Gepubliceerd op 9 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 31 oktober 2026
Een uitlating is strafbaar als zij valt onder een strafbepaling zoals belediging, smaad, laster, groepsbelediging of aanzetten tot haat, en een beperking van de vrijheid van meningsuiting in die situatie noodzakelijk is (art. 10 EVRM). Bijdragen aan het publieke debat, zeker over politiek, krijgen meer bescherming, maar ook een politicus mag een groep niet onnodig grievend beledigen; dat bevestigde de Hoge Raad in 2021.
De grens tussen vrijheid van meningsuiting en strafbare uitlatingen hangt af van het wetsartikel, de context en de vraag of de uitlating iets bijdraagt aan het debat. Hieronder leest u welke artikelen gelden, hoe de rechter afweegt en wat u kunt doen als verdachte of als benadeelde.

Inhoudsopgave
Welke uitlatingen zijn strafbaar?
Het Wetboek van Strafrecht kent een reeks bepalingen over uitlatingen. Meer over het strafrecht in het algemeen leest u in wat strafrecht in Nederland is.
| Feit | Artikel | Kern | Klachtdelict? |
|---|---|---|---|
| Smaad en smaadschrift | 261 Sr | Opzettelijk iemands eer of goede naam aantasten door iemand een bepaald feit ten laste te leggen, met het doel daaraan bekendheid te geven | Ja |
| Laster | 262 Sr | Smaad terwijl u weet dat het feit niet waar is | Ja |
| Eenvoudige belediging | 266 Sr | Opzettelijk beledigen, bijvoorbeeld met scheldwoorden, zonder een feit te stellen | Ja, behalve bij een ambtenaar in functie (267 Sr) |
| Groepsbelediging | 137c Sr | Openlijk opzettelijk beledigend uitlaten over een groep, onder meer vanwege ras, godsdienst of levensovertuiging, seksuele gerichtheid of handicap | Nee |
| Aanzetten tot haat, discriminatie of geweld | 137d Sr | Openlijk aanzetten tot haat tegen, discriminatie van of geweld tegen een groep | Nee |
| Verspreiden | 137e Sr | Verspreiden van zulke uitlatingen, anders dan ter zakelijke berichtgeving | Nee |
Bij een klachtdelict vervolgt het Openbaar Ministerie alleen als de benadeelde een klacht indient (art. 269 Sr). Lees meer over belediging, smaad en laster en de verschillen tussen smaad en laster.
Smaad, laster en belediging in de praktijk
Het verschil zit in het feit. Wie zegt “hij is een oplichter”, beledigt. Wie zegt “hij heeft vorig jaar de kas van de vereniging leeggehaald”, stelt een feit en kan smaad plegen. Is dat feit onwaar en weet de spreker dat, dan is het laster.
Smaad is niet strafbaar als iemand handelde ter noodzakelijke verdediging, of als hij te goeder trouw mocht aannemen dat het feit waar was en het algemeen belang de uitlating vereiste (art. 261 lid 3 Sr). Dat is een van de strafuitsluitingsgronden die bij uitlatingen een rol spelen. Online gaat het vaak om reviews of berichten op sociale media.
Hoe weegt de rechter de vrijheid van meningsuiting af?

De vrijheid van meningsuiting staat in art. 7 Grondwet en art. 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Een strafvervolging voor een uitlating is een beperking van die vrijheid. Die beperking is alleen toegestaan als zij bij wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving.
Bij groepsbelediging toetst de rechter in drie stappen:
- Betekenis: is de uitlating op zichzelf beledigend voor een groep vanwege een beschermd kenmerk?
- Context: neemt de context, zoals een bijdrage aan het publieke debat, het beledigende karakter weg?
- Onnodig grievend: is de uitlating, ook binnen dat debat, onnodig grievend?
Daarbij wegen onder meer mee: wie de spreker is, waar en voor welk publiek hij sprak, en welk medium hij gebruikte. Politieke uitlatingen krijgen veel ruimte, maar politici dragen ook een bijzondere verantwoordelijkheid.
Wat de Hoge Raad besliste in de zaak over “minder Marokkanen”
De Hoge Raad oordeelde op 6 juli 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1036) over uitlatingen van een politicus op een verkiezingsavond in 2014. Het hof had hem veroordeeld voor groepsbelediging van Nederlanders van Marokkaanse afkomst vanwege hun ras, maar geen straf opgelegd. De Hoge Raad liet die veroordeling in stand. Een politicus mag kwesties aan de orde stellen die schokken, maar moet uitlatingen vermijden die onverdraagzaamheid aanwakkeren. Een veroordeling voor groepsbelediging is dan een toelaatbare beperking van art. 10 EVRM.
De les: politieke context geeft ruimte, maar geen vrijbrief. Een uitlating die een groep als geheel neerzet vanwege een kenmerk als ras, kan ook in het debat onnodig grievend zijn.
Wanneer is aanzetten tot haat strafbaar?

