Hoger beroep en cassatie: termijnen, grieven en schorsing van het vonnis

Hoge stenen trap van een gerechtsgebouw van onderaf gezien

Gepubliceerd op 8 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026

Met hoger beroep laat u de hele zaak, feiten en recht, opnieuw beoordelen door het gerechtshof. In een civiele zaak moet dat binnen drie maanden na de uitspraak, in kort geding binnen vier weken. Cassatie bij de Hoge Raad is geen nieuwe feitelijke behandeling: de Hoge Raad toetst alleen of het recht juist is toegepast en of de uitspraak begrijpelijk is gemotiveerd (artikel 419 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

Hieronder leest u welke uitspraken u kunt aanvechten, welke termijnen gelden in civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken, hoe beide procedures verlopen en wat de Hoge Raad heeft beslist over nieuwe grieven en over de uitvoering van een vonnis tijdens het hoger beroep.

Advocaat bereidt een hoger beroep voor met het procesdossier en het bestreden vonnis

Hoger beroep: een tweede behandeling binnen de grenzen van uw grieven

Hoger beroep is een volledige tweede behandeling van de zaak door het gerechtshof. U bepaalt zelf met uw grieven welke onderdelen het hof opnieuw beoordeelt.

Het hof onderzoekt de zaak binnen de grenzen van wat u aan de orde stelt en kan tot een ander oordeel komen dan de rechtbank. U mag nieuwe stellingen innemen, nieuwe stukken overleggen en nieuw bewijs aanbieden. Het hof kan het vonnis bekrachtigen, vernietigen of gedeeltelijk in stand laten.

Een grief is een concrete klacht tegen een beslissing van de rechtbank, met de reden waarom die beslissing onjuist is. Wat u niet met een grief aanvalt, staat in hoger beroep vast. Wie zijn grieven te smal formuleert, sluit dus zelf onderdelen van het geschil af.

De twee-conclusieregel: alles in het eerste processtuk

De partij die in beroep gaat (de appellant) moet al haar grieven aanvoeren in de memorie van grieven. De wederpartij (de geïntimeerde) voert haar verweer in de memorie van antwoord. De Hoge Raad heeft dat op 20 juni 2008 scherp geformuleerd in ECLI:NL:HR:2008:BC4959. Grieven die later worden aangevoerd, laat de rechter in beginsel buiten beschouwing. Ook nieuwe feiten en stellingen horen in de memorie van grieven.

Hetzelfde arrest beperkt het wijzigen of vermeerderen van de eis in hoger beroep. Dat kan in beginsel niet later dan in de memorie van grieven of van antwoord, ook als alleen de grondslag van de vordering verandert. Een uitzondering geldt bijvoorbeeld als de wederpartij instemt, of als het gaat om feiten die pas later bekend werden. Zorg dus dat het dossier vóór de eerste processtap volledig op orde is.

Welke uitspraken kunt u in hoger beroep aanvechten?

Hoger beroep staat in de regel open tegen eindvonnissen. Tegen een tussenvonnis kunt u meestal pas samen met het eindvonnis in beroep, tenzij de rechter tussentijds hoger beroep uitdrukkelijk heeft toegestaan (artikel 337 Rv).

Krijgt u een ongunstige tussenbeslissing, vraag de rechter dan direct om toestemming voor tussentijds hoger beroep. Zonder die toestemming zit u vast tot het einde van de procedure in eerste aanleg.

Er geldt bovendien een appelgrens. Volgens artikel 332 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) staat geen hoger beroep open bij vorderingen van niet meer dan € 1.750. Bij kleine kantonzaken is de uitspraak dus vaak meteen definitief.

Bent u niet verschenen en is er bij verstek beslist, dan is hoger beroep niet uw eerste route. U doet dan verzet bij dezelfde rechter, in de regel binnen vier weken (artikel 143 Rv). Hoe dat werkt, leest u in onze uitleg over verzet in een civiele zaak.

De beroepstermijnen in civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken

In civiele zaken is de termijn drie maanden na de uitspraak, in kort geding vier weken. In strafzaken hebt u veertien dagen, in bestuurszaken zes weken. De tabel geeft de wettelijke termijnen zoals die gelden per oktober 2026.

