Gepubliceerd op 25 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 13 oktober 2026
Bij wanprestatie van de wederpartij mag u een langdurige overeenkomst tussentijds ontbinden op grond van artikel 6:265 BW, meestal pas nadat u de wederpartij in gebreke hebt gesteld en zij in verzuim is. De belangrijkste uitzondering: ontbinding is niet toegestaan als de tekortkoming door haar bijzondere aard of geringe betekenis de ontbinding niet rechtvaardigt.
Ontbinden wegens een tekortkoming is iets anders dan opzeggen. Voor opzegging van duurovereenkomsten gelden eigen regels, die de Hoge Raad in een reeks arresten heeft uitgewerkt, laatst op 16 mei 2025 in DPD/Get Moving.
Inhoudsopgave
Wat is wanprestatie bij een duurovereenkomst?
Wanprestatie is een tekortkoming in de nakoming: een partij doet niet, niet goed of niet op tijd wat zij heeft toegezegd. De wet spreekt van een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis (artikel 6:74 BW).
Bij een duurovereenkomst, zoals een leverings-, onderhouds-, distributie- of dienstverleningscontract, gaat het meestal om terugkerende prestaties. Denk aan leveringen die steeds te laat komen, onderhoud dat niet volgens de afgesproken servicetermijnen wordt uitgevoerd of facturen die maandenlang onbetaald blijven.
Er zijn drie vormen van tekortkoming in de nakoming:
- niet-nakoming: de prestatie blijft volledig uit;
- gebrekkige nakoming: de prestatie wordt geleverd, maar voldoet niet aan de afspraken;
- te late nakoming: de prestatie komt na de afgesproken termijn.
Wat is het verschil tussen ontbinden en opzeggen?
Ontbinden is een reactie op een tekortkoming van de wederpartij (artikel 6:265 BW). Opzeggen is het beëindigen van een duurovereenkomst zonder dat de wederpartij iets verkeerd heeft gedaan.
Het onderscheid is belangrijk, omdat de voorwaarden verschillen. Voor ontbinding is een tekortkoming nodig, en meestal verzuim. Voor opzegging is in beginsel geen reden nodig, maar de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 BW) kunnen een opzegtermijn, een zwaarwegende reden of een schadevergoeding vereisen. Wie bij wanprestatie zekerheid wil, kiest dus meestal voor ontbinding, en kan daarnaast ook een contractuele opzeggingsmogelijkheid benutten.
Wanneer mag u een duurovereenkomst ontbinden wegens wanprestatie?
U mag ontbinden als de wederpartij tekortschiet en, als nakoming nog mogelijk is, in verzuim verkeert. De tekortkoming hoeft niet verwijtbaar te zijn: ook bij overmacht kunt u ontbinden.
Artikel 6:265 lid 1 BW geeft elke tekortkoming in de nakoming als grond voor ontbinding. Dat geldt ook als de tekortkoming de wederpartij niet kan worden toegerekend. Toerekenbaarheid is wel nodig voor schadevergoeding (artikel 6:74 en 6:75 BW), maar niet voor de ontbinding zelf.
Is nakoming nog mogelijk, dan kunt u pas ontbinden als de wederpartij in verzuim is (artikel 6:265 lid 2 BW). Verzuim ontstaat in de regel door een schriftelijke ingebrekestelling met een redelijke termijn voor nakoming (artikel 6:82 BW).
Wanneer rechtvaardigt een tekortkoming geen ontbinding?
Een tekortkoming die gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis de ontbinding niet rechtvaardigt, geeft geen recht op ontbinding (artikel 6:265 lid 1 BW). De wederpartij moet dat stellen en bewijzen.
Bij duurovereenkomsten weegt de rechter onder meer mee of de tekortkoming eenmalig of structureel is, welk deel van de prestaties is geraakt en of herstel nog mogelijk is. Eén te late levering in een contract van vijf jaar rechtvaardigt zelden volledige ontbinding; een structureel patroon van gemiste servicetermijnen kan dat wel. Ontbinding kan ook gedeeltelijk zijn, bijvoorbeeld alleen voor een onderdeel van de prestaties.
Wanneer is geen ingebrekestelling nodig?
