Seponeren, dagvaarden of schikken: de keuzes van het OM

Stapel van drie dikke dossiermappen op een bureau

Gepubliceerd op 13 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 6 oktober 2026

Als het Openbaar Ministerie een strafzaak binnenkrijgt, kiest de officier van justitie grofweg uit drie wegen: seponeren (niet vervolgen), dagvaarden (de zaak aan de rechter voorleggen) of de zaak zelf afdoen met een strafbeschikking of, in minder gevallen, een transactie. Een strafbeschikking is alleen mogelijk bij overtredingen en misdrijven waarop maximaal zes jaar gevangenisstraf staat; voor zwaardere zaken moet het OM dagvaarden.

Die keuze heeft grote gevolgen voor de verdachte en voor het slachtoffer. Hieronder leest u hoe het OM beslist, wat de verschillende uitkomsten betekenen en hoe u tegen een beslissing kunt opkomen.

Twee juridische professionals bespreken documenten in een modern kantoor met juridische boeken en een hamer op tafel.

Hoe beslist het OM wat er met een strafzaak gebeurt?

Het OM kijkt eerst of vervolging juridisch mogelijk is en of er genoeg bewijs is. Daarna weegt het of vervolging in het algemeen belang is, en zo ja, of de zaak zich leent voor een strafbeschikking of voor de rechter moet komen.

In Nederland beslist alleen het OM of iemand strafrechtelijk wordt vervolgd. Dat heet het vervolgingsmonopolie. De officier van justitie neemt die beslissing namens het OM. Hij doet dat pas als het politieonderzoek zover is afgerond dat hij het dossier kan beoordelen. Hoe een strafzaak van begin tot eind verloopt, leest u in ons artikel over het verloop van een strafzaak.

Wat is het opportuniteitsbeginsel?

Het OM mag afzien van vervolging als het algemeen belang dat rechtvaardigt, ook als er genoeg bewijs is. Dat volgt uit artikel 167, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Niet elk strafbaar feit leidt dus automatisch tot een strafzaak. Het OM weegt onder meer de ernst van het feit, de gevolgen voor het slachtoffer, de persoon van de verdachte en de vraag of andere maatregelen beter werken. Ook prioriteiten en beschikbare capaciteit spelen mee. Voor veelvoorkomende feiten heeft het OM richtlijnen en aanwijzingen die bepalen hoe het in de regel afdoet, zodat vergelijkbare zaken vergelijkbaar worden behandeld.

In welke volgorde weegt het OM?

Eerst de technische vraag: kan de zaak juridisch worden vervolgd en is er genoeg bewijs? Pas als dat zo is, komt de beleidsvraag aan de orde of vervolging wenselijk is.

Is de zaak technisch niet haalbaar, bijvoorbeeld door gebrek aan bewijs, dan volgt een technisch sepot. Is zij wel haalbaar maar niet wenselijk, dan kan het OM een beleidssepot geven. Is vervolging wel wenselijk, dan kiest het OM tussen een strafbeschikking en een dagvaarding. Daarbij spelen de ernst van het feit, de straf die het OM passend vindt en de strafmaxima in de wet een rol.

Wat betekent seponeren?

Seponeren betekent dat het OM besluit een verdachte niet te vervolgen. De zaak wordt afgesloten zonder dat een rechter eraan te pas komt.

Drie juridische professionals in een kantoor bespreken documenten en maken besluiten over strafrechtelijke zaken.

Elke sepotbeslissing krijgt een sepotcode, die aangeeft waarom het OM niet vervolgt. Die code wordt vastgelegd in de justitiële documentatie. Er zijn drie hoofdsoorten sepot: het technisch sepot, het beleidssepot en het voorwaardelijk sepot.

Wanneer volgt een technisch sepot?

Als vervolging juridisch niet mogelijk is of vrijwel zeker op niets uitloopt. Het OM seponeert dan omdat een veroordeling niet haalbaar is.

