Binnen het Nederlandse ondernemingsrecht ontstaat vaak verwarring over wanneer iemand nu eigenlijk als feitelijk bestuurder telt. Die vraag is niet alleen interessant voor juristen, maar raakt direct aan persoonlijke aansprakelijkheid en strafrechtelijke verantwoordelijkheid.
Veel professionals die bedrijven adviseren of ondersteunen, lopen zonder het te weten het risico om als feitelijk bestuurder te worden gezien.
Een feitelijk bestuurder is iemand die het beleid van een vennootschap bepaalt of mede bepaalt alsof hij bestuurder was, zonder formeel als bestuurder te zijn benoemd. Het draait om mensen die daadwerkelijk zeggenschap en echte beslissingsmacht uitoefenen binnen een organisatie.
De rechtspraak gebruikt specifieke criteria om te bepalen waar het advies ophoudt en het risicovolle beleidsbeïnvloeden begint.
In faillissementssituaties kunnen feitelijke bestuurders hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor tekorten. In het strafrecht kan het zelfs gaan om feitelijk leidinggeven aan strafbare feiten van de rechtspersoon.
Voor adviseurs, consultants en andere betrokkenen is het dus essentieel om de grenzen te kennen en zichzelf goed te beschermen.
Het begrip ‘feitelijk bestuurder’ uitgelegd
Een feitelijk bestuurder is iemand die zonder formele benoeming toch het beleid van een vennootschap bepaalt. De wet behandelt deze persoon net als een statutaire bestuurder als het om aansprakelijkheid gaat.
Definitie en wettelijke basis
Een feitelijk beleidsbepaler gedraagt zich als bestuurder zonder officieel benoemd te zijn. Deze persoon geeft opdrachten aan statutaire bestuurders die ze ook echt opvolgen.
De wettelijke basis vind je in artikel 2:138 BW voor de BV en artikel 2:248 lid 7 BW voor de NV. Daar staat dat iemand aansprakelijk is als hij “het beleid van een vennootschap heeft bepaald of mede heeft bepaald, als ware hij bestuurder”.
Kenmerken van een feitelijk bestuurder:
-
Geeft bindende instructies aan het formele bestuur
-
Neemt belangrijke beslissingen voor de vennootschap
-
Heeft zeggenschap over financiële keuzes
-
Treedt naar buiten toe op als bestuurder
De wet voorkomt hiermee dat iemand een stroman als bestuurder neerzet om zo persoonlijke aansprakelijkheid te ontwijken.
Verschil tussen formele en feitelijke bestuurders
Een formele bestuurder is officieel benoemd via de statuten en heeft juridische bestuursbevoegdheid. Een feitelijke bestuurder is niet benoemd, maar oefent wel bestuursmacht uit.
Het grootste verschil zit hem in de benoeming, niet in de macht. Beide kunnen volledig aansprakelijk worden gehouden voor bestuurlijke fouten.
Vergelijking:
| Aspect | Formele bestuurder | Feitelijke bestuurder |
|---|---|---|
| Benoeming | Statutair benoemd | Geen formele benoeming |
| Bestuursmacht | Juridisch erkend | Feitelijk uitgeoefend |
| Aansprakelijkheid | Volledig | Volledig |
| Externe vertegenwoordiging | Officieel | Informeel maar bindend |
Feitelijke bestuurders duiken vaak op bij familiebedrijven of wanneer aandeelhouders zich direct met het bestuur bemoeien.
Jurisprudentie en ontwikkeling van het begrip
De Hoge Raad heeft het begrip feitelijk beleidsbepaler in de loop der tijd verder ingevuld. In maart 2023 kwam er een belangrijke uitspraak bij.
Eerst moest een feitelijk beleidsbepaler het formele bestuur volledig “terzijstellen”. De Hoge Raad maakte dat criterium soepeler.
Nieuwe interpretatie sinds 2023:
- Terzijdestelling van het hele bestuur is niet nodig
- Het is genoeg als iemand een deel van de bestuursbevoegdheid uitoefent
- Formele bestuurders hoeven niet buitenspel te staan
Het woord “mede” in de wet laat zien dat meerdere mensen tegelijk het beleid kunnen bepalen. Dus naast statutaire bestuurders kunnen ook anderen aansprakelijk zijn.
De rechtspraak kijkt per situatie of iemand als feitelijk beleidsbepaler telt. Alle omstandigheden spelen daarbij een rol.
