. Kocht een van u de woning al voor het huwelijk, dan is die woning in beginsel privévermogen, ook als u de hypotheek jarenlang samen betaalde.
Bent u eerder getrouwd, dan gold de algehele gemeenschap van goederen. Vrijwel alles valt dan in de gemeenschap, ook een woning die een van u al bezat. Heeft u huwelijkse voorwaarden, dan bepalen die het beeld. Let dan vooral op een verrekenbeding dat jarenlang niet is uitgevoerd, want dat leidt bij een scheiding tot een aparte discussie. Woonde u ongehuwd samen, dan is de woning van degene of degenen die in de leveringsakte staan. Het samenlevingscontract bepaalt dan hoe u afrekent.
Betaalde een van u de woning deels uit privévermogen, bijvoorbeeld met een erfenis of eigen spaargeld? Dan ontstaat een vergoedingsrecht op de gemeenschap. De omvang daarvan wordt in beginsel bepaald naar evenredigheid van de waardeontwikkeling van de woning, en niet simpelweg door het bedrag dat destijds is ingelegd. Over deze post ontstaat regelmatig discussie. Verzamel daarom de bankafschriften van destijds voordat u afspraken maakt. Voor de hoofdlijnen van de verdeling verwijzen wij naar ons artikel over scheiden in gemeenschap van goederen.
Welke peildatum geldt voor de waarde?
Wat in de gemeenschap valt, staat vast op de dag dat het echtscheidingsverzoek wordt ingediend. De waarde van de woning bepaalt u in beginsel op de dag van de verdeling zelf, tenzij u samen iets anders afspreekt.
Die twee momenten worden vaak door elkaar gehaald. Volgens artikel 1:99 BW eindigt de gemeenschap op het tijdstip waarop het verzoek tot echtscheiding bij de rechtbank wordt ingediend. Vanaf dat moment staat vast welke goederen en schulden erin vallen. De waarde van die goederen wordt echter in beginsel bepaald op het tijdstip van de verdeling, meestal het moment van de overdracht of van de akte van verdeling.
Dat onderscheid gaat over geld. Stijgt de markt tussen het verzoek en de levering, dan profiteren u beiden daarvan als de verdelingsdatum geldt. Spreekt u een eerdere peildatum af, dan komt de stijging toe aan degene die de woning overneemt. Beide keuzes zijn geldig, maar zij moeten uitdrukkelijk in het convenant staan. Ontbreekt zo’n afspraak, dan valt u terug op de wettelijke hoofdregel.
Bij verkoop aan een derde is het meestal eenvoudiger: de verkoopopbrengst is dan de waarde. Toch blijft de peildatum van belang voor alles wat eromheen hangt. Denk aan de spaarpolis die aan de hypotheek is gekoppeld, de teruggaaf van energiebelasting en een eventuele bouwdepotrekening. Neem die posten uitdrukkelijk op in de afrekening. Anders duiken zij maanden na de overdracht alsnog op.
Wat legt u vast in het echtscheidingsconvenant?
Leg zo concreet mogelijk vast hoe de verkoop verloopt, wie tot de overdracht welke lasten betaalt en wat er gebeurt als u het niet eens wordt. Neemt de rechter het convenant op in de beschikking, dan kunt u die afspraken afdwingen.
Het echtscheidingsconvenant is juridisch een vaststellingsovereenkomst volgens artikel 7:900 BW. Hecht u het aan het gezamenlijke verzoekschrift en neemt de rechtbank de afspraken op in de beschikking, dan levert dat een executoriale titel op. U kunt nakoming dan afdwingen zonder eerst een nieuwe procedure te voeren.
Een clausule die alleen zegt dat de woning wordt verkocht en de opbrengst wordt gedeeld, is te mager. Leg ook vast:
- welke makelaar de opdracht krijgt en welke vraagprijs geldt;
- onder welke prijs niet verkocht hoeft te worden;
- binnen welke termijn u beiden op een bod reageert;
- wat er gebeurt als de woning na een afgesproken periode nog niet is verkocht;
- wie tot de overdracht de hypotheekrente, de verzekeringen, de gemeentelijke heffingen en het onderhoud betaalt, en hoe u die betalingen bij de eindafrekening verrekent.