De belangrijkste gronden zijn:

  • de verdachte is ten onrechte als verdachte aangemerkt, bijvoorbeeld bij een persoonsverwisseling of een valse aangifte;
  • er is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs;
  • het gedrag is geen strafbaar feit, of er is een rechtvaardigingsgrond of schulduitsluitingsgrond;
  • er is een formele belemmering, zoals verjaring, het ontbreken van een vereiste klacht of een eerdere onherroepelijke beslissing over hetzelfde feit.

Het OM seponeert liever dan dat het een zaak voorlegt die waarschijnlijk tot vrijspraak leidt. Wanneer bewijs overtuigend genoeg is, lichten wij toe in ons artikel over bewijs in strafzaken.

Wanneer volgt een beleidssepot?

Als vervolging wel mogelijk is, maar het OM haar niet in het algemeen belang vindt. Dat is het opportuniteitsbeginsel in de praktijk.

Voorbeelden van redenen zijn: het feit is gering, het is lang geleden gepleegd, de verdachte heeft de schade al vergoed, de verdachte is ernstig ziek, er is al een andere straf of maatregel die volstaat, of het feit speelde zich af in een kleine kring waarin partijen het zelf hebben opgelost. Het OM moet zo’n sepot wel kunnen verantwoorden, zeker tegenover het slachtoffer.

Wat is een voorwaardelijk sepot?

Het OM ziet af van vervolging op voorwaarde dat de verdachte zich gedurende een proeftijd aan bepaalde voorwaarden houdt. Houdt hij zich daar niet aan, dan kan het OM de zaak alsnog vervolgen.

De belangrijkste voorwaarde is dat de verdachte in de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten pleegt. Het OM kan daarnaast voorwaarden stellen, zoals het vergoeden van de schade van het slachtoffer, het volgen van een cursus of behandeling, een contactverbod of het meewerken aan toezicht door de reclassering. Een voorwaardelijk sepot is een beleidssepot en wordt dus ook geregistreerd.

Op welke juridische gronden kan het OM seponeren?

De gronden vallen uiteen in bewijs, strafbaarheid en formele belemmeringen. Hieronder werken wij de belangrijkste uit.

Wat als het bewijs onvoldoende is?

Dan volgt een technisch sepot. Voor een veroordeling moet de rechter het feit wettig en overtuigend bewezen achten, en het OM vervolgt niet als het die kans reëel niet aanwezig acht.

Dat is bijvoorbeeld het geval als het verzamelde bewijs te zwak is, getuigen elkaar tegenspreken of onbetrouwbaar blijken, of forensisch onderzoek geen uitsluitsel geeft. Een verklaring van één getuige is volgens artikel 342 van het Wetboek van Strafvordering bovendien niet genoeg: er moet steunbewijs zijn. Komt er later nieuw bewijs, dan kan het OM de zaak heropenen, zolang het feit niet is verjaard.

Wat als er een rechtvaardigingsgrond is?

Dan is het gedrag niet onrechtmatig en volgt een sepot. De belangrijkste rechtvaardigingsgronden zijn noodweer, noodtoestand, een wettelijk voorschrift en een ambtelijk bevel.

Bij noodweer verdedigt iemand zich tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding. De officier van justitie beoordeelt dan of de verdediging noodzakelijk en proportioneel was. Waar die grens ligt, leest u in ons artikel over noodweer of mishandeling. Ook geweld door politieagenten kan rechtmatig zijn, als zij hun bevoegdheden correct en proportioneel gebruiken.

Wat als de verdachte geen schuld treft?

Dan is er een schulduitsluitingsgrond. Het feit blijft onrechtmatig, maar de verdachte valt het niet te verwijten.

Voorbeelden zijn ontoerekeningsvatbaarheid door een psychische stoornis, overmacht en verontschuldigbare dwaling. Bij ontoerekeningsvatbaarheid laat het OM de verdachte vaak onderzoeken door deskundigen; bij ernstige feiten kan de zaak dan toch naar de rechter gaan, die een maatregel zoals tbs kan opleggen. Bij dwaling dacht de verdachte oprecht dat zijn handelen was toegestaan, en die vergissing moet begrijpelijk zijn geweest. Meer daarover leest u in ons artikel over dwaling in het strafrecht.

