facebook lawandmore.nl   instagram lawandmore.nl   linkedin lawandmore.nl   twitter lawandmore.nl

Afspraak

Law & More Logo

Posts by

Law & More

Nieuws

Stappenplan: Een BV oprichten met buitenlandse aandeelhouders in Nederland – Volledig overzicht

Een BV oprichten met buitenlandse aandeelhouders is volledig mogelijk in Nederland en biedt interessante kansen voor internationale samenwerking.

Er zijn geen wettelijke eisen die bepalen dat aandeelhouders de Nederlandse nationaliteit moeten hebben.

Dit maakt Nederland een aantrekkelijke locatie voor ondernemers die grensoverschrijdend willen ondernemen of internationale investeerders willen aantrekken.

Een groep internationale zakenmensen vergadert rond een tafel in een kantoor met uitzicht op Amsterdam.

Het oprichtingsproces met buitenlandse aandeelhouders vereist een notariële akte, correcte identificatie van alle aandeelhouders en registratie bij de Kamer van Koophandel.

Je moet rekening houden met specifieke administratieve stappen en fiscale verplichtingen die verschillen van een standaard BV-oprichting.

Buitenlandse aandeelhouders moeten zich laten identificeren en registreren, en er kunnen bronbelasting en internationale belastingverdragen een rol spelen.

Dit artikel geeft je een helder stappenplan voor het oprichten van een BV met buitenlandse aandeelhouders.

Je leest welke documenten je nodig hebt, hoe je de registratie aanpakt, welke fiscale aspecten belangrijk zijn en welke fouten je moet vermijden.

Wat is een BV met buitenlandse aandeelhouders?

Een groep internationale zakenmensen bespreekt documenten en een laptop in een modern kantoor met uitzicht op de stad.

Een BV met buitenlandse aandeelhouders is een Nederlandse besloten vennootschap waarbij een of meer aandeelhouders hun woonplaats of vestiging buiten Nederland hebben.

Dit biedt mogelijkheden voor internationale samenwerking en kapitaalinbreng.

Definitie van de besloten vennootschap (BV)

Een besloten vennootschap is een rechtsvorm waarbij je als ondernemer beperkte aansprakelijkheid hebt.

Dit betekent dat je privévermogen gescheiden blijft van het bedrijfsvermogen.

De BV heeft rechtspersoonlijkheid.

Dit betekent dat de onderneming zelfstandig rechten en plichten kan hebben, contracten kan aangaan en bezit kan hebben.

Het kapitaal van een BV bestaat uit aandelen.

Deze aandelen vertegenwoordigen eigendom in de onderneming en geven rechten zoals stemrecht en recht op winst.

Een BV heeft verschillende kenmerken:

  • Minimaal één aandeelhouder nodig
  • Beperkte aansprakelijkheid voor schulden
  • Notariële oprichting verplicht
  • Registratie in Handelsregister vereist

De nationaliteit van aandeelhouders speelt geen rol bij de oprichting.

Je kunt dus zonder problemen buitenlandse aandeelhouders toelaten in de besloten vennootschap.

Rechten en plichten van buitenlandse aandeelhouders

Buitenlandse aandeelhouders hebben dezelfde rechten als Nederlandse aandeelhouders.

Ze mogen stemmen tijdens aandeelhoudersvergaderingen en hebben recht op dividenduitkeringen.

Belangrijke rechten:

  • Stemrecht op basis van aandelenbezit
  • Recht op informatie over bedrijfsvoering
  • Recht op dividend bij winstuitkering
  • Recht op liquidatie-uitkering bij opheffing

Buitenlandse aandeelhouders moeten zich identificeren volgens Nederlandse wetgeving.

Dit betekent dat je geldige identiteitsdocumenten moet overleggen aan de notaris.

Ze hebben ook plichten.

Buitenlandse aandeelhouders moeten hun aandelen volstorten en zijn gebonden aan de statuten.

Ze moeten meewerken aan verificatie-eisen vanuit anti-witwasregelgeving.

Een buitenlandse aandeelhouder heeft vaak een Nederlandse bankrekening nodig voor kapitaalstorting.

Dit vergemakkelijkt betalingen en voldoet aan administratieve vereisten.

Vergelijking met andere rechtsvormen

Een BV verschilt aanzienlijk van een eenmanszaak.

Bij een eenmanszaak ben je persoonlijk aansprakelijk voor alle schulden, terwijl een BV beperkte aansprakelijkheid biedt.

Een vof (vennootschap onder firma) lijkt meer op een BV door de samenwerking tussen partners.

Maar bij een vof zijn alle vennoten hoofdelijk aansprakelijk, wat veel meer risico met zich meebrengt.

Belangrijkste verschillen:

Rechtsvorm Aansprakelijkheid Buitenlandse deelname Oprichtingskosten
BV Beperkt Eenvoudig mogelijk €1.000 – €3.000
Eenmanszaak Onbeperkt Niet van toepassing Minimaal
VOF Hoofdelijk Mogelijk maar complex Laag

De besloten vennootschap is vooral geschikt wanneer je met buitenlandse partners wilt samenwerken.

De formele structuur en beperkte aansprakelijkheid maken het aantrekkelijk voor internationale investeerders.

Voordelen en aandachtspunten bij buitenlandse aandeelhouders

Een diverse groep internationale zakenmensen in een moderne vergaderruimte die samen documenten en laptops bekijken.

Het werken met buitenlandse aandeelhouders biedt toegang tot kapitaal en internationale markten.

Het vraagt ook om extra aandacht voor fiscale regelgeving en communicatie.

Voordelen van internationale investeerders

Buitenlandse aandeelhouders brengen vaak extra kapitaal in je BV.

Dit geld kun je gebruiken voor groei, innovatie of uitbreiding naar nieuwe markten.

Toegang tot internationale markten wordt makkelijker met buitenlandse partners aan boord.

Ze kennen hun lokale markten en hebben vaak waardevolle netwerken.

Dit opent deuren die anders gesloten zouden blijven.

Een BV biedt beperkte aansprakelijkheid voor alle aandeelhouders, ook buitenlandse.

Dit betekent dat hun persoonlijke bezittingen beschermd zijn tegen schulden van de onderneming.

Afhankelijk van belastingverdragen tussen Nederland en het land van je aandeelhouder kunnen er fiscale voordelen ontstaan.

Sommige verdragen verlagen de bronbelasting op dividenden.

Professionele uitstraling en risicospreiding

Een BV met internationale aandeelhouders krijgt een professionele uitstraling.

Dit vergroot het vertrouwen bij klanten, leveranciers en andere zakelijke partners.

Je laat zien dat je bedrijf internationaal opereert.

Je spreidt financiële risico’s door investeerders uit verschillende landen aan te trekken.

Als één markt tegenvalt, staat je bedrijf niet meteen onder druk.

Deze diversificatie zorgt voor meer stabiliteit.

Belangrijke voordelen op een rij:

  • Extra kapitaal voor groei
  • Internationale netwerken en expertise
  • Beperkte aansprakelijkheid voor alle aandeelhouders
  • Mogelijk lagere belasting door verdragen
  • Sterkere positie in internationale markten

Risico’s en uitdagingen

Het openen van een zakelijke bankrekening vraagt extra papierwerk bij buitenlandse aandeelhouders.

Banken moeten de identiteit van alle aandeelhouders checken.

Dit duurt langer dan bij alleen Nederlandse aandeelhouders.

Communicatie kan moeilijker zijn door verschillende tijdzones en talen.

Je moet duidelijke afspraken maken over hoe en wanneer je contact hebt.

De fiscale regels zijn complex.

Buitenlandse aandeelhouders kunnen te maken krijgen met belastingplicht in meerdere landen.

Je hebt goede fiscale advisering nodig om problemen te voorkomen.

Let op deze uitdagingen:

  • Langere doorlooptijd voor bankzaken
  • Extra identificatievereisten
  • Mogelijke dubbele belastingheffing
  • Communicatie over grenzen heen
  • Verschillende juridische verwachtingen

Je moet tijd en geld investeren in goede juridische en fiscale begeleiding.

Stappenplan: BV oprichten met buitenlandse aandeelhouders

Het oprichten van een BV met buitenlandse aandeelhouders vraagt om zorgvuldige voorbereiding.

Je moet rekening houden met identificatievereisten, het kiezen van de juiste notaris, en het opstellen van duidelijke statuten die de rechten van alle betrokken partijen vastleggen.

Voorbereiding en bedrijfsplan

Je moet eerst een helder bedrijfsplan opstellen dat de structuur van je onderneming beschrijft. Dit plan moet aangeven hoeveel aandelenkapitaal je nodig hebt en hoe de verdeling tussen Nederlandse en buitenlandse aandeelhouders eruitziet.

Verzamel alle identiteitsdocumenten van de buitenlandse aandeelhouders, zoals paspoorten of ID-kaarten. Deze documenten moeten vaak gelegaliseerd of voorzien zijn van een apostille, afhankelijk van het herkomstland.

Let erop dat de administratie vanaf het begin goed geregeld is. Bepaal of je gebruik wilt maken van een holdingstructuur om fiscale voordelen te benutten.

Bij een holdingstructuur zijn er vaak voordelen op het gebied van dividendbelasting en vermogensbescherming. Bespreek dit met een belastingadviseur die ervaring heeft met internationale structuren.

Open een Nederlandse bankrekening voor de BV. Dit is nodig voor de kapitaalstorting die voorafgaat aan de notariële oprichting.

Opstellen van statuten en aandeelhoudersverdeling

De statuten vormen de basis van je BV en moeten zorgvuldig worden opgesteld. Je moet hierin vastleggen wie de aandeelhouders zijn, hoeveel aandelen zij bezitten, en welke rechten aan deze aandelen verbonden zijn.

Bij buitenlandse aandeelhouders is het verstandig om specifieke bepalingen op te nemen over communicatie en besluitvorming. Werk nauw samen met je Nederlandse notaris bij het opstellen van de statuten.

De notaris zorgt ervoor dat alle wettelijke vereisten worden nageleefd en dat de statuten juridisch waterdicht zijn. De statuten moeten ook de volgende zaken regelen:

  • De verdeling van het aandelenkapitaal
  • Stemrechten van aandeelhouders
  • Regelingen voor aandelenoverdracht
  • Besluitvormingsprocedures

Overweeg om naast de statuten ook een aandeelhoudersovereenkomst op te stellen. Deze overeenkomst biedt meer flexibiliteit dan de statuten en kan afspraken bevatten over dividend, uittreding van aandeelhouders, en geschillenbeslechting.

Rol van de notaris in het oprichtingsproces

De notaris speelt een centrale rol bij het BV oprichten met buitenlandse aandeelhouders. Je moet een notaris kiezen die ervaring heeft met internationale oprichtingen en die bekend is met de specifieke vereisten voor buitenlandse betrokkenen.

De notaris controleert de identiteit van alle aandeelhouders en bestuurders. Voor buitenlandse aandeelhouders betekent dit dat zij hun identiteitsdocumenten moeten laten verifiëren.

In sommige gevallen kan dit via een lokale notaris in het land van herkomst. Je notaris adviseert ook over de structuur van je onderneming.

Dit omvat zaken zoals de verdeling van aandelen, het aandelenkapitaal, en eventuele blokkerings- of goedkeuringsregelingen voor aandelenoverdracht. De notariskosten liggen doorgaans tussen de €800 en €1.500, afhankelijk van de complexiteit van de oprichting.

Buitenlandse aandeelhouders hoeven niet fysiek aanwezig te zijn bij de notaris. Zij kunnen een volmacht verlenen aan een vertegenwoordiger in Nederland.

Oprichtingsakte en notariële vereisten

De oprichtingsakte is het formele document waarmee je BV wordt opgericht. Deze notariële akte bevat de statuten en wordt door alle oprichters ondertekend.

Bij buitenlandse aandeelhouders kan dit via een volmacht of digitaal gebeuren, mits dit voldoet aan de wettelijke eisen. Voor de ondertekening van de oprichtingsakte moet het aandelenkapitaal zijn gestort op een Nederlandse bankrekening.

Het minimale aandelenkapitaal bedraagt €0,01, maar in de praktijk kies je vaak voor een hoger bedrag om je onderneming financieel gezond te starten. Na ondertekening meldt de notaris de BV aan bij het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.

Dit gebeurt meestal binnen enkele dagen. Tegelijkertijd vraagt de notaris een RSIN-nummer aan bij de Belastingdienst.

De notariële oprichting is pas compleet wanneer de BV is ingeschreven in het Handelsregister. Vanaf dat moment heeft je BV rechtspersoonlijkheid en kun je officieel zakendoen.

Zorg dat je direct na de inschrijving begint met de fiscale registratie en het aanvragen van eventuele vergunningen die je nodig hebt voor je bedrijfsactiviteiten.

Registratie en wettelijke verplichtingen

Na de notariële akte moet je BV worden geregistreerd bij officiële instanties. Dit omvat inschrijving in het handelsregister, registratie van eigenaren, en het openen van een bankrekening voor de kapitaalstorting.

Inschrijving bij de Kamer van Koophandel (KvK)

Je moet je BV binnen een week na ondertekening van de akte van oprichting inschrijven bij de Kamer van Koophandel. De notaris kan dit vaak voor je regelen.

Bij de inschrijving in het handelsregister moet je de identiteit van alle aandeelhouders verifiëren, ook die van buitenlandse aandeelhouders. Voor buitenlandse aandeelhouders gelden dezelfde identificatie-eisen als voor Nederlandse aandeelhouders.

Ze moeten een geldig paspoort of identiteitsbewijs overleggen. Als een buitenlandse rechtspersoon aandeelhouder wordt, moet je ook een uittreksel uit het buitenlandse handelsregister aanleveren.

De KvK geeft je bedrijf een uniek KvK-nummer na inschrijving. Dit nummer heb je nodig voor belastingregistratie en andere zakelijke activiteiten.

De inschrijving kost enkele tientallen euro’s en is meestal binnen enkele werkdagen afgerond.

UBO-registratie en ultimate beneficial owner

Elke BV moet de ultimate beneficial owners (UBO’s) registreren in het UBO-register. Een UBO is iemand die meer dan 25% van de aandelen bezit of zeggenschap heeft over het bedrijf.

Dit geldt ook voor buitenlandse aandeelhouders. De UBO-registratie gebeurt bij de Kamer van Koophandel en is een wettelijke verplichting.

Je moet de volgende gegevens verstrekken: naam, geboortedatum, nationaliteit en woonadres van elke UBO. Ook moet je aangeven hoeveel belang de UBO heeft in de BV.

Voor buitenlandse UBO’s gelden geen uitzonderingen. Ze moeten op dezelfde manier worden geregistreerd als Nederlandse UBO’s.

Het niet registreren van UBO’s kan leiden tot hoge boetes. De registratie moet binnen 7 dagen na oprichting worden voltooid.

Zakelijke bankrekening openen

Je moet een zakelijke bankrekening openen voor je BV om het aandelenkapitaal te storten. Nederlandse banken stellen vaak extra eisen aan BV’s met buitenlandse aandeelhouders.

Je hebt de akte van oprichting en een recent KvK-uittreksel nodig. Veel banken vragen buitenlandse aandeelhouders om aanvullende documenten te overleggen.

Dit kunnen belastinggegevens uit hun thuisland zijn of een bewijs van woonadres. Een persoonlijke afspraak bij de bank is vaak verplicht, waarbij alle aandeelhouders zich moeten identificeren.

Het openen van een zakelijke bankrekening kan 2 tot 4 weken duren bij buitenlandse betrokkenheid. Sommige online banken bieden snellere procedures, maar stellen strengere eisen aan documentatie.

Zonder zakelijke bankrekening kun je de kapitaalstorting niet voltooien en kan de BV niet operationeel worden.

Fiscale aspecten en administratieve verplichtingen

Een BV met buitenlandse aandeelhouders moet voldoen aan Nederlandse belastingregels en internationale fiscale verplichtingen. De Belastingdienst stelt specifieke eisen aan administratie, aangiften en documentatie bij grensoverschrijdende structuren.

Vennootschapsbelasting en dividendbelasting

Je BV betaalt vennootschapsbelasting over de behaalde winst in Nederland. Het tarief bedraagt 19% over de eerste €200.000 en 25,8% over het meerdere.

Deze verplichtingen gelden ongeacht de nationaliteit van je aandeelhouders. Dividenduitkeringen aan buitenlandse aandeelhouders worden belast met dividendbelasting.

Het standaardtarief is 15%. Veel landen hebben echter belastingverdragen met Nederland die dit tarief kunnen verlagen.

Je moet de dividendbelasting inhouden bij uitkering en afdragen aan de Belastingdienst. Hiervoor gebruik je aangifte dividendbelasting.

Let op: de aandeelhouder kan in zijn eigen land ook belastingplichtig zijn over ontvangen dividend. Het startkapitaal dat buitenlandse aandeelhouders inbrengen wordt niet belast.

Wel moet je de herkomst van dit kapitaal kunnen aantonen aan je bank en de Belastingdienst.

Internationale fiscale regels en belastingverdragen

Nederland heeft met meer dan 100 landen belastingverdragen afgesloten. Deze verdragen voorkomen dubbele belasting en verlagen vaak het dividendbelastingtarief.

Het tarief kan variëren van 0% tot 15%, afhankelijk van het land. Je moet bij dividenduitkeringen controleren of er een belastingverdrag geldt.

Dit kan aanzienlijk belastingvoordeel opleveren voor je buitenlandse aandeelhouders. Zij moeten vaak een woonplaatsverklaring aanvragen bij hun lokale belastingdienst.

Transfer pricing speelt een rol bij transacties tussen de BV en verbonden partijen in het buitenland. Je moet zakelijke prijzen hanteren (‘at arm’s length’).

De Belastingdienst controleert of prijzen marktconform zijn. Bij grensoverschrijdende situaties gelden extra documentatieverplichtingen.

Bewaar alle stukken die de zakelijke grondslag van transacties aantonen. Een belastingadviseur kan je helpen met complexe internationale structuren.

BTW-nummer en fiscale administratie

Na inschrijving bij de Kamer van Koophandel vraag je een btw-nummer aan bij de Belastingdienst. Dit nummer is verplicht als je diensten of goederen levert.

Je ontvangt het meestal automatisch binnen enkele dagen. Je boekhouding moet voldoen aan Nederlandse regels.

Dit betekent dat alle inkomsten en uitgaven correct worden geregistreerd. Facturen moeten aan wettelijke eisen voldoen, inclusief btw-nummer en juiste omschrijvingen.

Bewaar alle documenten minimaal zeven jaar. Dit geldt voor:

  • Facturen en bonnen
  • Bankafschriften
  • Contracten en overeenkomsten
  • Correspondentie met buitenlandse aandeelhouders

De administratie wordt ingewikkelder met buitenlandse aandeelhouders. Je moet vaak documenten vertalen en extra informatie bijhouden over internationale transacties.

Goede boekhoudsoftware helpt bij het structureren van je administratie.

Belastingaangifte en salarisadministratie

Je BV doet jaarlijks aangifte vennootschapsbelasting. De aangifte moet binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar worden ingediend.

Bij buitenlandse aandeelhouders vraagt de Belastingdienst vaak extra documentatie. Als je personeel in dienst hebt, moet je loonadministratie voeren.

Dit omvat het berekenen en inhouden van loonbelasting en sociale premies. Je doet maandelijks aangifte loonheffingen en draagt ingehouden bedragen af.

Het salaris van een directeur-grootaandeelhouder heeft speciale regels. Er geldt een gebruikelijkloonnorm die minimaal €56.000 (2025) bedraagt.

Dit geldt ook voor buitenlandse aandeelhouders die directeur zijn. Voor btw-plichtige ondernemers geldt een aangifteverplichting.

De frequentie hangt af van je omzet: per kwartaal of per maand. Houd rekening met specifieke btw-regels bij internationale dienstverlening.

Praktische aandachtspunten en veelgemaakte fouten

Buitenlandse aandeelhouders brengen extra administratieve vereisten met zich mee, vooral rond documentlegalisatie en vertaling. Verzekeringen en aanvullende contracten vragen ook om specifieke aandacht bij internationale betrokkenheid.

Taal- en legalisatievereisten

De notaris heeft vertalingen nodig van alle buitenlandse documenten naar het Nederlands. Paspoorten, ID-bewijzen en andere identiteitsdocumenten moeten door een beëdigd vertaalbureau worden vertaald.

Voor documenten uit landen buiten de Europese Unie gelden strengere eisen. Je moet aantonen dat de documenten authentiek zijn via legalisatie of een apostille.

Dit proces kan enkele weken duren, dus begin hier vroeg mee.

Veelgemaakte fouten:

  • Documenten te laat laten vertalen
  • Verkeerde vertalingen zonder beëdiging gebruiken
  • Verlopen identiteitsdocumenten aanleveren
  • Onvolledige vertaling van statutaire zetel of bedrijfsnaam

Apostille en documentlegalisatie

Een apostille is een internationaal erkend stempel dat de echtheid van een document bevestigt. Dit geldt voor documenten uit landen die het Apostilleverdrag hebben ondertekend.

Het stempel krijg je bij de bevoegde autoriteit in het land waar het document is uitgegeven. Voor landen zonder Apostilleverdrag moet je documenten laten legaliseren via de ambassade.

Dit proces is complexer en kost meer tijd. Je directeur-grootaandeelhouder uit het buitenland moet alle identiteitsdocumenten voorzien van een apostille.

Ook uittreksel uit handelsregister of vergelijkbare documenten hebben dit stempel nodig. Check bij de notaris welke specifieke documenten in jouw situatie verplicht zijn.

Verzekeringen en aanvullende contracten

Als directeur uit het buitenland actief wordt in Nederland, moet je een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering overwegen. Deze verzekering beschermt persoonlijk vermogen bij claims tegen de BV.

Een managementovereenkomst regelt de taken, bevoegdheden en vergoeding van de directeur. Dit contract is vooral belangrijk bij buitenlandse bestuurders om misverstanden te voorkomen.

Werk hierin duidelijke afspraken uit over reiskosten, thuiswerken en fiscale zaken.

Belangrijke verzekeringsaspecten:

  • Bestuurdersaansprakelijkheid vanaf €500-1.000 per jaar
  • Dekking voor internationale activiteiten controleren
  • AVG-aansprakelijkheid bij verwerking persoonsgegevens
  • Rechtsbijstandverzekering voor grensoverschrijdende geschillen

Veelgestelde Vragen

Het oprichten van een BV met buitenlandse aandeelhouders brengt specifieke documentatievereisten, fiscale overwegingen en juridische procedures met zich mee. Je moet rekening houden met extra compliance-eisen en de mogelijkheden voor internationale betrokkenheid bij het bestuur.

Welke documentatie is vereist voor het registreren van een BV met buitenlandse aandeelhouders?

Voor het registreren van een BV met buitenlandse aandeelhouders heb je verschillende documenten nodig. Je moet een geldig paspoort of identiteitsbewijs van elke buitenlandse aandeelhouder overleggen aan de notaris.

De notaris heeft ook een gelegaliseerd uittreksel uit het buitenlands handelsregister nodig als de aandeelhouder een bedrijf is. Dit document moet niet ouder zijn dan drie maanden.

Voor de verificatie moet je vaak een apostille of legalisatie hebben, afhankelijk van het land van herkomst. Je hebt verder een bewijs van adres nodig, zoals een recente nutsvoorziening factuur.

Bij de Kamer van Koophandel moet je een inschrijfformulier indienen met kopieën van alle identificatiedocumenten. De notaris controleert of alle documenten voldoen aan de Nederlandse wet- en regelgeving.

Wat zijn de fiscale implicaties voor buitenlandse aandeelhouders van een Nederlandse BV?

Buitenlandse aandeelhouders betalen bronbelasting op dividenduitkeringen vanuit een Nederlandse BV. Het standaardtarief bedraagt 15%, maar dit kan lager zijn door belastingverdragen tussen Nederland en het land van de aandeelhouder.

Je moet als BV de bronbelasting inhouden bij de uitkering en afdragen aan de Belastingdienst. Veel landen hebben met Nederland verdragen gesloten die dubbele belasting voorkomen.

De buitenlandse aandeelhouder kan in sommige gevallen een vermindering of teruggaaf van bronbelasting aanvragen. De BV zelf betaalt vennootschapsbelasting over de winst volgens het Nederlandse tarief.

Dit geldt ongeacht de nationaliteit van de aandeelhouders. Voor buitenlandse aandeelhouders kan er ook belastingplicht ontstaan in hun eigen land.

Let op dat bepaalde landen regels hebben over Controlled Foreign Corporations die extra fiscale verplichtingen kunnen meebrengen. Het is belangrijk om vooraf te onderzoeken welke fiscale gevolgen gelden voor jouw specifieke situatie.

Hoe verloopt het proces van notariële oprichting van een BV met buitenlandse aandeelhouders?

Het notariële oprichtingsproces begint met het opstellen van de statuten door de notaris. Je moet hiervoor eerst een afspraak maken waarbij alle aandeelhouders aanwezig moeten zijn of zich kunnen laten vertegenwoordigen via een volmacht.

De notaris verifieert de identiteit van alle buitenlandse aandeelhouders volgens de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme. Dit betekent dat buitenlandse aandeelhouders persoonlijk bij de notaris moeten verschijnen of een gelegaliseerde volmacht moeten verstrekken.

De notaris controleert of alle documenten geldig zijn en voldoen aan de Nederlandse eisen. Na het ondertekenen van de oprichtingsakte stort je het startkapitaal op een speciale rekening.

Het minimumkapitaal bedraagt 1 cent, maar in de praktijk is dit vaak hoger. De notaris regelt vervolgens de inschrijving bij de Kamer van Koophandel.

Het hele proces duurt meestal twee tot vier weken. De kosten variëren tussen de 1000 en 3000 euro, afhankelijk van de complexiteit van de oprichting.

Welke stappen moeten er genomen worden voor het voldoen aan de compliance en KYC-vereisten?

Je moet als eerste de Ultimate Beneficial Owner (UBO) identificeren en registreren in het UBO-register. Dit geldt voor alle personen die meer dan 25% van de aandelen bezitten of feitelijke zeggenschap hebben.

De notaris voert een client due diligence uit waarbij de herkomst van het kapitaal wordt onderzocht. Je moet kunnen aantonen waar het geld vandaan komt dat wordt gestort als startkapitaal.

Voor buitenlandse aandeelhouders betekent dit vaak het overleggen van bankafschriften of verklaringen van hun eigen accountant. De Kamer van Koophandel controleert alle verstrekte informatie bij de inschrijving.

Je moet een bewijs van identiteit, adresgegevens en eventuele bedrijfsdocumenten aanleveren. Als buitenlandse aandeelhouders uit een land komen dat op een sanctielijst staat, kunnen er extra controles plaatsvinden.

Je moet jaarlijks controleren of de UBO-gegevens nog kloppen en wijzigingen doorgeven. De boete voor het niet nakomen van deze verplichtingen kan oplopen tot 21.750 euro.

Wat zijn de mogelijkheden voor buitenlandse aandeelhouders om bestuurder van een Nederlandse BV te worden?

Een buitenlandse aandeelhouder kan zonder problemen bestuurder worden van een Nederlandse BV.

Er is geen vereiste voor Nederlandse nationaliteit of woonplaats in Nederland.

Je hebt wel een Burgerservicenummer (BSN) nodig voor fiscale doeleinden.

Als bestuurder moet je je laten registreren bij de Kamer van Koophandel met een geldig identiteitsbewijs.

Voor niet-EU burgers kan het verkrijgen van een BSN ingewikkelder zijn omdat dit vaak gekoppeld is aan verblijfsrecht.

Je kunt in dit geval werken met een machtiging voor een Nederlands gevestigde vertegenwoordiger.

Nieuws

Wat zijn de nieuwe regels voor bewijslevering (Art. 194/195 Rv) in Nederlandse rechtszaken?

Op 1 januari 2025 gingen belangrijke wijzigingen in het Nederlandse bewijsrecht van kracht. Als je betrokken bent bij een civiele rechtszaak die na die datum is gestart, gelden er nieuwe regels voor hoe je bewijs kunt verkrijgen van de andere partij.

De oude artikel 843a Rv is vervangen door artikelen 194, 195 en 195a Rv, waardoor het makkelijker is geworden om inzage te krijgen in documenten die de wederpartij of zelfs derden onder zich hebben.

Een rechter en een advocaat in een Nederlandse rechtszaal waarbij de advocaat bewijsstukken presenteert aan de rechter.

De grootste verandering is dat je niet meer hoeft aan te tonen dat je een vorderingsrecht ‘voldoende aanmerkelijk’ kunt maken. Je hoeft nu alleen te laten zien dat je ‘voldoende belang’ hebt bij de documenten.

Dit maakt het proces eenvoudiger en toegankelijker voor iedereen die bewijs nodig heeft in een rechtszaak.

In dit artikel leggen we uit wat de nieuwe regels precies betekenen voor jouw situatie. Je leest over de procedurele stappen die je moet nemen, hoe de verjaringstermijn werkt, en welke strafrechtelijke risico’s er bestaan bij het vervalsen van bewijsstukken.

Ook krijg je praktische tips voor het omgaan met deze nieuwe regels.

Overzicht van Artikel 194 en 195 Rv

Een kantoor met een bureau met open juridische boeken, een laptop en een boekenplank met wetboeken op de achtergrond.

Artikel 194 Rv beschrijft wanneer iemand verplicht is om informatie of documenten te delen. Artikel 195 Rv regelt de procedure voor het verkrijgen van deze gegevens.

Deze artikelen vormen samen de basis van het nieuwe inzagerecht dat op 1 januari 2025 is ingegaan.

Definitie en toepassing van bewijslevering

Artikel 194 Rv vervangt het oude artikel 843a Rv en legt de exhibitieplicht vast. Deze plicht betekent dat u bepaalde gegevens moet tonen als iemand daarom vraagt.

De wet spreekt nu over “bepaalde gegevens” in plaats van “bescheiden”, wat een bredere reikwijdte heeft.

De exhibitieplicht geldt wanneer drie voorwaarden zijn vervuld. U moet een partij zijn bij een rechtsbetrekking.

U moet voldoende belang hebben bij de gevraagde informatie. De gegevens moeten betrekking hebben op die rechtsbetrekking.

Belangrijke criteria artikel 194 lid 1 Rv:

  • Partij bij een rechtsbetrekking
  • Voldoende belang bij de gegevens
  • Gegevens zijn relevant voor het geschil

Het tweede lid van artikel 194 Rv bevat uitzonderingen op deze plicht. U hoeft geen informatie te geven als dit in strijd is met een gewichtige reden of als de kosten onevenredig hoog zijn.

Reikwijdte van de artikelen

Artikel 195 Rv regelt hoe u het recht op inzage kunt afdwingen zonder tussenkomst van een rechter. U kunt nu eerst zelf een verzoek doen aan de andere partij voordat u naar de rechter stapt.

Dit maakt de procedure sneller en goedkoper. De wet hanteert dezelfde criteria die de rechter zou gebruiken.

Dit betekent dat u al vooraf beter kunt inschatten of uw verzoek kans van slagen heeft. De andere partij moet binnen een redelijke termijn reageren op uw verzoek.

Artikel 197 Rv biedt een oplossing als de andere partij niet meewerkt. U kunt dan een kort geding starten om het inzagerecht af te dwingen.

De rechter kan sancties opleggen als iemand zonder goede reden weigert informatie te delen. De artikelen gelden voor alle procedures die vanaf 1 januari 2025 zijn gestart.

Bij lopende zaken blijven de oude regels van toepassing totdat de procedure bij die instantie is afgerond.

Relevante wetswijzigingen

De Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht heeft de manier van bewijsvergaring fundamenteel veranderd. De grootste wijziging is dat u niet langer hoeft aan te tonen dat u een vorderingsrecht heeft.

U hoeft alleen “voldoende belang” te hebben in plaats van “rechtmatig belang”. Deze verandering maakt het makkelijker om informatie te krijgen.

De toets verschuift van “ja, mits” naar “ja, tenzij”. Dit betekent dat informatie in principe gedeeld moet worden, tenzij er een goede reden is om dit niet te doen.

Verschil oude en nieuwe regeling:

Oud (art. 843a Rv) Nieuw (art. 194-195 Rv)
Rechtmatig belang vereist Voldoende belang vereist
Vorderingsrecht aantonen Partij bij rechtsbetrekking
Bescheiden Bepaalde gegevens
Alleen via rechter Eerst zonder rechter

De wet combineert het inzagerecht met voorlopige bewijsverrichtingen. Dit zorgt voor meer mogelijkheden om bewijs te verzamelen voordat u een procedure start.

U kunt nu verschillende soorten bewijsverzoeken tegelijk doen via één procedure.

Nieuwe Regels voor Bewijslevering in Civiele Zaken

Een rechter en een advocaat in een moderne Nederlandse rechtszaal met juridische documenten.

De Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht brengt vanaf 1 januari 2025 belangrijke veranderingen in de manier waarop u bewijs moet aanleveren in civiele procedures. De wet maakt het eenvoudiger om aan informatie te komen en geeft de rechter meer mogelijkheden om actief mee te denken.

Procesrechtelijke veranderingen

U kunt nu in één verzoek meerdere bewijsverrichtingen aanvragen bij de rechter. Voorheen moest u voor elke bewijsmethode een apart verzoek indienen.

Dit betekent dat u bijvoorbeeld een getuigenverhoor, een deskundigenonderzoek en inzage in documenten tegelijk kunt vragen. Deze vereenvoudiging bespaart u tijd en procedurestappen.

De wet geldt alleen voor procedures die na 1 januari 2025 zijn gestart. Als uw zaak eerder begon, blijven de oude regels van kracht tot de procedure bij die instantie eindigt.

Bij een eventueel hoger beroep na 1 januari 2025 gelden dan wel de nieuwe regels.

Ook zijn er nieuwe mogelijkheden voor bewijsbeslag. U kunt een gerechtsdeurwaarder nu officieel vragen om beslag te leggen op bewijsmateriaal om het veilig te stellen.

Daarnaast kan een gerechtsdeurwaarder een proces-verbaal van constateringen opstellen waarbij zijn waarnemingen als dwingend bewijs gelden.

Wijzigingen in de bewijspositie

Het inzagerecht is aangepast en verduidelijkt. U heeft nu recht op inzage in moderne vormen van informatie zoals computerbestanden en digitale gegevens.

De wet stelt het inzagerecht gelijk aan andere bewijsmethoden zoals getuigenverhoor. U kunt ook inzage vragen in documenten die bij derden zijn, zelfs als die derden geen partij zijn in uw geschil.

De voorwaarden voor inzage zijn duidelijker geworden. U moet kunnen aantonen dat de informatie relevant is voor uw zaak.

De andere partij of derde kan inzage weigeren als daar goede redenen voor zijn, bijvoorbeeld vanwege privacybescherming of bedrijfsgeheimen.

De bewijslast zelf blijft ongewijzigd. Als u iets beweert in een procedure, moet u daar nog steeds bewijs voor leveren.

De nieuwe wet maakt het alleen makkelijker om aan dat bewijs te komen.

Praktische gevolgen voor partijen

De rechter krijgt een actievere rol bij het bespreken van feiten tijdens de zitting. Hij mag nu expliciet met u en de andere partij praten over de aangevoerde feiten.

Dit voorkomt dat bepaalde feiten per ongeluk onderbelicht blijven. De rechter kan ook controleren of hij de feiten goed begrijpt en of zijn interpretatie overeenkomt met wat u bedoelde.

Voor u als partij betekent dit dat u beter voorbereid moet zijn op vragen van de rechter. U moet uw feiten helder kunnen uitleggen en onderbouwen.

De rechter zal eerder om verduidelijking vragen als iets onduidelijk is. Let op dat u alle relevante informatie tijdig aanlevert.

De vereenvoudigde procedures maken het weliswaar makkelijker om bewijs te verzamelen, maar u moet hier wel actief mee aan de slag. Wacht niet tot het laatste moment om bewijsverzoeken in te dienen.

Strafrechtelijke Aspecten bij Schriftvervalsing

Schriftvervalsing in rechtszaken valt onder artikel 225 en 227 van het Wetboek van Strafrecht en kan leiden tot gevangenisstraf tot zes jaar of een geldboete van de vijfde categorie. De wet stelt strikte eisen aan het bewijs en kent specifieke verjaringstermijnen.

Vaststelling van schriftvervalsing

Valsheid in geschrifte vereist dat u of een andere partij een document opzettelijk vervalst heeft dat bedoeld is om een bepaald feit te bewijzen. De rechter moet drie elementen vaststellen voordat er sprake is van schriftvervalsing.

Het geschrift moet in strijd zijn met de werkelijkheid. U moet opzettelijk hebben gehandeld met de intentie om anderen te misleiden.

Het document moet ook daadwerkelijk bestemd zijn om als bewijs te dienen.

Bewijs kan bestaan uit:

  • Technisch onderzoek van handtekeningen
  • Analyse van documentdateringen
  • Verklaringen van getuigen
  • Digitale metadata van elektronische documenten

De rechtbank beoordeelt of het document daadwerkelijk vals is en of u de intentie had om het als echt te gebruiken. Bij digitale documenten geldt dezelfde wetgeving als bij fysieke documenten.

Strafmaat en verjaringstermijn

De straf voor schriftvervalsing varieert van een geldboete tot maximaal zes jaar gevangenisstraf. In de praktijk krijgt u meestal een geldboete, tenzij er sprake is van ernstige gevallen met grote financiële schade.

De verjaringstermijn voor schriftvervalsing bedraagt twaalf jaar voor misdrijven. Dit betekent dat vervolging mogelijk blijft tot twaalf jaar na het plegen van het delict.

Bij economische delicten kan de termijn langer zijn. Rechters houden rekening met verzwarende omstandigheden zoals misbruik van vertrouwen, de hoogte van het financiële voordeel en eerdere veroordelingen.

Een voorwaardelijke straf is mogelijk bij eerste overtredingen zonder ernstige schade.

Rol van de notaris en ambtenaar

Notarissen en ambtenaren hebben een bijzondere wettelijke plicht om documenten te controleren op echtheid. Zij kunnen strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld als zij bewust valse documenten authentiek verklaren.

Een notaris moet de identiteit van ondertekenaars verifiëren en controleren of zij bevoegd zijn om te handelen. Bij twijfel over de echtheid van documenten moet de notaris weigeren om mee te werken.

Ambtenaren die officiële documenten uitgeven hebben vergelijkbare verantwoordelijkheden.

Verplichtingen van notarissen:

  • Identiteitscontrole van alle partijen
  • Verificatie van bevoegdheden en volmachten
  • Archivering van originele documenten
  • Melding bij vermoeden van fraude

Als u gebruik maakt van valse documenten bij een notaris, riskeert u naast de straf voor schriftvervalsing ook een veroordeling voor het misleiden van een ambtenaar in functie.

Uitleg van de Verjaringstermijn bij Bewijslevering

De verjaringstermijn bepaalt hoe lang u bewijs mag leveren in een rechtszaak. Deze termijn verschilt op basis van het type overtreding en is vastgelegd in specifieke wetsartikelen.

Toepassing van Art. 21 V.T.Sv.

Artikel 21 van de Voorlopige Titel van het Wetboek van Strafvordering regelt de verjaringstermijnen voor strafbare feiten. U moet weten dat deze termijn begint te lopen vanaf de dag na het plegen van het strafbare feit.

Voor het leveren van bewijs moet u rekening houden met deze verjaringstermijnen. Als de verjaringstermijn is verstreken, kan het openbaar ministerie geen vervolging meer instellen.

Dit betekent dat uw bewijs geen juridische waarde meer heeft in een strafzaak. De termijn wordt geschorst tijdens bepaalde juridische procedures.

Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer een dagvaarding is uitgebracht of wanneer er een gerechtelijk vooronderzoek loopt. U moet deze schorsingen meenemen in uw berekening van de totale verjaringstermijn.

Verschil tussen misdaad en wanbedrijf

Misdrijven hebben een langere verjaringstermijn dan wanbedrijven. Voor misdrijven geldt meestal een termijn van 12 jaar, terwijl wanbedrijven na 6 jaar verjaren.

De classificatie bepaalt hoeveel tijd u heeft om bewijs te verzamelen en te leveren. Zware misdrijven zoals moord kennen geen verjaring.

U kunt hiervoor altijd bewijs blijven leveren, ongeacht hoeveel tijd er is verstreken. Voor overtredingen geldt de kortste termijn van 2 jaar.

Dit beïnvloedt direct hoeveel tijd u heeft om uw zaak voor te bereiden. U moet daarom snel handelen bij het verzamelen van bewijsmateriaal voor overtredingen.

Gevolgen voor lopende en oude zaken

Voor procedures die vóór 1 januari 2025 zijn gestart, blijven de oude regels van toepassing. U moet controleren welke regelgeving op uw specifieke zaak van toepassing is op basis van de startdatum.

Bij lopende zaken blijft het oude recht gelden totdat de instantie de zaak heeft afgerond. Dit betekent dat u bij een zaak die in 2024 bij de rechtbank is gestart, de oude bewijsregels moet volgen, zelfs als het hoger beroep in 2025 plaatsvindt.

Voor oude zaken die al zijn afgerond, verandert er niets. De verjaringstermijn die gold ten tijde van het plegen van het feit blijft bepalend voor de geldigheid van het bewijs.

U kunt geen nieuwe termijnen toepassen op feiten uit het verleden.

Procedurele Stappen bij Bewijslevering

Bij bewijslevering volg je vaste stappen die bepalen wanneer en hoe je bewijs indient. De rechter speelt een actievere rol sinds 1 januari 2025 en kan de bewijslevering meer sturen dan voorheen.

Aandragen van bewijsmiddelen

Je moet bewijs aanleveren op het moment dat de rechter dat vraagt of toelaat. In de dagvaarding of conclusie van antwoord kun je al bewijsstukken overleggen.

De rechter bepaalt in een vroeg stadium wie bewijs moet leveren om vertraging te voorkomen. Je kunt verschillende soorten bewijs gebruiken.

Denk aan schriftelijke stukken zoals contracten, e-mails of facturen. Ook audiobestanden, video-opnames en getuigenverklaringen zijn toegestaan.

De wet stelt dat je tijdig moet zijn. Als je te laat bent met het aanleveren van bewijs, kan de rechter dit weigeren.

Je moet ook duidelijk aangeven welke feiten je met elk bewijsstuk wilt onderbouwen.

Rol van de rechter

De rechter heeft sinds 1 januari 2025 formeel meer mogelijkheden om de bewijslevering te sturen. Hij kan eerder in de procedure beslissen wie welk bewijs moet leveren.

Dit voorkomt dat het proces onnodig lang duurt. Tegen een beslissing over de bewijslevering staat meestal geen tussentijds hoger beroep open.

De rechter moet dit expliciet toestaan als je in beroep wilt gaan. Dit houdt het proces eenvoudiger en sneller.

De rechter kan ook zelf om specifieke stukken vragen. Hij heeft meer regie over welke informatie nodig is om de zaak te beoordelen.

Je moet samenwerken en transparant zijn over welk bewijs je hebt.

Bezwaar en verweer tegen bewijs

Je kunt bezwaar maken tegen bewijs dat de andere partij indient. Dit doe je door aan te geven waarom het bewijs niet relevant of onbetrouwbaar is.

Je moet dit tijdig doen, meestal in je volgende processtuk. Als je twijfelt aan de echtheid van een document, kun je dit betwisten.

De andere partij moet dan aantonen dat het document echt is. Ook kun je aangeven dat bewijs op onrechtmatige wijze is verkregen.

De rechter beoordeelt jouw bezwaren en besluit of hij het bewijs toelaat. Hij weegt de argumenten van beide partijen af.

Let op: je moet concrete redenen geven voor je bezwaar, anders neemt de rechter het vaak niet serieus.

Toekomstverwachtingen en Praktische Tips

De nieuwe bewijsregels vragen om aanpassingen in werkwijzen en voorbereiding op verdere ontwikkelingen.

Aandachtspunten voor juridische praktijk

U moet uw procesaanpak aanpassen aan de actievere rol van de rechter. Dit betekent dat u beter voorbereid naar zittingen komt en alle relevante feiten direct beschikbaar heeft.

De rechter kan nu vragen stellen over feiten die u mogelijk heeft aangevoerd. Leg vanaf het begin van een procedure vast welk bewijsmateriaal u nodig heeft.

U kunt nu verschillende bewijsverrichtingen in één verzoek combineren, wat tijd en kosten bespaart. Dit vereist wel dat u al vroeg een duidelijk beeld heeft van uw bewijs strategie.

Let op de mogelijkheid om bewijsmateriaal veilig te stellen via beslaglegging door een gerechtsdeurwaarder. Dit voorkomt dat bewijs verdwijnt voordat u het kunt gebruiken.

Ook kunt u een proces-verbaal van constateringen laten opmaken om een bepaalde situatie objectief vast te leggen. Houd rekening met de nieuwe uitzonderingsgronden bij informatieverstrekking.

De koppeling met de Wet Open Overheid speelt vooral wanneer u informatie van overheidsinstanties nodig heeft.

Verwachte ontwikkelingen in wetgeving

De jurisprudentie zal de komende jaren de nieuwe artikelen 194 en 195 Rv verder invullen. Rechters bepalen in concrete zaken hoe breed of beperkt zij de exhibitieplicht uitleggen.

U moet deze ontwikkelingen nauwlettend volgen om uw verzoeken effectief in te dienen. De wetgever heeft al aangegeven dat de regels mogelijk verder worden aangepast als blijkt dat bepaalde onderdelen niet praktisch werken.

De invloed van Europese regelgeving kan leiden tot nieuwe vereisten rond digitaal bewijsmateriaal. Dit speelt vooral bij internationale procedures waar u bewijsstukken uit andere landen moet verkrijgen.

De combinatie met databeschermingsregels maakt dit complex. U kunt verwachten dat er meer nadruk komt op digitale bewijsverrichtingen en elektronische uitwisseling van stukken.

De rechter krijgt meer mogelijkheden om digitaal bewijs te beoordelen en te vergelijken.

Frequently Asked Questions

De nieuwe bewijsregels per 1 januari 2025 roepen veel vragen op over digitaal bewijs, plichten van partijen, en bewijslastverdeling. De wijzigingen brengen ook veranderingen met zich mee voor het veiligstellen van bewijs en het oproepen van getuigen.

Wat houden de wijzigingen in de artikelen 194 en 195 Rv in voor het leveren van digitaal bewijs?

De artikelen 194 en 195 Rv regelen nu de exhibitieplicht, waarbij artikel 194 lid 1 de criteria vastlegt en het tweede lid de uitzonderingen daarop. Voor digitaal bewijs betekent dit dat u nu onder de term ‘bepaalde gegevens’ valt in plaats van ‘bescheiden’.

Dit maakt het ruimer dan alleen fysieke documenten. U kunt vanaf 1 januari 2025 digitale gegevens eenvoudiger opvragen via de vernieuwde inzageregeling.

De voorwaarde dat u eerst moet aantonen dat u een vorderingsrecht heeft, is vervallen. In plaats daarvan moet u alleen ‘voldoende belang’ bij de rechtsbetrekking aantonen.

De rechter beoordeelt nu volgens het principe ‘ja, tenzij’ in plaats van ‘ja, mits’. Dit maakt het makkelijker om digitaal bewijs boven tafel te krijgen.

De nieuwe regeling combineert het inzagerecht met voorlopige bewijsverrichtingen.

Hoe beïnvloeden de veranderingen in de regelgeving rond bewijslevering de verplichtingen van partijen tijdens een rechtszaak?

Uw verplichtingen als partij zijn duidelijker geworden door de nieuwe exhibitieplicht in artikel 194 Rv. U moet nu bepaalde gegevens overleggen als de andere partij daarom vraagt en aan de criteria wordt voldaan.

De uitzonderingen op deze plicht staan limitatief opgesomd in artikel 194 lid 2 Rv. U kunt niet meer tijdens een lopende procedure een separaat verzoek indienen voor voorlopige bewijsverrichtingen.

Dit moet u nu aan de behandelend rechter in de lopende procedure vragen. Het doel is dat u zoveel mogelijk voorafgaand aan de procedure informatie en bewijs verzamelt.

De rechter heeft nu een actievere rol gekregen. Hij mag vragen stellen, inlichtingen inwinnen en suggesties doen, zelfs als dat leidt tot wijziging van de grondslag van uw eis of verweer.

U krijgt altijd het laatste woord voordat de rechter beslist.

Op welke manier wordt de bewijslastverdeling beïnvloed door de nieuwe wijzigingen in het Nederlandse procesrecht?

De bewijslastverdeling zelf blijft hetzelfde werken, maar de manier waarop de rechter bewijs waardeert is veranderd. De rechter heeft nu vrije bewijswaardering bij partijgetuigenverklaringen.

De oude regel dat een partijgetuige geen bewijs in haar voordeel kan leveren is vervallen. U kunt zich niet meer beroepen op de regel dat de rechter verklaringen buiten beschouwing moet laten als niet alle partijen aanwezig waren.

De rechter beslist nu zelf hoe hij de uitkomst van bewijsverrichtingen waardeert, ook als u of de andere partij afwezig was. Dit geeft de rechter meer ruimte om tot een oordeel te komen.

Welke stappen moeten nu ondernomen worden voor het veiligstellen van bewijs volgens de geüpdatete regels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering?

Voor het veiligstellen van bewijs bestaat er nu één uniforme regeling voor voorlopige bewijsverrichtingen. De aparte regelingen voor voorlopig getuigenverhoor, voorlopig deskundigenbericht, en voorlopige plaatsopneming zijn samengevoegd.

Dezelfde criteria voor toe- of afwijzing gelden nu voor alle vormen van voorlopige bewijsverrichtingen. U moet uw verzoek indienen voordat u de procedure start.

Het inzagerecht behoudt deels zijn eigen karakter, maar kan worden gecombineerd met andere voorlopige bewijsverrichtingen. Dit maakt het veiligstellen van bewijs vooraf effectiever dan onder de oude regeling.

Hoe is de procedure voor het oproepen van getuigen veranderd door de recente aanpassingen in het bewijsrecht?

Het verschoningsrecht voor getuigen is uitgebreid. Niet alleen uw echtgenoot of geregistreerd partner kan zich verschonen, maar ook uw (ex-)levensgezel.

Dit sluit aan bij de maatschappelijke ontwikkeling dat minder mensen trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaan. De waardering van getuigenverklaringen is veranderd.

Partijgetuigen kunnen nu wel degelijk bewijs in uw voordeel leveren, waar dit voorheen alleen als aanvulling op onvolledig bewijs mocht dienen. De rechter bepaalt zelf hoe zwaar hij deze verklaringen laat meewegen.

U moet getuigen oproepen binnen de lopende procedure bij de behandelend rechter. Een apart voorlopig getuigenverhoor tijdens de procedure is niet meer mogelijk.

Wel kunt u voorafgaand aan de procedure een voorlopige bewijsverrichting aanvragen waarbij getuigen worden gehoord.

Kunnen partijen nog steeds in alle gevallen voorlopig bewijsbeslag leggen na de recente aanpassingen in de Nederlandse wet

Nieuws

De 5 meest gemaakte fouten bij internationale commerciële contracten: inzicht en oplossingen

Internationale contracten zijn complex. Veel ondernemers maken dezelfde fouten wanneer ze zaken doen over de grens.

Deze fouten leiden tot vertragingen, extra kosten en juridische problemen die je bedrijf schade kunnen toebrengen.

Een groep internationale zakenmensen bespreekt contracten aan een vergadertafel in een modern kantoor.

De vijf meest voorkomende fouten bij internationale commerciële contracten zijn: onduidelijke identificatie van partijen, incomplete afspraken, verkeerde algemene voorwaarden, logistieke misverstanden over Incoterms en ontbrekende regelingen voor beëindiging en schadevergoeding.

Deze problemen ontstaan vaak omdat internationale contracten meer aandachtspunten hebben dan binnenlandse overeenkomsten. Je moet rekening houden met verschillende rechtssystemen, talen en handelspraktijken.

Je leert hoe je partijen correct identificeert, duidelijke contractvoorwaarden opstelt en compliance-problemen voorkomt. Ook krijg je praktische tips over exportdocumenten en Incoterms.

Het identificeren van de partijen en hun vertegenwoordiging

Een groep van vijf zakelijke professionals bespreekt documenten en werkt samen aan een contract aan een vergadertafel in een kantoor met uitzicht op de stad.

Bij internationale commerciële contracten gaat het vaak mis met wie precies het contract tekent en of deze persoon dat wel mag doen. Een fout in de naam van een bedrijf of een handtekening van iemand zonder bevoegdheid kan grote juridische problemen opleveren.

Onjuiste aanduiding van partijen

U moet in uw contract exact vermelden wie partij is bij de overeenkomst. Dit betekent dat u de volledige, officiële naam van het bedrijf moet gebruiken zoals deze is geregistreerd.

Bij een Nederlandse BV schrijft u bijvoorbeeld “ABC Holding B.V.” en niet alleen “ABC” of “ABC Holding”. Internationale contracten maken dit nog ingewikkelder omdat bedrijfsstructuren per land verschillen.

Let op deze belangrijke punten:

  • Controleer de exacte rechtsvorm (BV, NV, GmbH, Ltd, LLC)

  • Vermeld het vestigingsadres en registratienummer

  • Check of u contracteert met het moederbedrijf of een dochteronderneming

  • Noteer bij buitenlandse partijen ook het land van vestiging

Een handelsnaam is niet hetzelfde als de officiële bedrijfsnaam. Als u de verkeerde naam gebruikt, kan onduidelijk zijn met wie u eigenlijk een contract heeft.

Dit maakt het later moeilijk of zelfs onmogelijk om uw rechten af te dwingen.

Verkeerde of ontbrekende vertegenwoordiging

De persoon die het contract voor een bedrijf tekent moet daar wettelijk toe bevoegd zijn. Bij een BV zijn dit meestal de directeuren, maar dit kan per bedrijf verschillen.

Veel voorkomende fouten:

  • Een medewerker tekent zonder volmacht

  • Iemand tekent namens een buitenlands bedrijf zonder bevoegdheid

  • Er is een volmacht nodig maar deze ontbreekt

  • Bij bepaalde contracten moeten meerdere personen tekenen

Bij internationale contracten is dit extra belangrijk omdat de regels per land anders zijn. In sommige landen moet een contract altijd door twee personen worden getekend.

In andere landen kan één directeur alles alleen beslissen.

Vraag altijd om een bewijs van vertegenwoordigingsbevoegdheid. Dit kan een uittreksel uit het handelsregister zijn of een schriftelijke volmacht.

Zonder dit bewijs loopt u het risico dat de andere partij later zegt dat het contract niet geldig is.

Controle via handelsregister en Kamer van Koophandel

U kunt bij de Kamer van Koophandel controleren of de gegevens kloppen. Een uittreksel uit het handelsregister laat zien wie bevoegd is om het bedrijf te vertegenwoordigen.

Dit uittreksel bevat:

  • De officiële naam en rechtsvorm
  • Het adres en registratienummer
  • Wie tekenbevoegd zijn
  • Of er bijzondere beperkingen gelden

Voor buitenlandse partijen moet u het equivalent van het Nederlandse handelsregister raadplegen. Elk land heeft zijn eigen systeem.

In Duitsland is dit het Handelsregister, in het Verenigd Koninkrijk het Companies House.

Vraag een recent uittreksel op, niet ouder dan drie maanden. Tekenbevoegdheid kan wijzigen door bestuurswisselingen of nieuwe volmachten.

Een verouderd uittreksel geeft u geen zekerheid over de huidige situatie.

Bij twijfel kunt u ook vragen om een apostille of legalisatie van documenten. Dit is een officieel stempel dat bevestigt dat een document echt is.

Voor contracten met partijen buiten de EU is dit vaak verstandig.

Onduidelijke en onvolledige contracten vermijden

Vier zakelijke professionals die samen aan een tafel zitten en contracten doornemen in een kantoor met een wereldkaart op de achtergrond.

Vage taal en ontbrekende bepalingen zorgen voor de meeste problemen in internationale contracten. Je hebt duidelijke afspraken en specialistische controle nodig om deze risico’s uit te sluiten.

Vage of dubbelzinnige bepalingen

Termen als “redelijk”, “naar behoren” of “binnen afzienbare tijd” lijken handig, maar creëren ruimte voor discussie. In internationale contracten wordt dit nog problematischer door vertaalverschillen en verschillende rechtsculturen.

Je moet concrete getallen, datums en meetbare criteria gebruiken. Schrijf bijvoorbeeld “levering binnen 14 werkdagen” in plaats van “spoedige levering”.

Bij betalingen vermeld je het exacte bedrag, de valuta en de uiterste betaaldatum.

Veelvoorkomende vage formuleringen die je moet vermijden:

  • “Zo snel mogelijk” of “binnen redelijke termijn”

  • “Naar beste kunnen” zonder verdere specificatie

  • “Gebruikelijke kwaliteit” zonder kwaliteitsstandaarden

  • “Eventuele kosten” zonder maximumbedrag

Onduidelijke aansprakelijkheidsclausules zijn bijzonder riskant. Specificeer precies wie waarvoor aansprakelijk is, met concrete bedragen of percentages als maximum.

Het belang van volledige afspraken

Een onvolledig contract laat essentiële onderwerpen open voor interpretatie. Je schriftelijk contract moet alle kernonderdelen bevatten: partijgegevens, leveringsvoorwaarden, prijsafspraken, betalingstermijnen, garanties, aansprakelijkheid en beëindigingsvoorwaarden.

Vergeet vooral niet het toepasselijk recht en de bevoegde rechter vast te leggen. Bij internationale contracten voorkom je zo discussies over welk rechtssysteem geldt.

Ook geschillenbeslechting verdient aandacht – kies je voor arbitrage of een gewone rechtbank?

Essentiële contractonderdelen checklist:

Onderdeel Specificeer minimaal
Levering Termijnen, plaats, voorwaarden
Betaling Bedrag, valuta, datum, methode
Aansprakelijkheid Maximumbedrag, uitsluitingen, verzekering
Beëindiging Gronden, opzegtermijn, gevolgen
Geschillen Toepasselijk recht, bevoegde instantie

Bij intellectueel eigendom of geheimhouding heb je aparte clausules nodig. Laat niets impliciet of “zoals gebruikelijk” – schrijf het expliciet op.

Juridische kennis en controle

Je juridische kennis van zowel je eigen rechtssysteem als dat van de andere partij is onmisbaar. Elk land heeft eigen regels over contractgeldigheid, dwingend recht en interpretatie.

Laat schriftelijke contracten altijd controleren door een gespecialiseerde advocaat vóór ondertekening. Dit voorkomt kostbare fouten zoals strijdigheid met lokale wetgeving, onredelijke bedingen of ontbrekende wettelijk verplichte clausules.

Gebruik juridische databanken en software om je contract te vergelijken met actuele jurisprudentie. Tools kunnen inconsistenties en risicovolle formuleringen markeren, maar vervangen geen menselijke expertise.

Bij complexe internationale deals heb je soms juridische ondersteuning in meerdere rechtsgebieden nodig.

Algemene voorwaarden en compliance bij internationale contracten

Bij internationale contracten ontstaan vaak problemen doordat beide partijen hun eigen algemene voorwaarden willen toepassen. Dit leidt tot onduidelijkheid over welke regels gelden en kan compliance-risico’s creëren.

Toepasselijkheid van algemene voorwaarden

Je algemene voorwaarden worden alleen bindend wanneer de andere partij deze uitdrukkelijk accepteert. Het simpelweg versturen van je voorwaarden per e-mail is meestal niet genoeg.

Zorg dat je hoofdcontract duidelijk verwijst naar je algemene voorwaarden. Laat de wederpartij dit bevestigen met een handtekening of schriftelijke bevestiging.

Zonder deze expliciete aanvaarding kun je je niet op je voorwaarden beroepen.

Veel ondernemers maken deze fouten:

  • Ze sturen algemene voorwaarden pas ná het sluiten van het contract
  • Ze vergeten een specifieke verwijzing in het hoofdcontract op te nemen
  • Ze kunnen niet bewijzen dat de wederpartij de voorwaarden heeft ontvangen

Let op de timing. Algemene voorwaarden die je vóór het sluiten van het contract verstuurt, maar die worden gevolgd door een ondertekend contract met andere bepalingen, hebben meestal geen juridische waarde.

Het laatst ondertekende document prevaleert.

Battle of the Forms en conflicterende voorwaarden

Wanneer beide partijen hun eigen algemene voorwaarden insturen, ontstaat een ‘battle of the forms‘.

Dit gebeurt veel bij internationale samenwerkingen tussen bedrijven uit verschillende landen.

De rechter kiest meestal voor het document dat als laatste is ondertekend door beide partijen. Specifieke bepalingen in het hoofdcontract gaan altijd voor op algemene voorwaarden.

Als jouw algemene voorwaarden andere regels bevatten dan het ondertekende contract, gelden de contractregels.

Zo voorkom je dit probleem:

  • Neem alle essentiële afspraken op in het hoofdcontract zelf
  • Regel het toepasselijk recht en de bevoegde rechter in het contract
  • Bespreek conflicterende voorwaarden voordat je tekent
  • Schakel een advocaat in Brugge of elders in België voor advies

Bij internationale contracten is compliance extra belangrijk. Verschillende landen hebben andere regels over wat wel en niet mag in algemene voorwaarden.

Sommige clausules die in België toegestaan zijn, kunnen in andere landen nietig zijn.

Export, Incoterms en logistieke valkuilen

Bij export lopen veel bedrijven vast op verkeerde afspraken over transport en verantwoordelijkheden. Fouten in Incoterms, verpakking en documentatie leiden tot extra kosten en vertragingen aan de grens.

Verkeerd gebruik van Incoterms (zoals CIF)

Veel exporteurs kiezen een Incoterm zonder de gevolgen goed te begrijpen. Je neemt bijvoorbeeld CIF (Cost, Insurance and Freight) over van een klant, maar weet niet dat je daarmee verantwoordelijk bent voor verzekering en zeetransport tot de bestemmingshaven.

Veelgemaakte fouten bij Incoterms:

  • Geen duidelijke bestemmingslocatie vermelden
  • Standaard kiezen wat de koper voorstelt
  • Niet weten wie douanekosten betaalt
  • Verkeerde Incoterm voor het transporttype gebruiken

Je moet altijd de volledige Incoterm met locatie gebruiken, zoals CIF – New York, USA of DAP – Zürich, Zwitserland.

Bij CIF regel je het zeetransport en de verzekering tot in de haven. De koper neemt daarna de inklaring en het verdere transport voor zijn rekening.

Maak vooraf heldere afspraken over wie welke kosten draagt.

Sommige Incoterms zoals DAP lijken aantrekkelijk, maar je blijft verantwoordelijk voor het volledige transport tot het adres van de koper. Dat brengt meer risico en kosten met zich mee dan je verwacht.

Fouten in verpakking en transport

Slechte verpakking leidt tot beschadigde goederen en claims. Je verliest niet alleen geld aan de zending, maar ook aan je reputatie als betrouwbare handelspartner.

Veel bedrijven onderschatten de eisen van internationaal transport. Zee- en luchtvracht vereisen andere verpakking dan binnenlands vervoer.

Pallets moeten voldoen aan ISPM 15-normen bij export buiten de EU. Zonder deze certificering weigert de douane je zending.

Plan ook voldoende tijd in voor transport. Veel exporteurs houden geen rekening met douanecontroles, feestdagen in het importland of seizoensdrukte.

Chinees Nieuwjaar of Ramadan kunnen je doorlooptijd met weken vertragen.

Belangrijke aandachtspunten:

  • Gebruik gecertificeerde pallets voor export buiten de EU
  • Reken met een buffer van minimaal 20% op de geplande doorlooptijd
  • Check of je verpakking bestand is tegen stapeling en vocht
  • Zorg dat het gewicht en de afmetingen kloppen op alle documenten

Onjuiste documentatie en certificering

Zendingen lopen vertraging op door ontbrekende of foutieve documenten. Je hebt minimaal een commerciële factuur, paklijst en soms een exportvergunning nodig.

De waarde op je factuur moet kloppen met de werkelijke verkoopprijs. Te lage bedragen leiden tot problemen met de douane en mogelijke boetes.

Ook de omschrijving van je goederen moet gedetailleerd en correct zijn.

Essentiële exportdocumenten:

Document Waarom nodig Veel voorkomende fout
Commerciële factuur Douaneaangifte en betaling Verkeerde waarde of omschrijving
Paklijst Controle inhoud Aantal of gewicht klopt niet
Certificaat van oorsprong Tariefvoordelen Niet aangevraagd terwijl verplicht
Exportvergunning Bepaalde producten Vergeten aan te vragen

Bepaalde producten vragen om specifieke certificering. Denk aan voedselveiligheidsverklaringen, CE-markeringen of fytosanitaire certificaten.

Check per land welke eisen gelden. Een lokaal douaneagent kan je helpen om vast te stellen welke documenten je precies nodig hebt.

Afspraken over beëindiging, overdracht en schadevergoeding

Veel internationale contracten missen essentiële afspraken over hoe een contract eindigt, wie verantwoordelijkheden kan overdragen en wat er gebeurt bij schade.

Deze onduidelijkheid leidt vaak tot kostbare geschillen tussen partijen uit verschillende landen.

Gebrek aan duidelijke opzegtermijnen

Een opzegtermijn bepaalt wanneer je een contract mag beëindigen en hoeveel tijd je moet geven aan de andere partij.

Zonder duidelijke afspraken hierover ontstaan er problemen.

In Nederland zijn duurcontracten meestal opzegbaar, maar internationale wetten werken anders. In sommige landen kun je helemaal niet opzeggen zonder concrete grond.

Andere landen vereisen lange opzegtermijnen van zes maanden of meer.

Vermeld altijd de volgende zaken in je contract:

  • De minimale opzegtermijn in dagen of maanden
  • Of opzegging schriftelijk moet gebeuren
  • Of je een reden nodig hebt om op te zeggen
  • Wat er gebeurt met lopende verplichtingen na opzegging

Vergeet niet dat verschillende rechtstelsels verschillende standaardregels hebben. Wat normaal is in Nederland geldt niet automatisch in andere landen.

Onvoldoende afspraken over overdracht van verplichtingen

Overdracht betekent dat je jouw rechten of plichten uit het contract aan iemand anders geeft. Dit komt vaak voor bij bedrijfsoverdrachten of reorganisaties.

Veel contracten zeggen niets over overdracht. Dan gelden nationale wetten, maar die verschillen sterk per land.

In sommige landen mag je vrij overdragen. In andere landen moet de andere partij eerst toestemming geven.

Let op deze punten:

  • Mag overdracht zonder toestemming van de andere partij?
  • Welke verplichtingen blijven bij de oorspronkelijke partij?
  • Moet de nieuwe partij dezelfde kwalificaties hebben?
  • Hoe wordt de andere partij geïnformeerd over overdracht?

Regel dit expliciet in je contract. Dit voorkomt discussies wanneer je bedrijf wordt overgenomen of wanneer de andere partij verplichtingen wil overdragen aan een derde.

Schadevergoeding bij contractbeëindiging

Schadevergoeding compenseert schade die ontstaat wanneer een contract eindigt. Zonder duidelijke afspraken moet je dit later via de rechter regelen.

De hoogte van schadevergoeding verschilt enorm per land.

Sommige rechtssystemen kennen strafschadevergoeding (punitive damages), andere alleen werkelijke schade. In Nederland krijg je meestal alleen compensatie voor daadwerkelijk geleden verlies.

Maak concrete afspraken over:

  • Of er schadevergoeding komt bij opzegging
  • Hoe de hoogte wordt berekend
  • Een maximum bedrag of formule
  • Of verloren winst meetelt

Je kunt ook een boeteclausule opnemen. Dit is een vast bedrag dat betaald wordt bij bepaalde situaties.

Dit maakt zaken voorspelbaar en voorkomt lange rechtszaken over de exacte schade.

Speciale aandachtspunten: samenwerkingsovereenkomsten en DBA

Internationale contracten vragen om extra zorgvuldigheid bij specifieke samenwerkingsvormen.

De keuze voor een samenwerkingsovereenkomst of DBA-constructie heeft grote gevolgen voor je juridische positie en fiscale verplichtingen.

De juiste contractvorm kiezen

Een samenwerkingsovereenkomst regelt de samenwerking tussen twee of meer partijen zonder dat er een aparte rechtspersoon ontstaat. Elke partij blijft zelfstandig en draagt zijn eigen verantwoordelijkheden.

Bij internationale projecten moet je bepalen welk recht van toepassing is. Dit vastleggen voorkomt discussies als er iets misgaat.

Je kunt kiezen voor het recht van één van de betrokken landen of voor neutraal internationaal recht. Een DBA (Overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting) regelt fiscale zaken bij grensoverschrijdende activiteiten.

Het voorkomt dat je in twee landen over hetzelfde inkomen belasting betaalt. Let op deze contractelementen:

  • Welk rechtssysteem geldt
  • Waar geschillen worden beslecht
  • Hoe je vertrouwelijke informatie beschermt
  • Wanneer en hoe je het contract beëindigt

De verkeerde keuze leidt tot onduidelijkheid over aansprakelijkheid en belastingplicht. Dat kan je duur komen te staan.

Risico’s bij samenwerkingsovereenkomsten

Bij internationale samenwerkingsovereenkomsten loop je specifieke risico’s die je bij nationale contracten niet hebt. Verschillende rechtssystemen zorgen voor onduidelijkheid over welke regels gelden.

Intellectueel eigendom vraagt extra aandacht. Wie krijgt de rechten op kennis en producten die uit de samenwerking komen?

Leg dit vast voordat je begint. Belangrijke risicopunten:

Risico Oplossing
Onduidelijke aansprakelijkheid Vastleggen per land en situatie
Wisselende regelgeving Jaarlijkse contractcheck inbouwen
Valutaverschommelingen Afspraken maken over wisselkoersrisico

Lokale regelgeving kan verschillen van wat je gewend bent. Sommige landen eisen bijvoorbeeld specifieke vergunningen of registraties.

Verdiep je in deze lokale eisen voordat je tekent. Maak duidelijke afspraken over kosten en opbrengsten.

Wie betaalt wat? Hoe verdeel je onverwachte uitgaven?

Zet dit zwart-op-wit om verrassingen te voorkomen.

DBA en internationale inzet

Een DBA regelt bij welk land belasting mag heffen als je grensoverschrijdend werkt. Nederland heeft met veel landen zulke verdragen afgesloten.

Je moet bepalen waar je fiscaal inwoner bent. Dit hangt af van factoren zoals je vaste verblijfplaats, economische banden en nationaliteit.

Het land waar je fiscaal inwoner bent, mag meestal als eerste heffen. Vaste inrichting is een belangrijk begrip.

Als je in een ander land een vaste basis hebt, mag dat land ook belasting heffen. Denk aan een kantoor, fabriek of bouwplaats die langer dan zes maanden bestaat.

Bij dienstverlening gelden speciale regels:

  • Hoeveel dagen werk je in het andere land
  • Heb je daar een vaste werkplek
  • Betaalt een lokale of buitenlandse opdrachtgever

Royalty’s en rente uit het buitenland vallen ook onder DBA-afspraken. Vaak mag het bronland een beperkt percentage inhouden.

Nederland verrekent dit met je Nederlandse belasting. Vraag bij twijfel advies van een fiscalist.

De regelgeving is complex en fouten kunnen tot naheffingen en boetes leiden.

Frequently Asked Questions

Bij internationale contracten komen steeds dezelfde vragen terug over juridische aspecten, risicobescherming en naleving van regels. De antwoorden hierop helpen bedrijven om kostbare fouten te voorkomen.

Wat zijn de voornaamste juridische aspecten om te overwegen bij het opstellen van internationale commerciële contracten?

Je moet eerst bepalen welk rechtsstelsel van toepassing is op het contract. Dit noem je de toepasselijke wetgeving.

Zonder duidelijke afspraken hierover kan er verwarring ontstaan bij geschillen. De keuze van een geschillenbeslechtingsmethode is ook belangrijk.

Je kunt kiezen voor arbitrage of voor een specifieke rechtbank in een bepaald land. Let op de geldigheid van handtekeningen en contractvormen in verschillende landen.

Sommige landen vereisen specifieke formele vereisten voor bepaalde soorten contracten. Je moet ook rekening houden met lokale arbeidsrechten, belastingwetten en handelswetten die je contract kunnen beïnvloeden.

Hoe kunnen bedrijven zich beschermen tegen valutarisico’s in internationale contracten?

Je kunt een vaste wisselkoers afspreken in het contract voor de volledige looptijd. Dit beschermt beide partijen tegen plotselinge schommelingen in de valutamarkt.