Soort zaakHoger beroepCassatieWettelijke basis
Civiel, vonnisDrie maanden na de uitspraakDrie maanden na het arrestArtikel 339 en 402 Rv
Civiel, kort gedingVier weken na de uitspraakKorter dan in een bodemzaak; zie artikel 402 RvArtikel 339 en 402 Rv
Civiel, beschikkingDrie maanden; het begin hangt af van uw rolDrie maandenArtikel 358 en 426 Rv
StrafzaakVeertien dagen na het vonnisVeertien dagen na het arrestArtikel 408 en 432 Sv
BestuurszaakZes wekenIn de regel niet; wel in belastingzakenArtikel 6:7 Awb
Stand per oktober 2026. Bronnen: Rv, Sv, Awb.

Volgens artikel 339 Rv moet hoger beroep tegen een vonnis worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de uitspraak. Tegen een beschikking geldt ook drie maanden (artikel 358 Rv), maar het moment waarop die termijn begint, hangt af van de vraag of u verzoeker of belanghebbende was.

In strafzaken moet hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank binnen veertien dagen worden ingesteld (artikel 408 Wetboek van Strafvordering). Voor cassatie geldt ook veertien dagen (artikel 432 Sv). Daarna moet een advocaat de cassatiemiddelen schriftelijk indienen binnen de termijn die gaat lopen na ontvangst van de stukken bij de Hoge Raad. Wanneer een strafrechtelijk hoger beroep de moeite waard is, leest u in ons artikel over hoger beroep in strafzaken.

In het bestuursrecht is de termijn zes weken, volgens artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht. Dat geldt voor beroep bij de rechtbank en voor hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de Centrale Raad van Beroep of het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Cassatie bij de Hoge Raad bestaat in het bestuursrecht in de regel niet; belastingzaken zijn de belangrijkste uitzondering. De stappen leest u in onze uitleg over bezwaar en beroep in het bestuursrecht.

Een te laat beroep wordt niet behandeld

Deze termijnen zijn fataal. Ze worden niet verlengd omdat u nog met uw advocaat overlegt, omdat de wederpartij een schikking heeft aangeboden of omdat u het vonnis laat ontving. Hoe strikt dat is, blijkt uit een belastingzaak die de Hoge Raad op 20 maart 2015 afdeed (ECLI:NL:HR:2015:686). De termijn van zes weken van artikel 6:7 Awb eindigde op 24 november 2014; het beroepschrift kwam op 5 december 2014 binnen. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk. Noteer daarom direct de dag van de uitspraak en reken vanaf die dag.

Hoe verloopt een civiel hoger beroep?

U begint met een appeldagvaarding of een beroepschrift. Daarna volgen de memorie van grieven, de memorie van antwoord en meestal een mondelinge behandeling. Bij het gerechtshof is een advocaat verplicht.

  1. Appeldagvaarding (zaak die met een dagvaarding begon) of beroepschrift (verzoekprocedure), binnen de termijn uit de tabel hierboven.
  2. Memorie van grieven: alle grieven, nieuwe feiten en bewijsaanbod.
  3. Memorie van antwoord, eventueel met incidenteel hoger beroep van de wederpartij.
  4. Mondelinge behandeling bij het hof.
  5. Arrest of, als het hof bewijslevering nodig vindt, eerst een tussenarrest.

Anders dan bij de kantonrechter kunt u bij het hof niet zelf procederen. Ook in een kantonzaak hebt u in hoger beroep dus een advocaat nodig.

Het hof past daarbij de positieve zijde van de devolutieve werking toe. Slaagt een grief, dan moet het hof alsnog de stellingen en verweren beoordelen die in eerste aanleg zijn gevoerd maar door de rechtbank onbesproken zijn gelaten. Een verweer dat u in eerste aanleg subsidiair hebt gevoerd en dat toen niet aan de orde kwam, herleeft dus vanzelf, ook zonder dat u zelf in beroep gaat.

Bewijs speelt in hoger beroep een grotere rol dan partijen vaak verwachten. Sinds 1 januari 2025 geldt de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht. Het recht op inzage in stukken van de wederpartij, eerder artikel 843a Rv, staat nu in artikel 194 Rv en volgende. Wat dat betekent voor het opvragen van stukken, leest u in ons artikel over de nieuwe regels voor bewijslevering.