Criteria voor het kwalificeren als feitelijk bestuurder
Of iemand als feitelijk bestuurder geldt, hangt af van specifieke voorwaarden. De rechter kijkt naar hoeveel bestuursbevoegdheden zijn overgenomen en of het formele bestuur echt buitenspel staat.
Voorwaarden en omstandigheden
De Hoge Raad vindt dat een feitelijk bestuurder zich minstens een deel van de bestuursbevoegdheid moet hebben toegeëigend. Die persoon moet het beleid hebben bepaald of mede bepaald alsof hij de echte bestuurder was.
Het gaat om meer dan advies geven of invloed uitoefenen. Diegene moet echt bestuurstaken hebben overgenomen.
De rechtbank kijkt per zaak of aan deze criteria is voldaan. Belangrijke factoren zijn:
-
Actieve betrokkenheid bij dagelijkse beslissingen
-
Directe controle over bedrijfsvoering
-
Zelfstandig nemen van belangrijke besluiten
-
Vertegenwoordiging naar buiten toe als bestuurder
Rol van feitelijke terzijdestelling
Feitelijke terzijdestelling van het formele bestuur is een belangrijk criterium. Dit betekent dat de officiële bestuurder eigenlijk geen echte zeggenschap meer heeft over het beleid.
Veel juristen denken dat iemand pas feitelijk bestuurder is als die persoon feitelijk op de stoel van het bestuur zit. Het formele bestuur wordt dan buitenspel gezet bij het bepalen van het beleid.
Dit gebeurt bijvoorbeeld door:
- Directe instructies aan het formele bestuur
- Blokkeren van besluiten van officiële bestuurders
- Zelfstandig verplichtingen aangaan namens de vennootschap
Bestuursbevoegdheid als toetssteen
De mate van bestuursbevoegdheid vormt de kern van de beoordeling. Het draait niet om formele benoeming, maar om feitelijke machtsuitoefening.
De rechter let op concrete handelingen die normaal bij het bestuur horen. Denk aan het tekenen van contracten, het geven van arbeidsrechtelijke instructies of het nemen van financiële beslissingen.
Belangrijk onderscheid:
- Adviserende rol: Geen feitelijk bestuurderschap
- Beslissende rol: Mogelijk wel aansprakelijkheid als feitelijk bestuurder
De grens ligt dus bij het daadwerkelijk overnemen van bestuurstaken van het formele bestuur.
Het onderscheid tussen adviserend en leidinggevend handelen
De grens tussen adviseren en feitelijk leidinggeven bepaalt vaak of iemand aansprakelijk kan worden gehouden voor bestuurdersaansprakelijkheid. Het verschil zit in de mate van invloed op besluiten en hoe iemand zijn bevoegdheden gebruikt.
Kenmerken van adviserend optreden
Adviserende personen geven aanbevelingen zonder zelf knopen door te hakken. Ze ondersteunen het formele bestuur met hun kennis en ervaring.
Belangrijke kenmerken zijn:
-
Het bestuur kan adviezen opvolgen, maar hoeft dat niet te doen
-
Geen directe zeggenschap over bedrijfsbeleid
-
Beperkte betrokkenheid bij dagelijkse beslissingen
Voorbeelden van adviserende rollen:
- Externe consultants die rapporten schrijven
- Accountants die financiële aanbevelingen doen
- Juridische adviseurs bij contractonderhandelingen
De adviseur draagt geen verantwoordelijkheid voor de uiteindelijke keuzes van het bestuur. Hij geeft alleen zijn expertise door.
Kenmerken van feitelijke leiding
Feitelijke leidinggevers bepalen het beleid alsof ze bestuurders zijn. Ze nemen beslissingen die het bedrijf binden.
Objectieve aspecten van feitelijke leiding:
- Actief vormgeven van bedrijfsbeleid
- Rechtstreekse bemoeienis met belangrijke beslissingen
- Toe-eigenen van bestuursbevoegdheden
Subjectieve aspecten:
- Opzettelijk bevorderen van bepaalde gedragingen
- Bewust sturen van bedrijfsactiviteiten
Je hoeft het formele bestuur niet te passeren om feitelijk leiding te geven. Ook als formele bestuurders hun taken blijven doen, kan iemand feitelijk leidinggeven.
Het draait dus echt om daadwerkelijke invloed op het beleid, niet om titels op papier.
Grensgevallen en praktijkvoorbeelden
Soms is het verschil tussen adviseren en leidinggeven vaag. De context maakt het lastig om te beoordelen.
