Wanneer een werknemer een fout maakt die leidt tot strafbare feiten, kan dat zware gevolgen hebben voor de BV als werkgever. Ondernemingen kunnen strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld voor handelingen van hun werknemers, zelfs als de directie er niet direct bij betrokken was.
Deze aansprakelijkheid ontstaat bijvoorbeeld bij overtredingen van veiligheidsregels, milieuwetgeving of andere bedrijfsspecifieke voorschriften.
Het voorkomen van strafrechtelijke aansprakelijkheid vraagt om meer dan wat standaard arbeidsrechtelijke maatregelen. Werkgevers moeten snappen wanneer ze aansprakelijk zijn en welke preventieve stappen echt werken.
Het opstellen van duidelijke bedrijfsregels is belangrijk, maar ook snel en adequaat reageren als personeel de fout in gaat, blijft essentieel.
De gevolgen van strafrechtelijke aansprakelijkheid lopen uiteen van boetes tot reputatieschade. Soms komen er zelfs civiele schadeclaims bij.
Strafrechtelijke aansprakelijkheid van de BV bij fouten van werknemers
Een BV kan aansprakelijk worden voor strafbare feiten die werknemers plegen tijdens hun werk. Hoe hoog die aansprakelijkheid uitvalt, hangt af van factoren als de rol van leidinggevenden en de aard van het delict.
Wanneer is een BV strafrechtelijk aansprakelijk?
Artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht zegt dat rechtspersonen strafbare feiten kunnen begaan. Een BV is aansprakelijk als een werknemer een strafbaar feit pleegt binnen zijn functie.
De BV is aansprakelijk wanneer:
- Het strafbare feit past bij de normale bedrijfsactiviteiten
- De werknemer handelde binnen zijn werkzaamheden
- Er een verband bestaat tussen de functie en het delict
Of de werkgever wist van het strafbare feit, maakt niet uit. De officier van justitie hoeft alleen aan te tonen dat het delict plaatsvond binnen de bedrijfsvoering.
Veelvoorkomende strafbare feiten zijn:
- Fraude met belastingen of subsidies
- Milieumisdrijven
- Arbeidsrechtelijke overtredingen
- Witwassen van geld
De rechtbank kan boetes opleggen aan de BV. In zware gevallen kan zelfs bedrijfssluiting volgen.
Rol van feitelijk leidinggevenden en opdrachtgevers
Feitelijk leidinggevenden binnen een BV lopen extra risico op persoonlijke vervolging. Zij kunnen naast de BV worden vervolgd voor strafbare feiten van werknemers.
De officier van justitie kijkt naar drie dingen bij leidinggevenden:
- Bewustheid – Wist hij van de strafbare handelingen?
- Betrokkenheid – Gaf hij opdracht of greep hij niet in?
- Zeggenschap – Kon hij het voorkomen?
Een leidinggevende die opdracht geeft tot strafbare handelingen is altijd persoonlijk aansprakelijk. Ook als hij passief blijft terwijl hij had kunnen ingrijpen, kan hij strafbaar zijn.
Voorbeelden van risicovolle situaties:
- Instructies geven die leiden tot overtredingen
- Wegkijken bij bekende misstanden
- Geen controle houden op risicovolle processen
De functietitel zegt niet alles. De werkelijke invloed en zeggenschap binnen het bedrijf bepalen uiteindelijk de aansprakelijkheid.
De positie van de werknemer bij strafbare feiten
De werknemer die een strafbaar feit pleegt, blijft zelf verantwoordelijk voor zijn daden. De BV kan wel aansprakelijk zijn, maar dat ontslaat de werknemer niet van zijn strafrechtelijke verantwoordelijkheid.
De werknemer kan zich niet beroepen op:
- Opdrachten van zijn werkgever
- Onwetendheid over regelgeving
- Druk vanuit het bedrijf
Bij strafbare feiten als diefstal, oplichting of verkeersovertredingen geldt geen beperkte aansprakelijkheid. De werknemer draagt de volledige verantwoordelijkheid.
De officier van justitie kan zowel de werknemer als de BV vervolgen. In de praktijk gebeurt dat vaak tegelijk bij ernstige delicten.