Partijen bespreken de grieven en de kansen van een hoger beroep bij het gerechtshof

Kunt u er in hoger beroep slechter uitkomen?

Alleen als de wederpartij zelf ook in beroep komt. Op basis van uw eigen grieven mag het hof u niet in een slechtere positie brengen dan het vonnis waartegen u opkomt.

Wil de wederpartij het vonnis in haar voordeel laten verbeteren, dan moet zij zelf incidenteel hoger beroep instellen, meestal in de memorie van antwoord. De vraag is dus niet alleen of uw eigen grieven kans maken. U moet ook inschatten of u met uw beroep de wederpartij uitnodigt om onderdelen aan te vallen die zij anders had laten rusten. Een vonnis waarin u op het belangrijkste punt gelijk kreeg en op een bijzaak verloor, kunt u soms beter laten staan.

Uitvoerbaar bij voorraad: betalen terwijl het hoger beroep loopt

Is het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard, dan schorst het hoger beroep de uitvoering niet. De wederpartij mag dan gewoon beslag leggen, ontruimen of incasseren. Is het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard, dan ligt de uitvoering juist stil zolang het hoger beroep loopt.

In een incident bij het hof kunt u vragen om schorsing van de tenuitvoerlegging of om zekerheidstelling door de wederpartij (artikel 351 Rv). De maatstaf staat in het arrest van de Hoge Raad van 30 mei 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BC5012). U moet belang hebben bij schorsing. De rechter weegt het belang bij directe uitvoering af tegen uw belang bij behoud van de bestaande toestand. De kans van slagen van het hoger beroep blijft daarbij in de regel buiten beschouwing.

Het hof gaat bovendien uit van de beslissing van de rechtbank en de vaststellingen waarop die rust. Heeft de rechtbank de uitvoerbaarheid al gemotiveerd beoordeeld, dan moet u feiten aanvoeren die pas na die beslissing zijn ontstaan, of een kennelijke misslag aanwijzen. Dezelfde belangenafweging paste de Hoge Raad op 20 maart 2015 toe in een zaak over een gebruiksvergoeding voor de echtelijke woning (ECLI:NL:HR:2015:688). Meer over de uitvoering van een uitspraak leest u bij executie van een vonnis.

Wat toetst de Hoge Raad in cassatie?

De Hoge Raad toetst alleen rechtsvragen en de begrijpelijkheid van de motivering. Hij gaat uit van de feiten zoals het gerechtshof die heeft vastgesteld.

Volgens artikel 419 Rv beperkt de Hoge Raad zich tot wat in de cassatiemiddelen wordt aangevoerd. Klagen dat het hof een getuige niet had moeten geloven, heeft daarom geen zin.

Wat wel kan, zijn rechtsklachten en motiveringsklachten. Een rechtsklacht houdt in dat het hof een rechtsregel verkeerd heeft uitgelegd of toegepast, of een essentiële regel van procesrecht heeft geschonden, zoals het beginsel van hoor en wederhoor. Een motiveringsklacht houdt in dat de uitspraak onbegrijpelijk is, of dat het hof een essentiële stelling heeft genegeerd. Dat laatste is in de praktijk de meest gebruikte ingang.

De Hoge Raad heeft drie taken: rechtsbescherming in het individuele geval, bewaking van de eenheid van het recht en rechtsontwikkeling. Die laatste twee verklaren waarom niet elke onjuistheid tot vernietiging leidt. Voor de rechtseenheid bestaat daarnaast de prejudiciële vraag (artikel 392 Rv), waarmee een lagere rechter een rechtsvraag direct aan de Hoge Raad kan voorleggen. Ook bestaat cassatie in het belang der wet (artikel 78 Wet op de rechterlijke organisatie), die de positie van partijen niet verandert.

Hoe verloopt de cassatieprocedure?

In een civiele dagvaardingszaak stelt u binnen drie maanden na het arrest van het hof cassatie in (artikel 402 Rv). Dat kan alleen via een advocaat die bij de Hoge Raad mag optreden.