Een ingebrekestelling is niet nodig als het verzuim zonder ingebrekestelling intreedt (artikel 6:83 BW) of als nakoming blijvend onmogelijk is (artikel 6:74 lid 2 BW). In die gevallen kunt u direct ontbinden.
Volgens artikel 6:83 BW treedt verzuim zonder ingebrekestelling in:
- als een voor de nakoming bepaalde termijn verstrijkt die uitdrukkelijk als fatale termijn is bedoeld;
- als de verbintenis voortvloeit uit onrechtmatige daad of strekt tot schadevergoeding en niet direct wordt nagekomen;
- als u uit een mededeling van de wederpartij moet afleiden dat zij in de nakoming zal tekortschieten.
Let op: veel duurovereenkomsten bevatten termijnen die niet als fatale termijn zijn bedoeld. Stuur bij twijfel altijd een ingebrekestelling; dat kost weinig en voorkomt dat een ontbinding later onwerkzaam blijkt.
Hoe ontbindt u de overeenkomst?
U ontbindt door een schriftelijke verklaring aan de wederpartij (artikel 6:267 BW) of door een vordering bij de rechter. Een buitengerechtelijke ontbindingsverklaring werkt direct, maar de wederpartij kan de geldigheid later aanvechten.
Ontbinding heeft geen terugwerkende kracht: zij bevrijdt partijen van hun verplichtingen voor de toekomst (artikel 6:269 BW). Al ontvangen prestaties moeten in beginsel ongedaan worden gemaakt (artikel 6:271 BW), maar bij duurovereenkomsten gaat het vaak om prestaties die naar hun aard niet terug te geven zijn, zoals verleende diensten. Dan treedt een vergoeding van de waarde daarvoor in de plaats (artikel 6:272 BW).
Welke rol spelen schuld en overmacht?
Overmacht staat niet in de weg aan ontbinding, maar wel aan schadevergoeding. Een tekortkoming komt voor rekening van de schuldenaar als zij te wijten is aan zijn schuld of krachtens wet, rechtshandeling of verkeersopvattingen voor zijn rekening komt (artikel 6:75 BW).
Wie zich op overmacht beroept, moet dat stellen en zo nodig bewijzen. Veel contracten bevatten een eigen overmachtsclausule die bepaalt welke omstandigheden wel of niet als overmacht gelden. Zo’n clausule gaat in de regel voor op de wettelijke regeling.
Mag u een duurovereenkomst tussentijds opzeggen?
Een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd is in beginsel opzegbaar, ook zonder opzeggingsregeling in het contract. Een overeenkomst voor bepaalde tijd is in beginsel niet tussentijds opzegbaar, tenzij partijen dat hebben afgesproken.
De Hoge Raad bepaalde in Ronde Venen/Stedin (HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ9854) dat een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd zonder opzeggingsregeling in beginsel opzegbaar is. De aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 lid 1 BW) kan wel meebrengen dat opzegging alleen mag bij een voldoende zwaarwegende reden, met een redelijke opzegtermijn of met een aanbod van schadevergoeding.
Bij een overeenkomst voor bepaalde tijd zonder tussentijdse opzeggingsmogelijkheid ligt het anders. Partijen hebben zich dan voor een vaste periode aan elkaar gebonden. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan de rechter de overeenkomst op verzoek wijzigen of ontbinden wegens onvoorziene omstandigheden (artikel 6:258 BW). Bij wanprestatie blijft ontbinding op grond van artikel 6:265 BW natuurlijk wel mogelijk.
Welke opzegtermijn geldt?
Voor de meeste duurovereenkomsten geeft de wet geen vaste opzegtermijn; de termijn volgt uit het contract en de redelijkheid en billijkheid. Alleen voor bepaalde benoemde contracten, zoals de agentuurovereenkomst, staat een wettelijke termijn in de wet.
Voor de agentuurovereenkomst voor onbepaalde tijd bedraagt de opzegtermijn vier maanden, na drie jaar vijf maanden en na zes jaar zes maanden (artikel 7:437 BW). Die termijnen gelden niet automatisch voor andere contracten. Bij een distributie- of leveringsovereenkomst bepaalt de rechter aan de hand van onder meer de duur van de relatie, de investeringen en de afhankelijkheid wat een redelijke termijn is. Meer hierover leest u bij opzegtermijnen.
Wat als het contract al een opzeggingsregeling bevat?