Een andere optie is het gebruik van valutatermijncontracten bij je bank. Hiermee fixeer je de wisselkoers voor een toekomstige betaling.

Je kunt ook afspreken om te betalen in een stabiele valuta zoals de euro of dollar, in plaats van een lokale munt met veel schommelingen. Sommige bedrijven kiezen voor prijsaanpassingsclausules in het contract.

Deze clausules zorgen dat de prijs automatisch wordt aangepast wanneer de wisselkoers met een bepaald percentage verandert.

Welke incoterms moeten in acht genomen worden bij het formuleren van leveringsvoorwaarden in internationale overeenkomsten?

Incoterms zijn internationale regels die bepalen wie verantwoordelijk is voor transport, verzekering en risico’s. De meest gebruikte incoterms zijn EXW, FOB, CIF en DDP.

Bij EXW (Ex Works) haal je de goederen op bij de leverancier en regel je alles zelf. FOB (Free On Board) betekent dat de verkoper de goederen op het schip plaatst en jij daarna de verantwoordelijkheid neemt.

CIF (Cost, Insurance and Freight) houdt in dat de verkoper betaalt voor transport en verzekering tot de bestemmingshaven. DDP (Delivered Duty Paid) betekent dat de verkoper alle kosten en risico’s draagt tot aan jouw deur, inclusief douanekosten.

Je moet de juiste incoterm kiezen die past bij je ervaring en mogelijkheden. Zorg dat beide partijen begrijpen wat de gekozen incoterm precies betekent voor hun verplichtingen.

Op welke wijze kunnen misverstanden over productkwaliteit en specificaties voorkomen worden in internationale handelscontracten?

Je moet technische specificaties zo gedetailleerd mogelijk beschrijven in het contract. Gebruik meetbare criteria zoals afmetingen, gewicht, materialen en prestatie-eisen.

Voeg monsters of referentieproducten toe aan het contract. Dit geeft een duidelijk voorbeeld van wat je verwacht.

Je kunt ook internationale kwaliteitsnormen vermelden zoals ISO-certificeringen die van toepassing zijn. Neem een goedkeuringsprocedure op in het contract voor monsters of eerste leveringen.

Bepaal duidelijk wie de kwaliteitscontrole uitvoert en volgens welke methode. Beschrijf ook wat er gebeurt wanneer de kwaliteit niet voldoet aan de afspraken, inclusief het recht op terugzending of prijsvermindering.

Welke stappen dienen ondernemingen te ondernemen om de naleving van internationale sancties en exportcontroles te waarborgen?

Je moet controleren of het land, het bedrijf of de persoon waarmee je zaken doet op een sanctielijst staat. De Europese Unie en individuele landen publiceren deze lijsten regelmatig online.

Controleer of je producten onder exportcontrole vallen. Sommige goederen en technologieën hebben een speciale vergunning nodig voor export.

Dit geldt vooral voor militaire goederen, bepaalde technologie en chemicaliën. Voer regelmatig screenings uit van je handelspartners.

Gebruik daarvoor betrouwbare databases en update je informatie regelmatig. Documenteer al je controles en bewaar deze gegevens zorgvuldig.

Train je medewerkers die met internationale contracten werken. Zij moeten weten waar ze op moeten letten en wanneer ze juridisch advies moeten inwinnen.

Hoe kunnen bedrijven intellectuele eigendomsrechten effectief beschermen in verschillende jurisdicties bij het aangaan van internationale contracten?

Je moet je patenten, merken en auteursrechten registreren in elk land waar je zaken doet. Internationale registratie via het WIPO-systeem kan dit proces vereenvoudigen.

Neem duidelijke geheimhoudingsclausules op in je contract. Deze clausules moeten beschrijven welke informatie vertrouwelijk is en hoe lang de geheimhouding geldt.

Bepaal ook wat er gebeurt bij schending van de geheimhouding. Leg vast wie eigenaar wordt van nieuwe ontwikkelingen tijdens de samenwerking.

Dit voorkomt discussies over eigendomsrechten later. Je kunt ook licentievoorwaarden opnemen die bepalen hoe je intellectueel eigendom gebruikt mag worden.

Kies een land met sterke bescherming van intellectueel eigendom als jurisdictie voor geschillen. Niet alle landen handhaven deze rechten even streng.

Nieuws

Bestuurdersaansprakelijkheid in 2026: wanneer bent u privé aansprakelijk als directeur van een BV?

Als bestuurder van een BV bent u meestal niet persoonlijk aansprakelijk voor de schulden van uw bedrijf. Dat is een van de grote voordelen van een BV: de rechtspersoon is gescheiden van uzelf als directeur.

Maar deze bescherming is niet absoluut. Bestuurders kunnen wel privé aansprakelijk worden gesteld wanneer zij hun taken ernstig verwaarlozen, bewust fouten maken, of handelen terwijl zij weten dat de BV haar verplichtingen niet kan nakomen.

Een zakelijke vergadering in een modern kantoor met een directeur en collega's die discussiëren aan een vergadertafel, met een stadsgezicht op de achtergrond.

De gevolgen van bestuurdersaansprakelijkheid kunnen groot zijn. U kunt persoonlijk worden aangesproken door de BV zelf, door schuldeisers, of door de curator bij een faillissement.

Ook de Belastingdienst kan u privé aanspreken in bepaalde situaties. Het is daarom belangrijk te weten wanneer deze risico’s ontstaan.

In dit artikel leest u precies wanneer u als bestuurder privé aansprakelijk bent. We bespreken de verschillende soorten aansprakelijkheid, de specifieke situaties waarin u risico loopt, en hoe u zich kunt beschermen.

Wat is bestuurdersaansprakelijkheid?

Een zakelijke professional die in een modern kantoor documenten bekijkt aan een bureau.

Als bestuurder van een BV bent u normaal niet privé aansprakelijk voor schulden van het bedrijf. In bepaalde situaties kan dit echter anders zijn, waardoor uw privévermogen gevaar loopt.

Definitie en kernbegrippen

Bestuurdersaansprakelijkheid betekent dat u als bestuurder persoonlijk aansprakelijk wordt gesteld voor schade of schulden van de rechtspersoon. Dit houdt in dat u met uw privévermogen moet betalen voor verplichtingen van het bedrijf.

Er zijn twee hoofdvormen van bestuurdersaansprakelijkheid. Interne aansprakelijkheid ontstaat wanneer de rechtspersoon zelf u aanspreekt voor schade door slecht bestuur.

Externe aansprakelijkheid betekent dat derden, zoals schuldeisers, u persoonlijk aanspreken. Persoonlijke aansprakelijkheid kan grote financiële gevolgen hebben.

Uw spaargeld, huis en andere bezittingen kunnen worden gebruikt om schulden te betalen. Dit maakt het belangrijk om de regels en risico’s goed te kennen.

De rol van rechtspersoon en bestuurder

Een BV of NV heeft rechtspersoonlijkheid. Dit betekent dat het bedrijf een aparte juridische entiteit is, los van u als persoon.

Door deze scheiding zijn normaal alleen de bezittingen van de rechtspersoon aansprakelijk voor schulden. Uw privévermogen blijft dan buiten schot.

De rechtspersoon sluit contracten af, heeft eigen bezittingen en draagt eigen verplichtingen. Als bestuurder voert u het dagelijks beheer en neemt u beslissingen namens de rechtspersoon.

U vertegenwoordigt het bedrijf naar buiten toe. Deze vertegenwoordiging gebeurt echter in naam van de BV of NV, niet in uw persoonlijke naam.

Deze scheiding tussen rechtspersoon en bestuurder vormt de basis van beperkte aansprakelijkheid. Het beschermt u tegen persoonlijke financiële risico’s bij normale bedrijfsvoering.

Uitzonderingen op beperkte aansprakelijkheid

De bescherming tegen persoonlijke aansprakelijkheid geldt niet altijd. Bij onbehoorlijk bestuur kunt u privé aansprakelijk worden gesteld.

Dit gebeurt alleen bij een ernstig verwijt aan uw functioneren als bestuurder. Voorbeelden van onbehoorlijk bestuur zijn:

  • Leningen afsluiten tegen veel te hoge rentes

  • Belangrijke beslissingen nemen zonder goede voorbereiding

  • Contracten aangaan terwijl u weet dat de BV niet kan betalen

Bij schulden aan de Belastingdienst of UWV gelden strikte regels. U moet betalingsonmacht binnen twee weken melden.

Doet u dit niet, dan riskeert u persoonlijke aansprakelijkheid voor onbetaalde belastingen en premies. Ook bij een onrechtmatige daad kunt u aansprakelijk zijn.

Dit gebeurt wanneer u bewust handelt op een manier die anderen schaadt. Bijvoorbeeld door goederen te bestellen terwijl u weet dat de rechtspersoon niet kan betalen.

Soorten bestuurdersaansprakelijkheid: Intern en Extern

Een zakelijke directeur bekijkt documenten aan een bureau terwijl een groep professionals overlegt in een modern kantoor.

Als bestuurder van een BV kunt u op twee manieren aansprakelijk worden gesteld: intern door de BV zelf of haar aandeelhouders, en extern door derden zoals schuldeisers of zakenpartners. Beide vormen hebben hun eigen juridische grondslag en gevolgen voor uw privévermogen.

Interne bestuurdersaansprakelijkheid

Interne bestuurdersaansprakelijkheid ontstaat wanneer u als bestuurder schade veroorzaakt aan uw eigen BV. De juridische basis hiervoor vindt u in artikel 2:9 BW en artikel 2:248 BW.

De BV of haar aandeelhouders kunnen u aansprakelijk stellen bij onbehoorlijk bestuur. Dit betekent dat u uw taken niet goed heeft uitgevoerd.

Voorbeelden zijn het nemen van ondoordachte investeringsbeslissingen, het negeren van statuten, of het niet bijhouden van een deugdelijke administratie. U bent alleen aansprakelijk als er sprake is van een ernstig verwijt.

De rechter kijkt of u als redelijk handelend bestuurder anders had moeten handelen. Kleine fouten leiden meestal niet tot aansprakelijkheid.

Belangrijke situaties bij interne aansprakelijkheid:

  • Het niet naleven van statutaire bepalingen

  • Onzorgvuldige financiële beslissingen die de BV schaden

  • Het doorstarten met een onhoudbare exploitatie

  • Onvoldoende toezicht op medebestuurders

De bewijslast ligt bij de BV of aandeelhouders. Zij moeten aantonen dat u onbehoorlijk heeft bestuurd en dat dit de schade heeft veroorzaakt.

Externe bestuurdersaansprakelijkheid

Externe bestuurdersaansprakelijkheid houdt in dat u als bestuurder persoonlijk aansprakelijk bent tegenover derden buiten de BV. Deze aansprakelijkheid is gebaseerd op artikel 6:162 BW (onrechtmatige daad).

U kunt worden aangesproken door leveranciers, afnemers, de belastingdienst of andere externe partijen. Dit gebeurt wanneer u een onrechtmatige daad heeft gepleegd in uw functie als bestuurder.

Voorbeelden zijn het misleiden van zakenpartners, het niet afdragen van loonbelasting, of bewust schulden laten ontstaan terwijl de BV niet kan betalen. De rechter beoordeelt of u een persoonlijk ernstig verwijt treft.

Dit is het geval wanneer u wist of had moeten weten dat uw handelen derden zou schaden. Ook onbehoorlijke taakvervulling kan leiden tot externe aansprakelijkheid.

Veel voorkomende situaties:

  • Niet afdragen van loonheffingen aan de Belastingdienst

  • Aangaan van verplichtingen terwijl de BV ze niet kan nakomen

  • Verstrekken van misleidende informatie aan crediteuren

  • Bewust frauduleus handelen

Bij externe aansprakelijkheid staat uw privévermogen direct op het spel. Schuldeisers kunnen beslag leggen op uw persoonlijke bezittingen.

Verschil tussen interne en externe aansprakelijkheid

Het belangrijkste verschil zit in wie u aansprakelijk stelt en op welke juridische grondslag. Bij interne aansprakelijkheid gaat het om schade binnen de BV, gebaseerd op het Burgerlijk Wetboek boek 2 (rechtspersonenrecht).

Bij externe aansprakelijkheid is er schade bij derden, gebaseerd op artikel 6:162 BW (onrechtmatige daad).

Kern verschillen op een rij:

Aspect Intern Extern
Wie stelt aansprakelijk BV of aandeelhouders Derden (crediteuren, overheid)
Juridische basis Artikel 2:248 BW Artikel 6:162 BW
Type schade Schade aan de BV zelf Schade aan externe partijen
Bewijslast Bij de BV/aandeelhouders Bij de derde partij

Externe bestuurdersaansprakelijkheid is altijd individueel. Alleen de bestuurder die persoonlijk tekortschiet wordt aangesproken.

Bij interne aansprakelijkheid kunnen meerdere bestuurders hoofdelijk aansprakelijk zijn. Ook de financiële gevolgen verschillen.

Bij externe aansprakelijkheid loopt u vaak grotere risico’s omdat schuldeisers direct uw privévermogen kunnen aanspreken. Bij interne aansprakelijkheid moet eerst worden vastgesteld welke schade de BV heeft geleden door uw handelen.

Wanneer bent u als bestuurder van een BV privé aansprakelijk?

Als bestuurder van een BV geniet u normaal bescherming tegen persoonlijke aansprakelijkheid. Deze bescherming is niet absoluut.

U kunt met uw privévermogen aansprakelijk worden gesteld wanneer u ernstige fouten maakt in uw bestuurstaak, onrechtmatig handelt, schuldeisers benadeelt, of wanneer de BV failliet gaat onder bepaalde omstandigheden.

Onbehoorlijk bestuur en ernstig verwijt

U bent persoonlijk aansprakelijk wanneer u uw bestuurstaak onbehoorlijk uitvoert en u daarvan een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Dit betekent dat u zich duidelijk buiten de grenzen heeft begeven van hoe een zorgvuldig bestuurder zou handelen.

De rechter kijkt naar de omstandigheden van het geval. Een gewone beleidsbeslissing die achteraf slecht uitpakt, maakt u niet aansprakelijk.

Er moet sprake zijn van een duidelijke fout die een normaal voorzichtige bestuurder niet zou maken. Voorbeelden van onbehoorlijk bestuur zijn:

  • Het niet bijhouden van een deugdelijke administratie

  • Het negeren van financiële waarschuwingssignalen

  • Het voortzetten van de onderneming terwijl faillissement onvermijdelijk is

  • Het niet nakomen van wettelijke verplichtingen

Bij hoofdelijke aansprakelijkheid bent u samen met andere bestuurders volledig aansprakelijk voor de totale schade.

Onrechtmatig handelen en nalatigheid

Wanneer u als bestuurder onrechtmatig handelt, kunt u persoonlijk aansprakelijk worden gesteld door zowel de BV als door derden. Onrechtmatig handelen betekent dat u de wet overtreedt, rechten van anderen schendt, of handelt in strijd met wat in het maatschappelijk verkeer betaamt.

Nalatigheid speelt ook een belangrijke rol. Als u nalaat om tijdig actie te ondernemen wanneer dat nodig is, kan dit leiden tot persoonlijke aansprakelijkheid.

Denk bijvoorbeeld aan het te laat aanvragen van een faillissement. U bent ook aansprakelijk wanneer u wettelijke regels of de statuten van de BV schendt.

In dat geval hoeft er geen sprake te zijn van een ernstig verwijt. De schending zelf is al voldoende grond voor aansprakelijkheid.

Derden zoals leveranciers of klanten kunnen u in bepaalde situaties rechtstreeks aanspreken voor schade die zij lijden door uw fouten.

Selectieve betalingen en benadeling van schuldeisers

Selectieve betaling is een veel voorkomende grond voor persoonlijke aansprakelijkheid. Dit gebeurt wanneer u bepaalde crediteuren wel betaalt en andere niet, terwijl u weet dat de BV niet alle schulden kan betalen.

Als bestuurder mag u schuldeisers niet bewust benadelen. Wanneer u weet of redelijkerwijs moet weten dat de BV haar schulden niet meer kan betalen, moet u gelijk behandelen.

Het voortrekken van bepaalde crediteuren kan u privé aansprakelijk maken voor de benadeelde schuldeisers. Let op bij betalingen aan:

  • Uzelf als bestuurder

  • Familie of vrienden

  • Verbonden ondernemingen

  • Bepaalde leveranciers boven anderen

De curator kan na een faillissement deze betalingen terugvorderen. U bent dan persoonlijk aansprakelijk voor het bedrag dat andere schuldeisers hierdoor zijn misgelopen.

Aansprakelijkheid bij faillissement

Bij faillissement van de BV neemt het risico op persoonlijke aansprakelijkheid fors toe. De curator onderzoekt dan of u als bestuurder uw taken goed heeft uitgevoerd in de periode voor het faillissement.

U bent aansprakelijk bij faillissement wanneer er sprake is van onbehoorlijk bestuur dat een belangrijke oorzaak is van het faillissement. De curator moet dan wel aantonen dat u een ernstig verwijt treft.

Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer u geen adequate administratie heeft bijgehouden of wettelijke verplichtingen heeft genegeerd. Er geldt een wettelijk vermoeden van schuld in specifieke situaties:

  • Wanneer de administratie niet voldoet aan de wettelijke vereisten

  • Als de administratie niet tijdig beschikbaar wordt gesteld aan de curator

  • Wanneer u het faillissement te laat heeft aangevraagd

Dit betekent dat u dan moet bewijzen dat u geen fout heeft gemaakt. De bewijslast ligt bij u als bestuurder.

De curator en andere schuldeisers kunnen u hoofdelijk aansprakelijk stellen voor het tekort in het faillissement.

Aansprakelijkheid in specifieke situaties en uitzonderingen

De aansprakelijkheid van bestuurders kent bijzondere regels bij oprichting van een besloten vennootschap, voor statutair directeuren en binnen concern-verhoudingen. Deze situaties brengen specifieke risico’s met zich mee die verder gaan dan reguliere bestuurdersaansprakelijkheid.

Aansprakelijkheid vóór oprichting van de BV

U bent persoonlijk aansprakelijk voor verplichtingen die u aangaat voordat uw besloten vennootschap officieel is opgericht. Dit geldt zelfs als u namens de toekomstige BV handelt.

De oprichting is pas voltooid na notariële akte en inschrijving in het handelsregister. Tot dat moment bestaat de rechtspersoon juridisch niet.

Belangrijke risico’s in de oprichtingsfase:

  • Het sluiten van huurcontracten voor bedrijfspanden

  • Het aangaan van leveranciersovereenkomsten

  • Het aannemen van personeel

  • Het bestellen van goederen of diensten

Na oprichting kan de BV deze verplichtingen overnemen. Dit moet gebeuren binnen drie maanden en vereist goedkeuring van alle oprichters.

Zonder formele overname blijft u persoonlijk aansprakelijk voor alle aangegane verplichtingen. Let op dat uw persoonlijke vermogen risico loopt bij verplichtingen die de BV later niet kan nakomen.

Wacht daarom bij voorkeur met grote financiële verplichtingen tot na de officiële oprichting.

Rol van de statutair directeur

Als statutair directeur heeft u specifieke taken die verder gaan dan andere bestuurders. U bent bevoegd om de besloten vennootschap wettelijk te vertegenwoordigen.

Uw naam staat vermeld in het handelsregister en de statuten van de vennootschap. Dit betekent dat u extern kenbaar bent als eindverantwoordelijke.

Extra verantwoordelijkheden van een statutair directeur:

  • Het verzorgen en deponeren van de jaarrekening

  • Het bijhouden van een deugdelijke administratie

  • Het aanvragen van faillissement bij betalingsonmacht

  • Het informeren van aandeelhouders over de bedrijfsvoering

U kunt niet zomaar verwijzen naar andere bestuurders als verweer bij aansprakelijkheid. De rol van statutair directeur brengt verhoogde waakzaamheid met zich mee.

Het te laat deponeren van de jaarrekening leidt tot bewijsvermoeden van kennelijk onbehoorlijk bestuur bij faillissement. U moet dan bewijzen dat er geen verband bestaat tussen de vertraging en het faillissement.

Een slechte of ontbrekende administratie versterkt aansprakelijkheid aanzienlijk. Dit geldt zowel intern tegenover de BV als extern tegenover schuldeisers.

Moedermaatschappijen en dochterondernemingen

Binnen een holding-structuur ontstaan specifieke aansprakelijkheidsrisico’s voor bestuurders van beide entiteiten. U kunt als bestuurder van een moederbedrijf aansprakelijk worden voor schade bij de dochteronderneming.

Dit gebeurt vooral wanneer u te veel invloed uitoefent op de dochter. De zelfstandigheid van de dochteronderneming moet behouden blijven.

Risicosituaties in concern-verhoudingen:

  • Centrale kasconstructies waarbij de dochter geen eigen middelen heeft

  • Opdrachten van het moederbedrijf die niet in het belang zijn van de dochter

  • Ondoelmatig beheer waarbij de dochter als verlengstuk dient

  • Achtergestelde leningen die verhaalsmogelijkheden frustreren

U mag niet alleen het belang van de holding laten prevaleren. Elke besloten vennootschap heeft eigen belangen die u moet beschermen.

Let bijzonder op bij financiële stromen tussen moeder en dochter. Vermijd dat de dochteronderneming financieel wordt uitgehold ten voordele van de holding of andere groepsmaatschappijen.

Bij faillissement van een dochteronderneming onderzoekt de curator vaak de rol van het moederbedrijf. Documenteer daarom zorgvuldig dat beslissingen gebaseerd zijn op zakelijke overwegingen voor de dochter zelf.

Aansprakelijkheid ten opzichte van de Belastingdienst en bij betalingsonmacht

De Belastingdienst kan u als bestuurder persoonlijk aanspreken voor onbetaalde belastingen en premies van uw BV. U moet betalingsproblemen op tijd melden om verdergaande aansprakelijkheid te voorkomen.

Belasting- en premieschulden

Als bestuurder van een BV bent u aansprakelijk wanneer uw onderneming belastingen en premies niet kan betalen. Dit geldt vooral voor naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen die onder de vennootschapsbelasting vallen.

De Belastingdienst kan u aansprakelijk stellen als het aannemelijk is dat de betalingsproblemen voortkomen uit onbehoorlijk bestuur. Dit betekent dat u als bestuurder verkeerde keuzes heeft gemaakt of taken heeft verwaarloosd.

De aansprakelijkheid geldt voor verschillende soorten belastingen. Denk hierbij aan omzetbelasting, loonheffingen en vennootschapsbelasting.

Ook sociale premies vallen hieronder.

Wanneer bent u aansprakelijk:

  • Uw BV kan de belastingen niet betalen
  • Dit komt door onbehoorlijk bestuur dat aan u te wijten is
  • U heeft betalingsonmacht niet tijdig gemeld

Bij een directie met meerdere bestuurders zijn alle bestuurders collectief verantwoordelijk. De Belastingdienst kan elke bestuurder apart aanspreken voor de volledige schuld.

Melding van betalingsonmacht

U moet betalingsproblemen binnen twee weken schriftelijk melden aan de Belastingdienst. Deze termijn begint te lopen na het verstrijken van de betaaltermijn van een aanslag.

Voor elke belastingsoort en iedere aanslag moet u een aparte melding doen. U kunt hiervoor het formulier “Melding van betalingsonmacht belastingen en premies” gebruiken.

Wat moet u doen:

  1. Download het formulier van de website van de Belastingdienst
  2. Vul alle vragen volledig in
  3. Stuur het formulier op tijd naar de Belastingdienst

Een tijdige melding beschermt u tegen automatische persoonlijke aansprakelijkheid. Bij kennelijk onbehoorlijk bestuur kan de Belastingdienst u ook na een melding aansprakelijk stellen.

Gevolgen van niet tijdig melden

Als u betalingsonmacht niet binnen twee weken meldt, bent u automatisch persoonlijk aansprakelijk. Dit betekent dat de Belastingdienst uw privévermogen kan aanspreken voor de financiële verplichtingen van de BV.

De bewijslast ligt bij u als bestuurder. U moet aantonen dat u wel op de juiste manier heeft gehandeld.

De Belastingdienst kan beslag leggen op uw persoonlijke bezittingen. Denk aan uw huis, auto of bankrekeningen.

Dit geldt voor het volledige bedrag van de onbetaalde belastingen en premies.

Bij meerdere bestuurders kan iedereen voor het volledige bedrag worden aangesproken. Dit gebeurt ongeacht uw persoonlijke rol in het financiële beleid van de onderneming.

Aansprakelijkheid bij andere rechtspersonen: vereniging en stichting

Bestuurders van verenigingen en stichtingen kunnen persoonlijk aansprakelijk worden gesteld, net als directeuren van een BV. De regels zijn grotendeels hetzelfde, maar er zijn belangrijke verschillen in hoe de wet deze rechtspersonen behandelt.

Vereniging en aansprakelijkheid bij financiële verplichtingen

Als u bestuurder bent van een vereniging, bent u niet automatisch aansprakelijk voor schulden. De vereniging is als rechtspersoon zelf aansprakelijk.

U kunt wel persoonlijk aansprakelijk worden bij onbehoorlijk bestuur. Dit gebeurt bijvoorbeeld als u geen goede boekhouding bijhoudt of als u schulden laat groeien terwijl dit te voorkomen was.

Bij verenigingen geldt hoofdelijke aansprakelijkheid voor alle bestuurders. Dit betekent dat u voor de volledige schade kan worden aangesproken, ook voor fouten van andere bestuurders.

De wet maakt hierbij geen verschil tussen betaalde en onbetaalde bestuursfuncties. Let vooral op bij financieel wanbeheer.

Als u crediteuren selectief betaalt terwijl de vereniging bijna failliet is, riskeert u persoonlijke aansprakelijkheid. Ook het aangaan van verplichtingen die de vereniging niet kan nakomen leidt vaak tot claims.

Stichting en bestuurdersaansprakelijkheid

Bestuurders van stichtingen vallen onder artikel 2:9 van het Burgerlijk Wetboek. U moet uw taken behoorlijk uitvoeren.

Doet u dit niet, dan kunt u aansprakelijk zijn. Bij stichtingen komt aansprakelijkheid vaak voor bij problemen met subsidies.

Als u niet voldoet aan de eisen van een subsidieverstrekker en de subsidie moet worden terugbetaald, kunt u hiervoor aansprakelijk zijn. Ook het niet op tijd informeren van toezichthouders is een veelvoorkomende oorzaak.

Stichtingen moeten voldoen aan de boekhoudplicht. U moet te allen tijde inzicht kunnen geven in de financiële positie.

Doet u dit niet, dan is dit vaak grond voor aansprakelijkstelling. Voor de Belastingdienst geldt een aparte regel.

U kunt persoonlijk aansprakelijk worden voor belastingschulden van de stichting als u uw taken ernstig heeft verwaarloosd.

Verschillen met de BV en NV

Het belangrijkste verschil zit in de anti-misbruikwetgeving. Deze zwaardere regels gelden alleen voor commerciële rechtspersonen zoals de BV en NV.

Voor niet-commerciële verenigingen en stichtingen gelden deze regels niet. De grens tussen commercieel en niet-commercieel ligt bij de vennootschapsbelastingplicht.

Is uw vereniging of stichting belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting, dan gelden de strengere regels.

Belangrijke overeenkomsten:

  • Artikel 2:9 BW geldt voor alle rechtspersonen
  • Onbehoorlijk bestuur is de basis voor aansprakelijkheid
  • Hoofdelijke aansprakelijkheid geldt bij alle vormen
  • Boekhoudplicht moet worden nageleefd

Voor verenigingen en stichtingen is vaak sprake van vrijwillige bestuurders. Dit maakt echter geen verschil voor uw aansprakelijkheid.

De wet behandelt betaalde en onbetaalde bestuurders gelijk. U kunt zich ook niet verschuilen achter de statutaire bepalingen als deze in strijd zijn met de wet.

Bescherming tegen privé aansprakelijkheid als bestuurder

Als bestuurder kunt u zich op verschillende manieren beschermen tegen persoonlijke aansprakelijkheid. Een goede administratie, de juiste verzekering en preventieve maatregelen helpen uw risico’s te beperken.

Het belang van een goede administratie

Een zorgvuldige administratie vormt uw belangrijkste verdediging tegen bestuurdersaansprakelijkheid. Bewaar alle belangrijke documenten zoals notulen van vergaderingen, financiële overzichten en belangrijke correspondentie.

Deze documenten kunnen dienen als bewijs dat u zorgvuldig heeft gehandeld. De bewijslast ligt vaak bij u als bestuurder om aan te tonen dat u geen fout heeft gemaakt.

Zonder goede documentatie wordt dit bijna onmogelijk. Zorg daarom dat beslissingen altijd worden vastgelegd en onderbouwd.

Let vooral op de financiële administratie van uw BV. Houd de jaarrekening op tijd klaar en zorg dat belastingaangiften correct en tijdig worden ingediend.

Fouten hierin kunnen snel leiden tot persoonlijke aansprakelijkheid. Maak ook duidelijke afspraken met mede-bestuurders over de taakverdeling.

Leg deze schriftelijk vast zodat later helder is wie verantwoordelijk was voor welke beslissingen.

Bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering

Een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering beschermt u tegen financiële claims. Deze aansprakelijkheidsverzekering dekt de kosten van juridische procedures en eventuele schadevergoeding die u persoonlijk moet betalen.

De verzekering springt in wanneer u wordt aangesproken voor fouten in uw werk als bestuurder. Dit geldt voor claims van aandeelhouders, schuldeisers of andere belanghebbenden.

Ook de juridische kosten om u te verdedigen worden gedekt. Let goed op de voorwaarden en uitsluitingen in uw polis.

Niet alle situaties zijn verzekerd. Opzettelijke fouten of fraude vallen bijvoorbeeld buiten de dekking.

Controleer jaarlijks of uw verzekering nog voldoende dekking biedt. De maximale dekking moet passen bij de omvang en risico’s van uw BV.

Te lage dekking kan betekenen dat u toch privé moet bijbetalen bij een claim.

Preventieve maatregelen en decharge

Neem concrete stappen om aansprakelijkheid te voorkomen. Vraag indien nodig professioneel advies bij belangrijke beslissingen over financiën, juridische zaken of grote investeringen.

Dit toont aan dat u zorgvuldig handelt. Vraag jaarlijks decharge aan de aandeelhouders tijdens de algemene vergadering.

Decharge betekent dat de aandeelhouders goedkeuring geven voor uw beleid over het afgelopen jaar. Dit biedt echter beperkte bescherming omdat schuldeisers u nog steeds kunnen aanspreken.

Stel duidelijke contractuele afspraken op die uw aansprakelijkheid beperken. Vooral na 1 januari 2025 is dit belangrijk geworden omdat de bescherming van bestuurders in contractuele verhoudingen is verminderd.

Neem aansprakelijkheidsbeperkingen op in contracten met leveranciers en klanten. Houd de financiële situatie van uw BV goed in de gaten.

Stop bij betalingsproblemen niet met het selectief betalen van schuldeisers. Dit leidt bijna altijd tot persoonlijke aansprakelijkheid.

Veelgestelde vragen

Directeuren van BV’s hebben vaak specifieke vragen over hun persoonlijke aansprakelijkheid en hoe ze zich hiertegen kunnen beschermen. De antwoorden op deze vragen helpen u om beter voorbereid te zijn op mogelijke risico’s.

Hoe kan ik me als directeur van een BV indekken tegen bestuurdersaansprakelijkheid?

U kunt zich op meerdere manieren beschermen tegen bestuurdersaansprakelijkheid. De meest effectieve methode is het afsluiten van een D&O-verzekering (Directors and Officers) via uw BV, die uw persoonlijke aansprakelijkheid als bestuurder dekt.

Uw BV moet in alle contracten met klanten en leveranciers een bepaling opnemen die uitsluit dat deze partijen u als bestuurder rechtstreeks kunnen aanspreken. Deze clausule neemt u ook op in de algemene voorwaarden van uw bedrijf.

Uw BV kan u juridisch gezien niet op voorhand vrijwaren voor toekomstige fouten. U kunt dus geen voorafgaande afspraak maken waarbij de vennootschap u volledig beschermt tegen alle mogelijke aansprakelijkheden.

Contractuele uitsluiting is niet mogelijk bij opzet om te schaden of bij schade aan de fysieke of psychische integriteit van personen. In deze situaties blijft u aansprakelijk ondanks eventuele uitsluitingsclausules.

Welke nieuwe wetgeving omtrent bestuurdersaansprakelijkheid is ingevoerd in 2026?

De belangrijkste wijzigingen in de bestuurdersaansprakelijkheid zijn ingevoerd op 1 januari 2025 via het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen. Deze regels zijn ook in 2026 van toepassing.

De wetgeving introduceert een marginale toetsing van uw gedrag als bestuurder. U bent alleen aansprakelijk wanneer uw beslissingen zich kennelijk buiten de marge bevinden waarbinnen normaal voorzichtige bestuurders redelijkerwijze van mening kunnen verschillen.

Er geldt een nominale beperking van uw aansprakelijkheid, afhankelijk van de grootte van uw BV. Bij kleine vennootschappen met een gemiddelde omzet onder 350.000 euro en een gemiddeld balanstotaal onder 175.000 euro is uw aansprakelijkheid beperkt tot maximaal 125.000 euro.

Deze nominale beperking geldt niet bij lichte gewoonlijke fouten, zware fouten, bedrieglijk opzet of oogmerk om te schaden. In die gevallen kunt u voor onbeperkte bedragen aansprakelijk worden gesteld.

Wat zijn de voornaamste redenen waarom directeuren van BV’s in 2026 privé aansprakelijk worden gesteld?

U wordt persoonlijk aansprakelijk wanneer u een duidelijke fout maakt die een zorgvuldige bestuurder niet zou maken. Dit moet een fout zijn die zich buiten de normale marge van redelijke meningsverschillen bevindt.

Een schending van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen of de statuten van uw BV leidt automatisch tot hoofdelijke aansprakelijkheid. Bij deze inbreuken geldt geen marginale toetsing en bent u direct aansprakelijk voor alle schade.

Wanbeheer is een veelvoorkomende reden voor persoonlijke aansprakelijkheid. Dit omvat situaties waarbij u kennelijk onzorgvuldig handelt in het besturen van de vennootschap.

Een beleidsbeslissing die achteraf minder winstgevend blijkt dan verwacht, is geen fout. De wetgever houdt rekening met het feit dat u beslissingen moet nemen in onzekere economische omstandigheden.

Wat is het verschil tussen interne en externe bestuurdersaansprakelijkheid voor directeuren van BV’s?

Interne bestuurdersaansprakelijkheid betreft uw aansprakelijkheid ten aanzien van de BV zelf. U bent aansprakelijk voor fouten die u maakt bij de uitoefening van uw bestuursopdracht tegenover de vennootschap.

De algemene vergadering van aandeelhouders kan deze aansprakelijkheid namens de vennootschap inroepen. Ook een individuele aandeelhouder met minimaal 10% van de aandelen kan u persoonlijk aansprakelijk stellen.

Externe bestuurdersaansprakelijkheid betreft uw aansprakelijkheid ten aanzien van derden, zoals leveranciers of klanten. U bent alleen aansprakelijk wanneer uw fout ook een buitencontractuele fout is.

Derden kunnen u rechtstreeks aanspreken voor buitencontractuele fouten waarbij zij schade lijden. Dit is een risico dat sinds de invoering van de nieuwe wetgeving belangrijker is geworden voor bestuurders.

Hoe beïnvloedt de jurisprudentie van 2026 de interpretatie van bestuurdersaansprakelijkheid?

De rechtspraak van 2026 blijft de marginale toetsing toepassen zoals vastgelegd in het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen vanaf 2025.

Rechters beoordelen of uw gedrag zich buiten de grenzen bevindt van hoe een normaal zorgvuldige bestuurder zou handelen.

Rechtbanken kijken naar de concrete omstandigheden waarin u beslissingen heeft genomen.

Ze houden rekening met de economische context en de informatie die u op dat moment beschikbaar had.

De rechter beoordeelt niet of uw beslissing de beste keuze was.

Maar of deze binnen de redelijke marges valt.

Nieuws

Minderheidsaandeelhouder in Nederland: welke rechten heeft u écht als de meerderheid doordrukt?

Als aandeelhouder met minder dan 50% van de aandelen in een BV lijkt het alsof u geen enkele zeggenschap heeft. De meerderheidsaandeelhouder kan besluiten doordrukken en u wordt simpelweg weggestemd.

Toch is dit beeld te somber.

Een zakelijke vergadering in een modern kantoor met een diverse groep mensen rond een tafel, waarbij één persoon nadenkend kijkt terwijl anderen in gesprek zijn.

Ook als minderheidsaandeelhouder heeft u wettelijke en statutaire rechten die u beschermen tegen willekeur van de meerderheid. U heeft recht op informatie over de onderneming, mag deelnemen aan vergaderingen en kunt onder bepaalde omstandigheden zelfs besluiten aanvechten of blokkeren.

De wet en de statuten bieden beschermingsmechanismen die verder gaan dan alleen het principe van ‘de meeste stemmen gelden’.

Het verschil tussen wel en geen invloed ligt vaak in het kennen en actief gebruiken van uw rechten. Dit artikel legt uit welke juridische middelen u heeft als de meerderheid probeert door te drukken.

U leest hoe u geschillen aanpakt en wat uw mogelijkheden zijn bij winstverdeling en uittreden.

Wat is een minderheidsaandeelhouder en waarin verschilt deze van de meerderheid?

Een groep zakelijke mensen in een kantoor die een vergadering houden, waarbij één persoon apart staat van de grotere groep.

Een minderheidsaandeelhouder heeft minder dan 50% van de aandelen en kan daardoor niet alleen besluiten doordrukken. Het verschil met meerderheidsaandeelhouders zit vooral in stemkracht en controle over de bedrijfsstructuur.

Definitie van minderheidsaandeelhouder

Een minderheidsaandeelhouder bezit minder dan 50% van de aandelen in een bedrijf. Dit betekent dat u niet genoeg stemrecht heeft om besluiten te blokkeren in de algemene vergadering van aandeelhouders.

Uw minderheidsbelang kan verschillen van een klein percentage tot net onder de helft. Ook met 49% blijft u een minderheidsaandeelhouder.

Uw stem alleen is niet doorslaggevend bij belangrijke bedrijfsbeslissingen. Dit komt vaak voor in familiebedrijven waar één persoon de meerderheid houdt.

Ook bij het MKB ziet u regelmatig dat een investeerder als minderheidsaandeelhouder instroomt. De precieze rechten hangen af van afspraken in de statuten of aandeelhoudersovereenkomst.

Verschil tussen minderheids- en meerderheidsaandeelhouders

Het grote verschil zit in stemkracht. Meerderheidsaandeelhouders bepalen de koers van het bedrijf omdat zij meer dan 50% van de stemmen controleren.

U als minderheidsaandeelhouder moet andere aandeelhouders overtuigen om uw standpunt te steunen. Meerderheidsaandeelhouders kunnen zonder uw instemming besluiten nemen over:

  • Benoeming en ontslag van bestuurders
  • Uitkering van dividend
  • Statutenwijzigingen
  • Verkoop van het bedrijf

Toch heeft u als minderheidsaandeelhouder wél rechten. U mag meepraten in vergaderingen en heeft inzagerecht in belangrijke documenten.

Bij misbruik van macht door de meerderheidsaandeelhouder kunt u zich juridisch verweren.

Situaties waarin minderheidsbelangen ontstaan

Minderheidsbelangen ontstaan vaak bij oprichting van een bedrijf waarbij partners ongelijke inbreng leveren. De investeerder die meer kapitaal inbrengt krijgt een groter aandelenbelang dan de medeoprichter.

In familiebedrijven ontstaat een minderheidsbelang meestal door erfenis. Kinderen erven aandelen maar één persoon krijgt de meerderheid om het bedrijf te leiden.

Dit voorkomt versnippering van zeggenschap. Bij financieringsrondes ziet u ook vaak minderheidsbelangen.

Een externe investeerder neemt 20% of 30% van de aandelen voor kapitaal. De oorspronkelijke eigenaar behoudt controle met zijn meerderheidsbelang.

Ook door uittreding van aandeelhouders kan uw positie veranderen. Als een mede-aandeelhouder zijn aandelen verkoopt aan een derde partij wordt u mogelijk minderheidsaandeelhouder.

Belangrijkste rechten van de minderheidsaandeelhouder

Een zakelijke vergadering waarbij een minderheidsaandeelhouder aandachtig luistert tijdens een bespreking met andere aandeelhouders in een moderne vergaderruimte.

Als minderheidsaandeelhouder bezit u minder dan 50% van de aandelen, maar u behoudt wel specifieke rechten die wettelijk zijn vastgelegd. Het stemrecht, informatierecht en vergaderrecht vormen de kern van uw positie binnen de vennootschap.

Stemrecht en stemrechten op aandeelhoudersvergaderingen

Uw stemrecht geeft u invloed tijdens aandeelhoudersvergaderingen, ook al heeft u niet de meerderheid. Het aantal stemmen dat u uitbrengt staat in verhouding tot het aantal aandelen dat u bezit.

U kunt uw stem gebruiken bij alle beslissingen die aan de algemene vergadering van aandeelhouders worden voorgelegd. De meerderheid wint meestal bij stemmingen, maar dat betekent niet dat uw stem waardeloos is.

Bij bepaalde belangrijke beslissingen zijn strengere eisen van toepassing. Denk aan statutenwijzigingen die uw rechten beperken of veranderen.

Belangrijke stempunten waar u invloed op heeft:

  • Benoeming en ontslag van bestuurders
  • Vaststelling van de jaarrekening
  • Uitkering van dividend
  • Statutenwijzigingen
  • Uitgifte van nieuwe aandelen

Voor sommige besluiten is unanimiteit verplicht. Dit geldt bijvoorbeeld bij wijzigingen in de stemrechtverdeling of bij het invoeren van overdraagbaarheidsbeperkingen van aandelen.

Recht op informatie en informatierecht

U heeft recht op alle informatie die u nodig heeft om tijdens de aandeelhoudersvergadering een goed onderbouwde stem uit te brengen. Het bestuur moet deze informatie aan u verstrekken.

Dit informatierecht is een van uw belangrijkste wapens als minderheidsaandeelhouder. De informatie moet volledig en duidelijk zijn.

Als het bestuur summiere of onduidelijke informatie geeft, kunt u om aanvullende gegevens vragen. Weigert het bestuur deze informatie te verstrekken? Dan kunt u de rechter vragen om de vennootschap te bevelen de informatie alsnog te geven.

U mag kritische vragen stellen over de gang van zaken binnen de vennootschap. Dit recht geldt niet alleen tijdens vergaderingen, maar ook voorafgaand aan belangrijke besluitvorming.

Maak hier actief gebruik van om uw positie te beschermen.

Vergaderrecht en vergaderprocedures

Uw vergaderrecht houdt in dat u moet worden opgeroepen voor iedere algemene vergadering van aandeelhouders. U mag deze vergaderingen bijwonen en daar het woord voeren.

Dit recht kan niet zomaar in de statuten worden uitgesloten. De oproeping moet tijdig gebeuren en alle relevante informatie bevatten.

U moet weten wat er op de agenda staat en welke besluiten er worden voorgesteld. Zonder correcte oproeping zijn genomen besluiten mogelijk ongeldig.

Uw rechten tijdens vergaderingen:

  • Aanwezig zijn bij alle aandeelhoudersvergaderingen
  • Het woord voeren over agendapunten
  • Vragen stellen aan het bestuur
  • Voorstellen indienen (onder bepaalde voorwaarden)

U kunt ook zelf een aandeelhoudersvergadering bijeenroepen als u daarvoor genoeg stemrecht bezit. Meestal is dit mogelijk vanaf 10% van het aandelenkapitaal, maar de statuten kunnen hier andere percentages voor bepalen.

Bescherming tegen doordrukken door de meerderheid

De meerderheid mag beslissen, maar niet zonder grenzen. De wet verplicht alle betrokkenen om rekening te houden met elkaars belangen.

Meerderheidsaandeelhouders en het bestuur dragen een extra zorgplicht richting minderheidsaandeelhouders.

Redelijkheid en billijkheid als juridisch kader (artikel 2:8 BW)

Artikel 2:8 BW vormt het fundament van uw bescherming als minderheidsaandeelhouder. Deze bepaling stelt dat alle betrokkenen zich tegenover elkaar moeten gedragen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.

Dit betekent dat besluiten die formeel volgens de statuten worden genomen, toch ongeldig kunnen zijn als ze onredelijk zijn. De meerderheidsaandeelhouder moet bij het uitbrengen van zijn stem ook uw redelijke belangen meewegen.

Het artikel kent twee belangrijke onderdelen:

  • Lid 1: Verplicht iedereen binnen de vennootschap zich redelijk en billijk te gedragen
  • Lid 2: Maakt het mogelijk om regels buiten toepassing te laten als deze onaanvaardbaar zijn

Een besluit over statutenwijziging of kapitaalverhoging kan dus worden aangevochten als het uitsluitend dient om uw positie te verzwakken. De rechter toetst dan of het besluit in strijd is met redelijkheid en billijkheid.

Zorgplicht van meerderheidsaandeelhouders en bestuur

Op meerderheidsaandeelhouders en het bestuur rust een bijzondere zorgplicht jegens u als minderheidsaandeelhouder. Deze zorgplicht is extra zwaar wanneer de meerderheidsaandeelhouder tegelijk bestuurder is.

Het bestuur moet voldoende openheid betrachten door informatie te verschaffen die verder gaat dan waar u wettelijk recht op heeft. Ook moet vermenging van belangen worden voorkomen.

Het kapitaal en de middelen van de vennootschap mogen niet worden gebruikt ten gunste van de meerderheid en ten koste van u als minderheidsaandeelhouder. De zorgplicht houdt concreet in dat:

  • U tijdig en volledig wordt geïnformeerd over belangrijke besluiten
  • Het bestuur voorkomt dat persoonlijke belangen van de meerderheid voorrang krijgen
  • Besluitvorming transparant verloopt

Wanneer de meerderheidsaandeelhouder of het bestuur deze zorgplicht schendt, kunt u naar de rechter stappen. De Ondernemingskamer kan dan maatregelen opleggen.

Beperkingen van het principe ‘meeste stemmen gelden’

Het principe dat de meeste stemmen gelden kent belangrijke uitzonderingen in het ondernemingsrecht. Voor bepaalde ingrijpende besluiten is meer nodig dan een gewone meerderheid.

Bij statutenwijzigingen die uw essentiële rechten raken, gelden strengere eisen. Denk aan wijzigingen in het stemrecht, het vergaderrecht of de overdraagbaarheid van aandelen.

Voor sommige van deze wijzigingen is zelfs unanimiteit vereist.

Specifieke beschermingsregels zijn:

Type besluit Vereiste
Uitsluiting overdraagbaarheid aandelen Unanimiteit (artikel 2:195 BW)
Wijziging stemrechtverdeling Unanimiteit (artikel 2:228 BW)
Nieuwe verbintenissen voor aandeelhouders Toestemming betrokken aandeelhouder (artikel 2:192 BW)

U kunt niet tegen uw wil worden verplicht tot extra prestaties of betalingen. Een statutaire verplichting van verbintenisrechtelijke aard kan alleen met uw instemming worden ingevoerd.

Dit beschermt u tegen doordrukken van kapitaalstortingen of andere verplichtingen door de meerderheid.

Beschermingsmechanismen en juridische middelen voor minderheidsaandeelhouders

De wet biedt verschillende beschermingsmechanismen om te voorkomen dat de meerderheid ongecontroleerd beslissingen neemt die jouw belangen schaden. Deze bescherming zit hem vooral in statutaire voorzieningen, contractuele afspraken en rechtelijke procedures.

Statuten en blokkeringsregelingen

De statuten vormen de grondwet van een BV en kunnen belangrijke bescherming bieden. Je kunt hierin blokkeringsregelingen opnemen die verhinderen dat de meerderheid bepaalde besluiten doordrukt zonder jouw instemming.

Belangrijke statutaire beschermingsmiddelen:

  • Gekwalificeerde meerderheid: Besluiten vereisen meer dan 50% van de stemmen (bijvoorbeeld 75% voor winstbestemming)
  • Goedkeuringsrechten: Bepaalde besluiten hebben jouw expliciete goedkeuring nodig
  • Bijzondere zeggenschapsrechten: Specifieke aandelen krijgen extra stemrecht bij bepaalde onderwerpen

Blokkeringsregelingen zijn vooral nuttig bij grote beslissingen zoals statutenwijzigingen, verkoop van de onderneming of belangrijke investeringen. De statuten kunnen ook regelen dat de jaarrekening pas wordt vastgesteld na instemming van alle aandeelhouders.

Let op dat statutenwijzigingen zelf ook een besluit van de algemene vergadering vereisen. Als je al minderheidsaandeelhouder bent zonder bescherming, is het lastig om deze alsnog in de statuten te krijgen.

Aandeelhoudersovereenkomst en vetorechten

Een aandeelhoudersovereenkomst geeft meer flexibiliteit dan statuten omdat je hierin gedetailleerde afspraken kunt maken over besluitvorming en dividendbeleid. Dit contract tussen aandeelhouders bindt alle partijen die het ondertekenen.

Vetorechten zijn een krachtig middel. Je krijgt hiermee de bevoegdheid om specifieke besluiten te blokkeren, zelfs als de meerderheid ervoor stemt.

Denk aan veto over dividenduitkeringen, benoeming van bestuurders of grote uitgaven. Tag-along en drag-along rechten beschermen jou bij verkoop van aandelen.

Tag-along betekent dat je mee kunt verkopen als de meerderheid verkoopt, tegen dezelfde voorwaarden. Drag-along verplicht jou mee te verkopen als een bepaald percentage (vaak 80-90%) dat wil.

Voor geschillenbeslechting kun je afspraken maken over bindend advies of arbitrage. Dit voorkomt langdurige rechtszaken.

Een geschillenregeling legt vast hoe jullie omgaan met conflicten over besluitvorming of interpretatie van afspraken.

Enquêteprocedure en Ondernemingskamer

De enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer is het zwaarste juridische middel voor minderheidsaandeelhouders. Je kunt deze procedure starten als je vermoedt dat het beleid van de BV slecht is en je daarvan nadeel ondervindt.

Voorwaarden voor een enquêteprocedure:

  • Je bezit minimaal 10% van het geplaatste kapitaal (of aandelen met een waarde van €225.000)
  • Er zijn gegronde redenen om te twijfelen aan een juist beleid
  • Je hebt andere wegen geprobeerd of die zijn zinloos

De Ondernemingskamer kan ingrijpende maatregelen nemen. Ze kunnen tijdelijk bestuurders schorsen, een bewindvoerder benoemen of zelfs ontbinding van de vennootschap bevelen.

Ook kunnen ze eerdere besluiten vernietigen of nieuwe voorschriften opleggen aan het bestuur. Deze procedure is wel kostbaar en intensief.

De Ondernemingskamer stelt hoge eisen aan de bewijslast. Je moet concrete feiten en omstandigheden aantonen die wijzen op wanbeleid, niet alleen maar vermoeden.

Winstverdeling en dividend: rechten en uitdagingen

Als minderheidsaandeelhouder heeft u in principe recht op dividend naar verhouding van uw aandelen. Het daadwerkelijk krijgen van winstuitkering blijkt in de praktijk vaak lastig door de doorslaggevende stem van de meerderheid.

Recht op winstuitkering (dividend)

De algemene vergadering van aandeelhouders beslist over de winstverdeling. Uw recht op dividend is evenredig aan uw aandelenbezit.

Als u 30% van de aandelen bezit, krijgt u 30% van het uitgekeerde dividend. Het bestuur moet wel goedkeuring geven aan elke dividenduitkering.

Ze mogen weigeren als de uitkering de financiële gezondheid van de BV bedreigt. Het eigen vermogen mag niet onder het gestorte kapitaal zakken.

Wettelijke voorwaarden voor dividenduitkering:

  • De BV moet na uitkering haar schulden kunnen betalen
  • Het eigen vermogen blijft boven het gestorte kapitaal
  • Het bestuur geeft toestemming

De hoofdregel is dat winst wordt uitgekeerd, tenzij er goede zakelijke redenen zijn om geld te reserveren. Meerderheidsaandeelhouders mogen niet jarenlang alle winst reserveren zonder duidelijke bedrijfseconomische noodzaak.

Praktische problemen bij het afdwingen van dividend

U staat voor uitdagingen als de meerderheidsaandeelhouder stelselmatig dividend weigert. Zonder 50% van de stemmen kunt u geen dividendbesluit forceren tijdens de algemene vergadering.

De rechter kan helpen als het inhouden van dividend onredelijk is. U moet dan bewijzen dat er geen goede zakelijke redenen zijn voor het reserveren van winst.

Dit proces kost tijd en geld. Juridische mogelijkheden:

  • Vernietiging van het besluit op basis van artikel 2:8 BW
  • Enquêteprocedure bij wanbeleid
  • Geschillenregeling volgens de statuten

De bewijslast ligt bij u. U moet aantonen dat de meerderheid handelt in strijd met redelijkheid en billijkheid.

De rechter weegt alle belangen, inclusief investeringsbehoeften en marktomstandigheden.

Waarde van aandelen voor de minderheid

Uw aandelen verliezen waarde als er jarenlang geen dividend komt. Beleggers kopen aandelen voor rendement.

Zonder winstuitkering blijft dat rendement uit. De waarde van uw aandelenpakket hangt af van toekomstige verwachte dividenden.

Als de meerderheid structureel geen dividend uitkeert, daalt de marktwaarde van uw belang. Dit geldt vooral als u geen invloed heeft op besluitvorming.

Het gereserveerde kapitaal blijft wel in de vennootschap zitten. Dit verhoogt het eigen vermogen en de boekwaarde per aandeel.

Maar zonder uitzicht op uitkering blijft dit theoretische waarde.

Factoren die uw aandelenwaarde beïnvloeden:

  • Frequentie van dividenduitkeringen
  • Groeiperspectieven van de BV
  • Verkoopbaarheid van uw aandelen
  • Afspraken in de aandeelhoudersovereenkomst

Bij verkoop van uw aandelen speelt het dividendbeleid een grote rol in de waardering.

Geschillen en uittreden: praktische oplossingen

Wanneer de samenwerking met andere aandeelhouders vastloopt, bestaan er juridische en praktische wegen om het conflict op te lossen. De wet biedt formele procedures zoals de geschillenregeling.

Alternatieve methoden zoals mediation zijn vaak sneller en goedkoper.

Geschillenregeling en vordering tot uittreding

De geschillenregeling in Boek 2 BW geeft u als minderheidsaandeelhouder de mogelijkheid om uit de vennootschap te stappen via een vordering tot uittreding. U kunt deze vordering indienen wanneer meerderheidaandeelhouders zich zo gedragen dat u in redelijkheid niet langer aandeelhouder kunt blijven.

Sinds 1 januari 2025 behandelt de Ondernemingskamer alle geschillenregelingen als eerste en enige instantie. U start de procedure met een verzoekschrift in plaats van een dagvaarding.

Dit maakt het proces sneller en toegankelijker dan de oude rechtbankprocedure. De Ondernemingskamer beoordeelt of er sprake is van gedrag in strijd met redelijkheid en billijkheid.

Voorbeelden zijn structurele uitsluiting van informatie, benadeling bij belangrijke beslissingen, of het negeren van uw aandeelhoudersrechten. Bij een geslaagde vordering tot uittreding moet de meerderheid uw aandelen tegen een eerlijke prijs overnemen.

Let op: deze procedure is kostbaar en tijdrovend, ook al is deze sneller geworden.

Mediation en andere alternatieve geschillenbeslechting

Mediation biedt een snellere en vaak goedkopere oplossing voor aandeelhoudersgeschillen. Een onafhankelijke mediator helpt u en de meerderheidaandeelhouders om gezamenlijk tot een oplossing te komen.

Dit voorkomt langdurige rechtszaken en beschadigt de zakelijke relatie minder. Andere alternatieven zijn arbitrage en bindend advies.

Bij arbitrage legt een arbiter een bindende beslissing op, vergelijkbaar met een rechterlijke uitspraak maar met meer privacy. Bindend advies werkt vergelijkbaar, waarbij een expert een beslissing neemt waar alle partijen zich aan moeten houden.

Deze methoden zijn vooral geschikt voor ondernemers en investeerders die de vennootschap draaiende willen houden. In familiebedrijven werkt mediation vaak het beste omdat het familierelaties probeert te behouden.

U kunt deze alternatieven vastleggen in de aandeelhoudersovereenkomst als standaard procedure bij geschillen.

Relevantie voor ondernemers, investeerders en familiebedrijven

Voor ondernemers die als minderheidsaandeelhouder betrokken zijn in een BV, zijn deze oplossingen essentieel om uw positie te beschermen. Zonder duidelijke uitstapmogelijkheden zit u vast in een vennootschap waar u geen invloed heeft.

Investeerders nemen vaak aandelenbelangen in startups of groeibedrijven. Als minderheidsaandeelhouder moet u vooraf afspraken maken over geschillenbeslechting en uittredingsregelingen.

Dit beschermt uw investering wanneer het conflict oploopt met andere aandeelhouders of het management. In familiebedrijven zijn geschillen bijzonder gevoelig omdat zakelijke en familierelaties door elkaar lopen.

De geschillenregeling en mediation bieden concrete wegen om zowel het bedrijf als de familieband te redden. Leg bij voorkeur al in de aandeelhoudersovereenkomst vast welke procedure u volgt bij conflicten, zodat er later geen discussie ontstaat over de juiste aanpak.

Veelgestelde vragen

Minderheidsaandeelhouders hebben wettelijke rechten die hen beschermen. Ze moeten wel weten wanneer en hoe ze deze kunnen inzetten.

De antwoorden hieronder helpen je om je positie beter te begrijpen en te bepalen wanneer actie nodig is.

Wat zijn de basisrechten van een minderheidsaandeelhouder in een Nederlands bedrijf?

Je hebt als minderheidsaandeelhouder drie hoofdrechten die in de wet zijn vastgelegd. Het informatierecht geeft je toegang tot belangrijke bedrijfsinformatie en financiële gegevens van de BV.

Het vergaderrecht zorgt dat je kunt deelnemen aan alle algemene vergaderingen van aandeelhouders. Je mag daar je mening geven en vragen stellen over bedrijfsbesluiten.

Het stemrecht laat je meestemmen over belangrijke beslissingen naar evenredigheid van je aandelen. Ook al heb je geen meerderheid, je stem telt wel mee.

Deze rechten zijn beschermd door artikel 2:217 BW en artikel 2:227 BW. De statuten van de BV kunnen je soms extra rechten geven.

Hoe kan een minderheidsaandeelhouder zijn belangen beschermen tegen beslissingen van de meerderheidsaandeelhouder?

De aandeelhoudersovereenkomst is je belangrijkste beschermingsmiddel. Daarin leg je afspraken vast over dividendbeleid, winstbestemming en belangrijke beslissingen.

Je kunt in de statuten bijzondere rechten laten opnemen. Denk aan vetorechten bij grote uitgaven of goedkeuringsrechten voor bepaalde besluiten.

Artikel 2:8 BW beschermt je tegen onredelijk gedrag van de meerderheid. Meerderheidsaandeelhouders moeten zich tegenover jou gedragen volgens redelijkheid en billijkheid.

Een blokkademinderheid van meer dan 33% geeft je meer invloed. Daarmee kun je besluiten tegenhouden die een tweederdemeerderheid nodig hebben.

Welke stappen kan een minderheidsaandeelhouder ondernemen als hij zich benadeeld voelt door besluiten van de meerderheid?

Je kunt besluiten van de algemene vergadering laten vernietigen door de rechter. Dit kan als het besluit in strijd is met redelijkheid en billijkheid volgens artikel 2:15 BW.

De procedure moet je binnen een jaar na het besluit starten. De rechter beoordeelt dan of de meerderheid jouw belangen voldoende heeft meegewogen.

Een enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer is een zwaardere maatregel. Die start je als er wanbeleid is of de BV niet goed wordt bestuurd.

Je kunt ook een geschillenregeling starten als dat in de aandeelhoudersovereenkomst staat. Dat is vaak sneller en goedkoper dan een rechtszaak.

Als laatste optie kun je je aandelen aanbieden aan de andere aandeelhouders. Sommige aandeelhoudersovereenkomsten bevatten afspraken over verplichte uitkoop bij langdurige geschillen.

Op welke informatie heeft een minderheidsaandeelhouder recht in Nederland?

Je hebt recht op de jaarrekening en het jaarverslag van de BV. Het bestuur moet deze stukken binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar klaar hebben.

De notulen van aandeelhoudersvergaderingen moet je kunnen inzien. Ook belangrijke contracten en bestuursbesluiten die grote gevolgen hebben kun je opvragen.

Je informatierecht gaat verder dan alleen deze standaarddocumenten. Bij gegronde twijfels over het beleid kun je extra informatie opvragen bij het bestuur.

Het bestuur mag informatie weigeren als er zwaarwegende belangen zijn. Denk aan concurrentiegevoelige informatie of vertrouwelijke zaken die de BV schaden.

De rechter kan het bestuur dwingen om informatie te geven als je weigering onredelijk vindt. Dit gebeurt via een kort geding procedure.

Kan een minderheidsaandeelhouder invloed uitoefenen op het bestuur en beleid van de onderneming?

Je directe invloed is beperkt omdat je geen meerderheid hebt. De meerderheidsaandeelhouder bepaalt meestal wie er in het bestuur komt en gaat.

Door slimme afspraken in de statuten kun je wel invloed krijgen. Je kunt bijvoorbeeld het recht krijgen om een bestuurder voor te dragen of goed te keuren.

In de aandeelhoudersvergadering kun je vragen stellen en bezwaren uiten. Dit creëert druk op het bestuur om jouw standpunten serieus te nemen.

Sommige belangrijke besluiten hebben volgens de wet een hoger quorum nodig. Bij statutenwijziging of fusie heb je dus meer invloed.

Je kunt via artikel 2:8 BW eisen dat het bestuur jouw belangen meeneemt bij beslissingen. Als ze dat niet doen kun je naar de rechter stappen.

Welke rechten heeft een minderheidsaandeelhouder bij een overname of fusie in Nederland?

Bij een fusie of splitsing moet je je goedkeuring geven in de algemene vergadering. Deze besluiten hebben een tweederdemeerderheid nodig van de uitgebrachte stemmen.

Je hebt recht op alle informatie over de voorgenomen fusie of overname. Het bestuur moet een schriftelijk voorstel maken met toelichting en financiële gegevens.

De wet geeft je bescherming tegen gedwongen uittreding bij sommige reorganisaties.

Nieuws

STAK en certificering van aandelen: bescherming of schijnzekerheid voor familiebedrijven?

Veel familiebedrijven kiezen voor een STAK om aandelen te certificeren. Dit lijkt een slimme manier om zeggenschap te beschermen en de continuïteit te waarborgen.

Maar biedt certificering werkelijk de bescherming die je zoekt, of creëert het vooral schijnzekerheid?

Een groep mensen in een zakelijke vergadering bespreekt documenten in een moderne kantooromgeving.

Certificering van aandelen via een STAK scheidt zeggenschap en economische rechten, maar de werkelijke bescherming hangt sterk af van hoe je de statuten en administratievoorwaarden inricht. Een STAK kan helpen bij bedrijfsopvolging en het voorkomen van conflicten tussen familieleden.

Toch brengt deze structuur ook juridische complexiteit en kosten met zich mee.

Je leest hoe een STAK werkt, welke valkuilen er zijn en wanneer certificering wel of niet zinvol is. Ook krijg je praktische tips om een weloverwogen keuze te maken.

Wat is certificering van aandelen en de STAK-structuur?

Een groep zakelijke professionals bespreekt documenten en grafieken in een vergaderruimte met uitzicht op een stadsgezicht.

Bij certificering van aandelen worden het stemrecht en het winstrecht van elkaar gescheiden door tussenkomst van een Stichting Administratiekantoor (STAK). De STAK wordt juridisch eigenaar van de aandelen, terwijl certificaathouders het economisch belang behouden.

Definitie van STAK en certificering van aandelen

Een Stichting Administratiekantoor (STAK) is een juridische entiteit die als houder van aandelen fungeert. U draagt uw aandelen over aan de STAK, die vervolgens certificaten van aandelen uitgeeft.

Dit proces heet certificering van aandelen. De STAK wordt de formele aandeelhouder van uw bedrijf en beheert de aandelen op eigen naam.

Het bestuur van de STAK beslist hoe er gestemd wordt in de algemene vergadering van aandeelhouders. U als certificaathouder krijgt wel recht op dividend, maar verliest uw stemrecht.

De STAK heeft statuten die de werking van de stichting regelen. Daarnaast worden de verhoudingen tussen de STAK en certificaathouders vastgelegd in administratievoorwaarden.

Deze voorwaarden bevatten regels over het bestuur, benoemingen en andere belangrijke zaken.

Kernbegrippen: juridische en economische eigendom

De certificering scheidt twee belangrijke begrippen: juridische eigendom en economische rechten. De juridische eigendom ligt bij de STAK als aandeelhouder.

De economische rechten blijven bij u als certificaathouder. Dit betekent dat u recht houdt op de financiële opbrengsten uit de aandelen, zoals dividend en waardeontwikkeling.

Het stemrecht hoort bij de juridische eigendom. De STAK oefent dit stemrecht uit en bepaalt het beleid van het bedrijf.

U heeft als certificaathouder geen directe invloed op bedrijfsbeslissingen. Deze splitsing tussen zeggenschap en winstrecht vormt de kern van de STAK-structuur.

Het maakt het mogelijk om meerdere personen financieel te laten delen in het bedrijf zonder dat zij stemrecht krijgen.

Uitgifte van certificaten en rol van certificaathouders

De STAK geeft certificaten van aandelen uit aan certificaathouders. Deze certificaten zijn waardepapieren die het economische belang van aandelen vertegenwoordigen.

Als certificaathouder ontvangt u dividend wanneer het bedrijf winst uitkeert. U profiteert ook van waardestijging van de aandelen.

Maar u kunt niet stemmen over benoeming van bestuurders of andere strategische beslissingen. De administratievoorwaarden bepalen uw rechten en plichten als certificaathouder.

Hierin kan bijvoorbeeld staan of u invloed heeft op de benoeming van bestuurders van de STAK. Certificaathouders hebben beperkte bevoegdheden vergeleken met aandeelhouders.

U kunt uw certificaten meestal overdragen, maar vaak gelden er wel beperkingen. De STAK blijft eigenaar van de onderliggende aandelen en behoudt alle aandeelhoudersrechten zoals stemrecht en vergaderrecht.

Doelstellingen en toepassingen van certificering bij familiebedrijven

Een groep familieleden en professionals in een vergaderruimte die een zakelijke bespreking voeren over certificering en aandelen in een familiebedrijf.

Certificering via een STAK splitst het juridisch en economisch eigendom van aandelen, waardoor familiebedrijven zeggenschap kunnen behouden terwijl ze economische voordelen spreiden. Deze constructie ondersteunt bedrijfsopvolging, beschermt continuïteit en maakt werknemersparticipatie mogelijk zonder verlies van controle.

Bescherming van zeggenschap en bedrijfscontinuïteit

Als dga plaatst u de aandelen van uw vennootschap in een STAK. De stichting wordt juridisch eigenaar, maar u blijft als certificaathouder recht houden op dividend en waardegroei.

Het stemrecht blijft bij de STAK. Dit betekent dat het bestuur van de STAK beslist over belangrijke zaken in de onderneming.

U behoudt zo controle over strategische beslissingen, ook wanneer meerdere familieleden certificaten houden. Deze scheiding voorkomt dat externe partijen invloed krijgen.

Bijvoorbeeld bij echtscheidingen of faillissementen van individuele certificaathouders blijft de zeggenschap binnen de familie. De continuïteit van de onderneming staat niet onder druk door privéomstandigheden.

Voor familiebedrijven met meerdere generaties biedt dit stabiliteit. Jongere familieleden kunnen economisch participeren zonder direct stemrecht te krijgen.

Ervaren familieleden behouden via het STAK-bestuur de regie over het bedrijf.

Bedrijfsopvolging en overdracht van aandelen

Bij bedrijfsopvolging maakt certificering een geleidelijke overdracht mogelijk. U kunt certificaten overdragen aan de volgende generatie terwijl het stemrecht gefaseerd overgaat.

Dit geeft opvolgers tijd om te groeien in hun rol. Fiscaal biedt dit voordelen.

U betaalt schenkbelasting over de waarde van certificaten, niet over stemrechtaandelen. Door gespreide overdracht over meerdere jaren gebruikt u vrijstellingen optimaal.

De drempel van 2025 ligt op €28.947 voor kinderen. De administratievoorwaarden bepalen wanneer en hoe certificaten omgezet kunnen worden in aandelen.

Bij niet-royeerbare certificaten beslist alleen het STAK-bestuur hierover. Dit beschermt het familiebedrijf tegen overhaaste beslissingen van onervaren opvolgers.

Bedrijfsoverdracht verloopt soepeler omdat u controle behoudt tijdens de overgangsperiode. De nieuwe generatie leert ondernemen met beperkte risico’s voor de onderneming.

Werknemersparticipatie en investeringen

Werknemersparticipatie via certificaten bindt personeel aan uw onderneming zonder stemrecht weg te geven. Medewerkers delen mee in winst en waardegroei, wat motivatie verhoogt.

De zeggenschap blijft bij u als ondernemer. Voor investeringen geldt hetzelfde principe.

Externe investeerders kunnen certificaten ontvangen en zo financieel participeren. Zij hebben geen stemrecht in de vennootschap.

Dit maakt kapitaal aantrekken makkelijker zonder controle te verliezen. De STAK bepaalt de voorwaarden voor dividend-uitkering aan certificaathouders.

U behoudt flexibiliteit in de winstbestemming. Bij tegenvallende jaren hoeft u niet uit te keren aan werknemers of investeerders met certificaten.

Deze constructie past bij familiebedrijven die groeien maar eigendom willen beschermen. Bedrijfsoverdrachten of investeringsrondes worden mogelijk zonder aandeelhoudersstructuur complex te maken.

Werking: het bestuur van de STAK, statuten en administratievoorwaarden

Het bestuur van de STAK bepaalt wie de feitelijke zeggenschap heeft over je familiebedrijf, terwijl de statuten en administratievoorwaarden de spelregels vastleggen. Deze documenten regelen precies wat certificaathouders wel en niet mogen, en hoe het bestuur met hun stemrecht omgaat.

Samenstelling en bevoegdheden bestuur STAK

Het bestuur van de STAK houdt alle stemrechten op de aandelen en neemt belangrijke beslissingen. Je kunt ervoor kiezen om zelf in het bestuur te blijven zitten, familieleden te benoemen, of onafhankelijke experts aan te stellen.

Als de STAK meer dan 51% van de aandelen bezit, heeft het bestuur vaak volledige zeggenschap binnen je onderneming. Het bestuur stemt namens alle certificaathouders in de algemene vergadering van aandeelhouders.

Het bestuur beheert de aandelen passief en keert dividend door aan certificaathouders. Je moet goed nadenken over wie je in het bestuur benoemt.

Deze personen bepalen mee over strategie, verkoop en benoemingen van directeuren. Meestal werkt het bestuur onbezoldigd omdat ze alleen aandelen beheren.

Bij complexere taken kan je wel een vergoeding afspreken.

Belang van statuten en administratievoorwaarden

De statuten worden bij de notaris opgesteld en bevatten de basisregels van de STAK. Hierin staan het doel, de bestuursstructuur en de besluitvorming.

De administratievoorwaarden regelen de praktische afspraken tussen de STAK en certificaathouders. Je hoeft deze niet bij de notaris op te stellen.

Deze voorwaarden leggen vast:

  • Welke rechten certificaathouders hebben op dividend en uitkeringen
  • Hoe certificaten worden uitgegeven en overgedragen
  • Of certificaathouders informatie krijgen over het bedrijf
  • Wat er gebeurt bij verkoop of overlijden

De administratievoorwaarden geven je flexibiliteit om verschillende voorwaarden per certificaathouder te maken. Dit is handig bij bedrijfsopvolging als niet alle kinderen dezelfde rechten krijgen.

Rechten en plichten van certificaathouders

Certificaathouders ontvangen dividend en winst, maar hebben geen stemrecht. Ze mogen niet meebeslissen over de koers van je bedrijf.

Certificaathouders hebben in principe geen vergaderrecht. Dit verschilt van stemloze aandeelhouders, die wel opgeroepen moeten worden voor vergaderingen.