Een advocaat bij de Hoge Raad staat ingeschreven als cassatieadvocaat en moet aan extra kwaliteitseisen voldoen. Het cassatieberoep begint met een procesinleiding. Daarin staan meteen de klachten tegen het arrest, de cassatiemiddelen (artikel 407 Rv). Vaak laat u eerst een cassatieadvies opstellen: een beoordeling of het arrest kansrijke rechts- of motiveringsklachten bevat.

Na het instellen van het beroep wisselen partijen schriftelijke toelichtingen uit. Daarna neemt het parket bij de Hoge Raad een conclusie: een onafhankelijk en vaak uitgebreid advies van de procureur-generaal of een advocaat-generaal. Partijen mogen daar schriftelijk op reageren. Mondeling pleiten komt zelden voor.

De Hoge Raad kan een beroep niet-ontvankelijk verklaren als de klachten duidelijk geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Die selectie aan de poort staat in artikel 80a Wet RO. Verwerpt hij het beroep en roept de zaak geen vragen op die van belang zijn voor de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling, dan kan hij volgens artikel 81 Wet RO volstaan met een verkorte motivering. Een verkorte uitspraak betekent dus niet dat de klachten niet zijn beoordeeld. Meer informatie over de instanties vindt u bij de Rechtspraak.

Wat gebeurt er als de Hoge Raad de uitspraak vernietigt?

Meestal verwijst de Hoge Raad de zaak naar een ander gerechtshof, dat verder moet met de rechtsopvatting van de Hoge Raad. Soms doet de Hoge Raad de zaak zelf af.

Op het punt waarover de Hoge Raad heeft beslist, is de discussie gesloten. Partijen mogen bij het verwijzingshof in beginsel geen nieuwe stellingen meer aanvoeren, behalve waar de zaak door de vernietiging opnieuw is opengelegd. Zelf afdoen gebeurt als na de vernietiging geen feitelijk onderzoek meer nodig is en de uitkomst direct uit de vaststaande feiten volgt.

Een geslaagde cassatie is dus geen gewonnen zaak. U krijgt een nieuwe beoordeling door het verwijzingshof, en die kan opnieuw ongunstig uitvallen. Reken daarom vooraf door wat een verwijzing aan tijd en kosten toevoegt.

Cassatieadvocaten beoordelen de motivering van een arrest van het gerechtshof

Doorprocederen of niet: feiten, recht en kosten

Dat hangt af van waar de nederlaag zit, wat het kost en welke alternatieven er zijn. Een feitelijke tegenslag herstelt u alleen in hoger beroep; een onjuist rechtsoordeel is materiaal voor cassatie.

Begin met een nuchtere analyse van de uitspraak. Zit de nederlaag in de feiten, in de waardering van het bewijs of in een rechtsoordeel? Een onjuist rechtsoordeel dat het hof herhaalt, is juist het materiaal waarmee cassatie kans maakt.

Weeg daarnaast de kosten. U betaalt in elke instantie opnieuw griffierecht; de bedragen staan op de griffierechtpagina van de Rechtspraak. Daar komen advocaatkosten bij. Verliest u, dan betaalt u meestal ook een tegemoetkoming in de kosten van de wederpartij. Hoe die wordt berekend, leest u in onze uitleg over de proceskostenveroordeling. Reken ook de tijd mee: een civiel hoger beroep duurt vaak langer dan een jaar, en een cassatieprocedure komt daar nog bij.

Vergelijk dat met de alternatieven. Een schikking geeft zekerheid en houdt de zaak uit de openbaarheid. Mediation is aantrekkelijk als partijen na afloop nog met elkaar verder moeten. Is er intussen een spoedeisende situatie, dan kan een kort geding naast de bodemprocedure uitkomst bieden. Voor de stappen van een civiel hoger beroep verwijzen wij naar ons artikel over hoger beroep in civiele zaken.

Hoger beroep tegen een beschikking, zoals een ontbinding door de kantonrechter

Tegen een beschikking gaat u in hoger beroep met een beroepschrift bij het gerechtshof, binnen drie maanden. De gevolgen kunnen anders zijn dan bij een vonnis, bijvoorbeeld bij ontbinding van een arbeidsovereenkomst.