Werknemers kunnen hun risico beperken door:
- Verdachte instructies te weigeren
- Misstanden te melden bij leidinggevenden
- Advies in te winnen bij twijfel
De werkgever mag een werknemer niet ontslaan omdat hij strafbare opdrachten weigert.
Verschil tussen civiele en strafrechtelijke aansprakelijkheid
Als BV-eigenaar loop je twee soorten risico’s bij fouten van je personeel: civiele claims voor schade en strafrechtelijke vervolging door het Openbaar Ministerie. Elk type aansprakelijkheid heeft zijn eigen criteria, gevolgen en procedures.
Civielrechtelijke risico’s voor de BV
Bij civiele aansprakelijkheid draait het om schadevergoeding. Maakt een werknemer een fout tijdens het werk, dan kan de BV aansprakelijk zijn voor de schade.
De BV is automatisch aansprakelijk voor schade die werknemers veroorzaken tijdens hun werkzaamheden. Dat heet risicoaansprakelijkheid. Of de BV zelf schuld had, doet er niet toe.
Voorbeelden van civiele claims:
- Een chauffeur veroorzaakt een ongeluk
- Een monteur beschadigt spullen van een klant
- Een administratief medewerker maakt fouten in belastingaangiften
Het arbeidsrecht biedt soms ruimte om schade op de werknemer te verhalen. Onder bepaalde voorwaarden kan de BV een schadevergoeding eisen van de werknemer die de fout maakte.
| Situatie | Verhaal mogelijk? |
|---|---|
| Opzettelijke fout | Ja, volledig |
| Grove nalatigheid | Ja, gedeeltelijk |
| Normale fout | Nee |
De civiele procedure begint door de benadeelde partij. De BV moet dan aantonen dat er geen opzet of grove schuld was.
Strafrechtelijke vervolging: criteria en proces
Strafrecht beschermt de samenleving tegen gevaarlijk gedrag. Het Openbaar Ministerie kan zowel de werknemer als de BV vervolgen.
Voor strafrechtelijke aansprakelijkheid van de BV gelden drie criteria:
- Er is een strafbaar feit gepleegd
- Het feit kan worden toegerekend aan de BV
- De BV heeft schuld aan het feit
Toerekening gebeurt als:
- De BV opdracht gaf tot het strafbare gedrag
- Het feit past bij de normale bedrijfsvoering
- De BV liet steken vallen in toezicht of beleid
Het strafrecht kent zwaardere gevolgen dan civiele claims. Naast boetes kan de rechter bedrijfssluitingen of ontnemingsmaatregelen opleggen.
Voorbeelden van strafbare feiten:
- Overtreding van veiligheidsvoorschriften
- Milieuvervuiling door verkeerde afvalverwerking
- Fraude met belastingen of subsidies
Het OM start altijd de strafrechtelijke procedure. De BV heeft minder grip op het proces dan bij civiele zaken. Bewijs moet “buiten redelijke twijfel” zijn – een hogere lat dan bij civiele claims.
Voorkomen van strafbare feiten binnen de onderneming
Een werkgever moet echt werk maken van het voorkomen van strafbare feiten. Dat vraagt om stevige interne controles en goed opgeleide werknemers die snappen waar de risico’s liggen.
Interne controle- en preventiemaatregelen
De werkgever moet een sterk controlesysteem opzetten. Alleen zo voorkom je dat strafbare feiten ontstaan.
Een vier-ogen-principe werkt goed bij belangrijke beslissingen. Geen enkele werknemer mag in z’n eentje grote financiële keuzes maken. Dat beperkt de kans op fraude en andere misstanden.
Leg duidelijke procedures vast voor risicovolle taken:
- Goedkeuring van uitgaven boven een bepaald bedrag
- Controle op facturen en betalingen
- Toegang tot gevoelige bedrijfsinformatie
- Omgang met klantgegevens
Periodieke controles zijn nodig om te checken of werknemers zich aan de regels houden. Interne audits of steekproeven helpen daarbij. Leg deze controles ook vast in de arbeidsovereenkomst.
Met een klokkenluiderregeling kun je problemen vroeg signaleren. Werknemers moeten veilig melding kunnen maken van verdachte situaties, zonder bang te zijn voor gevolgen.