Je bepaalt in de administratievoorwaarden of je certificaathouders toch informatierechten geeft. Certificaathouders blijven anoniem en staan niet in het Handelsregister.

Dit biedt privacy voor familieleden of medewerkers die certificaten ontvangen. De administratievoorwaarden kunnen bepalen dat certificaathouders akkoord moeten gaan met een verkoop.

Dit geeft hen indirect toch invloed op grote beslissingen. Bij overdracht van certificaten moet je vaak rekening houden met een aanbiedingsplicht aan andere certificaathouders.

Voordelen voor familiebedrijven en andere ondernemingen

Een STAK fungeert als beschermingsconstructie tegen vijandige overnames. Jouw familie behoudt via de stichting de volledige zeggenschap over de aandelen, terwijl certificaathouders alleen het economische belang krijgen.

Certificering creëert flexibiliteit bij werknemersparticipatie. Je kunt werknemers laten meedelen in de winst zonder dat zij stemrecht krijgen of invloed uitoefenen op bedrijfsbeslissingen.

Anonimiteit van certificaathouders blijft gewaarborgd. Anders dan aandeelhouders verschijnen certificaathouders niet in het handelsregister, wat privacy beschermt bij familievermogen.

De constructie vergemakkelijkt dividenduitkering en estate planning. Je bepaalt in de administratievoorwaarden hoe winsten worden verdeeld zonder dat dit de zeggenschapsstructuur beïnvloedt.

Certificaten kunnen onderhands worden overgedragen zonder notaris. Bij scheiding van partners of generatiewisselingen voorkom je dat buitenstaanders plotseling meebeslissen.

De STAK houdt het stemrecht binnen de door jou gekozen kring.

Risico’s, valkuilen en beperkingen van de STAK-constructie

Het oprichten en beheren van een STAK brengt aanzienlijke kosten met zich mee. Je betaalt notariskosten, jaarlijkse administratiekosten en mogelijk accountantskosten voor de jaarrekening.

Waardepapieren als certificaten kunnen minder aantrekkelijk zijn voor investeerders. Potentiële kopers waarderen je bedrijf lager omdat certificaathouders geen zeggenschap hebben, wat de verkoopwaarde drukt.

De constructie biedt schijnzekerheid als de administratievoorwaarden niet goed zijn opgesteld. Certificaathouders kunnen vergaderrechten en stemrecht krijgen als je dit statutair regelt, waardoor de bescherming wegvalt.

Juridische risico’s ontstaan bij belangenconflicten. Het bestuur van de STAK moet onafhankelijk opereren volgens de wet.

Als jij als bedrijfseigenaar ook STAK-bestuurder bent, kunnen certificaathouders besluiten aanvechten. De flexibiliteit is beperkt bij het aantrekken van kapitaal van professionele investeerders.

Durfkapitalisten en private equity-partijen eisen meestal wel zeggenschap en accepteren certificaten zelden.

Vergelijking met stemrechtloze aandelen

Stemrechtloze aandelen bieden een eenvoudiger alternatief zonder aparte stichting. Je geeft deze aandelen uit binnen je BV zonder tussenkomst van een administratiekantoor, wat kosten bespaart.

Het belangrijkste verschil: stemrechtloze aandeelhouders blijven juridisch eigenaar van waardepapieren. Bij certificering bezit de STAK de aandelen en geven certificaathouders alleen economische rechten.

Stemrechtloze aandelen kennen wettelijke beperkingen. Houders krijgen automatisch stemrecht bij besluiten over statutenwijziging, fusie of ontbinding.

Bij certificaten bepaal jij deze rechten volledig in de administratievoorwaarden. Voor bescherming tegen vijandige overnames werkt een STAK beter.

Stemrechtloze aandelen blijven aandelen die juridisch kunnen worden opgekocht, terwijl certificaten geen eigendom van de onderneming vertegenwoordigen.

De keuze hangt af van je doel. Voor simpele winstdeling binnen de familie volstaan stemrechtloze aandelen.

Voor stevige bescherming en anonimiteit kies je certificering, ondanks hogere kosten en complexiteit.

Juridische en fiscale aandachtspunten bij certificeren van aandelen

Bij certificering van aandelen moet je rekening houden met verschillende juridische en fiscale vereisten. De oprichting van een STAK vereist notariële tussenkomst, en de constructie heeft directe gevolgen voor de manier waarop winst en dividend worden toegewezen.

Oprichting van de STAK en notariële akte

Je hebt een notaris nodig om de STAK op te richten en de certificering te formaliseren. De notaris stelt de statuten van de stichting op en verzorgt de notariële akte waarin de overdracht van aandelen aan de STAK wordt vastgelegd.

In de statuten leg je vast hoe het bestuur van de STAK functioneert. Je bepaalt wie er in het bestuur komt en hoe opvolging wordt geregeld.

Ook leg je de relatie tussen de STAK en jouw b.v. vast. Daarnaast stel je administratievoorwaarden op.

Hierin staan de rechten en plichten van certificaathouders. Je kunt bijvoorbeeld vastleggen dat certificaathouders eerst aan elkaar moeten aanbieden bij verkoop.

Deze voorwaarden zijn flexibel in te richten omdat er weinig dwingende wettelijke regels zijn. De notaris berekent kosten voor het opstellen van de aktes en statuten.

Deze kosten variëren afhankelijk van de complexiteit van de constructie en het aantal betrokken partijen.

Rol van aandeelhouders en KvK-registratie

Na oprichting moet je de STAK inschrijven bij de KvK. De stichting krijgt een eigen KvK-nummer en bestaat als zelfstandige rechtspersoon.

Dit is verplicht voordat de STAK aandelen kan houden. In de KvK-registratie van jouw b.v. verandert de aandeelhoudersstructuur.

De STAK verschijnt als aandeelhouder in plaats van de oorspronkelijke aandeelhouders. Je certificaathouders zijn niet zichtbaar in het handelsregister omdat zij certificaten houden en geen aandelen.

Dit heeft gevolgen voor de transparantie. Externe partijen zoals banken of investeerders zien alleen de STAK als aandeelhouder.

Zij kunnen niet direct zien wie de uiteindelijke economische belanghebbenden zijn. Je moet daarom bij zakelijke transacties vaak extra informatie verstrekken over de certificaathouders.

Fiscaliteit en winst- of dividendtoewijzing

Bij certificering blijft de fiscale claim van de Belastingdienst behouden. Als je als aandeelhouder aandelen overdraagt aan de STAK, hoef je geen belasting te betalen op dat moment.

De fiscus accepteert dit omdat de waarde van de certificaten gelijk is aan de waarde van de oorspronkelijke aandelen. De STAK is verplicht om dividenduitkeringen door te geven aan certificaathouders.

Wanneer jouw b.v. dividend uitkeert, ontvangt de STAK dit bedrag en moet het direct doorstorten naar de certificaathouders. De STAK mag geen winst voor zichzelf houden.

Als certificaathouder betaal je dividendbelasting over ontvangen dividenduitkeringen. Dit gebeurt op dezelfde manier als bij directe aandeelhouders.

De fiscale behandeling van certificaten is vergelijkbaar met die van gewone aandelen. Let wel op dat bij overlijden of verkoop van certificaten andere fiscale regels kunnen gelden dan bij reguliere aandelen.

Praktische tips en afwegingen voor familiebedrijven

Bij het opzetten van een STAK moet je concrete keuzes maken over wie welke rechten krijgt en hoe flexibel de structuur blijft. De manier waarop je zeggenschap en economische rechten verdeelt, bepaalt hoe je bedrijf in de toekomst functioneert.

Structureren van zeggenschap en economische belangen

Je moet vooraf bepalen wie welke rol krijgt in je familiebedrijf. Het bestuur van de STAK behoudt de zeggenschapsrechten, terwijl certificaathouders alleen economische rechten krijgen zoals dividend.

Belangrijkste afwegingen:

  • Wie krijgt een bestuursrol in de STAK
  • Welke familieleden worden certificaathouder
  • Hoe verdeel je stemrechten binnen het bestuur
  • Welke beslissingen vereisen unanimiteit

De scheiding tussen eigendom en zeggenschap werkt goed als je actieve en passieve familieleden hebt. Actieve aandeelhouders kunnen in het STAK-bestuur zitten, terwijl anderen zonder operationele rol toch financieel profiteren.

Let op dat deze structuur ook spanning kan veroorzaken. Certificaathouders hebben geen invloed op bedrijfsbeslissingen, wat tot conflicten kan leiden als zij het niet eens zijn met het beleid.

Overdracht en verhandeling van certificaten

Certificaten van aandelen zijn makkelijker overdraagbaar dan gewone aandelen. Je moet wel duidelijke regels opstellen over wie certificaten mag kopen of erven.

Neem blokkeringsregelingen op in de statuten. Deze voorwaarden bepalen dat certificaten alleen binnen de familie blijven of dat het bestuur eerst moet instemmen met verkoop aan derden.

Typische restricties:

  • Aanbiedingsplicht aan andere familieleden
  • Goedkeuring door STAK-bestuur vereist
  • Waarderingsmethode voor certificaten
  • Beperking tot directe familieleden

Bij overdracht van aandelen zonder certificering zouden erfgenamen automatisch aandeelhouder worden. Met certificering blijft de controle bij de STAK, ongeacht wie de certificaten erft.

Toekomstbestendigheid en flexibiliteit bij bedrijfsoverdracht

Je STAK-structuur moet meegroeien met je bedrijf. Statuten die nu goed werken, kunnen over tien jaar te rigide zijn bij veranderende omstandigheden.

Bouw flexibiliteit in door wijzigingsmogelijkheden op te nemen. Het STAK-bestuur moet nieuwe situaties kunnen opvangen zonder complete herstructurering.

Denk aan toekomstige scenario’s zoals bedrijfsverkoop, fusies of nieuwe investeerders. Startups gebruiken STAK-structuren vaak anders dan gevestigde familiebedrijven.

Pas je aanpak aan bij je groeifase. Familieverhoudingen veranderen en nieuwe generaties krijgen andere ideeën.

Je bedrijf evolueert. Een STAK die niet aanpast, wordt een obstakel in plaats van een hulpmiddel.

Frequently Asked Questions

Een STAK roept veel vragen op bij familiebedrijven die overwegen hun aandelen te certificeren. De praktische werking, fiscale gevolgen en mogelijke risico’s vragen om duidelijke antwoorden voordat u deze stap zet.

Wat zijn de belangrijkste voordelen van STAK (Stichting Administratiekantoor) bij de certificering van aandelen in familiebedrijven?

Een STAK scheidt het stemrecht van het economisch belang op aandelen. Dit betekent dat familieleden kunnen delen in de winst zonder zeggenschap te krijgen over bedrijfsbeslissingen.

Het bestuur van de STAK houdt de stemrechten en controleert daarmee de belangrijke beslissingen. Certificaathouders ontvangen wel dividend en profiteren van waardestijging.

Deze structuur beschermt het bedrijf tegen versnippering van zeggenschap. Wanneer meerdere familieleden eigenaar worden, blijft de besluitvorming gestroomlijnd.

U kunt via de statuten en administratievoorwaarden de rechten van certificaathouders precies afstemmen op uw situatie. Sommige certificaathouders krijgen bijvoorbeeld vetorechten bij belangrijke besluiten of het recht om bestuurders te benoemen.

Hoe kan STAK bijdragen aan de continuïteit van een familiebedrijf?

Bij bedrijfsopvolging zorgt een STAK ervoor dat niet-actieve familieleden financieel kunnen delen zonder bemoeienis met de dagelijkse gang van zaken. De opvolger krijgt volledige verantwoordelijkheid zonder constant overleg met alle familieleden.

De certificering voorkomt dat aandelen verkocht worden aan partijen buiten de familie. U behoudt grip op wie eigenaar kan worden door voorwaarden op te nemen in de administratievoorwaarden.

Een STAK beschermt ook tegen conflicten tussen familieleden over de bedrijfsvoering. Het bestuur van de STAK neemt beslissingen op basis van het bedrijfsbelang, niet op basis van familiedynamiek.

Welke risico’s zijn er verbonden aan het gebruik van een STAK in de context van vermogensbescherming?

De bescherming die een STAK biedt, hangt volledig af van hoe u de structuur inricht. Slecht opgestelde statuten of administratievoorwaarden kunnen juridische problemen opleveren.

Certificaathouders hebben minder rechten dan aandeelhouders. U geeft dus macht uit handen aan het bestuur van de STAK, wat risico’s met zich meebrengt als dit bestuur niet goed functioneert.

De kosten voor oprichting en onderhoud van een STAK zijn aanzienlijk. U betaalt notariskosten, bestuursvergoedingen en mogelijk advieskosten voor juridische en fiscale begeleiding.

Bij faillissement van het bedrijf verliezen certificaathouders hun investering net als gewone aandeelhouders. De STAK-structuur zelf biedt geen bescherming tegen bedrijfsrisico’s of financiële verliezen.

Op welke manier verandert certificering van aandelen de zeggenschapsverhoudingen binnen een familiebedrijf?

Na certificering bezitten familieleden geen aandelen meer maar certificaten van aandelen. Het stemrecht op die aandelen ligt bij de STAK, niet bij de certificaathouders.

Het bestuur van de STAK bepaalt hoe er gestemd wordt in aandeelhoudersvergaderingen. Deze bestuurders kunnen familieleden zijn, maar ook externe adviseurs of andere onafhankelijke partijen.

U kunt in de statuten regelen dat certificaathouders bepaalde rechten behouden. Voorbeelden zijn goedkeuringsrechten bij grote beslissingen zoals verkoop van het bedrijf of wijziging van de strategie.

De verhouding tussen actieve en niet-actieve familieleden verandert fundamenteel. Actieve familieleden krijgen via het STAK-bestuur meer invloed, terwijl niet-actieve leden vooral financieel betrokken blijven.

Wat zijn de fiscale implicaties van het certificeren van aandelen via een STAK?

De STAK zelf is geen belastingplichtige voor de vennootschapsbelasting. Dit betekent dat winsten rechtstreeks naar het bedrijf en vervolgens naar de certificaathouders stromen.

Certificaathouders betalen inkomstenbelasting of dividendbelasting over ontvangen uitkeringen, net als normale aandeelhouders. Het fiscale regime verschilt niet significant van directe aandelenbezit voor particuliere certificaathouders.

Bij overdracht van certificaten kunnen schenkings- of erfbelasting verschuldigd zijn. De waardering van certificaten volgt dezelfde regels als die voor aandelen.

U moet bij het certificeren rekening houden met mogelijke fiscale gevolgen van de overdracht van aandelen aan de STAK. Een gestructureerde aanpak voorkomt onverwachte belastingheffing bij de oprichting.

Hoe wordt de onafhankelijkheid van het bestuur van een STAK gewaarborgd om belangenconflicten te voorkomen?

De statuten van de STAK bepalen wie bestuurders mogen benoemen en ontslaan. U kunt hierin opnemen dat certificaathouders gezamenlijk of een onafhankelijke partij deze bevoegdheid krijgt.

Externe bestuurders zonder familiebanden vergroten de onafhankelijkheid. Deze personen nemen beslissingen op basis van bedrijfsbelang zonder emotionele of familiale betrokkenheid.

Het bestuursreglement van de STAK moet duidelijke regels bevatten over belangenconflicten. Bestuurders met een persoonlijk belang bij een beslissing moeten zich onthouden van stemming.

Nieuws

Conflict tussen aandeelhouders: stappenplan van waarschuwing tot Ondernemingskamer

Conflicten tussen aandeelhouders kunnen het voortbestaan van je bedrijf bedreigen. Wanneer meningsverschillen over bedrijfsvisie, winstuitkering of managementbeslissingen escaleren, is het belangrijk om te weten welke stappen je kunt nemen.

Van vroege waarschuwingssignalen tot formele procedures bij de Ondernemingskamer: er bestaat een duidelijk pad om geschillen aan te pakken.

Een groep zakelijke mensen zit gespannen rond een vergadertafel in een moderne kantoorruimte, in gesprek over een conflict.

Dit artikel biedt je een praktisch stappenplan om aandeelhoudersconflicten te herkennen, te voorkomen en stapsgewijs op te lossen voordat ze je onderneming ernstige schade toebrengen.

Je leert hoe je onenigheid in een vroeg stadium kunt aanpakken, welke rol aandeelhoudersovereenkomsten spelen en wanneer juridische stappen noodzakelijk zijn.

De reis van een beginnend meningsverschil naar een procedure bij de Ondernemingskamer doorloopt verschillende fases. In elk stadium heb je mogelijkheden om het conflict te de-escaleren.

Door de juiste aanpak te kiezen op het juiste moment, bescherm je zowel je belangen als de toekomst van je bedrijf.

Wat is een conflict tussen aandeelhouders?

Zakelijke bijeenkomst met diverse professionals die een serieus gesprek voeren in een modern kantoor.

Een conflict tussen aandeelhouders ontstaat wanneer eigenaren van een vennootschap het niet eens worden over belangrijke beslissingen. Deze geschillen kunnen variëren van kleine meningsverschillen tot grote ruzies die de hele onderneming bedreigen.

Verschillende soorten aandeelhoudersconflicten

Aandeelhoudersconflicten komen in verschillende vormen voor. Financiële geschillen gaan over winstverdeling, dividend of investeringsbeslissingen.

Je ziet dit vaak wanneer aandeelhouders het oneens zijn over hoeveel geld uitbetaald moet worden versus hoeveel terug moet in het bedrijf. Strategische conflicten ontstaan door botsende visies over de toekomst.

De ene aandeelhouder wil snel groeien en nieuwe markten betreden, terwijl de ander liever stabiliteit kiest. Macht en controle vormen een derde type conflict.

Hierbij gaat het om wie er eigenlijk de touwtjes in handen heeft binnen de vennootschap. Dit speelt vooral tussen meerderheids- en minderheidsaandeelhouders.

Persoonlijke conflicten maken aandeelhoudersgeschillen extra complex. Karakterverschillen, jaloezie of verlies van vertrouwen kunnen zakelijke meningsverschillen verergeren.

Bij familiebedrijven spelen ook oude familieruzies vaak een rol.

Oorzaken van aandeelhoudersgeschillen

Slechte communicatie ligt vaak aan de basis van aandeelhoudersconflicten. Wanneer je belangrijke informatie niet deelt met andere aandeelhouders, groeit het wantrouwen snel.

Achtergehouden financiële cijfers of geheime contracten zorgen voor spanning. Gebrek aan transparantie maakt het vertrouwen tussen aandeelhouders kapot.

Als je besluiten neemt zonder overleg of onduidelijke rapportages deelt, ontstaan er al snel misverstanden. Ongelijke behandeling voedt ook aandeelhoudersgeschillen.

Sommige aandeelhouders krijgen meer informatie of betere voorwaarden dan anderen. Dit gevoel van onrecht zorgt voor wrok en frustratie.

Verschillende belangen kunnen botsen binnen je vennootschap. Een aandeelhouder die ook leverancier is denkt anders dan een pure investeerder.

Deze tegenstrijdige rollen leiden vaak tot conflicten in het ondernemingsrecht.

Impact op de vennootschap en bedrijfsvoering

Aandeelhoudersconflicten raken je bedrijf direct. De besluitvorming kan volledig vastlopen wanneer aandeelhouders elkaar niet kunnen vinden.

Belangrijke keuzes worden niet gemaakt en je bedrijfsvoering komt in de problemen. Je financiële resultaten komen onder druk te staan.

Winst daalt en cashflowproblemen kunnen ontstaan. De juridische kosten van het conflict lopen snel op, geld dat je beter kunt investeren in groei.

Werknemers voelen de spanning en raken onzeker over hun toekomst. Goede medewerkers vertrekken naar stabielere bedrijven.

Klanten merken het gebrek aan duidelijkheid en verliezen hun vertrouwen.

Gebied Gevolgen van conflict
Financiën Dalende winst, cashflowproblemen
Personeel Vertrekkende werknemers, onzekerheid
Klanten Verlies van vertrouwen, minder orders
Groei Stilstand bij investeringen en expansie

Langdurige aandeelhoudersgeschillen kunnen je vennootschap zelfs ten gronde richten. De combinatie van operationele problemen, vertrekkend personeel en verdwijnende klanten maakt verder ondernemen onmogelijk.

Rol van aandeelhouders, bestuur en AVA

Zakelijke vergadering met diverse professionals die in een moderne boardroom een serieus gesprek voeren.

De macht binnen een BV of NV is verdeeld over het bestuur en de aandeelhouders via de AVA. Deze verdeling van bevoegdheden zorgt voor checks and balances, maar kan ook leiden tot conflicten wanneer de verhoudingen niet duidelijk zijn of wanneer belangen botsen.

Bevoegdheden van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders

De AVA is het hoogste orgaan binnen uw vennootschap waar aandeelhouders hun zeggenschap uitoefenen. In de AVA nemen aandeelhouders belangrijke beslissingen over de koers van de onderneming.

De belangrijkste bevoegdheden van de AVA zijn:

  • Vaststellen van de jaarrekening en goedkeuren van financiële verslagen
  • Benoemen en ontslaan van bestuurders en vaststellen van hun beloning
  • Bepalen van het dividendbeleid en beslissen over winstuitkering
  • Goedkeuren van belangrijke bestuursbesluiten zoals statutenwijzigingen
  • Vaststellen van de strategische richting van de onderneming

De AVA heeft geen bevoegdheid om het dagelijks bestuur over te nemen. Wel kan de AVA aanwijzingen geven aan het bestuur over het te voeren beleid.

Deze aanwijzingen moeten het bestuur volgen, tenzij dit in strijd is met het belang van de vennootschap.

De taakverdeling tussen bestuur en aandeelhouders

Het bestuur is belast met het dagelijks bestuur en de strategische uitvoering van de onderneming. Een bestuurder heeft een zelfstandige taak en moet handelen in het belang van de vennootschap en alle betrokkenen.

Het bestuur neemt operationele beslissingen zonder tussenkomst van de AVA. Bestuursbesluiten over grote investeringen, leningen of verkoop van bedrijfsonderdelen kunnen volgens de statuten wel goedkeuring van de AVA vereisen.

Dit voorkomt dat het bestuur belangrijke beslissingen neemt zonder instemming van aandeelhouders. De AVA mag zich niet bemoeien met de dagelijkse gang van zaken.

Aandeelhouders oefenen hun invloed uit via de vergadering door bestuurders te benoemen of te ontslaan en door belangrijke besluiten goed te keuren of af te wijzen. Deze scheiding voorkomt machtsconcentratie maar vereist wel dat beide partijen zich redelijk en billijk gedragen naar elkaar.

Stemrechten, verzwaarde meerderheid en vetorechten

Uw stemrecht als aandeelhouder is normaal gekoppeld aan het aantal aandelen dat u bezit. Eén aandeel geeft recht op één stem, tenzij de statuten of een aandeelhoudersovereenkomst anders bepalen.

Meerderheidsaandeelhouders hebben door hun grotere aandelenpakket meer invloed op besluitvorming. Minderheidsaandeelhouders kunnen worden beschermd via:

  • Verzwaarde meerderheid: bepaalde besluiten vereisen meer dan een gewone meerderheid (bijvoorbeeld 75% of unanimiteit)
  • Vetorechten: specifieke aandeelhouders krijgen het recht om bepaalde besluiten te blokkeren
  • Goedkeuringsrechten: belangrijke beslissingen vereisen instemming van alle aandeelhouders of specifieke groepen

Deze beschermingsmechanismen legt u vast in de statuten of aandeelhoudersovereenkomst. Zonder dergelijke afspraken kunnen meerderheidsaandeelhouders in principe alle besluiten doordrukken.

Minderheidsaandeelhouders hebben dan weinig tot geen invloed op de besluitvorming, wat tot conflicten kan leiden.

Oorzaken en signalen van aandeelhoudersconflicten

Conflicten tussen aandeelhouders ontstaan zelden uit het niets. Ze bouwen zich vaak geleidelijk op door miscommunicatie, verschillende visies op de bedrijfsvoering, en botsende belangen rond financiële keuzes.

Meningsverschillen over strategie en bedrijfsvoering

Verschillen van mening over de strategische koers vormen een belangrijke bron van conflicten. De ene aandeelhouder wil snel groeien en investeren, terwijl de ander voorzichtig blijft en risico’s vermijdt.

Meningsverschillen over de bedrijfsstrategie ontstaan vaak rond deze punten:

  • Expansie naar nieuwe markten of juist focus op bestaande klanten
  • Grote investeringen in technologie en innovatie
  • Het aannemen van extra personeel of juist kostenbesparingen
  • Samenwerking met andere bedrijven of zelfstandig blijven werken

Als aandeelhouders het niet eens worden over de strategie, komt de besluitvorming stil te liggen. Het bedrijf verliest dan kostbare tijd en kansen.

Signalen dat strategische conflicten aan de oppervlakte komen zijn vertraagde beslissingen en verhitte discussies tijdens vergaderingen. Je merkt het ook als bepaalde aandeelhouders consequent tegen voorstellen stemmen.

Onenigheid over winstuitkering en dividendbeleid

Financiële kwesties leiden vaak tot de meest verhitte discussies. Winstuitkering en het dividendbeleid raken de portemonnee van elke aandeelhouder direct.

Sommige aandeelhouders willen dividend ontvangen omdat ze afhankelijk zijn van dat inkomen. Anderen willen winst herinvesteren om het bedrijf te laten groeien.

Typische conflictpunten:

Situatie Conflictrisico
Werkende aandeelhouders krijgen hoog salaris Niet-werkende aandeelhouders voelen zich benadeeld
Winst blijft in de zaak zitten Passieve investeerders ontvangen geen rendement
Ongelijke aandelen en stemrechten Minderheden hebben geen zeggenschap over uitkeringen

Het gebrek aan duidelijke afspraken over winstuitkering maakt het probleem groter. Zonder heldere regels ontstaat jaarlijks opnieuw discussie over wat er gebeurt met de winst.

Gebrek aan transparantie en communicatie

Slecht geïnformeerde aandeelhouders voelen zich buitengesloten en ontwikkelen wantrouwen. Transparantie en open communicatie zijn onmisbaar voor gezonde zakelijke relaties.

Gebrek aan transparantie zie je terug in verschillende vormen. Sommige aandeelhouders krijgen financiële cijfers niet of te laat.

Belangrijke contracten worden gesloten zonder anderen te informeren. Bestuursbesluiten komen als verrassing.

Communicatie gaat vaak mis doordat vergaderingen te weinig plaatsvinden of slecht worden voorbereid. E-mails blijven onbeantwoord en vragen worden ontweken.

Dit gedrag voedt het wantrouwen tussen aandeelhouders. Vroege signalen zijn vage antwoorden op simpele vragen en het achterhouden van documenten.

Als je merkt dat informatie bewust wordt gefilterd of vertraagd, staat het conflict al voor de deur.

Persoonlijke en zakelijke belangen

Persoonlijke verhoudingen en emoties maken zakelijke conflicten ingewikkelder. Vooral bij familiebedrijven of vriendschappen lopen persoonlijke en zakelijke belangen door elkaar.

Zakelijke relaties komen onder druk als iemand zijn persoonlijke belang vooropstelt. Een aandeelhouder die ook leverancier is, factureert misschien te hoge prijzen.

Een familielid krijgt een functie waar hij niet geschikt voor is. Deze dubbele petten creëren spanning met andere aandeelhouders die puur als investeerder participeren.

Zij zien hun rendement verdampen terwijl anderen profiteren van nevenverdiensten. Verlies van vertrouwen door eerdere teleurstellingen speelt ook mee.

Oude ruzies duiken telkens weer op bij nieuwe beslissingen. Jaloezie over succes of waardering kan rationele gesprekken onmogelijk maken.

Reputatieschade dreigt als persoonlijke conflicten zichtbaar worden voor werknemers en klanten. Het bedrijf lijdt mee onder de verdeeldheid aan de top.

Voorkomen van aandeelhoudersgeschillen

Het voorkomen van conflicten tussen aandeelhouders begint met heldere afspraken op papier. Door verantwoordelijkheden en bevoegdheden vooraf vast te leggen en open communicatie te onderhouden, vermijdt u veel problemen.

Het belang van duidelijke statuten en aandeelhoudersovereenkomst

Uw statuten vormen de basis van de vennootschap en regelen de hoofdstructuur. Deze bevatten vaak algemene bepalingen over zaken als stemrechten en de werking van de vergadering.

Een aandeelhoudersovereenkomst gaat verder en legt specifieke afspraken tussen aandeelhouders vast. In de aandeelhoudersovereenkomst regelt u concrete zaken die in de praktijk vaak tot conflict leiden.

Denk aan de verdeling van winst, regels voor verkoop van aandelen, en wie welke beslissingen mag nemen. U kunt hier ook vastleggen hoe u omgaat met situaties waarin aandeelhouders willen uittreden.

Voor familiebedrijven is een familiestatuut vaak een nuttige aanvulling. Dit document regelt specifieke familiekwesties zoals opvolging en de overdracht van aandelen aan familieleden.

Zo voorkomt u dat zakelijke en familierelaties door elkaar lopen.

Rol van contractuele afspraken en governance

Contractuele afspraken bepalen wie waarvoor verantwoordelijk is binnen de vennootschap. U legt hierin vast welke beslissingen een meerderheid vereisen en waar mogelijk een unaniem besluit nodig is.

Dit voorkomt discussies achteraf. Denk ook aan het vastleggen van vetorechten voor belangrijke beslissingen.

Bepaal bijvoorbeeld dat grote investeringen of het aangaan van leningen goedkeuring van alle aandeelhouders vereisen. Zo beschermt u minderheidsaandeelhouders tegen ongewenste besluiten.

De taakverdeling tussen aandeelhouders verdient ook aandacht. Wie neemt welke rol op zich?

Wie mag namens de onderneming handelen? Deze bevoegdheden moet u helder beschrijven om misverstanden te voorkomen.

Regelmatig overleg en transparante communicatie

Transparantie en communicatie tussen aandeelhouders zijn essentieel om conflicten te voorkomen. Plan vaste momenten waarop u samen de cijfers bespreekt en de koers evalueert.

Dit voorkomt dat aandeelhouders zich buitengesloten voelen. Deel relevante bedrijfsinformatie tijdig met alle aandeelhouders.

Financiële cijfers, strategische plannen en belangrijke ontwikkelingen moeten voor iedereen toegankelijk zijn. Geheimhouding of onduidelijkheid wekt al snel wantrouwen.

Bij meningsverschillen is het belangrijk om deze vroeg te bespreken. Wacht niet tot kleine irritaties uitgroeien tot grote conflicten.

Een open gesprek met een gespreksleider of adviseur kan vaak veel ellende voorkomen.

Stappenplan bij conflict tussen aandeelhouders

Bij aandeelhoudersconflicten werk je het beste stapsgewijs naar een oplossing toe. Start met het bekijken van bestaande afspraken, probeer eerst onderling tot een oplossing te komen, schakel daarna eventueel bemiddeling in en ga pas als het niet anders kan over op juridische stappen.

Analyseren van bestaande afspraken en contracten

Begin altijd met het checken van je aandeelhoudersovereenkomst en andere contracten. Deze documenten bevatten vaak regels voor het oplossen van geschillen tussen aandeelhouders.

Zoek naar afspraken over:

  • Geschillenbeslechting en arbitrage
  • Stemrechten en besluitvorming
  • Verkoop of overdracht van aandelen
  • Uittreding van aandeelhouders
  • Dividend- en winstuitkering

Let goed op eventuele deadlock-regelingen. Deze beschrijven wat er moet gebeuren als aandeelhouders het niet eens worden over belangrijke beslissingen.

Soms staat er een specifieke procedure in voor mediation of arbitrage. Bekijk ook de statuten van je vennootschap.

Hierin staan vaak belangrijke bevoegdheden en taken van aandeelhouders en bestuur. Deze documenten geven duidelijkheid over wie wat mag beslissen.

Heb je geen aandeelhoudersovereenkomst? Dan gelden alleen de wettelijke regels en de statuten.

Dat maakt het oplossen van een geschil tussen aandeelhouders lastiger.

Eerste waarschuwing en onderling overleg

Probeer het conflict eerst zelf op te lossen door direct contact met de andere aandeelhouders. Dit bespaart tijd, geld en zorgt ervoor dat de zakelijke relatie niet meteen beschadigd raakt.

Plan een gesprek waarin beide partijen hun standpunten kunnen uitleggen. Bereid je goed voor door je argumenten en belangen helder op een rijtje te zetten.

Maak tijdens het gesprek duidelijk wat je bezwaren zijn. Blijf zakelijk en vermijd persoonlijke aanvallen.

Focus op de feiten en de impact op het bedrijf. Sommige ondernemers kunnen het conflict oplossen door compromissen te sluiten.

Probeer te achterhalen wat de andere partij echt belangrijk vindt. Leg afspraken uit het overleg altijd schriftelijk vast.

Dit voorkomt nieuwe misverstanden later. Stuur een bevestigingsmail of stel een kort document op dat beide partijen ondertekenen.

Mediation en bemiddeling

Lukt het niet om er onderling uit te komen? Dan is mediation vaak de volgende stap.

Een onafhankelijke bemiddelaar helpt jullie naar een oplossing te zoeken. De mediator neemt geen beslissingen, maar begeleidt het gesprek tussen de aandeelhouders.

Hij zorgt dat beide partijen naar elkaar luisteren. De mediator helpt om gemeenschappelijke grond te vinden.

Voordelen van mediation:

  • Sneller en goedkoper dan een rechtszaak
  • Vertrouwelijk proces
  • Je houdt zelf de regie over de oplossing
  • Minder schade aan de zakelijke relatie

Kies een mediator met ervaring in aandeelhoudersconflicten. Vraag naar referenties en eerdere zaken die hij heeft behandeld.

Een mediationtraject duurt meestal tussen de twee en zes sessies. De kosten delen jullie, tenzij anders afgesproken in de aandeelhoudersovereenkomst.

Bereiken jullie een oplossing? Leg deze vast in een bindende overeenkomst die beide partijen ondertekenen.

Opschalen naar juridische stappen

Helpen gesprekken en bemiddeling niet? Dan blijven juridische stappen over.

Schakel advocaten in die gespecialiseerd zijn in ondernemingsrecht en aandeelhoudersconflicten. Je advocaat bekijkt eerst of je aandeelhoudersovereenkomst een arbitrageclausule bevat.

Dan moet het geschil via arbitrage worden opgelost in plaats van via de gewone rechtbank. Arbitrage is vaak sneller en verloopt discreet.

Zonder arbitrageclausule kun je verschillende juridische procedures starten:

  • Uitstotingsprocedure: je dwingt een medeaandeelhouder zijn aandelen te verkopen
  • Geschillenregeling: je vraagt de rechter om een beslissing over het conflict
  • Enquêteprocedure: je meldt wanbeleid bij de Ondernemingskamer

De uitstotingsprocedure gebruik je als de samenwerking echt niet meer werkt. De rechter bepaalt dan een redelijke prijs voor de aandelen.

Bij ernstig wanbeleid kun je een enquêteprocedure starten bij de Ondernemingskamer. Dit is een zware procedure die je alleen gebruikt als laatste redmiddel.

De Ondernemingskamer kan bijvoorbeeld bestuurders ontslaan of de aandelen laten overdragen.

Formele geschillenregelingen en procedures

De wet biedt specifieke procedures om vastgelopen conflicten tussen aandeelhouders op te lossen. Bij uittreding kan een aandeelhouder zelf de vennootschap verlaten, terwijl bij uitstoting een aandeelhouder gedwongen wordt zijn aandelen over te dragen.

De geschillenregeling: uittreding en uitstoting

De geschillenregeling is een juridische procedure waarbij u via de rechtbank een conflict met mede-aandeelhouders oplost. Deze regeling maakt het mogelijk dat aandeelhouders uit elkaar gaan wanneer de samenwerking niet meer werkt.

U kunt deze procedure starten als er sprake is van ernstige onenigheid die het functioneren van de onderneming belemmert. De rechtbank beoordeelt of er voldoende gronden zijn voor uittreding of uitstoting.

De geschillenregeling biedt twee hoofdoplossingen. Bij uittreding verlaat u zelf de vennootschap.

Bij uitstoting zorgt de rechtbank ervoor dat een andere aandeelhouder wordt verwijderd. De rechtbank bepaalt ook de voorwaarden voor de overdracht van aandelen.

Uittredingsprocedure voor aandeelhouders

Bij een uittredingsprocedure vraagt u als aandeelhouder zelf om uit de vennootschap te mogen stappen. U start deze procedure bij de rechtbank als de situatie onhoudbaar is geworden.

De rechtbank toetst of er gewichtige redenen zijn voor uw uittreding. Voorbeelden zijn structureel wanbeleid, uitsluiting van informatie, of onoverbrugbare verschillen over de bedrijfsstrategie.

Als de rechtbank uw verzoek toewijst, bepaalt zij ook de waardebepaling van uw aandelen. Een deskundige berekent vaak de faire waarde op basis van financiële gegevens en toekomstverwachtingen.

De overgebleven aandeelhouders moeten uw aandelen overnemen tegen de vastgestelde prijs. U ontvangt de vergoeding en verlaat formeel de onderneming.

Uitstotingsprocedure en gedwongen overdracht van aandelen

De uitstotingsprocedure gebruikt u om een medeaandeelhouder uit de vennootschap te verwijderen. Dit is een zwaardere maatregel dan uittreding en vereist sterke juridische gronden.

U moet aantonen dat de betrokken aandeelhouder het bedrijfsbelang ernstig schaadt. Denk aan blokkeren van belangrijke beslissingen, belangenverstrengeling, of gedrag dat de onderneming in gevaar brengt.

Bij toewijzing volgt een gedwongen overdracht waarbij de uit te stoten aandeelhouder verplicht is zijn aandelen te verkopen. De rechtbank bepaalt aan wie de aandelen worden overgedragen en tegen welke prijs.

Een onafhankelijke deskundige voert de waardebepaling uit volgens objectieve criteria. De procedure eindigt met de juridische overdracht van aandelen en betaling van de overeengekomen waarde.

De uitgestoten aandeelhouder verliest daarna alle rechten binnen de vennootschap.

Enquêteprocedure en de rol van de Ondernemingskamer

De enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam biedt een juridisch middel om vastgelopen conflicten tussen aandeelhouders te doorbreken. Deze procedure kan leiden tot ingrijpende maatregelen zoals het schorsen van bestuurders of het opleggen van voorlopige voorzieningen.

Wanneer enquêteprocedure inzetten?

Je kunt een enquêteprocedure starten als er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan het juiste beleid binnen de vennootschap. Dit kan gaan om situaties waarin besluitvorming volledig is vastgelopen of wanneer er sprake is van mogelijk wanbeleid.

Voor een BV of NV moet je als aandeelhouder minimaal 10% van het geplaatste kapitaal bezitten of aandelen ter waarde van €225.000 of meer hebben. Ook het bestuur of de raad van commissarissen kan namens de rechtspersoon een enquête aanvragen.

Voordat je naar de Ondernemingskamer gaat, moet je je bezwaren schriftelijk kenbaar maken aan het bestuur. Dit is een verplichte stap.

De Ondernemingskamer neemt je verzoek niet in behandeling als je deze waarschuwing niet hebt gegeven. Advocaten ondernemingsrecht kunnen je begeleiden bij het opstellen van het verzoekschrift en het voeren van de procedure bij het Gerechtshof Amsterdam.

Verloop en gevolgen van een enquêteonderzoek

De enquêteprocedure start met een verzoekschrift bij de Ondernemingskamer. De vennootschap en belanghebbenden krijgen de kans om schriftelijk te reageren via een verweerschrift.

Daarna volgt een mondelinge behandeling. Als de Ondernemingskamer gegronde redenen ziet om te twijfelen aan het juiste beleid, laat zij een onderzoek uitvoeren.

Een onafhankelijke onderzoeker wordt aangesteld die toegang krijgt tot alle informatie van de vennootschap. Bestuurders, commissarissen en werknemers moeten volledige medewerking verlenen.

De kosten van het enquêteonderzoek worden in eerste instantie door de vennootschap betaald. Na afloop kan de Ondernemingskamer beslissen deze kosten aan andere partijen op te leggen.

Na het onderzoek stelt de onderzoeker een rapport op. De Ondernemingskamer beoordeelt aan de hand van dit rapport of er sprake is van wanbeleid.

Deze vaststelling kan later leiden tot aansprakelijkheid van bestuurders of commissarissen.

Bevoegdheden van de Ondernemingskamer

De Ondernemingskamer kan voorlopige voorzieningen treffen, zelfs voordat het onderzoek is afgerond. Deze mogelijkheid maakt de enquête een krachtig instrument bij acute conflicten.

Mogelijke voorlopige voorzieningen:

  • Schorsen of ontslaan van bestuurders of commissarissen
  • Benoemen van tijdelijke bestuurders
  • Schorsen van stemrecht van aandeelhouders
  • Blokkeren van bepaalde besluiten

Deze voorzieningen zijn onmiddellijk uitvoerbaar en blijven gelden tijdens de procedure. Na vaststelling van wanbeleid kan de Ondernemingskamer definitieve maatregelen opleggen.

De mogelijkheden hiervoor zijn wettelijk vastgelegd en kunnen zelfs leiden tot ontbinding van de vennootschap. Tegen uitspraken van de Ondernemingskamer is cassatie mogelijk bij de Hoge Raad.

Dit schort de uitvoering echter niet op als de uitspraak uitvoerbaar bij voorraad is verklaard.

Bijzondere situaties en aandachtspunten

Aandeelhoudersconflicten spelen zich niet altijd af in standaardsituaties. Familiebedrijven, geplande overnames en zakelijke relaties brengen eigen uitdagingen met zich mee die extra aandacht vragen.

Ook de schade die een conflict kan aanrichten – van reputatieschade tot problemen met financiering – mag u niet onderschatten.

Conflicten in familiebedrijven

In familiebedrijven lopen zakelijke en persoonlijke verhoudingen door elkaar. Dit maakt conflicten vaak emotioneler en complexer dan in reguliere bedrijven.

Een ruzie over de jaarrekening of managementvergoeding raakt niet alleen de onderneming, maar ook familierelaties. Broers en zussen die het oneens zijn over dividenduitkering zitten nog steeds bij elkaar aan de verjaardagstafel.

Voor familiebedrijven is preventie nog belangrijker. Een familiestatuut helpt om van tevoren afspraken vast te leggen over:

  • Wie mag aandelen bezitten en onder welke voorwaarden
  • Hoe verloopt de overdracht aan de volgende generatie
  • Welke regels gelden voor familieleden die in het bedrijf werken
  • Hoe bepaalt u managementvergoedingen voor familieleden

Bij conflicten in familiebedrijven kunt u het beste eerst een familieberaad organiseren. Dit kan met een onafhankelijke gespreksleider die bekend is met familiebedrijven.

Mediation werkt hier vaak beter dan juridische procedures. U wilt de familierelatie zoveel mogelijk beschermen.

Aandeelhoudersverhoudingen en zakelijke relaties

Wanneer aandeelhouders ook zakelijke relaties hebben, vergroot een conflict de schade. Denk aan aandeelhouders die ook elkaars klant, leverancier of huurder zijn.

Een geschil kan dan meerdere overeenkomsten tegelijk bedreigen. De aandeelhouder die ook uw grootste klant is, kan dreigen het contract op te zeggen.

Of de aandeelhouder die het pand verhuurt, vraagt plotseling een veel hogere huur. Let goed op hoe uw aandeelhoudersovereenkomst omgaat met deze dubbele verhoudingen.

U kunt bijvoorbeeld afspraken maken dat zakelijke contracten doorlopen, ook bij een aandeelhoudersconflict. Bespreek ook wat er gebeurt als één aandeelhouder zijn aandelen moet verkopen – eindigen de zakelijke contracten dan automatisch, of lopen ze door?

Bij mediation of onderhandelingen moet u beide verhoudingen apart behandelen. Mix zakelijke contracten niet door elkaar met het aandeelhoudersgeschil.

Dit houdt de onderhandelingen overzichtelijk. Het vergroot de kans op een oplossing.

Overname, tag-along en drag-along bepalingen

Bij een (geplande) verkoop van aandelen of overname komen vaak tag-along en drag-along bepalingen om de hoek kijken. Deze clausules beschermen respectievelijk minderheids- en meerderheidsaandeelhouders bij verkoop.

Tag-along (meeliften) geeft minderheidsaandeelhouders het recht om mee te verkopen tegen dezelfde voorwaarden als de meerderheidsaandeelhouder. Dit voorkomt dat zij achterblijven met een nieuwe, onbekende meerderheidsaandeelhouder.

Drag-along (meeslepen) geeft de meerderheidsaandeelhouder de mogelijkheid om minderheidsaandeelhouders te dwingen mee te verkopen. Dit maakt het voor kopers aantrekkelijker om het volledige bedrijf over te nemen.

Bij conflicten ontstaan vaak meningsverschillen over:

  • De waardering van de aandelen bij een verplichte verkoop
  • Of een drag-along situatie wel terecht wordt ingeroepen
  • Welke informatie minderheidsaandeelhouders krijgen over de potentiële koper
  • De timing en voorwaarden van de verkoop

Controleer uw aandeelhoudersovereenkomst goed. Staan deze bepalingen erin?

Onder welke voorwaarden? Bij onduidelijkheid kan de rechter tussenbeide komen om de waarde vast te stellen of te bepalen of de clausule terecht wordt ingeroepen.

Risico’s: reputatieschade, financiering en investeringen

Een aandeelhoudersconflict brengt concrete risico’s met zich mee die verder gaan dan alleen de interne verhoudingen. Reputatieschade ontstaat snel, vooral als het conflict publiek wordt of naar de rechter gaat.

Klanten, leveranciers en partners krijgen twijfels over de stabiliteit van uw onderneming. Dit kan leiden tot verlies van opdrachten of slechtere betalingsvoorwaarden.

Financiering komt onder druk te staan. Banken worden nerveus bij aandeelhoudersconflicten en kunnen:

  • Nieuwe leningen weigeren
  • Bestaande kredietfaciliteiten verlagen
  • Hogere rentes vragen
  • Extra zekerheden eisen

Investeerders trekken zich vaak terug bij slepende conflicten. Een geplande investeringsronde kan worden uitgesteld of afgeblazen.

Ook nieuwe zakelijke partners houden de boot af totdat het conflict is opgelost. Houd de schade beperkt door:

  • Het conflict zo veel mogelijk intern te houden
  • Snel te handelen en niet te laten escaleren
  • Stakeholders zoals banken en belangrijke klanten proactief te informeren
  • Een tijdelijke bestuursstructuur af te spreken zodat het bedrijf doorloopt

Juridische procedures bij de Ondernemingskamer zijn weliswaar openbaar, maar vaak sneller en gerich

Veelgestelde Vragen

Aandeelhouders hebben vaak vragen over hoe ze conflicten moeten aanpakken en welke juridische stappen beschikbaar zijn. De procedures en vereisten kunnen complex zijn, maar met de juiste informatie kun je betere beslissingen maken voor je situatie.

Wat zijn de eerste stappen die ondernomen moeten worden bij een conflict tussen aandeelhouders?

Begin met een direct gesprek tussen de betrokken aandeelhouders. Probeer de oorzaak van het conflict te begrijpen en bespreek mogelijke oplossingen.

Leg het probleem schriftelijk vast met concrete voorbeelden. Documenteer alle belangrijke gesprekken, besluiten en afspraken die relevant zijn voor het geschil.

Controleer de statuten en eventuele aandeelhoudersovereenkomsten. Deze documenten bevatten vaak afspraken over hoe geschillen opgelost moeten worden.

Als onderling overleg niet helpt, overweeg dan mediation met een onpartijdige derde. Dit kan tijd en kosten besparen in vergelijking met een rechtszaak.

Hoe kan een waarschuwing effectief worden gecommuniceerd in situaties van geschillen tussen aandeelhouders?

Stuur een schriftelijke waarschuwing via aangetekende post of email met leesbevestiging. Dit zorgt voor een bewijs dat de andere partij de waarschuwing heeft ontvangen.

Beschrijf in de waarschuwing precies welk gedrag of welke handelingen problematisch zijn. Vermeld concrete data, besluiten of gebeurtenissen die het conflict veroorzaken.

Geef aan welke gevolgen het gedrag heeft voor de onderneming of voor jouw belangen als aandeelhouder. Wees specifiek over de schade die wordt aangericht of dreigt te ontstaan.

Stel een redelijke termijn waarin de andere partij het gedrag moet aanpassen. Vermeld ook welke juridische stappen je overweegt als er geen verandering komt.

Laat een advocaat de waarschuwingsbrief opstellen of controleren. Dit verhoogt de kans dat de waarschuwing serieus wordt genomen en juridisch correct is geformuleerd.

Op welke gronden kan een aandeelhouder de Ondernemingskamer inschakelen?

Je kunt de Ondernemingskamer inschakelen als je gegronde redenen hebt om te twijfelen aan een juist beleid of gang van zaken binnen het bedrijf. Dit heet wanbeleid.

Voorbeelden van wanbeleid zijn het frustreren van besluitvorming, oneigenlijke bevoordeling van bepaalde aandeelhouders, of handelingen die het bedrijf schaden. Ook onregelmatigheden in de financiële administratie kunnen grond zijn voor een enquêteprocedure.

Je moet minimaal 10% van de aandelen bezitten of aandelen ter waarde van minstens 225.000 euro hebben. Zonder dit minimale belang kun je geen verzoekschrift indienen.

Een ondernemingsraad kan ook een enquêteprocedure starten als het bedrijf zo’n raad heeft. Voor de ondernemingsraad gelden geen minimale aandelenvereisten.

Welk bewijsmateriaal is vereist voor het opstarten van een procedure bij de Ondernemingskamer?

Verzamel documenten die het wanbeleid aantonen, zoals notulen van aandeelhoudersvergaderingen, financiële overzichten en correspondentie. Deze stukken moeten concrete aanwijzingen geven van verkeerd beleid.

Bewaar emails, brieven en andere communicatie die laat zien hoe beslissingen zijn genomen. Ook verslagen van gesprekken waarin problematisch gedrag aan bod kwam zijn waardevol.

Leg vast welke schade het bedrijf heeft geleden door het vermeende wanbeleid. Financiële gegevens, contracten of externe rapporten kunnen dit onderbouwen.

Je hoeft niet alle bewijs al in het eerste verzoekschrift mee te sturen. De Ondernemingskamer beoordeelt eerst of er gegronde redenen zijn voor twijfel, waarna eventueel een onderzoek wordt ingesteld.

Laat je bijstaan door een advocaat bij het verzamelen en presenteren van het bewijsmateriaal. Een gespecialiseerde advocaat weet welke documenten het meest relevant zijn voor jouw zaak.

Wat zijn de mogelijke uitkomsten van een Ondernemingskamer procedure bij aandeelhoudersconflicten?

De Ondernemingskamer kan verschillende maatregelen opleggen als er wanbeleid wordt vastgesteld. Deze maatregelen zijn bedoeld om het bedrijf te beschermen en de situatie te verbeteren.

Een bestuurder of commissaris kan worden geschorst of ontslagen. De Ondernemingskamer kan ook een tijdelijk bestuurder aanstellen om de onderneming te leiden tijdens het conflict.

Bepaalde besluiten kunnen worden vernietigd of geschorst als ze zijn genomen tijdens het wanbeleid. Ook kan de Ondernemingskamer regels stellen voor toekomstige besluitvorming.

In sommige gevallen kan de Ondernemingskamer bepalen dat aandelen moeten worden overgedragen. Dit gebeurt vooral als geen andere maatregel het probleem kan oplossen.

Na afloop van de procedure kan de Ondernemingskamer ook voorzieningen treffen voor de toekomst. Denk aan aanpassingen in de statuten of extra toezicht op het bestuur.

Welke preventieve maatregelen kunnen aandeelhouders nemen om toekomstige conflicten te vermijden?

Stel een aandeelhoudersovereenkomst op voordat problemen ontstaan. Deze overeenkomst regelt hoe beslissingen worden genomen en wat er gebeurt bij onenigheid.

Neem exitregelingen op in de overeenkomst voor situaties waarin aandeelhouders uit elkaar willen.

Nieuws

Mag uw werkgever AI-tools verplichten? Privacy, geheimhouding en aansprakelijkheid op de werkvloer

AI-tools worden steeds vaker gebruikt op de werkvloer, van chatbots tot systemen die sollicitanten beoordelen. Als werknemer vraag je je misschien af of je werkgever je kan verplichten om deze tools te gebruiken.

Ja, je werkgever mag in principe het gebruik van AI-tools verplichten, maar moet zich wel houden aan strikte regels rond privacy, gegevensbescherming en transparantie. De Europese AI-verordening stelt duidelijke eisen aan werkgevers die AI inzetten.

Een groep werknemers in een kantoor bespreekt samen rond een tafel met een laptop waarop AI-graphics te zien zijn.

De wet maakt onderscheid tussen verschillende soorten AI-systemen op basis van risico. Veel AI-toepassingen in het personeelsbeleid vallen onder hoog risico omdat ze direct invloed hebben op je rechten en veiligheid als werknemer.

Dit betekent dat je werkgever aan specifieke verplichtingen moet voldoen voordat een tool ingevoerd wordt. Als werknemer heb je rechten wanneer je werkgever AI gebruikt.

Je werkgever moet zorgen dat je voldoende kennis hebt over de AI-systemen waarmee je werkt en dat je begrijpt welke risico’s eraan verbonden zijn. Ook spelen privacy, geheimhouding en aansprakelijkheid een belangrijke rol bij het verplicht stellen van AI-tools.

Mogen werkgevers het gebruik van AI-tools verplichten?

Een groep werknemers bespreekt AI-tools in een moderne kantooromgeving rondom een vergadertafel.

Werkgevers hebben in principe de bevoegdheid om AI-tools verplicht te stellen als onderdeel van het werk. Deze bevoegdheid kent echter grenzen door arbeidsrecht, medezeggenschap en privacywetgeving.

Rechten en plichten van werkgevers en werknemers

Als werkgever mag je bepalen welke tools en systemen jouw werknemers gebruiken voor hun werk. Dit valt onder je instructiebevoegdheid.

Je kunt AI-gebruik verplichten wanneer dit redelijk en noodzakelijk is voor de uitvoering van het werk. Denk aan chatbots voor klantenservice of AI-gestuurde planningssystemen.

Werknemers moeten instructies van hun werkgever opvolgen, mits deze redelijk zijn. Weigert een werknemer zonder goede reden om verplichte AI-tools te gebruiken? Dan kan dit gevolgen hebben voor het dienstverband.

Je hebt ook verplichtingen. Sinds 2 februari 2025 moet je zorgen voor AI-geletterdheid bij je medewerkers.

Ze moeten begrijpen hoe het systeem werkt en welke risico’s erbij horen.

Arbeidsovereenkomst en instemmingsrecht

De arbeidsovereenkomst vormt de basis voor wat je van werknemers kunt verlangen. Besluiten die direct ingrijpen op arbeidsvoorwaarden of privacy vereisen vaak instemming van de ondernemingsraad.

Het instemmingsrecht volgens de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) geldt bij:

  • Regels over personeelsbeoordeling
  • Arbeidsomstandigheden
  • Beleid over privacy en monitoring

Gebruik je AI voor het beoordelen van werknemers of voor het monitoren van prestaties? Dan moet je eerst instemming krijgen.

Zonder deze instemming mag je dergelijke systemen niet invoeren.

Rol van de ondernemingsraad en adviesrecht

Heeft jouw bedrijf een ondernemingsraad (OR)? Dan moet je deze tijdig informeren en raadplegen bij de invoering van AI-tools.

Het adviesrecht van de OR geldt wanneer je een belangrijke technologische voorziening invoert. AI-systemen vallen hier vaak onder.

De OR moet advies kunnen geven voordat je het systeem daadwerkelijk implementeert. Negeer je de OR? Dan kan dit juridische consequenties hebben.

Besluiten kunnen nietig worden verklaard. Bij AI-systemen die arbeidsomstandigheden of personeelsbeleid raken, is vaak zelfs het instemmingsrecht van toepassing.

Dit geeft de OR meer bevoegdheden dan alleen advies. De OR moet dan expliciet akkoord gaan.

Richt ook een meldpunt in waar werknemers problemen met AI kunnen melden. Transparantie over het gebruik en de impact van AI op de werkvloer helpt vertrouwen te behouden.

AI-verordening en relevante wetgeving voor organisaties

Een groep zakelijke professionals bespreekt AI-regelgeving en privacy in een moderne kantooromgeving rondom een vergadertafel.

De Europese AI-verordening vormt het belangrijkste juridische kader voor kunstmatige intelligentie binnen de EU. Deze wetgeving werkt samen met bestaande regels zoals de AVG en legt concrete verplichtingen op aan werkgevers die AI-systemen gebruiken.

De AI Act en de Europese AI-verordening

De AI-Verordening (AI Act) is sinds 1 augustus 2024 van kracht in alle lidstaten van de Europese Unie. Dit is de eerste uitgebreide AI-wet ter wereld die rechtstreeks doorwerkt in de nationale wetgeving van alle EU-landen.

De wet treedt gefaseerd in werking. Sinds 1 februari 2025 zijn AI-toepassingen met een onaanvaardbaar risico verboden.

Ook moeten werkgevers vanaf deze datum zorgen voor AI-geletterdheid bij hun medewerkers. Per 1 augustus 2025 gelden strengere eisen voor aanbieders van AI-modellen.

De laatste fase volgt op 2 augustus 2027, waarbij het toezicht op hoogrisico AI-systemen volledig operationeel wordt. De AI-Verordening werkt naast de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming).

Beide wetten vullen elkaar aan. De AVG beschermt persoonsgegevens, terwijl de AI Act zich richt op veilig en betrouwbaar AI-gebruik.

Risicoclassificaties van AI-systemen

De Europese AI-verordening hanteert vier risiconiveaus: minimaal, beperkt, hoog en onaanvaardbaar. Deze indeling bepaalt welke verplichtingen voor uw organisatie gelden.

AI-systemen met minimaal risico zijn simpele tools zoals spamfilters of voorraadbeheersystemen. Hier gelden geen bijzondere eisen.

Beperkt risico geldt voor bijvoorbeeld chatbots, waarbij u vooral transparant moet zijn over het AI-gebruik.

Hoogrisico AI-systemen hebben direct invloed op de veiligheid en rechten van werknemers. De meeste AI op de werkvloer valt in deze categorie.

Dit omvat:

  • Software voor het selecteren van sollicitanten
  • Systemen voor prestatiebeoordelingen
  • Tools voor promotie- of ontslagbeslissingen
  • AI die de werkverdeling bepaalt

De risico-indeling hangt af van de mogelijke impact op gezondheid, veiligheid en fundamentele rechten van personen.

Specifieke regels bij hoog- en onaanvaardbare risico’s

Bij hoogrisico AI-systemen moet u aan strikte verplichtingen voldoen. Als gebruiker van zo’n systeem moet u:

  • Het systeem gebruiken volgens de instructies van de aanbieder
  • Zorgen voor representatieve, relevante en accurate data
  • Het systeem continu monitoren
  • Logbestanden minimaal zes maanden bewaren
  • Het systeem op elk moment kunnen stopzetten

Vanaf 2 februari 2025 geldt de AI-geletterdheidsverplichting. Uw medewerkers moeten voldoende kennis hebben van het AI-systeem waarmee zij werken.

Ze moeten ook de risico’s en mogelijke nadelige effecten begrijpen. Verboden AI-systemen hebben een onaanvaardbaar risico.

Deze mag u niet gebruiken. Denk aan systemen die emoties van werknemers herkennen of gedrag op manipulatieve wijze beïnvloeden.

Toezichthouders en handhaving

De Autoriteit Persoonsgegevens heeft een belangrijke rol bij het toezicht op AI-systemen in Nederland. Deze toezichthouder controleert of organisaties voldoen aan zowel de AVG als de AI-Verordening waar deze elkaar raken.

Bij overtredingen riskeert u forse boetes. De AI Act kent verschillende sanctieniveaus afhankelijk van de ernst van de overtreding.

Daarnaast kunnen toezichthouders inspecties uitvoeren, audits eisen en u verplichten AI-systemen aan te passen of stop te zetten. Naast financiële sancties loopt u ook risico op civielrechtelijke claims van werknemers.

Schade door onzorgvuldig AI-gebruik kan leiden tot schadeclaims. Reputatieschade vormt een extra risico voor organisaties die de wet- en regelgeving negeren.

Privacy en gegevensbescherming bij verplichte AI-tools

Werkgevers die AI-tools verplicht stellen moeten strikte privacyregels volgen. De verwerking van persoonsgegevens vraagt om transparantie, een duidelijk doel en bescherming tegen ongerechtvaardigde automatische beslissingen.

Verwerking van persoonsgegevens en transparantie

Wanneer uw werkgever AI-tools verplicht, verwerkt het systeem vaak persoonsgegevens. Dit kunnen werkprestaties, communicatiepatronen of gedragsgegevens zijn.

Uw werkgever moet hiervoor een wettelijke grondslag hebben. In de meeste gevallen is dit het gerechtvaardigd belang van de organisatie of de uitvoering van de arbeidsovereenkomst.

Transparantieverplichting

De werkgever moet u informeren over:

  • Welke persoonsgegevens worden verzameld
  • Hoe de AI-tool deze gegevens verwerkt
  • Welke risico’s het systeem met zich meebrengt
  • Hoe lang gegevens worden bewaard

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) handhaaft deze regels. Werkgevers die niet transparant zijn over AI-systemen riskeren boetes.

U heeft het recht om uitleg te vragen over de werking van het systeem dat uw gegevens verwerkt.

Doelbinding en dataminimalisatie

Uw werkgever mag persoonsgegevens alleen gebruiken voor het doel waarvoor ze zijn verzameld. Een AI-tool voor het plannen van roosters mag bijvoorbeeld niet plots worden ingezet voor prestatiebeoordeling.

Dit heet doelbinding. De werkgever moet vooraf aangeven waarvoor de AI-tool dient.

Dataminimalisatie in de praktijk

De werkgever moet ook dataminimalisatie toepassen. Dit betekent dat alleen noodzakelijke gegevens worden verzameld.

Een chatbot voor klantenservice hoeft geen toegang tot uw volledige e-mailgeschiedenis. Bij data-analyse geldt hetzelfde principe.

Tools mogen niet meer gegevens verzamelen dan strikt nodig. Werkgevers moeten kunnen uitleggen waarom specifieke gegevens worden verwerkt en overtollige data verwijderen.

Geautomatiseerde besluitvorming en profilering

Geautomatiseerde besluitvorming gebeurt wanneer een AI-systeem zonder menselijke tussenkomst beslissingen neemt. Denk aan een AI-tool die bepaalt of u een promotie krijgt of uw contract wordt verlengd.

U heeft recht op menselijke tussenkomst bij belangrijke beslissingen. De werkgever mag niet enkel op basis van AI-uitkomsten beslissen over uw arbeidsvoorwaarden of ontslag.

Bescherming tegen profilering

Profilering door AI-tools zoals ChatGPT of andere systemen moet aan regels voldoen. De werkgever moet ervoor zorgen dat het systeem niet discrimineert op basis van leeftijd, geslacht of andere beschermde kenmerken.

U kunt bezwaar maken tegen geautomatiseerde besluitvorming. De werkgever moet dan uitleggen hoe het systeem tot een besluit kwam.

U heeft ook het recht om uw standpunt toe te lichten en de beslissing door een persoon te laten beoordelen.

Aansprakelijkheid, geheimhouding en juridische risico’s

Werkgevers dragen de juridische verantwoordelijkheid wanneer AI-tools op de werkvloer worden gebruikt. Dit geldt voor privacyschendingen, datalekken en overtredingen van geheimhoudingsverplichtingen die door deze systemen ontstaan.

Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van werkgevers

Uw bedrijf is verantwoordelijk voor schade die ontstaat door het gebruik van AI-tools op de werkvloer. Dit betekent dat u aansprakelijk bent wanneer een AI-systeem persoonlijke gegevens van werknemers of klanten onjuist verwerkt.

De aansprakelijkheid geldt ook voor discriminatie die door AI-systemen kan ontstaan. Werknemers zijn juridisch niet persoonlijk aansprakelijk bij schendingen van geheimhoudingsplichten door AI-tools die zij op uw verzoek gebruiken.

U moet als werkgever duidelijke afspraken vastleggen over wie waarvoor verantwoordelijk is. Documentatie van beleid en instructies is essentieel om uw positie te beschermen bij conflicten.

Sancties, boetes en compliance

Schendingen van de GDPR kunnen leiden tot boetes tot €20 miljoen of 4% van uw jaaromzet. De hoogste boete wordt toegepast bij ernstige overtredingen zoals onvoldoende beveiliging van persoonsgegevens.

Belangrijke compliance-verplichtingen:

  • Privacy impact assessments uitvoeren voor AI-tools
  • Verwerkersovereenkomsten afsluiten met AI-leveranciers
  • Register van verwerkingsactiviteiten bijhouden
  • Werknemers informeren over dataverzameling

U moet kunnen aantonen dat uw bedrijf passende technische en organisatorische maatregelen heeft getroffen. Zonder goede documentatie riskeert u hogere sancties bij controles door de toezichthouder.

Geheimhouding van bedrijfsinformatie

Het gebruik van AI-tools brengt risico’s mee voor de geheimhouding van vertrouwelijke bedrijfsinformatie. Wanneer werknemers vertrouwelijke documenten in AI-systemen invoeren, kunnen deze gegevens bij externe partijen terechtkomen.

U moet duidelijk vastleggen welke informatie werknemers niet in AI-tools mogen verwerken. Dit voorkomt dat concurrentiegevoelige gegevens, klantinformatie of bedrijfsgeheimen worden gedeeld met externe systemen.

Schending van geheimhoudingsverplichtingen kan leiden tot reputatieschade en financiële schade voor uw bedrijf. Hoewel werknemers een geheimhoudingsplicht hebben, blijft u als werkgever verantwoordelijk voor het lekken van vertrouwelijke informatie door de AI-tools die u verplicht stelt.

AI-geletterdheid en training van werknemers

Werkgevers die AI-systemen gebruiken of ontwikkelen zijn sinds februari 2025 verplicht hun medewerkers AI-geletterd te maken. Dit betekent dat uw werknemers voldoende kennis en vaardigheden moeten hebben om verantwoord met AI om te gaan.

Vereisten voor AI-geletterdheid

AI-geletterdheid houdt in dat medewerkers begrijpen hoe AI-systemen werken en welke risico’s eraan verbonden zijn. Ze moeten kunnen inschatten wanneer ze AI-tools wel of niet kunnen inzetten voor hun werk.

De vereisten verschillen per functie. Een HR-medewerker die AI gebruikt bij sollicitaties heeft andere kennis nodig dan iemand die AI inzet voor klantcommunicatie.

U moet rekening houden met de technische kennis, ervaring en opleiding van elke werknemer.

Minimale kennis voor alle medewerkers:

  • Basiskennis over wat AI is en hoe het werkt
  • Inzicht in mogelijke fouten en vooroordelen in AI-systemen
  • Begrip van privacyrisico’s bij het gebruik van AI-tools
  • Kennis over welke gegevens wel en niet met AI gedeeld mogen worden

U hoeft de AI-kennis van werknemers niet te toetsen. Wel moet u kunnen aantonen dat u medewerkers de kans geeft om deze kennis op te doen.

Training, bijscholing en bewustwording

U heeft vrijheid om zelf te bepalen hoe u AI-geletterdheid vorm geeft binnen uw organisatie. De AI-verordening schrijft geen specifieke methode voor.

Mogelijke manieren om AI-geletterdheid te bevorderen:

  • Trainingen of workshops over AI op de werkvloer
  • Voorlichting over welke AI-systemen uw organisatie gebruikt
  • Gesprekken met teams over kansen en risico’s van AI
  • Praktische handleidingen voor veilig AI-gebruik
  • Kennissessies over tools zoals ChatGPT of Microsoft Copilot

Begin klein en bouw uw aanpak stap voor stap uit. Zorg voor een klimaat waarin medewerkers vragen kunnen stellen over AI.

Betrek ook uw ondernemingsraad bij deze innovatie. De invoering van AI-systemen kan gevolgen hebben voor arbeidsomstandigheden en werkprocessen.

Bespreek daarom met de ondernemingsraad hoe u de training en bijscholing organiseert.

Toezicht op naleving van AI-geletterdheid

Vanaf augustus 2026 kunnen toezichthouders sancties opleggen als u onvoldoende stappen hebt ondernomen. De hoogte van boetes hangt af van de ernst van de situatie.

Veroorzaken medewerkers schade doordat ze AI gebruiken zonder scholing? Dan kan dit leiden tot strengere handhaving.

Ook kunnen individuen uw organisatie aansprakelijk stellen als zij schade ondervinden door verkeerd AI-gebruik. U moet kunnen aantonen dat u serieus werk maakt van AI-geletterdheid.

Documenteer daarom welke trainingen u aanbiedt en hoe u medewerkers bewust maakt van AI-risico’s. Maak ook een plan voor hoe u AI-geletterdheid op lange termijn blijft stimuleren binnen uw organisatie.

Ethische en maatschappelijke aspecten van verplichte AI-tools

Werkgevers die AI-tools verplicht stellen, moeten rekening houden met discriminatierisico’s, menselijke controle en transparantie. De wet stelt grenzen aan bepaalde AI-systemen en vereist dat werknemers onder goede arbeidsomstandigheden kunnen werken.

Discriminatie en onaanvaardbare AI-systemen

Sommige AI-systemen zijn volgens de AI-verordening verboden omdat ze te riskant zijn. Social scoring door werkgevers mag niet.

Dit betekent dat uw werkgever geen AI-systeem mag gebruiken dat uw gedrag continu beoordeelt en u daarop classificeert. Emotieherkenning op de werkvloer is in veel gevallen ook verboden.

Uw werkgever mag geen technologie gebruiken die uw emoties analyseert om beslissingen over u te nemen. AI-systemen leren van data uit het verleden.

Als deze data vooroordelen bevat, kan de artificial intelligence deze discriminatie overnemen. Machine learning en deep learning modellen kunnen onbedoeld bepaalde groepen werknemers benadelen bij selectie, beoordeling of promotie.

Uw werkgever moet controleren of AI-systemen eerlijk werken. Dit betekent testen op discriminatie op basis van geslacht, afkomst, leeftijd of andere beschermde kenmerken.

AI-chatbots en andere AI-modellen voor algemene doeleinden kunnen ook vooringenomen antwoorden geven.

Arbeidsomstandigheden en menselijke controle

De wet vereist dat uw werkgever zorgt voor goede arbeidsomstandigheden, ook bij het gebruik van AI-systemen. Menselijk toezicht is verplicht bij AI-systemen met een hoog risico.

Dit betekent dat een mens altijd de eindbeslissing moet kunnen nemen. Automatisering mag uw werk niet onmenselijk maken.

U moet invloed kunnen houden op uw taken en werkwijze. Als AI-tools uw werk te gedetailleerd monitoren of te veel druk creëren, kan dit leiden tot stress en andere klachten.

Uw werkgever moet u betrekken bij de invoering van nieuwe technologie. U moet weten welke AI-tools worden gebruikt en hoe deze uw werk beïnvloeden.

U heeft recht op informatie over hoe AI-systemen beslissingen nemen die u raken. Bij verplichte AI-tools moet uw werkgever zorgen dat u voldoende rust en pauzes krijgt.

De technologie mag geen onhaalbare prestatienormen opleggen.

Ethiek, transparantie en maatschappelijke verwachtingen

Ethische richtlijnen vragen om transparantie over hoe AI-systemen werken. Uw werkgever moet kunnen uitleggen waarom een AI-systeem bepaalde beslissingen neemt.

Dit heet uitlegbaarheid. Ethiek bij AI-gebruik betekent meer dan alleen regels volgen.

Het gaat om eerlijkheid, veiligheid en respect voor werknemers. Organisaties moeten kritisch nadenken over de impact van hun keuzes.

AI-geletterdheid is verplicht voor iedereen die met AI-systemen werkt. Uw werkgever moet u training geven over de technische werking, maar ook over sociale en ethische aspecten.

Dit helpt u om de technologie verantwoord te gebruiken. De maatschappij verwacht dat bedrijven AI inzetten op een verantwoorde manier.

Dit betekent dat uw werkgever rekening moet houden met mogelijke risico’s en nadelen voor werknemers. Transparantie over AI-gebruik wordt steeds belangrijker.

Organisaties moeten beleid maken over ethische kwesties zoals privacy, discriminatie en verantwoordelijkheid. Dit beleid moet duidelijk zijn en toegankelijk voor alle medewerkers.

