Een faillissementsaanvraag geldt nogal eens als drukmiddel om een schuldenaar tot betaling te bewegen. Maar wat als die schuldenaar de vordering betwist?
Mag een schuldeiser dan direct een faillissement aanvragen, of zijn daar toch echt grenzen aan?
Een faillissementsaanvraag bij een betwiste vordering mag in principe, maar de rechtbank stelt hoge eisen aan het bewijs. De rechter kan het verzoek gewoon afwijzen als de vordering niet overtuigend is.
De schuldeiser moet aantonen dat de vordering opeisbaar is en niet zomaar kan worden betwist. Dit levert een spanningsveld op tussen het recht van de schuldeiser en de bescherming van de schuldenaar tegen ongegronde claims.
Hier lees je wanneer een faillissementsaanvraag bij een betwiste vordering kans maakt. Ook komen de juridische voorwaarden, de risico’s en wat alternatieven langs.
Verder werpen we een blik op misbruik van dit rechtsmiddel en geven we tips voor beide partijen om sterker te staan.
Wat is een faillissementsaanvraag bij een betwiste vordering?
Een faillissementsaanvraag bij een betwiste vordering ontstaat als een schuldeiser faillissement aanvraagt terwijl de schuldenaar de schuld met argumenten betwist. Dit zorgt vaak voor juridische complicaties omdat de vordering niet vaststaat.
Definitie van faillissementsaanvraag
Een faillissementsaanvraag is een juridische procedure waarbij een schuldeiser of de schuldenaar zelf de rechtbank vraagt om het faillissement uit te spreken. De rechter kijkt of de schuldenaar echt is opgehouden te betalen.
Voor een succesvolle aanvraag zijn er twee belangrijke vereisten. De debiteur moet gestopt zijn met betalen, en er moeten meerdere schuldeisers zijn.
De tweede schuldeiser geldt als steunvordering. Je hoeft die steunvordering niet meteen bij de aanvraag te noemen, maar je moet hem tijdens de zitting wel kunnen aantonen.
Zonder steunvordering wijst de rechtbank de aanvraag af. Zo simpel is het.
Verschil tussen betwiste en onbetwiste vorderingen
Bij een onbetwiste vordering erkent de schuldenaar dat hij moet betalen, maar doet hij het niet. De schuld staat vast en is opeisbaar.
Bij een betwiste vordering zegt de schuldenaar dat hij een goede reden heeft om niet te betalen. Denk aan afspraken die niet zijn nagekomen, of producten die niet voldoen.
Belangrijke verschillen:
- Onbetwiste vordering: schuld staat vast, schuldenaar erkent betalingsverplichting
- Betwiste vordering: schuldenaar geeft gemotiveerde redenen waarom hij niet hoeft te betalen
- Rechtsgevolg: bij betwisting is de vordering niet concreet genoeg voor faillissementsaanvraag
Als een debiteur een vordering goed motiveert en betwist, kan de schuldeiser geen faillissement aanvragen. De vordering is dan simpelweg te vaag voor de rechter.
Het doel achter een faillissementsaanvraag
Een faillissementsaanvraag is een stevig drukmiddel om betaling af te dwingen. Schuldeisers grijpen hiernaar als andere incassopogingen zijn vastgelopen.
De dreiging van faillissement zet de schuldenaar vaak alsnog in beweging. Soms volgt er ineens een betalingsvoorstel of een regeling, puur om het faillissement te voorkomen.
Vooral als de schuldenaar niet meer reageert op betalingsverzoeken of andere schuldeisers voorrang geeft, kan deze route werken. Ook als beslag leggen geen zin heeft, biedt deze aanvraag soms uitkomst.
Juridische voorwaarden en vereisten
Een faillissementsaanvraag maakt alleen kans als je aan specifieke wettelijke eisen voldoet. De rechtbank kijkt streng naar drie punten: de betalingsstatus van de schuldenaar, het aantal schuldeisers en of de vordering opeisbaar is.
Toetsingscriteria van de rechtbank
De rechter beoordeelt of de schuldenaar echt niet meer betaalt. Dit heet de “faillissementstoestand“. De rechter wil dit kunnen opmaken uit feiten en omstandigheden.
Het draait niet om één openstaande factuur. Er moet een patroon zijn van structureel niet betalen.