Familiezaken, zaken over ontbinding van een arbeidsovereenkomst en verzoeken aan de Ondernemingskamer worden afgedaan met een beschikking. Daarvoor geldt de verzoekprocedure. De termijn van drie maanden van artikel 358 Rv wordt op een eigen manier berekend, afhankelijk van de vraag of u verzoeker of belanghebbende was.

Ook de uitkomst verschilt. Heeft de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbonden, dan herleeft die niet doordat het hof anders oordeelt. Volgens artikel 7:683 van het Burgerlijk Wetboek kan het hof de werkgever veroordelen de arbeidsovereenkomst te herstellen, of in plaats daarvan een billijke vergoeding toekennen. Bepaal daarom vooraf welke uitkomst u werkelijk wilt. Die keuze bepaalt de inhoud van het beroepschrift en de onderbouwing van een vergoeding.

Hoger beroep en cassatie naast elkaar

Hoger beroepCassatie
RechterGerechtshofHoge Raad
Wat wordt beoordeeldFeiten en recht, binnen de grenzen van uw grievenAlleen rechtsvragen en motivering (artikel 419 Rv)
Nieuwe feiten en bewijsToegestaan, in het eerste processtukNiet toegestaan
AdvocaatVerplichtVerplicht: een advocaat bij de Hoge Raad
Mogelijke uitkomstBekrachtiging of (gedeeltelijke) vernietiging van het vonnisVerwerping, of vernietiging en meestal verwijzing naar een ander hof

Onze rol na een ongunstige uitspraak

  • Wij analyseren de uitspraak: zit de nederlaag in de feiten, het bewijs of een rechtsoordeel.
  • Wij noteren en bewaken de fatale termijn vanaf de dag van de uitspraak.
  • Wij stellen de memorie van grieven op, met alle grieven, nieuwe feiten en bewijsaanbod in één stuk.
  • Wij beoordelen of een incident tot schorsing of zekerheidstelling (artikel 351 Rv) zin heeft.
  • Wij voeren verweer als de wederpartij in beroep gaat, en wegen af of incidenteel hoger beroep verstandig is.

Hoger beroep en cassatie in vijf punten

  • Grieven, nieuwe feiten en eiswijzigingen horen in de memorie van grieven; later is in beginsel te laat (HR 20 juni 2008).
  • Onder een vordering van € 1.750 staat geen hoger beroep open (artikel 332 Rv).
  • Een te laat ingesteld beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard, ook bij een overschrijding van enkele dagen.
  • Schorsing van een vonnis dat uitvoerbaar bij voorraad is, vraagt een belangenafweging waarin de kans van slagen van het beroep in de regel geen rol speelt (HR 30 mei 2008).
  • Een geslaagde cassatie leidt meestal tot een nieuwe behandeling door een ander hof, niet tot een gewonnen zaak.

Veelgestelde vragen

Kunt u meteen in cassatie zonder hoger beroep?

In beginsel niet. Cassatie richt zich tegen uitspraken van het gerechtshof. Alleen in uitzonderingsgevallen, zoals sprongcassatie waarover beide partijen het eens zijn (artikel 398 Rv), kan de stap naar het hof worden overgeslagen.

Staat tegen een uitspraak van de kantonrechter geen hoger beroep open, bijvoorbeeld onder de appelgrens van € 1.750, dan is cassatie wel mogelijk. De Hoge Raad toetst dan alleen op beperkte gronden, zoals schending van een vormvoorschrift of van fundamentele rechtsbeginselen (artikel 80 Wet RO). Een onjuist rechtsoordeel is daar geen grond.

Kan een te laat beroepschrift in het bestuursrecht nog worden gered?

Alleen als de rechter de termijnoverschrijding verschoonbaar vindt (artikel 6:11 Awb). Daarvoor moet u aantonen dat u redelijkerwijs niet in verzuim was. Het enkele feit dat u nog overlegde of de brief laat opende, is daarvoor niet genoeg.

Hoe lang duurt een cassatieprocedure?

Dat hangt af van de zaak en van de vraag of het parket een uitgebreide conclusie neemt. Houd er rekening mee dat een civiele cassatieprocedure vaak ongeveer een jaar of langer duurt. De actuele behandelduren publiceert de Rechtspraak.

Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina civiel recht advocaat.

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.