Veelgestelde vragen

Werkgevers moeten zich aan strikte regels houden wanneer ze AI-tools gebruiken. Werknemers hebben duidelijke rechten op het gebied van privacy, informatie en menselijk toezicht.

Wat zijn de juridische grenzen van het gebruik van AI-tools door werkgevers?

De AI-verordening werkt met een risicogebaseerde aanpak. AI-systemen met een hoger risico moeten aan strengere eisen voldoen.

Werkgevers mogen geen AI-systemen gebruiken die fundamentele rechten bedreigen. Systemen voor sollicitatiebeoordeling, performance monitoring en werkverdeling worden vaak als hoog-risico aangemerkt.

Deze systemen moeten voldoen aan eisen voor transparantie, risicobeheersing en datarepresentativiteit. Sinds februari 2025 zijn bepaalde AI-systemen volledig verboden.

Werkgevers moeten de ondernemingsraad betrekken bij de invoering van AI-tools op de werkvloer.

Hoe wordt de privacy van werknemers beschermd bij het gebruik van AI op de werkvloer?

Werknemers en sollicitanten hebben recht op informatie over hoe AI-systemen werken. Wanneer AI wordt gebruikt voor beslissingen over aanname, beoordeling of ontslag, moet u als werknemer hierover worden geïnformeerd.

U heeft recht op uitleg bij algoritmisch voorbereide besluiten die u direct raken. Als u wordt afgewezen via een AI-gestuurd selectieproces, moet uw werkgever uitleggen hoe dat besluit tot stand kwam.

AI-systemen moeten ook worden ingezet met respect voor uw persoonlijke gegevens volgens de AVG. Werkgevers moeten zorgen voor menselijk toezicht op AI-beslissingen.

Dit betekent dat belangrijke besluiten over uw werk niet volledig aan AI mogen worden overgelaten.

Welke maatregelen moeten werkgevers nemen voor geheimhouding bij het inzetten van AI?

Werkgevers moeten beleid opstellen voor het gebruik van AI-systemen. Dit beleid moet duidelijk maken hoe gevoelige informatie wordt beschermd en wie toegang heeft tot gegevens die door AI worden verwerkt.

Uw werkgever moet ervoor zorgen dat AI-systemen voldoen aan eisen voor databeveiliging. Medewerkers die met AI werken moeten getraind worden in het veilig en verantwoord omgaan met deze technologie.

Sinds februari 2025 is het wettelijk verplicht dat werknemers AI-geletterd zijn. Werkgevers moeten ook zorgen dat vertrouwelijke bedrijfsinformatie niet wordt gedeeld met externe AI-systemen zonder passende beveiligingsmaatregelen.

U moet als werknemer duidelijke instructies krijgen over wat u wel en niet mag delen met AI-tools.

In hoeverre is een werkgever aansprakelijk voor fouten gemaakt door AI-systemen?

Uw werkgever blijft verantwoordelijk voor beslissingen die worden genomen met behulp van AI. Ook als een AI-systeem een fout maakt, kan uw werkgever aansprakelijk worden gesteld voor de gevolgen.

De AI-verordening vereist dat werkgevers passende risicobeheersing toepassen. Uw werkgever moet kunnen aantonen dat het AI-systeem veilig en verantwoord wordt gebruikt.

Bij schade door AI-fouten moet worden gekeken naar of uw werkgever voldoende toezicht heeft gehouden. Werkgevers moeten ervoor zorgen dat er altijd menselijk toezicht is op belangrijke beslissingen.

Kan een werknemer verplicht worden om mee te werken aan monitoring via AI?

Uw werkgever mag AI gebruiken voor monitoring, maar dit moet aan strikte voorwaarden voldoen. U moet vooraf worden geïnformeerd over welke AI-systemen worden gebruikt en waarvoor deze dienen.

Monitoring via AI moet proportioneel zijn en mag niet verder gaan dan noodzakelijk. Uw werkgever moet een legitiem doel hebben en moet kunnen uitleggen waarom monitoring nodig is.

Continue surveillance die uw privacy ernstig aantast kan als onaanvaardbaar worden beschouwd. U heeft het recht om bezwaar te maken tegen bepaalde vormen van AI-monitoring.

Bij twijfel kunt u dit voorleggen aan de ondernemingsraad of een juridisch adviseur raadplegen.

Zijn er specifieke richtlijnen voor AI-gebruik in arbeidscontracten?

Steeds meer werkgevers nemen bepalingen over AI-gebruik op in arbeidscontracten. Deze bepalingen kunnen gaan over hoe u AI-tools moet gebruiken en welke beperkingen er zijn.

Uw werkgever mag redelijke eisen stellen aan het gebruik van AI-tools voor uw werk. Dit kan betekenen dat u verplicht bent bepaalde AI-systemen te gebruiken of juist niet te gebruiken.

Deze verplichtingen moeten wel duidelijk worden gecommuniceerd en mogen uw fundamentele rechten niet schenden. Als uw contract bepalingen bevat over AI-gebruik, moet u hierover worden geïnformeerd.

Uw werkgever moet ook zorgen voor adequate training zodat u de tools veilig kunt gebruiken. Nieuwe verplichtingen die voortkomen uit de AI-verordening kunnen betekenen dat bestaande contracten moeten worden aangepast.

Nieuws

Concurrentiebeding in een krappe arbeidsmarkt: Wat is nog redelijk in 2026?

Een concurrentiebeding kan je loopbaan flink beperken na je vertrek bij een werkgever. In een krappe arbeidsmarkt waar banen genoeg zijn, voelt zo’n beperking extra zwaar.

Werkgevers willen hun bedrijfsbelangen beschermen. Jij wilt ook vrij kunnen bewegen naar een nieuwe baan.

Een groep zakelijke professionals bespreekt arbeidsvoorwaarden in een moderne kantooromgeving.

In 2026 moet een concurrentiebeding redelijk zijn en mag het alleen worden gebruikt om echte bedrijfsbelangen te beschermen, niet om personeel vast te houden. De rechter kijkt steeds kritischer naar deze bedingen.

Je werkgever kan niet zomaar elke baan in je vakgebied verbieden. Het beding moet duidelijk zijn over wat wel en niet mag, en de beperking moet passen bij wat echt nodig is.

De regels voor concurrentiebedingen zijn de laatste jaren veranderd. Je hebt meer rechten dan je misschien denkt.

Dit artikel legt uit wat er juridisch nog redelijk is, wanneer je een beding kunt aanvechten, en welke alternatieven er bestaan voor werkgevers en werknemers.

Wat is een concurrentiebeding?

Een groep zakelijke professionals in een modern kantoor die een serieuze vergadering houden over arbeidsvoorwaarden.

Een concurrentiebeding beperkt je vrijheid om na je dienstverband bij een concurrent te werken of een eigen bedrijf in dezelfde branche te starten. Deze afspraak beschermt de werkgever tegen verlies van klanten, kennis en marktpositie.

Definitie en doel van het concurrentiebeding

Een concurrentiebeding is een schriftelijke clausule in je arbeidscontract. Het verbiedt je om na het einde van je dienstverband werkzaam te zijn bij een concurrerend bedrijf of zelf een concurrent te worden.

De werkgever gebruikt dit beding om bedrijfsgevoelige informatie te beschermen. Dit kan gaan om knowhow, bedrijfsgeheimen of bedrijfsinformatie die je tijdens je werk hebt opgedaan.

Ook klantrelaties en marktaandeel vallen onder deze bescherming. Het beding moet altijd schriftelijk worden vastgelegd.

Je kunt het niet mondeling afspreken. De formulering moet duidelijk zijn over wat wel en niet mag.

Vage omschrijvingen maken het beding vaak ongeldig.

Belangrijke voorwaarden:

  • Schriftelijk vastgelegd in je arbeidscontract
  • Duidelijke omschrijving van wat concurrentie betekent
  • Redelijk in duur en geografisch gebied
  • Alleen toegestaan in contracten voor onbepaalde tijd (met uitzonderingen)

Verschil tussen concurrentiebeding en relatiebeding

Een concurrentiebeding en een relatiebeding zijn twee verschillende afspraken. Het concurrentiebeding verbiedt je om bij een concurrent te werken.

Een relatiebeding verbiedt je om contact te zoeken met klanten van je vorige werkgever. Bij een relatiebeding mag je wel bij een concurrent werken.

Je mag alleen geen gebruik maken van klantrelaties die je bij je vorige werkgever hebt opgebouwd. Dit beschermt de goodwill en het klantenbestand van het bedrijf.

Het relatiebeding is vaak minder zwaar dan een concurrentiebeding. Het beperkt je carrièremogelijkheden minder omdat je wel in dezelfde branche kunt blijven werken.

Beide bedingen kunnen tegelijk in je contract staan.

Bescherming van bedrijfsbelangen en bedrijfsdebiet

De werkgever gebruikt het concurrentiebeding om zijn bedrijfsbelangen te beschermen. Dit gaat vooral om het behoud van klanten en kennis die je tijdens je werk hebt opgedaan.

Het bedrijfsdebiet (het klantenbestand) is vaak een belangrijke reden voor dit beding. Je werkgever moet kunnen aantonen dat er een reëel risico bestaat.

Dit is het geval als je toegang had tot gevoelige informatie of een sleutelpositie had. Een schoonmaker of administratief medewerker zonder toegang tot bedrijfsgeheimen heeft meestal geen geldig concurrentiebeding.

De rechter toetst altijd of het beding redelijk is. Een te breed beding dat je hele loopbaan blokkeert wordt vaak nietig verklaard.

Concurrentiebedingen in 2026: Juridisch kader en recente ontwikkelingen

Een groep zakelijke professionals in een modern kantoor die een serieus gesprek voeren over juridische documenten.

Het juridisch kader voor concurrentiebedingen staat op het punt om te veranderen door nieuwe wetgeving die de regels aanscherpt en werknemers beter beschermt. De krapte op de arbeidsmarkt speelt een steeds grotere rol bij de vraag of rechters een concurrentiebeding nog redelijk vinden.

Nieuwe regelgeving en aanpassingen 2026

Het Wetsvoorstel Modernisering Concurrentiebeding verandert belangrijke regels voor werkgevers en werknemers. De wet komt waarschijnlijk in 2026, omdat politieke ontwikkelingen de planning hebben vertraagd.

De nieuwe regels stellen drie belangrijke eisen. Ten eerste mag een concurrentiebeding maximaal één jaar duren.

Ten tweede moet u als werkgever altijd uitleggen waarom het beding nodig is. Ten derde bent u verplicht om een vergoeding te betalen als u het beding wilt afdwingen.

Ongeveer een derde van alle werknemers heeft nu een concurrentiebeding, maar veel van hen hebben geen toegang tot gevoelige bedrijfsinformatie. Het arbeidsrecht verschuift hierdoor meer naar bescherming van de werknemer.

De overheid onderzoekt ook of concurrentiebedingen verboden moeten worden voor werknemers die minder dan 1,5 keer modaal verdienen.

Motivering zwaarwegend bedrijfsbelang

U moet als werkgever vanaf 2026 duidelijk maken welke zwaarwegende dienstbelangen het concurrentiebeding rechtvaardigen. Een algemene motivering zoals “bescherming van bedrijfsbelangen” is niet meer voldoende.

Concrete voorbeelden van zwaarwegende dienstbelangen zijn toegang tot bedrijfsgeheimen, strategische informatie of unieke klantdatabases. U moet aantonen dat de werknemer daadwerkelijk met deze gevoelige informatie werkt.

Het simpelweg voorkomen dat schaars personeel naar een concurrent vertrekt, geldt niet als zwaarwegend bedrijfsbelang. Dit is belangrijk in een krappe arbeidsmarkt waar werkgevers personeel willen behouden.

Juridisch advies kan u helpen om een goede motivering op te stellen die de toets van rechters kan doorstaan.

Kritische rol van arbeidsmarkt krapte bij toetsing

De Hoge Raad en lagere rechters kijken steeds kritischer naar concurrentiebedingen tijdens een krappe arbeidsmarkt. Krapte op de arbeidsmarkt maakt het voor werknemers moeilijker om ander werk te vinden, ook buiten het verboden werkgebied.

Rechters wegen bij hun oordeel mee of de werknemer redelijk andere mogelijkheden heeft. In een krappe arbeidsmarkt zijn die mogelijkheden vaak beperkt.

Dit vergroot de kans dat een rechter het concurrentiebeding onredelijk zwaar vindt. De arbeidsmarkt situatie is een belangrijk feit geworden bij de toetsing.

U moet als werkgever rekening houden met dit aspect als u een concurrentiebeding wilt afdwingen.

Geldigheid en vereisten van een concurrentiebeding

Een geldig concurrentiebeding moet aan strikte wettelijke eisen voldoen volgens artikel 7:653 van het Burgerlijk Wetboek. De vereisten verschillen per type arbeidsovereenkomst, waarbij tijdelijke contracten andere regels kennen dan contracten voor onbepaalde tijd.

Schriftelijkheid en meerderjarigheid

Uw concurrentiebeding is alleen geldig als het schriftelijk is vastgelegd in de arbeidsovereenkomst. Mondeling afgesproken concurrentiebedingen hebben geen juridische waarde.

U moet meerderjarig zijn op het moment dat u het arbeidscontract tekent. Was u jonger dan 18 jaar bij ondertekening, dan is het concurrentiebeding automatisch nietig.

Let op: Ook als alle andere voorwaarden kloppen, maakt het ontbreken van een schriftelijke vastlegging of uw minderjarigheid het beding ongeldig. Deze basisvereisten gelden voor alle soorten arbeidsovereenkomsten.

Concurrentiebeding bij tijdelijke contracten

Bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd mag uw werkgever geen concurrentiebeding opnemen, tenzij er sprake is van zwaarwegende bedrijfsbelangen. Dit is een strikte regel die werkgevers moeten motiveren.

Uw werkgever moet concreet uitleggen waarom het concurrentiebeding noodzakelijk is. Algemene redenen zoals “bescherming van klanten” zijn niet voldoende.

De motivering moet specifiek ingaan op unieke kennis, bijzondere bedrijfsinformatie of andere concrete belangen.

Voorbeelden van zwaarwegende belangen:

  • Toegang tot vertrouwelijke bedrijfsstrategieën
  • Kennis van unieke productieprocessen
  • Directe betrokkenheid bij innovatieve ontwikkelingen

Het beding vervalt automatisch als uw tijdelijke contract wordt omgezet naar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, tenzij het expliciet opnieuw wordt overeengekomen.

Concurrentiebeding bij onbepaalde tijd

Bij arbeidscontracten voor onbepaalde tijd mag uw werkgever een concurrentiebeding opnemen zonder dat zwaarwegende bedrijfsbelangen hoeven te worden aangetoond. Dit geeft werkgevers meer vrijheid bij vaste contracten.

Toch moet het beding redelijk zijn en mag het u niet onnodig beperken in uw carrièremogelijkheden. Rechters toetsen of de duur, geografische reikwijdte en inhoud proportioneel zijn.

Het beding blijft van kracht na afloop van uw dienstverband, maar alleen als uw werkgever zich tijdig en correct heeft beroepen op de afspraak.

Redelijkheid en reikwijdte in een krappe arbeidsmarkt

De reikwijdte van een concurrentiebeding moet in verhouding staan tot het te beschermen belang van de werkgever. In een krappe arbeidsmarkt toetsen rechters extra kritisch of de beperkingen niet te zwaar wegen op de arbeidskeuze van medewerkers.

Geografische en temporele reikwijdte

De geografische reikwijdte bepaalt waar u na uw dienstverband niet mag werken. Een rechter kijkt of dit gebied past bij het werkgebied van uw werkgever.

Een landelijk verbod is vaak te ruim als uw werkgever alleen regionaal actief is. De tijdsduur van het beding mag maximaal één jaar zijn bij contracten voor bepaalde tijd.

Bij contracten voor onbepaalde tijd mag dit langer, maar moet het wel redelijk blijven. Hoe langer het verbod duurt, hoe sterker de motivering van uw werkgever moet zijn.

In een krappe arbeidsmarkt wegen deze beperkingen zwaarder. Als er weinig werkgelegenheid is in uw vakgebied, kan zelfs een regionaal verbod uw kansen ernstig beperken.

Functionele beperkingen en arbeidskeuze

Functionele beperkingen bepalen welke werkzaamheden u niet mag uitvoeren bij een andere werkgever. Een te breed geformuleerd beding dat alle werkzaamheden in uw vakgebied verbiedt, tast uw arbeidskeuze te veel aan.

Het beding moet specifiek omschrijven welke functies of activiteiten verboden zijn. Dit moet aansluiten bij wat u daadwerkelijk deed bij uw werkgever.

U mag niet buitenproportioneel beperkt worden in uw mogelijkheden om uw beroep uit te oefenen. Als medewerker heeft u recht op vrije arbeidskeuze.

Dit is een grondrecht dat zwaar weegt. Vooral in sectoren met personeelstekorten kan een te ruim concurrentiebeding ervoor zorgen dat u moeilijk ander werk vindt.

Belangenafweging tussen werkgever en werknemer

De rechter weegt altijd de belangen van beide partijen tegen elkaar af. Uw werkgever moet een zwaarwegend bedrijfsbelang aantonen, zoals bescherming van bedrijfsgeheimen of klantrelaties.

Het simpelweg behouden van personeel is geen geldig argument. Uw persoonlijke situatie speelt ook een rol in deze belangenafweging.

Heeft u een hypotheek of gezin te onderhouden? Zijn er weinig alternatieven in uw regio?

Deze factoren kunnen in uw voordeel werken. Let wel: u moet als werknemer ook niet in strijd handelen met de algemene zorgvuldigheid richting uw voormalige werkgever.

Handhaving, boetebeding en rechtsbescherming

Werkgevers kunnen een concurrentiebeding handhaven door naar de rechter te stappen, vaak met een boeteclausule als extra druk. Je hebt echter ook mogelijkheden om het beding aan te vechten of de boete te laten verminderen.

Boeteclausule en schadevergoeding

Een boeteclausule bepaalt welk bedrag je moet betalen als je het concurrentiebeding overtreedt. Deze boete staat vaak los van de werkelijke schade die je werkgever lijdt.

De rechter kan de boete verlagen als deze onredelijk hoog is. Een recent oordeel van het hof Den Haag laat zien dat rechters boetes matigen wanneer het daadwerkelijke concurrentienadeel beperkt blijft.

In die zaak had de werkneemster slechts kleine werkzaamheden verricht bij de concurrent. De hoogte van de boete hangt af van verschillende factoren.

Denk aan de ernst van de overtreding, de duur van je werkzaamheden bij de concurrent en het bewezen nadeel voor je oude werkgever. Let op: Een werkgever kan naast de boete ook een schadevergoeding eisen als hij kan aantonen dat hij extra schade heeft geleden.

Je betaalt dan mogelijk meer dan alleen de boeteclausule.

Aanvechten van het concurrentiebeding

Je kunt een concurrentiebeding aanvechten als het te breed of onredelijk is. De rechter kijkt naar de belangenafweging tussen jouw vrijheid van werk kiezen en de bescherming van je werkgever.

Een beding moet een concreet zakelijk belang dienen. Vage omschrijvingen of te lange periodes zijn vaak onredelijk.

Ook de geografische beperking en de sector moeten specifiek en noodzakelijk zijn. Bij ontslag door je werkgever heb je vaak sterkere gronden om het beding aan te vechten.

Je werkgever moet dan meestal een transitievergoeding betalen en verliest vaak het recht om het beding te handhaven. Dit geldt niet altijd bij ernstig wangedrag van jouw kant.

Vraag juridisch advies als je twijfelt over de geldigheid. Een arbeidsrechtadvocaat kan inschatten of je het beding succesvol kunt aanvechten.

Kort geding en andere procedures

Een kort geding is de snelste manier waarop een werkgever handhaving kan afdwingen. Deze procedure duurt vaak slechts enkele weken en leidt tot een voorlopig oordeel.

In een kort geding moet je werkgever aannemelijk maken dat er een zakelijk belang is en dat je daadwerkelijk concurrerende werkzaamheden verricht. De rechter weegt de belangen van beide partijen snel af en kan directe maatregelen opleggen.

Als je de uitspraak in kort geding niet accepteert, kun je in hoger beroep. Ook kun je een bodemprocedure starten voor een definitief oordeel.

Deze procedure duurt langer maar geeft meer zekerheid.

Mogelijke uitkomsten:

  • Verbod op uitvoeren werkzaamheden bij de nieuwe werkgever
  • Boeteverplichting per dag dat je de overtreding voortzet
  • Matiging van de boete als deze te hoog is
  • Afwijzing van de vordering als het beding onredelijk is

Alternatieven en toekomstperspectief voor werkgevers en werknemers

Werkgevers kunnen hun bedrijfsbelangen beschermen met andere instrumenten dan het concurrentiebeding. De arbeidsmarkt vraagt om nieuwe strategieën voor personeelsbehoud, waarbij je als werkgever en werknemer allebei baat hebt bij duidelijke afspraken over kennis en relaties.

Relatiebeding en geheimhoudingsbeding

Een relatiebeding verbiedt je als werknemer om na je vertrek contact te zoeken met klanten van je voormalige werkgever. Dit beding beschermt het klantenbestand zonder je carrièrekeuzes te beperken.

Je mag wel bij een concurrent werken, maar niet actief klanten meenemen. Het geheimhoudingsbeding beschermt vertrouwelijke bedrijfsinformatie.

Je moet als werknemer geheimen over producten, processen of strategieën bewaren. Dit beding blijft na je dienstverband van kracht.

Deze alternatieven zijn minder ingrijpend dan een concurrentiebeding. Je werkgever hoeft geen 50% van je maandloon te betalen bij een relatiebeding of geheimhoudingsbeding.

Voor jou als werknemer betekent dit meer vrijheid om van baan te wisselen binnen je vakgebied. Let op: een relatiebeding moet net als het concurrentiebeding schriftelijk worden vastgelegd en gemotiveerd.

De werkgever moet een zwaarwegend bedrijfsbelang kunnen aantonen.

Verwachte trends en beleid arbeidsvoorwaarden

Bedrijven zetten steeds meer in op aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden om personeel te behouden. Concurreren op salaris, ontwikkelingsmogelijkheden en flexibiliteit wordt belangrijker dan juridische beperkingen.

Je ziet dat werkgevers investeren in doorgroeikansen en opleidingsbudgetten. Dit bindt medewerkers op een positieve manier.

Thuiswerkmogelijkheden en goede werk-privébalans worden standaard verwachtingen. In 2026 verschuift de focus naar preventie in plaats van repressie.

Als werkgever creëer je een cultuur waarin mensen willen blijven. Als werknemer heb je meer keuze en kun je eisen stellen aan je nieuwe werkgever.

Belangrijke ontwikkelingen:

  • Transparantere communicatie over carrièrepaden
  • Flexibele contractvormen zonder onnodige beperkingen
  • Betere onboarding van vervangend personeel
  • Kennisborging door documentatie en training

Effecten op personeelsbehoud en werving

De nieuwe regels maken het voor jou als werkgever duurder om een concurrentiebeding in te roepen. Dit stimuleert je om personeel op andere manieren te behouden.

Investeren in werknemerstevredenheid wordt rendabeler dan juridische procedures. Voor werving betekent dit dat je als werkgever aantrekkelijker wordt als je geen strenge concurrentiebedingen hanteert.

Kandidaten kiezen vaker voor bedrijven die hun mobiliteit niet beperken. Dit is vooral belangrijk bij functies waar specialistische kennis schaars is.

Als werknemer profiteer je van deze verschuiving. Je kunt makkelijker van baan wisselen zonder financiële risico’s of juridische strijd.

Dit vergroot je onderhandelingspositie bij sollicitaties. Vervangend personeel vinden wordt wel uitdagender voor werkgevers.

Je moet sneller inspelen op vertrekkende medewerkers door goede documentatie en kennisdeling binnen teams. Dit vraagt om systematische planning en back-up voor cruciale functies.

Veelgestelde vragen

Een concurrentiebeding roept veel vragen op, vooral in een krappe arbeidsmarkt waar werknemers meer mogelijkheden hebben. De regels in 2026 blijven naar verwachting grotendeels hetzelfde als in 2025, maar rechters kijken steeds kritischer naar wat redelijk is.

Wat zijn de wettelijke beperkingen voor een concurrentiebeding in 2026?

In 2026 gelden hoogstwaarschijnlijk nog steeds de huidige regels uit artikel 7:653 BW. Een concurrentiebeding moet schriftelijk zijn vastgelegd voordat je met je werk begint.

Je moet minimaal 18 jaar oud zijn. Bij een tijdelijk contract is een concurrentiebeding meestal niet toegestaan.

De enige uitzondering is wanneer je werkgever een zwaarwegend bedrijfsbelang heeft en dit individueel en schriftelijk motiveert in je contract. Het beding moet duidelijk aangeven wat verboden is, waar dit geldt en hoe lang.

De duur mag niet langer zijn dan nodig en het gebied niet groter dan waar je werkgever actief is. Een werkgever die alleen in één provincie werkt, mag je niet verbieden om in heel Nederland te werken.

De nieuwe wetgeving die wordt voorbereid, legt strengere beperkingen op. Deze wet komt waarschijnlijk pas in 2027.

De plannen omvatten een maximale duur van één jaar, een verplichte financiële vergoeding en een duidelijke geografische afbakening.

Hoe beoordeelt een rechter de redelijkheid van een concurrentiebeding in een krappe arbeidsmarkt?

Een rechter kijkt altijd naar de balans tussen het belang van je werkgever en jouw belang om te werken. In een krappe arbeidsmarkt weegt jouw recht op werk zwaarder, omdat banen schaars zijn en je loopbaan niet onnodig mag worden beperkt.

De rechter toetst of je werkgever werkelijk een beschermingswaardig belang heeft. Dit kan gaan om toegang tot vertrouwelijke klantgegevens, bedrijfsstrategieën of unieke kennis.

Een standaardbeding zonder duidelijke motivering wordt vaak afgewezen. Ook de verhouding tussen je salaris en de beperking speelt een rol.

Bij lagere salarissen vindt een rechter een concurrentiebeding sneller onredelijk. Je moet immers kunnen blijven werken in jouw vakgebied.

De duur en het geografische bereik moeten proportioneel zijn. Een beding van twee jaar of een verbod voor heel Nederland wordt in een krappe arbeidsmarkt meestal als te zwaar beoordeeld.

De rechter kan het beding vernietigen, beperken of een schadevergoeding toekennen.

Welke factoren maken een concurrentiebeding onredelijk in de huidige arbeidsmarkt?

Een te breed geformuleerd beding is vaak onredelijk. Als je niet mag werken in de “hele sector” of voor “alle vergelijkbare bedrijven”, dan beperkt dit je kansen te veel.

Je moet nog wel ergens aan de slag kunnen. Een lange duur maakt een beding ook onredelijk, zeker in sectoren met krapte.

Twaalf maanden is gebruikelijk, maar in sommige gevallen kan zelfs dit te lang zijn. Rechters houden rekening met hoe snel de informatie die je hebt veroudert.

Als je nauwelijks toegang had tot vertrouwelijke informatie, is een concurrentiebeding vaak niet te rechtvaardigen. Niet elke werknemer kent alle bedrijfsgeheimen.

Een standaardbeding voor iedereen is daarom meestal te ruim. Het ontbreken van een vergoeding maakt een beding onredelijker, vooral als je hierdoor niet kunt werken.

De nieuwe wet zal een vergoeding verplicht stellen, maar ook nu al kunnen rechters dit als factor meenemen. In een krappe arbeidsmarkt weegt dit extra zwaar.

Kan een werknemer onderhandelen over de voorwaarden van een concurrentiebeding bij aanname?

Ja, je kunt altijd proberen te onderhandelen over een concurrentiebeding voordat je je contract tekent. Dit is het beste moment, omdat je werkgever je graag wil aannemen.

In een krappe arbeidsmarkt heb je meer onderhandelingsruimte. Je kunt vragen om de duur te verkorten, bijvoorbeeld van twaalf naar zes maanden.

Ook kun je een kleinere geografische beperking voorstellen of specifieke bedrijven uitsluiten in plaats van hele sectoren. Dit maakt het beding gerichter en eerlijker.

Vraag om een financiële vergoeding tijdens de periode dat het beding geldt. Hoewel dit nu nog niet verplicht is, zijn werkgevers soms bereid dit aan te bieden.

Het laat ook zien dat ze het beding serieus nemen. Als je werkgever niet wil onderhandelen, vraag dan in ieder geval om een duidelijke motivering.

Dit is vooral belangrijk bij een tijdelijk contract. Een beding zonder goede onderbouwing kun je later makkelijker aanvechten bij de rechter.

Wat zijn de gevolgen voor een werknemer bij overtreding van een concurrentiebeding?

Als je een geldig concurrentiebeding overtreedt, kan je werkgever een boete eisen.

Deze boete staat meestal in je contract en kan oplopen tot duizenden euro’s per overtreding.

Je werkgever moet wel bewijzen dat je het beding daadwerkelijk hebt geschonden.

Daarnaast kan je werkgever schadevergoeding eisen voor de geleden schade.

Dit komt bovenop de boete.

Je werkgever moet dan aannemelijk maken welke schade hij heeft geleden door jouw nieuwe baan of bedrijf.

Je werkgever kan ook een kort geding starten om je te dwingen te stoppen met je nieuwe werk.

De rechter kan je verbieden om voor de concurrent te…

Nieuws

Due diligence bij bedrijfsovername: welke juridische risico’s mag u nooit negeren?

Wanneer u een bedrijf overneemt, kan één gemiste juridische check u later honderdduizenden euro’s kosten. Veel ondernemers richten zich vooral op de koopprijs en de financiële cijfers, maar vergeten dat juridische risico’s minstens zo belangrijk zijn.

Zonder grondig juridisch onderzoek loopt u het risico op verborgen schulden, lopende rechtszaken, ongeldige contracten of personeelsproblemen die pas na de overname aan het licht komen.

Een groep zakelijke professionals bespreekt documenten in een vergaderruimte tijdens een bedrijfsovername.

Due diligence is geen overbodige luxe maar een noodzakelijke bescherming voor uw investering. Het helpt u om problemen te ontdekken voordat u tekent.

Het geeft u ook een sterker uitgangspunt tijdens de onderhandelingen. Door bepaalde juridische risico’s van tevoren in kaart te brengen, kunt u de koopprijs aanpassen of extra garanties eisen van de verkoper.

In dit artikel leest u welke juridische risico’s u absoluut niet mag negeren bij een bedrijfsovername. We bespreken het complete due diligence proces, van contracten en personeelsregelingen tot fiscale valkuilen en IT-risico’s.

Waarom juridische due diligence essentieel is bij bedrijfsovername

Zakelijke professionals bekijken documenten tijdens een vergadering over juridische risico's bij bedrijfsovername.

Juridische due diligence beschermt u tegen verborgen risico’s en financiële verliezen bij een bedrijfsovername. Het onderzoek geeft u de tools om beter te onderhandelen en een eerlijke koopprijs vast te stellen.

Belangrijkste doelen van juridische due diligence

Een juridisch due diligence onderzoek brengt alle contracten, vergunningen en aansprakelijkheden van het bedrijf in kaart. U krijgt hierdoor een volledig beeld van de juridische staat van de onderneming die u wilt kopen.

Het onderzoek identificeert verborgen juridische risico’s die uw investering kunnen bedreigen. Denk aan lopende rechtszaken, ontbrekende vergunningen of contracten met ongunstige voorwaarden.

Belangrijke aandachtspunten bij juridische due diligence:

  • Arbeidsovereenkomsten en ontslagrisico’s
  • Intellectueel eigendomsrechten en licenties
  • Leverancierscontracten en klantafspraken
  • Pensioenverplichting en sociale lasten
  • Milieuvergunningen en aansprakelijkheden
  • Geschillen en claims tegen het bedrijf

Met deze informatie kunt u inschatten wat u werkelijk koopt. U voorkomt dat u later voor verrassingen komt te staan die veel geld kosten.

Onderzoeksplicht en mededelingsplicht bij overnames

Als koper heeft u een onderzoeksplicht bij bedrijfsovernames. Dit betekent dat u zelf actief moet onderzoeken wat u koopt.

De wet verwacht dat u kritische vragen stelt en documenten opvraagt. De verkoper heeft op zijn beurt een mededelingsplicht.

Hij moet relevante informatie over juridische risico’s delen, vooral als deze de waarde van het bedrijf beïnvloeden. Deze twee plichten werken samen.

U mag als koper niet blind varen op informatie van de verkoper. Tegelijk kan de verkoper zich niet verschuilen achter verzwegen problemen.

Bij geschillen na de overname kijkt de rechter of beide partijen hun plicht hebben vervuld. Heeft u als koper goed onderzoek gedaan?

Heeft de verkoper alle belangrijke feiten gemeld? Dit bepaalt wie aansprakelijk is voor ontdekte problemen.

Invloed op onderhandelingspositie en koopprijs

De resultaten van uw juridisch due diligence onderzoek versterken uw onderhandelingspositie direct. U kunt aangetoonde risico’s gebruiken om de koopprijs naar beneden bij te stellen.

Ontdekt u bijvoorbeeld lopende rechtszaken of ontbrekende vergunningen? Dan heeft u concrete argumenten om korting te vragen.

De verkoper kan deze bevindingen moeilijk weerleggen. Juridische risico’s vertalen zich in financiële waarde.

Een groot contract dat binnenkort afloopt vermindert de waarde van het bedrijf. Een geschil met een belangrijke leverancier doet hetzelfde.

U kunt ook eisen dat bepaalde problemen worden opgelost vóór de overname. Of u laat specifieke garanties opnemen in de koopovereenkomst.

Zo beschermt u zich tegen toekomstige claims. Zonder grondig juridisch onderzoek mist u deze hefbomen volledig.

U betaalt dan mogelijk te veel voor een bedrijf met verborgen juridische lasten.

Het due diligence proces tijdens een overname

Een groep zakelijke professionals bespreekt documenten tijdens een vergadering over juridische risico’s bij een bedrijfsovername.

Het due diligence-onderzoek verloopt in duidelijke fasen die elk hun eigen doel dienen. Een goede planning voorkomt dat u belangrijke informatie mist.

Dit zorgt voor een efficiënte afstemming tussen alle betrokken partijen.

Fasering en planning van het due diligence proces

Het due diligence proces begint zodra u een letter of intent heeft ondertekend. Deze fase duurt gemiddeld 6 tot 12 weken, afhankelijk van de grootte en complexiteit van het over te nemen bedrijf.

U start met het samenstellen van uw team. Dit team bestaat vaak uit advocaten voor de juridische due diligence, accountants voor de financiële due diligence, en specialisten voor de operationele due diligence en commerciële due diligence.

Bij sommige overnames kiest de verkoper voor een vendor due diligence, waarbij de verkoper zelf al een onderzoek laat uitvoeren. De planning omvat concrete tijdslijnen voor elk onderdeel.

Financiële analyse vraagt vaak de meeste tijd, gevolgd door juridische verificatie. U moet ook bepalen welke informatie prioriteit heeft.

Contracten met grote klanten, lopende rechtszaken en eigendomsrechten verdienen directe aandacht.

Belangrijke planningselementen:

  • Data room toegang binnen 1-2 weken na start
  • Tussentijdse rapportages elke 2 weken
  • Management interviews in week 3-4
  • Concept rapport na 6-8 weken
  • Finale rapportage voor definitieve koopovereenkomst

Verzamelen, analyseren en beoordelen van informatie

De verkoper plaatst alle documenten in een digitale data room. U krijgt toegang tot financiële gegevens, contracten, personeelsdossiers, intellectuele eigendomsrechten en lopende procedures.

Uw team analyseert deze documenten systematisch. Bij juridische due diligence controleert u of alle vergunningen geldig zijn, of arbeidscontracten correct zijn opgesteld, en of er hangende rechtszaken zijn.

U beoordeelt ook of leverancierscontracten na de overname automatisch doorlopen of toestemming vereisen. Tijdens het overnameproces stelt u aanvullende vragen aan het management.

Deze vragen ontstaan uit uw documentanalyse. U vraagt om opheldering bij onduidelijke cijfers, onvolledige contracten of ontbrekende informatie.

Cruciale aandachtspunten tijdens analyse:

Aspect Wat u onderzoekt
Contractueel Change of control clausules, opzegtermijnen
Personeelsrecht CAO-verplichtingen, pensioentoezeggingen
Compliance AVG-naleving, branche-specifieke regelgeving
Intellectueel eigendom Merkenregistraties, licentieovereenkomsten

Het due diligence rapport en vervolgstappen

Het due diligence rapport bundelt alle bevindingen in een gestructureerd document. Dit rapport bevat geen mening over de aantrekkelijkheid van de overname, maar presenteert feiten en geïdentificeerde risico’s.

Uw adviseurs categoriseren risico’s als hoog, gemiddeld of laag. Een hoog risico kan zijn: een grote klant zonder schriftelijk contract of een hangende rechtszaak met substantiële financiële gevolgen.

Middelmatige risico’s omvatten vaak verouderde AVG-documentatie of ontbrekende onderhoudscontracten. Met dit rapport gaat u terug naar de onderhandelingstafel.

U gebruikt de bevindingen om de koopprijs bij te stellen, garanties in de koopovereenkomst op te nemen, of bepaalde risico’s uit te sluiten via vrijwaringen. Sommige problemen lost de verkoper op vóór de bedrijfsovername, andere regelt u via prijscorrecties.

Het rapport vormt ook de basis voor uw integratieplanning na de overname. U weet nu precies welke contracten heronderhandeld moeten worden en welke juridische aanpassingen direct nodig zijn.

Juridische risico’s die u nooit mag negeren

Bepaalde juridische risico’s kunnen een overname volledig laten mislukken of u later opzadelen met onverwachte kosten. Verborgen schulden, ongunstige contracten, lopende rechtszaken en compliance-tekortkomingen verdienen extra aandacht tijdens uw onderzoek.

Verborgen aansprakelijkheden en claims

Verborgen aansprakelijkheid vormt een van de grootste bedreigingen bij een bedrijfsovername. Deze risico’s zijn niet direct zichtbaar in de boekhouding maar kunnen u later alsnog financieel raken.

Denk aan onbetaalde belastingen, achterstallige premies voor sociale verzekeringen of garantieverplichtingen uit eerdere leveringen. Ook productaansprakelijkheid kan jarenlang na levering nog opduiken.

Wanneer een klant schade lijdt door een gebrekkig product, blijft de aansprakelijkheid bestaan. Verborgen claims ontstaan vaak door mondelinge afspraken die nooit zijn vastgelegd.

Een leverancier die stelt recht te hebben op schadevergoeding of een zakenpartner die beweert een samenwerkingsovereenkomst te hebben, kan uw overname duur maken.

Let vooral op:

  • Openstaande fiscale verplichtingen die niet in de administratie staan
  • Garanties en serviceafspraken waarvan de termijn nog loopt
  • Aansprakelijkheden uit eerdere productleveringen of diensten
  • Claims van voormalige werknemers of zakelijke partners

Vraag expliciet garanties en vrijwaringen voor deze risico’s op.

Contractuele verplichtingen en change of control clausules

Contractuele verplichtingen kunnen een overname bemoeilijken of zelfs onmogelijk maken. Veel contracten bevatten change of control clausules die de andere partij het recht geven het contract te beëindigen bij een eigendomswijziging.

Dit geldt vooral voor belangrijke klantcontracten, leveranciersovereenkomsten en huurcontracten. Wanneer uw grootste klant het recht heeft het contract op te zeggen na de overname, verliest u mogelijk uw belangrijkste inkomstenbron.

Onderzoek alle contracten grondig op deze clausules. Vraag of u grote contractpartijen vooraf mag informeren over de geplande overname.

Sommige klanten of leveranciers willen graag de nieuwe eigenaar ontmoeten voordat zij instemmen met voortzetting. Ook automatische verlengingen, opzegtermijnen en exclusiviteitsbedingen verdienen uw aandacht.

Een contract dat zich automatisch verlengt met vijf jaar kan u jarenlang binden aan ongunstige voorwaarden.

Lopende en dreigende rechtszaken

Lopende rechtszaken vormen een direct risico dat u niet mag onderschatten. Zelfs kleine procedures kunnen grote financiële gevolgen hebben wanneer de uitspraak ongunstig uitpakt.

Vraag de verkoper naar alle lopende procedures en geschillen. Dit omvat niet alleen formele rechtszaken maar ook arbitrages, tuchtprocedures of geschillen met de belastingdienst.

Een inspectie door de Belastingdienst kan leiden tot forse naheffingen. Dreigende rechtszaken zijn lastiger te ontdekken.

De verkoper heeft een meldingsplicht voor zaken die mogelijk tot procedures kunnen leiden. Denk aan een werknemer die heeft aangekondigd te gaan procederen of een klant die een formele klacht heeft ingediend.

Vraag specifiek naar:

  • Alle lopende procedures bij rechtbanken of arbitrage-instituten
  • Geschillen met de Belastingdienst of andere overheidsinstanties
  • Klachten van klanten die kunnen escaleren
  • Conflicten met werknemers of voormalige zakenpartners

Neem in de koopovereenkomst vrijwaringen op voor alle procedures die na de overname tot uitbetaling leiden.

Naleving van wet- en regelgeving (compliance)

Compliance-tekortkomingen kunnen leiden tot boetes, gedwongen bedrijfsstilleggingen of strafrechtelijke aansprakelijkheid. Als koper neemt u deze risico’s over tenzij u zich expliciet laat vrijwaren.

Controleer of het bedrijf beschikt over alle benodigde vergunningen en certificaten. Een restaurant zonder geldige horeca-exploitatievergunning mag niet open blijven.

Een productiebedrijf zonder milieuvergunning krijgt een dwangsom of stillegging opgelegd. Ook naleving van privacywetgeving (AVG), arbeidswetgeving en branchespecifieke regels vraagt aandacht.

Datalekken of het niet naleven van cao-verplichtingen kunnen tot forse boetes leiden. Bedrijven die internationaal handelen moeten voldoen aan sanctiewetgeving en exportcontroles.

Handel met bepaalde landen of personen kan verboden zijn. Overtredingen hiervan leiden tot strafrechtelijke vervolging.

Vraag een specialist om de compliance-status te beoordelen. Deze risico’s zijn complex en vragen gespecialiseerde kennis die verder gaat dan een standaard juridisch onderzoek.

Juridische aandachtspunten bij contracten en overeenkomsten

Contracten vormen de ruggengraat van elke onderneming en bepalen in grote mate de waarde en risico’s van een overname. U moet nauwkeurig onderzoeken welke rechten en verplichtingen automatisch overgaan naar u als koper.

Leverancierscontracten en commerciële contracten

Bij leverancierscontracten moet u controleren of er change of control clausules aanwezig zijn. Deze clausules geven leveranciers het recht om contracten te beëindigen zodra de eigenaar verandert.

Dat kan direct na de overname leiden tot wegvallende toeleveringen. Let op de looptijden en opzegtermijnen van belangrijke contracten.

Sommige leverancierscontracten bevatten automatische verlengingsclausules die u voor jaren aan ongunstige voorwaarden kunnen binden. Commerciële contracten met klanten verdienen speciale aandacht.

U wilt weten of er boeteclausules of aansprakelijkheidsbedingen in de koopovereenkomst staan. Check ook of de onderneming achterstanden heeft in leveringen of diensten die tot claims kunnen leiden.

Vergeet niet om de algemene voorwaarden van alle belangrijke contractpartijen door te nemen. Deze bevatten vaak verborgen risico’s zoals:

  • Aansprakelijkheidsbeperkingen die niet in uw voordeel werken
  • Niet-concurrentiebedingen
  • Exclusiviteitsafspraken die toekomstige groei beperken

Huurovereenkomsten en eigendomsrechten

Controleer bij huurovereenkomsten altijd of de huur kan worden voortgezet na de bedrijfsovername. Veel verhuurders hebben in de huurovereenkomst opgenomen dat zij moeten instemmen met overdracht aan een nieuwe partij.

U moet vaststellen of de onderneming daadwerkelijk eigenaar is van bedrijfspanden of uitsluitend huurt. Bij eigendom controleert u het kadaster op hypotheken, beslagleggingen of erfdienstbaarheden die de waarde beïnvloeden.

Let op stilzwijgende verlengingen in huurcontracten. Deze kunnen u aan ongewenste locaties binden of juist zorgen dat u zonder bedrijfsruimte komt te zitten.

Check ook of er huurachterstanden zijn of geschillen over servicekosten lopen.

Licenties en intellectueel eigendom

Intellectueel eigendom zoals merken, octrooien en auteursrechten vormt vaak een belangrijk deel van de ondernemingswaarde. U moet verifiëren dat alle licenties geldig zijn geregistreerd op naam van de over te nemen onderneming.

Controleer of er gebruikslicenties zijn voor software, databases of technologie die niet overdraagbaar zijn. Sommige licenties vervallen automatisch bij een bedrijfsovername en moeten opnieuw worden onderhandeld.

Bij auteursrechten op websites, logo’s of marketingmateriaal moet u nagaan of deze echt bij het bedrijf liggen of bij externe partijen zoals webdesigners of reclamebureaus. Zonder juiste overdracht kunt u deze materialen na de overname niet meer gebruiken.

Let ook op lopende geschillen over intellectueel eigendom. Een merkenrechtszaak of octrooidispuut kan de waarde van uw investering aanzienlijk verminderen.

Arbeidsrechtelijke en personeelsrisico’s

Arbeidsrechtelijke aspecten vormen een groot deel van de juridische risico’s bij een bedrijfsovername. Van arbeidscontracten tot pensioenverplichtingen: elk detail kan invloed hebben op de koopprijs en toekomstige kosten.

Arbeidsovereenkomsten en arbeidsvoorwaarden

U moet alle arbeidsovereenkomsten grondig controleren voordat u een bedrijf overneemt. Let op de verschillende soorten contracten: vast, tijdelijk of oproepovereenkomsten.

Elk type brengt andere verplichtingen met zich mee. Bekijk de arbeidsvoorwaarden van alle medewerkers nauwkeurig.

Sommige werknemers hebben mogelijk afwijkende afspraken over salaris, bonussen of vakantiedagen. Deze individuele regelingen blijven vaak van kracht na de overname.

Bij een overgang van onderneming gaan alle rechten en plichten van bestaande arbeidscontracten automatisch over op u als nieuwe eigenaar. U kunt deze voorwaarden niet zomaar aanpassen.

Medewerkers behouden hun opgebouwde anciënniteit en alle andere rechten. Controleer ook afspraken over concurrentiebedingen, relatiebedingen en geheimhoudingsverklaringen.

Deze clausules kunnen uw bedrijfsvoering beïnvloeden na de overname.

Personeelsdossiers en collectieve regelingen

Complete en actuele personeelsdossiers geven u inzicht in de personele situatie. Vraag om alle documenten per medewerker: arbeidscontracten, functioneringsgesprekken, ziekteverzuim en disciplinaire maatregelen.

Let goed op lopende procedures of claims van werknemers. Denken aan:

  • Vaststellingsovereenkomsten
  • Conflicten over arbeidsvoorwaarden
  • Ziektegevallen met re-integratieverplichtingen
  • Lopende ontslagprocedures

Collectieve regelingen zoals bedrijfsregelingen over werktijden of thuiswerken blijven na de overname bestaan. U bent hieraan gebonden totdat u deze volgens de juiste procedure aanpast.

Pensioenregelingen en cao’s

Pensioenregelingen vormen vaak een grote financiële verplichting. U moet weten welke pensioenregelingen er lopen en wat uw verplichtingen zijn.

Sommige regelingen brengen aanzienlijke kosten met zich mee. Check of er een cao van toepassing is op het bedrijf.

Cao’s bevatten verplichte afspraken over salaris, werktijden en arbeidsvoorwaarden. U moet deze cao blijven toepassen na de overname.

Sommige bedrijven hebben een ondernemingscao of bedrijfseigen regelingen. Deze kunnen afwijken van de branche-cao en betere voorwaarden bevatten voor werknemers.

Vraag altijd om volledige documentatie van alle pensioenregelingen en cao-afspraken om verrassingen te voorkomen.

Documentatie, garanties en vrijwaringen bij de overname

Juridische documenten regelen de risicoverdeling tussen koper en verkoper tijdens een overname. De NDA beschermt vertrouwelijke informatie in de beginfase, terwijl garanties en vrijwaringen later concrete aansprakelijkheden vastleggen in de koopovereenkomst.

NDA en intentieverklaring (LOI)

Een NDA (Non-Disclosure Agreement) is het eerste juridische document dat u ondertekent. Dit geheimhoudingsverklaring voorkomt dat vertrouwelijke informatie over uw bedrijf naar concurrenten lekt.

De NDA regelt specifiek wat vertrouwelijk is en hoe lang die verplichting geldt. Meestal geldt een geheimhoudingsperiode van twee tot vijf jaar na afloop van de gesprekken.

De intentieverklaring (Letter of Intent of LOI) komt daarna. Dit document legt de belangrijkste voorwaarden vast zoals de indicatieve koopprijs, de beoogde structuur en het tijdpad.

Een LOI is meestal niet-bindend, behalve bepaalde clausules zoals de exclusiviteitsperiode en geheimhouding. Tijdens deze exclusiviteitsperiode mag u niet met andere partijen onderhandelen.

Garanties en vrijwaringen tijdens onderhandeling

Garanties zijn verklaringen van de verkoper over de toestand van het bedrijf. U vraagt als koper garanties over de juistheid van financiële cijfers, de geldigheid van contracten en de naleving van wet- en regelgeving.

De onderhandeling bepaalt welke garanties in de koopovereenkomst komen. Uw due diligence onderzoek toont welke risico’s u moet afdekken.

Vrijwaringen dekken specifieke bekende risico’s af. Ontdekt u tijdens due diligence een lopende rechtszaak? Dan vraagt u een vrijwaring waarbij de verkoper alle kosten voor zijn rekening neemt.

Aspect Garanties Vrijwaringen
Type risico Algemeen en onbekend Specifiek en bekend
Ontdekking Na transactie Tijdens due diligence
Aansprakelijkheid Bewijs van schending nodig Automatisch bij gebeurtenis

Onderhandel ook over limieten en drempels. Een cap begrenst de maximale aansprakelijkheid van de verkoper.

Een basket zorgt dat kleine claims niet tot procedures leiden.

Structurering van de koopovereenkomst (SPA, APA)

De koopovereenkomst legt alle afspraken definitief vast. Bij een aandelenverkoop gebruikt u een Share Purchase Agreement (SPA).

Bij verkoop van activa gebruikt u een Asset Purchase Agreement (APA). Een SPA regelt de overdracht van aandelen.

U koopt het hele bedrijf inclusief alle rechten, verplichtingen en eventuele verborgen schulden. Garanties en vrijwaringen zijn hier essentieel voor uw bescherming.

Een APA betekent dat u alleen specifieke activa koopt zoals machines, voorraden of klantrelaties. Schulden blijven bij de verkoper, tenzij u ze expliciet overneemt.

De koopovereenkomst bevat deze standaard onderdelen:

  • Omschrijving van wat u koopt
  • Koopprijs en betalingsvoorwaarden
  • Garanties en vrijwaringen met beperkingen
  • Opschortende voorwaarden zoals financiering
  • Overdrachtsmodaliteiten en datum

Earn-out clausules koppelen een deel van de koopprijs aan toekomstige prestaties. Dit verdeelt risico’s bij onzekerheid over resultaten.

Een escrow account houdt een deel van de koopprijs apart voor eventuele claims. Dit geeft u zekerheid dat u schadevergoeding kunt claimen als garanties blijken te kloppen.

Fiscale en financiële juridische risico’s

Bij een bedrijfsovername kunnen fiscale en financiële problemen leiden tot onverwachte kosten en juridische geschillen. Deze risico’s raken direct aan de betaalbaarheid en haalbaarheid van de deal.

Fiscale verplichtingen en openstaande aangiften

U moet controleren of het over te nemen bedrijf alle aangiften correct en op tijd heeft ingediend. Ontbrekende of foutieve aangiften voor BTW, vennootschapsbelasting of loonheffingen kunnen leiden tot naheffingen en boetes.

Deze verplichtingen blijven vaak bestaan na de overname. Let op fiscale eenheden voor BTW of vennootschapsbelasting.

Bij een fiscale eenheid wordt u mogelijk hoofdelijk aansprakelijk voor belastingschulden van de hele groep. Dit risico blijft ook na de overname bestaan als de fiscale eenheid niet correct wordt opgeheven.

Controleer of het bedrijf onder toezicht staat van de Belastingdienst. Lopende fiscale controles of geschillen kunnen tot aanzienlijke claims leiden.

Vraag om afschriften van correspondentie met de Belastingdienst uit de afgelopen vijf jaar.

Verborgen fiscale risico’s en claims

Niet alle fiscale risico’s zijn direct zichtbaar in de boekhouding. De deelnemingsvrijstelling kan leiden tot niet-aftrekbare kosten bij aan- of verkoop van aandelen.

Ook renteaftrek bij overnamefinanciering kent strikte beperkingen door de earnings-strippingmaatregel. Verliesverrekening biedt fiscale voordelen, maar gaat verloren bij bepaalde wijzigingen in de bedrijfsactiviteiten.

Controleer of bestaande herinvesteringsreserves overdraagbaar zijn onder de voorwaarden van uw overname. Deze reserves vervallen vaak bij structuurwijzigingen.

Bij bedrijven met internationale activiteiten speelt verrekenprijsdocumentatie een belangrijke rol. Ontbrekende of onvolledige documentatie kan leiden tot correcties en boetes.

Vraag naar transfer pricing studies en belastingverdragen die van toepassing zijn.

Analyse jaarrekeningen, balans en kasstromen

De jaarrekeningen geven inzicht in de financiële gezondheid van het bedrijf. Bestudeer minimaal de laatste drie jaar en let op afwijkende patronen of plotselinge wijzigingen.

Controleer of de cijfers overeenkomen met ingediende belastingaangiften. De balans toont activa, passiva en het eigen vermogen.

Let op verborgen schulden, voorzieningen en niet-geactiveerde verplichtingen. Controleer waarderingen van voorraad, debiteuren en vaste activa kritisch.

Kasstromen laten zien of het bedrijf daadwerkelijk geld genereert. Een winstgevend bedrijf op papier kan toch liquiditeitsproblemen hebben.

Analyseer de operationele, investerings- en financieringsstromen apart. Vergelijk prognoses met gerealiseerde cijfers uit het verleden om de betrouwbaarheid te beoordelen.

Operationele en IT-gerelateerde juridische valkuilen

Operationele processen en IT-systemen vormen vaak blinde vlekken tijdens een overname. Contractuele verplichtingen, softwarelicenties en AVG-compliance kunnen ernstige juridische en financiële gevolgen hebben als u ze niet goed onderzoekt.

Contracten en risico’s in operationele processen

Bij operationele due diligence moet u alle contracten met leveranciers, onderaannemers en serviceproviders controleren. Veel overeenkomsten bevatten change-of-control clausules die automatisch ontbinding mogelijk maken bij een eigendomswissel.

Dit betekent dat belangrijke operationele relaties na de overname kunnen eindigen. Let ook op onderhoudscontracten voor apparatuur en machines.

Uitgesteld onderhoud vertegenwoordigt een verborgen kostenpost die pas na overname zichtbaar wordt. Vraag om een volledig overzicht van alle lopende verplichtingen en betalingsschema’s.

Belangrijke aandachtspunten:

  • Leverancierscontracten – controleer looptijden en opzegmogelijkheden
  • Change-of-control clausules – identificeer contracten die bij overname kunnen eindigen
  • Onderhoudsstatus – inventariseer uitgestelde reparaties en vervangingen
  • Serviceniveau-afspraken – beoordeel of deze realistisch en haalbaar zijn

Huur ook juridisch advies in om operationele risico’s die voortvloeien uit bestaande overeenkomsten te beoordelen.

IT-systemen, data en AVG-compliance

IT-systemen vormen een cruciaal onderdeel van iedere moderne onderneming. Controleer of alle softwarelicenties juridisch correct zijn verkregen en overdraagbaar zijn bij een overname.

Veel licenties zijn gebonden aan het oorspronkelijke bedrijf en vereisen heronderhandeling. De AVG stelt strenge eisen aan de verwerking van persoonsgegevens.

U moet nagaan of het over te nemen bedrijf compliant is. Denk aan een geldig verwerkersregister, privacy statements en beveiligingsmaatregelen.

Datalekken of AVG-overtredingen kunnen leiden tot boetes tot €20 miljoen of 4% van de jaaromzet.

IT-juridische checkpunten:

Aspect Wat te controleren
Softwarelicenties Eigendom, overdraagbaarheid, licentiekosten
Databescherming Verwerkersovereenkomsten, beveiligingsprotocollen
AVG-compliance Privacy statements, verwerkersregister, DPIA’s
IT-infrastructuur Eigendom servers, cloudcontracten, back-ups

Vraag om documentatie over eerdere beveiligingsincidenten. Een onopgeloste datalek kan na overname uw verantwoordelijkheid worden.

Veelgestelde vragen

Bij een bedrijfsovername komen er veel juridische vragen op u af. Een grondig due diligence-onderzoek helpt u om verborgen risico’s te ontdekken en juridische problemen te voorkomen.

Wat zijn de cruciale onderdelen van een juridische due diligence bij een bedrijfsovername?

Een juridisch due diligence-onderzoek bestaat uit meerdere belangrijke onderdelen. U moet alle contracten en overeenkomsten controleren, inclusief leverancierscontracten en huurovereenkomsten.

Het onderzoek moet zich richten op vergunningen en licenties die het bedrijf nodig heeft om te werken. U controleert ook of er lopende rechtszaken of juridische geschillen zijn.

Intellectueel eigendom zoals patenten en handelsmerken vereist extra aandacht. Daarnaast bekijkt u de arbeidsovereenkomsten en mogelijke arbeidsrechtelijke kwesties.

Hoe identificeer ik verplichtingen en mogelijke aansprakelijkheden in bestaande contracten bij een overname?

U begint met het verzamelen van alle contracten die het bedrijf heeft afgesloten. Let vooral op clausules die betrekking hebben op wijziging van eigendom of zeggenschap.

Veel contracten bevatten een change of control clausule. Deze clausule kan betekenen dat de wederpartij het contract mag opzeggen bij een eigendomswissel.

U moet ook kijken naar garantieverplichtingen en boeteclausules in de contracten. Controleer de looptijd van contracten en eventuele verlenging- of opzeggingsvoorwaarden.

Schadevergoedingen of juridische aansprakelijkheden uit het verleden kunnen nog steeds doorwerken. Vraag daarom ook naar afgesloten zaken en schikkingen uit eerdere jaren.

Welke rol speelt intellectueel eigendom in het due diligence proces bij bedrijfsaankopen?

Intellectueel eigendom kan een groot deel van de bedrijfswaarde vertegenwoordigen. U moet controleren of alle patenten, handelsmerken en auteursrechten goed zijn geregistreerd.

Het is belangrijk om te weten of het bedrijf echt eigenaar is van het intellectueel eigendom. Soms blijken werknemers of externe partijen nog rechten te hebben op bepaalde creaties.

U controleert of er licentieovereenkomsten zijn waarbij het bedrijf intellectueel eigendom gebruikt van anderen. Deze overeenkomsten kunnen beperkingen opleggen aan het gebruik na de overname.

Let ook op lopende geschillen over intellectueel eigendom. Een inbreukzaak kan grote financiële gevolgen hebben voor uw investering.

Op welke wijze dienen arbeidsrechtelijke aspecten meegenomen te worden bij de due diligence?

U neemt alle arbeidsovereenkomsten van medewerkers door. Hierbij let u op afwijkende voorwaarden, bonusregelingen en vertrekvergoedingen.

Bij een bedrijfsovername gaan werknemers vaak automatisch over naar de nieuwe eigenaar. Dit betekent dat u alle bestaande arbeidsvoorwaarden moet respecteren.

Controleer of er cao-verplichtingen gelden voor het bedrijf. Een cao kan extra kosten met zich meebrengen die u vooraf moet kennen.

U vraagt naar lopende of eerdere conflicten met medewerkers of vakbonden. Ook ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid zijn relevante factoren voor uw beslissing.

Pensioenregelingen en andere secundaire arbeidsvoorwaarden kunnen aanzienlijke verplichtingen vormen. Zorg dat u weet wat deze regelingen u gaan kosten.

Hoe kunnen milieuregels en -risico’s invloed hebben op de bedrijfsovername?

Milieurisico’s kunnen grote financiële gevolgen hebben die pas na de overname zichtbaar worden. U moet onderzoeken of het bedrijf in het verleden milieuschade heeft veroorzaakt.

Bodemverontreiniging is een veelvoorkomend probleem bij industriële bedrijven. Als eigenaar kunt u aansprakelijk worden gesteld voor de sanering van vervuilde grond.

Controleer of het bedrijf over de juiste milieuvergunningen beschikt. Zonder geldige vergunningen mag het bedrijf mogelijk niet verder opereren.

U bekijkt ook of het bedrijf zich aan milieuwetgeving houdt. Overtredingen kunnen leiden tot boetes en gedwongen stillegging van activiteiten.

Vraag naar eerdere inspecties door overheidsinstanties en hun bevindingen. Deze rapporten geven inzicht in de naleving van milieuregels.

Welke stappen moeten worden ondernomen om te voldoen aan de regelgeving omtrent mededinging bij een overname?

Bij grotere overnames bent u verplicht om toestemming te vragen aan de mededingingsautoriteit. In Nederland is dit de Autoriteit Consument en Markt (ACM).

De meldingsplicht geldt wanneer de gezamenlijke wereldwijde omzet boven bepaalde drempels komt. Ook moet de Nederlandse omzet van ten minste twee betrokken bedrijven boven een vastgesteld bedrag liggen.

U dient een melding in voordat u de overname volledig afrondt. De ACM beoordeelt of de overname leidt tot een te sterke marktpositie.

Het proces kan enkele weken tot maanden duren. Tijdens het onderzoek mag u de overname niet voltooien.

Neem contact op met een mededingingsrechtadvocaat als u twijfelt over de meldingsplicht. Het niet naleven van deze plicht kan leiden tot hoge boetes.

Nieuws

Flexibele contracten, payroll en zzp: wanneer ziet de Belastingdienst u als schijnzelfstandige? Alles wat u moet weten in 2025

Sinds 1 januari 2025 controleert de Belastingdienst weer actief op schijnzelfstandigheid. Als u zzp’ers inhuurt of zelf als zzp’er werkt, is het belangrijk om te weten wanneer de Belastingdienst een arbeidsrelatie als schijnzelfstandig beschouwt.

De Belastingdienst spreekt van schijnzelfstandigheid wanneer iemand wordt ingehuurd als zelfstandige, maar de manier van werken eigenlijk wijst op loondienst.

Een groep professionals bespreekt contracten en payroll in een moderne kantooromgeving.

Het onderscheid tussen een echte zzp’er en een werknemer in loondienst kan lastig zijn. U en uw opdrachtgever zijn samen verantwoordelijk voor de juiste beoordeling van de arbeidsrelatie.

Een verkeerde inschatting kan leiden tot naheffingen van loonheffingen en boetes. In dit artikel leest u wat schijnzelfstandigheid precies inhoudt en hoe de Belastingdienst dit controleert.

Ook krijgt u inzicht in de gevolgen voor zowel opdrachtgevers als opdrachtnemer, de rol van payroll als alternatief, en de actuele wetgeving die van toepassing is op uw situatie.

Flexibele contracten, payroll en zzp: definities en onderscheid

Een groep zakelijke professionals in een kantooromgeving die samen rond een tafel zitten en over contracten en payroll bespreken.

Bedrijven gebruiken verschillende vormen van flexibele arbeid om tijdelijk extra personeel in te zetten. De keuze tussen een arbeidsovereenkomst in loondienst, payroll of een zzp’er heeft belangrijke gevolgen voor uw verplichtingen en risico’s.

Wat zijn flexibele contracten en wanneer worden ze gebruikt?

Flexibele contracten zijn alle vormen van arbeid die afwijken van een vast dienstverband voor onbepaalde tijd. U gebruikt ze wanneer u tijdelijk extra hulp nodig hebt zonder direct personeel in dienst te nemen.

De arbeidsmarkt kent verschillende vormen van flexibele arbeid. Een oproepcontract betekent dat u een medewerker oproept wanneer u werk hebt.

U spreekt geen vast aantal uren per week af. Na 12 maanden moet u wel een contract aanbieden met het gemiddelde aantal gewerkte uren.

Bij een uitzendkracht heeft de medewerker een arbeidsovereenkomst met het uitzendbureau. Het uitzendbureau betaalt het salaris en draagt de werkgeversrisico’s.

U leent de medewerker tijdelijk voor specifieke werkzaamheden. Een tijdelijk contract voor bepaalde tijd is ook een vorm van flexibele arbeid.

Dit is een reguliere arbeidsovereenkomst met een einddatum.

Het verschil tussen payroll, zzp en loondienst

Loondienst betekent dat de medewerker een arbeidsovereenkomst met u heeft. U bent de werkgever en draagt alle verantwoordelijkheden.

U betaalt het loon, regelt de verzekeringen en draagt het ziekteverzuim. Bij payroll werft u zelf de medewerker.

De medewerker werkt in uw bedrijf en staat onder uw leiding. Maar het dienstverband is met een payrollorganisatie.

Die organisatie verzorgt de salarisadministratie en draagt de werkgeversrisico’s zoals ziekte en arbeidsongeschiktheid. Een zzp’er is zelfstandig ondernemer zonder personeel.

U heeft geen dienstverband met een zzp’er. U sluit een overeenkomst voor een opdracht.

De zzp’er stuurt u een factuur voor het geleverde werk. Hij regelt zelf zijn verzekeringen en pensioen.

Vorm Werkgever Arbeidsovereenkomst Werkgeversrisico’s
Loondienst U Ja Bij u
Payroll Payrollorganisatie Ja Bij payrollorganisatie
ZZP Geen Nee Bij zzp’er zelf

Voordelen en nadelen van verschillende contractvormen

Loondienst geeft u volledige controle over de medewerker. U bepaalt de werkwijze en werktijden.

Het nadeel is dat u alle werkgeversverplichtingen heeft. Bij ziekte betaalt u het loon door.

Ook bij verminderde werkdruk blijft uw verplichting bestaan. Payroll biedt flexibiliteit zonder de administratieve lasten van een eigen medewerker.

De payrollorganisatie neemt de werkgeversrisico’s over. Dit is wel duurder dan direct iemand in loondienst nemen.

U betaalt een opslag voor de dienstverlening. Een zzp’er inhuren lijkt aantrekkelijk omdat u geen werkgeverschap heeft.

U betaalt alleen voor geleverd werk. Maar let op: de Belastingdienst kan de samenwerking als een fictief dienstverband aanmerken.

Dan krijgt u te maken met naheffingen en moet u alsnog premies afdragen. De zzp’er kan dan aanspraak maken op werknemersrechten zoals doorbetaling bij ziekte.

Schijnzelfstandigheid: wanneer is er sprake van?

Een groep zakelijke professionals bespreekt contracten en financiële documenten rond een vergadertafel in een moderne kantoorruimte.

De Belastingdienst kijkt naar concrete criteria en feiten om te bepalen of iemand echt zelfstandig werkt of eigenlijk gewoon een werknemer is. Contracten alleen zijn niet genoeg om te bewijzen dat u met een échte zzp’er werkt.

Criteria voor schijnzelfstandigheid volgens de Belastingdienst

De Belastingdienst gebruikt drie hoofdcriteria om arbeidsrelaties te beoordelen. Deze criteria bepalen of er sprake is van een dienstverband of zelfstandig ondernemerschap.

De drie kernvragen zijn:

  • Is er sprake van een gezagsverhouding?
  • Ontvangt de opdrachtnemer persoonlijk loon voor persoonlijk verrichte arbeid?
  • Bestaat er een verplichting om werk aan te bieden en te aanvaarden?

Bij een gezagsverhouding geeft u als opdrachtgever instructies over hoe, waar en wanneer het werk gebeurt. U bepaalt werktijden, deadlines en werkwijzen.

Een echte zelfstandige bepaalt dit zelf. Persoonlijke arbeid betekent dat de zzp’er het werk zelf moet doen.

Als iemand niet gemakkelijk een vervanger kan sturen, wijst dit op een arbeidsrelatie. De arbeidsplicht betekent dat u continue werk moet aanbieden en de opdrachtnemer dit moet accepteren.

Bij schijnzelfstandigheid is er vaak een structurele werkrelatie waarbij de opdrachtnemer niet vrij is om opdrachten te weigeren.

Het belang van feiten en omstandigheden boven contracten

De werkelijke situatie telt zwaarder dan wat er op papier staat. U kunt niet simpelweg een overeenkomst van opdracht opstellen en dan zeggen dat iemand een zzp’er is.

De Belastingdienst onderzoekt hoe het werk in de praktijk wordt uitgevoerd. Werkt iemand bijvoorbeeld elke week op vaste tijden bij u op kantoor?

Gebruikt de opdrachtnemer uw tools en systemen? Neemt de zelfstandige deel aan teamvergaderingen alsof hij een gewone werknemer is?

Dit zijn allemaal signalen van schijnzelfstandigheid. De wet noemt dit het “primaat van de feiten en omstandigheden”.

Een modelovereenkomst beschermt u niet automatisch. Als de dagelijkse praktijk niet overeenkomt met wat er in het contract staat, bent u alsnog het risico.

Modelovereenkomsten en hun juridische betekenis

Tot 2016 kon u een modelovereenkomst gebruiken voor zekerheid over de arbeidsrelatie. Sinds de afschaffing van de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) hebben modelovereenkomsten geen juridische bescherming meer.

Het kabinet heeft in 2025 de handhaving hervat zonder een nieuw zekerheidssysteem. U kunt dus niet meer vooraf zekerheid krijgen over of iemand schijnzelfstandig is of niet.

Een modelovereenkomst kan nog wel nuttig zijn als startpunt. Het document helpt u om duidelijke afspraken te maken over bijvoorbeeld:

  • Vervanging door derden
  • Ondernemersrisico
  • Vrijheid in werkuitvoering
  • Eigen materialen en gereedschap

Maar vergeet niet: de praktijk moet overeenkomen met deze afspraken. Anders heeft het contract geen waarde bij een controle.

Relevante jurisprudentie zoals het Deliveroo-arrest

Het Deliveroo-arrest van 2021 heeft grote gevolgen voor hoe rechtbanken naar arbeidsrelaties kijken. Het gerechtshof Amsterdam oordeelde dat Deliveroo-bezorgers gewoon werknemers zijn, geen zelfstandigen.

De rechter keek naar concrete omstandigheden: Deliveroo bepaalde de tarieven, wees routes aan en hield toezicht via een app. Bezorgers hadden weinig vrijheid in hoe ze hun werk deden.

Dit arrest laat zien dat moderne controle via apps en platforms ook gezag betekent. U hoeft niet fysiek over iemands schouder mee te kijken om een gezagsverhouding te hebben.

Voor u als opdrachtgever betekent dit: digitale instructies, kwaliteitscontroles en prestatiebeoordelingen kunnen allemaal wijzen op een arbeidsrelatie. Ook als de opdrachtnemer formeel zelfstandig is.

De uitspraak benadrukt dat arbeidsrecht bescherming biedt aan mensen die feitelijk als werknemer functioneren. Het maakt niet uit hoe partijen de relatie zelf noemen.

De handhaving door de Belastingdienst in 2025

Per 1 januari 2025 is het handhavingsmoratorium op schijnzelfstandigheid afgelopen. De Belastingdienst controleert weer actief op arbeidsrelaties.

De belastingdienst hanteert wel een zachte landing voor 2025. Gesprek en begeleiding staan centraal voordat er strenge maatregelen volgen.

Opheffing van het handhavingsmoratorium en overgangsperiode

Het handhavingsmoratorium van de Wet DBA is op 1 januari 2025 definitief beëindigd. Dit betekent dat de Belastingdienst weer actief mag controleren of zzp’ers correct zijn ingehuurd of dat er sprake is van een dienstverband.

Voor 2025 heeft de Belastingdienst een zachte landing aangekondigd. Deze overgangsperiode moet onrust bij opdrachtgevers en opdrachtnemers voorkomen.

Tijdens deze periode ligt de focus op voorlichting en begeleiding in plaats van directe boetes. De Belastingdienst wil eerst in gesprek met bedrijven en organisaties om ze te wijzen op de risico’s van schijnzelfstandigheid.

Pas vanaf 2026 start de volledige handhaving zonder zachte landing.

Hoe vindt controle en handhaving plaats?