Grensgevallen:
- Adviseurs die vaak bij bestuursvergaderingen zitten
- Externe managers die tijdelijk operationele taken uitvoeren
- Grote aandeelhouders die zich bemoeien met het dagelijkse beleid
Een voorbeeld uit de rechtspraak laat dit mooi zien. Iemand bemoeide zich intensief met een belangrijke financieringsovereenkomst, en het hof vond dat dit verder ging dan adviseren.
Bij misleiding van banken of het omleiden van omzet zie je vaak feitelijke leiding. Zulke acties gaan echt verder dan alleen advies geven.
De frequentie en intensiteit van betrokkenheid tellen zwaar mee. Wie regelmatig en doorslaggevend ingrijpt, geeft feitelijk leiding.
Aansprakelijkheid van feitelijke bestuurders
Feitelijke bestuurders lopen ongeveer dezelfde aansprakelijkheidsrisico’s als statutaire bestuurders. Ze kunnen binnen en buiten faillissement aansprakelijk zijn voor schade door onbehoorlijk bestuur of het niet nakomen van wettelijke verplichtingen.
Bestuurdersaansprakelijkheid buiten faillissement
Een feitelijke bestuurder kan tegenover derden aansprakelijk zijn voor onrechtmatig handelen. Dit gebeurt als hij door zijn handelen schade veroorzaakt bij schuldeisers of contractspartijen.
Voor aansprakelijkheid moet de feitelijke bestuurder een ernstig verwijt treffen. Dat is het geval als hij namens de vennootschap verplichtingen aangaat terwijl hij weet dat de vennootschap die niet kan nakomen.
Voorbeelden:
- Grote orders plaatsen terwijl faillissement dreigt
- Nieuwe contracten afsluiten zonder financiële dekking
- Schuldeisers misleiden over de financiële situatie
De rechter kijkt per geval naar de kennis en kunde die je als bestuurder redelijkerwijs moest hebben.
Aansprakelijkheid bij onbehoorlijke taakvervulling
Bij faillissement kan een feitelijke bestuurder aansprakelijk zijn voor onbehoorlijke taakvervulling. Dat staat in artikel 2:248 lid 7 BW voor BV’s en 2:138 lid 7 BW voor NV’s.
Twee voorwaarden gelden:
- Kennelijk onbehoorlijk bestuur in de periode voor het faillissement
- Het onbehoorlijk bestuur is een belangrijke oorzaak van het faillissement
Voorbeelden zijn het niet bijhouden van een goede administratie of het blijven voortzetten van een hopeloos verliesgevend bedrijf.
De feitelijke bestuurder is dan hoofdelijk aansprakelijk voor het boedeltekort. Oftewel: hij moet het hele tekort betalen, ongeacht zijn aandeel in het bestuur.
Boekhoudplicht en publicatieplicht
Feitelijke bestuurders moeten de boekhoudplicht en publicatieplicht naleven. Doe je dat niet, dan kun je persoonlijk aansprakelijk worden gesteld.
Boekhoudplicht betekent:
- Een goede administratie bijhouden
- Jaarrekeningen opstellen binnen acht maanden
- Boeken en bescheiden zeven jaar bewaren
Bij het niet nakomen van de boekhoudplicht draait de bewijslast om in faillissement. De bestuurder moet dan aantonen dat het faillissement niet door onbehoorlijk bestuur kwam.
De publicatieplicht houdt in dat je jaarrekeningen moet deponeren bij de Kamer van Koophandel. Doe je dat niet, dan kun je uitgesloten worden als bestuurder en persoonlijk aansprakelijk zijn.
Feitelijk bestuurderschap in faillissementssituaties
Als een onderneming failliet gaat, kunnen feitelijke bestuurders persoonlijk aansprakelijk worden voor het boedeltekort. De curator onderzoekt of iemand bestuursbevoegdheden heeft uitgeoefend en of er onbehoorlijk bestuur was.
Faillissement en het boedeltekort
Bij faillissement kan de curator zowel formele bestuurders als feitelijke beleidsbepalers aanspreken voor het boedeltekort. Dat is het bedrag van alle onbetaalde schulden.
Een feitelijke beleidsbepaler is iemand die “het beleid van de vennootschap heeft bepaald of mede heeft bepaald, als ware hij bestuurder”. Je hoeft daarvoor geen officiële bestuurder te zijn.
De Hoge Raad verduidelijkte in maart 2023 dat het niet nodig is het formele bestuur terzijde te stellen. Een feitelijke bestuurder kan aansprakelijk zijn, ook als het formele bestuur gewoon actief blijft.