Art. 137d Sr gaat verder dan beledigen. Het gaat om uitlatingen die anderen aanzetten tot haat tegen, discriminatie van of geweld tegen mensen vanwege hun ras, godsdienst of levensovertuiging, seksuele gerichtheid of handicap. De uitlating moet openlijk zijn gedaan, bijvoorbeeld in een openbaar bericht op sociale media of een toespraak.
De drempel ligt hoger dan bij groepsbelediging. Een negatieve mening over een groep is nog geen aanzetten. De rechter kijkt of de uitlating, gelet op bewoordingen en context, anderen aanspoort tot haat, discriminatie of geweld. In de zaak over “minder Marokkanen” werd de politicus van dit onderdeel vrijgesproken, terwijl de groepsbelediging wel bewezen werd.
Voor discriminatie door algoritmes en de beschermde kenmerken buiten het strafrecht gelden andere regels.
Wanneer is een publicatie onrechtmatig?
Naast het strafrecht kan een uitlating civielrechtelijk onrechtmatig zijn (art. 6:162 BW). Daarvoor hoeft geen strafbaar feit te zijn gepleegd. De rechter weegt de vrijheid van meningsuiting (art. 10 EVRM) af tegen het recht op bescherming van eer, goede naam en privacy (art. 8 EVRM).
| Factor | Waar de rechter naar kijkt |
|---|---|
| Aard van de beschuldiging | Hoe ernstig is de aantijging en wat zijn de gevolgen voor de betrokkene? |
| Feitelijke basis | Vindt de beschuldiging voldoende steun in de feiten die ten tijde van de publicatie bekend waren? |
| Maatschappelijk belang | Draagt de publicatie bij aan een debat over een kwestie van algemeen belang? |
| Hoor en wederhoor | Kreeg de betrokkene de kans te reageren? |
| Positie van de betrokkene | Een politicus of bestuurder moet meer kritiek dulden dan een privépersoon |
| Toon | Is de publicatie onnodig grievend? |
Ook beeld kan onrechtmatig zijn; zie het artikel over publicatie en het portretrecht. Gaat het om onrechtmatige uitlatingen op sociale media, dan zijn verwijdering en rectificatie vaak de eerste doelen.
Welke stappen kunt u zetten als benadeelde?
De civiele route
Een kort geding is meestal de snelste weg. U kunt vorderen dat berichten worden verwijderd en dat een rectificatie wordt geplaatst (art. 6:167 BW), zo nodig op straffe van een dwangsom. In een bodemprocedure kunt u ook schadevergoeding vorderen. De civiele route geeft u meer regie dan een strafzaak. Lees meer over juridische stappen bij reputatieschade.
De strafrechtelijke route
Bij belediging, smaad en laster is een klacht nodig (art. 269 Sr). U doet aangifte en geeft daarbij aan dat u vervolging wenst. Groepsbelediging en aanzetten tot haat zijn geen klachtdelicten; daar kan het Openbaar Ministerie ook zonder klacht vervolgen. Het OM beslist zelf of het vervolgt.
De rechter kan een geldboete, een taakstraf (ten hoogste 240 uur, art. 22c Sr) of een gevangenisstraf opleggen, binnen het maximum van het betreffende artikel.
Online platforms
Sinds de Digital Services Act moeten online platforms meldingen van illegale inhoud zorgvuldig behandelen. Een melding bij het platform kan sneller tot verwijdering leiden dan een procedure. Bewaar wel eerst screenshots met datum, tijd en URL als bewijs. Meer over strafbaar online gedrag.
Wat als u zelf verdachte bent?
- U heeft het recht om te zwijgen en om vóór het verhoor een advocaat te raadplegen.
- Bij smaad kan een beroep op art. 261 lid 3 Sr slagen als u te goeder trouw handelde en het algemeen belang de uitlating vereiste.
- Bij groepsbelediging speelt de context een grote rol: was er een bijdrage aan het publieke debat, en was de uitlating onnodig grievend?
- Bij een klachtdelict zonder tijdige klacht kan het OM niet vervolgen.
Wat wij doen bij strafbare uitlatingen
Met onze strafrecht advocaat kunt u rekenen op:
- een beoordeling of een uitlating valt onder art. 261, 262, 266 of 137c-137e Sr, of onder de vrijheid van meningsuiting;
- bijstand als verdachte bij het politieverhoor en in de strafzaak;
- hulp als benadeelde bij aangifte en klacht (art. 269 Sr);
- een kort geding over verwijdering of rectificatie (art. 6:167 BW).
In het kort
- Belediging, smaad en laster zijn klachtdelicten; groepsbelediging en aanzetten tot haat niet.
- Bij groepsbelediging toetst de rechter betekenis, context en of de uitlating onnodig grievend was.
- Ook een politicus kan worden veroordeeld voor groepsbelediging (HR 6 juli 2021).
- Civiel kunt u verwijdering, rectificatie en schadevergoeding vorderen, ook als er geen strafbaar feit is.