De Belastingdienst voert controles uit via verschillende methoden. Een bedrijfsbezoek is de meest voorkomende manier waarop controle plaatsvindt.

Tijdens een bedrijfsbezoek gaat de Belastingdienst eerst in gesprek met u als opdrachtgever over de inhuur van zzp’ers. Ze vragen naar de arbeidsrelaties en bespreken de kwalificatie van deze relaties.

In deze gesprekken worden de risico’s van schijnzelfstandigheid uitgelegd. Daarnaast kan de Belastingdienst een boekenonderzoek uitvoeren.

Bij een boekenonderzoek worden uw administratie en contracten grondig gecontroleerd. De Belastingdienst bekijkt dan of de werkrelatie past bij zelfstandigheid of bij een dienstverband.

Boetes, naheffingen en terugwerkende kracht

Als de Belastingdienst vaststelt dat sprake is van schijnzelfstandigheid, krijgt u als opdrachtgever te maken met naheffingen. U moet dan de loonheffingen alsnog betalen die u had moeten inhouden als werkgever.

Een naheffingsaanslag kan maximaal vijf jaar terug opgelegd worden. Dit betekent dat de Belastingdienst tot vijf jaar in het verleden kan terugkijken bij de controle op arbeidsrelaties.

Bij ernstige gevallen van opzet of grove schuld kan ook een vergrijpboete worden opgelegd. De vergrijpboete komt bovenop de naheffing van de loonaheffing.

U heeft een correctieverplichting als u merkt dat u fouten heeft gemaakt in de kwalificatie van arbeidsrelaties.

Handhavingsplan arbeidsrelaties en bedrijfsbezoeken

De Belastingdienst heeft het Handhavingsplan arbeidsrelaties voor 2025 en 2026 gepubliceerd. In deze plannen staat uitgelegd hoe de controle en handhaving op arbeidsrelaties wordt uitgevoerd.

Het handhavingsplan arbeidsrelaties beschrijft de aanpak voor bedrijfsbezoeken in detail. In 2025 richten bedrijfsbezoeken zich vooral op het informeren van opdrachtgevers over de risico’s en gevolgen van schijnzelfstandigheid.

De Belastingdienst wil eerst bewustwording creëren voordat strengere maatregelen worden genomen. Voor 2026 is een nieuw handhavingsplan beschikbaar zonder zachte landing.

Dit betekent dat vanaf 2026 de volledige handhaving van kracht is. Directe boetes bij overtredingen worden dan opgelegd.

Gevolgen van schijnzelfstandigheid voor zzp’ers en opdrachtgevers

Schijnzelfstandigheid heeft verstrekkende gevolgen voor beide partijen. Opdrachtgevers kunnen te maken krijgen met naheffingen van loonheffingen en sociale premies.

Zzp’ers krijgen plots werknemersrechten maar ook financiële verplichtingen.

Fiscale en financiële gevolgen (loonheffingen, sociale premies)

Als de Belastingdienst vaststelt dat u als opdrachtgever een schijnzelfstandige inhuurt, moet u alsnog loonheffingen en sociale premies afdragen. Dit geldt vanaf 1 januari 2025 voor nieuwe gevallen.

De Belastingdienst kijkt alleen naar het lopende jaar, tenzij er sprake is van kwaadwillendheid. U bent verplicht om de volgende bedragen na te betalen:

  • Loonbelasting over het totale uitbetaalde bedrag
  • Werknemersverzekeringen zoals WW en WIA
  • Werkgeverspremies voor sociale zekerheid
  • Belastingrente over de naheffing

Voor zzp’ers betekent schijnzelfstandigheid dat zij niet langer btw kunnen aftrekken over bedrijfskosten. Ook verliezen zij de fiscale voordelen van zelfstandig ondernemerschap, zoals de zelfstandigenaftrek.

In 2025 krijgt u geen boete als u aantoonbaar actief werkt aan correcte kwalificatie van arbeidsrelaties. Dit is een overgangsjaar met een zachte landing.

Vanaf 2026 worden de regels strenger en kan terugwerkende kracht oplopen tot vijf jaar.

Arbeidsrechtelijke risico’s en verplichtingen

Bij schijnzelfstandigheid wordt de arbeidsrelatie met terugwerkende kracht gekwalificeerd als dienstverband. Dit betekent dat u als opdrachtgever direct moet voldoen aan alle wettelijke verplichtingen die gelden voor werkgevers.

Belangrijkste arbeidsrechtelijke gevolgen:

  • Recht op minimaal 20 wettelijke vakantiedagen per jaar
  • Ontslagbescherming volgens geldende wetgeving
  • Toepassing van cao-afspraken als die gelden in uw sector
  • Recht op eerlijk en correct loon volgens arbeidsvoorwaarden
  • Bescherming tegen willekeurige beëindiging van het contract

U kunt de samenwerking niet zomaar beëindigen. De normale ontslagregels zijn van toepassing.

De zzp’er krijgt alle rechten die horen bij loondienst, inclusief eventuele bonusregelingen en secundaire arbeidsvoorwaarden.

Pensioen, ziekte en arbeidsongeschiktheid

Als zzp’er heeft u normaal geen recht op doorbetaling bij ziekte. Bij schijnzelfstandigheid verandert dat.

Uw opdrachtgever moet dan maximaal twee jaar het loon doorbetalen als u arbeidsongeschikt raakt. Dit kan voor bedrijven tot hoge onverwachte kosten leiden.

Ook pensioenopbouw wordt een verplicht onderdeel van de arbeidsrelatie. U bent als opdrachtgever verplicht om pensioenpremies af te dragen voor de werknemer.

Dit geldt met terugwerkende kracht vanaf het moment dat de arbeidsrelatie begon. Zzp’ers hebben normaal geen toegang tot de WW of WIA.

Bij schijnzelfstandigheid krijgen zij daar wel recht op. De opdrachtgever moet premies betalen voor deze werknemersverzekeringen.

Dit beschermt de werknemer bij werkloosheid of blijvende arbeidsongeschiktheid.

Oneerlijke concurrentie en de gevolgen voor de arbeidsmarkt

Schijnzelfstandigheid zorgt voor oneerlijke concurrentie tussen bedrijven. Werkgevers die correct handelen betalen meer voor personeel dan bedrijven die zzp’ers als schijnzelfstandigen inhuren.

Zzp’ers die als schijnzelfstandigen werken, accepteren vaak lagere tarieven omdat zij geen werkgeverslasten doorberekenen. Dit drukt de tarieven voor échte zelfstandigen die wel correct ondernemen.

Het ondermijnt de positie van eerlijke zzp’ers op de arbeidsmarkt. De Arbeidsinspectie controleert samen met de Belastingdienst op naleving.

Bedrijven die structureel schijnzelfstandigen inhuren, kunnen intensiever worden gecontroleerd. Dit kan leiden tot reputatieschade en extra administratieve lasten voor uw organisatie.

Payroll als alternatief voor zzp: kansen en aandachtspunten

Payroll biedt bedrijven een manier om flexibel personeel in te zetten zonder de risico’s van schijnzelfstandigheid. Het payrollbedrijf wordt de formele werkgever en neemt de administratie en juridische verplichtingen over.

Hoe werkt payroll in de praktijk?

Bij payroll huurt u als organisatie een medewerker in via een payrollbedrijf. U selecteert zelf wie er voor u komt werken, maar het payrollbedrijf sluit de arbeidsovereenkomst af en wordt de officiële werkgever.

Het payrollbedrijf verzorgt de volledige hr-administratie. Dit omvat het opstellen van contracten, het uitbetalen van salarissen, het afdragen van loonheffingen aan de Belastingdienst en het regelen van pensioen.

Ook vakantiedagen en andere arbeidsvoorwaarden vallen onder hun verantwoordelijkheid. Op de werkvloer bent u degene die de werknemer aanstuurt en opdrachten geeft.

Het verschil met een uitzendbureau is dat u zelf de werving doet. U betaalt het bruto uurloon plus een percentage aan het payrollbedrijf, meestal tussen 6 en 10 procent.

Voor- en nadelen van payroll voor opdrachtgevers en zelfstandigen

Voordelen voor organisaties:

  • U houdt zelf de selectie in eigen hand
  • Geen werkgeverslast zoals salarisadministratie en contracten
  • Geen risico bij ziekte, arbeidsongeschiktheid of ontslag
  • Goedkoper dan inhuur via een uitzendbureau
  • Flexibele inzet mogelijk voor tijdelijke projecten

Nadelen voor organisaties:

  • Duurder dan werknemers in vaste dienst
  • U blijft aansprakelijk als het payrollbedrijf geen belastingen afdraagt
  • Geen recht op subsidies voor personeel, want het payrollbedrijf is de werkgever

Voor zelfstandigen betekent payroll meer zekerheid. U krijgt toegang tot sociale zaken en werkgelegenheid zoals werkloosheidsverzekering en ziekteverzuim.

Nadeel is dat u minder verdient dan als zzp’er en minder vrijheid heeft in uw werkwijze.

Wetgeving en actuele ontwikkelingen rondom schijnzelfstandigheid

De Nederlandse wetgeving rondom schijnzelfstandigheid verandert snel. Vanaf 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer actief, en er komt nieuwe wetgeving die duidelijkheid moet brengen over wanneer u werknemer bent of zelfstandige.

Wet DBA en de rol van modelovereenkomsten

De Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA) regelt sinds 2016 hoe de Belastingdienst beoordeelt of u echt zelfstandig werkt. Deze wet moest voor duidelijkheid zorgen, maar leidde in de praktijk tot veel onzekerheid.

Vanaf 1 januari 2025 controleert de Belastingdienst weer actief op schijnzelfstandigheid. Als opdrachtgever riskeert u een naheffing van loonheffingen wanneer blijkt dat een zzp’er eigenlijk als werknemer aangemerkt moet worden.

De Wet DBA introduceerde modelovereenkomsten die bedacht waren om zekerheid te bieden. Deze modelovereenkomsten zijn echter afgeschaft omdat ze niet werkten zoals bedoeld.

Nu bepaalt niet uw contract, maar uw werkelijke werkgedrag of u werknemer bent of zelfstandige. Brancheorganisaties kunnen geen bindende afspraken meer maken die u beschermen tegen naheffingen.

U bent zelf verantwoordelijk voor het juist beoordelen van elke arbeidsrelatie.

Wetsvoorstel VBAR (Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden)

Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft op 7 juli 2025 het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR) ingediend bij de Tweede Kamer. Dit voorstel moet volgens planning op 1 juli 2026 van kracht worden.

Het wetsvoorstel maakt duidelijk wanneer u werknemer bent en wanneer u als zelfstandige werkt. De criteria komen in de wet te staan, zoals of uw opdrachtgever bepaalt wanneer en hoe u uw werk doet.

Ook wordt gekeken of u ondernemersrisico loopt en of u zich buiten het werk als ondernemer gedraagt door bijvoorbeeld nieuwe klanten te werven.

Rechtsvermoeden voor laagbetaalde zzp’ers

Zzp’ers die minder dan €36 per uur verdienen krijgen een sterkere rechtspositie. U kunt dan stellen dat u werknemer bent en een beroep doen op bijbehorende rechten.

Uw opdrachtgever moet dan bewijzen dat er geen arbeidsovereenkomst is. Dit uurtarief wordt jaarlijks aangepast aan het minimumloon en naar boven afgerond.

Ongeveer 15% van de zzp’ers die eigen arbeid leveren valt onder deze grens.

Toekomstige wijzigingen en kabinetsbeleid

Het kabinet wil met dit arbeidsmarktpakket meer zekerheid bieden aan werkenden en tegelijk flexibiliteit behouden voor ondernemers. Het wetsvoorstel VBAR volgt uit het advies van de commissie Borstlap uit 2021 en het akkoord tussen kabinet, vakbonden en werkgevers uit 2023.

Nederland telde in 2024 1,3 miljoen zzp’ers, een verdubbeling sinds 2003. Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid schat dat ongeveer 200.000 mensen schijnzelfstandig zijn.

Dit leidt tot oneerlijke concurrentie en holt de sociale zekerheid uit. Als de Tweede Kamer en Eerste Kamer instemmen, treedt de wet per 1 juli 2026 direct in werking zonder overgangsrecht.

De Rijksoverheid zet in op betere handhaving en een gelijker speelveld tussen werknemers en zelfstandigen.

Veelgestelde vragen

De Belastingdienst beoordeelt sinds januari 2025 actief of werkrelaties echt zelfstandig zijn of dat er sprake is van een verkapt dienstverband. Zowel opdrachtgevers als zzp’ers zijn verantwoordelijk voor de fiscale gevolgen van hun arbeidsrelatie.

Hoe definieert de Belastingdienst een schijnzelfstandige?

Een schijnzelfstandige is iemand die formeel als zzp’er werkt, maar in de praktijk functioneert als werknemer. U wordt ingehuurd als zelfstandige ondernemer, maar de manier waarop u werkt komt overeen met loondienst.

De Belastingdienst kijkt naar de werkelijke situatie, niet naar wat er in uw contract staat. Het gaat om hoe u dagelijks uw werk uitvoert en welke afspraken u maakt met uw opdrachtgever.

Welke criteria hanteert de Belastingdienst om te bepalen of er sprake is van schijnzelfstandigheid?

De Belastingdienst beoordeelt of u ondernemersrisico loopt. Dit betekent dat u verlies kunt maken en zelf verantwoordelijk bent voor uw bedrijfsresultaat.

U moet actief werken aan het binnenhalen van opdrachten. De Belastingdienst let erop hoeveel verschillende opdrachtgevers u heeft en hoe lang u voor één opdrachtgever werkt.

Ook wordt gekeken naar uw vrijheid om werkzaamheden zelf in te richten. Als u instructies moet opvolgen zoals een werknemer dat doet, kan dit wijzen op schijnzelfstandigheid.

Op welke manier toetst de Belastingdienst de zelfstandigheid van zzp’ers bij flexibele contracten en payroll?

De Belastingdienst voert controles uit bij bedrijven die zzp’ers inhuren. Bij deze controles wordt de praktijk vergeleken met wat er op papier is afgesproken.

U kunt sinds 1 januari 2025 gecontroleerd worden op uw werksituatie. De Belastingdienst onderzoekt of u echt zelfstandig bent of dat uw opdrachtgever gezag over u uitoefent.

Modelovereenkomsten bieden geen zekerheid meer. De Belastingdienst keurt geen nieuwe modelovereenkomsten meer goed, omdat deze niet kunnen garanderen dat u echt zelfstandig werkt.

Welke gevolgen heeft de kwalificatie ‘schijnzelfstandige’ voor mijn werkstatus en belastingen?

Als u als schijnzelfstandige wordt aangemerkt, moet uw opdrachtgever alsnog loonheffing afdragen. Dit kan leiden tot naheffingen over de afgelopen periode.

Uw opdrachtgever riskeert een naheffing tot maximaal vijf jaar terug. De Belastingdienst kan alleen met terugwerkende kracht corrigeren tot 1 januari 2025.

Er geldt een overgangsperiode van één jaar waarin geen vergrijpboetes worden opgelegd. Dit geldt alleen als u en uw opdrachtgever kunnen bewijzen dat u stappen zet tegen schijnzelfstandigheid.

Welke stappen kan ik ondernemen om te voorkomen dat ik als schijnzelfstandige aangemerkt word?

Zorg dat u voor meerdere opdrachtgevers werkt. Dit laat zien dat u een echt ondernemerschap voert en niet afhankelijk bent van één werkgever.

Maak duidelijke afspraken over uw zelfstandigheid. U moet vrij zijn om te bepalen hoe, waar en wanneer u uw werk uitvoert.

Neem ondernemersrisico door te investeren in uw bedrijf. Dit kan betekenen dat u uw eigen werkruimte, apparatuur en verzekeringen regelt.

Hoe kan ik mij als zzp’er onderscheiden van een werknemer om schijnzelfstandigheid te vermijden?

Werk actief aan uw acquisitie en marketing. Als zelfstandige bent u verantwoordelijk voor het aantrekken van nieuwe opdrachten.

Stel uw eigen tarieven vast en werk met facturen. U bent vrij om opdrachten te weigeren zonder dat dit consequenties heeft voor toekomstige opdrachten.

Bouw een eigen merkidentiteit op. Investeer in uw vakkennis.

Nieuws

Verwerkingsregister, DPIA en Datalek: Welke AVG-verplichtingen vergeten mkb-bedrijven vaak?

Veel mkb-bedrijven denken dat ze de AVG goed op orde hebben, maar vergeten vaak cruciale verplichtingen. Het gaat vooral mis bij het verwerkingsregister, de DPIA en de meldplicht bij datalekken.

Deze onderdelen lijken complex, maar zijn eigenlijk heel toegankelijk als je weet waar je op moet letten.

Een groep zakelijke professionals bespreekt gegevensbescherming en AVG-verplichtingen in een moderne kantooromgeving.

De AVG geldt voor alle bedrijven die persoonsgegevens verwerken, dus ook voor kleine ondernemingen en zzp’ers. Zodra je een factuur verstuurt of een nieuwsbrief mailt, moet je rekening houden met de regels.

Toch blijven bepaalde verplichtingen onduidelijk of worden ze over het hoofd gezien.

In dit artikel leggen we uit welke AVG-verplichtingen mkb-bedrijven vaak vergeten. Je leest wanneer je een verwerkingsregister moet hebben, in welke gevallen een DPIA nodig is, en hoe je moet handelen bij een datalek.

Ook krijg je praktische tips voor de beveiliging van gegevens en de communicatie met klanten.

Belangrijkste AVG-verplichtingen voor mkb-bedrijven

Zakelijke bijeenkomst van diverse professionals in een kantoor, die samenwerken aan gegevensbescherming en AVG-verplichtingen.

De Algemene verordening gegevensbescherming geldt voor elk mkb-bedrijf dat persoonsgegevens verwerkt, van het versturen van offertes tot het bijhouden van klantgegevens. Naleving vraagt om concrete acties en goede documentatie om privacy te waarborgen.

Het belang van naleving voor het mkb

Als mkb-ondernemer bent u verplicht om u aan de AVG te houden zodra u persoonsgegevens verwerkt. Dit geldt al bij eenvoudige handelingen zoals het versturen van een factuur of nieuwsbrief.

De wet maakt geen verschil tussen grote bedrijven en kleine ondernemingen. Ook als zzp’er of mkb-bedrijf moet u alle verplichtingen naleven die voor uw situatie van toepassing zijn.

Verantwoordingsplicht en documentatie

U moet kunnen aantonen dat u de AVG naleeft. Deze verantwoordingsplicht betekent dat u documenteert hoe u met persoonsgegevens omgaat.

Begin met het inventariseren van welke persoonsgegevens u verwerkt en waarom. Denk aan NAW-gegevens, aankoopgeschiedenis en financiële informatie in uw klantenbestand.

Voor elke verwerking moet u bepalen wat de grondslag is.

Belangrijke documenten die u nodig heeft:

  • Overzicht van alle gegevensverwerkingen
  • Beveiligingsmaatregelen die u treft
  • Privacy statement voor klanten
  • Datalekkenregister voor inbreuken

U moet inbreuken in verband met persoonsgegevens registreren in een intern document. Dit register houdt u bij ook als er geen meldingsplicht is.

Voorbeelden van veelgemaakte fouten door mkb-bedrijven

Veel mkb-bedrijven verzuimen om een datalekkenregister bij te houden. Dit register is verplicht voor alle organisaties, ongeacht de grootte.

Een andere veelgemaakte fout is het niet uitvoeren van een DPIA wanneer deze wel vereist is. Bij risicovolle verwerkingen moet u vooraf beoordelen wat de gevolgen zijn voor de privacy.

Ook de beveiliging schiet vaak tekort. Bedrijven gebruiken zwakke wachtwoorden of delen te makkelijk toegang tot systemen met persoonsgegevens.

Daarnaast vergeten veel ondernemers om verwerkersovereenkomsten af te sluiten met partijen die in hun opdracht gegevens verwerken.

Privacy statements ontbreken soms helemaal of bevatten te weinig informatie. Uw klanten hebben recht om te weten welke gegevens u verzamelt en wat u ermee doet.

Het verwerkingsregister: verplichtingen en valkuilen

Een groep professionals in een kantoor bespreekt gegevensbescherming en AVG-verplichtingen rondom een tafel met laptops en documenten.

De meeste mkb-bedrijven moeten een verwerkingsregister bijhouden, maar doen dit vaak onvolledig of helemaal niet. Het register moet specifieke informatie bevatten over hoe je persoonsgegevens verwerkt, en het ontbreken ervan kan leiden tot boetes van de Autoriteit Persoonsgegevens.

Welke gegevens moet je vastleggen?

Je verwerkingsregister moet beginnen met de naam en contactgegevens van je organisatie als verwerkingsverantwoordelijke. Als je een functionaris gegevensbescherming hebt aangesteld, neem je ook diens gegevens op.

Verder moet je per verwerking de volgende zaken vastleggen:

  • Verwerkingsdoeleinden: waarom je de gegevens verzamelt
  • Categorieën betrokkenen: zoals klanten, websitebezoekers of medewerkers
  • Categorieën persoonsgegevens: bijvoorbeeld NAW-gegevens, contactgegevens of financiële gegevens
  • Categorieën ontvangers: partijen die toegang krijgen tot de gegevens, zoals ICT-dienstverleners
  • Bewaartermijnen: hoe lang je de gegevens bewaart
  • Beveiligingsmaatregelen: hoe je de gegevens beschermt

Als je persoonsgegevens naar landen buiten de EU verstuurt, moet je ook die doorgifte documenteren. Dit overzicht vormt de basis voor goede gegevensbescherming binnen je organisatie.

Praktische tips voor het bijhouden van het register

Je hoeft geen duur systeem aan te schaffen om te voldoen aan de AVG. Een Excel-sheet kan prima voldoen, zolang deze alle verplichte informatie bevat.

Voor mkb-bedrijven is dit vaak de meest praktische oplossing. Begin met het in kaart brengen van alle processen waarbij je persoonsgegevens gebruikt.

Denk aan personeelszaken, klantenadministratie, marketing en je website. Werk het register per proces uit en wijs voor elk proces een verantwoordelijke aan.

Update je register regelmatig, vooral wanneer je nieuwe verwerkingen start of oude verwerkingen stopt. Zet dit op de agenda bij het implementeren van nieuwe systemen of het aangaan van nieuwe leverancierscontracten.

Veel bedrijven vergeten hun register bij te werken na wijzigingen, waardoor het al snel verouderd raakt.

Gevolgen van ontbrekende of onvolledige registers

De Autoriteit Persoonsgegevens kan je register opvragen tijdens een controle. Als je dan geen register hebt of een onvolledig register toont, riskeer je een boete.

Zonder goed register weet je zelf niet precies welke persoonsgegevens je waar bewaart. Dit maakt het lastig om te voldoen aan verzoeken van klanten die hun gegevens willen inzien of laten verwijderen.

Ook bij een datalek heb je een probleem. Je moet binnen 72 uur aan de Autoriteit Persoonsgegevens kunnen melden welke gegevens zijn gelekt.

Zonder verwerkingsregister is dit bijna onmogelijk, wat kan leiden tot extra boetes bovenop de sanctie voor het datalek zelf.

DPIA: wanneer is een data protection impact assessment verplicht?

Een DPIA is verplicht wanneer je als organisatie persoonsgegevens verwerkt die waarschijnlijk een hoog privacyrisico opleveren. De Algemene Verordening Gegevensbescherming stelt duidelijke criteria op voor deze beoordeling, en het is jouw verantwoordelijkheid om deze correct toe te passen.

Criteria voor het uitvoeren van een DPIA

Je moet een DPIA uitvoeren wanneer je voorgenomen verwerking aan specifieke voorwaarden voldoet. De AVG noemt vier situaties waarin een DPIA altijd verplicht is:

  • Je beoordeelt systematisch en uitgebreid persoonlijke aspecten via geautomatiseerde verwerking (zoals creditscoring)
  • Je verwerkt bijzondere persoonsgegevens op grote schaal
  • Je verwerkt strafrechtelijke gegevens
  • Je volgt mensen systematisch in openbaar toegankelijke gebieden

De Autoriteit Persoonsgegevens heeft daarnaast een officiële DPIA-lijst gepubliceerd met verwerkingen die altijd een beoordeling vereisen. Staat jouw verwerking niet op deze lijst? Dan moet je zelf bepalen of er sprake is van een hoog risico.

Als vuistregel kun je de 9 criteria van de Europese toezichthouders gebruiken. Voldoe je aan 2 of meer criteria, dan is een DPIA verplicht.

Deze criteria omvatten onder andere profilering, geautomatiseerde besluitvorming, grootschalige monitoring, verwerking van gevoelige gegevens en gekoppelde databases.

Stappenplan voor een effectieve DPIA

Start je DPIA zo vroeg mogelijk in de ontwerpfase van je gegevensverwerking. Dit maakt het gemakkelijker om aan de principes van privacy by design te voldoen.

Je DPIA moet minimaal de volgende elementen bevatten:

Element Wat moet je opnemen
Beschrijving Systematische beschrijving van de verwerking en de doeleinden
Noodzaak Beoordeling van noodzaak en proportionaliteit
Risico’s Beoordeling van privacyrisico’s voor betrokkenen
Maatregelen Waarborgen en veiligheidsmaatregelen om risico’s aan te pakken

Let vooral op de restrisico’s. Geef duidelijk aan welke hoge privacyrisico’s je niet volledig kunt voorkomen en hoe waarschijnlijk deze zijn.

Beschrijf de mogelijke schade voor de personen van wie je gegevens verwerkt. Een DPIA is geen eenmalige opdracht.

Je moet de beoordeling blijven monitoren en bijstellen wanneer je gegevensverwerking wijzigt.

Fouten en omissies bij DPIA’s in het mkb

Veel mkb-bedrijven wachten te lang met het uitvoeren van een DPIA. Ze starten pas wanneer de verwerking al bijna operationeel is, wat het moeilijk maakt om structurele aanpassingen door te voeren.

Een veelgemaakte fout is het onderschatten van de noodzaak voor een DPIA. Bedrijven denken vaak dat hun verwerking niet op de DPIA-lijst staat en daarom geen beoordeling nodig is.

Dit is onjuist – de lijst van de Autoriteit Persoonsgegevens is niet uitputtend.

Andere veel voorkomende fouten zijn:

  • Onvoldoende betrokkenheid van de functionaris gegevensbescherming bij de uitvoering
  • Geen concrete risicoanalyse maar alleen algemene beschrijvingen
  • Restrisico’s niet specifiek benoemen of kwantificeren
  • De DPIA niet actualiseren wanneer de verwerking wijzigt

Mkb-bedrijven vergeten ook regelmatig om de noodzaak en proportionaliteit van de verwerking te toetsen. Ze beschrijven wat ze doen, maar niet waarom dit nodig is en of het niet minder ingrijpend kan.

Datalekken en meldplicht: wat moet je als mkb-bedrijf doen?

Een datalek kan elk mkb-bedrijf treffen en brengt directe verplichtingen met zich mee onder de AVG. Je moet weten wanneer je moet melden, hoe je de schade beperkt en welke risico’s je loopt bij nalatigheid.

Definitie en voorbeelden van datalekken

Een datalek ontstaat wanneer persoonsgegevens in handen vallen van partijen die daar geen toegang toe mogen hebben. Het gaat niet alleen om hackpogingen of inbraken in systemen.

Veelvoorkomende voorbeelden zijn:

  • Een e-mail met klantgegevens naar het verkeerde adres gestuurd
  • Een laptop met persoonsgegevens die gestolen wordt
  • Een USB-stick met personeelsgegevens die zoekraakt
  • Documenten met persoonsgegevens die in de verkeerde prullenbak belanden
  • Een databestand dat per ongeluk gewist of gewijzigd wordt

Ook het verlies of de wijziging van persoonsgegevens geldt als datalek. De aard van de inbreuk bepaalt welke risico’s er zijn voor de betrokkenen.

Het lekken van medische gegevens heeft andere gevolgen dan het verlies van een mailinglijst.

Meldplicht en registratiesysteem

Je moet een datalek binnen 72 uur melden bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), tenzij het niet waarschijnlijk is dat het datalek een risico vormt voor de rechten en vrijheden van betrokkenen. Deze risico-inschatting maak je zelf op basis van verschillende factoren.

Factoren voor risico-inschatting:

  • Gevoeligheid van de gelekte persoonsgegevens (BSN, medische gegevens, creditcardnummers)
  • Aantal getroffen personen
  • Mogelijke gevolgen zoals identiteitsfraude of financiële schade
  • Of de gegevens versleuteld waren
  • Wie toegang heeft gekregen tot de gegevens

Bij een hoog risico voor betrokkenen moet je ook de slachtoffers zelf informeren. Je bent verplicht elk datalek intern te registreren, ook wanneer je het niet bij de AP meldt.

Dit register helpt je de gegevensbescherming in je bedrijf te verbeteren.

Gevolgen van het niet melden van een datalek

Het niet melden van een datalek kan leiden tot boetes van de Autoriteit Persoonsgegevens. De AP kan boetes opleggen tot €10 miljoen of 2% van de jaaromzet, afhankelijk van welk bedrag hoger is.

Daarnaast loop je andere risico’s. Slachtoffers kunnen schadeclaims indienen als zij financiële of immateriële schade lijden door het datalek.

Je reputatie als betrouwbare verwerker van persoonsgegevens staat op het spel. Klanten verliezen het vertrouwen in je bedrijf wanneer blijkt dat je niet volgens de AVG-regels handelt.

Ook zakelijke relaties kunnen onder druk komen te staan. Twijfel je of je moet melden? Kies dan voor zekerheid en meld het datalek wel bij de AP.

Beveiliging van persoonsgegevens binnen mkb-bedrijven

De AVG verplicht alle bedrijven om persoonsgegevens goed te beveiligen, maar mkb-bedrijven weten vaak niet welke maatregelen nodig zijn. U moet eerst in kaart brengen welke verwerkingen u uitvoert en dan bepalen welke beveiligingsmaatregelen passend zijn voor uw situatie.

Technische en organisatorische maatregelen

U moet zowel technische als organisatorische maatregelen nemen om persoonsgegevens te beschermen. Technische maatregelen omvatten sterke wachtwoorden, versleuteling van gevoelige gegevens, en regelmatige updates van software.

Een firewall en virusscanner zijn basisvereisten voor elk bedrijf dat digitaal werkt. Organisatorische maatregelen gaan over werkprocessen en afspraken binnen uw bedrijf.

Stel duidelijke regels op over wie toegang heeft tot welke gegevens en waarom. Maak ook afspraken over wat medewerkers wel en niet mogen doen met persoonsgegevens.

Het niveau van beveiliging hangt af van het risico dat uw verwerkingen opleveren. Verwerkt u gevoelige gegevens zoals medische informatie? Dan moet u extra maatregelen treffen.

Bij standaard klantgegevens volstaan vaak basisbeveiligingsmaatregelen.

Samenwerken met bewerkers en verwerkersovereenkomsten

Werkt u met externe partijen die persoonsgegevens voor u verwerken? Dan bent u verplicht een verwerkersovereenkomst af te sluiten.

Dit geldt voor boekhoudkantoren, hostingbedrijven, CRM-systemen, en andere dienstverleners die toegang hebben tot uw klantgegevens. In deze overeenkomst legt u vast welke gegevens de bewerker mag verwerken en voor welk doel.

Ook beschrijft u welke beveiligingsmaatregelen de bewerker moet nemen. De bewerker mag de gegevens niet voor eigen doeleinden gebruiken en moet ze verwijderen als de opdracht stopt.

U blijft verantwoordelijk voor de gegevensbescherming, ook als een externe partij de gegevens verwerkt. Controleer daarom of uw bewerkers de AVG naleven.

Vraag naar hun beveiligingsmaatregelen en neem dit mee in uw keuze voor een dienstverlener.

Toegangsbeheer en bewustwording

Niet iedereen in uw bedrijf hoeft toegang te hebben tot alle persoonsgegevens. Geef medewerkers alleen toegang tot de gegevens die zij nodig hebben voor hun werk.

Dit verkleint het risico op datalekken door menselijke fouten of misbruik. Stel per medewerker of functie in welke systemen en bestanden toegankelijk zijn.

Gebruik verschillende gebruikersaccounts met unieke wachtwoorden. Verwijder de toegang van medewerkers die uit dienst gaan direct nadat zij vertrekken.

Bewustwording van uw medewerkers is net zo belangrijk als technische beveiliging. Train uw personeel in het herkennen van phishing-mails en het veilig omgaan met persoonsgegevens.

Veel datalekken ontstaan door onbewuste fouten, zoals het per ongeluk versturen van een e-mail naar de verkeerde ontvanger.

Informatieplicht en communicatie richting betrokkenen

Mkb-bedrijven moeten mensen duidelijk informeren over hoe ze persoonsgegevens verwerken. De Algemene Verordening Gegevensbescherming stelt strenge eisen aan transparantie en de manier waarop je communiceert met betrokkenen.

Opstellen van een heldere privacyverklaring

Je privacyverklaring moet alle verplichte informatie bevatten volgens de AVG. Dit betekent dat je duidelijk uitlegt welke persoonsgegevens je verzamelt, waarom je deze verwerkt en op welke grondslag.

Vermeld in je privacyverklaring de volgende punten:

  • Identiteit en contactgegevens van jouw organisatie
  • Doeleinden van de gegevensverwerking en de juridische grondslag
  • Bewaartermijnen van de persoonsgegevens
  • Rechten van betrokkenen zoals inzage en verwijdering
  • Informatie over gegevensuitwisseling met andere partijen
  • Eventuele geautomatiseerde besluitvorming of profilering

Schrijf de privacyverklaring in begrijpelijke taal zonder juridisch jargon. Zorg dat mensen deze gemakkelijk kunnen vinden op je website en bij andere contactmomenten.

Rechten van betrokkenen en hoe je deze waarborgt

Betrokkenen hebben verschillende rechten onder de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Je moet deze rechten actief waarborgen en mensen helpen om deze uit te oefenen.

De belangrijkste rechten zijn het recht op inzage, rectificatie, verwijdering (recht op vergetelheid), beperking van verwerking, dataportabiliteit en bezwaar. Mensen kunnen ook bezwaar maken tegen geautomatiseerde besluitvorming.

Stel een duidelijke procedure in om verzoeken te behandelen. Je hebt maximaal één maand om te reageren op een verzoek, met een mogelijke verlenging van twee maanden bij complexe verzoeken.

Zorg dat medewerkers weten hoe ze verzoeken moeten herkennen en doorsturen naar de juiste persoon. Dit voorkomt dat verzoeken verloren gaan of te laat worden behandeld.

Transparantie en communicatie over gegevensverwerking

Je moet actief en proactief informatie geven over hoe je persoonsgegevens verwerkt. Dit doe je niet alleen via je privacyverklaring, maar bij elk contactmoment waar je gegevens verzamelt.

Geef deze informatie voordat je begint met verwerken. Bij online formulieren betekent dit dat je voor het invullen al moet uitleggen wat je met de gegevens doet.

Bij klantgesprekken informeer je mensen vooraf mondeling of schriftelijk. Gebruik verschillende kanalen om te communiceren: je website, e-mails, brieven of gesprekken.

Pas de vorm aan bij je doelgroep en het type communicatie. Let erop dat je informatie altijd actueel en accuraat is.

Als je verwerkingen wijzigen, moet je betrokkenen hierover informeren. Dit geldt vooral wanneer wijzigingen impact hebben op hun privacy of rechten.

Frequently Asked Questions

Mkb-bedrijven hebben vaak concrete vragen over hoe ze AVG-verplichtingen in de praktijk moeten uitvoeren. De antwoorden op deze vragen helpen u om de belangrijkste taken correct uit te voeren en te documenteren.

Wat zijn de stappen om een verwerkingsregister correct op te stellen voor een mkb-bedrijf?

U begint met het inventariseren van alle situaties waarin uw bedrijf persoonsgegevens verwerkt. Dit kan gaan om werknemersgegevens, klantgegevens of gegevens van leveranciers.

Voor elke verwerkingsactiviteit documenteert u de volgende informatie:

  • De naam en contactgegevens van uw organisatie als verwerkingsverantwoordelijke
  • Het doel van de gegevensverwerking
  • De categorieën van betrokkenen en persoonsgegevens
  • De ontvangers van de gegevens
  • De bewaartermijn van de gegevens
  • De technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen

U moet ook aangeven of u gegevens doorgeeft aan landen buiten de EU. In dat geval beschrijft u welke waarborgen u daarbij hanteert.

Het register houdt u actueel door het aan te passen wanneer u nieuwe verwerkingsactiviteiten start of bestaande activiteiten wijzigt. U gebruikt het register als basis voor uw privacybeleid.

Hoe voer ik een Data Protection Impact Assessment (DPIA) uit volgens de AVG-normen?

U moet een DPIA uitvoeren wanneer uw gegevensverwerking waarschijnlijk een hoog privacyrisico oplevert. Dit geldt altijd als uw verwerking op de DPIA-lijst van de Autoriteit Persoonsgegevens staat.

Als vuistregel geldt dat u een DPIA moet uitvoeren wanneer uw verwerking aan twee of meer van de volgende criteria voldoet:

  • Beoordelen van mensen op basis van persoonskenmerken
  • Geautomatiseerde besluiten met rechtsgevolgen
  • Stelselmatige en grootschalige monitoring
  • Verwerking van gevoelige gegevens
  • Grootschalige gegevensverwerkingen
  • Gekoppelde databases
  • Gegevens over kwetsbare personen
  • Gebruik van nieuwe technologieën
  • Blokkering van een recht, dienst of contract

U start de DPIA zo vroeg mogelijk in de ontwerpfase van uw gegevensverwerking. Dit maakt het makkelijker om privacy by design en privacy by default toe te passen.

In de DPIA beschrijft u systematisch welke gegevensverwerking u van plan bent en wat de doeleinden zijn. U beoordeelt of de verwerking noodzakelijk en proportioneel is.

Vervolgens schat u de privacyrisico’s in voor de mensen van wie u gegevens verwerkt. U beschrijft welke maatregelen u neemt om deze risico’s te beperken.

Tot slot beoordeelt u welke restrisico’s er blijven bestaan na uw voorzorgsmaatregelen. U geeft aan hoe waarschijnlijk deze situaties zijn en welke schade ze kunnen veroorzaken.

Wat zijn de belangrijkste acties die een mkb-bedrijf moet ondernemen bij een datalek?

U moet direct na ontdekking van een datalek beoordelen of het een risico vormt voor de rechten en vrijheden van mensen. Dit doet u door te kijken naar het type gegevens, het aantal betrokkenen en de mogelijke gevolgen.

Bij een risico meldt u het datalek binnen 72 uur na ontdekking aan de Autoriteit Persoonsgegevens. U doet dit via het meldformulier op de website van de AP.

In de melding beschrijft u wat er is gebeurd, welke gegevens zijn gelekt en hoeveel betrokkenen getroffen zijn. U legt uit welke maatregelen u heeft genomen en welke gevolgen het lek kan hebben.

Wanneer het datalek waarschijnlijk een hoog risico oplevert voor betrokkenen, informeert u hen zo snel mogelijk. U vertelt hen in duidelijke taal wat er is gebeurd en welke stappen zij kunnen nemen.

U documenteert elk datalek in een register, ook als u het niet hoeft te melden aan de AP. Dit register bevat de feiten, gevolgen en genomen maatregelen.

Welke documentatie is vereist voor het aantonen van naleving van de AVG binnen een mkb?

U bent verplicht om een verwerkingsregister bij te houden waarin alle verwerkingsactiviteiten staan. Dit geldt bijna altijd, ongeacht de grootte van uw bedrijf.

Uw privacyverklaring moet duidelijk uitleggen welke gegevens u verzamelt, waarom u dit doet en op welke grondslag. U vermeldt ook hoe lang u de gegevens bewaart en met wie u ze deelt.

Verwerkersovereenkomsten zijn verplicht wanneer u externe partijen inschakelt die persoonsgegevens voor u verwerken. Denk aan administratiekantoren, hostingproviders of beveiligingsbedrijven.

Als u een DPIA heeft uitgevoerd, bewaart u deze als onderdeel van uw verantwoording. Hetzelfde geldt voor toestemmingsregistraties wanneer u toestemming als grondslag gebruikt.

U documenteert ook uw beveiligingsmaatregelen en de instructies aan medewerkers over de omgang met persoonsgegevens. Een datalekregister behoort tot de standaarddocumentatie.

Op welke wijze moet een mkb-bedrijf de betrokkenen informeren bij een datalek?

U informeert

huurwoning
Nieuws

Huurcontract ontbinden bij woonruimte: wanneer mag dat?

Een huurovereenkomst ontbinden voor woonruimte mag alleen via de kantonrechter en uitsluitend wanneer sprake is van wanprestatie door de huurder of een andere wettelijke grond. Het ontbinden van een huurcontract is juridisch complex en kan tot geschillen leiden. De verhuurder kan dus niet zomaar eenzijdig besluiten om het huurcontract te beëindigen – de wet biedt huurders sterke huurbescherming. Huurders hebben bij beëindiging van het huurcontract recht op een eindafrekening van de servicekosten en terugbetaling van de borg.

Dit artikel behandelt de ontbinding van huurovereenkomsten door zowel verhuurder als huurder, de wettelijke gronden waarop ontbinding mogelijk is, en de procedure die gevolgd moet worden. De focus ligt op reguliere woonruimte, inclusief sociale huurwoningen en vrije sector. Onderwerpen zoals ontbinding van bedrijfsruimte of onzelfstandige woonruimte vallen buiten de reikwijdte.

Deze informatie is bedoeld voor verhuurders die overwegen een huurcontract te laten ontbinden, huurders die willen weten wat hun rechten zijn, en vastgoedbeheerders die te maken krijgen met ontbindingsvragen in de praktijk. De huurder heeft recht om binnen 6 weken te reageren op een opzeggingsbrief van de verhuurder.

Kernantwoord: Een verhuurder mag een huurovereenkomst voor woonruimte alleen ontbinden door de rechter te vragen dit uit te spreken, en alleen als er een geldige wettelijke grond bestaat zoals ernstige wanprestatie, dringend eigen gebruik, of andere limitatief in de wet genoemde redenen. De wet geeft de rechter de bevoegdheid om te beoordelen of ontbinding of beëindiging van de huurovereenkomst gerechtvaardigd is.

Belangrijkste leerpunten:

  • Ontbinding verschilt fundamenteel van opzegging en vereist altijd tussenkomst van de kantonrechter; het is belangrijk het verschil tussen huurovereenkomst beëindigen door opzegging en ontbinden huurovereenkomst te kennen
  • Huurachterstand, overlast veroorzaakt door de huurder, en illegale onderverhuur zijn de meest voorkomende gronden voor ontbinding
  • De huurder geniet sterke huurbescherming, vooral bij een vast huurcontract voor onbepaalde tijd
  • De rechter maakt altijd een belangenafweging voordat ontbinding wordt toegewezen
  • Buitengerechtelijke ontbinding is bij woonruimte vrijwel nooit mogelijk

Soorten huurovereenkomsten

Bij het aangaan van een huurovereenkomst is het van groot belang om te weten welk type huurcontract u afsluit, omdat dit directe gevolgen heeft voor de rechten en plichten van zowel huurder als verhuurder. In Nederland onderscheiden we grofweg drie hoofdvormen: de huurovereenkomst voor onbepaalde tijd, de tijdelijke huurovereenkomst en de huurovereenkomst voor onzelfstandige woonruimte.

Een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd – ook wel het vaste huurcontract genoemd – biedt de huurder de meeste huurbescherming. De verhuurder kan in zo’n geval de huur alleen opzeggen of de huurovereenkomst ontbinden als er sprake is van een wettelijke grond, zoals ernstige wanprestatie of dringend eigen gebruik. De opzegging moet altijd schriftelijk gebeuren, met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn, en als de huurder niet akkoord gaat, kan alleen de rechter de huurovereenkomst te ontbinden.

Bij een tijdelijk huurcontract, oftewel een tijdelijke huurovereenkomst, is er sprake van een afgesproken huurtermijn. Na afloop van deze termijn eindigt de huur in principe automatisch, mits de verhuurder tijdig schriftelijk heeft aangezegd. Toch gelden ook hier strikte wettelijke regels: de verhuurder mag de huur niet zomaar tussentijds opzeggen, en bij geschillen kan de rechter gevraagd worden om te oordelen over de beëindiging huurovereenkomst. Sinds de invoering van de Wet vaste huurcontracten zijn de mogelijkheden voor tijdelijke contracten bovendien verder beperkt.

Voor onzelfstandige woonruimte – bijvoorbeeld kamers in een studentenhuis – gelden deels andere regels. Hier is het vaak lastiger om een huurovereenkomst te ontbinden, zeker als de huurder zich als goed huurder gedraagt. Ook bij overlast veroorzaakt door de huurder of bij illegale onderverhuur moet de verhuurder zich aan de wettelijke procedures houden en kan een buitengerechtelijke ontbinding vrijwel nooit zonder tussenkomst van de rechter.

In alle gevallen geldt: het opzeggen of ontbinden van een huurovereenkomst vereist zorgvuldigheid. Of het nu gaat om een vast huurcontract, een tijdelijk huurcontract of een contract voor onzelfstandige woonruimte, de verhuurder moet zich houden aan de wettelijke regels en opzegtermijnen. Bij ernstige situaties, zoals overlast of illegale onderverhuur, kan een kort geding ontruiming noodzakelijk zijn om de woning snel te laten ontruimen.

Komt u er samen niet uit, of twijfelt u over uw rechten en plichten? Dan is het verstandig om tijdig juridisch advies in te winnen bij een juridisch loket of een gespecialiseerde huurrechtadvocaat. Zo voorkomt u onnodige risico’s en weet u zeker dat de beëindiging van de huurovereenkomst volgens de regels verloopt.

Wat is ontbinding van een huurcontract

Ontbinding van de huurovereenkomst is een juridische procedure waarbij het huurcontract door een rechterlijke uitspraak wordt beëindigd. Het ontbinden van de huurovereenkomst (‘ontbinden huurovereenkomst’) is iets anders dan huur opzeggen: bij huur opzeggen wordt het contract beëindigd volgens de wettelijke opzegtermijnen en -voorwaarden, terwijl bij ontbinding de rechter tussenbeide moet komen vanwege een tekortkoming van één van de partijen. Anders dan bij beëindiging met wederzijds goedvinden, is bij gedwongen ontbinding sprake van een conflict waarbij de kantonrechter moet oordelen.

Ontbinding versus opzegging

Het juridische onderscheid tussen ontbinding en opzegging is essentieel. Bij opzegging beëindigt de verhuurder de huur via een aangetekende brief met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn – minimaal drie maanden, oplopend naar gelang de huurduur. De huurder moet hiermee akkoord gaan, anders volgt een juridische procedure.

Ontbinden is anders: dit vereist wanprestatie en directe tussenkomst van de rechter. Iedere tekortkoming in de nakoming van het huurcontract kan grond zijn voor ontbinding, tenzij deze van geringe betekenis is. Ontbinding is sneller dan opzegging wanneer bewezen wanprestatie bestaat, maar vergt wel degelijk bewijs.

Bij een tijdelijk huurcontract of tijdelijke huurovereenkomst gelden andere regels: de huur eindigt van rechtswege na de afgesproken huurtermijn, mits correct aangezegd. Sinds de Wet vaste huurcontracten per 1 juli 2024 zijn de mogelijkheden voor nieuwe tijdelijke contracten echter sterk beperkt.

Huurbescherming bij woonruimte

Een huurder heeft bij woonruimte een sterke juridische positie, vooral bij contracten voor onbepaalde tijd. De wet staat niet toe dat een verhuurder eenzijdig bepaalt wanneer de huurovereenkomst eindigt. Dit geldt evenzeer voor sociale huurwoningen als voor vrije sector woningen.

De Hoge Raad bevestigde in 2018 dat er geen speciale regels gelden voor sociale huur: de bestaande wettelijke regels bieden voldoende ruimte om alle omstandigheden mee te wegen, inclusief het risico op dakloosheid voor de huurder. Toch blijft de drempel voor ontbinding hoog.

Met de invoering van de Wet vaste huurcontracten is het voor verhuurders moeilijker geworden om tijdelijke huurcontracten aan te bieden. Dit versterkt de positie van huurders en maakt kennis van ontbindingsregels des te belangrijker voor verhuurders.

Wettelijke gronden voor ontbinding door verhuurder

De verhuurder mag alleen de rechter vorderen om het huurcontract te ontbinden als sprake is van een wettelijk erkende grond. Artikel 7:231 BW bepaalt dat ontbinding bij woonruimte uitsluitend via de rechter kan plaatsvinden. Buitengerechtelijke ontbinding door middel van een buitengerechtelijke verklaring is bij woonruimte niet toegestaan.

Wanprestatie door huurder

De meest voorkomende grond voor ontbinding is wanprestatie: de huurder komt verplichtingen niet na. Concrete voorbeelden zijn:

Huurachterstand – Wanneer de huurder structureel geen huur betaalt, kan de verhuurder ontbinding vorderen. In de praktijk accepteren rechters doorgaans een achterstand van twee tot drie maanden als voldoende grond, hoewel zij soms een redelijke termijn van één maand gunnen om verplichtingen alsnog na te komen.

Overlast – Als de huurder zich niet als goed huurder gedraagt en structureel overlast veroorzaakt, zoals geluidsoverlast of bedreigingen, is ontbinding mogelijk. De overlast moet wel ernstig en aantoonbaar zijn. Ernstige en aantoonbare overlast voor buren kan ook leiden tot ontbinding van een huurcontract.

Gebruik tegen de overeengekomen bestemming – Wanneer de huurder de woning gebruikt voor andere doeleinden dan wonen, bijvoorbeeld als bedrijfsruimte of voor illegale activiteiten, schendt dit het contract.

Illegale onderverhuur – Als de huurder de woning onderverhuurt zonder toestemming, levert dit wanprestatie op die ontbinding rechtvaardigt.

Voordat ontbinding wordt gevorderd, moet de verhuurder doorgaans een ingebrekestelling sturen waarin de huurder een redelijke termijn krijgt om de tekortkoming te herstellen. De huurder moet daarbij de kans krijgen tot het verhelpen daarvan. Bij ernstige tekortkomingen kan de rechter hier anders over oordelen.

Eigen gebruik verhuurder

De verhuurder kan ontbinding of opzegging nastreven wanneer hij de woning dringend nodig heeft voor eigen gebruik. Dit geldt bijvoorbeeld als de verhuurder de woning zelf wil betrekken, of een naast familielid zoals een kind of partner bij geregistreerd partnerschap.

De rechter maakt altijd een belangenafweging: weegt het belang van de verhuurder zwaarder dan dat van de huurder? Factoren zijn onder meer de beschikbaarheid van passende woonruimte voor de huurder en de urgentie van de verhuurder.

Overige wettelijke gronden

Naast wanprestatie en dringend eigen gebruik noemt de wet nog andere gronden:

  • Weigering redelijk aanbod – De huurder weigert een redelijk aanbod voor een nieuwe huurovereenkomst met aangepaste voorwaarden
  • Geldend bestemmingsplan – De woning moet worden gesloopt of gerenoveerd conform het bestemmingsplan
  • Tussenhuur – Bij een tijdelijke verhuur met terugkeerrecht van de oorspronkelijke bewoner, waarbij die de woning weer nodig heeft
  • Bijzondere aard van de verhuur – Specifieke situaties waarbij de huurovereenkomst een bijzondere aard had die beëindiging rechtvaardigt. In zo’n geval kan bijvoorbeeld gedacht worden aan verhuur aan een student voor de duur van zijn studie, waarbij het logisch is dat het huurcontract eindigt zodra de studie is afgerond.

De rechter zal ook bij deze gronden toetsen of ontbinding gerechtvaardigd is en of de belangen van de huurder voldoende zijn meegewogen.

Procedure ontbinding huurcontract

Alleen de kantonrechter kan een huurcontract voor woonruimte ontbinden. De verhuurder kan niet zelfstandig besluiten dat de huurovereenkomst eindigt; als de huurder niet akkoord gaat met beëindiging, moet de verhuurder de rechter vragen om de huurovereenkomst te ontbinden. Bij samenhuur is de verhuurder bovendien verplicht een herinnering aan de einddatum of opzegging naar alle huurders te sturen. Hieronder volgt een overzicht van de stappen en mogelijkheden.

Stappen ontbindingsprocedure

De procedure om een huurovereenkomst te ontbinden verloopt als volgt:

  1. Ingebrekestelling versturen – Stuur een aangetekende brief waarin u de tekortkoming benoemt en een redelijke termijn stelt voor herstel. Bewaar bewijs van verzending.
  2. Dagvaarding opstellen – Wanneer de huurder niet reageert of de tekortkoming niet herstelt, laat u door een deurwaarder een dagvaarding uitbrengen. Hierin vordert u ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming.
  3. Zitting bij kantonrechter – De rechter behandelt de zaak en hoort beide partijen. De verhuurder moet de wanprestatie bewijzen; de huurder kan verzachtende omstandigheden aanvoeren.
  4. Vonnis – De rechter wijst ontbinding toe of af. Bij toewijzing bepaalt de rechter een datum vaststellen waarop de huurder de woning verlaten dient. Vaak wordt bepaald dat het gehuurde ontruimd moet worden binnen veertien dagen.
  5. Eventuele ontruiming – Verlaat de huurder de woning niet vrijwillig, dan kan de deurwaarder met politiebijstand ontruimen.

De doorlooptijd van een reguliere procedure is gemiddeld vier tot acht maanden. Kosten bedragen doorgaans €500 tot €2000, afhankelijk van de complexiteit.

Kort geding voor spoedeisende gevallen

Bij urgente situaties kan een kort geding ontruiming sneller uitkomst bieden. Hieronder een vergelijking:

CriteriumNormale procedureKort geding
Doorlooptijd4-8 maanden2-6 weken
Kosten€2500-€6000€2000-€3500
BewijslastVolledig bewijs vereistPrima facie bewijs volstaat
Geschikt voorAlle ontbindingsgrondenSpoedeisende gevallen
UitspraakDefinitief vonnisVoorlopige voorziening

Een kort geding is wenselijk wanneer sprake is van ernstige overlast, gevaarlijke situaties, of drugshandel vanuit de woning. De rechter moet wel overtuigd zijn van spoedeisendheid. Na een kort geding kan alsnog een bodemprocedure volgen voor definitieve ontbinding.

Voor verhuurders geldt: kies voor kort geding alleen bij duidelijke, ernstige en gedocumenteerde tekortkomingen. Bij twijfel biedt de reguliere procedure meer zekerheid.

Veelvoorkomende uitdagingen en oplossingen

In de praktijk stuiten verhuurders regelmatig op obstakels bij het ontbinden van een huurovereenkomst. Hieronder de meest voorkomende problemen met concrete oplossingen.

Huurder reageert niet op ingebrekestelling

Wanneer de huurder niet reageert op uw aangetekende brief, betekent dit niet dat de procedure stopt. U kunt gewoon doorproceduren naar de kantonrechter.

Oplossing: Bewaar alle bewijzen van betekening, inclusief track-and-trace van de aangetekende brief. Een verstek-vonnis (waarbij de huurder niet verschijnt) leidt vaak tot toewijzing, mits uw bewijsmateriaal op orde is. De rechter behoudt wel discretie om de vordering af te wijzen als ontbinding onredelijk zou zijn.

Onvoldoende bewijs voor ontbindingsgrond

De bewijslast ligt bij de verhuurder. Zonder voldoende bewijs wijst de rechter de vordering af.

Oplossing: Verzamel documentatie voordat u de procedure start:

  • Bij huurachterstand: bankafschriften, betalingsherinneringen, overzicht van achterstallige maanden
  • Bij overlast: politierapporten, klachten van buren, correspondentie met de huurder
  • Bij illegale onderverhuur: foto’s, verklaringen, advertenties van de onderverhuurder

Schakel een gespecialiseerde huurrecht advocaat in voor juridische ondersteuning bij complexe zaken.

Lange doorlooptijd procedure

Een procedure van acht maanden is problematisch wanneer de situatie urgent is of de huurachterstand oploopt.

Oplossing: Overweeg allereerst een minnelijke schikking. Onderhandeling over vrijwillig vertrek – eventueel met een financiële tegemoetkoming – bespaart tijd en kosten. Statistieken tonen dat mediation de kans op juridisch loket-procedures met 30% vermindert.

Wanneer schikking geen optie is en urgentie bestaat, biedt een kort geding ontruiming een sneller alternatief. Let wel: dit vereist overtuigend bewijs van spoedeisendheid.

Conclusie en volgende stappen

Ontbinding van een huurcontract voor woonruimte is uitsluitend mogelijk via de kantonrechter en alleen bij geldige wettelijke gronden. Buitengerechtelijke ontbinding is bij woonruimte vrijwel uitgesloten. De huurder geniet sterke huurbescherming, en de rechter weegt altijd de belangen van beide partijen af.

Directe actiestappen voor verhuurders:

  1. Documenteer de tekortkoming zorgvuldig met bewijs
  2. Verstuur een formele ingebrekestelling per aangetekende brief met een redelijke termijn
  3. Schakel een huurrecht specialist in voor advies over uw specifieke situatie
  4. Overweeg minnelijke oplossingen voordat u rechter gaat
  5. Start de dagvaardingsprocedure wanneer de huurder niet reageert of de tekortkoming niet herstelt

Gerelateerde onderwerpen die u mogelijk wilt verkennen zijn huurincasso bij betalingsachterstanden, opzegging van de huurovereenkomst wanneer geen wanprestatie bestaat, en de rechten van de nieuwe eigenaar bij verkoop van verhuurde woonruimte.

Aanvullende bronnen

Relevante wetgeving:

  • Artikel 6:265 BW – Algemene ontbindingsregels
  • Artikel 7:231 BW – Ontbinding huurovereenkomst woonruimte
  • Artikel 7:274 BW – Opzeggingsgronden woonruimte

Jurisprudentie:

  • Hoge Raad 28 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1810) – Standaardarrest over ontbinding sociale huur

Witwasverdachte
Nieuws

Verdacht van witwassen: wat betekent dit en wat moet je direct wel en niet doen?

Inleiding

Een verdenking van witwassen kan plotseling en ingrijpend zijn, met verstrekkende gevolgen voor uw privé- en zakelijke leven. U kunt worden geconfronteerd met een politieverhoor, een huiszoeking, of het blokkeren van uw bankrekening. Witwassen is een ernstig strafbaar feit waarbij het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van geld of goederen centraal staat. In dit artikel leggen wij helder uit wat het betekent om verdacht te zijn van witwassen, welke rechten u heeft, hoe justitie dit bewijst, en vooral wat u direct wel en niet moet doen.

Wat is witwassen?

Witwassen is het proces waarbij criminelen illegaal verkregen geld via complexe constructies ‘wit’ maken. Het houdt in dat iemand de werkelijke aard, herkomst, vindplaats, vervreemding of verplaatsing van een voorwerp – vaak geld of goederen – verbergt of verhult, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat het afkomstig is uit enig misdrijf. Dit is strafbaar gesteld in artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht. Het gaat hierbij niet alleen om geld, maar ook om andere voorwerpen die via criminele activiteiten zijn verkregen. In Nederland kan elk misdrijf dat illegaal geld oplevert een gronddelict zijn voor witwassen. Bij witwassen is het bovendien niet vereist dat het voorwerp volledig uit misdrijf afkomstig is; gedeeltelijke financiering met crimineel geld is ook voldoende.

Witwassen dient te worden bewezen aan de hand van objectieve kenmerken en feiten van algemene bekendheid. Termen als ‘verwerven’, ‘voorhanden hebben’ en ‘overdragen’ hebben een voldoende feitelijke betekenis en worden in de jurisprudentie breed geaccepteerd. Het verwerven van een voorwerp (termen verwerven, voorwerp verwerft) uit misdrijf is strafbaar, ook als het voorwerp onmiddellijk afkomstig is uit een misdrijf. De feitelijke betekenis van deze handelingen hoeft niet nader te worden omschreven, tenzij het gaat om verhullen of verbergen.

Belangrijk is dat het achterliggende misdrijf niet concreet hoeft te worden vastgesteld (achterliggende misdrijf concreet). De Hoge Raad heeft in meerdere uitspraken bevestigd dat het volstaat dat, gelet op objectieve kenmerken en algemene bekendheid, niet anders kan worden aangenomen dan dat het voorwerp uit een misdrijf afkomstig is. Dit betekent dat het Openbaar Ministerie niet hoeft te bewijzen uit welk concreet misdrijf het geld of de goederen komen. Verklaringen over de herkomst van geld of goederen moeten bovendien concreet en enigszins verifieerbaar zijn; het is niet voldoende als het geld mogelijk legaal verkregen is wanneer de omstandigheden anders doen vermoeden.

Vormen van witwassen

Er zijn verschillende vormen van witwassen die elk een eigen strafrechtelijke betekenis hebben:

  • Opzettelijk witwassen: Dit betreft de opzettelijke vorm van witwassen. Hierbij moet opzet bewezen worden, bijvoorbeeld doordat de verdachte de aanmerkelijke kans aanvaardde of zich wetens blootstelde aan het risico dat het voorwerp uit misdrijf afkomstig was. Het is niet alleen vereist dat de verdachte kennis had van de criminele herkomst, maar ook dat hij bewust handelde. Opzettelijk witwassen wordt zwaarder bestraft dan schuldwitwassen. Hierop staat vaak een langdurige gevangenisstraf, zeker als sprake is van een crimineel samenwerkingsverband of als men vaker pleegt te witwassen.
  • Schuldwitwassen: Bij schuldwitwassen moet de verdachte redelijkerwijs hebben moeten vermoeden dat het voorwerp uit een misdrijf afkomstig was. Niet elke onzorgvuldigheid leidt tot schuldwitwassen; er moet sprake zijn van een redelijke mate van schuld of aanmerkelijke onvoorzichtigheid. Alleen als de verdachte zich in redelijke mate schuldig heeft gemaakt aan het niet onderzoeken van de herkomst, kan schuldwitwassen worden aangenomen.
  • Gewoontewitwassen: Dit betreft het herhaaldelijk en volgens een bepaald patroon opzettelijk witwassen (vaker pleegt). Gewoontewitwassen en het vormen van een crimineel samenwerkingsverband kunnen leiden tot aanzienlijk zwaardere straffen, waaronder langdurige gevangenisstraf. Hierop staat een zwaardere straf dan bij incidenteel witwassen.

Daarnaast bestaat er nog het eenvoudig witwassen, waarbij het enkel verwerven of voorhanden hebben van een voorwerp dat onmiddellijk afkomstig is uit een eigen misdrijf strafbaar is gesteld. Sinds de wetswijziging kan ook eenvoudig schuldwitwassen gestraft worden, mits aan de specifieke voorwaarden is voldaan.

Let op: De straffen voor opzetwitwassen en gewoontewitwassen zijn doorgaans zwaarder dan voor schuldwitwassen.

Hoe ontstaat een verdenking van witwassen?

Een verdenking ontstaat vaak bij verdachte transacties zoals:

  • Grote hoeveelheden contant geld zonder duidelijke herkomst.
  • Onverklaarbare stortingen of complexe geldstromen via meerdere rekeningen.
  • Luxe aankopen die niet passen bij het zichtbare legale inkomen.
  • Meldingen van financiële instellingen, notarissen, accountants of andere dienstverleners die verplicht zijn verdachte transacties te melden bij de Financial Intelligence Unit (FIU).
  • Transacties die opvallen door objectieve kenmerken, zoals afwijkende typologieën of een onduidelijke herkomst van het geld, die feitelijk en waarneembaar zijn en door wettelijke instanties kunnen worden vastgesteld.

Deze meldingen worden strikt vertrouwelijk behandeld, maar kunnen leiden tot nader onderzoek door politie, FIOD of het Openbaar Ministerie. Na zo’n melding is het belangrijk te beseffen dat de politie of FIOD vaak een kennisvoorsprong heeft in onderzoeken naar witwassen.

Wat moet je direct doen bij een verdenking van witwassen?

Wordt u verdacht van witwassen, dan is het cruciaal om direct een gespecialiseerde advocaat strafrecht in te schakelen. U heeft zwijgrecht en u hoeft niets tegen de politie te zeggen zonder een goede advocaat aan uw zijde. Het inschakelen van advocaten strafrecht in een vroeg stadium is essentieel, omdat zij u kunnen adviseren over strategische verklaringen en juridische kansen. Let op: alleen een beroep doen op uw zwijgrecht is vaak niet voldoende; er wordt van u als verdachte verwacht dat u meer doet, zoals het geven van een concrete en verifieerbare verklaring. Een goede advocaat kan het dossier beoordelen, bewijs opvragen en u voorzien van strategisch advies om uw kansen op een gunstige uitkomst te vergroten. Belangrijke adviezen zijn:

  • Maak gebruik van uw zwijgrecht en geef geen verklaringen zonder overleg met uw advocaat.
  • Geef geen onduidelijke of onwaarschijnlijke verklaringen over de herkomst van het geld of de goederen.
  • Verzamel en bewaar zoveel mogelijk bewijsstukken die een aannemelijke verklaring kunnen ondersteunen.
  • Wees u bewust dat het Openbaar Ministerie van u mag verwachten dat u een concrete, enigszins verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft zodra zij een redelijk vermoeden van witwassen hebben onderbouwd.

Cybercrime en witwassen

Cybercrime en witwassen zijn tegenwoordig nauw met elkaar verweven. Steeds vaker zien we dat opbrengsten uit cybercrime, zoals internetoplichting, phishing of hacking, via complexe digitale routes worden witgewassen. Crimineel geld dat via deze digitale misdrijven wordt verkregen, wordt vaak omgezet in cryptovaluta zoals bitcoins, waarna het via verschillende digitale wallets en internationale transacties in de legale economie terechtkomt. Justitie en het Openbaar Ministerie besteden daarom extra aandacht aan verdachte transacties met digitale betaalmiddelen, zeker als deze afkomstig zijn van het darkweb of andere anonieme bronnen.

In de rechtspraak wordt bij witwassen met bitcoins of andere cryptovaluta vaak van de verdachte verwacht dat hij een aannemelijke verklaring kan geven over de legale herkomst van deze digitale gelden. Kan zo’n verklaring niet worden gegeven, dan wordt het risico op een verdenking van witwassen aanzienlijk groter. Advocaten die zich bezighouden met witwaszaken dienen daarom niet alleen kennis te hebben van het strafrecht, maar ook van cybercrime en de wijze waarop digitale geldstromen kunnen worden getraceerd en geanalyseerd.

De rol van de FIOD en Belastingdienst bij witwaszaken

De FIOD (Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst) en de Belastingdienst spelen een centrale rol in de bestrijding van witwassen in Nederland. Zij zijn gespecialiseerd in het opsporen van geld en goederen die van misdrijf afkomstig zijn, en werken daarbij nauw samen met het Openbaar Ministerie. De FIOD voert diepgaand onderzoek uit naar ongebruikelijke transacties, vaak op basis van meldingen van financiële instellingen of andere organisaties die onder de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) vallen.

Wanneer de FIOD of Belastingdienst vermoedt dat geld of goederen uit een misdrijf afkomstig zijn, kunnen zij beslag leggen op deze vermogensbestanddelen en een strafrechtelijk onderzoek starten. Dit kan grote gevolgen hebben voor zowel bedrijven als particulieren. Het is daarom van groot belang om bij een onderzoek door de FIOD of Belastingdienst direct juridisch advies in te winnen van een gespecialiseerde advocaat, zodat uw rechten optimaal worden beschermd en u adequaat kunt reageren op vragen over de herkomst van uw vermogen.

Opzettelijk witwassen en gewoonte witwassen: juridische kwalificaties

Binnen het strafrecht wordt onderscheid gemaakt tussen opzettelijk witwassen en gewoonte witwassen. Bij opzettelijk witwassen gaat het om het bewust verbergen of verhullen van de werkelijke aard, herkomst, vindplaats, vervreemding of verplaatsing van een voorwerp, terwijl men weet dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf. Dit vereist dat de verdachte daadwerkelijk kennis had van de criminele herkomst van het geld of goed.

Gewoonte witwassen is een zwaardere vorm, waarbij iemand zich herhaaldelijk schuldig maakt aan witwassen en er dus sprake is van een patroon. De wetgever beschouwt het structureel verbergen van crimineel geld of goederen als een ernstig misdrijf, waarvoor een hogere straf kan worden opgelegd. Zowel opzettelijk witwassen als gewoonte witwassen zijn strafbare feiten die kunnen leiden tot langdurige gevangenisstraffen en hoge geldboetes. Het is daarom essentieel om bij een verdenking van deze vormen van witwassen direct een ervaren advocaat in te schakelen.

Preventie van witwassen: wat kun je zelf doen?

Het voorkomen van witwassen begint met alertheid op ongebruikelijke transacties. Financiële instellingen, notarissen, makelaars en andere dienstverleners zijn wettelijk verplicht om verdachte of ongebruikelijke transacties te melden bij de Financial Intelligence Unit (FIU). Maar ook particulieren en ondernemers kunnen bijdragen aan de preventie van witwassen door verdachte geldstromen te herkennen en te rapporteren.

Een goede administratie en transparantie over de herkomst van vermogen zijn cruciaal. Zorg ervoor dat u altijd kunt aantonen waar uw geld of goederen vandaan komen, en wees alert op transacties die niet passen bij uw normale bedrijfsvoering of financiële situatie. Het opstellen van een degelijk compliance-beleid, eventueel met hulp van een gespecialiseerde advocaat, helpt om risico’s op witwassen te minimaliseren en te voldoen aan de wettelijke verplichtingen. Zo beschermt u niet alleen uzelf, maar draagt u ook bij aan de integriteit van het financiële systeem.

De rol van verklaringen en bewijs in een witwaszaak

Het Openbaar Ministerie moet feiten en omstandigheden aanvoeren waaruit een ernstig vermoeden van witwassen blijkt. Pas daarna mag van u als verdachte een verklaring worden verwacht over de legale herkomst van het voorwerp. Deze verklaring moet niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk zijn en enigszins verifieerbaar; het volstaat niet om alleen een beroep op het zwijgrecht te doen.

Geeft u geen verklaring of een onduidelijke verklaring, dan kan de rechter dit betrekken in de bewijswaardering. Echter, zwijgen op zich is niet strafbaar en mag niet als bewijs van schuld worden gebruikt. Daarnaast geldt dat bepaalde handelingen, zoals verhullen of verbergen, in de tenlastelegging nader omschreven dienen te worden. Tot slot hoeft het voorwerp niet volledig uit misdrijf afkomstig te zijn; gedeeltelijke financiering met crimineel geld is ook voldoende voor een bewezenverklaring van witwassen.

Mogelijke straffen en gevolgen

De straffen voor witwassen zijn fors en hangen af van de ernst en aard van het delict:

  • Opzettelijk witwassen: hierop staat een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaar of een geldboete van de vijfde categorie.
  • Schuldwitwassen: hierop staat een gevangenisstraf van ten hoogste twee jaar of een geldboete van de vijfde categorie.
  • Gewoontewitwassen: hierop staat een langdurige gevangenisstraf van ten hoogste acht jaar of een geldboete van de vijfde categorie; bij herhaald of georganiseerd witwassen geldt een zwaardere straf.
  • Eenvoudig schuldwitwassen: hierop staat een gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de vierde categorie.

De gevolgen van een veroordeling voor witwassen zijn ingrijpend. U krijgt niet alleen een strafblad, maar er kan ook een ontnemingsvordering worden ingesteld. Dit betekent dat u verplicht kunt worden het verkregen voordeel of bedrag terug te betalen. Daarnaast kan verbeurdverklaring plaatsvinden en kan beslag worden gelegd op geld, voertuigen, onroerend goed en andere goederen. De juridische en financiële consequenties zijn dus aanzienlijk.

Waarom is het inschakelen van een gespecialiseerde advocaat zo belangrijk?

Witwaszaken zijn juridisch complex en vereisen kennis van zowel strafrecht als financiële regelgeving. In dergelijke situaties is het essentieel om direct contact op te nemen met gespecialiseerde advocaten strafrecht. Een goede advocaat kan u optimaal bijstaan. Het is van groot belang dat een goede advocaat het dossier grondig beoordeelt en tijdig verzet instelt indien nodig, om zo de beste kans op een gunstige uitkomst te bieden.