Een contractuele opzeggingsregeling mag u in beginsel gewoon gebruiken. De rechter zet die regeling alleen opzij als een beroep erop naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (artikel 6:248 lid 2 BW).
Dat bevestigde de Hoge Raad in DPD/Get Moving (HR 16 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:763). Het hof had een contractuele opzegtermijn van één maand vervangen door langere termijnen, omdat de omstandigheden waren veranderd. Volgens de Hoge Raad mocht dat niet via de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid alleen; het hof had moeten toetsen of het beroep op de contractuele termijn onaanvaardbaar was. De aanvullende werking kan wel meebrengen dat de opzeggende partij een schadevergoeding moet aanbieden.
Biedt de opzeggende partij geen vergoeding aan terwijl dat wel nodig was, dan is de opzegging volgens de Hoge Raad in beginsel toch geldig. De opzeggende partij moet de vergoeding dan alsnog betalen (HR 29 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1709, Leen Bakker).
Wanneer heeft u recht op schadevergoeding?
U heeft recht op schadevergoeding als de tekortkoming de wederpartij kan worden toegerekend en u daardoor schade lijdt (artikel 6:74 BW). Ontbinding en schadevergoeding kunt u combineren (artikel 6:277 BW).
Na ontbinding kunt u vergoeding vragen van de schade die u lijdt doordat de overeenkomst eindigt in plaats van wordt nagekomen. Daaronder valt vaak gederfde winst over de resterende looptijd en de extra kosten van een vervangende leverancier. Alleen schade die in zodanig verband staat met de tekortkoming dat zij de wederpartij kan worden toegerekend, komt voor vergoeding in aanmerking (artikel 6:98 BW).
Heeft u zelf bijgedragen aan de schade of heeft u de schade niet beperkt waar dat redelijkerwijs kon, dan kan de vergoeding worden verminderd (artikel 6:101 BW). Partijen kunnen ook vooraf een boetebeding afspreken (artikel 6:91 BW); de rechter kan de boete matigen als de billijkheid dat klaarblijkelijk eist (artikel 6:94 BW). Meer over de mogelijkheden leest u bij contractuele remedies bij wanprestatie.
Wat als u zelf ten onrechte ontbindt of opzegt?
Een ongeldige ontbinding of opzegging beëindigt de overeenkomst niet. Stopt u toch met presteren, dan schiet u zelf tekort en kunt u schadeplichtig worden.
De wederpartij kan dan nakoming vorderen of zelf ontbinden en schadevergoeding eisen. Bij langlopende contracten kan die schade fors zijn, omdat zij de gederfde winst over de resterende looptijd kan omvatten. Een zorgvuldige ingebrekestelling en een goed onderbouwde ontbindingsverklaring beperken dat risico.
Welke regels gelden bij huur en franchise?
Voor huur en franchise gelden eigen wettelijke regels naast het algemene contractenrecht. Bij huur van woonruimte en winkelruimte kan de verhuurder alleen via de rechter ontbinden; bij franchise gelden sinds 1 januari 2021 de artikelen 7:911 tot en met 7:921 BW.
Huur
Een huurovereenkomst van woonruimte of van middenstandsbedrijfsruimte (zoals winkels en horeca) kan de verhuurder wegens wanprestatie alleen door de rechter laten ontbinden (artikel 7:231 lid 1 BW). Een buitengerechtelijke ontbindingsverklaring werkt daar niet.
Gangbare gronden zijn huurachterstand, overlast, gebruik in strijd met de bestemming en onderverhuur zonder toestemming. De rechter toetst ook hier of de tekortkoming ernstig genoeg is voor ontbinding en ontruiming. Opzegging door de verhuurder van woonruimte is alleen mogelijk op de gronden van artikel 7:274 BW. Voor overige bedrijfsruimte (artikel 7:230a BW) geldt minder bescherming.
Franchise
Franchiseovereenkomsten vallen sinds 1 januari 2021 onder afdeling 7.16 BW. Die regels gaan vooral over informatie vooraf, overleg bij wijzigingen en het non-concurrentiebeding (artikel 7:920 BW).
Voor beëindiging gelden verder de algemene regels: ontbinding bij wanprestatie, en opzegging volgens het contract met de grenzen van de redelijkheid en billijkheid. Een franchisenemer heeft vaak veel geïnvesteerd en is afhankelijk van de formule; die omstandigheden kunnen meewegen bij de vraag of een langere opzegtermijn of een vergoeding nodig is.
