Gepubliceerd op 4 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 31 oktober 2026
Een bestuurder is persoonlijk strafbaar voor een milieudelict van de onderneming als hij daaraan feitelijk leiding heeft gegeven (artikel 51 lid 2 Wetboek van Strafrecht). Alleen bestuurder zijn is niet genoeg; wel kan ook een bestuurder die niets deed strafbaar zijn, als hij bevoegd en redelijkerwijs gehouden was in te grijpen en bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat de overtreding zou plaatsvinden.
Het Openbaar Ministerie (OM) kan de rechtspersoon en de feitelijk leidinggever naast elkaar vervolgen. Hieronder leest u welke milieudelicten het vaakst spelen, hoe de rechter feitelijk leidinggeven toetst, welke straffen gelden en hoe het staat met de omzetting van de Europese richtlijn milieucriminaliteit.
Inhoudsopgave
Wanneer pleegt de onderneming zelf een milieudelict?
Een rechtspersoon kan volgens artikel 51 lid 1 Sr zelf een strafbaar feit plegen. Dat is het geval als de verboden gedraging redelijkerwijs aan de rechtspersoon kan worden toegerekend. Een belangrijk aanknopingspunt is dat de gedraging plaatsvond in de sfeer van de onderneming, en dat de onderneming het gedrag aanvaardde of niet voorkwam terwijl zij dat wel kon.
Pas als vaststaat dat de rechtspersoon het feit heeft begaan, komt de vraag naar de feitelijk leidinggever aan de orde. De meeste milieuzaken draaien om twee soorten strafbepalingen:
- overtreding van milieuwet- en regelgeving, zoals de Omgevingswet (sinds 1 januari 2024) en de Wet milieubeheer, die via de Wet op de economische delicten (WED) strafbaar is;
- de commune milieudelicten van artikel 173a en 173b Sr: wederrechtelijk een stof in de bodem, de lucht of het oppervlaktewater brengen waardoor gevaar voor de openbare gezondheid of levensgevaar voor een ander te duchten is.
Meer over de samenloop van bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving leest u bij milieuschendingen en bestuursrecht en bij economische delicten.
Wat de Hoge Raad verstaat onder feitelijk leidinggeven
Bepalend is de feitelijke rol, niet de functie. De Hoge Raad zette het beoordelingskader op een rij in zijn arrest van 26 april 2016 (ECLI:NL:HR:2016:733). Die zaak ging over onjuiste aangiften loonbelasting, maar het kader geldt voor alle feiten die een rechtspersoon begaat, ook milieudelicten. De Hoge Raad overwoog dat de enkele positie van bestuurder niet voldoende is, en dat een formele positie binnen de rechtspersoon ook geen vereiste is.
Volgens dat arrest kan feitelijk leidinggeven op drie manieren:
- actief: de bestuurder geeft opdracht tot de lozing, of neemt het doorslaggevende initiatief tot een reeks gedragingen die tot de overtreding leiden;
- via beleid: de overtreding is het onvermijdelijke gevolg van het algemene beleid dat de bestuurder voert, bijvoorbeeld een besparing op afvalverwerking;
- lijdelijk: de bestuurder is bevoegd en redelijkerwijs gehouden maatregelen te nemen om de overtreding te voorkomen of te beëindigen, en laat dat na.
Daarnaast moet de leidinggever zelf opzet hebben. De ondergrens is dat hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat de verboden gedraging zich zou voordoen. Dat opzet kan blijken uit bekendheid met eerdere overtredingen, bijvoorbeeld na waarschuwingen van de omgevingsdienst, of uit een werkwijze die zo is ingericht dat overtredingen onvermijdelijk zijn. Ook een productiemanager, milieucoördinator of externe beleidsbepaler zonder bestuursfunctie kan feitelijk leidinggever zijn. Zie ook wie binnen een bv strafrechtelijk verantwoordelijk is.
Hoe bewijst het OM feitelijk leidinggeven?
Het OM moet wettig en overtuigend bewijzen dat de bestuurder feitelijk leiding gaf en het vereiste opzet had (artikel 338 Wetboek van Strafvordering). Milieuzaken worden meestal behandeld door het Functioneel Parket van het OM, na onderzoek door een omgevingsdienst, de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) of de opsporingsdienst ILT-IOD.
Gebruikelijk bewijs zijn interne e-mails, notulen van directievergaderingen, verslagen van eerdere controles, waarschuwingsbrieven en verklaringen van medewerkers. Een bestuurder die als verdachte wordt gehoord, heeft het recht om te zwijgen (artikel 29 Sv) en recht op een advocaat vóór en tijdens het verhoor.
Welke straffen riskeert de bestuurder?
De feitelijk leidinggever kan dezelfde straffen krijgen als de rechtspersoon die het feit beging (artikel 51 lid 2 Sr). Wat het maximum is, hangt af van de overtreden bepaling.
| Grondslag | Wat strafbaar is | Maximale straf |
|---|---|---|
| Artikel 173a Sr | Opzettelijk een stof in bodem, lucht of oppervlaktewater brengen met gevaar voor de openbare gezondheid of levensgevaar | Twaalf jaar gevangenisstraf; vijftien jaar als het feit iemands dood tot gevolg heeft |
| Artikel 173b Sr | Hetzelfde, maar door schuld | Eén jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie; twee jaar als het feit iemands dood tot gevolg heeft |
| Artikel 6 WED | Opzettelijke overtreding van milieuvoorschriften (economisch misdrijf) | Zes jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie |
| Artikel 6 WED | Niet-opzettelijke overtreding (economische overtreding) | Lagere maxima, afhankelijk van het voorschrift |
De WED kent daarnaast bijkomende straffen en maatregelen, zoals gehele of gedeeltelijke stillegging van de onderneming en ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Voor de rechtspersoon geldt een extra regel in artikel 23 lid 7 Sr. Laat de boetecategorie geen passende straf toe, dan kan de rechter de boete van de naast hogere categorie opleggen. Bij feiten met een boete van de zesde categorie kan de boete zelfs oplopen tot 10% van de jaaromzet van het voorafgaande boekjaar.