Een ervaren advocaat witwassen kan:

  • Uw rechten beschermen tijdens het gehele strafrechtelijk onderzoek.
  • U adviseren over het afleggen van verklaringen en het gebruik van uw zwijgrecht.
  • Ondersteuning bieden bij het opstellen van een aannemelijke verklaring.
  • De communicatie met het Openbaar Ministerie en de Financial Intelligence Unit begeleiden.
  • Zorgen dat uw zaak zorgvuldig en met oog voor detail wordt behandeld.

Conclusie

Verdacht zijn van witwassen betekent dat u wordt beschuldigd van het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van geld of goederen. Het is een ernstig strafbaar feit met zware straffen en verstrekkende gevolgen. Het Openbaar Ministerie hoeft het achterliggende misdrijf niet concreet aan te tonen, maar wel een ernstig vermoeden van witwassen te onderbouwen.

Bij een verdenking is het van cruciaal belang om direct een gespecialiseerde strafrecht advocaat in te schakelen, uw zwijgrecht te respecteren en geen overhaaste verklaringen af te leggen. Een aannemelijke verklaring kan het verschil maken, maar moet zorgvuldig worden voorbereid met juridische bijstand.

Heeft u te maken met een verdenking van witwassen of een uitnodiging voor een politieverhoor ontvangen? Neem dan zo snel mogelijk contact op met de strafrechtadvocaten van Law & More. Wij staan u bij met deskundigheid, betrokkenheid en persoonlijke aandacht gedurende het gehele proces.

Veelgestelde vragen over witwassen

Wat betekent het om verdacht te zijn van witwassen?

Verdacht zijn van witwassen betekent dat u wordt beschuldigd van het verbergen, verhullen of gebruiken van een voorwerp waarvan u wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het afkomstig is uit een misdrijf. Het achterliggende misdrijf hoeft niet concreet vastgesteld te worden.

Moet ik een verklaring afleggen?

U bent niet verplicht een verklaring af te leggen. U heeft het recht om te zwijgen. Wel kan van u worden verwacht dat u een aannemelijke verklaring geeft zodra het Openbaar Ministerie een redelijk vermoeden van witwassen heeft onderbouwd.

Wat zijn de mogelijke straffen?

Strafbaar witwassen kan leiden tot gevangenisstraffen tot acht jaar, geldboetes en ontnemingsvorderingen. De hoogte van de straf hangt af van de vorm van witwassen en de omstandigheden van het geval.

Wat moet ik doen bij een uitnodiging voor een politieverhoor?

Neem direct contact op met een gespecialiseerde advocaat. Leg geen verklaringen af zonder juridisch advies en maak gebruik van uw zwijgrecht.


Law & More is een toonaangevend Nederlands advocatenkantoor gespecialiseerd in strafrechtelijke bijstand, waaronder witwaszaken. Onze ervaren advocaten staan klaar om u te helpen en uw rechten te beschermen. Neem vandaag nog contact met ons op voor een vertrouwelijk en vrijblijvend gesprek.

Zorgelijke man achter bureau met laptop.
Nieuws

Interne Bestuurdersaansprakelijkheid 2:9 BW Uitgelegd

Inleiding

Artikel 2:9 van het Burgerlijk Wetboek regelt de interne bestuurdersaansprakelijkheid: een bestuurder kan persoonlijk aansprakelijk worden gesteld tegenover de vennootschap zelf wanneer sprake is van onbehoorlijke taakvervulling én hem een ernstig verwijt treft. Deze bepaling vormt het fundament voor de verhouding tussen bestuurder en rechtspersoon in het Nederlandse ondernemingsrecht; daarvoor verwijst de wet naar de zorgvuldige taakvervulling die van een bestuurder mag worden verwacht.

Het begrip ‘behoorlijk bestuur’ is complex en kent verschillende juridische en organisatorische interpretaties. Dit begrip wordt gebruikt om de mate van zorgvuldigheid en verantwoordelijkheid te duiden die van bestuurders wordt verlangd bij het nemen van besluiten en het beheersen van risico’s.

Het onderscheid met externe aansprakelijkheid is wezenlijk. Interne aansprakelijkheid heeft betrekking op schade die de vennootschap lijdt door toedoen van haar eigen bestuurder, terwijl externe aansprakelijkheid ziet op benadeelde derden of schuldeisers. Externe aansprakelijkheid daarentegen betreft vorderingen van derden zoals schuldeisers, gebaseerd op artikelen 2:138/148 BW bij faillissement of artikel 6:162 BW inzake onrechtmatige daad.

Deze uitleg is primair bestemd voor bestuurders van BV’s, NV’s en andere rechtspersonen die inzicht willen krijgen in hun persoonlijke aansprakelijkheidsrisico’s. Ook commissarissen, aandeelhouders en juridisch adviseurs vinden hier praktische handvatten. Bestuurders hebben verplichtingen om hun wettelijke en contractuele taken zorgvuldig na te komen. Het ondernemen brengt verantwoordelijkheden met zich mee, waarbij bestuurders in het belang van de onderneming moeten handelen en onzorgvuldig gedrag dat de onderneming of haar schuldeisers kan schaden, moeten vermijden.

Kernvraag beantwoord: Een bestuurder is op grond van artikel 2:9 BW aansprakelijk wanneer hij zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld én hem daarvan een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt, waarbij de rechtspersoon als enige partij de vordering kan instellen. Bij de beoordeling van de drempel van ernstig verwijt spelen maatstaven van redelijkheid en billijkheid een belangrijke rol.

De belangrijkste inzichten uit dit artikel:

  • De hoge drempel van het ernstig verwijt beschermt normale beleidsbeslissingen
  • Collectieve aansprakelijkheid geldt bij meerhoofdig bestuur, met beperkte disculpatiemogelijkheden
  • Concrete situaties zoals gebrekkige administratie of schending van statutaire bepalingen vormen risicogebieden
  • Preventie via adequate governance-structuren is effectiever dan verweer achteraf
  • Het op orde hebben van risicobeheersing en interne controle is essentieel om onbehoorlijk bestuur en aansprakelijkheid te voorkomen
  • Er bestaat een nauwe betrekking tussen risicobeheer, interne systemen en beleidskeuzes van het bestuur

Grondbeginselen van Artikel 2:9 BW

Artikel 2:9 BW codificeert de zorgplicht en de verplichtingen die elke bestuurder heeft jegens de rechtspersoon. Lid 1 bepaalt dat iedere bestuurder tegenover de rechtspersoon gehouden is tot een behoorlijke taakvervulling. Lid 2 preciseert dat aansprakelijkheid van de bestuurder ontstaat bij onbehoorlijk bestuur gekoppeld aan een ernstig verwijt, met de vennootschap als exclusieve vorderingsgerechtigde.

Het begrip ‘behoorlijke taakvervulling’ wordt in juridische zin uitgelegd als het handelen van een bestuurder zoals van een redelijk bekwaam en zorgvuldig bestuurder mag worden verwacht. Dit begrip omvat de beoordeling van het gedrag van bestuurders aan de hand van de omstandigheden van het geval. Er bestaat een nauwe betrekking tussen de zorgplicht van bestuurders en de beleidskeuzes die zij maken; zorgvuldige en verantwoorde beleidskeuzes zijn essentieel om aan de wettelijke norm te voldoen.

Behoorlijke Taakvervulling

De wet legt aan elke bestuurder de verplichting op om zijn taak behoorlijk te vervullen. Deze norm vloeit voort uit de fiduciaire verhouding tussen bestuurder en rechtspersoon. Het gaat om een zorgvuldigheidsnorm die de bestuurder verplicht het vennootschapsbelang voorop te stellen.

Onbehoorlijk bestuur is het niet voldoen aan de vereiste zorgvuldigheid zoals een redelijk en ervaren bestuurder in dezelfde situatie zou doen.

De toets is die van de redelijk handelend bestuurder. Dit criterium vraagt wat een bekwaam en zorgvuldig bestuurder in vergelijkbare omstandigheden zou hebben gedaan. Het begrip ‘behoorlijke taakvervulling’ houdt in dat bestuurders hun taken uitvoeren met de zorgvuldigheid en verantwoordelijkheid die van hen mag worden verwacht. Daarbij wordt van bestuurders verwacht dat zij bij het ondernemen steeds handelen in het belang van de onderneming en haar schuldeisers, en hun wettelijke en contractuele verplichtingen nakomen. Daarbij weegt de rechter de beschikbare informatie, de aard van de onderneming en de concrete situatie waarin de beslissing is genomen.

Ernstig Verwijt als Drempel

Niet elke fout leidt tot aansprakelijkheid. De Hoge Raad heeft in het arrest Staleman/Van de Ven (ECLI:NL:HR:1997:ZC2243) vastgesteld dat slechts een ernstig verwijt tot aansprakelijkheid kan leiden. Deze hoge drempel respecteert de beleidsvrijheid van bestuurders en voorkomt dat achteraf elk ongunstig resultaat tot aansprakelijkheid leidt. De rechtspraak heeft het begrip ‘behoorlijk’ verder ingevuld: van een bestuurder wordt verwacht dat hij handelt als een redelijk handelend en ervaren bestuurder die in dezelfde omstandigheden van diezelfde beslissing had afgezien.

Bij de beoordeling of een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt, weegt de rechter alle omstandigheden van het geval. Daarbij speelt de maatstaf van redelijkheid een belangrijke rol bij het bepalen of het handelen van de bestuurder als ernstig verwijtbaar kan worden aangemerkt. Het begrip ‘ernstig verwijt’ houdt in dat het handelen of nalaten van de bestuurder zodanig onzorgvuldig is, dat dit niet door een redelijk handelend bestuurder zou zijn begaan. Relevante factoren zijn de aard van de door de rechtspersoon uitgeoefende activiteiten, de in het algemeen daaruit voortvloeiende risico’s, de taakverdeling binnen het bestuur, eventuele richtlijnen, de gegevens waarover de bestuurder beschikte of behoorde te beschikken, en de wijze waarop het bestuur in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs tot zijn besluit kon komen.

Collectieve Aansprakelijkheid

Bij meerhoofdig bestuur geldt het beginsel van collectieve verantwoordelijkheid. Onbehoorlijk bestuur door één bestuurder maakt in beginsel alle medebestuurders hoofdelijk aansprakelijk voor de volledige schade. Dit vloeit voort uit de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het totale beleid van de onderneming. Het is daarbij van groot belang dat de interne controle en risicobeheersing binnen de organisatie op orde zijn om onbehoorlijk bestuur en aansprakelijkheid te voorkomen.

Een individuele bestuurder kan zich disculperen door aan te tonen dat hem persoonlijk geen ernstig verwijt treft én dat hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen van het onbehoorlijk bestuur af te wenden. Deze disculpatiemogelijkheid is echter beperkt bij taken die inherent collegiaal zijn, zoals financieel toezicht of risicobeheer. De collectieve verantwoordelijkheid van het bestuur heeft direct betrekking op het functioneren van interne systemen en procedures. Een bestuursreglement dat taken verdeelt, ontslaat medebestuurders niet van hun collectieve verantwoordelijkheid voor dergelijke kernverplichtingen, zoals het naleven van wettelijke en contractuele verplichtingen.

De collectieve aansprakelijkheid vormt een belangrijk aandachtspunt: rechtspraak toont dat in circa 40% van interne claims de collegiale aansprakelijkheid doorslaggevend is voor de uitkomst van de procedure.

Praktische Toepassingsgebieden

Interne bestuurdersaansprakelijkheid manifesteert zich in concrete situaties die elk bestuur kan treffen. Het is van groot belang dat de orde binnen de onderneming op het gebied van risicobeheersing en interne controle goed is gewaarborgd, zodat onbehoorlijk bestuur en aansprakelijkheid worden voorkomen. Bestuurders hebben bij het ondernemen de verantwoordelijkheid om zorgvuldig te handelen in het belang van de onderneming en haar schuldeisers. Besluiten over risicobeheer en eventuele afwijkingen van interne richtlijnen hebben direct betrekking op de zorgvuldigheid en verantwoorde beleidskeuzes binnen de organisatie. De praktijk leert dat bepaalde gedragingen en nalatigheden structureel tot aansprakelijkheidsclaims leiden. Hieronder worden de meest voorkomende risicogebieden besproken.

Risicobeheersing en Interne Controle

Een bestuurder is verplicht adequate systemen voor risicobeheersing en interne controle in te richten. Deze verplichtingen houden in dat bestuurders moeten zorgen dat de systemen en procedures op orde zijn om onbehoorlijk bestuur en aansprakelijkheid te voorkomen. Het belang van orde in risicobeheersing en interne controle is groot, omdat het ontbreken of niet correct functioneren van deze systemen kan leiden tot wanbeleid en persoonlijke aansprakelijkheid. De aard en omvang van deze systemen hangen af van de grootte en complexiteit van de onderneming, maar het volledig ontbreken ervan levert vrijwel zeker een ernstig verwijt op.

Structurele nalatigheid in de financiële administratie vormt een klassiek voorbeeld van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Wanneer de administratie zodanig gebrekkig is dat het bestuur geen adequaat zicht heeft op de financiële positie van de vennootschap, kan de aangesproken bestuurder zich moeilijk verweren. Niet alleen de vennootschap, maar ook derden of crediteuren kunnen hierdoor benadeeld worden. De rechter zal aannemen dat een redelijk handelend bestuurder minimaal zou hebben gezorgd voor betrouwbare cijfers.

Voorbeelden van onbehoorlijk bestuur zijn:

  • Fraude
  • Gebruik van middelen voor privédoeleinden
  • Onverantwoorde risico’s
  • Nalatigheid bij essentiële verzekeringen

Besluiten zonder Voldoende Onderzoek

Bestuursbeslissingen vereisen adequate voorbereiding. De bestuurder moet zich voorafgaand aan belangrijke beslissingen laten informeren over de relevante feiten en risico’s. Bestuurders hebben de verplichting om zorgvuldig onderzoek te doen voordat zij besluiten nemen. Een beslissing die zonder enig onderzoek tot stand komt, kan bij ongunstige uitkomsten een ernstig verwijt opleveren. Een ondoordachte overeenkomst met grote financiële impact zonder marktonderzoek kan leiden tot een ernstig verwijt.

Een ander voorbeeld betreft investeringsbeslissingen waarbij elementaire due diligence is nagelaten. Hoewel de rechter terughoudend is bij het beoordelen van zakelijke beslissingen achteraf, geldt dat de wijze waarop een bestuurder tot zijn besluit komt wel degelijk wordt getoetst. Bij dergelijke besluiten kunnen niet alleen de vennootschap, maar ook derden of crediteuren benadeeld worden. Het negeren van duidelijke waarschuwingssignalen of het nalaten van voor de hand liggend onderzoek doorbreekt de bescherming die de hoge drempel normaal biedt.

Schending van Interne Regels

Overtreding van statutaire bepalingen en interne richtlijnen kan tot aansprakelijkheid leiden. Het is van groot belang dat de orde in interne regels en procedures binnen de onderneming wordt bewaakt om onbehoorlijk bestuur en aansprakelijkheid te voorkomen. Bestuurders hebben de verplichting om statutaire bepalingen en andere contractuele verplichtingen na te leven. Een situatie waarin een bestuurder statutaire goedkeuringsvereisten van de algemene vergadering voor belangrijke besluiten negeert, vormt hier een pregnant voorbeeld. De statuten bevatten immers de spelregels waarbinnen het bestuur moet opereren.

Handelen met een tegenstrijdig belang zonder disclosure aan medebestuurders of de aandeelhouder creëert eveneens aansprakelijkheidsrisico. Schending van interne regels kan ertoe leiden dat de vennootschap of derden worden benadeeld, bijvoorbeeld doordat zij schade lijden als gevolg van onbehoorlijk bestuur. De bestuurder die eigen belangen laat prevaleren boven het vennootschapsbelang, maakt zichzelf kwetsbaar voor een vordering op grond van artikel 2:9 BW. Dit betreft ook situaties van onttrekking van vennootschapsvermogen ten eigen bate.

Wanneer Ontstaat Aansprakelijkheid

De vaststelling van aansprakelijkheid onder artikel 2:9 BW vergt een zorgvuldige toets van meerdere voorwaarden. Niet elke tekortkoming leidt tot een succesvolle claim. De vennootschap die haar bestuurder wenst aan te spreken, moet aan een aanzienlijke bewijslast voldoen. Daarbij moet worden aangetoond dat de vennootschap of derden daadwerkelijk benadeeld zijn door het handelen of nalaten van de bestuurder. Bestuurders hebben de verplichtingen om hun taken zorgvuldig en in het belang van de vennootschap te vervullen; het niet nakomen van deze verplichtingen kan tot aansprakelijkheid leiden. Voor aansprakelijkheid moet bovendien worden vastgesteld dat aan de wettelijke vereisten daarvoor is voldaan.

Beoordeling van Onbehoorlijk Bestuur

De rechter beoordeelt of sprake is van onbehoorlijke taakvervulling door het handelen van de bestuurder te toetsen aan wat van een redelijk handelend bestuurder in vergelijkbare omstandigheden mocht worden verwacht. Bij deze beoordeling speelt het criterium van redelijkheid een belangrijke rol, waarbij wordt gekeken of het handelen ernstig verwijtbaar is. Het begrip ‘onbehoorlijk bestuur’ ziet op handelen of nalaten dat niet voldoet aan de zorgvuldigheid die van een bestuurder mag worden verwacht. Daarbij geldt geen wettelijk vermoeden van onbehoorlijk bestuur; de vennootschap moet de normschending aantonen.

Excessieve risico’s zonder mitigerende maatregelen kunnen tot aansprakelijkheid leiden. Ondernemerschap impliceert risico, maar de grond waarvan die risico’s worden aanvaard moet verdedigbaar zijn. Onbehoorlijk bestuur kan ertoe leiden dat de vennootschap of derden benadeeld worden door het handelen of nalaten van de bestuurder. Een bestuurder die zonder enige risicospreiding of exit-strategie de gehele onderneming op één kaart zet, handelt mogelijk onbehoorlijk.

Stappen in Aansprakelijkheidsprocedure

De aansprakelijkheidsprocedure verloopt volgens een vaste systematiek. Wanneer het om een zaak gaat waarin interne bestuurdersaansprakelijkheid ex 2:9 BW wordt ingeroepen, moeten partijen hun verplichtingen tot het leveren van bewijs serieus nemen om hun standpunten te onderbouwen:

  1. Vaststelling schade — De vennootschap moet concreet aantonen dat zij schade heeft geleden en deze schade kwantificeren. Hierbij kan het gaan om situaties waarin de vennootschap of derden benadeeld zijn door het handelen of nalaten van de bestuurder. Schadebedragen variëren in de praktijk van tienduizenden tot miljoenen euro’s, afhankelijk van de omvang van de vennootschap en de aard van het verwijt.
  2. Causaal verband — Er moet een voldoende verband bestaan tussen het handelen van de bestuurder en de geleden schade. De bewijslast hiervoor rust op de vennootschap.
  3. Ernstig verwijt — De vennootschap moet onderbouwen dat de bestuurder een ernstig verwijt treft. Dit is het zwaartepunt van veel procedures en vereist een analyse van alle relevante omstandigheden.
  4. Disculpatie — De aangesproken bestuurder krijgt gelegenheid aan te tonen dat hem persoonlijk geen verwijt treft of dat hij adequate maatregelen heeft genomen. Bij collectieve taken is deze mogelijkheid beperkt.

Deskundigenonderzoek speelt regelmatig een rol, met name bij complexe financiële kwesties of wanneer specifieke branchekennis vereist is. De proceskosten kunnen aanzienlijk oplopen, wat partijen soms beweegt tot schikking. Praktijkervaring leert dat succesvolle claims in gecontesteerde zaken zeldzaam zijn—naar schatting minder dan 20-30%—hoewel curatoren bij faillissement frequent procederen.

Vergelijking Interne vs Externe Aansprakelijkheid

CriteriumInterne Aansprakelijkheid (art. 2:9 BW)Externe Aansprakelijkheid (art. 2:138/148 BW, 6:162 BW)
Eisende partijVennootschap (of curator namens boedel)Schuldeisers, derden
RechtsgrondOnbehoorlijke taakvervulling + ernstig verwijtKennelijk onbehoorlijk bestuur + belangrijke oorzaak faillissement / onrechtmatige daad
SchadeSchade aan de vennootschap zelfSchade aan schuldeisers of derden
VermoedenGeen wettelijk vermoedenBij faillissement: wettelijk vermoeden bij schending administratie- of publicatieplicht
ToepassingOok buiten faillissementArt. 2:138/148 alleen bij faillissement

Het onderscheid is praktisch relevant: de vennootschap die haar bestuurder aansprakelijk wil stellen voor schade aan haarzelf procedeert op basis van artikel 2:9 BW. Hierbij is sprake van benadeling van de vennootschap zelf, terwijl bij externe aansprakelijkheid juist derden of schuldeisers worden benadeeld door het handelen of nalaten van de bestuurder. Schuldeisers die de bestuurder aansprakelijk stellen wegens benadeling van hun verhaal, baseren zich op externe gronden. In faillissement kan de curator beide routes bewandelen, afhankelijk van de aard van de schade.

Bij externe aansprakelijkheid speelt de bestuurder vaak ook een rol als schuldenaar van de vennootschap, waarbij hij verantwoordelijk is voor het voldoen aan de verplichtingen tegenover schuldeisers. Het niet nakomen van deze verplichtingen, zoals het niet tijdig betalen van schulden of het niet correct informeren van schuldeisers, kan leiden tot persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder.

Veelvoorkomende Problemen en Oplossingen

De praktijk laat terugkerende patronen zien in situaties die tot interne bestuurdersaansprakelijkheid leiden. Het is van groot belang dat procedures en interne controle op orde zijn om onbehoorlijk bestuur te voorkomen. Bestuurders dienen hun wettelijke en contractuele verplichtingen zorgvuldig na te komen. Gebrekkige informatievoorziening kan ertoe leiden dat de vennootschap of derden benadeeld worden. Onderkenning van deze valkuilen stelt bestuurders in staat preventieve maatregelen te treffen.

Onvoldoende Informatievoorziening aan Mede-bestuurders

Wanneer één bestuurder relevante informatie achterhoudt voor zijn medebestuurders, kunnen allen aansprakelijk zijn voor daaruit voortvloeiende schade. Het achterhouden van informatie kan ertoe leiden dat de vennootschap of derden worden benadeeld, bijvoorbeeld doordat zij niet tijdig kunnen inspelen op risico’s of verplichtingen niet worden nagekomen. Bestuurders hebben de verplichting om hun medebestuurders volledig en tijdig te informeren over alle relevante feiten en ontwikkelingen. De medebestuurders kunnen zich moeilijk disculperen als zij geen actieve houding hebben aangenomen ten aanzien van informatievergaring.

Oplossing: Implementeer formele rapportageverplichtingen waarbij elke bestuurder periodiek schriftelijk verslag doet over zijn portefeuille. Documenteer bestuursvergaderingen zorgvuldig en leg vast welke informatie wanneer is gedeeld. Een bestuursreglement dat minimumvereisten voor informatiedeling bevat, verhaal biedt bij latere discussies over wie wat wist.

Gebrekkige Opvolging van Incidenten

Het nalaten van adequate opvolging wanneer problemen aan het licht komen, kan een zelfstandig ernstig verwijt opleveren. Het is van groot belang dat de orde binnen de organisatie op orde is, zodat incidenten gestructureerd en effectief worden opgevolgd. Bestuurders hebben de verplichtingen om incidenten tijdig en correct op te volgen en hun wettelijke en contractuele verplichtingen na te komen. Dit betreft met name situaties waarin material weaknesses in de bedrijfsvoering worden geconstateerd maar niet worden geadresseerd.

Oplossing: Stel escalatieprocedures vast die bepalen hoe incidenten worden onderzocht, gerapporteerd en opgelost. Leg onderzoeksplichten vast en monitor de uitvoering daarvan. Wanneer gebleken is dat een probleem bestaat, documenteer de genomen maatregelen om de rechtspersoon te beschermen tegen toekomstige claims.

Misleidende Risico-communicatie

Onjuiste of onvolledige communicatie over risico’s aan aandeelhouders, commissarissen of andere stakeholders kan eveneens tot aansprakelijkheid leiden. Dit geldt in het bijzonder wanneer risico’s worden gebagatelliseerd of verzwegen. Misleidende communicatie kan ertoe leiden dat de vennootschap of derden benadeeld worden, bijvoorbeeld doordat zij verkeerde beslissingen nemen op basis van onjuiste informatie. Bestuurders hebben de verplichtingen om correcte en volledige informatie te verstrekken en transparant te zijn over relevante risico’s.

Oplossing: Zorg voor correcte risk disclosure in alle relevante documenten en presentaties. Vermijd het rooskleuriger voorstellen van de situatie dan gerechtvaardigd is. Bij twijfel over de materialiteit van een risico, consulteer gespecialiseerd juridisch advies. Transparantie voorkomt latere verwijten over misleiding.

Conclusie en Vervolgstappen

Interne bestuurdersaansprakelijkheid onder artikel 2:9 BW berust op twee pijlers: onbehoorlijke taakvervulling én een ernstig verwijt. Het is van groot belang dat de orde binnen de onderneming op het gebied van systemen en procedures op orde is, zodat risico’s tijdig worden gesignaleerd en beheerst. Bestuurders dienen hun wettelijke en contractuele verplichtingen zorgvuldig na te komen. Onbehoorlijk bestuur kan ertoe leiden dat de vennootschap of derden worden benadeeld, wat kan resulteren in aansprakelijkheid voor de bestuurder. De hoge drempel beschermt bestuurders tegen aansprakelijkheid voor normale zakelijke beslissingen die ongunstig uitpakken, maar biedt geen immuniteit voor evident nalatig of laakbaar handelen.

Collectieve verantwoordelijkheid maakt dat medebestuurders hoofdelijk aansprakelijk kunnen zijn, ook wanneer zij niet direct betrokken waren bij de schadeveroorzakende gedraging. De Hoge Raad heeft bovendien geoordeeld dat de norm voor interne aansprakelijkheid ook geldt wanneer een individuele aandeelhouder een bestuurder aansprakelijk stelt. Disculpatie is mogelijk maar beperkt, vooral bij inherent collegiale taken zoals financieel toezicht.

Concrete actiepunten voor bestuurders:

  1. Zorg voor adequate administratieve systemen die tijdig betrouwbare informatie genereren
  2. Documenteer besluitvorming en de informatie waarop beslissingen zijn gebaseerd
  3. Respecteer statutaire bepalingen en interne goedkeuringsvereisten strikt
  4. Implementeer formele rapportage- en escalatieprocedures binnen het bestuur
  5. Overweeg een D&O-verzekering als aanvullende bescherming

Voor verdere verdieping zijn de onderwerpen externe bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement (art. 2:138/248 BW) en aansprakelijkheid op basis van onrechtmatige daad (art. 6:162 BW) relevant. Deze grondslagen kunnen parallel lopen met interne aansprakelijkheid en vereisen elk een eigen analyse.

Aanvullende Bronnen

Relevante rechtspraak:

  • HR 10 januari 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2243 (Staleman/Van de Ven) — grondleggend arrest over ernstig verwijt-maatstaf; in deze zaak gaat het om de vraag wanneer een bestuurder intern aansprakelijk kan worden gehouden wegens onbehoorlijk bestuur.
  • Ondernemingskamer-uitspraken over enquêteprocedures die feitelijke basis kunnen vormen voor artikel 2:9-claims

Corporate Governance Code:

  • Bepalingen over risicobeheersing en interne controlesystemen (best practice bepalingen over taak en werkwijze bestuur)
  • Aanbevelingen over informatievoorziening tussen bestuur en raad van commissarissen

Praktische hulpmiddelen:

  • Checklist bestuursverantwoordelijkheden per vergadering
  • Template bestuursreglement met taakverdeling en rapportageverplichtingen
  • Procedure voor vastlegging van tegenstrijdig belang-situaties
Nieuws

Vaststellingsovereenkomst vs. Ontslag via het UWV: Voor- en Nadelen

Wanneer je werkgever je wil ontslaan, zijn er twee hoofdroutes: een vaststellingsovereenkomst of een procedure via het UWV.

Beide opties hebben belangrijke gevolgen voor je rechten, je vergoeding en je WW-uitkering. Het is belangrijk dat je begrijpt welke route beter bij jouw situatie past.

Twee zakelijke professionals zitten aan een tafel in een kantoor en bespreken documenten over arbeidsbeëindiging.

Een vaststellingsovereenkomst biedt ruimte om te onderhandelen over extra vergoedingen en afspraken, terwijl ontslag via het UWV een objectieve toetsing garandeert maar minder flexibiliteit heeft. Bij een vaststellingsovereenkomst beslis je samen met je werkgever over de voorwaarden.

Bij het UWV beoordeelt een onafhankelijke instantie of het ontslag geldig is. In dit artikel leggen we uit hoe beide routes werken, welke voor- en nadelen ze hebben en welke factoren bepalen wat de beste keuze is.

Je leest ook over je rechten op een vergoeding en WW-uitkering, en waarom juridisch advies belangrijk is bij deze beslissing.

Wat is een vaststellingsovereenkomst?

Twee zakelijke personen zitten aan een tafel in een kantoor en bespreken documenten tijdens een formeel gesprek.

Een vaststellingsovereenkomst is een schriftelijke afspraak tussen jou en je werkgever om je dienstverband te beëindigen.

Je maakt samen afspraken over belangrijke zaken zoals de einddatum, een financiële vergoeding en eventuele andere voorwaarden.

Definitie en kenmerken

Een vaststellingsovereenkomst (VSO) is een juridisch document waarin jij en je werkgever de beëindiging van je arbeidsovereenkomst vastleggen.

Het wordt ook wel ontslag met wederzijds goedvinden genoemd. In de VSO staan concrete afspraken.

Dit omvat de datum waarop je dienstverband eindigt, het bedrag aan transitievergoeding en mogelijk extra afspraken.

Je kunt ook afspreken of je tijdens de opzegtermijn nog moet werken. De overeenkomst is bindend zodra beide partijen tekenen.

Je hebt wel een bedenktijd van 14 dagen om de VSO te ontbinden zonder gevolgen.

Belangrijke kenmerken zijn:

  • Je stemt vrijwillig in met het einde van je dienstverband
  • Je kunt onderhandelen over de voorwaarden
  • Er is geen tussenkomst van het UWV of de kantonrechter nodig
  • Je behoudt meestal je recht op WW-uitkering

Vaststellingsovereenkomst versus beëindigingsovereenkomst

De termen vaststellingsovereenkomst en beëindigingsovereenkomst worden vaak door elkaar gebruikt.

Ze betekenen in de praktijk hetzelfde. Beide termen verwijzen naar een schriftelijke afspraak waarbij jij en je werkgever samen je arbeidsovereenkomst beëindigen.

Het verschil zit alleen in de benaming, niet in de juridische betekenis of gevolgen.

Je kunt ook andere namen tegenkomen zoals ontslagregeling of vertrekregeling.

Deze benamingen verwijzen allemaal naar dezelfde vorm van ontslag met wederzijds goedvinden.

Het gaat altijd om een vrijwillige overeenkomst tussen werknemer en werkgever.

Wanneer wordt een vaststellingsovereenkomst aangeboden?

Een werkgever biedt een VSO meestal aan tijdens een reorganisatie of kostenbesparing.

Hij wil het dienstverband beëindigen maar zoekt een snelle en zekere oplossing. Je werkgever kan ook een VSO voorstellen bij aanhoudende conflicten of verstoorde arbeidsverhoudingen.

Dit voorkomt een langdurige procedure via het UWV of de kantonrechter. Soms krijg je een VSO aangeboden wanneer je functie verdwijnt of je werkgever van richting verandert.

De werkgever kiest dan voor wederzijds goedvinden in plaats van een ontslagprocedure.

Je kunt als werknemer ook zelf het initiatief nemen. Als je wilt vertrekken en je werkgever is bereid mee te werken, kunnen jullie samen een VSO opstellen.

Dit gebeurt bijvoorbeeld bij een nieuwe baan waarbij je een betere uitstroom wilt regelen.

Wat houdt ontslag via het UWV in?

Twee zakelijke personen voeren een serieus gesprek aan een tafel in een kantooromgeving.

Ontslag via het UWV is een formele procedure waarbij de werkgever toestemming moet vragen om je contract te beëindigen.

Het UWV toetst of er een geldige reden is en of alle regels zijn gevolgd.

Definitie en criteria

Het UWV is de instantie die beoordeelt of jouw werkgever je mag ontslaan.

De werkgever kan niet zomaar je contract beëindigen. Hij moet eerst een ontslagaanvraag indienen bij het UWV.

Het UWV kijkt naar specifieke criteria voordat het toestemming geeft.

Deze criteria zijn vastgelegd in de wet en beschermen je als werknemer tegen willekeurig ontslag.

Er zijn twee hoofdredenen waarvoor het UWV toestemming kan geven:

  • Bedrijfseconomische redenen zoals reorganisatie of kostenbesparing
  • Langdurige arbeidsongeschiktheid wanneer je langer dan twee jaar ziek bent

Bij andere redenen voor ontslag moet je werkgever naar de kantonrechter in plaats van naar het UWV.

UWV-ontslagprocedure uitgelegd

De ontslagprocedure begint wanneer je werkgever een verzoek indient bij het UWV.

Je krijgt de kans om te reageren op dit verzoek. Het UWV beoordeelt alle documenten en argumenten van beide partijen.

De procedure duurt meestal vier tot acht weken. Het UWV controleert of de werkgever alle regels heeft gevolgd.

Dit betekent dat er bijvoorbeeld gekeken wordt naar de opzegtermijn en of er sprake is van een redelijke grond.

Als het UWV akkoord gaat, krijgt je werkgever toestemming om je te ontslaan.

Je ontvangt dan de transitievergoeding waar je recht op hebt. Je behoudt je recht op een WW-uitkering, mits je aan de voorwaarden voldoet.

Wijst het UWV het verzoek af? Dan blijft je arbeidsrelatie gewoon bestaan en kan je werkgever alleen via een andere weg proberen het contract te beëindigen.

Redenen voor ontslag via het UWV

Bedrijfseconomische redenen zijn de meest voorkomende grond voor een UWV-procedure.

Dit gebeurt bij reorganisatie, bezuinigingen of wanneer functies vervallen.

De werkgever moet kunnen aantonen dat er echt een noodzaak is om te reorganiseren.

Langdurige arbeidsongeschiktheid is de tweede belangrijke reden.

Als je twee jaar of langer ziek bent, mag je werkgever via het UWV ontslag aanvragen.

Dit kan ook als je gedeeltelijk arbeidsongeschikt bent en niet meer kunt functioneren in je eigen functie.

Bij een reorganisatie moet je werkgever het afspiegelingsbeginsel toepassen.

Dit betekent dat wordt gekeken naar leeftijd en diensttijd om te bepalen wie ontslag krijgt.

Jongere werknemers met kortere dienstverbanden krijgen eerder ontslag dan oudere collega’s met meer dienstjaren.

Het UWV toetst streng of de werkgever herplaatsingsmogelijkheden heeft onderzocht.

Bij arbeidsongeschiktheid moet je werkgever kunnen bewijzen dat er geen passende functie meer voor je is binnen het bedrijf.

Voor- en nadelen van een vaststellingsovereenkomst

Een vaststellingsovereenkomst biedt flexibiliteit bij het beëindigen van je arbeidsovereenkomst, maar vraagt ook om zorgvuldige afwegingen.

De afspraken over vergoedingen en voorwaarden bepaal je samen met je werkgever, wat kansen maar ook risico’s met zich meebrengt.

Ruimte voor onderhandeling

Bij een vaststellingsovereenkomst kun je met je werkgever afspraken maken over de voorwaarden van je ontslag.

Je bespreekt samen de beëindigingsvergoeding, de opzegtermijn en eventuele vrijstelling van werk.

Belangrijke onderhandelingspunten:

  • Financiële vergoeding: Naast de wettelijke transitievergoeding kun je onderhandelen over een extra ontslagvergoeding
  • Vakantiedagen en eindafrekening: Je kunt afspraken maken over uitbetaling van opgebouwde vakantiedagen, vakantiegeld en een eventuele 13e maand
  • Concurrentiebeding en relatiebeding: Je kunt proberen deze beperkende clausules te schrappen of te versoepelen
  • Opzegtermijn: Je kunt afspreken dat je direct vrijgesteld wordt van werk

De onderhandelingsruimte hangt af van je positie en de reden voor ontslag.

Een arbeidsrechtadvocaat of jurist kan je helpen om een sterkere onderhandelingspositie te krijgen.

Juridisch advies geeft je inzicht in wat redelijk is en waar je op moet letten.

Financiële voordelen en ontslagvergoeding

Een vaststellingsovereenkomst biedt vaak financiële voordelen die verder gaan dan een ontslag via het UWV. De beëindigingsvergoeding bestaat meestal uit de transitievergoeding plus een aanvullend bedrag.

Bij onderhandeling kun je streven naar een vergoeding van meerdere maandsalarissen. De hoogte hangt af van factoren zoals je dienstverband, leeftijd en de kans dat je via het UWV ontslag krijgt.

Je werkgever bespaart juridische kosten door niet naar het UWV te gaan. Dit geeft ruimte voor een hogere vergoeding.

Let op dat je eindafrekening klopt. Je moet alle opgebouwde vakantiedagen, vakantiegeld en eventuele bonussen ontvangen.

Maak hier duidelijke afspraken over in de vaststellingsovereenkomst. Een belangrijk voordeel is dat je direct zekerheid hebt over het bedrag.

Bij een UWV-procedure weet je vooraf niet wat je ontvangt. Je kunt sneller aan een nieuwe baan beginnen als je vrijstelling van werk krijgt.

Risico’s en aandachtspunten

Een vaststellingsovereenkomst kent ook nadelen waar je goed op moet letten. Het grootste risico is dat je afstand doet van je recht op bezwaar tegen het ontslag.

Je hebt wel een bedenktermijn van twee weken. Na die periode kun je niet meer terug.

Belangrijke risico’s:

  • WW-uitkering: Je behoudt in principe je ww-recht, maar het UWV kan een aantal weken vertraging opleggen voordat je werkloosheidsuitkering start.
  • Te lage vergoeding: Zonder juridisch advies loop je het risico dat je te weinig ontslagvergoeding accepteert.
  • Onduidelijke afspraken: Vage formuleringen in de overeenkomst kunnen later tot problemen leiden.

Schakel een advocaat of arbeidsrechtadvocaat in voordat je tekent. Juristen kunnen de overeenkomst controleren en beoordelen of de voorwaarden eerlijk zijn.

De kosten voor juridisch advies wegen meestal niet op tegen het risico van een slechte regeling. Controleer of alle afspraken schriftelijk vastliggen.

Denk aan je opzegtermijn, vrijstelling van werk, het maandsalaris waarover de vergoeding berekend wordt en eventuele regelingen rond vakantiedagen. Teken nooit onder druk en neem de tijd om de overeenkomst goed door te nemen.

Voor- en nadelen van ontslag via het UWV

Ontslag via het UWV biedt een gestructureerde route met duidelijke regels, maar brengt ook beperkingen met zich mee. Het UWV toetst objectief of je werkgever een geldige ontslagreden heeft en kent de wettelijke transitievergoeding toe.

Je hebt weinig tot geen ruimte om over extra voorwaarden te onderhandelen.

Objectieve toetsing en zekerheid

Het UWV beoordeelt ontslagverzoeken op basis van vaste criteria uit het arbeidsrecht. Dit betekent dat je werkgever een solide reden moet hebben, zoals bedrijfseconomische redenen bij een reorganisatie of langdurige arbeidsongeschiktheid.

Het UWV controleert ook of je werkgever het afspiegelingsbeginsel correct heeft toegepast bij het selecteren van medewerkers voor ontslag. Deze objectieve toetsing beschermt jou tegen willekeurig ontslag.

Als het UWV het verzoek afwijst, blijft je dienstverband gewoon bestaan. Je krijgt ook automatisch de wettelijke transitievergoeding waar je recht op hebt.

Het nadeel is dat deze route niet werkt bij disfunctioneren of verstoorde arbeidsrelaties. Voor die situaties moet je werkgever naar de kantonrechter.

De objectiviteit biedt zekerheid, maar geeft geen ruimte voor persoonlijke afspraken of creativiteit in de oplossing.

Beperkte onderhandelingsruimte

Bij een ontslagprocedure via het UWV krijg je alleen wat de wet voorschrijft. Dit betekent de transitievergoeding en een opzegtermijn, meer niet.

Je kunt niet onderhandelen over extra maandsalarissen, vrijstelling van werk, of verwijdering van een concurrentiebeding. Het UWV kent geen aanvullende vergoedingen toe.

Ook krijg je geen outplacementbegeleiding of opleidingsbudget, tenzij je werkgever dit vrijwillig aanbiedt via een aparte schikking. Dit verschil kan duizenden euro’s schelen vergeleken met een onderhandelde vaststellingsovereenkomst.

Als je werkgever eenmaal de UWV-route heeft gekozen, kun je alleen nog reageren op de procedure zelf. Je kunt bezwaar maken als je vindt dat de ontslagreden niet klopt.

Proceduretijd en kosten

Een UWV-procedure duurt gemiddeld 4 tot 8 weken vanaf de aanvraag tot de beslissing. Deze lange proceduretijd zorgt voor onzekerheid over je toekomst.

Je zit in een wachtpositie zonder te weten wanneer je precies kunt beginnen met solliciteren of plannen maken. Voor jou als werknemer zijn er geen directe kosten verbonden aan de UWV-route.

Je werkgever betaalt de aanvraagkosten. Wel kan het verstandig zijn om juridisch advies in te winnen, wat eigen kosten met zich meebrengt.

De lange proceduretijd kan ook emotioneel zwaar zijn. Je blijft in dienst tijdens de procedure, maar de arbeidsrelatie staat onder druk.

Als het UWV het ontslag goedkeurt, start daarna nog je opzegtermijn voordat je daadwerkelijk uit dienst gaat.

Rechten bij beide routes: WW, vergoedingen en uitdiensttreding

Bij zowel een vaststellingsovereenkomst als ontslag via het UWV heb je recht op een WW-uitkering en transitievergoeding. De voorwaarden en zekerheid verschillen per route.

De manier waarop je dienstverband eindigt heeft gevolgen voor je opzegtermijn, eindafrekening en rechten bij ziekte of arbeidsongeschiktheid.

WW-recht en voorwaarden

Je hebt recht op een WW-uitkering als je niet door eigen schuld werkloos bent geworden. Bij ontslag via het UWV krijg je die toestemming automatisch mee, waardoor je recht op WW zeker is.

Bij een vaststellingsovereenkomst moet je opletten dat de juiste tekst in de overeenkomst staat. Het UWV kijkt of het ontslag aan de werkgever te wijten is.

De vaststellingsovereenkomst moet daarom vermelden dat het initiatief bij je werkgever lag of dat er bedrijfseconomische redenen waren. Staat dit er niet in, dan kun je je recht op WW verliezen.

Belangrijke punten voor WW-recht:

  • Je moet aan de algemene voorwaarden voor WW voldoen.
  • De werkgever moet het initiatief hebben genomen.
  • De reden voor ontslag mag niet aan jou liggen.
  • Bij een vaststellingsovereenkomst moet de tekst correct zijn geformuleerd.

Opzegtermijn en eindafrekening

Bij ontslag via het UWV geldt de wettelijke opzegtermijn op basis van je dienstjaren. De tijd die de UWV-procedure duurt mag je werkgever daarop korten.

Je ontvangt je eindafrekening met uitbetaling van resterende vakantiedagen en opgebouwd salaris. Bij een vaststellingsovereenkomst kun je onderhandelen over de einddatum.

Vaak wordt een kortere opzegtermijn afgesproken of krijg je vrijstelling van werk. Je transitievergoeding krijg je in beide routes, maar bij een vaststellingsovereenkomst kun je soms een hogere ontslagvergoeding bedingen.

Je eindafrekening bevat je laatste salaris, niet-opgenomen vakantiedagen en eventuele vakantietoeslag. Check deze goed want fouten komen vaak voor.

Bijzondere situaties: ziekte, arbeidsongeschiktheid en conflicten

Bij langdurige ziekte geldt een opzegverbod tijdens de eerste twee jaar van je ziekte. Dit verbod geldt niet als je werkgever al voor je ziekmelding een ontslagaanvraag bij het UWV indiende.

Bij een vaststellingsovereenkomst kun je zelf kiezen of je tijdens ziekte instemt met beëindiging van je dienstverband. Ben je arbeidsongeschikt, dan heb je recht op een WIA-uitkering naast of in plaats van een WW-uitkering.

Bij arbeidsongeschiktheid tijdens je dienstverband blijft je werkgever verplicht tot loondoorbetaling. Een vaststellingsovereenkomst kan hierover aparte afspraken bevatten.

Bij conflicten biedt de UWV-route meer zekerheid omdat het UWV objectief toetst. Een vaststellingsovereenkomst werkt alleen als beide partijen het eens worden.

Teken nooit een vaststellingsovereenkomst onder druk of zonder juridisch advies.

Factoren die bepalen welke route het beste is

De keuze tussen een vaststellingsovereenkomst en ontslag via het UWV hangt af van meerdere factoren. De reden voor ontslag, de gewenste snelheid, en de bereidheid van de werknemer om mee te werken spelen allemaal een rol in deze beslissing.

Reden voor ontslag

De grond voor ontslag bepaalt vaak welke route het meest geschikt is. Bij bedrijfseconomische redenen of een reorganisatie kun je beide routes kiezen.

Het UWV toetst dan of er echt arbeidsplaatsen vervallen en of je de juiste selectiecriteria hebt toegepast. Bij langdurige arbeidsongeschiktheid ligt het anders.

Als een werknemer twee jaar ziek is, kun je via het UWV ontslag aanvragen. De werknemer moet dan wel eerst het re-integratietraject hebben doorlopen.

Bij een arbeidsconflict of verwijtbaar gedrag werkt een vaststellingsovereenkomst vaak beter.

De kantonrechter is dan meestal de formele route, maar met een VSO voorkom je een langdurige rechtszaak. Je kunt als werkgever dan sneller tot een oplossing komen.

Snelheid versus zekerheid

Een vaststellingsovereenkomst levert snelheid op. Je hoeft niet te wachten op een beslissing van het UWV en kunt direct afspraken maken met de werknemer.

De procedure duurt vaak enkele weken in plaats van maanden. Het UWV biedt meer zekerheid.

Als je toestemming krijgt, kun je de arbeidsovereenkomst opzeggen zonder risico op een juridische procedure achteraf. Je weet waar je aan toe bent.

De proceduretijd bij het UWV mag je bovendien aftrekken van de opzegtermijn. Dit maakt het tijdsverschil tussen beide routes kleiner dan het lijkt.

Toch duurt de UWV-route langer omdat je een compleet dossier moet aanleveren.

Onderhandelingspositie en draagvlak

De houding van de werknemer is bepalend. Is er draagvlak voor de opzegging met instemming?

Dan kun je vaak snel tot een vaststellingsovereenkomst komen. Dit werkt het beste als je een eerlijk aanbod doet en de situatie goed uitlegt.

Verwacht je weerstand of weigert de werknemer mee te werken? Dan is de UWV-route verstandiger.

Je hebt dan niet de medewerking van de werknemer nodig om het dienstverband te beëindigen. Let op strategische ziekmeldingen.

Dien daarom een voorlopige ontslagaanvraag in bij het UWV voordat je met de werknemer in gesprek gaat. Dit beschermt je tegen het opzegverbod bij ziekte, zelfs als je uiteindelijk toch voor een vaststellingsovereenkomst kiest.

Het belang van juridisch advies bij het kiezen tussen VSO en UWV

De keuze tussen een vaststellingsovereenkomst en ontslag via het UWV vraagt om zorgvuldige afweging van juridische aspecten. Professioneel advies helpt je om kostbare fouten te voorkomen en zorgt ervoor dat je rechten volledig worden beschermd.

Juridische controle van de overeenkomst

Een advocaat of jurist controleert of de voorwaarden in je overeenkomst eerlijk en volledig zijn. Bij een VSO checken ze of je recht op een WW-uitkering behouden blijft.

Ze controleren ook de hoogte van je vergoeding en of de opzegtermijn correct is berekend. Een arbeidsrechtadvocaat ziet fouten die je zelf mist.

Ze letten op clausules die je rechten beperken. Dit voorkomt dat je later voor verrassingen komt te staan.

Bij een UWV-procedure helpt juridisch advies bij het opstellen van je verweer. Je krijgt ondersteuning bij het verzamelen van bewijs.

Een jurist zorgt ervoor dat je belangen helder worden verwoord richting het UWV.

Risico’s bij onjuiste keuze

Zonder juridisch advies loop je het risico je WW-uitkering te verliezen. Dit gebeurt vaak bij slecht opgestelde vaststellingsovereenkomsten.

Het UWV kan je aanvraag voor een uitkering afwijzen als de overeenkomst niet aan alle voorwaarden voldoet. Een te lage ontslagvergoeding is een veelvoorkomend probleem.

Werkgevers bieden soms minder aan dan waar je recht op hebt. Een arbeidsrechtadvocaat berekent wat je daadwerkelijk toekomt.

De verkeerde procedure kiezen kost je tijd en geld. Bij een UWV-procedure zonder goede onderbouwing krijg je mogelijk geen toestemming voor ontslag.

Kosten en verhaalmogelijkheden

Juridische kosten voor advies bij een VSO liggen meestal tussen de 500 en 1500 euro. Dit lijkt veel, maar voorkomt vaak veel hogere financiële schade.

Veel juristen bieden een gratis eerste controle van je overeenkomst aan. Bij een UWV-procedure zijn de kosten hoger vanwege de langere duur.

Rekening houden met 1500 tot 3000 euro aan advocaatkosten is realistisch. Deze investering weegt op tegen het risico van een afgewezen aanvraag.

Mogelijkheden om kosten terug te krijgen:

  • Je werkgever kan juridische kosten in de VSO meenemen
  • Sommige rechtsbijstandverzekeringen dekken arbeidsrechtadvies
  • Als je wint bij een gerechtelijke procedure kun je kosten verhalen
  • Vakbonden bieden vaak gratis juridisch advies aan leden

Veelgestelde vragen

Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen een vaststellingsovereenkomst en ontslag via het UWV?

Bij een vaststellingsovereenkomst maak je samen met je werkgever afspraken over het einde van je dienstverband. Je kunt onderhandelen over de voorwaarden zoals vergoedingen en de einddatum.

Bij ontslag via het UWV vraagt je werkgever toestemming aan het UWV om het contract te beëindigen. Het UWV beoordeelt of de ontslagreden geldig is volgens de wet.

Een vaststellingsovereenkomst biedt meer flexibiliteit. Je kunt extra afspraken maken over outplacement, opleidingsbudget of vrijstelling van werk.

Bij het UWV krijg je alleen wat de wet voorschrijft. De UWV-route geeft wel meer zekerheid over objectieve toetsing.

Het UWV kijkt of je werkgever aan alle wettelijke vereisten voldoet voor ontslag.

Welke voorwaarden gelden er voor een rechtsgeldig ontslag met een vaststellingsovereenkomst?

Een vaststellingsovereenkomst moet schriftelijk worden vastgelegd en door beide partijen worden ondertekend. Er geldt geen wettelijk verplichte bedenktijd, maar je mag wel vragen om overlegtijd.

Je moet vrijwillig instemmen met de overeenkomst. Geen enkele partij mag onder druk worden gezet om te tekenen.

De overeenkomst moet duidelijke afspraken bevatten over de einddatum, de transitievergoeding en eventuele andere vergoedingen. Ook afspraken over concurrentiebedingen of geheimhouding moeten helder zijn.

Voor behoud van je WW-rechten moet het UWV de overeenkomst goedkeuren. Daarom is het belangrijk dat de VSO correct wordt opgesteld volgens de UWV-eisen.

Welke financiële implicaties heeft het accepteren van een vaststellingsovereenkomst voor de werknemer?

Je hebt recht op een transitievergoeding volgens de wettelijke formule. Deze vergoeding wordt berekend op basis van je dienstjaren en salaris.

Bij een vaststellingsovereenkomst kun je vaak een hogere vergoeding onderhandelen dan het wettelijke minimum. Werkgevers zijn soms bereid meer te betalen om een procedure bij het UWV te vermijden.

Let op de belastinggevolgen van je vergoeding. Een deel van de transitievergoeding is meestal belastingvrij, maar extra vergoedingen kunnen volledig worden belast.

Je verliest mogelijk ook secundaire arbeidsvoorwaarden zoals pensioenpremies en een leaseauto. Vraag altijd een volledig overzicht van wat je verliest en bespreek compensatie hiervoor.

Hoe beïnvloedt de keuze tussen een vaststellingsovereenkomst en UWV-procedure de uitkeringsrechten van de werknemer?

Bij ontslag via het UWV behoud je automatisch je recht op een WW-uitkering. Het UWV beschouwt dit als ontslag op initiatief van de werkgever.

Bij een vaststellingsovereenkomst moet het UWV beoordelen of je in aanmerking komt voor WW. De overeenkomst moet aan bepaalde voorwaarden voldoen.

Het UWV kijkt of er geen sprake is van verwijtbaar gedrag van jouw kant. Ook controleren ze of de beëindiging niet voornamelijk op jouw initiatief was.

Een onjuist opgestelde vaststellingsovereenkomst kan leiden tot weigering of korting op je WW-uitkering. Daarom is juridisch advies bij het opstellen belangrijk.

Wat zijn de mogelijke risico’s voor een werkgever bij het aangaan van een vaststellingsovereenkomst?

Een werkgever betaalt vaak meer dan de wettelijke transitievergoeding om tot een VSO te komen. Dit maakt ontslag via een VSO duurder dan via het UWV.

Als de vaststellingsovereenkomst juridisch niet correct is opgesteld, kun je deze mogelijk aanvechten. Dit leidt tot extra juridische procedures en kosten voor je werkgever.

Je werkgever loopt het risico dat andere werknemers ook hogere vergoedingen gaan eisen. Dit kan precedentwerking hebben binnen het bedrijf.

Bij een VSO blijft de werkgever ook verantwoordelijk voor een correcte overdracht van gegevens en afwikkeling. Fouten hierin kunnen later nog tot claims leiden.

Hoe verloopt de procedure bij het UWV voor het aanvragen van toestemming voor ontslag en hoe verschilt dit van een onderhandeling over een vaststellingsovereenkomst?

Je werkgever dient bij het UWV een schriftelijk verzoek in met de ontslagreden. Dit kan alleen bij bedrijfseconomische redenen of langdurige arbeidsongeschiktheid.

Het UWV beoordeelt binnen vier weken of aan alle voorwaarden is voldaan. Je krijgt de kans om je reactie te geven op het verzoek van je werkgever.

Bij een VSO onderhandel je rechtstreeks met je werkgever over alle voorwaarden. Dit proces heeft geen vaste termijn.

De UWV-procedure is formeler en volgt strikte wettelijke regels. Een VSO-onderhandeling is informeler en biedt meer ruimte voor maatwerk.

Bij het UWV heb je geen invloed op het eindresultaat als aan alle voorwaarden is voldaan.

Nieuws

Brexit-update: wat zijn de juridische gevolgen voor Nederlandse ondernemers?

Sinds het Verenigd Koninkrijk op 1 januari 2021 de Europese Unie verliet, staat uw bedrijf voor juridische uitdagingen.

Brexit heeft vergaande juridische gevolgen voor Nederlandse ondernemers die zaken doen met bedrijven in Engeland, Schotland, Wales of Noord-Ierland, van gewijzigde contractwetgeving tot complexere douaneprocedures.

Een groep Nederlandse ondernemers die in een kantoorruimte aan een tafel zitten en over documenten overleggen.

De vrije handel tussen Nederland en het VK bestaat niet meer.

Dit betekent dat u te maken heeft met handelsbarrières, nieuwe regelgeving en administratieve lasten die u voorheen niet kende.

Van BTW-verplichtingen tot geschiloplossing en van intellectuele eigendomsrechten tot dienstverlening: elk aspect van uw zakelijke relatie met Britse partners is veranderd.

Directe juridische gevolgen van Brexit voor Nederlandse ondernemers

Een groep Nederlandse ondernemers bespreekt juridische documenten in een kantoor met uitzicht op een stad.

Het Verenigd Koninkrijk is per 1 januari 2021 geen onderdeel meer van de Europese Unie.

Dit betekent dat het VK een derde land is met alle bijbehorende juridische gevolgen.

Voor jouw bedrijf heeft dit gevolgen voor handelsregels, contractuele afspraken en de toepassing van wetgeving fundamenteel.

Status van het Verenigd Koninkrijk als derde land

Het VK is sinds 31 januari 2020 uit de EU getreden en na de overgangsperiode definitief een derde land geworden.

Je kunt niet langer vertrouwen op de vrijheden van de interne markt.

Het vrije verkeer van goederen, diensten, personen en kapitaal is verdwenen.

Dit betekent dat je nu te maken hebt met douanecontroles, grenscontroles en importformaliteiten bij handel met het VK.

De douane-unie bestaat niet meer.

Voor Noord-Ierland gelden andere regels.

Goederen die daar binnenkomen vallen onder EU-douane en btw-regels.

Dit is geregeld om vrij verkeer met Ierland mogelijk te maken.

Je moet het VK behandelen als elk ander niet-EU-land.

Dit heeft gevolgen voor alle bestaande handelsrelaties en contracten die je met Britse partners hebt afgesloten.

Overgang van EU-regels naar nationale wetgeving

Het Handelsakkoord tussen de EU en het VK heeft een beperkte reikwijdte.

Je kunt niet altijd terugvallen op EU-regels zoals je dat gewend was.

Het VK heeft EU-regelgeving zoals de AVG omgezet in nationaal recht.

De Britse rechtspraak is echter niet meer gebonden aan het Hof van Justitie van de EU.

Dit betekent dat dezelfde regels in het VK anders geïnterpreteerd kunnen worden dan in Nederland.

  • EU-verordeningen over toepasselijk recht blijven grotendeels gelden
  • Engelse rechtbanken passen nu hun eigen versies van deze regels toe
  • Dwingend Nederlands recht blijft van toepassing op activiteiten in Nederland

Je moet opletten met rechtskeuzes in contracten.

Als je kiest voor Engels recht mag dit niet afwijken van het dwingend recht van een EU-land waar de werkzaamheden plaatsvinden.

Impact op handelsovereenkomsten

Bestaande contracten met Britse partijen vereisen vaak aanpassing.

Brexit was sinds 2016 voorzienbaar, dus een beroep op overmacht zal waarschijnlijk niet lukken.

Je moet duidelijke afspraken maken over wie verantwoordelijk is voor nieuwe formaliteiten.

Bepaal schriftelijk met je handelspartners wie douaneaangiftes verzorgt, wie invoerrechten betaalt en wat de gevolgen zijn bij vertragingen.

Standaardvoorwaarden zoals Incoterms® 2020 dekken deze nieuwe situatie mogelijk niet goed genoeg.

  • Geografische verwijzingen in licentie-, agentuur- of distributiecontracten
  • Leveringstermijnen die mogelijk niet meer haalbaar zijn
  • Kostenverdelingen voor nieuwe douaneprocedures
  • Brexit-clausules die mogelijk beperkt zijn in hun werking

Stuur geen gewijzigde voorwaarden zonder expliciete aanvaarding door je handelspartner.

Als je zomaar handelt op basis van gewijzigde orderbevestigingen, aanvaard je mogelijk ongewenste nieuwe voorwaarden.

Veranderingen in douaneprocedures en handelsformaliteiten

Sinds 1 januari 2021 gelden voor handel met het Verenigd Koninkrijk dezelfde douaneregels als voor andere landen buiten de EU.

Nederlandse ondernemers moeten nu verplichte douaneaangiften indienen, invoerrechten betalen en specifieke certificaten regelen voor bepaalde productgroepen.

Nieuwe import- en exportverplichtingen

Elk bedrijf dat goederen verzendt naar of ontvangt uit het VK moet douaneaangiften indienen bij de Nederlandse douane.

Dit geldt voor alle transporten, ongeacht de waarde of het type product.

U bent verantwoordelijk voor correcte aangifte van uw goederen.

De douane-processen vereisen gedetailleerde informatie over producten, waarde en herkomst.

Fouten in de aangifte leiden tot vertragingen en mogelijk boetes.

De Nederlandse douane heeft strengere controles ingevoerd.

Deze controles vinden plaats bij binnenkomst en uitgang van goederen.

Bereid uw transporten daarom altijd zorgvuldig voor met de juiste documentatie.

U kunt kiezen tussen zelf aangifte doen of een douane-expediteur inschakelen.

Veel bedrijven werken met een expediteur omdat de procedures complex zijn en specifieke kennis vereisen.

Invoerrechten en certificaten

Het handelsakkoord tussen de EU en het VK maakt invoerrechten van 0% mogelijk voor veel producten.

Deze nultarieven gelden alleen als uw goederen voldoen aan de oorsprongsregels uit het akkoord.

Importheffingen zijn verschuldigd als producten niet aan de oorsprongseisen voldoen.

Het percentage varieert per productcategorie.

Controleer vooraf welk tarief geldt voor uw producten.

Voor specifieke productgroepen heeft u aanvullende certificaten nodig:

De Rijksoverheid stelt deze certificaten beschikbaar via verschillende uitvoerende diensten.

Vraag certificaten ruim van tevoren aan omdat de doorlooptijd enkele weken kan zijn.

EORI-nummer en douanewaarde

Het EORI-nummer is uw identificatienummer voor alle douaneaangiften binnen de EU.

Zonder dit nummer kunt u geen goederen importeren of exporteren naar het VK.

U vraagt het EORI-nummer eenmalig aan bij de Nederlandse douane via het online systeem.

De aanvraag is gratis en u ontvangt het nummer meestal binnen enkele werkdagen.

Bewaar dit nummer goed want u heeft het nodig bij elke transactie.

De douanewaarde bepaalt hoeveel invoerrechten u betaalt.

Deze waarde bestaat uit de productprijs plus transport-, verzekerings- en eventuele licentiekosten.

Bereken de douanewaarde nauwkeurig omdat onjuiste waardes leiden tot problemen met de douane.

Bij het bepalen van de goederencode gebruikt u de internationale HS-nomenclatuur.

Deze code bestaat uit minimaal zes cijfers en bepaalt welk tarief en welke eisen gelden.

Verkeerde goederencodes veroorzaken vertragingen en mogelijke naheffingen.

Veterinaire controles en goederenclassificatie

Producten van dierlijke oorsprong ondergaan verplichte veterinaire controles bij de grens.

Dit geldt voor vlees, zuivel, vis en eieren.

Deze controles vinden plaats op door de EU aangewezen grensinspectieposten.

De Britse overheid voert het Border Target Operating Model stapsgewijs in.

Dit model introduceert nieuwe regels voor de invoer van agrofood- en visserijproducten.

Controleer regelmatig de actuele eisen omdat deze wijzigen.

Voor planten en plantaardige producten gelden fytosanitaire certificaten.

Deze certificaten bewijzen dat uw producten vrij zijn van schadelijke organismen.

U vraagt ze aan bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.

De goederenclassificatie bepaalt welke procedures en controles van toepassing zijn.

Classificeer uw producten correct volgens de douanenomenclatuur.

De Nederlandse douane biedt tools en helpdesks om u hierbij te helpen.

BTW- en belastingaspecten bij handel met het VK

Na de Brexit behandelt u het Verenigd Koninkrijk als een land buiten de EU voor btw-doeleinden.

Dit betekent dat u bij handel met het VK te maken krijgt met andere regels voor btw-aangifte, invoerrechten en documentatie dan bij handel binnen de EU.

B2B en B2C leveringen na Brexit

Bij B2B leveringen van goederen naar het VK past u 0% btw toe op uw factuur. U moet wel kunnen aantonen dat de goederen daadwerkelijk de EU hebben verlaten.

Dit doet u met een vrachtbrief of een uitvoeraangifte bij de douane. Uw Britse zakelijke klant betaalt vervolgens de Britse VAT bij invoer.

Voor B2B diensten verleegt u de btw naar uw Britse klant. U zet dan ‘VAT out of scope’ op uw factuur.

Bij B2C leveringen aan particulieren blijft u Nederlandse btw berekenen. Wanneer u goederen verkoopt aan Britse consumenten via e-commerce met een waarde onder 135 GBP, bent u verantwoordelijk voor het betalen van Britse VAT.

U moet zich dan registreren voor VAT in het VK of werken met een fiscaal vertegenwoordiger. Let op: Noord-Ierland vormt een uitzondering en volgt de EU btw-regels.

Voor leveringen naar Noord-Ierland gebruikt u de regels voor intracommunautaire leveringen.

BTW-aangifte en artikel 23-vergunning

Wanneer u goederen uit het VK importeert, doet u een invoeraangifte bij de Nederlandse Douane. U ontvangt van uw Britse leverancier een factuur zonder btw.

De douane berekent vervolgens invoer-btw over de douanewaarde inclusief eventuele invoerrechten. Een artikel 23-vergunning voorkomt dat u invoer-btw direct moet betalen bij de douane.

Met deze vergunning van de Belastingdienst geeft u de btw aan in uw reguliere btw-aangifte. U komt in aanmerking voor een artikel 23-vergunning als u regelmatig goederen uit niet-EU-landen importeert.

De vergunning geldt voor alle importen uit landen buiten de EU, niet alleen voor het VK. U vraagt de vergunning aan bij de Belastingdienst en gebruikt uw btw-identificatienummer bij de aanvraag.

Invoer-BTW en liquiditeitsvoordeel

Zonder artikel 23-vergunning betaalt u de invoer-btw direct aan de douane bij elke import. Dit kan uw liquiditeit zwaar belasten, vooral bij frequente importen uit het VK.

Met een artikel 23-vergunning verschuift dit betalingsmoment naar uw btw-aangifte. U geeft de invoer-btw aan in hetzelfde vakje als waar u deze ook weer als voorbelasting aftrekt.

Dit systeem werkt alleen voor btw-ondernemers die als Nederlandse btw-ondernemer zijn geregistreerd. U moet wel nauwkeurig administratie bijhouden van al uw invoeren.

De douane en Belastingdienst kunnen controles uitvoeren. Voor goederen met een preferentiële oorsprong uit het VK betaalt u geen invoerrechten.

U moet dan wel beschikken over het juiste oorsprongsbewijs om dit aan te tonen bij de douane.

Nieuwe regels voor ABC- en call-off stock leveringen

Een abc-levering waarbij goederen vanuit Nederland via het VK naar een derde land gaan, behandelt u anders dan voor Brexit. Het VK telt nu als tussenstation buiten de EU.

U moet bij elke grensoverschrijding export- en importformaliteiten regelen. Call-off stock regelingen met het VK zijn niet meer mogelijk zoals die binnen de EU golden.

U kunt geen goederen meer op voorraad plaatsen in het VK zonder deze formeel te exporteren. Dit betekent dat u direct een uitvoeraangifte moet doen wanneer goederen naar het VK gaan.

Bij call-off stock moet uw Britse klant de goederen importeren en invoer-btw betalen. U kunt niet langer wachten met btw-behandeling tot het moment dat uw klant de goederen afroept.

Elke levering naar het VK vereist nu douaneformaliteiten. Voor leveringen tussen Nederland en Noord-Ierland blijven de oude call-off stock regels wel gelden.

Noord-Ierland behandelt u voor goederenleveringen als een EU-land, waardoor de vereenvoudigde call-off stock regeling beschikbaar blijft.

Juridische afdwingbaarheid en geschiloplossing na Brexit

Na de Brexit zijn de Europese regels voor het afdwingen van vonnissen niet meer automatisch van toepassing op het Verenigd Koninkrijk. U moet nu terugvallen op oudere verdragen en nationale regels, wat leidt tot meer kosten en langere procedures.

Erkenning en tenuitvoerlegging van vonnissen

Het EEX-Verdrag (Verordening 1215/2012) regelde binnen de EU dat u vonnissen eenvoudig kon laten erkennen en uitvoeren in andere lidstaten. Dit verdrag geldt alleen nog voor procedures die u voor 1 januari 2021 heeft gestart.

Voor nieuwe procedures moet u gebruikmaken van het Nederlands-Brits Executieverdrag uit 1967. Dit verdrag heeft belangrijke beperkingen.

U kunt alleen vonnissen die gaan over geldbedragen laten uitvoeren via een exequatur-procedure. Vonnissen over andere zaken kunnen niet worden uitgevoerd.

Dit betekent dat u een volledig nieuwe procedure moet starten bij een Britse rechter, wat duur en tijdrovend is. De Nederlandse rechter kan nog steeds uitspraken doen over geschillen met Britse partijen, maar het laten uitvoeren van die vonnissen is complexer geworden.

Bij een no deal-Brexit zou dit probleem nog groter zijn geweest, maar het handelsverdrag tussen de EU en het VK biedt geen oplossing voor deze kwestie.

Toepassing van internationale verdragen

Het Verdrag van Lugano zou de samenwerking tussen het VK en EU-landen kunnen verbeteren. De Europese Commissie moet echter nog goedkeuring geven voordat het VK tot dit verdrag kan toetreden.

De onderhandelingen hierover lopen nog. Het Haags Forumkeuzeverdrag uit 2005 biedt wel uitkomst als u een forumkeuzeclausule in uw contract opneemt.

Dit verdrag geldt zowel in Nederland als in het Verenigd Koninkrijk. Als u kiest voor een specifieke rechter, moet die keuze worden gerespecteerd en kunnen vonnissen worden uitgevoerd.

Let op dat arbitrage buiten deze verdragen valt. Arbitrage wordt geregeld door het New York Arbitrageverdrag uit 1958, dat gewoon van toepassing blijft na Brexit.

Keuze van rechter en forumkeuzeclausules

U doet er verstandig aan om in uw contracten met Britse partijen duidelijke afspraken te maken over welke rechter bevoegd is. Een forumkeuzeclausule voorkomt discussie over waar een geschil moet worden behandeld.

U kunt kiezen voor:

  • De Nederlandse rechter
  • Een Britse rechter
  • Arbitrage (bijvoorbeeld via UNUM in Amsterdam of de Kamer van Koophandel)

Arbitrage heeft als voordeel dat uitspraken wereldwijd worden erkend via het New York Arbitrageverdrag. Let wel op dat arbitrage in het VK aanzienlijk duurder kan zijn dan arbitrage in Nederland.

Bij een deal-Brexit zijn deze afspraken nog belangrijker geworden om juridische onzekerheid te vermijden. Maak uw keuze schriftelijk vast voordat er problemen ontstaan.

Een achteraf gemaakte afspraak over de bevoegde rechter wordt minder snel geaccepteerd.

Effecten op diensten en intellectueel eigendom

De Brexit heeft grote gevolgen voor bedrijven die diensten leveren aan het Verenigd Koninkrijk en voor de bescherming van intellectuele eigendomsrechten. Nederlandse ondernemers moeten rekening houden met nieuwe regels voor dienstenverkeer, gewijzigde IE-rechten en andere procedures voor elektronische en financiële diensten.

Dienstenverkeer en vergunningen

Het Handelsakkoord maakt het mogelijk om diensten te leveren zonder lokale aanwezigheid in het VK. U moet wel voldoen aan de nationale regelgeving van het land waar u de dienst verricht.

Bepaalde diensten zijn uitgezonderd van deze regeling. De wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties is niet geregeld.

Dit betekent dat u per land moet uitzoeken welke eisen gelden voor uw beroepsuitoefening. Het vrije verkeer van personen is afgeschaft.

Het VK hanteert nu een puntensysteem voor verblijfsvergunningen. Het Handelsakkoord voorziet in een visum- en voorwaardenvrije periode van 90 dagen per 180 dagen voor toegestane activiteiten zoals meetings, verkoop, consultancy en aftersales.

U kunt in deze periode zonder visum werken aan reparatie en onderhoud. Check wel de uitzonderingen en specifieke regels die het VK hanteert.

Vraag aan uw Engelse handelspartner garanties wanneer die in de EU werkzaamheden voor u uitvoert.

Bescherming van intellectuele eigendomsrechten

EU-intellectuele eigendomsrechten zijn niet langer geldig in het VK. Op 1 januari 2021 bestaande EU-registraties worden automatisch opgenomen in VK-registers.

Lopende EU-aanvragen en verlengingen moet u opnieuw indienen in het VK. Let goed op de termijnen.

Dient u binnen negen maanden na 1 januari 2021 een aanvraag voor een merknaam of model opnieuw in, dan blijft de originele datum van EU-indiening geldig.