Welke formele belemmeringen zijn er?

De belangrijkste zijn verjaring, het ontbreken van een klacht bij een klachtdelict en het verbod om iemand twee keer voor hetzelfde feit te vervolgen. In die gevallen moet het OM seponeren, ook als bewijs en schuld vaststaan.

Volgens artikel 70 van het Wetboek van Strafrecht verjaart het recht op strafvervolging na drie jaar voor overtredingen, na zes jaar voor misdrijven met een maximumstraf van ten hoogste drie jaar, na twaalf jaar voor misdrijven met een hogere maximumstraf en na twintig jaar voor misdrijven waarop meer dan tien jaar gevangenisstraf staat. Misdrijven waarop twaalf jaar of meer gevangenisstraf staat, verjaren niet. Meer daarover leest u in ons artikel over de verjaringstermijn in het strafrecht.

Een klachtdelict kan alleen worden vervolgd als het slachtoffer een klacht heeft ingediend. Voorbeelden zijn belediging, smaad en belaging; eenvoudige mishandeling is geen klachtdelict. De klacht moet volgens artikel 64 van het Wetboek van Strafrecht in de regel binnen drie maanden worden gedaan. Het slachtoffer kan de klacht volgens artikel 67 binnen acht dagen weer intrekken. Verder mag niemand opnieuw worden vervolgd voor een feit waarover al onherroepelijk is beslist (ne bis in idem), en vervolgt het OM niet als de Nederlandse strafwet niet van toepassing is.

Wanneer dagvaardt het OM?

Als er genoeg bewijs is en de zaak te ernstig is voor een strafbeschikking, of als het OM een vrijheidsstraf wil eisen. Ook na verzet tegen een strafbeschikking komt de zaak bij de rechter.

Een strafbeschikking kan alleen bij overtredingen en misdrijven waarop maximaal zes jaar gevangenisstraf staat, en nooit met een vrijheidsstraf. Wil het OM gevangenisstraf eisen, of gaat het om een complexe zaak of een feit met grote maatschappelijke impact, dan dagvaardt het de verdachte. De persoon van de verdachte speelt ook mee: bij iemand die eerder is veroordeeld, kiest het OM sneller voor de rechter.

Wat staat er in de dagvaarding?

De dagvaarding bevat de tenlastelegging: een omschrijving van het feit waarvan u wordt verdacht, met tijd en plaats. Daarnaast staan erin wanneer en waar de zitting is en welke rechter de zaak behandelt.

De tenlastelegging bepaalt waarover de rechter mag oordelen. Zij moet voldoende duidelijk zijn, zodat u weet waartegen u zich moet verdedigen. Een dagvaarding moet volgens artikel 265 van het Wetboek van Strafvordering ten minste tien dagen voor de zitting worden betekend. Overtredingen gaan meestal naar de kantonrechter, eenvoudige misdrijven naar de politierechter en zwaardere zaken naar de meervoudige kamer van de rechtbank. Heeft u een dagvaarding ontvangen, noteer dan direct de zittingsdatum en vraag het dossier op.

Welke rechten heeft u als verdachte?

U heeft recht op bijstand van een advocaat, recht op inzage in het strafdossier en het recht om te zwijgen. Ook mag u getuigen laten oproepen en verweer voeren.

Het recht op een advocaat geldt niet pas vanaf de dagvaarding, maar al vanaf uw eerste verhoor als verdachte. Een advocaat kan het dossier bestuderen, onderzoekswensen indienen, getuigen laten oproepen en procedurele verweren voeren. U bent niet verplicht mee te werken aan uw eigen veroordeling. Wanneer zwijgen verstandig is, leest u in ons artikel over het zwijgrecht. Op de zitting licht de officier van justitie de zaak toe en eist hij een straf; daarna krijgen u en uw advocaat het woord. Bij zware zaken gaan daar vaak een of meer regiezittingen aan vooraf.

Kunt u in hoger beroep?