Training en bewustwording van werknemers
Werknemers moeten weten wat wel en niet mag binnen het bedrijf. Training helpt om strafbare feiten te voorkomen.
De werkgever geeft regelmatige trainingen over verschillende onderwerpen. Zie hieronder:
| Onderwerp | Frequentie | Doelgroep |
|---|---|---|
| Compliance regels | Jaarlijks | Alle werknemers |
| Financiële procedures | Bij aanstelling | Financiële medewerkers |
| Gegevensbescherming | Halfjaarlijks | IT en administratie |
Nieuwe werknemers krijgen direct na aanstelling een training. Dit hoort in de arbeidsovereenkomst te staan.
Ze leren welke handelingen strafbaar zijn en wat de gevolgen zijn. De werkgever gebruikt praktische voorbeelden tijdens trainingen.
Abstracte regels blijven vaak niet hangen. Concrete situaties maken duidelijk wat werknemers moeten doen.
Regelmatige updates zijn nodig omdat wetten veranderen. Wat vorig jaar mocht, kan nu strafbaar zijn.
De werkgever houdt werknemers op de hoogte van nieuwe regels. Een toets na training checkt of iedereen de stof begrijpt.
Zo kan de werkgever aantonen dat hij zijn best doet om strafbare feiten te voorkomen.
Arbeidsrechtelijke consequenties en sancties
Werkgevers kunnen werknemers schorsen of non-actief stellen als er een strafrechtelijk onderzoek loopt.
Bij ernstige feiten is ontslag op staande voet mogelijk, maar alleen als er een dringende reden is volgens het arbeidsrecht.
Schorsing en non-actief stellen
Schorsing betekent dat de werknemer tijdelijk niet werkt. De werkgever betaalt het loon gewoon door.
Non-actief stellen houdt in dat de werknemer wel naar het werk komt maar geen taken krijgt. Dit gebeurt vaak bij gevoelige functies tijdens een strafrechtelijk onderzoek.
Belangrijke voorwaarden voor schorsing:
- Er moet een gegronde reden zijn
- De maatregel moet proportioneel zijn
- De werkgever moet de procedure uit de arbeidsovereenkomst volgen
De werkgever mag een werknemer schorsen bij verdenking van een strafbaar feit. Een veroordeling is niet nodig.
Schorsing duurt meestal maximaal zes maanden. Daarna moet de werkgever kiezen: de werknemer terug laten keren of ontslaan.
Ontslag op staande voet en dringende reden
Ontslag op staande voet kan alleen bij een dringende reden. Dit is een ernstige situatie waardoor samenwerken niet meer kan.
Een strafrechtelijke veroordeling is niet altijd een dringende reden. De rechter kijkt naar:
- De ernst van het feit
- De functie van de werknemer
- Het vertrouwen tussen werkgever en werknemer
Voorbeelden van dringende redenen:
- Diefstal van bedrijfseigendommen
- Fraude met bedrijfsgelden
- Geweld tegen collega’s
- Schending van vertrouwelijke informatie
De werkgever moet binnen twee weken na ontdekking ontslag geven. Anders vervalt het recht op ontslag op staande voet.
Bij ontslag op staande voet krijgt de werknemer geen transitievergoeding of opzegtermijn. De arbeidsovereenkomst stopt direct.
Specifieke situaties: Privésfeer en bijzondere functies
Werknemers kunnen ook buiten werktijd strafbare feiten plegen die gevolgen hebben voor hun werk. Vooral bij kritieke functies, zoals chauffeurs, heeft een strafblad directe invloed.
Strafbare feiten in de privésfeer
Werknemers die buiten werktijd strafbare feiten plegen, kunnen hun baan verliezen. Dit hangt af van het soort delict en hun functie.
Een chauffeur die wordt verdacht van rijden onder invloed raakt vaak zijn rijbewijs kwijt. Zonder rijbewijs kan hij niet werken.