Belangrijke wijzigingen voor IE-rechten:

  • Seniority claims bij EU-registratie van eerder in het VK geregistreerde merken zijn niet meer mogelijk
  • Rechten die voor 1 januari 2021 in de EER en het VK waren uitgeput, blijven daar uitgeput
  • Rechten op goederen die na die datum op de Britse markt zijn gebracht, zijn alleen in het VK uitgeput

Bij import in de EER moet u toestemming vragen aan de houder van het intellectueel eigendomsrecht. Parallelimport van de EER naar het VK is voorlopig nog toegestaan.

Het Handelsakkoord voorziet in minimumeisen voor de bescherming van intellectueel eigendom, waardoor er ruimte is voor verschillen in regelgeving tussen de EU en het VK.

Gevolgen voor elektronische en financiële diensten

Voor elektronische diensten en financiële diensten gelden specifieke regels in de handel met het VK. U moet voldoen aan de nationale regelgeving van het land waar u deze diensten aanbiedt.

Databescherming speelt een grote rol bij elektronische diensten. Het Handelsakkoord bevat een algemene verplichting om persoonlijke data te beschermen.

Het VK heeft de AVG omgezet in nationaal recht en erkent de EU als land met passend beschermingsniveau. Tot en met 2024 is dataverkeer mogelijk van het VK naar de EU.

De EU werkt aan een adequaatheidsbesluit voor datastromen naar het VK. Bij langdurige contracten kunt u zekerheidshalve de EU Model Clauses gebruiken die op de EU-website zijn gepubliceerd.

Het VK kan afwijken van de AVG of die anders interpreteren. Dit kan ertoe leiden dat de EU concludeert dat er geen passend beschermingsniveau is.

Bij gebreke van een adequaatheidsbesluit mag persoonlijke data dan alleen naar het VK met extra waarborgen.

Voorbereiding, ondersteuningsmaatregelen en praktische tips

Nederlandse ondernemers kunnen gebruikmaken van verschillende tools en ondersteuningsmaatregelen om de juridische gevolgen van Brexit te beperken. De overheid heeft specifieke instrumenten ontwikkeld om bedrijven te helpen met de voorbereiding en aanpassing aan nieuwe regels.

Brexit Impact Scan en brexitloket.nl

De Rijksoverheid heeft de Brexit Impact Scan ontwikkeld om ondernemers te helpen mogelijke problemen te identificeren. Deze tool wijst je op blinde vlekken in je voorbereiding en laat je zien waar je extra aandacht aan moet besteden.

Via brexitloket.nl vind je informatie over alle veranderingen die Brexit voor jouw bedrijf met zich meebrengt. Het platform biedt praktische handleidingen over douane, belastingen en regelgeving.

Je kunt er ook terecht voor antwoorden op specifieke vragen over handel met het Verenigd Koninkrijk. De scan helpt je bepalen of je Brexit-proof bent.

Hij gaat in op onderwerpen zoals douaneprocedures, btw-aangifte en productcertificering.

Brexit-voucher en aanvullende overheidshulp

Nederland heeft toegang tot de Brexit Adjustment Reserve (BAR) van de Europese Unie. Deze reserve is bedoeld om negatieve gevolgen van de Britse uittreding op te vangen.

De overheid gebruikt deze middelen voor ondersteuning aan bedrijven en sectoren die zwaar zijn getroffen. De brexit-voucher was beschikbaar voor ondernemers die externe expertise nodig hadden.

Je kon hiermee advieskosten gedeeltelijk terugkrijgen. Let op: controleer via brexitloket.nl of deze regeling nog actief is.

Specifieke sectoren zoals visserij hebben extra compensatiemaatregelen ontvangen. De stilligregeling voor vissers is een voorbeeld van gerichte ondersteuning.

Als je bedrijf sterk afhankelijk is van handel met het VK, kun je mogelijk nog aanspraak maken op steun.

Samenwerking met softwareleveranciers

Je softwareleverancier speelt een belangrijke rol bij het implementeren van nieuwe douane- en btw-regels. Vraag je leverancier of de software is aangepast aan Brexit-gerelateerde wijzigingen.

Dit geldt vooral voor systemen die douaneaangiftes, btw-rapportages of verzendprocessen afhandelen. Veel logistieke en administratieve software moet nu andere gegevens vastleggen.

Denk aan EORI-nummers, oorsprongsverklaringen en nieuwe btw-codes. Zorg dat je systemen deze informatie correct kunnen verwerken.

Werk samen met je leverancier om updates te plannen. Test nieuwe functionaliteiten voordat je ze in productie neemt.

Dit voorkomt fouten bij daadwerkelijke transacties met Britse partners.

Gebruik van online portalen en aangiftesoftware

Het online portaal van de Douane is essentieel geworden voor handel met het Verenigd Koninkrijk. Je moet hier douaneaangiftes indienen voor alle goederen die de grens overgaan.

Registreer je bedrijf en medewerkers tijdig in het systeem. Aangiftesoftware versnelt het douaneproces aanzienlijk.

Deze programma’s zijn gekoppeld aan het portaal van de Douane en vullen veel gegevens automatisch in. Je maakt minder fouten en bespaart tijd per zending.

Voor btw-aangiftes gelden ook nieuwe regels. Het online portaal van de Belastingdienst is uitgebreid met specifieke velden voor handel met het VK.

Zorg dat je bekend bent met deze aanpassingen. Veel accountancy- en boekhoudsoftware is al bijgewerkt met Brexit-templates die de juiste informatie opvragen.

Frequently Asked Questions

Nederlandse ondernemers moeten rekening houden met nieuwe regels voor import en export, douaneformaliteiten, btw-procedures en werknemersrechtelijke vraagstukken. Het handelsakkoord tussen de EU en het VK brengt verschillende aanpassingen met zich mee voor bedrijven die actief zijn in het Verenigd Koninkrijk.

Hoe beïnvloedt de Brexit de import- en exportprocedures voor Nederlandse ondernemers?

Het VK maakt sinds 1 januari 2021 geen deel meer uit van de interne markt en de douane-unie. Dit betekent dat u bij handel met het VK te maken krijgt met douanecontroles en formaliteiten.

U moet goederen aangeven bij zowel de Nederlandse als de Britse douane. Er gelden tarieven en quota’s voor bepaalde producten.

Het vrije verkeer van goederen dat binnen de EU geldt, is niet meer van toepassing op handel met het VK.

Welke douanedocumentatie moeten Nederlandse bedrijven nu overleggen bij handel met het VK?

U heeft een EORI-nummer nodig om goederen naar of uit het VK te vervoeren. Dit nummer registreert u als handelaar bij de douane-autoriteiten.

Bij elke zending moet u een douaneaangifte indienen. U moet facturen, paklijsten en mogelijk certificaten van oorsprong overleggen.

Voor bepaalde producten zoals dierlijke producten of planten heeft u extra documenten nodig.

Wat zijn de gevolgen van Brexit voor Nederlandse ondernemers met een vestiging in het VK?

Uw bedrijf in het VK wordt behandeld als een onderneming buiten de EU. Dit heeft gevolgen voor het vestigingsrecht en de regelgeving die van toepassing is.

U valt niet meer automatisch onder EU-wetgeving voor vennootschappen. Het vrije verkeer van diensten tussen Nederland en het VK is beperkt.

U moet mogelijk aparte vergunningen aanvragen voor bepaalde activiteiten die u in het VK uitvoert.

Op welke manier heeft de Brexit invloed op de btw-afhandeling bij transacties tussen Nederland en het VK?

Het VK maakt geen deel meer uit van het EU-btw-systeem. Transacties met het VK worden behandeld als handel met een land buiten de EU.

U moet import-btw betalen bij invoer van goederen uit het VK naar Nederland. Het intracommunautaire btw-regime geldt niet meer.

Voor diensten gelden andere regels dan voorheen, afhankelijk van waar de dienst wordt verricht en wie de klant is.

Welke veranderingen zijn er in de arbeidswetgeving voor Nederlandse bedrijven met werknemers in het VK na Brexit?

Het vrije verkeer van werknemers tussen de EU en het VK is afgeschaft. Nederlandse werknemers die in het VK werken, hebben mogelijk een werkvisum nodig.

De detachering van werknemers naar het VK valt niet meer onder de EU-detacheringsrichtlijn. U moet rekening houden met Britse immigratieregels en werkvergunningen.

De export van sociale zekerheidsuitkeringen en zorgverzekering buiten de EU is beperkt.

Hoe kunnen Nederlandse ondernemers zich aanpassen aan de nieuwe handelsrelatie met het Verenigd Koninkrijk?

U kunt arbitrage opnemen in uw contracten met Britse partners. De Brexit heeft geen gevolgen voor arbitrage als geschillenbeslechting.

Controleer uw bestaande contracten met Britse bedrijven op clausules over toepasselijk recht en jurisdictie.

Overweeg om een vestiging in het VK op te richten als u veel zaken doet met Britse klanten.

Zorg dat u op de hoogte blijft van nieuwe regelgeving en handelsakkoorden tussen de EU en het VK.

Nieuws

Tracking cookies, analytics en remarketing: juridisch veilig online adverteren in Nederland

Online adverteren in Nederland vraagt meer dan een goede marketingstrategie.

Websites die tracking cookies gebruiken voor remarketing en analytics moeten voldoen aan strikte regels.

De Autoriteit Persoonsgegevens controleert sinds 2024 strenger op cookiegebruik en stuurt waarschuwingsbrieven naar organisaties die tracking cookies plaatsen zonder geldige toestemming.

Een groep professionals werkt samen rond een tafel met laptops en tablets, met schermen die gegevens en beveiligingssymbolen tonen.

U heeft toestemming nodig van bezoekers voordat u niet-functionele cookies plaatst.

Deze toestemming moet aan vier eisen voldoen: vrij, specifiek, geïnformeerd en ondubbelzinnig.

Het vooraf aanvinken van vakjes is niet toegestaan.

De regels komen uit de Telecommunicatiewet en de AVG.

Als u zich niet aan deze regels houdt, riskeert u boetes.

Kruidvat.nl kreeg bijvoorbeeld een boete van 600.000 euro voor het plaatsen van tracking cookies zonder toestemming.

Wat zijn tracking cookies, analytics en remarketing?

Een groep professionals die in een kantooromgeving data en statistieken analyseert op computerschermen, met symbolen voor tracking cookies en online marketing, en een kaart van Nederland op de achtergrond.

Tracking cookies verzamelen gegevens over jouw surfgedrag om je later met gerichte advertenties te bereiken.

Analytics meten hoe bezoekers jouw website gebruiken, terwijl remarketing zorgt dat advertenties volgen na een websitebezoek.

Definitie en functies van verschillende cookies

Cookies zijn kleine tekstbestanden die websites op jouw apparaat opslaan.

Er bestaan verschillende soorten met elk hun eigen functie.

Functionele cookies zorgen voor de basisfunctionaliteit van een website.

Ze onthouden bijvoorbeeld je taalvoorkeur of items in je winkelwagentje.

Deze cookies zijn nodig voor de werking van de website.

Analytische cookies meten hoe bezoekers een website gebruiken.

Ze registreren welke pagina’s je bezoekt, hoe lang je blijft en waar je op klikt.

Deze data helpen website-eigenaren de gebruikservaring te verbeteren.

Tracking cookies gaan verder dan analytische cookies.

Ze volgen jouw gedrag over meerdere websites heen.

Advertentienetwerken zoals Google en Facebook gebruiken deze cookies om een profiel van je interesses op te bouwen.

Dit profiel wordt gebruikt voor gerichte advertenties.

Het verschil zit vooral in de reikwijdte.

Analytische cookies blijven meestal binnen één website.

Tracking cookies verzamelen informatie van meerdere websites tegelijk.

Hoe werken tracking cookies voor adverteren?

Tracking cookies plaatsen advertentienetwerken op jouw apparaat wanneer je een website bezoekt.

Deze cookies krijgen een uniek identificatienummer dat aan jou gekoppeld wordt.

Het proces werkt als volgt:

  1. Je bezoekt een webshop en bekijkt een product
  2. De website plaatst een tracking cookie op jouw apparaat
  3. Het advertentienetwerk registreert je surfgedrag
  4. Je bezoekt andere websites binnen hetzelfde netwerk
  5. Je ziet advertenties voor het eerder bekeken product

De cookies verzamelen verschillende soorten gegevens.

Denk aan je IP-adres, bezochte webpagina’s, klikgedrag en soms zelfs apparaatinformatie.

Deze data worden gecombineerd tot een interesseprofiel.

Adverteerders gebruiken dit profiel om te bepalen welke advertenties ze je tonen.

Iemand die sportschoenen bekijkt, ziet later advertenties voor sportkleding.

Dit noemen we gedragsgerichte advertenties.

Gebruik van analytics in het online advertentieproces

Analytics-tools zoals Google Analytics meten het succes van online advertenties.

Ze tonen hoeveel mensen op advertenties klikken en wat ze daarna doen op je website.

Deze tools gebruiken analytische cookies om bezoekers te volgen.

Je ziet welke advertenties leiden tot verkopen en welke niet werken.

Deze informatie helpt je advertentiebudget effectiever te besteden.

Belangrijke metrics die analytics meten:

  • Aantal bezoekers per advertentie
  • Conversiepercentage (hoeveel bezoekers kopen)
  • Gemiddelde besteedde tijd op de website
  • Afgebroken winkelwagentjes
  • Kosteneffectiviteit per advertentiekanaal

Remarketing combineert tracking cookies met analytics.

Je maakt doelgroepen van bezoekers die specifieke acties uitvoerden.

Een veelgebruikte strategie is het opnieuw bereiken van mensen die producten in hun winkelwagentje hadden maar niet afrekenden.

De analytische data laten ook zien welke pagina’s bezoekers verwarren of waar ze de website verlaten.

Deze inzichten gebruik je om zowel je website als je advertenties te verbeteren.

Wettelijk kader in Nederland: regelgeving en toezicht

Een groep professionals werkt samen aan een tafel met laptops en documenten, met op de achtergrond een scherm met juridische symbolen en een kaart van Nederland.

Online adverteren in Nederland valt onder meerdere wetten die samen bepalen wat wel en niet mag.

De Telecommunicatiewet regelt het gebruik van cookies, terwijl de AVG geldt voor persoonsgegevens.

De Autoriteit Persoonsgegevens en ACM houden toezicht op naleving.

Telecommunicatiewet en artikel 11.7a tw

De Telecommunicatiewet bevat specifieke regels over elektronische communicatie, waaronder het gebruik van cookies.

Artikel 11.7a tw staat ook wel bekend als de Cookiewet.

Deze wet vereist dat u toestemming vraagt voordat u cookies plaatst op apparaten van bezoekers.

U moet duidelijk uitleggen welke cookies u gebruikt en waarvoor.

Pre-checked boxes zijn niet toegestaan.

Toezichthouders en rechters hebben bepaald dat vooraf aangevinkte keuzes in strijd zijn met de wet.

Bezoekers moeten actief instemmen.

De wet geldt voor alle soorten tracking technologie, niet alleen cookies.

Dit omvat ook andere vormen van online tracking software.

Overtredingen kunnen leiden tot forse boetes of andere maatregelen van toezichthouders.

AVG en Algemene verordening gegevensbescherming

Wanneer cookies persoonsgegevens verzamelen, geldt naast de Telecommunicatiewet ook de Algemene Verordening Gegevensbescherming.

De AVG stelt extra eisen aan hoe u met deze gegevens omgaat.

U moet bezoekers informeren over welke persoonsgegevens u verzamelt en waarom.

Ook moet u uitleggen hoelang u de gegevens bewaart en met wie u ze deelt.

Bezoekers hebben het recht om hun gegevens in te zien, te corrigeren of te laten verwijderen.

Voor tracking cookies die persoonsgegevens verwerken, moet u aan beide wetten voldoen.

Dit betekent dat u zowel toestemming nodig heeft volgens de Cookiewet als een geldige grondslag volgens de AVG.

Rechtbanken hebben recent geoordeeld dat tracking cookies zonder toestemming in strijd zijn met grondrechten en de AVG.

Rol van toezichthouders: AP en ACM

De Autoriteit Persoonsgegevens houdt toezicht op cookies en privacybescherming.

De Autoriteit Consument & Markt richt zich op eerlijke concurrentie en consumentenbescherming.

Sinds 2024 controleert de AP strenger.

De toezichthouder heeft extra budget gekregen om vaker te controleren of websites correct toestemming vragen.

De AP gebruikt een speciaal hulpmiddel dat snel controleert of cookiebanners aan de eisen voldoen.

Bij overtredingen stuurt de AP eerst een waarschuwingsbrief.

U krijgt dan de kans om uw cookiebanner aan te passen.

Weigert u dit of zijn de overtredingen ernstig? Dan volgen boetes of andere sancties.

Het eerste bedrijf dat een cookieboete ontving was Kruidvat.nl, met een boete van 600.000 euro.

Ze plaatsten tracking cookies zonder geldige toestemming.

Heeft u vragen over cookies? Neem eerst contact op met de website-eigenaar.

U kunt ook een klacht indienen bij de AP als u geen antwoord krijgt.

Europese ePrivacyrichtlijn en e-privacyrichtlijn

De Europese ePrivacyrichtlijn vormt de basis voor de Nederlandse Cookiewet.

Deze richtlijn beschermt privacy bij elektronische communicatie in alle EU-lidstaten.

Nederland heeft deze richtlijn geïmplementeerd in artikel 11.7a van de Telecommunicatiewet.

De ePrivacyrichtlijn stelt minimumvereisten waar alle lidstaten zich aan moeten houden.

Landen mogen wel strengere regels invoeren.

De AP werkt internationaal samen met andere Europese toezichthouders.

Ze delen kennis over cookietoezicht en ontwikkelen samen nieuwe controlemethoden.

Deze samenwerking zorgt voor meer consistentie in handhaving tussen verschillende EU-landen.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties maakt in afstemming met de minister voor Rechtsbescherming budget vrij voor aanvullend toezicht.

Dit betekent dat u moet verwachten dat controles op cookies de komende jaren intensiever worden.

Toestemming voor tracking cookies: eisen en implementatie

Websites die tracking cookies gebruiken moeten voldoen aan strikte eisen voor toestemming onder de AVG en de Telecommunicatiewet.

De toestemming moet aan vier voorwaarden voldoen en bezoekers moeten vooraf duidelijke informatie krijgen over wat er met hun gegevens gebeurt.

Geldige toestemming en rechtsgeldige toestemming

Rechtsgeldige toestemming voor tracking cookies moet aan vier eisen voldoen: vrij, specifiek, geïnformeerd en ondubbelzinnig. Dit betekent dat websitebezoekers een echte keuze moeten hebben om cookies te accepteren of te weigeren.

Vrije toestemming houdt in dat bezoekers geen nadelige gevolgen ondervinden als zij cookies weigeren. U mag geen cookiewall gebruiken die toegang tot uw website blokkeert bij weigering.

Dit is volgens de AVG verboden omdat bezoekers dan geen echte keuze hebben.

Specifieke toestemming vereist dat u per doel of categorie om toestemming vraagt. Algemene doeleinden zoals “verbeteren van de dienstverlening” zijn niet specifiek genoeg.

U moet concreet aangeven waarvoor u cookies plaatst, bijvoorbeeld voor gerichte advertenties of marktanalyse.

Geïnformeerde toestemming betekent dat bezoekers voldoende informatie krijgen voordat zij toestemming geven. Ondubbelzinnige toestemming vereist een actieve handeling van de bezoeker, zoals klikken op een “Accepteren” knop.

Vooraf aangevinkte vakjes of stilzwijgende toestemming door verder scrollen zijn niet geldig.

Transparante informatie voor websitebezoekers

U moet websitebezoekers informeren over de verwerking van persoonsgegevens voordat zij toestemming geven. Deze informatie moet de volgende onderwerpen dekken:

  • Welke persoonsgegevens u verzamelt (IP-adressen, bezochte pagina’s, cookie-inhoud, referrer-URL)
  • De doeleinden van de gegevensverwerking
  • Ontvangers en categorieën van ontvangers van de gegevens
  • De bewaartermijn per cookie
  • Hoe bezoekers hun toestemming kunnen intrekken

Noem advertentienetwerken, social media en andere partijen die via uw website tracking cookies plaatsen bij naam. Vermeld ook de namen van de cookies en leg uit waarvoor elk type cookie wordt gebruikt.

Een bewaartermijn van een half jaar of langer is vaak te lang. Let op dat de termijn bij elk bezoek opnieuw start, waardoor de cookie praktisch onbeperkt actief blijft.

Toestemming weigeren en intrekken

Websitebezoekers moeten cookies kunnen weigeren zonder nadelige gevolgen. De mogelijkheid om te weigeren moet even zichtbaar en gemakkelijk zijn als de optie om te accepteren.

Dit betekent dat beide knoppen in uw cookiebanner even opvallend moeten zijn. Informeer bezoekers hoe zij hun toestemming kunnen intrekken voordat zij de keuze maken.

Dit kan bijvoorbeeld via cookie-instellingen die altijd toegankelijk zijn via een link in de footer van uw website. Na intrekking moet u onmiddellijk stoppen met het plaatsen van nieuwe tracking cookies.

U moet ook de reeds geplaatste cookies verwijderen of deze niet meer uitlezen. Bewaar een registratie van wanneer bezoekers toestemming hebben gegeven of ingetrokken, zodat u kunt aantonen dat u aan de regels voldoet.

Cookiebanners en cookie-instellingen

Een goede cookiebanner geeft bezoekers duidelijke keuzemogelijkheden op het eerste niveau. U mag geen cookies plaatsen voordat de websitebezoeker actief toestemming heeft gegeven.

Niet toegestaan in cookiebanners:

  • Standaardinstellingen waarbij alle categorieën al zijn aangevinkt
  • Cookiewalls die toegang tot de website blokkeren bij weigering
  • Toestemming afleiden uit verder scrollen of swipen
  • Onduidelijke of verborgen weigeringsmogelijkheden

Wel toegestaan en aanbevolen:

  • Duidelijke “Accepteren” en “Weigeren” knoppen op het eerste niveau
  • Mogelijkheid om per categorie cookies te accepteren of weigeren
  • Link naar gedetailleerde cookie-instellingen
  • Niet-actieve social media knoppen die pas na klikken cookies plaatsen

Uw cookiebanner moet eenvoudige taal gebruiken die bezoekers begrijpen. Zorg dat de banner niet het grootste deel van het scherm bedekt en dat de weigeren-knop net zo opvallend is als de accepteren-knop.

Test uw cookiebanner regelmatig om te controleren of deze correct werkt en geen cookies plaatst voor toestemming.

Uitzonderingen: functionele en beperkt analytische cookies

Niet alle cookies vereisen toestemming van bezoekers. Functionele cookies mogen zonder toestemming geplaatst worden omdat ze noodzakelijk zijn voor het functioneren van je website.

Beperkt analytische cookies zijn sinds 2025 ook toegestaan zonder expliciete toestemming, mits ze geen persoonsgegevens verwerken.

Wat zijn functionele cookies?

Functionele cookies zijn nodig om je website of app goed te laten werken. Je mag deze cookies plaatsen zonder eerst toestemming te vragen.

Deze cookies onthouden bijvoorbeeld de producten in het winkelmandje van een bezoeker. Ze zorgen ervoor dat inloggegevens bewaard blijven tijdens een sessie.

Ook kunnen ze taalvoorkeuren of andere basisinstellingen opslaan. De Telecommunicatiewet maakt een uitzondering voor deze cookies omdat ze niet privacygevoelig zijn.

Ze maken geen of weinig inbreuk op de privacy van bezoekers. Je moet bezoekers wel informeren over het gebruik van deze cookies in je privacyverklaring.

Beperkt analytische cookies en privacy

Beperkt analytische cookies vallen sinds april 2025 onder gerechtvaardigd belang. De Autoriteit Persoonsgegevens heeft de Telecommunicatiewet aangepast zodat deze cookies geen toestemming meer nodig hebben.

Deze aanpassing geldt alleen als de cookies geen persoonsgegevens verwerken. Je mag geen IP-adressen of unieke identificatienummers opslaan.

De data moet anoniem blijven en mag niet gekoppeld worden aan individuele gebruikers. Je moet bezoekers informeren via je privacyverklaring.

Daar leg je uit welke analytische cookies je gebruikt en voor welk doel. Een cookiebanner is niet verplicht voor deze categorie, maar transparantie blijft belangrijk.

Voorbeelden: winkelmandje en bezoekersaantallen

Het winkelmandje is het meest voorkomende voorbeeld van een functionele cookie. Deze cookie onthoudt welke producten een bezoeker heeft geselecteerd.

Zonder deze cookie zou het winkelmandje leeg zijn na elke pagina. Bezoekersaantallen meten behoort tot beperkt analytische cookies.

Je mag bijhouden hoeveel mensen je website bezoeken en welke pagina’s populair zijn. Dit mag zonder toestemming als je geen persoonlijke data verzamelt.

Andere voorbeelden zijn inlogstatus, taalinstelling en beveiligingscookies. Deze vallen allemaal onder functionele cookies en vereisen geen cookiebanner.

Praktische tips voor cookiecompliance en marketingdoeleinden

Cookiecompliance vereist zorgvuldig ontwerp van je cookiebanner, helder cookiebeleid en actieve monitoring van je cookiepraktijken.

Als verwerkingsverantwoordelijke draag je de verantwoordelijkheid voor correcte gegevensbescherming terwijl je tegelijk je marketingdoeleinden bereikt.

Ontwerp van heldere cookiebanners

Je cookiebanner moet twee knoppen op de eerste laag tonen: ‘alles accepteren’ en ‘alles weigeren’. Deze knoppen moeten even groot en zichtbaar zijn.

Als je gebruikers toestemming vraagt voor tracking cookies, mogen ze niet benadeeld worden wanneer ze weigeren. Bied een ‘meer opties’ knop aan waar gebruikers per type cookie kunnen kiezen.

Schakel alle toggles en vinkjes voor onnodige cookies standaard uit. Gebruikers moeten zelf actief klikken om deze in te schakelen.

Plaats op elke pagina een link naar ‘cookie-instellingen’ in de footer. Gebruikers moeten hun toestemming even makkelijk kunnen intrekken als geven.

Leg in de cookiebanner zelf uit hoe ze hun keuze later kunnen aanpassen.

Cookiebeleid en gegevensbescherming

Je cookiebeleid moet helder uitleggen welke cookies je gebruikt en waarom. Onderscheid functionele cookies van tracking cookies voor marketingdoeleinden.

Noem per type cookie welke persoonsgegevens je verzamelt en met welke derde partijen je deze deelt. Leg uit hoe lang cookies geldig blijven en waar gebruikers meer informatie kunnen vinden.

Beschrijf de risico’s voor privacy bij tracking cookies zoals gedragsmonitoring en gepersonaliseerde reclame. Verwijs naar relevante wetgeving zoals de AVG en de Telecommunicatiewet.

Een cookie factsheet kan helpen om complexe informatie begrijpelijk te maken voor bezoekers. Update je cookiebeleid regelmatig wanneer je cookiepraktijken veranderen.

Rol van verwerkingsverantwoordelijke

Als verwerkingsverantwoordelijke ben je verantwoordelijk voor alle cookiepraktijken op je website. Dit geldt ook voor cookies die externe partijen plaatsen via scripts of iframes op je website.

Controleer daarom alle externe content en tracking tools die je gebruikt. Sluit verwerkersovereenkomsten af met partijen die persoonsgegevens voor je verwerken.

Denk aan analytics providers en advertentieplatforms. Deze overeenkomsten moeten beschrijven welke gegevens worden verwerkt en hoe deze worden beveiligd.

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) stuurt waarschuwingsbrieven naar organisaties die onnodige tracking cookies gebruiken zonder geldige toestemming. Je krijgt dan drie maanden om aanpassingen door te voeren.

Monitoren en aanpassen van cookiepraktijken

Test regelmatig of je website geen onnodige cookies plaatst voordat gebruikers toestemming geven. Gebruik browsertools of gespecialiseerde software om alle cookies te controleren die worden geplaatst.

Check ook wat er gebeurt wanneer gebruikers toestemming weigeren. Controleer dat tracking cookies niet worden geladen via externe scripts voordat toestemming is gegeven.

Dit geldt bijvoorbeeld voor Google Analytics, Facebook Pixel en andere marketingtools. Gebruik cookie consent management platforms die deze scripts blokkeren totdat toestemming wordt gegeven.

Documenteer je cookiepraktijken en bewaar bewijzen van toestemming. Maak een overzicht van alle cookies met hun doel, bewaartermijn en juridische grondslag.

Update dit overzicht wanneer je nieuwe marketing tools toevoegt of verwijdert.

Handhaving, waarschuwingen en recente rechtszaken

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en Autoriteit Consument & Markt (ACM) nemen striktere maatregelen tegen bedrijven die tracking cookies plaatsen zonder juiste toestemming. Recente rechtszaken en overheidsbeleid tonen aan dat handhaving serieuzer wordt genomen.

Waarschuwingsbrieven en toezicht door AP en ACM

De AP en ACM sturen waarschuwingsbrieven naar bedrijven die de cookiewetgeving overtreden. Deze toezichthouders bepalen wat wel en niet is toegestaan bij het gebruik van tracking cookies op Nederlandse websites.

Belangrijke regels die worden gehandhaafd:

  • Je mag keuzes niet vooraf aanvinken in cookie banners
  • Toestemming moet actief worden gegeven door de gebruiker
  • Cookie walls zijn in veel gevallen niet toegestaan

De toezichthouders kunnen boetes opleggen als je de regels niet volgt. Het toezicht wordt strenger sinds bedrijven systematisch de regels negeren.

Je moet aantoonbare toestemming hebben voordat je tracking cookies plaatst.

Relevante Kamerbrieven en beleid vanuit de overheid

De Tweede Kamer ontving meerdere Kamerbrieven over het toezicht op cookies en online tracking. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties maakt budget vrij voor extra toezicht door de AP.

In november 2023 vond een schriftelijk overleg plaats over de bescherming van online gegevens. Het kabinet zet actief in op handhaving van de cookiewetgeving.

Dit betekent dat je meer controles kunt verwachten. Vanaf 2024 krijgt de AP meer middelen om toezicht te houden.

Dit heeft directe gevolgen voor jouw advertentiepraktijken als je tracking gebruikt.

Vonnis rechtbank Amsterdam en casus Criteo

De rechtbank Amsterdam oordeelde dat technologiebedrijven geen tracking cookies mogen plaatsen zonder toestemming. Deze uitspraak bevestigt dat het plaatsen van cookies zonder toestemming in strijd is met grondrechten en de AVG.

Het vonnis heeft betrekking op een advertentiebedrijf dat tracking cookies gebruikte zonder juiste toestemming. De rechter stelde dat dit niet is toegestaan.

Deze zaak toont aan dat je als adverteerder aansprakelijk bent voor illegale tracking. Je kunt via een civiele procedure schadevergoeding eisen als je bent benadeeld door illegale tracking.

Dit maakt het risico voor bedrijven die de regels overtreden groter.

Impact van recente handhaving op advertentiepraktijken

De strengere handhaving verandert hoe je online mag adverteren in Nederland. Je moet je cookie banners aanpassen om te voldoen aan de eisen van de toezichthouders.

Concrete gevolgen voor jouw advertenties:

  • Minder data beschikbaar voor remarketing zonder toestemming
  • Lagere conversieratio’s als gebruikers geen cookies accepteren
  • Hogere kosten voor compliant advertentieoplossingen
  • Meer transparantie vereist over datagebruik

Adverteerders zoeken alternatieven zoals contextual advertising die geen tracking vereisen. Je moet investeren in first-party data en toestemmingsmanagement.

Veelgestelde vragen

Nederlandse wetgeving stelt specifieke eisen aan het gebruik van tracking cookies, analytics en remarketing. Organisaties moeten voldoen aan zowel de Telecommunicatiewet als de AVG om juridische risico’s te vermijden.

Wat zijn de wettelijke vereisten voor het plaatsen van tracking cookies bij online adverteren in Nederland?

Je moet toestemming vragen voordat je tracking cookies plaatst op de apparaten van bezoekers. Deze regel staat in artikel 11.7a van de Telecommunicatiewet, ook wel de Cookiewet genoemd.

Vooraf aangevinkte vakjes zijn niet toegestaan. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) en de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) hebben dit duidelijk vastgesteld.

Je bezoekers moeten actief een keuze maken om in te stemmen met tracking cookies. Tracking cookies verzamelen informatie over het internetgedrag van bezoekers over meerdere websites.

Dit gebeurt vaak om gepersonaliseerde advertenties of aanbiedingen te tonen.

Hoe kan ik aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) voldoen bij het gebruik van analytics voor mijn website?

Je moet de AVG naleven wanneer jouw cookies persoonsgegevens verzamelen. Dit geldt naast de verplichtingen uit de Telecommunicatiewet.

Analytics tools verzamelen vaak gegevens die herleidbaar zijn tot individuele gebruikers. Vraag toestemming voordat je analytics cookies plaatst die niet strikt noodzakelijk zijn.

Geef bezoekers een duidelijke keuze over welke cookies ze accepteren. Je moet ook uitleggen welke gegevens je verzamelt en waarom.

Beperk de gegevens die je verzamelt tot wat je echt nodig hebt. Bewaar analytics data niet langer dan noodzakelijk voor jouw doeleinden.

Op welke manieren dien ik toestemming te vragen voor het gebruik van remarketing tools binnen Nederlandse wetgeving?

Jouw cookiebanner moet bezoekers actieve toestemming laten geven. Een passieve banner waarbij je doorklikt zonder keuze te maken is niet voldoende.

Remarketing cookies volgen gebruikers over meerdere websites en vereisen daarom expliciete toestemming. Je moet bezoekers de mogelijkheid geven om verschillende soorten cookies afzonderlijk te accepteren of af te wijzen.

Een alles-of-niets keuze voldoet niet aan de wettelijke eisen. Plaats geen remarketing cookies voordat je toestemming hebt ontvangen.

Het verzamelen van gegevens mag pas beginnen na een actieve instemming van de bezoeker.

Wat zijn de consequenties van niet-naleving van de Nederlandse regelgeving op het gebied van cookies en online tracking?

De AP stuurt waarschuwingsbrieven naar organisaties die tracking cookies gebruiken zonder geldige toestemming. Dit is een eerste stap in het handhavingsproces.

Toezichthouders kunnen boetes opleggen bij overtreding van de cookieregels. De hoogte van boetes hangt af van de ernst en duur van de overtreding.

Nederlandse rechtbanken hebben in meerdere zaken geoordeeld dat het plaatsen van tracking cookies zonder toestemming in strijd is met grondrechten en de AVG. Je riskeert schade aan jouw reputatie wanneer je de privacyregels overtreedt.

Gebruikers vertrouwen organisaties minder die niet zorgvuldig omgaan met hun gegevens.

Hoe kan ik mijn advertentiestrategieën aanpassen om tegemoet te komen aan de privacyrechten van gebruikers?

Focus op advertentiemethoden die minder afhankelijk zijn van tracking cookies. Contextual advertising plaatst advertenties op basis van de inhoud van een pagina in plaats van het gedrag van gebruikers.

Gebruik first-party data die je met toestemming verzamelt via jouw eigen website. Deze gegevens zijn waardevoller en blijven binnen de grenzen van de privacywetgeving.

Je kunt klanten vragen om zich in te schrijven voor nieuwsbrieven of accounts waarbij je duidelijk uitlegt welke voordelen zij krijgen. Overweeg analytics oplossingen die privacy-vriendelijk zijn.

Sommige tools bieden geanonimiseerde data die niet onder de strikte toestemmingsvereisten vallen.

Wat zijn de beste praktijken voor het verstrekken van duidelijke en volledige informatie aan gebruikers over het gebruik van cookies?

Schrijf jouw cookieverklaring in begrijpelijke taal zonder juridisch jargon. Leg uit welke cookies je gebruikt, wat ze doen en waarom je ze plaatst.

Maak een onderscheid tussen verschillende soorten cookies in jouw verklaring. Benoem functionele cookies, analytische cookies en marketing cookies apart.

Geef voor elke categorie aan of toestemming nodig is. Houd jouw cookieverklaring actueel en toegankelijk.

Plaats een link naar deze verklaring in jouw cookiebanner en footer. Bezoekers moeten op elk moment hun eerder gegeven toestemming kunnen intrekken.

Twee politieagenten in uniform.
Nieuws

Politie Fouten en Schadevergoeding: Uw Rechten bij Onrechtmatig Politieoptreden

Inleiding

Wanneer de politie in Nederland fouten maakt tijdens hun werk, kunnen burgers daar ernstige schade door ondervinden. Steeds meer processen-verbaal bevatten fouten, waardoor tienduizenden overtreders vrijuit gaan. Deze fouten leiden tot miljoenen aan misgelopen boete-inkomsten voor de staatskas. Dit artikel behandelt uw juridische mogelijkheden wanneer u slachtoffer bent geworden van onrechtmatig politieoptreden en hoe u schadevergoeding kunt verkrijgen.

Deze informatie is bedoeld voor iedereen die schade heeft geleden door een fout van de politie – van onterechte arrestaties tot buitensporig geweldgebruik of onjuiste processen verbaal. Niet alleen politieagenten, maar ook boa’s (buitengewoon opsporingsambtenaren) maken processen-verbaal op en zijn betrokken bij de handhaving, bijvoorbeeld bij overtredingen als openbare ordeverstoring en vuurwerkoverlast. We behandelen specifiek welke fouten juridisch aanvechtbaar zijn en welke stappen buiten de scope vallen, zoals reguliere klachtenprocedures zonder schadeclaim. Of u nu zelf betrokken was bij een incident of een naaste helpen wilt, dit artikel biedt concrete handvatten.

Direct antwoord: Ja, u kunt schadevergoeding krijgen wanneer de politie onrechtmatig heeft gehandeld. Schakel Law & More in om dit recht te zetten en uw claim professioneel te laten behandelen.

Wat u uit dit artikel haalt:

  • Inzicht in welke politiebevoegdheden bestaan en wanneer deze worden overschreden
  • Concrete voorbeelden van veel voorkomende politiefouten met juridische gevolgen
  • Een duidelijke procedure om schadevergoeding te verkrijgen via Law & More
  • Praktische oplossingen voor veelvoorkomende uitdagingen bij uw claim
  • Contactgegevens en aanvullende informatie voor verdere stappen

Taken en Verantwoordelijkheden van de Nederlandse Politie

De Nationale Politie (Korps Nationale Politie) is sinds 2013 de enige politie-eenheid in Nederland, verantwoordelijk voor handhaving van de openbare orde, opsporing van misdrijven en overtredingen, en het verlenen van hulp aan burgers in nood. Deze taken worden uitgevoerd onder politieke verantwoordelijkheid van de Minister van Justitie en Veiligheid, zoals vastgelegd in de Politiewet 2012.

De politie werkt in de lokale driehoek nauw samen met de burgemeester en het Openbaar Ministerie om veiligheidsissues effectief aan te pakken. Daarnaast zijn er samenwerkingsverbanden tussen politie en gemeenten, waarbij teams met gedeelde bevoegdheden worden ingezet om overlast en criminaliteit doelgericht te bestrijden. In deze teams spelen ook boa’s (buitengewoon opsporingsambtenaren) een belangrijke rol als handhavers; zij treden samen met de politie op en zijn bevoegd om controles uit te voeren en processen-verbaal op te maken voor overtredingen zoals baldadigheid, wildplassen en vuurwerkoverlast. De politie is bovendien verantwoordelijk voor de naleving van wet- en regelgeving, waaronder verkeersregels zoals snelheid en alcoholgebruik.

Het is belangrijk te begrijpen waarom correcte uitvoering van deze taken essentieel is: wanneer agenten buiten hun bevoegdheden treden of onzorgvuldig handelen, kan dit ernstige gevolgen hebben voor burgers. Onterechte verdenkingen, disproportioneel geweld of procedurele onvolkomenheden kunnen leiden tot materiële en immateriële schade waarvoor u recht heeft op vergoeding.

Wettelijke Bevoegdheden

De politie beschikt over bijzondere bevoegdheden die gewone burgers niet hebben. Dit omvat het staande houden en aanhouden van een verdachte, het doorzoeken van tassen, en – met toestemming van de officier van justitie – het betreden en doorzoeken van woningen. Daarnaast heeft de politie het zogeheten geweldsmonopolie: zij mogen onder strikte voorwaarden fysieke dwang gebruiken.

Politiewerk is verdeeld in basispolitiezorg en specialistische functies zoals cybercrime en forensisch onderzoek.

Deze bevoegdheden zijn echter aan strenge regels gebonden. Wanneer een agent handelt zonder wettelijke grondslag, zonder de vereiste toestemming, of buiten de grenzen van proportionaliteit, is er sprake van onrechtmatig optreden. In dat geval ontstaat aansprakelijkheid van de Staat voor de geleden schade. Het Openbaar Ministerie stelt bovendien hoge eisen aan de kwaliteit van processen-verbaal voordat een strafrechtelijke reactie kan worden opgelegd.

Zorgvuldigheidseisen

Naast wettelijke grenzen gelden zorgvuldigheidsnormen bij elk politieoptreden. Dit betekent dat agenten hun werk moeten uitvoeren met respect voor de identiteit en waardigheid van burgers, dat processen verbaal nauwkeurig en waarheidsgetrouw moeten zijn, en dat geweldgebruik altijd proportioneel en subsidiair moet blijven.

Ruim een derde van de processen-verbaal wordt teruggestuurd naar de politie en handhaving vanwege fouten. Dit geldt niet alleen voor processen-verbaal van politieagenten, maar ook voor die van boa’s (buitengewoon opsporingsambtenaren), waarvan de kwaliteit eveneens kritisch wordt beoordeeld. In slechts de helft van deze gevallen worden de fouten daadwerkelijk hersteld, waardoor veel overtreders onterecht vrijuit gaan. De hogere foutmarge in processen-verbaal wordt bovendien toegeschreven aan de invoering van een digitaal controlesysteem.

Deze zorgvuldigheidseisen vormen de juridische basis voor aansprakelijkheid. Wanneer blijkt dat de politie onzorgvuldig heeft gehandeld, staat de weg open naar schadevergoeding. Dit brengt ons bij de concrete fouten die in de praktijk voorkomen en hun juridische gevolgen.

Veel Voorkomende Politiefouten en Juridische Gevolgen

Nu u begrijpt welke taken en normen voor de politie gelden, kijken we naar specifieke situaties waarin het misgaat. Fouten in processen-verbaal worden niet alleen door politieagenten gemaakt; ook boa’s maken hier soms fouten, aangezien handhavers mee werken aan het opstellen van processen-verbaal. Door informatie-uitwisseling tussen politie, handhavers en zorgprofessionals kan er bovendien sneller op situaties worden ingespeeld. Het onderzoek naar politiefouten toont aan dat deze variëren van administratieve onzorgvuldigheden tot ernstig machtsmisbruik – elk met eigen juridische implicaties.

Fouten in Processen-Verbaal

Processen-verbaal vormen de basis van strafrechtelijke procedures, maar bevatten regelmatig fouten. Ruim een derde van de processen-verbaal wordt teruggestuurd naar de politie en handhaving vanwege fouten. In slechts de helft van deze gevallen worden de fouten daadwerkelijk hersteld. De kwaliteit van de processen-verbaal is daarmee een belangrijk aandachtspunt, omdat gebrekkige kwaliteit directe gevolgen heeft voor de rechtspraak en de afhandeling van zaken. Dit kan gaan om onjuiste weergave van feiten, weggelaten ontlastende informatie, of het opleggen van onjuiste kwalificaties aan gedragingen zoals baldadigheid, wildplassen, vuurwerkoverlast of rijden zonder rijbewijs. Wanneer zulke onvolkomenheden leiden tot onterechte vervolging of veroordeling, is de schade aanzienlijk. U kunt denken aan boete inkomsten misgelopen, reputatieschade, of kosten voor rechtsbijstand die achteraf onnodig blijken.

Onrechtmatige Arrestatie of Detentie

Een arrestatie is alleen rechtmatig wanneer er voldoende verdenking bestaat van een strafbaar feit. In de praktijk gebeurd het dat burgers onterecht als verdachte worden aangemerkt, te lang worden vastgehouden, of zonder geldige reden op straat worden staande gehouden. De gevolgen zijn ingrijpend: vrijheidsberoving, stress, en vaak materiele schade doordat werk of afspraken niet door kunnen gaan. Het openbaar ministerie dient in zulke gevallen schadevergoeding toe te kennen, maar dit gaat niet automatisch – juridische bijstand is vaak noodzakelijk.

Geweldgebruik en Machtsmisbruik

Het geweldsmonopolie van de politie is aan strikte voorwaarden gebonden: geweld mag alleen als uiterste middel, proportioneel aan de dreiging, en nadat andere middelen niet laten werken. Wanneer agenten buitensporig geweld gebruiken – of dit nu bij een aanhouding is of tijdens handhaving bij evenementen – ontstaat civielrechtelijke en soms strafrechtelijke aansprakelijkheid.

Kernpunten van deze sectie:

  • Administratieve fouten kunnen leiden tot onterechte vervolging
  • Onrechtmatige vrijheidsberoving geeft recht op schadevergoeding
  • Disproportioneel geweld is altijd aanvechtbaar

Met deze kennis kunt u beoordelen of uw situatie in aanmerking komt voor een schadeclaim. De volgende stap is te begrijpen hoe u deze vergoeding daadwerkelijk verkrijgt.

Procedure voor Schadevergoeding bij Politiefouten

Nu u weet welke fouten juridisch relevant zijn, is het belangrijk te begrijpen hoe u uw recht op schadevergoeding kunt effectueren. Law & More helpen u door dit proces, dat uit verschillende fasen bestaat.

Stappen om Schadevergoeding te Verkrijgen

Neem contact op met Law & More wanneer u vermoedt slachtoffer te zijn van politiefouten. Wacht niet te lang – verjaringstermijnen kunnen uw claim onmogelijk maken.

  1. Intake en analyse: Uw advocaat analyseert de feiten en verzamelt relevante documentatie zoals processen verbaal, medische rapporten, en getuigenverklaringen
  2. Juridische beoordeling: Er wordt beoordeeld of de politie onrechtmatig heeft gehandeld en welke schade hieruit voortvloeit
  3. Aansprakelijkstelling: Een brief wordt gestuurd naar de verantwoordelijke instantie waarin aansprakelijkheid wordt gesteld
  4. Onderhandeling of procedure: Law & More onderhandelt namens u of start een gerechtelijke procedure als resultaat uitblijft
  5. Uitbetaling: Bij succesvolle afronding ontvangt u de toegekende schadevergoeding

Soorten Schade en Vergoedingen

Type SchadeVoorbeeldenIndicatie Vergoeding
Materiële schadeInkomstenderving, advocaatkosten, beschadigde eigendommenVolledige vergoeding op basis van cijfers en bonnen
Immateriële schadePsychisch leed, reputatieschade, aantasting privacy€50 – €200+ per dag onterechte detentie
Lichamelijk letselVerwondingen door geweldgebruikAfhankelijk van ernst en blijvende gevolgen
GevolgschadeVerlies van baan, relatieproblemen als gevolgMits causaal verband aantoonbaar

De exacte vergoeding hangt af van uw specifieke situatie. Law & More kan na analyse een realistisch beeld geven van wat haalbaar is. Dit helpt bij de afweging om een procedure te starten. Nu bespreken we veelvoorkomende problemen die u tegen kunt komen.

Veelvoorkomende Uitdagingen en Oplossingen

Het claimen van schadevergoeding bij politiefouten kent praktische obstakels. Hier vindt u de meest voorkomende uitdagingen en hoe u deze kunt overwinnen.

Bewijs Verzamelen

De politie maakt geen gebruik van beelden of rapportages die hen belasten. Verzamel daarom zelf zo snel mogelijk bewijs: noteer namen en telefoonnummer van getuigen, maak foto’s van verwondingen of schade, en vraag derden om schriftelijke verklaringen. Law & More kan via juridische wegen aanvullend bewijs opvragen, zoals camerabeelden of interne rapportages.

Verjaringstermijnen

Wacht niet te lang met het nemen van actie. Voor onrechtmatige overheidsdaad geldt een verjaringstermijn van vijf jaar, maar voor specifieke claims kunnen kortere termijnen gelden. Het is belangrijk om binnen een week na het incident alvast een eerste melding te maken en juridisch advies in te winnen.

Samenwerking met Autoriteiten

Het kan contra-intuïtief aanvoelen om schadevergoeding te eisen van dezelfde overheid die u heeft benadeeld. Law & More heeft ervaring met het navigeren van deze complexiteit. Zij onderhouden professioneel contact met het openbaar ministerie en andere instanties, waardoor uw claim serieus wordt genomen zonder onnodige escalatie.

Met deze informatie bent u voorbereid op de praktische kant van uw claim. Nu vatten we samen wat u moet doen.

Conclusie en Vervolgstappen

De politie in Nederland vervult een essentiële rol in onze samenleving, maar maakt ook fouten. Wanneer onrechtmatig politieoptreden u schade heeft berokkend, staat de wet aan uw kant. U heeft recht op vergoeding van materiële en immateriële schade, mits u tijdig en correct handelt.

Uw concrete vervolgstappen:

  1. Documenteer alles wat er is gebeurd zo snel mogelijk
  2. Verzamel contactgegevens van getuigen en bewaar alle relevante stukken
  3. Neem via de website of per brief contact op met Law & More voor een vrijblijvende intake
  4. Laat een advocaat de haalbaarheid van uw claim beoordelen
  5. Beslis op basis van professioneel advies of u een procedure wilt starten

Gerelateerde onderwerpen die u mogelijk wilt verkennen zijn het indienen van een formele klacht bij de politie zelf, of het melden van ernstige misstanden bij de Rijksrecherche wanneer strafrechtelijke vervolging van agenten aan de orde is.

Aanvullende Informatie

Relevante instanties:

  • Rijksrecherche – voor onderzoek naar strafbare feiten door politieambtenaren
  • Nationale Ombudsman – voor klachten over onbehoorlijk overheidsoptreden
  • Autoriteit Persoonsgegevens – wanneer uw identiteit of persoonsgegevens onrechtmatig zijn verwerkt

Belangrijke telefoonnummers politie:

  • 112 – voor spoed, levensbedreigende situaties of heterdaadmeldingen
  • 0900 – 88 44 – voor niet-spoedeisende zaken
  • 0800 – 60 70 – Opsporingstiplijn voor tips over misdrijven
  • 088 – 661 77 34 – Team Criminele Inlichtingen voor het melden van ernstige misdrijven

Voor doven en slechthorenden is de app Tolkcontact beschikbaar om contact op te nemen met de politie. Uw dichtstbijzijnde politiebureau vindt u door uw postcode of woonplaats in te voeren op de politie website.

Wettelijk kader:

  • Politiewet 2012, artikel 3 – taken en bevoegdheden politie
  • Burgerlijk Wetboek, Boek 6 – onrechtmatige daad en schadevergoeding
  • Wetboek van Strafvordering – regels omtrent aanhouding en detentie

Praktische hulpmiddelen: Voor het indienen van klachten bij de politie kunt u terecht op politie.nl, de officiële website van de Nationale Politie. Zorg ervoor dat uw browser cookies accepteert voor een website goed functioneren – sommige formulieren vereisen dit. Klik op de klachtenpagina voor het juiste formulier en toelichting bij het invullen. Vergeet niet uw naam in te vullen op het contactformulier, zodat uw bericht correct gekoppeld kan worden aan uw melding of feedback.

Let op: Deze informatie is algemeen van aard. Voor advies over uw specifieke situatie, neem contact op met Law & More.

Nieuws

Ontslag na thuiswerken: wanneer is disfunctioneren goed onderbouwd bij de kantonrechter?

Thuiswerken heeft de manier waarop werkgevers functioneren beoordelen veranderd. Zonder dagelijks contact op kantoor kan het lastiger zijn om prestaties te meten.

Toch moet een werkgever die ontslag wil wegens disfunctioneren aan dezelfde strenge eisen voldoen, of je nu thuis of op kantoor werkt.

Een man in zakelijke kleding bespreekt serieus documenten met een vrouwelijke rechter in een rechtbankomgeving.

Een ontslag wegens disfunctioneren wordt alleen goedgekeurd door de kantonrechter als je werkgever duidelijke functie-eisen heeft gesteld, je tijdig heeft gewezen op de problemen, je een eerlijke kans heeft gegeven om te verbeteren met voldoende ondersteuning, en heeft onderzocht of herplaatsing mogelijk is. De rechter toetst deze punten streng en let vooral op de oprechte intentie van de werkgever om je te behouden.

Je ontdekt welke stappen een werkgever moet zetten, welk bewijs de kantonrechter nodig vindt, en wat je rechten zijn tijdens het hele proces.

Definitie en wettelijke kaders van disfunctioneren

Een zakelijke vergadering in een kantoor met een jurist die documenten bekijkt en medewerkers die over werk praten.

Disfunctioneren als ontslaggrond heeft een specifieke juridische betekenis en is gebonden aan strikte wettelijke voorwaarden. De d-grond staat beschreven in de Wet Werk en Zekerheid en het Burgerlijk Wetboek, waarbij je werkgever aan een zwaar bewijs moet voldoen.

Wat betekent disfunctioneren juridisch?

Disfunctioneren betekent dat je ongeschikt bent voor het verrichten van je werk. Dit heeft niks te maken met ziekte of een beperking.

Het gaat om situaties waarin je prestaties structureel tekortschieten. Je voldoet niet aan wat er redelijkerwijs van je verwacht mag worden in jouw functie.

De kern is dat je niet naar behoren functioneert, ook al doe je mogelijk je best. Je functie-invulling voldoet niet aan de verwachtingen, en dit moet objectief zijn aan te tonen door je werkgever.

Relevante wetsartikelen en d-grond

De d-grond is vastgelegd in artikel 7:669 lid 3 sub d BW. Dit artikel beschrijft disfunctioneren als een redelijke grond voor ontslag.

Je werkgever moet volgens artikel 7:671b BW een ontbindingsverzoek indienen bij de kantonrechter. De rechter toetst streng of er werkelijk sprake is van disfunctioneren.

Artikel 7:611 BW bepaalt dat je verplicht bent je werk naar beste kunnen te doen. Als je dit niet doet, kan dit leiden tot een ontbindingsprocedure.

De wet stelt duidelijke eisen aan wat een werkgever moet doen voordat ontslag mogelijk is.

Rol van het Burgerlijk Wetboek en Wet Werk en Zekerheid

Het Burgerlijk Wetboek en de Wet Werk en Zekerheid vormen samen het juridisch kader voor ontslag. Artikel 7:669 lid 1 BW verplicht je werkgever eerst naar herplaatsingsmogelijkheden te zoeken.

De Wet Werk en Zekerheid heeft het arbeidsrecht aangescherpt. Je werkgever moet aantonen dat hij voldoende heeft gedaan om verbetering in je functioneren te brengen.

De wet beschermt je tegen onzorgvuldig ontslag. Je werkgever moet kunnen bewijzen dat hij je tijdig heeft gewezen op je tekortkomingen en je voldoende kans heeft gegeven om te verbeteren.

Zonder dit bewijs wijst de kantonrechter het ontbindingsverzoek af.

Vereisten voor ontslag wegens disfunctioneren

Een werkgever en werknemer zitten tegenover elkaar aan een vergadertafel in een kantoor, in gesprek over werkprestaties.

Een werkgever moet aan vijf strikte wettelijke voorwaarden voldoen om ontslag wegens disfunctioneren te rechtvaardigen. De kantonrechter toetst deze voorwaarden zorgvuldig en let daarbij vooral op of je werkgever het proces goed heeft gedocumenteerd en of je een eerlijke kans hebt gekregen om te verbeteren.

Beoordelings- en functioneringsgesprekken

Je werkgever moet regelmatig functioneringsgesprekken met je voeren om onderbouwing te bieden voor ontslag. Deze gesprekken moeten schriftelijk worden vastgelegd met concrete voorbeelden van jouw prestaties.

Een beoordelingsgesprek alleen is niet genoeg. Je werkgever moet aantonen dat hij je tijdig heeft geïnformeerd over ondermaats functioneren.

Dit betekent dat je meerdere waarschuwingen moet hebben gekregen voordat je werkgever een ontslagprocedure start. De kantonrechter kijkt kritisch naar de frequentie en kwaliteit van deze gesprekken.

Vage opmerkingen zoals “je functioneert onvoldoende” zijn niet voldoende. Je werkgever moet specifieke voorbeelden geven van wanneer en hoe je tekortschoot.

Ontbreken deze gesprekken of zijn ze niet goed gedocumenteerd? Dan wijst de rechter het ontslag vaak af.

Een dossier met alleen negatieve beoordelingen zonder tussentijdse feedback is juridisch zwak.

Duidelijke communicatie en verwachtingen

Je werkgever moet helder communiceren wat hij van je verwacht. Dit houdt in dat de functie-eisen meetbaar en realistisch moeten zijn.

Zonder duidelijke verwachtingen kun je niet worden afgerekend op disfunctioneren. De kantonrechter beoordeelt of je werkelijk wist wat er van je werd verwacht.

Heeft je werkgever de doelen regelmatig veranderd? Of waren de verwachtingen onduidelijk geformuleerd? Dan is ontslag meestal niet rechtvaardig.

Bij thuiswerken wordt dit nog belangrijker. Je werkgever moet expliciet aangeven welke resultaten hij verwacht en binnen welke termijn.

Mondelinge afspraken zijn juridisch zwak. Je hebt recht op schriftelijke bevestiging van alle afspraken en doelen.

Ook moet je werkgever aantonen dat het disfunctioneren aan jou te wijten is. Presteer je minder door slechte werkomstandigheden thuis, zoals gebrekkige apparatuur of onduidelijke instructies? Dan ligt de verantwoordelijkheid bij je werkgever.

Rol van functieomschrijving en doelstellingen

Een actuele functieomschrijving vormt de basis voor beoordeling van jouw functioneren. Deze omschrijving moet concreet beschrijven welke taken en verantwoordelijkheden bij jouw functie horen.

De kantonrechter toetst of de functie-eisen passen bij jouw functieomschrijving. Je werkgever mag je niet beoordelen op taken die niet in je functieomschrijving staan.

Is je functie veranderd? Dan moet je werkgever je voldoende tijd en training geven om aan de nieuwe eisen te voldoen.

Doelstellingen moeten SMART zijn: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden. Vage doelen zoals “verhoog je productiviteit” zijn juridisch onvoldoende.

Je werkgever moet aangeven met hoeveel procent en binnen welke periode. De kantonrechter beoordeelt ook of andere collega’s dezelfde doelen halen.

Haalt niemand de gestelde targets? Dan zijn de doelen waarschijnlijk onrealistisch en kun je daar niet op worden afgerekend.

Het verbetertraject en verbeterplan

Een werkgever moet aantonen dat een werknemer de kans heeft gekregen om te verbeteren voordat ontslag mogelijk is. Dit gebeurt door een gestructureerd verbeterplan met duidelijke afspraken, begeleiding en voldoende tijd.

Opstellen en uitvoeren van een verbeterplan

Het verbeterplan moet concrete en meetbare doelen bevatten. U beschrijft precies welke functioneringsproblemen er zijn en wat u van de werknemer verwacht.

Het plan bevat specifieke actiepunten. Denk aan deadlines, concrete gedragsdoelen en heldere werkafspraken.

Bij thuiswerken specificeert u bijvoorbeeld verwachtingen over beschikbaarheid, communicatie en oplevering van werk. U voert regelmatig functioneringsgesprekken om de voortgang te bespreken.

Deze gesprekken documenteert u zorgvuldig. Leg vast wat er is besproken, welke feedback u heeft gegeven en waar verbetering nodig blijft.

De kantonrechter toetst of het verbeterplan realistisch is. Onhaalbare doelen of onduidelijke verwachtingen werken in uw nadeel.

Duur en inhoud van het verbetertraject

Een verbetertraject duurt meestal tussen de drie en zes maanden. De precieze duur hangt af van de aard van het disfunctioneren en de complexiteit van de functie.

U stelt tussentijdse evaluatiemomenten in. Bespreek elke twee tot vier weken de voortgang met de werknemer.

Dit geeft hem de mogelijkheid om bij te sturen. Het verbetertraject mag korter als een werknemer niet meewerkt of het traject frustreert.

De kantonrechter accepteert dit alleen als u dit goed documenteert. Bij thuiswerken let u extra op werkbare arbeidsomstandigheden.

Heeft de werknemer de juiste middelen, een goede werkplek en voldoende ondersteuning? Deze factoren kunnen het functioneren beïnvloeden.

Ondersteuning, coaching en scholing

U biedt de werknemer actieve begeleiding tijdens het verbetertraject. Dit kan door een leidinggevende, een ervaren collega of een externe coach.

Coaching moet gericht zijn op de specifieke verbeterpunten. Bij communicatieproblemen biedt u bijvoorbeeld een training communicatieve vaardigheden aan.

Bij technische tekortkomingen zorgt u voor passende scholing. De werkgever moet aantonen dat deze ondersteuning daadwerkelijk is geboden.

Leg vast welke trainingen zijn aangeboden, wie de coaching heeft verzorgd en hoe vaak er begeleidingsgesprekken hebben plaatsgevonden. De kantonrechter kijkt kritisch naar de geboden ondersteuning.

Zonder adequate begeleiding wijst de rechter een ontslagverzoek vaak af. U draagt de bewijslast dat u alles heeft gedaan om de werknemer te helpen slagen.

Dossieropbouw en bewijslast bij de kantonrechter

Bij een ontbindingsverzoek moet je als werkgever kunnen aantonen dat de werknemer echt disfunctioneert. De kantonrechter beoordeelt het personeelsdossier streng en verwacht concrete feiten, niet alleen meningen.

Inhoud van een goed ontslagdossier

Een sterk ontslagdossier bevat alle documenten die het disfunctioneren onderbouwen. Je hebt de arbeidsovereenkomst nodig, de functieomschrijving en alle evaluaties.

Gespreksverslagen van functioneringsgesprekken zijn essentieel. Die laten zien wanneer je het disfunctioneren heeft besproken en welke afspraken je hebt gemaakt.

Belangrijke documenten in het dossier:

  • Schriftelijke waarschuwingen met datum en concrete voorbeelden
  • Verbeterplannen met meetbare doelen en tijdslijnen
  • Evaluaties van het verbetertraject
  • Correspondentie over functioneren
  • Klachten van klanten of collega’s met specifieke details

De kantonrechter controleert of je documenten op tijd hebt gemaakt. Achteraf geschreven stukken werken tegen je.

Bewaar ook e-mails en berichten die over het functioneren gaan.

Documentatie van functioneren

Je moet het disfunctioneren kunnen aantonen met concrete voorbeelden. De kantonrechter accepteert geen vage opmerkingen zoals “functioneert slecht” of “past niet in het team”.

Leg specifieke gebeurtenissen vast met datum, tijd en uitleg over wat er gebeurde. Noem ook wat de gevolgen waren voor het werk.

Voorbeelden van goede documentatie:

Wat je vastlegt Hoe je het documenteert
Gemiste deadlines Datum, project, gevolgen voor klant
Fouten in werk Soort fout, frequentie, financiële schade
Klachten Naam klager, datum incident, aard klacht

Bij thuiswerken leg je vast hoe je het functioneren hebt gevolgd. Denk aan resultaten van opdrachten, reactietijden op berichten en aanwezigheid bij online meetings.

De bewijslast ligt bij jou als werkgever. Je hoeft niet alles hard te bewijzen, maar wel voldoende aannemelijk te maken.

Relevantie van schriftelijke vastlegging

Schriftelijke vastlegging is bepalend voor het succes van je ontbindingsverzoek. Zonder goede documentatie wijst de kantonrechter het verzoek meestal af.

Je deelt alle documenten met de werknemer tijdens het proces. De werknemer mag reageren op wat je hebt opgeschreven.

Zorg dat je verslagen eerlijk en feitelijk zijn. Let op dat je documenten consistent zijn.

Tegenstrijdigheden verzwakken je dossieropbouw. Als je iemand eerst goed beoordeelt en later opeens slecht, moet je uitleggen wat er is veranderd.

De kantonrechter kijkt of je de werknemer kansen hebt gegeven om te verbeteren. Je moet laten zien dat je ondersteuning hebt geboden via training, coaching of andere hulp.

Documenteer ook die inspanningen.

Herplaatsing en alternatieven vóór ontslag

Bij ontslag wegens disfunctioneren moet je als werkgever eerst onderzoeken of de werknemer in een andere functie kan worden geplaatst. Pas wanneer herplaatsing niet mogelijk is, kun je overgaan tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

Onderzoeken van passende functies

Je bent verplicht om te kijken of er binnen je organisatie een passende functie beschikbaar is voordat je tot ontslag overgaat. Een functie is passend als deze aansluit bij de opleiding, ervaring en vaardigheden van de werknemer.

De herplaatsingstermijn hangt af van het aantal dienstjaren:

  • Minder dan 5 jaar: 1 maand
  • 5 tot 10 jaar: 2 maanden
  • 10 tot 15 jaar: 3 maanden
  • Meer dan 15 jaar: 4 maanden

Je moet ook kijken naar functies die bezet worden door uitzendkrachten, oproepkrachten of werknemers met een tijdelijk contract. Deze functies kunnen vrijkomen voor herplaatsing.

Als een functie niet direct passend is, moet je onderzoeken of deze met een korte opleiding wel geschikt kan worden.

Eisen rond herplaatsing

De kantonrechter verwacht dat je een actieve rol neemt bij herplaatsing. Het is niet voldoende om alleen vacatures door te sturen.

Je moet persoonlijke gesprekken voeren waarin je samen met de werknemer de mogelijkheden bespreekt. Documenteer al je inspanningen grondig.

Leg vast welke vacatures je hebt onderzocht, welke gesprekken zijn gevoerd en waarom bepaalde functies niet geschikt waren. Bij grote organisaties moet je op concernniveau zoeken naar mogelijkheden.

Een werknemer is verplicht een passend aanbod te accepteren. Weigert de werknemer zonder goede reden, dan kun je dit gebruiken als onderbouwing voor ontslag.

De cao kan aanvullende regels bevatten over herplaatsing die je moet volgen.

Beëindigingsovereenkomst en vaststellingsovereenkomst

Als herplaatsing niet mogelijk blijkt, kun je met de werknemer afspraken maken over de beëindiging. Een beëindigingsovereenkomst regelt de voorwaarden waaronder de arbeidsovereenkomst eindigt, zoals vertrekdatum en eventuele ontslagvergoeding.

Een vaststellingsovereenkomst leg je vast na een eerdere afspraak of discussie. Deze overeenkomst voorkomt juridische procedures achteraf.

Beide partijen tekenen en bevestigen hiermee dat ze het eens zijn over de beëindiging. Let wel op de wettelijke bedenktijd van veertien dagen die voor de werknemer geldt.

De rol van de kantonrechter in de beoordeling

De kantonrechter beoordeelt of een werkgever voldoende bewijs heeft verzameld om een ontbinding van de arbeidsovereenkomst te rechtvaardigen. De rechter kijkt naar de onderbouwing van het disfunctioneren, de gevolgde procedures en of de werkgever aan alle wettelijke eisen heeft voldoen.

Toetsingscriteria van de kantonrechter

De kantonrechter hanteert strikte criteria bij het beoordelen van een ontbindingsverzoek wegens disfunctioneren. Je werkgever moet aantonen dat je daadwerkelijk tekortschiet in je functie.

Dit betekent dat er concrete voorbeelden nodig zijn van situaties waarin je niet aan de verwachtingen voldeed. Algemene opmerkingen zoals “functioneert onvoldoende” zijn niet genoeg.

De rechter eist objectieve meetpunten en concrete voorvallen. Je werkgever moet ook bewijzen dat:

  • Je tijdig op de hoogte bent gesteld van de kritiekpunten
  • Er functioneringsgesprekken hebben plaatsgevonden
  • Je een eerlijke kans hebt gekregen om je prestaties te verbeteren
  • Er passende ondersteuning is geboden, zoals coaching of scholing
  • Er is onderzocht of herplaatsing naar een andere functie mogelijk was

Het disfunctioneren mag niet het gevolg zijn van ziekte of een gebrek. Als dat wel het geval is, moet je werkgever een andere ontslagprocedure volgen.

Overwegingen bij het ontbindingsverzoek

Bij het beoordelen van het ontbindingsverzoek let de kantonrechter op de onderbouwing en de zorgvuldigheid van je werkgever. De rechter weegt beide kanten van het verhaal tegen elkaar af.

Je krijgt de kans om je te verweren tijdens de zitting. Je kunt aantonen dat de kritiek ongegrond is of dat je niet voldoende begeleiding hebt gekregen.

Het is belangrijk dat je eigen bewijs meebrengt, zoals e-mails of positieve beoordelingen. De kantonrechter kijkt ook naar de redelijkheid van het ontslag.

Zelfs als er sprake is van disfunctioneren, moet ontslag een proportionele maatregel zijn. Bij werknemers met een lang dienstverband of een ontslagbescherming weegt de rechter extra zwaar.

De rechter probeert vaak een schikking tussen beide partijen te bereiken. Als dat niet lukt, volgt er binnen twee weken een schriftelijke beschikking.

Cumulatiegrond en combinatie met andere gronden

Je werkgever kan meerdere ontslagredenen tegelijk aanvoeren bij het ontbindingsverzoek. Dit heet een cumulatiegrond.

De kantonrechter beoordeelt dan of de combinatie van redenen samen voldoende zwaarwegend is. Een voorbeeld is disfunctioneren gecombineerd met een verstoorde arbeidsverhouding.

Ook werkweigering kan samen met andere ontslagredenen worden ingediend. De rechter kijkt of elke grond afzonderlijk voldoende is onderbouwd.

Bij ernstig verwijtbaar handelen kan je werkgever dit combineren met andere klachten over je functioneren. De Hoge Raad heeft bepaald dat bij een cumulatiegrond niet elke grond even zwaar hoeft te wegen, maar dat het totaalbeeld doorslaggevend is.

Let op: als de kantonrechter de cumulatiegrond toewijst, kan dit gevolgen hebben voor je recht op een billijke vergoeding bovenop de transitievergoeding. De hoogte van de vergoeding hangt af van de ernst van de verschillende gronden.

Gevolgen voor werkgever en werknemer na ontslag

Bij ontslag door disfunctioneren krijgen beide partijen te maken met verschillende financiële en juridische gevolgen. De werkgever moet vaak een vergoeding betalen en bepaalde termijnen in acht nemen.

Transitievergoeding en billijke vergoeding

Als jouw werkgever je ontslaat wegens disfunctioneren, heb je vaak recht op een transitievergoeding. Deze vergoeding is verplicht als het ontslag niet aan jou te wijten is.

Disfunctioneren wordt meestal niet gezien als ernstig verwijtbaar handelen van jouw kant. De transitievergoeding geldt voor arbeidsovereenkomsten die langer dan twee jaar duren.

De hoogte hangt af van je salaris en dienstjaren. Voor het eerste tien jaar krijg je een derde maandsalaris per jaar dienstverband.

Voor de jaren daarna krijg je een half maandsalaris per jaar. Een billijke vergoeding is iets anders dan de transitievergoeding.

De kantonrechter kan deze toekennen als je werkgever zich ernstig verwijtbaar heeft gedragen. Dit gebeurt bijvoorbeeld als de werkgever je niet goed heeft begeleid tijdens het verbetertraject.

De billijke vergoeding komt bovenop de transitievergoeding.

Opzegtermijn en formaliteiten

De kantonrechter bepaalt wanneer jouw arbeidsovereenkomst eindigt. Hij houdt meestal rekening met de opzegtermijn die volgens de wet of jouw contract geldt.

De proceduretijd wordt hierop in mindering gebracht. Jouw werkgever moet bij het UWV aantonen dat hij alle stappen heeft gezet.

Dit betekent dat hij moet laten zien dat hij je heeft begeleid en naar herplaatsing heeft gezocht. Zonder deze documentatie wijst de kantonrechter het verzoek vaak af.

Na de ontbinding door de kantonrechter eindigt jouw arbeidsovereenkomst op de vastgestelde datum. Je hoeft zelf geen opzegging te doen.

Arbeidsrelatie na beëindiging

Na ontslag door de kantonrechter eindigt jouw arbeidsrelatie formeel. Je hebt meestal recht op een WW-uitkering via het UWV.

Dit is anders dan bij vrijwillig ontslag, waarbij je vaak een wachttijd krijgt. De werkgever moet je een correcte eindafrekening geven.

Dit omvat je laatste salaris, vakantiegeld en eventuele openstaande vakantiedagen. Je krijgt ook een werkgeversverklaring nodig voor het aanvragen van een WW-uitkering.