Voor aansprakelijkheid moet sprake zijn van:
- Onbehoorlijke taakvervulling in de drie jaar voor het faillissement
- Dit moet een belangrijke oorzaak zijn van het faillissement
Bewijspositie van de curator
De curator moet aantonen dat iemand als feitelijke beleidsbepaler optrad. Hij kijkt naar concrete handelingen en betrokkenheid bij bestuursbeslissingen.
Als de boekhoudplicht of publicatieplicht niet is nageleefd, staat onbehoorlijke taakvervulling direct vast. Dan wordt vermoed dat dit het faillissement mede veroorzaakte.
De bestuurder moet dan zelf aantonen dat zijn handelen níet de oorzaak was van het faillissement. Die omgekeerde bewijslast maakt het er niet makkelijker op.
Bij andere vormen van onbehoorlijk bestuur moet de curator beide elementen bewijzen. Denk aan het misleiden van crediteuren of het doorsluizen van geld naar andere bedrijven.
Rol van banken en financiering
Banken hebben vaak een grote rol bij het vaststellen van feitelijk bestuurderschap. Contacten met de bank over financiering kunnen aantonen dat iemand bestuurstaken uitvoerde.
In een recente zaak bleek dat vergaande bemoeienis met belangrijke financieringsovereenkomsten tot aansprakelijkheid leidde. De persoon had direct contact met de bank over kredietverlening.
Het misleiden van een bank om financiering te krijgen, geldt als onbehoorlijke taakvervulling. Ook afspraken schenden met de bank kan leiden tot aansprakelijkheid.
De bank is vaak een belangrijke getuige. Bankmedewerkers kunnen aangeven met wie ze contact hadden over de bedrijfsvoering en financiële beslissingen.
Praktische bescherming en risicobeperking voor feitelijke bestuurders
Wil je het risico op aansprakelijkheid als feitelijk bestuurder beperken? Zorg dan voor duidelijke rolafspraken en contractuele bescherming. Schriftelijke afspraken vormen de basis voor juridische zekerheid.
Voorkomen van kwalificatie als feitelijk bestuurder
De beste bescherming is voorkomen dat je als feitelijk bestuurder wordt gezien. Dat vraagt om duidelijke grenzen in je adviserende rol.
Adviseurs moeten hun werk echt beperken tot advisering en ondersteuning. Je mag geen besluiten nemen namens de vennootschap. Advies geven mag, maar de uitvoering hoort bij het formele bestuur.
Directe communicatie met derden? Liever niet. Laat alle contacten zoveel mogelijk via het officiële bestuur lopen. Zo voorkom je dat het lijkt alsof jij namens de BV of NV optreedt.
Blijf uit de buurt van dagelijkse operationele beslissingen. Strategisch advies geven kan prima, maar de uitvoering hoort bij het bestuur.
Het belang van duidelijke managementovereenkomsten
Schriftelijke overeenkomsten zijn essentieel voor juridische bescherming. Leg daarin precies vast wat de rol en bevoegdheden van de adviseur zijn.
Een goede managementovereenkomst bevat:
- Specifieke werkzaamheden en taken
- Duidelijke beperkingen van bevoegdheden
- Rapportagelijnen naar het bestuur
- Uitsluiting van beslissingsbevoegdheid
Vermeld expliciet dat de adviseur geen bestuursbevoegdheden heeft. Leg ook vast dat alle besluiten bij het formele bestuur liggen.
Regelmatige evaluatie van de overeenkomst is slim. Als de werkzaamheden veranderen, pas de overeenkomst dan aan om juridische risico’s te voorkomen.
Contractuele beperking van aansprakelijkheid
Contractuele aansprakelijkheidsbeperkingen bieden aanvullende bescherming voor adviseurs. Zulke clausules kunnen het financiële risico flink verminderen.
Aansprakelijkheidsuitsluitingen kun je opnemen voor schade door adviezen. De adviseur is dan alleen aansprakelijk bij opzet of grove schuld.
Dit beschermt tegen claims uit normale bedrijfsrisico’s. Een maximumbedrag voor aansprakelijkheid kun je ook afspreken.
Zo beperk je de financiële gevolgen als er toch aansprakelijkheid ontstaat. Vaak hangt dit samen met het honorarium of een vast bedrag.
Verzekeringsdekking is het overwegen waard als extra bescherming. Een beroepsaansprakelijkheidsverzekering dekt soms claims die niet contractueel zijn uitgesloten.
Veelgestelde Vragen
De rechtspositie van feitelijk bestuurders roept veel praktische vragen op. Vooral over criteria, aansprakelijkheid en bewijsvoering.
Deze juridische figuur heeft flinke gevolgen voor mensen die zonder formele benoeming toch het beleid bepalen. Dat is soms verrassend.