Ja, zowel de verdachte als het OM kan binnen veertien dagen na de uitspraak hoger beroep instellen bij het gerechtshof. Dat staat in artikel 408 van het Wetboek van Strafvordering.

Het hof behandelt de zaak opnieuw en is niet gebonden aan het vonnis van de rechtbank. Het kan nieuwe getuigen horen en aanvullend bewijs toelaten. De uitkomst kan een bevestiging van het vonnis zijn, een hogere of lagere straf, of alsnog vrijspraak. Het OM gaat vooral in beroep bij vrijspraak of als het de straf te laag vindt. Wanneer hoger beroep voor u zinvol is, leest u in ons artikel over hoger beroep in strafzaken.

Wat zijn de alternatieven voor een rechtszaak?

Het OM kan een zaak zelf afdoen met een strafbeschikking en, in bepaalde gevallen, met een transactie. Daarmee wordt de zaak zonder zitting bij de rechter afgesloten.

Drie professionals in een kantoor bespreken juridische documenten aan een tafel.

Hoe werkt een strafbeschikking?

Met een strafbeschikking legt het OM zelf een straf op, zonder rechter. Het OM kan daarmee onder meer een geldboete, een taakstraf van maximaal 180 uur of een rijontzegging van maximaal zes maanden opleggen, maar nooit een gevangenisstraf.

De strafbeschikking is geregeld in artikel 257a en verder van het Wetboek van Strafvordering. Het OM kan er ook een gedragsaanwijzing mee geven, zoals een contactverbod of de verplichting om zich bij de reclassering te melden, en een schadevergoedingsmaatregel voor het slachtoffer. Wil het OM een taakstraf, een gedragsaanwijzing, een rijontzegging of een geldboete van meer dan 2.000 euro opleggen, dan moet het u eerst horen. Dat gebeurt vaak op een OM-zitting: een gesprek met de officier van justitie, waarbij u zich door een advocaat kunt laten bijstaan. Zo’n gesprek is niet openbaar.

Bent u het niet eens met de strafbeschikking, dan kunt u volgens artikel 257e binnen veertien dagen verzet aantekenen. De rechter behandelt de zaak dan opnieuw. Betaalt u, of laat u de termijn verlopen, dan wordt de strafbeschikking onherroepelijk en telt zij als justitieel gegeven. Meer daarover leest u in ons artikel over de strafbeschikking van het OM en in ons artikel over de vraag of u een strafbeschikking wel of niet accepteert.

Wat is een transactie?

Een transactie is een aanbod van het OM om vervolging te voorkomen, bijvoorbeeld door een geldbedrag te betalen. Voldoet u aan de voorwaarden, dan vervalt het recht om u voor dat feit te vervolgen.

De transactie is geregeld in artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht. Het OM kan daarbij voorwaarden stellen, zoals betaling van een geldsom, afstand van in beslag genomen voorwerpen of vergoeding van de schade aan het slachtoffer. Anders dan bij een strafbeschikking legt het OM hier geen straf op: het gaat om een aanbod dat u kunt aanvaarden. In de praktijk heeft de strafbeschikking de transactie voor veel zaken tegen personen vervangen. Transacties komen vooral nog voor in zaken tegen ondernemingen. Het verschil tussen de afdoeningen lichten wij toe in ons artikel over transactie, strafbeschikking of dagvaarding.

Welke gevolgen heeft een sepot of vervolging?

Ook een sepot wordt geregistreerd in de justitiële documentatie. Dat kan gevolgen hebben voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG), afhankelijk van de sepotgrond en de functie.

Komt een sepot op uw strafblad?

Ja, in de meeste gevallen wordt een sepot met de sepotcode geregistreerd. Bent u geseponeerd omdat u ten onrechte als verdachte bent aangemerkt, dan worden de gegevens verwijderd.