De rechtbank kijkt ook naar het verweer van de schuldenaar. Als de debiteur de vordering goed betwist, vindt de rechter de situatie meestal te onzeker voor een faillissementsuitspraak.
Als er twijfel is over de opeisbaarheid of het bestaan van de schuld, wijst de rechtbank de aanvraag vaak af.
Pluraliteitsvereiste en steunvordering
De Faillissementswet stelt dat er meerdere schuldeisers moeten zijn. Dit heet het pluraliteitsvereiste.
De aanvrager moet laten zien dat er minstens één andere onbetaalde schuldeiser is. Die tweede vordering heet een steunvordering.
Je hoeft die steunvordering niet direct in het verzoekschrift te noemen. Tijdens de zitting moet je hem wel kunnen aantonen.
Dat geeft ruimte voor onderhandeling. Je kunt nog met de schuldenaar praten over een regeling, en bij akkoord trek je de aanvraag gewoon in.
Let wel: de steunvordering moet ook opeisbaar en onbetwist zijn. Anders telt hij niet mee.
Vereiste van een opeisbare vordering
De vordering waarop je de aanvraag baseert, moet opeisbaar zijn. De betalingstermijn moet dus echt verstreken zijn.
Een factuur die nog binnen de normale betaaltermijn valt, geldt niet als grond voor een faillissementsaanvraag.
De schuldeiser moet aantonen dat betaling verschuldigd is. Dit kan met facturen, contracten of zelfs een vonnis. Zo’n vonnis helpt, maar is niet verplicht.
Heeft de debiteur op tijd geprotesteerd tegen de facturen, dan wijst de rechtbank de aanvraag meestal af. Twijfelt de rechter aan de opeisbaarheid, dan stopt het hier. Bij betwiste vorderingen adviseren advocaten vaak om eerst te dagvaarden in plaats van meteen faillissement aan te vragen.
De procedure van een faillissementsaanvraag
Een faillissementsaanvraag volgt een vaste route bij de rechtbank. De schuldeiser dient een verzoekschrift in, komt naar de zitting en wacht op het oordeel van de rechter.
Het verzoekschrift en de rol van de advocaat
Het faillissementsverzoek begint met een verzoekschrift dat de schuldeiser bij de rechtbank indient. Een advocaat is niet verplicht voor deze procedure, maar het is wel sterk aan te raden gezien de juridische complexiteit.
De advocaat stelt het verzoekschrift op waarin de vordering en de gronden voor het faillissement staan. Het verzoekschrift moet voldoen aan bepaalde eisen.
Je vindt hier gegevens van de debiteur, de hoogte van de vordering en bewijs dat de schuldenaar is gestopt met betalen. De advocaat regelt ook een steunvordering van een tweede schuldeiser, want dat is wettelijk verplicht.
Na indiening plant de rechtbank snel een zitting. De debiteur ontvangt een oproep via een deurwaarder.
Hierdoor weet de schuldenaar officieel van de aanvraag en wanneer de behandeling plaatsvindt.
Mondelinge behandeling en hoorzitting
De mondelinge behandeling volgt meestal binnen een paar weken na het indienen van het verzoek. Tijdens de zitting kunnen schuldeiser en debiteur hun standpunt toelichten.
De rechter kijkt of er genoeg reden is voor faillissement. De debiteur kan bezwaar maken tegen de vordering.
Als de debiteur de vordering goed betwist, kan dat lastig zijn voor de aanvraag. De rechter moet vaststellen dat de schuldenaar echt is gestopt met betalen aan meerdere crediteuren.
De steunvordering komt nu aan bod bij de rechter. Die dient als bewijs dat er meer schuldeisers onbetaald zijn.
De rechter kan direct uitspraak doen, maar soms volgt er een schriftelijke beslissing.
Taken van de curator na faillietverklaring
Na de faillietverklaring benoemt de rechter een curator. De curator neemt direct het beheer en de beschikking over het vermogen van de failliete onderneming op zich.
De bestuurder verliest dan alle zeggenschap over de bedrijfsmiddelen. De curator verkoopt de bezittingen van het bedrijf om de schuldeisers te betalen.
Hij kijkt ook of een doorstart mogelijk is voor (een deel van) het bedrijf. Verder onderzoekt de curator of er vlak voor het faillissement verdachte transacties zijn geweest.