Waar let u op als u wilt beëindigen?
- Controleer in het contract of er een opzeggings-, ontbindings- of overmachtsclausule is en welke vormvereisten gelden.
- Leg elke tekortkoming vast met data, correspondentie en bewijs.
- Stuur een schriftelijke ingebrekestelling met een concrete en redelijke hersteltermijn (artikel 6:82 BW).
- Beoordeel of de tekortkoming zwaar genoeg is voor volledige ontbinding of alleen gedeeltelijke ontbinding.
- Ontbind schriftelijk (artikel 6:267 BW) en noem daarin de tekortkomingen waarop u zich beroept.
Waar let u op als de wederpartij beëindigt?
- Ga na of u wel in verzuim was: is er een geldige ingebrekestelling met een redelijke termijn ontvangen?
- Beoordeel of de gestelde tekortkoming van geringe betekenis is (artikel 6:265 lid 1 BW).
- Bij opzegging: controleer of de contractuele termijn is gevolgd en of een vergoeding of langere termijn op zijn plaats is.
- Laat schriftelijk weten dat u de beëindiging betwist en tot nakoming bereid bent.
- Breng uw schade in kaart, inclusief gederfde winst en niet terugverdiende investeringen.
Wat kunnen wij voor u doen bij wanprestatie in een duurovereenkomst?
- Uw contract en de tekortkomingen beoordelen en vaststellen of ontbinding of opzegging de juiste route is.
- Een ingebrekestelling en ontbindingsverklaring opstellen die aan de wettelijke eisen voldoen.
- Een ontvangen ontbinding of opzegging toetsen en daarop reageren.
- Onderhandelen over een beëindigingsregeling, opzegtermijn of schadevergoeding.
- Procederen over ontbinding, nakoming of schadevergoeding als advocaat civiel recht, en de termijnen daarbij bewaken.
Samengevat
- Bij wanprestatie kunt u een duurovereenkomst ontbinden (artikel 6:265 BW), meestal pas na ingebrekestelling en verzuim.
- Een tekortkoming van geringe betekenis rechtvaardigt geen ontbinding; toerekenbaarheid is voor ontbinding niet nodig.
- Opzeggen is iets anders: onbepaalde tijd is in beginsel opzegbaar, bepaalde tijd alleen als dat is afgesproken.
- Een contractuele opzegtermijn geldt, tenzij een beroep erop onaanvaardbaar is (DPD/Get Moving, 2025).
- Wie ten onrechte beëindigt, schiet zelf tekort en kan schadeplichtig worden.
Veelgestelde vragen
Moet de tekortkoming verwijtbaar zijn om te mogen ontbinden?
Nee. Artikel 6:265 BW geeft elke tekortkoming als grond voor ontbinding, ook bij overmacht. Verwijtbaarheid of toerekenbaarheid is wel nodig voor schadevergoeding (artikel 6:74 BW).
Hoe lang moet de hersteltermijn in een ingebrekestelling zijn?
De wet noemt geen vaste termijn; de termijn moet redelijk zijn (artikel 6:82 BW). Wat redelijk is, hangt af van de aard van de prestatie. Een betaling kan binnen enkele dagen, een technisch herstel vraagt vaak meer tijd.
Kan ik een contract voor bepaalde tijd tussentijds beëindigen?
Opzeggen kan alleen als het contract dat toestaat. Bij wanprestatie van de wederpartij kunt u wel ontbinden op grond van artikel 6:265 BW, ook tijdens de looptijd.
Is een opzegging zonder aanbod van schadevergoeding ongeldig?
In beginsel niet. Volgens de Hoge Raad blijft de opzegging geldig, maar moet de opzeggende partij de vergoeding alsnog betalen als de redelijkheid en billijkheid die vereisen (ECLI:NL:HR:2024:1709).
Kunnen partijen het contract ook samen aanpassen?
Ja, partijen kunnen in onderling overleg de voorwaarden wijzigen. Eenzijdig wijzigen kan alleen als het contract dat toestaat; anders is instemming van beide partijen nodig. Leg wijzigingen schriftelijk vast en overweeg juridisch advies over contracten bij grotere aanpassingen.