De sepotcode laat zien waarom het OM niet vervolgt, en dat maakt verschil. Een technisch sepot wegens onvoldoende bewijs weegt bij latere beoordelingen anders dan een beleidssepot, waarbij het OM had kunnen vervolgen maar daarvan heeft afgezien. Heeft u vragen over de gegevens die over u zijn vastgelegd, dan kunt u die opvragen bij de Justitiële Informatiedienst. Wat er in de justitiële documentatie komt en hoe lang het blijft staan, leest u in ons artikel over het strafblad en de justitiële documentatie.

Wat betekent een sepot voor uw VOG?

Een sepot kan het krijgen van een VOG bemoeilijken, maar leidt niet automatisch tot een weigering. Justis beoordeelt per aanvraag of het geregistreerde feit een risico vormt voor de functie waarvoor u de VOG aanvraagt.

Daarbij kijkt Justis onder meer naar de aard van het feit, de sepotgrond, de samenhang met de functie en de tijd die sindsdien is verstreken. Voor functies met kwetsbare personen, zoals in de zorg en het onderwijs, of met financiële verantwoordelijkheid kan ook een geseponeerd feit tot een weigering leiden. Krijgt u een voornemen tot weigering, dan kunt u daarop reageren en uw kant van de zaak toelichten.

Kunt u opkomen tegen een beslissing van het OM?

Als slachtoffer of andere rechtstreeks belanghebbende kunt u tegen een sepot of het niet vervolgen een beklag indienen bij het gerechtshof volgens artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering. Als verdachte kunt u tegen een strafbeschikking verzet aantekenen; tegen een dagvaarding voert u verweer op de zitting.

Het beklag op grond van artikel 12 Sv moet binnen drie maanden worden ingediend nadat u van de beslissing om niet te vervolgen in kennis bent gesteld. Heeft u geen kennisgeving ontvangen, dan loopt die termijn niet. Het gerechtshof kan het OM opdragen om alsnog te vervolgen, of de beslissing in stand laten. Dat gebeurt niet vaak, maar het is de enige formele weg om een sepot door een rechter te laten toetsen. De tekst van de regeling vindt u in het Wetboek van Strafvordering.

Bent u als verdachte geseponeerd, maar bent u het niet eens met de sepotgrond, bijvoorbeeld omdat u vindt dat u ten onrechte verdachte was, dan kunt u het OM vragen de sepotcode te wijzigen. Bent u ontevreden over de manier waarop het OM u heeft behandeld, dan kunt u een klacht indienen bij het OM en daarna bij de Nationale ombudsman.

Wat kunnen wij voor u doen bij een beslissing van het OM?

Wij staan verdachten en slachtoffers bij, van het eerste verhoor tot na de beslissing van de officier van justitie.

  • Wij beoordelen of een strafbeschikking terecht is opgelegd en tekenen binnen twee weken verzet aan als u het er niet mee eens bent (artikel 257e Sv).
  • Wij controleren een dagvaarding op gebreken en bereiden met u het verweer op de zitting voor.
  • Wij vragen het OM om een sepot of een andere sepotgrond als het bewijs of het belang van vervolging daar aanleiding toe geeft.
  • Wij stellen voor slachtoffers een beklag op grond van artikel 12 Sv op en dienen het binnen drie maanden in bij het gerechtshof.
  • Wij leggen uit wat een sepot, strafbeschikking of veroordeling betekent voor uw justitiële documentatie en een latere VOG-aanvraag.

Samengevat

  • Het OM kiest tussen seponeren, dagvaarden en zelf afdoen met een strafbeschikking of transactie.
  • Een technisch sepot volgt als vervolging niet haalbaar is; een beleidssepot als vervolging niet in het algemeen belang is (artikel 167 Sv).
  • Een strafbeschikking kan alleen bij feiten met maximaal zes jaar gevangenisstraf en nooit met een vrijheidsstraf; verzet kan binnen veertien dagen.
  • Ook een sepot wordt in de meeste gevallen geregistreerd en kan meewegen bij een VOG.
  • Een slachtoffer kan tegen een sepot beklag doen bij het gerechtshof, binnen drie maanden na de kennisgeving (artikel 12 Sv).

Veelgestelde vragen

Op welke gronden seponeert het OM een zaak?