Belangrijke taken van de curator:
- Het afwikkelen van de onderneming
- Het verkopen van bedrijfsmiddelen
- Het onderzoeken van bestuurdersaansprakelijkheid
- Het controleren op paulianeuze handelingen
- Het verdelen van de opbrengsten onder schuldeisers
De curator beoordeelt of bestuurders door hun handelen privé aansprakelijk zijn. Dit gebeurt als er sprake is van onbehoorlijk bestuur dat bijdroeg aan het faillissement.
Risico’s en misbruik van het faillissementsrecht
Een schuldeiser die onterecht een faillissement aanvraagt, loopt juridische risico’s. Misbruik kan leiden tot aansprakelijkheid en schadevergoeding voor de benadeelde partij.
Wanneer is een faillissementsaanvraag misbruik van recht?
Misbruik van het faillissementsrecht komt niet snel aan de orde. De Hoge Raad vindt dat een schuldeiser faillissement mag inzetten als drukmiddel om betaling af te dwingen.
Het recht om een faillissementsaanvraag te doen is breed. Maar er is pas sprake van misbruik in bijzondere omstandigheden.
Dit geldt bijvoorbeeld als de schuldeiser wist of had moeten weten dat het faillissement tot een lege boedel leidt. Dan zijn er niet genoeg bezittingen om zelfs de curator te betalen.
Ook ontstaat misbruik als de schuldeiser weet dat hij via een andere weg verhaal kan halen. De bewijslast ligt bij de schuldenaar.
Hij moet aantonen dat aan de voorwaarden voor misbruik is voldaan, wat best lastig is. Bij een betwiste vordering speelt dit extra.
Als de vordering duidelijk ongegrond is en de schuldeiser dat weet, kan de aanvraag als misbruik gelden.
Aansprakelijkheid bij een onterechte aanvraag
Een onterechte faillissementsaanvraag kan de aanvrager aansprakelijk maken. Dit gebeurt als de schuldeiser wist of moest weten dat er geen reden was voor faillissement.
De rechtbank kijkt naar de kennis en het besef van de aanvrager op het moment van de aanvraag. Wie via faillissementsaanvraag wil incasseren, moet dus voorzichtig zijn.
Als iemand bewust een ongegronde vordering gebruikt om een debiteur onder druk te zetten, riskeert hij aansprakelijkheid. Dit geldt ook voor bestuurders die namens een rechtspersoon een aanvraag doen.
De aanvrager moet aantonen dat zijn vordering legitiem is. Twijfel over de grondslag? Toch doorgaan met de aanvraag kan juridische gevolgen hebben.
Schadevergoeding en kosten voor de schuldenaar
Een schuldenaar die door een onterechte aanvraag schade lijdt, kan schadevergoeding eisen. Die schade kan uit verschillende posten bestaan.
Mogelijke schadeposten zijn:
- Reputatieschade en verlies van klanten
- Kosten van juridische bijstand
- Verlies van inkomsten tijdens de procedure
- Curatorkosten die uit de boedel zijn betaald
De schuldenaar moet de schade aantonen en onderbouwen. Hij moet laten zien dat de schade direct komt door de onterechte aanvraag.
Ook moet hij aannemelijk maken dat de aanvrager wist of had moeten weten dat de aanvraag ongegrond was. Behalve schadevergoeding kan de schuldenaar proceskosten verhalen op de aanvrager.
Dit geldt voor de kosten van het verweer én voor eventuele vervolgprocedures.
Alternatieven voor een faillissementsaanvraag
Bij een betwiste vordering kun je geen faillissementsaanvraag doen. De schuldeiser moet dan andere juridische routes kiezen om betaling te krijgen of de schuld te regelen.
Bodemprocedure bij betwiste vordering
Als een debiteur een vordering gemotiveerd betwist, moet de schuldeiser eerst een bodemprocedure starten. In deze procedure beoordeelt de rechter de argumenten en het bewijs van beide partijen.
De rechter krijgt in een bodemprocedure meer tijd om de feiten te onderzoeken. Dat is anders dan bij een faillissementszitting, waar het onderzoek kort en zakelijk is.
Na afloop van de procedure ontvangt de schuldeiser een vonnis. Daarmee kan hij executiemaatregelen nemen, zoals beslag leggen op bankrekeningen.
Zo’n bodemprocedure duurt langer dan een faillissementsaanvraag, maar biedt wel een stevige basis voor verdere incasso.