Neem daarnaast een regeling op voor een patstelling. Denk aan een automatische prijsverlaging na een aantal maanden, een tweede makelaar of het recht van een van u om alsnog uit te kopen tegen een opnieuw vast te stellen waarde. Zonder zo’n regeling kan een van u de verkoop feitelijk blokkeren door elk bod af te wijzen. Meer over de opzet en inhoud leest u in ons artikel over het echtscheidingsconvenant.
Zijn de verhoudingen nog werkbaar, dan is mediation vaak de snelste route naar zo’n convenant. Lukt dat niet, dan onderhandelen twee advocaten namens u. In beide gevallen moet de echtscheidingsbeschikking volgens artikel 1:163 BW binnen zes maanden worden ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Gebeurt dat niet, dan verliest de beschikking haar kracht en bent u nog steeds getrouwd.
Wie draagt de woonlasten tot de overdracht?
Tegenover de bank blijft u beiden aansprakelijk voor de volledige hypotheek, wat u onderling ook afspreekt. Onderling kunt u wel verrekenen, en wie in de woning blijft kan een gebruiksvergoeding verschuldigd zijn.
Tot de levering blijft de woning van u samen en staat de hypotheekschuld op beide namen. U bent hoofdelijk aansprakelijk. De geldverstrekker kan de volledige maandlast dus bij ieder van u afzonderlijk opeisen, ongeacht wie er woont. Uw onderlinge afspraken werken wel intern. Betaalt u meer dan uw aandeel, dan heeft u volgens artikel 6:10 BW een regresvordering op uw ex-partner voor het deel dat hem of haar aanging.
Blijft een van u in de woning wonen, dan gebruikt die persoon ook het aandeel van de ander. Volgens artikel 3:169 BW kan de vertrokken deelgenoot dan aanspraak maken op een redelijke gebruiksvergoeding. In de rechtspraak wordt de hoogte daarvan vaak gerelateerd aan de overwaarde, en verrekend met de woonlasten die de blijvende partner alleen draagt. Maak hierover vooraf een duidelijke afspraak. Een vergoeding achteraf terugvorderen over een lange periode leidt snel tot een geschil.
Zolang de scheiding loopt, kan de rechter op verzoek voorlopige voorzieningen treffen. Volgens artikel 822 Rv kan hij bepalen wie de echtelijke woning bij uitsluiting mag gebruiken en wie welke lasten voorlopig betaalt. Na de echtscheiding kan de rechter op grond van artikel 1:165 BW bepalen dat de partner die in de woning woont, het gebruik nog zes maanden na de inschrijving mag voortzetten. Dat gebeurt alleen op verzoek en tegen een redelijke vergoeding. Over deze tussenperiode schreven wij eerder een artikel over voorlopige voorzieningen bij echtscheiding.
Hoe verdeelt u de overwaarde of de restschuld?
De overwaarde is wat overblijft na aflossing van de hypotheek en betaling van de verkoopkosten; die deelt u in beginsel bij helfte. Een restschuld blijft u tegenover de bank samen verschuldigd, ook na de verkoop.
De netto opbrengst is de verkoopprijs min de af te lossen hypotheekschuld en de verkoopkosten. Denk aan de courtage van de makelaar, de kosten van het energielabel en het aandeel in de notariskosten. Wat overblijft, is de overwaarde.
Een voorbeeld ter illustratie: u verkoopt voor € 400.000, er staat nog € 250.000 hypotheek open en de verkoopkosten bedragen € 5.000. Dan resteert er € 145.000 om te verdelen, dus € 72.500 per persoon als er geen andere posten spelen.
Die hoofdregel wijkt af zodra er vergoedingsrechten spelen, bijvoorbeeld omdat een van u eigen geld in de woning heeft gestoken. Hetzelfde geldt als u in huwelijkse voorwaarden een andere verdeelsleutel heeft afgesproken. Ook een onderlinge schuld, zoals een lening van de ouders van een van u, moet eerst worden verrekend. Zet daarom vóór de overdracht een complete afrekening op papier en laat de notaris die volgen bij de uitbetaling.
Blijft de opbrengst achter bij de schuld, dan ontstaat een restschuld. Die verdwijnt niet door de verkoop. De hoofdelijke aansprakelijkheid blijft voor het onbetaalde deel bestaan, en de geldverstrekker kan het volledige bedrag bij ieder van u opeisen. Leg in het convenant vast wie welk deel aflost en binnen welke termijn. Spreek bij voorkeur ook af wat er gebeurt als een van u die verplichting niet nakomt. Vraag de geldverstrekker daarnaast om een schriftelijke bevestiging van de betalingsregeling, zodat u weet waar u aan toe bent.