De werkgever mag in zo’n geval ontslaan. Ook andere delicten kunnen gevolgen hebben:
- Geweldsdelicten bij veiligheidsfuncties
- Vermogensdelicten bij financiële functies
- Drugsdelicten bij transport
De werkgever moet wel aantonen dat er een duidelijk verband is tussen het delict en de functie. Een winkelbediende met een verkeersboete mag meestal blijven werken.
Detentie leidt vaak tot direct ontslag. Werken vanuit de gevangenis lukt niet.
De werkgever hoeft tijdens detentie meestal geen salaris te betalen.
Impact op werknemers met kritieke functies zoals chauffeurs
Chauffeurs lopen extra risico omdat hun rijbewijs essentieel is. Elke overtreding die tot rijbewijsschorsing leidt, bedreigt hun baan.
Veelvoorkomende problemen:
- Rijden onder invloed van alcohol of drugs
- Te veel strafpunten door verkeersovertredingen
- Rijden zonder geldig rijbewijs
Werkgevers kunnen preventieve maatregelen nemen. Ze controleren bijvoorbeeld regelmatig het rijbewijs.
Ook alcoholcontroles op de werkplek zijn toegestaan. Andere kritieke functies kennen vergelijkbare risico’s.
Beveiligingsmedewerkers hebben een Verklaring Omtrent Gedrag nodig. Financiële medewerkers mogen geen fraude hebben gepleegd.
Werkgevers moeten duidelijke regels opstellen. Zo weten werknemers welke delicten tot ontslag leiden.
Afwikkeling van schade en schadevergoeding
Als een werknemer schade veroorzaakt, rijst de vraag wie de schade moet vergoeden. De arbeidsovereenkomst bepaalt vaak wie aansprakelijk is.
Aansprakelijkheid richting derden
De werkgever is meestal aansprakelijk voor schade die werknemers tijdens hun werk veroorzaken. Dit geldt zelfs als de werknemer opzettelijk of roekeloos handelt.
- Werkgever draagt het risico voor handelingen van werknemers
- Dit geldt voor alle schade tijdens het werk
- Derden kunnen altijd de werkgever aanspreken
De werkgever kan zich niet verschuilen achter het feit dat de werknemer buiten instructies handelde. Zelfs bij strafbare feiten blijft de werkgever civiel aansprakelijk.
Uitzonderingen zijn beperkt:
- De handeling valt volledig buiten het werk
- De werknemer handelde alleen voor eigen belang
- Er is geen verband met opgedragen taken
Regeling van schade tussen werkgever en werknemer
De werknemer hoeft schade meestal niet te vergoeden aan de werkgever. Alleen in specifieke situaties kan dit wel.
Artikel 7:661 BW biedt mogelijkheden voor verhaal. De voorwaarden zijn:
- Schade is ontstaan tijdens het werk
- Er is bewijs van opzet of bewuste roekeloosheid
- De werkgever moet beide aantonen
Bewuste roekeloosheid betekent dat de werknemer wist dat hij roekeloos bezig was. Dat bewijs leveren is vaak lastig.
Alternatieve grondslagen:
- Artikel 6:162 BW (onrechtmatige daad)
- Artikel 7:611 BW (goed werknemerschap)
- Geldt bij handelingen buiten het werk
De werkgever kan ook onderzoekskosten verhalen als opzet of bewuste roekeloosheid bewezen is.
Veelgestelde vragen
Ondernemers vragen zich vaak af wanneer hun BV strafbaar wordt voor werknemershandelingen. De Nederlandse wet is hier vrij duidelijk over.
Wat zijn de implicaties van werknemersfouten voor de strafrechtelijke aansprakelijkheid van een besloten vennootschap?
Een BV kan strafbaar worden gesteld voor fouten van werknemers als deze handelingen redelijkerwijs aan het bedrijf zijn toe te rekenen. Dit gebeurt vooral als het binnen de bedrijfssfeer plaatsvindt.
De gevolgen hangen af van het soort strafbaar feit. Fraude, corruptie of milieuvergrijpen door werknemers kunnen leiden tot boetes, reputatieschade en soms zelfs het einde van de BV.
Of de directie op de hoogte was, maakt niet uit. De wet kijkt vooral naar of de handeling redelijkerwijs bij de rechtspersoon hoort.