Incassoprocedure en betalingsregelingen
Een minnelijke incassoprocedure kan uitmonden in een betalingsregeling zonder rechtszaak. Partijen onderhandelen dan over haalbare termijnen en bedragen.
Dit bespaart tijd en kosten voor iedereen. Bij een geslaagde onderhandeling tekenen partijen een overeenkomst met duidelijke afspraken.
Als de debiteur zich niet aan de regeling houdt, kan de schuldeiser alsnog juridische stappen zetten. Veel debiteuren kiezen liever voor een betalingsregeling dan voor een rechtszaak.
De schuldeiser krijgt zijn geld en de debiteur voorkomt extra kosten en procedures.
Schuldsanering als optie
Natuurlijke personen kunnen gebruikmaken van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp). Deze regeling geeft schuldenaren een laatste kans om hun financiën op orde te krijgen onder toezicht van een bewindvoerder.
De Wsnp duurt drie jaar. In die periode betaalt de schuldenaar maandelijks een vastgesteld bedrag aan de bewindvoerder, die het verdeelt over de schuldeisers.
Na succesvolle afronding worden de resterende schulden kwijtgescholden. Niet iedereen komt zomaar in aanmerking voor de Wsnp.
De schuldenaar moet eerst proberen een minnelijke regeling te treffen via schuldhulpverlening. Deze optie biedt schuldeisers zekerheid over betalingen, al is het vaak voor een lager bedrag dan het oorspronkelijke bedrag.
Praktische tips en aandachtspunten
Een faillissementsaanvraag bij een betwiste vordering vraagt om zorgvuldige voorbereiding en goede documentatie. Het juiste bewijs verzamelen en de juiste partijen betrekken maakt het verschil in het slagen van de procedure.
Bewijsvoering en documenten
Een schuldeiser moet aantonen dat de vordering bestaat én opeisbaar is. Daarom is het slim om alle relevante facturen, contracten, offertes en bevestigde bestellingen goed te bewaren.
Ook de correspondentie over de vordering is belangrijk. Als een debiteur de vordering betwist, moet de schuldeiser duidelijk maken waarom die betwisting niet klopt.
Foto’s van geleverde goederen, afleverbewijzen met handtekening, en e-mailverkeer over de opdracht kunnen daarbij helpen. Een debiteur die pas na een aanmaning bezwaar maakt, staat vaak zwakker dan iemand die direct protesteert.
Belangrijke documenten om te verzamelen:
- Facturen met duidelijke omschrijving
- Getekende contracten of orderbevestigingen
- Aanmaningen en betalingsherinneringen
- Bewijs van levering of voltooide werkzaamheden
- E-mailcorrespondentie over de opdracht
Betrokken partijen en hun belangen
Bij een faillissementsaanvraag moet je aantonen dat er meerdere schuldeisers zijn. De aanvragende schuldeiser heeft een steunvordering van een andere schuldeiser nodig.
Je hoeft die steunvordering niet meteen in het verzoekschrift te noemen. Maar tijdens de zitting moet je die wel kunnen laten zien.
De debiteur wil laten zien dat de vordering betwist is. Met een gemotiveerde betwisting kan de faillissementsaanvraag mislukken.
Schuldeisers moeten dus goed inschatten of hun vordering sterk genoeg is om een betwisting te overleven. Soms is het slimmer om eerst een andere route te kiezen.
Het belang van juridisch advies
Voor het aanvragen van een faillissement van een ander heb je een advocaat nodig. Niet voor niets, want de procedure kent strikte regels en de kans op afwijzing is reëel als de vordering wordt betwist.
Een advocaat bekijkt of de vordering sterk genoeg is voor een faillissementsaanvraag. Wordt de vordering gemotiveerd betwist, dan raden advocaten vaak een dagvaardingsprocedure aan in plaats van meteen faillissement aanvragen.
Zo voorkom je dat je kosten maakt voor een procedure met weinig kans van slagen. De kosten voor juridische bijstand beginnen meestal rond €550 voor het opstellen van het verzoekschrift.
Daar komen griffierechten en betekeningskosten bij. Deze investering heeft alleen zin als de vordering juridisch houdbaar is en niet serieus betwist kan worden.
Veelgestelde vragen
Een faillissementsaanvraag bij een betwiste vordering roept allerlei juridische vragen op. De rechter stelt strenge eisen aan het bewijs en de onderbouwing in dit soort procedures.