Verzwijgt uw ex-partner bij de verdeling een bankrekening, een polis of een ander vermogensbestanddeel? Dan is artikel 3:194 BW van belang. Wie opzettelijk een goed van de gemeenschap verzwijgt, verliest zijn aandeel daarin aan de ander. Die sanctie geldt alleen bij opzet, niet bij een vergissing of een vergeten kleine post. Het is wel een reden om de gebruikelijke stukken op te vragen voordat u tekent.
Uw ex-partner werkt niet mee: welke routes heeft u?
U kunt de rechter vragen om u te machtigen de woning te verkopen, om de verdeling vast te stellen of om nakoming van het convenant af te dwingen. Bij spoed is een kort geding mogelijk.
Voor de verkoop en de levering zijn beide handtekeningen nodig. Weigert uw ex-partner te tekenen, dan heeft u drie routes:
- Machtiging tot verkoop. Volgens artikel 3:174 BW kan de rechter u om gewichtige redenen machtigen de woning te gelde te maken. Die machtiging vervangt de medewerking van de ander.
- Vordering tot verdeling. Volgens artikel 3:185 BW bepaalt de rechter dan zelf hoe wordt verdeeld. Hij kan bijvoorbeeld verkoop gelasten.
- Nakoming van het convenant. Dat kan als in het convenant al is afgesproken dat de woning wordt verkocht.
Bij spoed, bijvoorbeeld als een bod dreigt te verlopen of de lasten niet meer worden betaald, kunt u een kort geding starten. De voorzieningenrechter kan uw ex-partner op straffe van een dwangsom veroordelen om mee te werken. Hij kan zelfs bepalen dat het vonnis in de plaats treedt van de ontbrekende handtekening. Een voorlopige voorziening is wel geen definitief oordeel over de verdeling.
Zolang u nog getrouwd bent, geldt bovendien artikel 1:88 BW. Voor de verkoop van een woning die u samen bewoont of die door de andere echtgenoot wordt bewoond, is de toestemming van de andere echtgenoot nodig, ook als de woning op naam van één van u staat. Ontbreekt die toestemming, dan kan de verkoop worden vernietigd. Een eenzijdige verkoop tijdens het huwelijk is daardoor in de praktijk niet mogelijk, en de gang naar de rechter is dan soms onvermijdelijk. Voor de bredere afweging tussen blijven en vertrekken verwijzen wij naar ons artikel over de eigen woning bij echtscheiding.
Hoe verloopt de overdracht bij de notaris?
Bij verkoop lost de notaris uit de koopsom de hypotheek af en verdeelt hij het restant volgens uw afspraak. Neemt een van u de woning over, dan is een ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid door de geldverstrekker onmisbaar.
Bij verkoop aan een derde verloopt de afwikkeling via de notaris. Die lost uit de koopsom de hypotheek af, betaalt de verkoopkosten en maakt het restant over volgens de verdeelsleutel die u heeft afgesproken. Lever de afrekening ruim voor de overdracht schriftelijk aan. Zo ontstaat er op de dag van de levering geen discussie over wie welk bedrag krijgt. Loopt er een geschil, dan kan de notaris het omstreden deel in depot houden totdat u eruit bent.
Neemt een van u de woning over, dan gaat het niet om verkoop maar om verdeling. Er wordt een akte van verdeling opgemaakt en het aandeel van de vertrekkende partner wordt geleverd. Voor die route is een ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid onmisbaar. Dat is geen rechterlijke beslissing en ook geen automatisch gevolg van het convenant. Het is een beslissing van de geldverstrekker, die beoordeelt of de blijvende partner de lasten alleen kan dragen. Regel het ontslag daarom altijd voordat u de akte tekent.
Rond de afwikkeling af met de praktische zaken die achteraf voor gedoe zorgen:
- de opstalverzekering opzeggen of overzetten;
- de gezamenlijke rekening beëindigen waarvan de lasten werden betaald;
- de nieuwe adressen doorgeven aan de gemeente;
- de begunstiging aanpassen van een polis die aan de hypotheek is gekoppeld.
Hoe verloopt de verkoop zelf?
U geeft de makelaar samen opdracht en u tekent de koopakte samen als verkoper. Spreek af dat u beiden tegelijk wordt geïnformeerd en binnen welke termijn u op een bod reageert.