Het OM seponeert als er te weinig bewijs is, als er juridische belemmeringen zijn zoals verjaring, of als vervolging niet in het algemeen belang is. In dat laatste geval kijkt het OM onder meer naar de ernst van het feit, de gevolgen voor het slachtoffer en de vraag of de schade al is vergoed.

Is het feit gering of lang geleden gepleegd, dan kan het OM ook om die reden afzien van vervolging. Het OM legt de reden vast met een sepotcode.

Wanneer besluit het OM tot een dagvaarding?

Als er genoeg bewijs is en de zaak te ernstig is om zelf af te doen, bijvoorbeeld omdat het OM een gevangenisstraf wil eisen of omdat op het feit meer dan zes jaar gevangenisstraf staat. Ook na verzet tegen een strafbeschikking komt de zaak bij de rechter.

Het OM weegt daarnaast de gevolgen voor het slachtoffer en de samenleving en de voorgeschiedenis van de verdachte. Wie eerder is veroordeeld, wordt sneller gedagvaard dan iemand die voor het eerst met justitie in aanraking komt.

Hoe werkt een afdoening door het OM zonder rechter?

Met een strafbeschikking legt het OM zelf een straf op, zoals een geldboete, een taakstraf tot 180 uur of een rijontzegging tot zes maanden. Het OM kan ook eisen dat u de schade van het slachtoffer vergoedt of u een gedragsaanwijzing geven.

U kunt de strafbeschikking accepteren, maar u kunt ook binnen veertien dagen verzet aantekenen. Dan beslist de rechter. Een transactie is een aanbod van het OM om vervolging te voorkomen, bijvoorbeeld tegen betaling van een geldsom; die komt vooral nog voor in zaken tegen ondernemingen.

Wat houdt het opportuniteitsbeginsel in?

Het opportuniteitsbeginsel geeft het OM de ruimte om af te zien van vervolging als het algemeen belang dat rechtvaardigt, ook als er bewijs is van een strafbaar feit. Dat staat in artikel 167, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Niet elk strafbaar feit leidt dus automatisch tot vervolging. Het OM weegt onder meer de ernst van het feit, de belangen van het slachtoffer, de persoon van de verdachte en de beschikbare capaciteit. Richtlijnen en aanwijzingen van het OM zorgen ervoor dat vergelijkbare zaken vergelijkbaar worden behandeld.

Welke rechten heeft u als u wordt gedagvaard?

U heeft recht op bijstand van een advocaat, recht op inzage in het strafdossier en het recht om te zwijgen. U hoeft niet mee te werken aan uw eigen veroordeling.

U heeft recht op een eerlijk proces. U mag getuigen laten oproepen, bewijs aandragen en vragen stellen aan getuigen, en u krijgt op de zitting het laatste woord. Het recht op een advocaat geldt overigens al vanaf uw eerste verhoor als verdachte.

Kunt u een beslissing van het OM aanvechten?

Seponeert het OM een zaak, dan kan het slachtoffer of een andere rechtstreeks belanghebbende beklag doen bij het gerechtshof volgens artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering. Dat moet binnen drie maanden nadat u van de beslissing in kennis bent gesteld.

Krijgt u als verdachte een strafbeschikking, dan kunt u binnen veertien dagen verzet aantekenen; de rechter behandelt de zaak dan opnieuw. Een dagvaarding kunt u niet los aanvechten, maar u voert uw verweer op de zitting.

Law & More staat verdachten en slachtoffers bij in strafzaken, van het eerste verhoor tot de zitting en het beklag over een sepot; meer daarover leest u bij onze strafrechtpraktijk.

Juridische hulp nodig?

Heeft u een brief, dagvaarding of vonnis ontvangen? Stuur de stukken aan ons toe. Wij controleren welke termijnen lopen en wat uw mogelijkheden zijn.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Juridische hulp nodig?

Heeft u een brief, dagvaarding of vonnis ontvangen? Stuur de stukken aan ons toe. Wij controleren welke termijnen lopen en wat uw mogelijkheden zijn.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.