Wat zijn de criteria om iemand als ‘feitelijk bestuurder’ aan te merken?
Je bent feitelijk bestuurder als je het beleid van de vennootschap hebt bepaald of mede bepaald “als ware hij bestuurder”. Dat staat in artikel 2:248 lid 7 BW.
De Hoge Raad oordeelde in maart 2023 dat het niet nodig is het formele bestuur terzijde te schuiven. Het is genoeg als iemand zich een deel van de bestuursbevoegdheid toe-eigent.
Voorbeelden? Het nemen van belangrijke financiële beslissingen, contracten aangaan namens de vennootschap, of bindende instructies geven aan werknemers. Hoeveel je je bemoeit met de bedrijfsvoering bepaalt of je feitelijk bestuurder bent.
Hoe onderscheidt men een adviserende rol van een leidinggevende positie in een onderneming?
Het verschil zit in de mate van zeggenschap en besluitvorming. Een adviseur geeft aanbevelingen, maar anderen mogen die negeren.
Een feitelijk bestuurder neemt echt besluiten die de koers bepalen. Adviseurs hebben geen bindende bevoegdheden en blijven weg van operationele beslissingen.
Feitelijk bestuurders oefenen directe invloed uit op beleid en uitvoering. Toch zie je in de praktijk soms grensgevallen.
Intensief adviseren kan overgaan in feitelijk bestuur als adviezen structureel worden opgevolgd en de adviseur eigenlijk de knopen doorhakt. Dat gebeurt vaker dan je denkt.
Wat zijn de juridische gevolgen van het zijn van een ‘feitelijk bestuurder’ zonder formeel benoemd te zijn?
Feitelijk bestuurders lopen dezelfde aansprakelijkheidsrisico’s als formeel benoemde bestuurders. Bij faillissement kun je persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor het boedeltekort.
Deze aansprakelijkheid ontstaat bij onbehoorlijke taakvervulling in de drie jaar voor faillissement. Denk aan schending van de boekhoudplicht, misleiding van crediteuren, of het doorduwen van de onderneming zonder uitzicht op herstel.
Formele benoeming of niet, de wet behandelt feitelijk bestuurders net als statutaire bestuurders qua verplichtingen en risico’s. Dat voelt soms oneerlijk, maar zo werkt het nu eenmaal.
Welke verantwoordelijkheden heeft een ‘feitelijk bestuurder’ ten opzichte van een formeel bestuurder?
Feitelijk bestuurders hebben dezelfde wettelijke verplichtingen als formele bestuurders. Dat betekent netjes de boekhouding doen, publiceren bij de Kamer van Koophandel, en zorgvuldig ondernemen.
Ze moeten handelen in het belang van de vennootschap en haar stakeholders. Dreigt betalingsonmacht? Dan moeten ze tijdig maatregelen nemen of faillissement aanvragen.
Het verschil zit alleen in de formele positie. In de praktijk dragen beide groepen vergelijkbare verantwoordelijkheid voor het welzijn van de onderneming.
Hoe kan een ‘feitelijk bestuurder’ worden aangepakt door crediteuren bij faillissement?
Curatoren kunnen feitelijk bestuurders aanspreken voor het boedeltekort via artikel 2:248 BW. Zij moeten aantonen dat er sprake was van onbehoorlijke taakvervulling die een belangrijke oorzaak van het faillissement vormde.
Bij schending van boekhouding- of publicatieplichten staat onbehoorlijke taakvervulling vast. Dan moet de feitelijk bestuurder aantonen dat dit niet de oorzaak was van het faillissement.
De curator kan een vordering instellen tot betaling van het volledige boedeltekort. Dat bedrag kan flink oplopen, waardoor feitelijk bestuurders grote financiële risico’s lopen.
Op welke manier kan de rol van een ‘feitelijk bestuurder’ worden aangetoond in de rechtszaal?
Vaak zie je bewijs in concrete handelingen: iemand tekent contracten, geeft instructies aan personeel, of onderhandelt met een bank. Ook e-mailverkeer en interne communicatie kunnen veel zeggen.
Getuigenverklaringen van werknemers, leveranciers of klanten laten soms zien wie echt de beslissingen nam. Financiële transacties en volmachten geven een inkijkje in wie de touwtjes in handen had.
De rechter kijkt vooral naar het totaalplaatje van iemands gedrag over langere tijd. Een paar losse handelingen maken je nog geen feitelijk bestuurder, maar als je structureel het beleid bepaalt, telt dat wel zwaar mee.