U bent ook samen aansprakelijk tegenover de makelaar. Laat in de opdracht opnemen dat u beiden gelijktijdig en gelijkluidend wordt geïnformeerd over bezichtigingen, biedingen en adviezen. Zo voorkomt u dat de partner die niet meer in de woning woont pas achteraf hoort dat er is onderhandeld. Een vaste reactietermijn op biedingen voorkomt dat een serieuze koper afhaakt door stilte.
Is er overeenstemming, dan legt de makelaar de afspraken vast in een koopakte. U tekent beiden als verkoper. Een handtekening van slechts één van u levert geen geldige koop van de hele woning op. In de akte staan de gebruikelijke onderdelen: de koopsom, de leveringsdatum, de ontbindende voorwaarde voor de financiering, de waarborgsom of bankgarantie van doorgaans tien procent van de koopsom, en de bepalingen over de staat van de woning.
Let op uw mededelingsplicht. Volgens artikel 7:17 BW moet de woning de eigenschappen hebben die de koper mag verwachten. Gebreken die u kent en die normaal gebruik in de weg staan, moet u melden. Bij een oudere woning wordt vaak een ouderdomsclausule opgenomen. Die legt het risico voor gebreken die bij de leeftijd van het huis passen bij de koper, maar dekt geen gebreken die u kende en verzweeg. Koopt de koper als particulier, dan geldt artikel 7:2 BW: de koop moet schriftelijk worden gesloten en de koper heeft na ontvangst van de akte drie dagen bedenktijd.
Tussen de koopakte en de levering zitten meestal enkele weken tot enkele maanden. Gebruik die periode om de eindafrekening voor te bereiden, de aflossing of het ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid met de geldverstrekker af te stemmen en de verhuizing te plannen. Woont een van u tot de sleuteloverdracht in de woning? Leg dan schriftelijk vast wie de woning oplevert en in welke staat. Ook daarover ontstaan bij een scheiding geregeld conflicten.
Welke afspraken over de kinderen raken de woning?
Waar de kinderen gaan wonen, beïnvloedt de zorgregeling en de alimentatie. Een verhuizing die de kinderen raakt, beslist u bij gezamenlijk gezag samen.
Heeft u minderjarige kinderen, dan moet u volgens artikel 815 Rv bij het echtscheidingsverzoek een ouderschapsplan voegen. Daarin staan afspraken over de zorgverdeling, de informatie-uitwisseling en de kosten. De woning speelt daarin een grotere rol dan vaak wordt gedacht. Waar de kinderen hoofdzakelijk verblijven, bepaalt mede hoe de zorgregeling uitpakt en hoe de kinderalimentatie wordt berekend, omdat de woonlasten van beide ouders daarin meewegen.
Na de scheiding blijft het gezamenlijk gezag volgens artikel 1:251 BW in beginsel bestaan. Belangrijke beslissingen, zoals een verhuizing waardoor de kinderen van school moeten wisselen, neemt u dus samen. Komt u er niet uit, dan kan de rechter volgens artikel 1:253a BW een beslissing nemen of vervangende toestemming geven. Wilt u na de verkoop naar een andere plaats verhuizen? Regel die toestemming dan vroeg, en niet pas als de overdracht al is gepland.
De onderhoudsplicht voor kinderen loopt volgens artikel 1:395a BW door tot hun 21e. Voor partneralimentatie geldt sinds 1 januari 2020 volgens artikel 1:157 BW als hoofdregel de helft van de duur van het huwelijk, met een maximum van vijf jaar en een beperkt aantal uitzonderingen. Beide bedragen hangen af van de woonlasten na de scheiding. Werk de verkoop en de alimentatieafspraken daarom gelijktijdig uit, en niet na elkaar.
Verhuren of leeg laten staan als de verkoop stokt?
Tijdelijke verhuur kan, maar alleen met schriftelijke toestemming van de geldverstrekker en bij voorkeur met een vergunning op grond van de Leegstandwet. Vaak is een prijsverlaging met een duidelijke bodemprijs eenvoudiger.
Staat de woning langer te koop dan gehoopt, dan lopen de dubbele lasten op en komt tijdelijke verhuur ter sprake. Vrijwel alle hypotheekvoorwaarden verbieden verhuur zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de geldverstrekker. Verhuurt u toch, dan schiet u tekort en kan de lening opeisbaar worden. Vraag die toestemming dus schriftelijk aan en bewaar het antwoord.