Wat zijn de voorwaarden om een faillissementsaanvraag in te dienen bij een betwiste vordering?
Je moet aantonen dat de schuldenaar is opgehouden met betalen en dat er meerdere schuldeisers zijn. De vordering moet opeisbaar zijn, maar hoeft niet tot op de cent vast te staan.
Bij een betwiste vordering geldt nog iets extra’s. De schuldeiser moet laten zien dat de betwisting van de schuldenaar niet gemotiveerd is.
Een simpele ontkenning is niet genoeg om de aanvraag tegen te houden. Komt de schuldenaar met concrete argumenten, dan wijst de rechter de aanvraag meestal af.
Hoe kan een schuldeiser bewijzen dat een vordering onbetwistbaar is?
Facturen, overeenkomsten en correspondentie vormen de basis voor het bewijs. Die documenten moeten duidelijk maken dat er een betalingsverplichting is.
Een vonnis of andere rechterlijke uitspraak is het sterkste bewijs. Daarmee staat de vordering vast en kan de schuldenaar die niet meer gemotiveerd betwisten.
Ook schriftelijke afspraken over betaling of erkende betalingsachterstanden zijn sterk bewijs. De schuldeiser moet aannemelijk maken dat de betwisting onvoldoende grond heeft.
Op welke gronden kan een faillissementsverzoek worden afgewezen indien de schuld betwist wordt?
De rechtbank wijst het verzoek af als de schuldenaar een gemotiveerde betwisting voert. Dat betekent dat hij met concrete feiten en omstandigheden komt die de vordering in twijfel trekken.
Een tegenvordering kan ook tot afwijzing leiden. Heeft de schuldenaar een vordering op de schuldeiser die misschien hoger is dan de schuld, dan ontbreekt het vorderingsrecht.
Is de vordering te vaag, dan kan de rechter geen oordeel vellen. De schuldeiser moet dan eerst een gewone dagvaardingsprocedure starten om de vordering vast te stellen.
Welke stappen moet ik ondernemen als mijn faillissementsaanvraag wordt betwist door de schuldenaar?
Als schuldeiser moet je direct reageren op de betwisting tijdens de zitting. Je moet uitleggen waarom de betwisting niet gemotiveerd is en eventueel extra bewijs aanleveren.
Vaak is een dagvaardingsprocedure dan het beste alternatief. Daarmee krijg je eerst een rechterlijke titel voordat je opnieuw faillissement aanvraagt.
Je kunt ook kiezen voor andere incassomiddelen zoals conservatoir beslag. Zo voorkom je dat de schuldenaar zijn spullen wegmaakt terwijl de vordering nog niet is vastgesteld.
Wat is de rol van de rechter bij een faillissementsaanvraag gebaseerd op een betwiste vordering?
De rechter kijkt of het aannemelijk is dat de schuldenaar echt is opgehouden met betalen. Dit gebeurt vrij snel, zonder alles tot in detail uit te zoeken.
Bij betwisting moet de rechter beoordelen of het vorderingsrecht aannemelijk is. Hij weegt de argumenten van beide partijen en kijkt naar het bewijs dat ze aanleveren.
Bestaat er te veel onduidelijkheid over de vordering, dan wijst de rechter het verzoek af. In dat geval verwijst hij de partijen naar een gewone bodemprocedure met meer ruimte voor bewijs.
Kan een voorlopige voorziening getroffen worden in afwachting van de uitkomst van een faillissementsaanvraag?
Een voorlopige voorziening binnen de faillissementsprocedure zelf? Dat kan niet. De rechter spreekt het faillissement uit of wijst het verzoek gewoon af, zonder ruimte voor een tussenoplossing.
Toch heeft de schuldeiser wel een andere optie. Die kan namelijk conservatoir beslag leggen op de bezittingen van de schuldenaar.
Met zo’n beslag voorkomt de schuldeiser dat de schuldenaar zijn vermogen wegsluist voordat de procedure klaar is. Je ziet dit best vaak gebeuren als er twijfel is over eerlijk spel.
Het conservatoir beslag loopt als een aparte procedure naast de faillissementsaanvraag. De schuldeiser moet wel aannemelijk maken dat er een vordering is en dat er echt gevaar bestaat dat bezittingen verdwijnen.