Veel zaken worden afgedaan met een strafbeschikking of transactie. Ook die komen op de justitiële documentatie, wat gevolgen kan hebben voor vergunningen en aanbestedingen.
Stand van de richtlijn milieucriminaliteit (per 29 oktober 2026)
De herziene Richtlijn milieucriminaliteit (EU) 2024/1203 trad op 20 mei 2024 in werking en had uiterlijk 21 mei 2026 moeten zijn omgezet. Nederland is te laat. Het wetsvoorstel Implementatiewet herziene Europese richtlijn milieucriminaliteit (36876) werd op 17 december 2025 ingediend. Op 11 september 2026 volgde een nota van wijziging en op 12 oktober 2026 een wetgevingsoverleg in de Tweede Kamer. Het voorstel ligt nog bij de Tweede Kamer; de wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen datum.
Het wetsvoorstel breidt de reikwijdte van onder meer artikel 173a en 173b Sr uit en introduceert nieuwe commune delicten voor het verkopen en te koop aanbieden van waren waarvan het gebruik tot ernstige milieuschade leidt. De richtlijn verplicht lidstaten ook tot hogere boetes voor rechtspersonen, gekoppeld aan de wereldwijde omzet. De tekst kan tijdens de parlementaire behandeling nog wijzigen; tot de inwerkingtreding gelden de huidige artikelen.
Kan de bestuurder ook civiel aansprakelijk worden gesteld?
Ja, dat is een afzonderlijke route met eigen regels. Het strafrecht gaat over straf; civiele bestuurdersaansprakelijkheid gaat over het vergoeden van schade.
- Tegenover de vennootschap: bij onbehoorlijke taakvervulling waarvan de bestuurder een ernstig verwijt kan worden gemaakt (artikel 2:9 BW), bijvoorbeeld als boetes en saneringskosten het gevolg zijn van bewust genegeerde vergunningsvoorschriften.
- Tegenover derden: op grond van onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW), als de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt treft.
- In faillissement: de curator kan het boedeltekort verhalen als het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en dat een belangrijke oorzaak van het faillissement is (artikel 2:248 BW). Daarbij telt de periode van drie jaar vóór het faillissement.
Een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering dekt vaak de kosten van verweer, ook in een strafzaak. In de regel dekt zij geen strafrechtelijke boetes en geen schade door opzettelijk handelen. Lees de polis daarom vooraf na.
Hoe laat een bestuurder zien dat hij de kans niet aanvaardde?
Wie aantoonbaar ingrijpt zodra hij van een risico weet, aanvaardt de kans op een overtreding niet bewust. Het verschil zit in wat u doet na een signaal van een medewerker, de omgevingsdienst of een adviseur.
- Houd een actueel overzicht bij van omgevingsvergunningen, maatwerkvoorschriften en meldplichten; zie handhaving bij bedrijfsactiviteiten.
- Wijs per locatie een verantwoordelijke aan en laat die periodiek aan het bestuur rapporteren.
- Leg met data vast welke maatregelen zijn genomen na een controle, waarschuwing of incident.
- Meld ongewone voorvallen direct bij het bevoegd gezag, zoals de Omgevingswet voorschrijft.
- Laat milieu-compliance periodiek extern toetsen, zeker bij afvalstromen en lozingen.
Heeft u op een deskundig advies vertrouwd, dan kan dat bij de beoordeling van opzet en verwijtbaarheid meewegen. Het advies moet dan wel over de concrete vraag gaan; zie wanneer fout advies van een deskundige tot vrijspraak kan leiden.
Onze rol bij een verdenking van een milieudelict
- Beoordelen of de verdenking tegen u als feitelijk leidinggever aan het kader van de Hoge Raad voldoet.
- U voorbereiden op en bijstaan tijdens het verhoor door een opsporingsdienst.
- Met het OM overleggen over afdoening, zoals een strafbeschikking of transactie.
- Verdedigen in de strafzaak tegen de onderneming en tegen u persoonlijk.
- Verweer voeren tegen civiele aanspraken van de curator, de vennootschap of benadeelden.
Voor de strafrechtelijke kant kunt u terecht bij onze strafrecht advocaat; bij civiele claims helpt onze advocaat aansprakelijkheidsrecht.
Veelgestelde vragen
Biedt een omgevingsvergunning bescherming?
Alleen voor zover u zich aan de voorschriften houdt. Handelen in strijd met vergunningsvoorschriften is via de WED strafbaar. Een vergunning verplicht u bovendien vaak tot metingen en meldingen; wie die nalaat, overtreedt ook een voorschrift.
Wat doe ik als ik een uitnodiging voor een verdachtenverhoor krijg?
Leg geen verklaring af voordat u met een advocaat heeft gesproken. U heeft recht op consultatie vóór en bijstand tijdens het verhoor, en u mag zwijgen.