Daarnaast krijgt een gewone huurder huurbescherming, waardoor u de woning niet vrij van huur kunt opleveren. Voor woningen die te koop staan, bestaat tijdelijke verhuur op grond van de Leegstandwet. Daarvoor heeft u een vergunning van de gemeente nodig, en bij die vorm van verhuur gelden de gewone regels over huurbescherming grotendeels niet. Sinds de Wet goed verhuurderschap gelden bovendien landelijke basisnormen voor verhuurders, zoals een schriftelijke huurovereenkomst en een informatieplicht tegenover de huurder. Gemeenten kunnen ook een verhuurvergunning verplicht stellen. Wat die verplichtingen inhouden, leest u in ons artikel over goed verhuurderschap.
Weeg de opbrengst af tegen het risico. Tijdelijke verhuur verlicht de lasten, maar maakt de woning voor een deel van de kopers minder aantrekkelijk en maakt de planning van de levering lastiger. Een tijdelijke prijsverlaging, gecombineerd met een duidelijke bodemprijs in het convenant, is vaak de eenvoudigere oplossing.
De woning staat op naam van een van u: wat dan?
Dan is de woning in beginsel geen gezamenlijk bezit en valt zij buiten de verdeling. Heeft u meebetaald, dan kunt u wel een vergoedingsrecht hebben.
Staat alleen uw partner in de leveringsakte en bent u op of na 1 januari 2018 getrouwd, dan blijft de woning in beginsel privévermogen. Dat betekent niet dat u met lege handen staat. Heeft u meebetaald aan de aflossing, een verbouwing of de aankoopkosten, dan ontstaat volgens artikel 1:87 BW een vergoedingsrecht. De omvang daarvan wordt in beginsel niet bepaald door het bedrag dat u destijds heeft ingelegd, maar naar evenredigheid van de waardeontwikkeling van de woning. Is de woning in waarde gestegen, dan deelt uw vergoedingsrecht in die stijging.
Die regel werkt ook de andere kant op. Is de woning in waarde gedaald, dan daalt uw vergoedingsrecht mee. U mag daarvan afwijken, bijvoorbeeld door in huwelijkse voorwaarden of in het convenant een vast bedrag af te spreken. Doe dat bewust en schriftelijk. Een terloopse afspraak over terugbetaling van eigen geld leidt jaren later tot een discussie waarin bankafschriften uit een ver verleden moeten worden opgediept.
Woonde u ongehuwd samen, dan bepaalt de akte wie eigenaar is en in welke verhouding. Staat de woning op naam van u beiden, dan is sprake van een eenvoudige gemeenschap. Ieder van u kan volgens artikel 3:178 BW op elk moment verdeling vorderen, ook als de ander dat niet wil, en de rechter kan die verdeling volgens artikel 3:185 BW vaststellen. Staat de woning op naam van één van u, dan is de ander geen eigenaar, ook niet na twintig jaar samenwonen en meebetalen. Wel kan een vordering ontstaan uit het samenlevingscontract, uit ongerechtvaardigde verrijking of uit een stilzwijgende afspraak. Die vorderingen zult u wel moeten bewijzen.
Voor beide situaties geldt hetzelfde advies. Breng eerst de eigendomssituatie in kaart aan de hand van de leveringsakte, de hypotheekakte en eventuele huwelijkse voorwaarden of een samenlevingscontract. Kijk pas daarna naar de geldstromen. Wie die volgorde omdraait, onderhandelt mogelijk over de verdeling van iets wat juridisch helemaal niet verdeeld hoeft te worden.
Welke fiscale gevolgen heeft de verkoop?
De verkoop heeft fiscale gevolgen, onder meer voor de hypotheekrenteaftrek op een volgende woning. Laat die apart beoordelen door een fiscalist voordat u tekent.
Die gevolgen staan los van de civielrechtelijke verdeling. Uw deel van de overwaarde telt mee als eigenwoningreserve. Daardoor kan de renteaftrek op een volgende hypotheek worden beperkt als u dat bedrag niet opnieuw in een eigen woning investeert. Ook de hypotheekrenteaftrek in de periode dat een van u al is vertrokken en de behandeling van de gebruiksvergoeding kennen eigen regels.
Dit zijn geen bijzaken. Zij bepalen wat u netto overhoudt en wat u kunt lenen voor een volgende woning. Law & More adviseert over de civielrechtelijke kant van de verdeling en niet over uw belastingpositie. Leg de fiscale gevolgen daarom voor aan een fiscalist of belastingadviseur voordat u het convenant ondertekent. Zo sluiten de afspraken over de woning en de fiscale werkelijkheid op elkaar aan.