Welke preventieve maatregelen kan een BV nemen om te voorkomen dat zij aansprakelijk gesteld wordt voor strafrechtelijke overtredingen door werknemers?
Een BV moet duidelijke bedrijfsregels en gedragscodes opstellen die iedereen kent. Die regels moeten expliciet strafbaar gedrag verbieden en de gevolgen daarvan benoemen.
Regelmatige compliance- en strafrechttraining helpt werknemers begrijpen wat wel en niet mag. Het is slim om die trainingen te documenteren, zodat je kunt aantonen dat je als BV echt preventieve stappen hebt gezet.
Goede interne controles zijn gewoon onmisbaar. Je moet toezicht houden op risicovolle processen zoals financiën, inkoop en contacten met overheden.
Zorg ook voor een laagdrempelig meldpunt voor verdachte situaties. Zo kunnen werknemers problemen rapporteren voordat het uit de hand loopt.
Hoe kan een bedrijfscultuur van compliance bijdragen aan het verminderen van het risico op strafbare handelingen door werknemers?
Een sterke compliancecultuur begint bij het management. Als zij het goede voorbeeld geven, volgen werknemers meestal vanzelf.
Transparantie in processen en besluitvorming helpt. Werknemers willen best weten waarom bepaalde keuzes worden gemaakt, toch?
Beloningen voor integer gedrag en consequente sancties bij overtredingen maken duidelijk wat de organisatie belangrijk vindt. Zo’n sfeer maakt strafbare handelingen gewoon minder aantrekkelijk.
Open communicatie over risico’s en dilemma’s helpt werknemers betere keuzes maken, vooral als het spannend wordt.
Wanneer is een BV strafbaar gesteld voor de handelingen van een werknemer onder het Nederlandse strafrecht?
De BV is strafbaar als de handeling van de werknemer redelijkerwijs aan de rechtspersoon kan worden toegerekend. Dat hangt af van de concrete omstandigheden, en het is zelden zwart-wit.
Belangrijke factoren zijn of de handeling binnen de bedrijfsactiviteiten viel, of de werknemer binnen zijn bevoegdheden handelde, en of de BV er voordeel bij had.
De aard van het strafbare feit speelt ook mee. Handelingen die direct aan de bedrijfsvoering raken, worden sneller aan de BV toegerekend.
Het maakt trouwens niet uit of de directie de handeling heeft goedgekeurd of er zelfs van wist. De regels voor toerekening gaan verder dan directe betrokkenheid.
Welke rol speelt het opzet of de schuld van een werknemer bij het vaststellen van de strafrechtelijke aansprakelijkheid van een BV?
Het opzet of de schuld van de werknemer weegt minder zwaar dan de toerekening aan de BV. Een BV kan strafbaar zijn, ook als de werknemer per ongeluk iets doet.
De mate van opzet kan wel invloed hebben op de strafmaat. Bewuste fraude door een werknemer levert meestal zwaardere straffen op voor de BV dan een onbedoelde overtreding.
De BV kan zich niet verschuilen achter het ontbreken van opzet als het toezicht of de preventie structureel tekortschiet. Dat is gewoon niet genoeg.
Hoe kan een BV haar verdediging opbouwen in geval van strafrechtelijke vervolging als gevolg van een werknemersfout?
De BV moet laten zien dat de handeling niet redelijkerwijs aan haar valt toe te schrijven. Je kunt bijvoorbeeld aantonen dat de werknemer buiten zijn bevoegdheden om handelde.
Misschien ging de werknemer zelfs tegen expliciete instructies in. Zulke details helpen echt om de verantwoordelijkheid te verleggen.
Het helpt als je documentatie hebt van preventieve maatregelen, trainingen en controlesystemen. Daarmee laat je zien dat de BV haar best heeft gedaan om overtredingen te voorkomen.
Als je kunt laten zien dat de BV zelf schade heeft geleden door het gedrag van de werknemer, verzwakt dat de toerekening. Het maakt duidelijk dat de BV er helemaal geen voordeel van had.
Een snelle en adequate reactie na het ontdekken van het probleem kan ook schelen. Denk aan meteen melden bij de autoriteiten of het nemen van disciplinaire maatregelen—dat kan de strafmaat flink beperken.