De bepalingen waarnaar in dit artikel wordt verwezen, vindt u in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek op wetten.overheid.nl.
Veelgestelde vragen over huis verkopen bij scheiding
Wat gebeurt er als mijn ex-partner weigert mee te werken aan de verkoop?
U kunt de rechter volgens artikel 3:174 BW vragen om u om gewichtige redenen te machtigen de woning te gelde te maken. U kunt ook volgens artikel 3:185 BW de rechter laten bepalen hoe de gemeenschap wordt verdeeld. Staat de verkoop al in een convenant dat in de beschikking is opgenomen, dan kunt u nakoming afdwingen, zo nodig in kort geding met een dwangsom.
Wanneer wordt de waarde van de woning vastgesteld?
De gemeenschap eindigt op het moment dat het echtscheidingsverzoek wordt ingediend (artikel 1:99 BW). Voor de waarde van de woning geldt in beginsel het tijdstip van de verdeling zelf. U mag samen een andere peildatum afspreken. Leg die keuze uitdrukkelijk vast in het convenant, want zij bepaalt wie de waardestijging of waardedaling draagt.
Ben ik na de scheiding nog aansprakelijk voor de hypotheek?
Ja, zolang de hypotheek op beide namen staat. De hoofdelijke aansprakelijkheid eindigt niet door de echtscheiding en ook niet door afspraken in het convenant. Alleen de geldverstrekker kan u daaruit ontslaan. Bij verkoop vervalt de schuld doordat de hypotheek uit de opbrengst wordt afgelost; een eventuele restschuld blijft u samen verschuldigd.
Wie betaalt de woonlasten totdat het huis is verkocht?
Dat spreekt u samen af. Blijft een van u in de woning wonen, dan kan de ander volgens artikel 3:169 BW aanspraak maken op een gebruiksvergoeding voor het gebruik van zijn of haar aandeel. Tijdens de scheiding kan de rechter volgens artikel 822 Rv bij voorlopige voorziening bepalen wie de woning mag gebruiken en wie welke lasten betaalt.
Wat als mijn ex-partner vermogen verzwijgt bij de verdeling?
Volgens artikel 3:194 BW verliest een deelgenoot die opzettelijk een goed van de gemeenschap verzwijgt, zijn aandeel in dat goed aan de ander. Dat is een zware sanctie, maar u moet de opzet wel aannemelijk maken. Verzamel daarom tijdig bankafschriften, polissen en jaaropgaven.
Wat kunnen wij voor u doen bij de verkoop van uw huis bij een scheiding?
Wij begeleiden de juridische afwikkeling van de woning, van de eigendomsvraag tot de levering bij de notaris.
- Wij stellen aan de hand van de leveringsakte, eventuele huwelijkse voorwaarden en uw trouwdatum vast wat er te verdelen valt.
- Wij berekenen vergoedingsrechten voor eigen geld dat in de woning is gestoken (artikel 1:87 BW).
- Wij leggen vraagprijs, bodemprijs, reactietermijnen, woonlasten en een regeling voor een patstelling vast in het convenant.
- Wij vragen bij gebrek aan medewerking een machtiging tot verkoop (artikel 3:174 BW) of een verdeling door de rechter (artikel 3:185 BW) aan, zo nodig in kort geding.
- Wij leveren de notaris een sluitende afrekening aan voor de uitbetaling van de overwaarde.
Samengevat
- Bent u samen eigenaar, dan heeft u ieder in beginsel recht op de helft van de overwaarde; vergoedingsrechten en huwelijkse voorwaarden kunnen dat veranderen.
- De gemeenschap eindigt bij indiening van het echtscheidingsverzoek, maar de waarde geldt in beginsel op de dag van de verdeling, tenzij u iets anders afspreekt.
- Tegenover de bank blijft u beiden hoofdelijk aansprakelijk, ook voor een restschuld, totdat de geldverstrekker u ontslaat.
- Werkt uw ex-partner niet mee, dan kan de rechter u machtigen tot verkoop, de verdeling vaststellen of nakoming van het convenant afdwingen.
- Leg vraagprijs, bodemprijs, reactietermijnen, woonlasten en een regeling voor een patstelling concreet vast in het convenant.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina scheidingsadvocaat.