Veelgestelde vragen

Bij ontslag wegens disfunctioneren tijdens thuiswerken gelden strenge wettelijke eisen voor werkgevers. De kantonrechter toetst zorgvuldig of het verbetertraject correct is doorlopen en of alle bewijsstukken aanwezig zijn.

Wat zijn de wettelijke vereisten voor een werkgever om ontslag op grond van disfunctioneren te rechtvaardigen?

Je werkgever moet aan vijf strikte voorwaarden voldoen voordat ontslag wegens disfunctioneren mogelijk is. Een verbetertraject van minimaal vier tot zes maanden is gebruikelijk.

De werkgever moet jou tijdig en duidelijk informeren over het disfunctioneren. Dit betekent dat je moet begrijpen dat je baan gevaar loopt als er geen verbetering komt.

Het is niet voldoende om alleen opmerkingen te maken over je functioneren. De werkgever moet objectief kunnen aantonen waarom je niet goed functioneert.

Dit gebeurt met concrete voorbeelden en andere bewijsstukken. Je moet voldoende tijd en ondersteuning krijgen om je werk te verbeteren.

De werkgever moet ook naar herplaatsingsmogelijkheden zoeken. Dit kan binnen je huidige organisatie zijn of elders binnen de groep.

Werk op maximaal twee niveaus lager kan van je worden verwacht.

Hoe kan een werkgever aantonen dat een werknemer niet voldoet aan de functie-eisen tijdens het thuiswerken?

Je werkgever moet concreet en objectief kunnen aantonen dat je werk tekortschiet. Dit gebeurt aan de hand van meetbare prestaties en specifieke voorbeelden uit je dagelijkse werkzaamheden.

Bij thuiswerken kan je werkgever kijken naar deadlines die je mist, fouten in je werk of afspraken die je niet nakomt. Ook het niet beschikbaar zijn tijdens werktijd of te laat inloggen zonder melding kan meetellen.

Deze incidenten moeten worden gedocumenteerd met data en concrete feiten. Je werkgever moet duidelijk maken wat de verwachtingen zijn voor jouw functie.

Als deze verwachtingen onduidelijk waren, wordt het moeilijker om disfunctioneren aan te tonen. De kantonrechter let erop dat de werkgever redelijke eisen stelt die passen bij je functie.

Welke documentatie is essentieel om disfunctioneren van een werknemer gedurende thuiswerken aan te tonen voor de kantonrechter?

Schriftelijke verslagen van functioneringsgesprekken zijn cruciaal voor je werkgever. Deze verslagen moeten door beide partijen worden ondertekend met de datum vermeld.

Zonder deze documentatie wordt een ontslagverzoek vaak afgewezen. Je werkgever moet aantonen wanneer hij jou voor het eerst duidelijk heeft gewezen op het disfunctioneren.

Vanaf dat moment begint de periode waarin je kans krijgt tot verbetering. Het verbetertraject, de gevoerde gesprekken en de voortgang moeten allemaal gedocumenteerd zijn.

Concrete voorbeelden van disfunctioneren zijn nodig, ondersteund met emails, projectresultaten of andere werkgerelateerde stukken. Bij thuiswerken kan dit ook gaan om logbestanden van inlogtijden of communicatie via digitale kanalen.

Een overzicht van vacatures en herplaatsingsmogelijkheden moet ook worden overlegd aan de kantonrechter.

Wat zijn de gevolgen voor een werknemer als het ontslag wegens disfunctioneren door de kantonrechter wordt goedgekeurd?

Je arbeidsovereenkomst eindigt op de datum die de kantonrechter bepaalt. Dit is meestal gelijk aan de opzegtermijn die voor jou geldt.

De kantonrechter kan in sommige gevallen ook een kortere termijn vaststellen. Je hebt recht op een transitievergoeding als er geen sprake is van ernstig verwijtbaar gedrag.

De hoogte van deze vergoeding hangt af van je salaris en diensttijd. Je werkgever mag je loon niet korten tijdens het verbetertraject.

Je hebt recht op volledige doorbetaling van je salaris tot de einddatum van je contract. Een schorsing is bij disfunctioneren niet verplicht, maar komt soms toch voor.

Welke stappen moet een werkgever ondernemen voordat hij overgaat tot ontslag van een thuiswerkende werknemer wegens disfunctioneren?

Je werkgever moet eerst een formeel gesprek met je voeren waarin het disfunctioneren ter sprake komt. Hierin wordt duidelijk gemaakt waarom je niet goed functioneert, ondersteund met voorbeelden.

Na dit gesprek volgen concrete afspraken over verbeterpunten. Je krijgt tijd en ondersteuning om je functioneren te verbeteren.

De duur van dit verbetertraject is vaak vier tot zes maanden, afhankelijk van je diensttijd en de ernst van het disfunctioneren. Tijdens het verbetertraject vinden regelmatige evaluatiegesprekken plaats.

Deze gesprekken worden schriftelijk vastgelegd en door beide partijen ondertekend. Als er onvoldoende verbetering zichtbaar is, moet je werkgever naar passende herplaatsingsmogelijkheden zoeken.

Je werkgever moet controleren of scholing of betere arbeidsomstandigheden het probleem kunnen oplossen. Als dit het geval is, moet hij eerst deze oplossingen proberen voordat ontslag overwogen wordt.

Pas als alle stappen zijn doorlopen, kan je werkgever een ontbindingsverzoek indienen bij de kantonrechter.

Hoe worden prestaties beoordeeld en vastgelegd in context van thuiswerken om als bewijs te dienen bij een ontslagzaak?

Je werkgever moet vooraf duidelijke prestatiecriteria vaststellen. Deze criteria moeten objectief en meetbaar zijn.

Bij thuiswerken worden prestaties vaak gemonitord via digitale systemen. Denk aan het bijhouden van output, deadlines en aanwezigheid bij online meetings.

Werkgevers kunnen ook tussentijdse evaluaties en feedbackmomenten inplannen. Dit helpt om prestaties regelmatig te bespreken en vast te leggen.

Alle beoordelingen en feedback dienen schriftelijk te worden vastgelegd. Dit kan bijvoorbeeld via e-mails, beoordelingsformulieren of gespreksverslagen.

Op deze manier ontstaat er een dossier dat als bewijs kan dienen bij een eventuele ontslagzaak.

Nieuws

AVG en gebruik van AI in uw bedrijf: Zo voorkomt u dataklemmen

AI biedt bedrijven kansen om processen te verbeteren en klanten beter te bedienen. Maar zodra u persoonsgegevens gebruikt in AI-systemen, moet u aan de AVG voldoen.

De Autoriteit Persoonsgegevens houdt toezicht op alle verwerkingen van persoonsgegevens, ongeacht welke technologie u gebruikt.

Een groep zakelijke professionals werkt samen in een moderne kantoorruimte met laptops en digitale schermen die databeveiliging en AI-gebruik tonen.

De belangrijkste uitdaging is dat u vooraf moet vaststellen of uw AI-toepassing aan de privacywetgeving voldoet, ook bij pilots en testprojecten. Veel bedrijven starten enthousiast met AI, maar komen later in conflict met de toezichthouder.

Dit leidt tot boetes, reputatieschade en stilgelegde projecten.

Wat is de relatie tussen de AVG en het gebruik van AI in bedrijven?

Een groep zakelijke professionals bespreekt gegevensbeveiliging en kunstmatige intelligentie in een moderne kantooromgeving.

De AVG en AI Act zijn twee verschillende wetten die samen bepalen hoe u AI mag gebruiken in uw bedrijf. De AVG beschermt persoonsgegevens, terwijl de AI Act zorgt voor veilig gebruik van AI-systemen.

Definitie en doelen van de AVG en AI Act

De AVG (of GDPR in het Engels) is de Europese wet die regelt hoe u met persoonsgegevens moet omgaan. Deze wet geldt voor alle bedrijven in de EU die persoonlijke informatie van klanten, medewerkers of bezoekers gebruiken.

De AVG is techniek-neutraal opgesteld, wat betekent dat de wet geldt voor alle manieren waarop u persoonsgegevens verwerkt. De AI Act is een nieuwe wet die specifiek gaat over kunstmatige intelligentie.

Deze wet richt zich op de veiligheid, transparantie en ethiek van AI-systemen. De AI Act deelt AI-systemen in volgens risico: van laag risico tot hoog risico.

De Autoriteit Persoonsgegevens houdt toezicht op alle verwerkingen van persoonsgegevens, ook wanneer u AI gebruikt. Dit betekent dat uw organisatie aan beide wetten moet voldoen wanneer uw AI-systeem persoonsgegevens verwerkt.

Semantische overlap en verschillen tussen de AVG en de AI Act

De AVG en AI Act hebben verschillende doelen maar overlappen op belangrijke punten. De AVG beschermt de privacy van personen en hun gegevens.

De AI Act regelt hoe AI-systemen werken en of ze veilig zijn.

Belangrijkste verschillen:

Aspect AVG AI Act
Focus Bescherming persoonsgegevens Veilig gebruik AI-systemen
Toepassingsgebied Alle verwerkingen van persoonsgegevens Specifiek AI-systemen
Doel Privacy waarborgen AI-risico’s beheren

De overlap zit vooral in geautomatiseerde besluitvorming. Wanneer uw AI-systeem automatisch beslissingen neemt over personen, gelden beide wetten.

De AVG stelt specifieke regels voor deze situaties, zoals het recht op menselijke tussenkomst.

Waarom bedrijven met beide wetgevingen te maken hebben

U moet aan beide wetten voldoen wanneer uw AI-systeem persoonsgegevens gebruikt. Dit geldt voor bijna alle praktische toepassingen van AI in bedrijven, van chatbots tot personeelssystemen.

De AVG blijft de basis voor gegevensbescherming in de EU. Wanneer u AI inzet, moet u eerst vaststellen of u aan de AVG kunt voldoen.

Dit geldt ook voor pilots, tests of proefprojecten. U moet de privacyrisico’s in kaart brengen voordat u start.

De AI Act voegt daar extra eisen aan toe voor AI-systemen met een hoog risico. Uw onderneming moet dus twee verschillende maar samenhangende regelgevingen volgen.

De Autoriteit Persoonsgegevens kan optreden wanneer u de AVG overtreedt bij het gebruik van AI.

Persoonsgegevens en AI: Belangrijkste risico’s en uitgangspunten

Een groep zakelijke professionals in een vergaderruimte die samenwerken met laptops en digitale grafieken over databeveiliging en kunstmatige intelligentie.

AI-systemen verwerken vaak grote hoeveelheden persoonsgegevens, van klantdata tot sollicitaties. Dit roept belangrijke vragen op over gegevensbescherming, doelbinding en profilering die u als organisatie niet kunt negeren.

Welke persoonsgegevens zijn relevant bij AI-systemen?

AI-systemen verwerken verschillende soorten persoonsgegevens. Denk aan klantgegevens zoals namen, e-mailadressen en aankoopgeschiedenis.

Ook sollicitaties bevatten persoonsgegevens die AI-tools kunnen analyseren bij werving en selectie. Bijzondere persoonsgegevens vragen extra aandacht.

Dit zijn gegevens over gezondheid, etnische afkomst, geloofsovertuiging of biometrische gegevens. De AVG stelt strenge regels aan het verwerken van deze gevoelige informatie.

Financiële gegevens vormen een aparte categorie. Banktransacties, kredietscores en betalingsgedrag zijn populaire databronnen voor AI-toepassingen.

Deze gegevens brengen extra privacyrisico’s met zich mee. Let op dat AI vaak indirecte persoonsgegevens verzamelt.

IP-adressen, browsegedrag en locatiedata lijken onschuldig, maar kunnen personen identificeren. Ook metadata en gebruikerspatronen vallen onder de AVG wanneer ze herleidbaar zijn tot individuen.

Privacyuitdagingen: dataminimalisatie en doelbinding

Gegevensminimalisatie botst regelmatig met AI-technologie. AI-modellen werken het beste met grote datasets, maar de AVG vereist dat u alleen noodzakelijke gegevens verzamelt.

U moet dus een balans vinden tussen effectiviteit en privacy. Doelbinding stelt grenzen aan uw datagebruik.

Verzamelt u klantdata voor orderverwerking? Dan mag u deze gegevens niet zomaar gebruiken om AI-modellen te trainen.

Elk nieuw doel vraagt om een eigen rechtsgrondslag. Trainen van AI-modellen creëert specifieke uitdagingen.

U verwerkt mogelijk miljoenen datapunten waarvan het oorspronkelijke doel onduidelijk is. De recente Digital Omnibus biedt meer ruimte door gerechtvaardigd belang als basis voor AI-training te erkennen.

Bewaar persoonsgegevens niet langer dan nodig. AI-systemen die continu leren kunnen verleiden tot oneindige opslag, maar de AVG verplicht u tot tijdige verwijdering.

Stel duidelijke bewaartermijnen vast per gegevenscategorie.

Profilering en geautomatiseerde besluitvorming

Geautomatiseerde besluitvorming zonder menselijke tussenkomst is volgens de AVG in principe verboden. Gebruikt uw AI-systeem klantgegevens om automatisch kredietaanvragen af te wijzen? Dan schendt u mogelijk privacyrechten.

Profilering brengt specifieke risico’s met zich mee. Het systematisch analyseren van persoonsgegevens om gedrag te voorspellen valt onder strikte AVG-regels.

U moet betrokkenen informeren over de logica achter uw AI-systeem. Betekenisvolle menselijke tussenkomst is cruciaal.

Een medewerker moet daadwerkelijk invloed kunnen uitoefenen op AI-beslissingen, niet alleen een stempel drukken. Dit vereist training en duidelijke procedures binnen uw organisatie.

Mensen hebben recht op bezwaar tegen profilering. Biedt u klanten de mogelijkheid om te weigeren dat AI hun gedrag analyseert?

Dit recht geldt vooral bij direct marketing en gedragsvoorspelling. Maak deze optie makkelijk vindbaar in uw systemen.

AVG-regels en vereisten voor het gebruik van AI in uw bedrijf

Bij het inzetten van AI-systemen die persoonsgegevens verwerken moet u aan strikte AVG-eisen voldoen. U heeft een geldige wettelijke grondslag nodig, moet transparant zijn over uw gegevensverwerking, en dient de gegevensminimalisatie toe te passen met duidelijke bewaartermijnen en logging.

Wettelijke grondslagen en rechtsmatigheid van gegevensverwerking

U mag pas persoonsgegevens verwerken met AI als u een geldige wettelijke grondslag heeft. De AVG kent zes grondslagen: toestemming, overeenkomst, wettelijke verplichting, vitaal belang, publieke taak, of gerechtvaardigd belang.

Toestemming is vaak moeilijk te gebruiken voor AI-systemen. De betrokkene moet namelijk specifiek, geïnformeerd en vrijwillig akkoord geven.

Bij complexe AI-toepassingen is het lastig om vooraf precies uit te leggen hoe het systeem werkt en welke gevolgen dit heeft. Als verwerkingsverantwoordelijke bepaalt u waarom en hoe persoonsgegevens worden verwerkt.

Gebruikt u een externe AI-dienst? Dan treedt die partij vaak op als verwerker.

U sluit dan een verwerkersovereenkomst af waarin u afspreekt hoe de verwerker met de gegevens omgaat. Let op: de rechtmatigheid van uw gegevensverwerking moet u kunnen aantonen.

Documenteer daarom welke grondslag u gebruikt en waarom deze in uw situatie geldt.

Transparantie en de rol van toestemming

U moet mensen duidelijk informeren over hoe u hun gegevens verwerkt met AI. Dit doet u via uw privacyverklaring en bij het verzamelen van de gegevens zelf.

Leg uit welk algoritme u gebruikt, welk doel het heeft, en wat de mogelijke gevolgen zijn voor de betrokkene. Bij geautomatiseerde besluitvorming moet u specifiek vermelden dat een systeem beslissingen neemt zonder menselijke tussenkomst.

Privacyrechten blijven volledig van kracht bij AI-gebruik. Mensen kunnen inzage vragen, gegevens laten corrigeren of verwijderen, en bezwaar maken tegen de verwerking.

Bij belangrijke geautomatiseerde beslissingen hebben zij recht op menselijke beoordeling. Baseer belangrijke besluiten nooit uitsluitend op geautomatiseerde verwerking.

Een medewerker moet altijd de eindcontrole hebben. Dit voorkomt dat mensen volledig afhankelijk zijn van algoritmes bij beslissingen die grote impact hebben op hun leven.

Bewaartermijn, logging en gegevensminimalisatie

U mag alleen persoonsgegevens verzamelen die echt nodig zijn voor uw AI-systeem. Dit is gegevensminimalisatie: werk met zo min mogelijk gegevens en verwijder overbodige informatie.

Stel vooraf een bewaartermijn vast en verwijder gegevens zodra het doel bereikt is. Logging is essentieel bij AI-gebruik.

U registreert welke gegevens wanneer zijn verwerkt, welke beslissingen het systeem heeft genomen, en welke logica daarbij is gebruikt. Dit helpt bij het aantonen van rechtmatigheid en bij het beantwoorden van privacyvragen.

Bewaar trainingsdata niet langer dan nodig. Zodra uw AI-model getraind is, kunt u vaak de onderliggende persoonsgegevens verwijderen.

Gebruik indien mogelijk geanonimiseerde of gepseudonimiseerde data voor verdere ontwikkeling. Maak een verwerkingsregister waarin u alle AI-toepassingen met persoonsgegevens vastlegt.

Dit overzicht is verplicht en helpt u grip te houden op uw gegevensverwerkingen.

Rol en toezicht van de Autoriteit Persoonsgegevens

De Autoriteit Persoonsgegevens houdt in Nederland toezicht op alle verwerkingen van persoonsgegevens, inclusief AI-systemen. De AP controleert of uw bedrijf of organisatie zich aan de AVG houdt en kan handhavend optreden bij overtredingen.

AP-controles en handhaving

De AP controleert of uw organisatie persoonsgegevens volgens de AVG verwerkt bij AI-toepassingen. De toezichthouder kan onderzoek starten op eigen initiatief of naar aanleiding van klachten.

Bij overtredingen beschikt de AP over verschillende handhavingsmiddelen. Ze kan boetes opleggen, waarschuwingen geven of een tijdelijk verwerkingsverbod uitvaardelen.

De hoogte van boetes hangt af van de ernst en duur van de overtreding. De AP heeft als taken vastgelegd in de wet: toezicht houden, voorlichting geven en handhaven.

Voor AI-systemen met hoog risico gelden extra controles. Uw bedrijf moet aantonen dat u vooraf privacyrisico’s in kaart heeft gebracht en passende maatregelen heeft genomen.

Veelgemaakte fouten door bedrijven

Veel organisaties starten met AI-projecten zonder eerst na te gaan of ze aan de AVG kunnen voldoen. Dit geldt ook voor pilots, tests of proefprojecten waar persoonsgegevens bij gebruikt worden.

Een andere veelgemaakte fout is het ontbreken van betekenisvolle menselijke tussenkomst bij algoritmische besluitvorming. Bedrijven vertrouwen te veel op geautomatiseerde systemen zonder menselijke controle.

Daarnaast verzuimen organisaties regelmatig om te werken met correcte data. Onjuiste gegevens of data gebaseerd op foutieve aannames brengen grote risico’s voor burgers met zich mee.

Het niet registreren van algoritmes is ook een veelvoorkomend probleem. Steeds meer organisaties worden afhankelijk van algoritmes zonder de bijbehorende risico’s te documenteren.

Samenwerking met de Europese Unie en andere toezichthouders

De Autoriteit Persoonsgegevens werkt samen met andere Europese toezichthouders binnen de Europese Unie. De AVG is een Europese wet die in alle EU-lidstaten geldt, wat grensoverschrijdende samenwerking noodzakelijk maakt.

Europese toezichthouders maken zich gezamenlijk zorgen over de impact van AI op privacy-rechten. Ze wisselen kennis en ervaringen uit over AI-toepassingen en handhavingsstrategieën.

Deze samenwerking zorgt voor een consistente aanpak van privacy-bescherming binnen de Europese Unie. Voor uw bedrijf betekent dit dat overtredingen in één land gevolgen kunnen hebben in andere EU-landen.

De toezichthouders delen informatie over organisaties die de AVG schenden bij AI-gebruik.

Praktische aanpak: Hoe voorkomt u dataklemmen bij AI-projecten?

Een grondige voorbereiding en structurele aanpak zijn nodig om problemen met de Autoriteit Persoonsgegevens te voorkomen. U moet vooraf privacyrisico’s identificeren, passende beveiligingsmaatregelen treffen en menselijke controle inbouwen in uw AI-systemen.

Uitvoeren van Data Protection Impact Assessment (DPIA)

U bent verplicht een Data Protection Impact Assessment uit te voeren voordat u AI-systemen met persoonsgegevens inzet. Deze impact assessment helpt u systematisch te bepalen welke privacyrisico’s uw AI-toepassing met zich meebrengt.

Een DPIA moet minimaal het volgende bevatten:

  • Beschrijving van de verwerking: Welke persoonsgegevens gebruikt uw AI-systeem en met welk doel?
  • Noodzakelijkheidstoets: Waarom is deze gegevensverwerking nodig en proportioneel?
  • Risicoanalyse: Welke concrete bedreigingen bestaan er voor de rechten van betrokkenen?
  • Mitigerende maatregelen: Welke technische en organisatorische maatregelen neemt u?

Bij hoog-risico AI-toepassingen zoals geautomatiseerde personeelsselectie of kredietbeoordelingen is een DPIA altijd verplicht. U moet deze assessment documenteren en regelmatig actualiseren wanneer uw systeem verandert.

Stap-voor-stap risicobeheersing en documentatie

Effectieve risicobeheersing begint met het in kaart brengen van alle processtappen in uw AI-project. U moet documenteren hoe uw organisatie omgaat met persoonsgegevens in elke fase.

Belangrijke documentatiestappen:

  1. Verzamel informatie over databronnen en de herkomst van trainingsdata
  2. Leg vast welke algoritmes u gebruikt en hoe deze werken
  3. Beschrijf wie toegang heeft tot persoonsgegevens en AI-systemen
  4. Noteer welke beveiligingsmaatregelen u hebt getroffen

Wijs duidelijke privacyrollen toe binnen uw AI-projecten. Bepaal wie verantwoordelijk is voor naleving van de AVG en wie toezicht houdt op datakwaliteit.

Deze toewijzing van verantwoordelijkheden voorkomt onduidelijkheid bij controles door de Autoriteit Persoonsgegevens. Bewaar alle documentatie toegankelijk en actueel.

Dit toont aan dat u bewust omgaat met privacy en helpt u bij het aantonen van compliance.

Menselijke tussenkomst en toezicht bij AI-besluitvorming

Uw AI-systeem mag niet volledig autonoom beslissingen nemen die grote impact hebben op personen. De AVG vereist betekenisvolle menselijke tussenkomst bij geautomatiseerde besluitvorming.

Betekenisvol menselijk toezicht houdt in dat een gekwalificeerde medewerker:

  • De uitkomst van het AI-systeem kritisch kan beoordelen
  • Beschikt over voldoende kennis om het algoritme te begrijpen
  • De bevoegdheid heeft om de AI-beslissing te wijzigen of verwerpen
  • Daadwerkelijk invloed uitoefent op de uiteindelijke beslissing

U moet voorkomen dat medewerkers blind vertrouwen op AI-aanbevelingen. Train uw personeel om AI-output te controleren en geef hen de tijd en middelen om deze controle goed uit te voeren.

Menselijke controle is geen formaliteit maar een essentiële waarborg tegen verkeerde of discriminerende beslissingen.

Technische en organisatorische maatregelen

U bent verplicht passende beveiligingsmaatregelen te treffen bij AI-projecten met persoonsgegevens. Deze maatregelen beschermen tegen datalekken en onrechtmatig gebruik.

Technische maatregelen omvatten:

  • Versleuteling van persoonsgegevens in rust en tijdens transport
  • Toegangscontroles en authenticatie voor AI-systemen
  • Logging van alle verwerkingen voor audit trails
  • Pseudonimisering of anonimisering waar mogelijk

Organisatorische maatregelen zijn:

  • Privacytraining voor medewerkers die met AI werken
  • Procedures voor het melden van datalekken
  • Contractuele afspraken met AI-leveranciers over gegevensverwerking
  • Regelmatige evaluatie van beveiligingsmaatregelen

Test uw maatregelen regelmatig op effectiviteit. De Autoriteit Persoonsgegevens verwacht dat u aantoonbaar werk maakt van informatiebeveiliging, ook tijdens pilots of testfases van AI-toepassingen.

Transparantie, uitlegbaarheid en vertrouwen bij AI-toepassingen

De AVG verplicht organisaties om helder te zijn over hoe AI-systemen werken en welke persoonsgegevens zij verwerken. U moet klanten concrete informatie geven over de logica achter algoritmes en de mogelijke gevolgen voor hun privacy.

Uitlegbaarheid van algoritmes en AI-modellen

U moet de werking van uw AI-systemen kunnen uitleggen aan betrokkenen. Dit betekent niet dat u technische details hoeft te delen, maar wel dat u in begrijpelijke taal uitlegt hoe het algoritme tot een besluit komt.

De mate van uitlegbaarheid hangt af van het type AI-model dat u gebruikt. Eenvoudige beslisbomen zijn gemakkelijker uit te leggen dan complexe neurale netwerken.

Toch blijft uitleg ook bij geavanceerde modellen een verplichting. Let op welke factoren uw AI-model gebruikt bij besluitvorming.

U moet aangeven welke persoonsgegevens een rol spelen en hoe zwaar deze meewegen. Bij belangrijke beslissingen over personen moet u altijd menselijke controle inbouwen.

Communicatie over AI-gebruik richting klanten

Uw privacyverklaring moet duidelijk vermelden dat u AI gebruikt. Beschrijf welk doel het systeem dient en welke persoonsgegevens het verwerkt.

Vage termen zoals “voor verbetering van onze dienst” zijn niet voldoende. Informeer klanten actief wanneer AI een rol speelt bij een product of dienst.

Dit kan via uw website, app of direct in het contactmoment. Geef ook aan welke rechten zij hebben, zoals het recht op menselijke tussenkomst bij geautomatiseerde beslissingen.

Maak gebruik van heldere voorbeelden. Leg uit wat uw AI doet in concrete situaties die klanten herkennen.

Certificering en externe audits

Een externe audit helpt u aantonen dat uw AI-systemen aan de AVG voldoen. Een onafhankelijke partij beoordeelt dan of u de juiste maatregelen heeft genomen voor gegevensbescherming.

Certificering is niet verplicht, maar biedt voordelen. Het geeft klanten zekerheid en maakt aannemelijk dat u privacyrisico’s serieus neemt.

Bij een eventuele controle door de Autoriteit Persoonsgegevens toont een certificaat aan dat u proactief werkt. Overweeg jaarlijkse audits voor AI-systemen die veel persoonsgegevens verwerken.

Laat vooral de beveiliging, doelbinding en rechtmatigheid toetsen.

Privacy by Design en operationele fase

Privacy by Design betekent dat u privacy inbouwt vanaf het eerste ontwerp van uw AI-systeem. U kiest dan voor technieken die zo min mogelijk persoonsgegevens nodig hebben en beveiligingsmaatregelen die passen bij de risico’s.

In de operationele fase blijft uw verantwoordelijkheid bestaan. Monitor regelmatig of uw algoritmes nog steeds werken zoals bedoeld.

AI-modellen kunnen veranderen door nieuwe data, wat onverwachte effecten heeft op de nauwkeurigheid en eerlijkheid. Test uw systemen op bias en discriminatie.

Controleer of bepaalde groepen onevenredig worden benadeeld. Pas uw model aan als u problemen constateert en documenteer deze aanpassingen in uw verwerkingsregister.

Veelgestelde vragen

Bedrijven die AI willen gebruiken met persoonsgegevens moeten zich houden aan strenge regels van de AVG. De Autoriteit Persoonsgegevens controleert of u deze regels naleeft, ongeacht welke technologie u gebruikt.

Wat zijn de richtlijnen van de AVG voor het implementeren van AI-systemen in mijn bedrijf?

U moet vooraf vaststellen of u aan de AVG kunt voldoen voordat u AI-systemen gaat gebruiken. Dit geldt ook voor pilots, tests of proefprojecten.

Breng eerst alle privacyrisico’s in kaart. U moet weten welke persoonsgegevens het AI-systeem verwerkt en wat de mogelijke gevaren zijn voor de mensen van wie u data gebruikt.

Zorg voor passende maatregelen om de gegevens van uw klanten, burgers of patiënten te beschermen. De AVG is techniek-neutraal opgesteld, dus dezelfde regels gelden voor AI als voor andere manieren van gegevensverwerking.

Hoe kan ik ervoor zorgen dat mijn AI-toepassingen voldoen aan de privacywetgeving?

Werk aan anonimiteit van de gegevens die u in AI-modellen gebruikt. Dit is de belangrijkste manier om AI-modellen verantwoord te ontwikkelen en te gebruiken volgens Europese privacytoezichthouders.

Zorg voor betekenisvolle menselijke tussenkomst bij beslissingen die het AI-systeem maakt. Een persoon moet kunnen ingrijpen als het systeem verkeerde beslissingen neemt of onverwachte resultaten geeft.

Stel productstandaarden op voor AI-systemen met een hoog risico. Deze standaarden helpen u om systematisch aan alle eisen te voldoen.

Op welke manier moet ik gegevens verwerken om te voldoen aan de eisen van de Autoriteit Persoonsgegevens bij gebruik van AI?

U moet rechtmatig, transparant en veilig omgaan met persoonsgegevens in uw AI-toepassingen. Dit zijn drie basisregels die altijd gelden.

Verzamel alleen de gegevens die u echt nodig heeft voor het specifieke doel van uw AI-systeem. U mag geen extra gegevens verzamelen omdat ze misschien later nog eens nuttig zijn.

Bewaar de gegevens niet langer dan noodzakelijk. Zodra u het doel bereikt heeft waarvoor u de data verzamelde, moet u ze verwijderen of anonimiseren.

Welke stappen kan ik ondernemen om een datalek te voorkomen bij het gebruik van AI in mijn organisatie?

Beveilig uw AI-systemen met sterke technische maatregelen. Gebruik versleuteling voor opgeslagen en verzonden gegevens.

Beperk de toegang tot het AI-systeem en de persoonsgegevens. Alleen medewerkers die het echt nodig hebben voor hun werk mogen toegang krijgen.

Test uw beveiligingsmaatregelen regelmatig. Controleer of er zwakke plekken zijn waar kwaadwillenden misbruik van kunnen maken.

Train uw medewerkers in veilig omgaan met AI-systemen en persoonsgegevens. Menselijke fouten zijn een veelvoorkomende oorzaak van datalekken.

Hoe documenteer ik de gegevensverwerking van mijn AI-toepassingen om aan de AVG te voldoen?

Houd een register bij van algoritmes die u gebruikt in uw organisatie. Steeds meer organisaties zijn verplicht om algoritmes te registreren.

Beschrijf welke persoonsgegevens het AI-systeem verwerkt, waarom u deze data nodig heeft en hoe lang u ze bewaart. Deze informatie moet u kunnen laten zien aan de Autoriteit Persoonsgegevens.

Leg vast hoe het AI-systeem werkt en welke beslissingen het kan maken. Dit helpt u om transparant te zijn naar de mensen van wie u gegevens verwerkt.

Documenteer de privacyrisico’s die u in kaart heeft gebracht en de maatregelen die u genomen heeft. Bij AI-systemen met een hoog risico moet u een data protection impact assessment (DPIA) uitvoeren en vastleggen.

Welke verantwoordelijkheden heb ik als bedrijf bij het inzetten van AI in relatie tot de bescherming van persoonsgegevens?

U bent verantwoordelijk voor alle verwerkingen van persoonsgegevens die uw AI-systeem uitvoert. Dit geldt ook als u een AI-systeem van een externe leverancier gebruikt.

Informeer mensen duidelijk over het gebruik van AI bij beslissingen die over hen gaan. Zij hebben recht om te weten dat een algoritme gebruikt wordt en hoe dit werkt.

Geef mensen de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen geautomatiseerde besluitvorming. U moet ook een procedure hebben waarbij een persoon de beslissing opnieuw kan bekijken.

Meld datalekken binnen 72 uur aan de Autoriteit Persoonsgegevens. Als het datalek grote risico’s geeft voor mensen, moet u ook de getroffen personen zelf waarschuwen.

Nieuws

Renovatie en huurverhoging: wat mag uw verhuurder wel en niet in de vrije sector?

Wanneer uw verhuurder uw vrije sectorwoning gaat renoveren, rijzen er al snel vragen over huurverhoging. Mag de huur omhoog?

Moet u toestemming geven? En wat is eigenlijk het verschil tussen renovatie en normaal onderhoud?

Buitenaanzicht van een modern appartementencomplex met bouwvakkers aan het werk en huurders die met een verhuurder overleggen.

In de vrije sector mag uw verhuurder de huur alleen verhogen na renovatie als de werkzaamheden leiden tot echte woningverbetering, zoals het toevoegen van nieuwe voorzieningen die het woongenot verhogen, maar niet bij gewoon onderhoud zoals het vervangen van een oude keuken of sanitair. Het is belangrijk om te weten dat u altijd vooraf toestemming moet geven voor renovatie.

Zonder uw instemming mag de verhuurder niet zomaar beginnen met verbouwen. De regels rond renovatie en huurverhoging in de vrije sector kunnen verwarrend zijn.

U leest in dit artikel wat precies als woningverbetering geldt, wanneer een huurverhoging toegestaan is, en welke rechten u heeft als huurder. Ook ontdekt u hoe u kunt reageren als u het niet eens bent met een voorgestelde huurverhoging.

Wat is renovatie en woningverbetering?

Bouwvakkers die een appartementencomplex renoveren met steigers en bouwmateriaal rondom het gebouw.

Renovatie en woningverbetering aan uw huurwoning zorgen voor meer comfort en een prettiger leefomgeving. Het verschil met onderhoud is belangrijk, omdat dit bepaalt of uw verhuurder de huur mag verhogen.

Definitie van renovatie en woningverbetering

Woningverbetering omvat alle aanpassingen die uw woongenot verhogen. Dit zijn voorzieningen die uw huurwoning comfortabeler of moderner maken.

Bij renovatie neemt uw verhuurder het hele huis of grote delen ervan onder handen. Dit gaat verder dan alleen repareren wat kapot is.

Woningverbetering kan ook één nieuwe voorziening zijn. Het gaat om toevoegingen die u als huurder meer plezier van uw woning geven.

De kern is dat verbeteringen functioneel iets toevoegen aan uw woning. Ze maken het leven prettiger of makkelijker voor u.

Verschil tussen renovatie en onderhoud

Onderhoud is het op peil houden van uw huurwoning. Hiervoor mag uw verhuurder geen extra huurverhoging vragen.

Groot onderhoud omvat grotere reparaties zoals nieuw schilderwerk, nieuwe kozijnen of het vervangen van kapotte onderdelen. Ook dit telt als onderhoud, niet als verbetering.

Onderhoud houdt de woning in dezelfde staat. Woningverbetering voegt nieuwe functies toe of verhoogt het comfort.

Voor onderhoud heeft u geen toestemming nodig te geven. Bij woningverbetering moet u vooraf instemmen voordat de verhuurder mag beginnen.

Voorbeelden van woningverbeteringen

Typische woningverbeteringen zijn:

  • Dubbelglas – Verbetert isolatie en vermindert geluid
  • Centrale verwarming – Zorgt voor betere warmteverdeling
  • Tweede toilet – Verhoogt het wooncomfort
  • Extra badkamer – Voegt functionaliteit toe
  • Nieuwe keuken of badkamer met moderne voorzieningen
  • Zonnepanelen – Verlagen energiekosten
  • Balkon of dakterras – Creëert extra buitenruimte

Deze voorbeelden maken uw huurwoning moderner en aangenamer om in te wonen. Ze voegen iets toe wat er niet was of vervangen oude voorzieningen door veel betere versies.

Bij vrije sector woningen mag uw verhuurder na deze verbeteringen de huur verhogen. Dit kan alleen als u vooraf toestemming heeft gegeven voor de werkzaamheden.

Regelgeving rond renovatie in de vrije sector

Een verhuurder en huurder bespreken documenten voor een gebouw met renovatiewerkzaamheden.

Bij renovatie in de vrije sector heeft uw verhuurder specifieke verplichtingen en moet u als huurder altijd vooraf toestemming geven. De verhuurder moet u een renovatievoorstel voorleggen waarin alle werkzaamheden en eventuele huurverhoging staan beschreven.

Verplichtingen van de verhuurder

Uw verhuurder moet voor elke renovatie eerst uw schriftelijke toestemming vragen. Dit geldt voor alle werkzaamheden die het woongenot verbeteren, zoals het toevoegen van nieuwe voorzieningen of het uitbreiden van bestaande ruimtes.

De verhuurder is verplicht om een compleet renovatievoorstel op te stellen. Dit voorstel moet bevatten:

  • Een gedetailleerde beschrijving van alle geplande werkzaamheden

  • De verwachte duur van de renovatie

  • De voorgestelde huurverhoging na afronding

  • De wijze waarop u als huurder overlast kunt verwachten

Uw verhuurder mag niet zomaar beginnen met renoveren zonder uw instemming. Als u geen toestemming geeft, moet de verhuurder het plan aanpassen of afzien van de renovatie.

Rechten van de huurder bij renovatie

U heeft als huurder sterke rechten bij renovatie van uw vrije sectorwoning. Het belangrijkste recht is uw instemmingsrecht.

U beslist of de renovatie doorgaat. Als de renovatie betekent dat u tijdelijk moet verhuizen, heeft u recht op een verhuiskostenvergoeding.

Deze vergoeding moet redelijk zijn en de werkelijke kosten dekken. U mag het renovatievoorstel weigeren als:

  • De plannen te ingrijpend zijn

  • De voorgestelde huurverhoging onredelijk hoog is

  • De overlast tijdens de werkzaamheden te groot wordt

Bij discussie over de huurverhoging na renovatie kunt u de Huurcommissie inschakelen. Zij beoordelen of de voorgestelde verhoging redelijk is en bepalen wat de maximale huurverhoging mag zijn.

Toestemming en het renovatievoorstel

Uw toestemming voor renovatie moet altijd schriftelijk gegeven worden. Mondelinge afspraken zijn juridisch niet voldoende in het huurrecht.

Het renovatievoorstel dat uw verhuurder indient moet duidelijk onderscheid maken tussen woningverbetering en onderhoud. Dit onderscheid is belangrijk omdat alleen echte verbeteringen tot huurverhoging kunnen leiden.

U mag redelijke eisen stellen aan het voorstel:

  • Tijdige informatieverstrekking over begin en einde

  • Concrete toezeggingen over overlastbeperking

  • Vastlegging van de exacte huurverhoging

Als u twijfelt over het voorstel, kunt u advies vragen aan een huurdersorganisatie. Neem de tijd om het voorstel goed te bestuderen voordat u akkoord gaat.

Pas als u instemt, mag uw verhuurder de werkzaamheden starten.

Huurverhoging na renovatie: regels en beperkingen

In de vrije sector mag uw verhuurder de huur verhogen na werkzaamheden aan de woning, maar alleen als deze werkzaamheden aan specifieke voorwaarden voldoen. De hoogte van de huurverhoging staat in verhouding tot de gemaakte kosten.

Wanneer mag een verhuurder de huur verhogen?

Uw verhuurder mag de huur verhogen als de werkzaamheden leiden tot een echte verbetering van de woning. Dit betekent dat er iets nieuws moet worden toegevoegd of veranderd dat het woongenot verhoogt.

Voorbeelden van toegestane woningverbeteringen:

  • Het toevoegen van inbouwapparatuur die er nog niet was

  • Het aanbrengen van mechanische ventilatie

  • Het plaatsen van een ligbad waar dat niet aanwezig was

  • Het vergroten van een balkon

  • Fysieke energiebesparende maatregelen die nog niet aanwezig waren

Vervangen van oude voorzieningen door nieuwe telt niet als verbetering. Dit is normaal onderhoud.

Uw verhuurder mag voor het vervangen van een oude keuken of sanitair geen huurverhoging vragen.

Redelijke verhouding tussen kosten en huurverhoging

De hoogte van de huurverhoging na renovatie moet in redelijke verhouding staan tot de kosten die uw verhuurder heeft gemaakt. De Huurcommissie berekent op basis van de gemaakte kosten wat de maximale huurverhoging mag zijn.

Uw verhuurder moet kunnen bewijzen welke kosten hij heeft gemaakt voor de werkzaamheden. Hij moet ook laten zien dat deze kosten redelijk zijn.

De huurverhoging komt bovenop de jaarlijkse huurverhoging die normaal is toegestaan. Als u het niet eens bent met de huurverhoging na renovatie, kunt u de Huurcommissie inschakelen.

Een onderzoeker komt dan bij u langs om te bekijken of de werkzaamheden daadwerkelijk als verbetering tellen en of de huurprijs redelijk is.

Uitzonderingen en grenzen aan huurverhoging

Niet alle werkzaamheden geven recht op huurverhoging. Onderhoud en reparaties zijn uitgesloten, ook als deze veel geld kosten.

Geen huurverhoging is toegestaan voor:

  • Vervangen van kozijnen, ramen en deuren

  • Vervangen van sanitair en keuken

  • Herstel van funderingen of gevels

  • Onderhoud aan het dak of dakgoten

  • Verwijderen van asbest

  • Oplossen van vochtproblemen

  • Herstel van gas-, water- en elektraleidingen

Uw verhuurder moet vooraf toestemming hebben om de woning te verbeteren. Zonder deze toestemming mag hij geen huurverhoging doorvoeren.

Tot 1 mei 2029 geldt er ook een grens voor de maximale huurstijging in de vrije sector. De huurverhoging na woningverbetering moet binnen deze grens blijven.

Rechten en bescherming van huurders

Je hebt als huurder in de vrije sector specifieke rechten bij renovatie en huurverhoging. Je moet altijd vooraf toestemming geven voor verbouwingen.

Je kunt bezwaar maken tegen onredelijke verhogingen via de Huurcommissie of rechter.

Bezwaar maken tegen huurverhoging

Je moet eerst instemmen met de renovatie voordat de verhuurder deze mag uitvoeren. Zonder jouw toestemming mag er geen verbouwing plaatsvinden.

Krijg je een voorstel voor huurverhoging na renovatie dat je onredelijk vindt? Dan kun je dit weigeren.

De verhuurder moet aantonen dat de verhoging in verhouding staat tot de uitgevoerde werkzaamheden. Let op: onderhoud mag geen reden zijn voor huurverhoging.

Alleen echte verbeteringen rechtvaardigen een hogere huur. Voor de vrije sector geldt per 1 januari 2026 een maximale jaarlijkse huurverhoging van 4,4%.

Een renovatieverhoging komt daar bovenop, maar moet wel redelijk zijn.

Rol van de Huurcommissie en rechter

De Huurcommissie kan je helpen bij geschillen over huurverhoging na renovatie. Je kunt hier terecht als je vindt dat de verhoging te hoog is of niet in verhouding staat tot de verbeteringen.

De Huurcommissie beoordeelt of de renovatie daadwerkelijk een verbetering is en of de voorgestelde huurverhoging redelijk is. Ze kijken naar de aard van de werkzaamheden en de kosten.

Kom je er met de Huurcommissie niet uit? Dan kun je naar de rechter stappen.

De rechter kan beoordelen of de verhuurder zijn verplichtingen nakomt en of jouw rechten worden gerespecteerd. Bij geschillen over renovatie in bewoonde staat kan de rechter ook bepalen of je recht hebt op een vergoeding voor overlast.

Tijdelijke huurverlaging en vergoeding bij overlast

Bij ernstige onderhoudsgebreken of overlast tijdens renovatie kun je aanspraak maken op tijdelijke huurverlaging. Dit geldt wanneer je woning niet volledig bewoonbaar is door de werkzaamheden.

Je hebt wettelijk recht op een verhuiskostenvergoeding als je tijdelijk moet verhuizen voor een ingrijpende renovatie. Dit geldt niet bij een kort verblijf (minder dan 28 dagen) in een gemeubileerde logeerwoning.

Voor overlast bij renovatie in bewoonde staat bestaat geen wettelijk recht op vergoeding. Je moet hierover onderhandelen met de verhuurder.

Veel verhuurders hanteren protocollen die aangeven welke vergoeding je krijgt bij bepaalde werkzaamheden. Maak afspraken over compensatie vooraf schriftelijk vast.

Vraag naar het beleid van je verhuurder voor overlastvergoedingen en leg concrete afspraken vast over werkdagen en tijden.

Specifieke situaties: grote renovaties en onderhoud

Bij grote renovatieprojecten gelden andere regels dan bij kleine verbeteringen. Uw verhuurder moet rekening houden met verhuiskosten, toestemming van meerdere huurders, en het verschil tussen onderhoud en renovatie.

Verhuiskostenvergoeding en vervangende woning

Moet u tijdelijk verhuizen tijdens een ingrijpende renovatie? Dan heeft u recht op een vergoeding voor verhuiskosten.

Dit geldt wanneer de verbouwing zoveel overlast geeft dat u niet in uw woning kunt blijven.

Waar heeft u recht op:

  • Verhuiskosten naar een tijdelijke woning
  • Kosten voor het verhuizen terug naar uw eigen woning
  • Mogelijk een vergoeding voor dubbele woonlasten

Uw verhuurder moet een vervangende woning aanbieden als u tijdelijk moet verhuizen. Deze woning moet passend zijn en in dezelfde regio liggen.

Woningcorporaties hanteren vaak duidelijke regelingen hiervoor. Verhuurders in de vrije sector moeten ook aan deze verplichting voldoen.

Bespreek de voorwaarden vooraf met uw verhuurder. Leg alle afspraken schriftelijk vast.

Meerdere woningen: 70%-regel en renovatie

Woont u in een gebouw met minstens 10 woningen? Dan heeft uw verhuurder niet van elke huurder apart toestemming nodig.

De zogenoemde 70%-regel geldt hier. Uw verhuurder mag renoveren als minimaal 70% van de huurders akkoord gaat.

Dit geldt voor bouwkundige verbeteringen aan het hele gebouw. Voorbeelden zijn dakrenovatie, nieuwe centrale verwarming, of isolatie van de gevel.

Bent u het niet eens met het renovatievoorstel terwijl 70% wel akkoord ging? U kunt naar de rechter stappen.

Dit moet binnen 8 weken na de bevestigingsbrief van uw verhuurder. De rechter beoordeelt of het voorstel redelijk is.

Gaat het om minder dan 10 woningen? Dan heeft de verhuurder toestemming nodig van élke huurder apart.

Het verschil tussen groot onderhoud en ingrijpende renovatie

Groot onderhoud en ingrijpende renovatie zijn niet hetzelfde. Voor groot onderhoud heeft u geen toestemming nodig te geven.

Voor renovatie wel. Groot onderhoud omvat:

  • Schilderwerk aan kozijnen en deuren

  • Vervanging van versleten onderdelen

  • Reparaties aan het gebouw

  • Nieuwe kozijnen ter vervanging

Ingrijpende renovatie betreft:

  • Nieuwe badkamer of keuken

  • Plaatsing van dubbel glas

  • Verbeteringen die het woongenot verhogen

Het verschil zit in het doel. Groot onderhoud houdt de woning in de huidige staat.

Renovatie verbetert de woning structureel. Na groot onderhoud mag uw verhuurder geen huurverhoging doorvoeren.

Na renovatie wel, als hij vooraf uw toestemming had. Woningcorporaties moeten dit onderscheid duidelijk maken in hun voorstellen.

In de vrije sector geldt hetzelfde. Vraag om uitleg als u twijfelt over de aard van de werkzaamheden.

Veelvoorkomende renovaties en hun impact op de huur

Niet alle verbeteringen aan uw huurwoning geven uw verhuurder het recht om de huur te verhogen. Het verschil zit in of er sprake is van woningverbetering die uw woongenot verhoogt, of van onderhoud dat de woning in goede staat houdt.

Dubbelglas, centrale verwarming en nieuwe kozijnen

Het plaatsen van centrale verwarming in een woning die voorheen alleen gaskachels had, mag leiden tot huurverhoging. Dit geldt als woningverbetering omdat het uw woongenot duidelijk verhoogt.

Het vervangen van oude kozijnen door nieuwe kozijnen valt echter onder onderhoud. Uw verhuurder mag hiervoor geen extra huurverhoging vragen.

Ook niet als de nieuwe kozijnen dubbelglas bevatten ter vervanging van enkel glas. Schilderwerk is regulier onderhoud.

Het opfrissen van muren of kozijnen geeft geen recht op huurverhoging. De regel is simpel: vervanging van oud naar nieuw telt niet als verbetering.

Alleen als er iets volledig nieuw wordt toegevoegd dat eerst niet aanwezig was, kan dit een huurverhoging rechtvaardigen.

Puntensysteem voor huurwoningen

Bij vrije sector huurwoningen is het woningwaarderingsstelsel niet van toepassing. Dit betekent dat het puntensysteem dat voor sociale huurwoningen geldt hier geen rol speelt.

Uw verhuurder hoeft niet aan te tonen dat verbeteringen tot extra punten leiden. De verhuurder moet alleen bewijzen dat de werkzaamheden daadwerkelijk woningverbetering zijn en niet simpel onderhoud.

De kosten die de verhuurder heeft gemaakt voor de verbeteringen bepalen de maximale huurverhoging. Deze berekening gebeurt op basis van de werkelijke uitgaven voor materiaal en arbeid.

Effect van specifieke verbeteringen op huurverhoging

Het toevoegen van een 2e toilet in een woning die voorheen één toilet had, telt als woningverbetering. Dit verhoogt namelijk uw woongenot door extra comfort en gemak.

Het plaatsen van een ligbad in een badkamer die alleen een douche had, geeft ook recht op huurverhoging. Dit geldt alleen als het ligbad er nieuw bij komt en niet als vervanging van een oud ligbad dient.

Inbouwapparatuur die nog niet aanwezig was, zoals een inbouwoven of vaatwasser, mag leiden tot huurstijging. Het vergroten van een bestaand balkon valt ook onder woningverbetering.

Bij twijfel over of uw verhuurder terecht de huur verhoogt, kunt u de Huurcommissie inschakelen. Een onderzoeker komt dan ter plaatse om te bepalen of de werkzaamheden daadwerkelijk als woningverbetering gelden.

Veelgestelde vragen

Verhuurders in de vrije sector hebben meer vrijheid bij huurverhogingen na renovatie. Er gelden wel duidelijke regels over wat als verbetering telt en wanneer uw toestemming nodig is.

De hoogte van de huurverhoging hangt af van de gemaakte kosten en het type werkzaamheden.

Wat zijn de wettelijke regels omtrent renovatie en huurverhoging in de vrije sector?

Uw verhuurder mag alleen de huur verhogen als er sprake is van echte woningverbetering. Dit betekent dat er nieuwe voorzieningen zijn toegevoegd of bestaande voorzieningen zijn veranderd op een manier die het woongenot vergroot.

Gewoon onderhoud en vervangingen geven geen recht op huurverhoging. Het vervangen van een oude keuken voor een nieuwe keuken telt bijvoorbeeld als onderhoud, niet als verbetering.

De werkzaamheden moeten fysiek van aard zijn en daadwerkelijk iets nieuws toevoegen aan de woning. Voor sociale huurwoningen geldt het woningwaarderingsstelsel.

Dit systeem is niet van toepassing op vrijesectorwoningen.

Hoeveel mag een verhuurder de huur verhogen na een renovatie?

In de vrije sector zijn er geen wettelijke maximale percentages voor huurverhoging na renovatie. De verhoging moet wel redelijk zijn in verhouding tot de gemaakte kosten voor de verbetering.

De Huurcommissie berekent de maximale huurverhoging op basis van de daadwerkelijke kosten die de verhuurder heeft gemaakt voor de woningverbetering. Als uw verhuurder te veel wil verhogen, kunt u dit laten beoordelen.

Een huurverhoging na renovatie mag naast de jaarlijkse huurverhoging plaatsvinden. Uw verhuurder moet wel vooraf toestemming hebben gehad voor de verbeteringen.

Welke rechten heb ik als huurder bij een voorgenomen renovatie door mijn verhuurder?

Uw verhuurder mag niet zomaar uw woning renoveren zonder uw toestemming. U heeft het recht om vooraf geïnformeerd te worden over de aard van de werkzaamheden, de duur, en de financiële gevolgen.

Als de renovatie zo ingrijpend is dat u tijdelijk moet verhuizen, heeft u mogelijk recht op een vergoeding. Uw verhuurder moet u een redelijk voorstel doen met alle details over de werkzaamheden en de consequenties.

U bent verplicht mee te werken als het voorstel redelijk is. Vindt u het voorstel niet redelijk? Dan kunt u bezwaar maken.

Wat kan ik doen als ik het niet eens ben met de huurverhoging na renovatie?

U kunt eerst proberen om samen met uw verhuurder tot een oplossing te komen. Lukt dit niet, dan kunt u de Huurcommissie inschakelen.

De Huurcommissie onderzoekt of de uitgevoerde werkzaamheden als woningverbetering kunnen worden aangemerkt. Een onderzoeker komt langs in uw woning om de verbeteringen te beoordelen.

Op basis van de gemaakte kosten berekent de Huurcommissie wat de maximale huurverhoging mag zijn. U en uw verhuurder moeten zich houden aan de uitspraak van de Huurcommissie.

Is mijn toestemming vereist voor renovatie en hoe beïnvloedt dit een eventuele huurverhoging?

Voor elke renovatie is uw toestemming nodig. Zonder uw toestemming mag uw verhuurder niet beginnen met de werkzaamheden.

Geeft u geen toestemming? Dan kan uw verhuurder de rechter vragen om te beoordelen of het renovatievoorstel redelijk is.

Alleen als de rechter dit oordeelt, mag de verhuurder doorgaan met de renovatie. Als uw verhuurder zonder uw voorafgaande toestemming heeft gerenoveerd, heeft hij geen recht op huurverhoging.

De toestemming moet er zijn voordat de werkzaamheden beginnen, niet achteraf.

Moet er een redelijke huurprijs-verhogingverhouding zijn na de renovatie van mijn huurwoning?

Ja, de huurverhoging moet redelijk zijn in verhouding tot de uitgevoerde verbeteringen en de gemaakte kosten.

De Huurcommissie beoordeelt of dit het geval is.

Een verhoging wordt alleen als redelijk gezien als de werkzaamheden het woongenot daadwerkelijk hebben vergroot.

Kosten voor gewoon onderhoud of vervangingen tellen niet mee voor huurverhoging.

De verhuurder moet kunnen aantonen welke kosten hij heeft gemaakt voor de woningverbetering.

Deze kosten vormen de basis voor de berekening van de maximale huurverhoging.

Echtscheiding
Nieuws

Echtscheiding in Nederland: Complete Gids voor de Procedure

Een echtscheiding aanvragen in Nederland vereist altijd een rechterlijke procedure waarbij een advocaat het verzoekschrift indient bij de rechtbank. Dit is wettelijk verplicht volgens het Burgerlijk Wetboek Boek 1. Als u wilt scheiden, moet u een advocaat nemen om de scheiding aan te vragen. Zonder advocaat kunt u niet scheiden.

Deze gids behandelt het complete traject van de echtscheidingsprocedure: van de eerste stappen tot de definitieve inschrijving bij de burgerlijke stand. U leest welke documenten nodig zijn, hoe lang de procedure duurt en wat de kosten zijn. Tijdens het traject is het belangrijk om afspraken te maken over zaken als alimentatie, omgang en verdeling van bezittingen. De gids richt zich op echtparen die gaan scheiden en praktische, betrouwbare informatie zoeken over de Nederlandse procedure. Geregistreerd partnerschap ontbinden volgt grotendeels dezelfde regels.

Kernantwoord: De rechter spreekt de echtscheiding uit op basis van duurzame ontwrichting van het huwelijk. Bij een gezamenlijk verzoek duurt dit gemiddeld 8-12 weken; bij een eenzijdig verzoek kan dit oplopen tot 6-12 maanden.

Wat u leert in deze gids:

  • De enige wettelijke grond voor echtscheiding en hoe de rechter deze beoordeelt
  • Het verschil tussen gezamenlijk verzoek en eenzijdig verzoek
  • Welke documenten verplicht zijn, waaronder het ouderschapsplan bij minderjarige kinderen
  • De exacte stappen van verzoekschrift tot inschrijving; u moet de echtscheiding inschrijven in de gemeente waar u getrouwd bent
  • Hoe u veelvoorkomende problemen rond alimentatie, verdeling en omgangsregeling oplost

Wettelijke Gronden en Voorwaarden voor Echtscheiding

Echtscheiding is de juridische ontbinding van een huwelijk door de rechter. Volgens het Burgerlijk Wetboek Boek 1 artikel 151 kan de rechtbank alleen een scheiding uitspreken wanneer het huwelijk duurzaam is ontwricht. Dit is sinds 1971 de enige wettelijke grond voor echtscheiding in Nederland.

Duurzame Ontwrichting van het Huwelijk

Duurzame ontwrichting betekent dat de verhouding tussen partners zodanig is verstoord dat voortzetting van het huwelijk niet meer mogelijk is. De rechter onderzoekt niet de schuldvraag of de oorzaak van de problemen.

In de praktijk geldt: als één partner stelt dat het huwelijk duurzaam ontwricht is, volgt de rechter dit vrijwel altijd. De wet biedt een echtgenoot die de echtscheiding niet wenst geen mogelijkheid om deze op die basis tegen te houden (Kamerstukken II 2004/05, 30 145, nr. 3). Dit verschilt fundamenteel van het aangaan van een huwelijk, dat expliciete instemming van beide partners vereist.

Bewijslast is beperkt: de verklaring van één of beide partners dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, is doorgaans voldoende. De rechter beslist op basis van deze verklaring zonder uitgebreid onderzoek naar de relatie.

Verschil met Scheiding van Tafel en Bed

Scheiding van tafel en bed is een alternatief waarbij partners apart gaan leven maar wettelijk getrouwd blijven. Dit is vooral relevant voor mensen die om geloofsovertuigingen geen volledige scheiding willen.

Belangrijke verschillen:

  • Bij scheiding van tafel en bed blijven partners erfgenamen van elkaar
  • Na minimaal drie jaar kan één partner alsnog definitief scheiden
  • Een ouderschapsplan en verdeling van bezittingen zijn ook hier verplicht

Wanneer te kiezen voor welke procedure hangt af van persoonlijke en religieuze overwegingen. Wilt u de scheiding definitief maken en elkaars erfgenaamstatus beëindigen? Kies dan voor echtscheiding. Wilt u formeel getrouwd blijven? Kies dan voor scheiding van tafel en bed.

Nu de wettelijke gronden duidelijk zijn, volgt een overzicht van de beschikbare procedures.

Echtscheidingsprocedures en Verzoektypen

Nederland kent twee hoofdprocedures voor echtscheiding: het gemeenschappelijk verzoek (beide partners gezamenlijk) en het eenzijdig verzoek (één partner). De keuze hangt af van de mate van overeenstemming tussen partners.

Gezamenlijk Verzoek tot Echtscheiding

Bij een gezamenlijk verzoek dienen beide partners samen één verzoekschrift in via één advocaat. Dit is de snelste en goedkoopste wijze waarop u officieel gescheiden kunt zijn.

Voorwaarden:

  • Beide partners zijn het eens over de echtscheiding
  • Er is overeenstemming over alle gevolgen: verdeling, alimentatie, pensioen
  • Bij samen kinderen onder 18: een getekend ouderschapsplan

De advocaat vraagt de scheiding aan met een echtscheidingsconvenant waarin alle afspraken staan. Dit convenant bevat goede afspraken over inboedelverdeling, financiën, de gezamenlijke woning, pensioenverevening en schulden (Rechtspraak.nl).

Voordelen: lagere kosten (één advocaat), kortere doorlooptijd (8-12 weken), minder emotionele belasting.

Eenzijdig Verzoek tot Echtscheiding

Wanneer uw ex partner niet wil meewerken of het oneens is over de gevolgen, kunt u een eenzijdig verzoek indienen. U heeft dan een eigen advocaat nodig.

De procedure verloopt anders:

  1. Uw advocaat dient het verzoekschrift in bij de rechtbank
  2. De rechtbank stuurt een kopie naar uw partner
  3. Uw partner heeft zes weken om een verweerschrift in te dienen
  4. De rechter plant een zitting voor mondelinge behandeling
  5. Na de zitting volgt de beslissing

Uw partner kan geen verweer voeren tegen de echtscheiding zelf (duurzame ontwrichting), maar wel tegen nevenvoorzieningen zoals alimentatie of de omgangsregeling. De rechter beslist uiteindelijk over alle geschilpunten.

Speciale Situaties

Onvindbare partner: Als uw partner onvindbaar is, kan betekening plaatsvinden op het laatst bekende adres in de basisregistratie personen. De procedure kan dan doorgang vinden.

Internationale aspecten: Bij buitenlandse huwelijken of partners in het buitenland gelden EU-verordeningen voor rechtsmacht (Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 475). De Nederlandse rechter is bevoegd wanneer één partner in Nederland woont.

Met dit overzicht van procedures volgen nu de praktische stappen van het scheidingsproces.

Praktische Stappen van de Echtscheidingsprocedure

De echtscheidingsprocedure bestaat uit drie fasen: voorbereiding, indiening en afronding. Hieronder vindt u een compleet overzicht van voorbereiding tot het moment dat u officieel gescheiden bent.

Voorbereiding en Benodigde Documenten

Checklist benodigde documenten:

  • Origineel uittreksel huwelijksakte (op te vragen bij de gemeente waar u trouwde)
  • Uittreksel uit de basisregistratie personen
  • Afschriften geboorteaktes van minderjarige kinderen
  • Overzicht van bezittingen, schulden en pensioenopbouw
  • Eventuele huwelijkse voorwaarden

Ouderschapsplan (verplicht bij kinderen onder 18): Als u samen kinderen heeft, is een ouderschapsplan wettelijk verplicht. Hierin staan afspraken over:

  • Waar de kinderen gaan wonen (co ouderschap of hoofdverblijf)
  • De omgangsregeling met beide gescheiden ouders
  • Hoeveel kinderen bijdragen ontvangen (kinderalimentatie)
  • Informatieverdeling over school, gezondheid en opvoeding

Lukt het niet om samen afspraken te maken? Overweeg om een mediator inschakelen. Een mediator helpt bij het opstellen van het plan zonder rechterlijke tussenkomst.

Keuze advocaat: Bij gezamenlijk verzoek volstaat één advocaat. Bij eenzijdig verzoek heeft elke partner een eigen advocaat nodig.

Indienen van het Verzoekschrift

Na voorbereiding dient de advocaat het verzoekschrift in bij de rechtbank. In het verzoekschrift moet expliciet worden vermeld over welke voorzieningen overeenstemming is bereikt en over welke niet (Kamerstukken II 2004/05, 30 145, nr. 3).

Griffierechten 2024:

  • Gezamenlijk verzoek: € 331
  • Eenzijdig verzoek: € 331 per partij

De rechtbank beoordeelt het verzoek. Bij een gezamenlijk verzoek zonder geschillen is vaak geen zitting nodig. De rechter spreekt de echtscheiding dan schriftelijk uit.

Bij een eenzijdig verzoek of geschillen volgt een mondelinge behandeling. Beide partners verschijnen met hun advocaat voor de rechter. Na de zitting volgt de beslissing binnen enkele weken.

Vergelijking Procedures

CriteriumGezamenlijk verzoekEenzijdig verzoek
Doorlooptijd8-12 weken6-12 maanden
Griffierechten (2025)€ 331 (totaal)€ 331 per partij
Advocaten nodigEén gezamenlijkElk eigen advocaat
Zitting vereistMeestal nietJa
Geschikt wanneerVolledige overeenstemmingGeen overeenstemming

Advies: Kiest u voor gezamenlijk verzoek wanneer u het eens bent over alle gevolgen. Dit bespaart tijd, kosten en emotionele belasting. Lukt overeenstemming niet? Dan is het eenzijdig verzoek de enige optie.

Na de uitspraak is de scheiding nog niet definitief. De volgende sectie behandelt veelvoorkomende problemen tijdens het proces.

Beperkte Gemeenschap

Sinds 2018 geldt in Nederland standaard het stelsel van beperkte gemeenschap van goederen bij het huwelijk en geregistreerd partnerschap. Dit betekent dat alleen de bezittingen en schulden die tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap zijn opgebouwd, gemeenschappelijk zijn. Alles wat u vóór het huwelijk of geregistreerd partnerschap bezat, blijft privé-eigendom. Ook erfenissen en schenkingen vallen buiten de gemeenschap, tenzij anders is vastgelegd.

Bij een echtscheiding of het ontbinden van een geregistreerd partnerschap moet de verdeling van de gezamenlijke goederen en schulden zorgvuldig worden geregeld. Dit gebeurt op basis van de beperkte gemeenschap: u verdeelt alleen wat gezamenlijk is opgebouwd. Bezittingen en schulden van vóór het huwelijk of geregistreerd partnerschap blijven buiten de verdeling. Het is belangrijk om samen afspraken te maken over de verdeling, zeker als er minderjarige kinderen zijn. In het ouderschapsplan legt u vast waar de kinderen gaan wonen, hoe de zorg wordt verdeeld en welke financiële afspraken gelden.

Een mediator inschakelen kan helpen om in goed overleg tot afspraken te komen, bijvoorbeeld over de verdeling van de inboedel, schulden en de zorg voor de kinderen. Bij een gezamenlijk verzoek tot echtscheiding of ontbinding van het geregistreerd partnerschap kunnen ex-partners samen het verzoekschrift indienen en hun afspraken vastleggen. Als u er samen niet uitkomt, kan een eenzijdig verzoek worden ingediend. In dat geval beslist de rechter over de verdeling en andere geschilpunten.

Het aantal echtscheidingen in Nederland is relatief hoog, en het is belangrijk te weten dat een scheiding pas definitief is als deze is ingeschreven in de basisregistratie personen van de gemeente. Ook bij een scheiding van tafel en bed blijft het huwelijk formeel bestaan, maar worden de meeste rechten en plichten gescheiden. De procedure voor het verdelen van de beperkte gemeenschap verloopt grotendeels hetzelfde.

Heeft u te maken met schulden of complexe financiële situaties? Dan is het verstandig om een advocaat te raadplegen. Een advocaat kan u begeleiden bij het opstellen van het verzoekschrift, het maken van goede afspraken en het aanvragen van een voorlopige voorziening als dat nodig is. Zo voorkomt u dat de scheiding onnodig lang duurt of dat uw rechten niet goed worden beschermd.

Kortom, bij een huwelijk of geregistreerd partnerschap in beperkte gemeenschap van goederen is het essentieel om duidelijke afspraken te maken over de verdeling van bezittingen en schulden, en om het belang van de kinderen centraal te stellen. Met de juiste begeleiding van een mediator of advocaat zorgt u ervoor dat de echtscheiding of ontbinding van het geregistreerd partnerschap soepel en correct verloopt, en dat de scheiding officieel en definitief wordt ingeschreven.

Veelvoorkomende Problemen en Oplossingen

Tijdens de echtscheidingsprocedure ontstaan regelmatig geschillen. Hieronder de meest voorkomende problemen en hoe u deze kunt oplossen.

Onenigheid over Ouderschapsplan

Als ouders samen niet tot afspraken komen over de kinderen, zijn er verschillende stappen. Wanneer u als ouders uit elkaar gaat, is het belangrijk om samen afspraken te maken over de zorg voor de kinderen (elkaar gaat):

  1. Mediator inschakelen: Een mediator helpt bij het maken van afspraken zonder rechterlijke tussenkomst
  2. Raad voor de Kinderbescherming: De rechter kan de Raad vragen onderzoek te doen naar wat het beste is voor de kinderen
  3. Rechterlijke beslissing: Komt u er niet uit? Dan beslist de rechter over gezag, verblijfplaats en omgangsregeling

Het is belangrijk om te benadrukken dat goede samenwerking tussen ouders cruciaal is voor het welzijn van de kinderen na een scheiding. Daarnaast kan een echtscheiding bij kinderen leiden tot gedragsproblemen en schoolproblemen.

De rechter onderzoekt altijd het belang van het kind. Bij co ouderschap krijgen beide ouders gelijke verantwoordelijkheid.

Vermogensverdeling en Alimentatie Geschillen

Onenigheid over verdeling van bezittingen en alimentatie komt vaak voor. Mogelijke oplossingen:

  • Waardering bezittingen: Schakel een onafhankelijke taxateur in voor de woning of onderneming
  • Beperkte gemeenschap: Sinds 2018 vallen erfenissen en schenkingen buiten de gemeenschap tenzij anders bepaald in huwelijkse voorwaarden
  • Alimentatieberekening: De Tremanormen geven richtlijnen voor berekening van partner- en kinderalimentatie
  • Pensioenverevening: De Wet verevening pensioenrechten bij scheiding regelt verdeling van opgebouwd pensioen

Bij financiële redenen voor geschillen kan een mediator ook hier hulp vragen.

Tijdelijke Afspraken

De echtscheidingsprocedure kan maanden duren. Ondertussen zijn soms voorlopige voorzieningen nodig:

  • Voorlopige alimentatie: U kunt de rechter vragen om tijdelijke alimentatie vast te stellen
  • Gebruik gezinswoning: De rechter kan bepalen wie in het huis blijft wonen tijdens de procedure
  • Beschermingsmaatregelen: Bij risico op vermogensonttrekking kan beslag worden gelegd

Deze tijdelijke afspraken gelden totdat de definitieve beslissing volgt.

Met de problemen en oplossingen behandeld, volgt nu de afronding van het scheidingsproces.

Afronding en Vervolgstappen

Samenvatting: Echtscheiding in Nederland vereist een rechterlijke procedure met verplichte bijstand van een advocaat. De duur varieert van 8 weken bij een gemeenschappelijk verzoek tot 12 maanden bij een eenzijdig verzoek met geschillen. Minimale kosten zijn € 306 aan griffierechten.

Direct te nemen stappen:

  1. Inventariseer alle benodigde documenten (huwelijksakte, geboorteaktes, financieel overzicht)
  2. Overleg met uw partner of een gezamenlijk verzoek mogelijk is
  3. Zoek een advocaat en vraag om een kostenindicatie
  4. Start met het opstellen van het ouderschapsplan als u samen kinderen heeft

Na de uitspraak:

  • De scheiding wordt definitief na inschrijving bij de burgerlijke stand
  • Inschrijving moet plaatsvinden binnen zes maanden na de uitspraak
  • Pas testament en verzekeringen aan na de scheiding
  • Bij hoger beroep gaan heeft u drie maanden na de uitspraak

Gerelateerde onderwerpen: Na de scheiding verandert uw juridische situatie. Denk aan wijziging van uw geslachtsnaam, mogelijkheden om te hertrouwen, en internationale erkenning van de scheiding als uw ex partner naar het buitenland verhuist. Het aantal echtscheidingen in Nederland wordt bijgehouden door het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Officiële Bronnen en Hulporganisaties

  • Rechtspraak.nl – Formulieren, procedures en informatie over de echtscheidingsprocedure
  • Juridisch Loket – Gratis juridisch advies bij vragen over scheiden
  • Rijksoverheid.nl – Algemene informatie over echtscheiding en geregistreerd partnerschap
  • Raad voor de Kinderbescherming – Ondersteuning bij geschillen over kinderen

Wettelijke basis:

  • Burgerlijk Wetboek Boek 1, artikelen 150-157
  • Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 475
  • Wet verevening pensioenrechten bij scheiding
  • Kamerstukken II 2004/05, 30 145, nr. 3
Nieuws

Huwelijkse voorwaarden of niet? Juridische en financiële gevolgen bij scheiding in Nederland

Wanneer je gaat trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaat, maak je niet alleen een persoonlijke keuze. Je kiest ook voor een financieel en juridisch stelsel dat grote gevolgen kan hebben bij een eventuele scheiding.

In Nederland trouw je automatisch in gemeenschap van goederen, tenzij je huwelijkse voorwaarden opstelt bij de notaris. Deze keuze bepaalt hoe je bezittingen, schulden en vermogen verdeeld worden als jullie uit elkaar gaan, en heeft directe invloed op je financiële toekomst.

Een man en vrouw zitten tegenover een advocaat in een kantoor, terwijl ze juridische documenten bespreken.

Veel stellen denken dat huwelijkse voorwaarden alleen voor rijke mensen of ondernemers zijn. Dat klopt niet.

Ook als je een eigen woning koopt, vermogen van voor het huwelijk hebt, of gewoon financiële zekerheid wilt, kunnen voorwaarden verstandig zijn. Aan de andere kant biedt gemeenschap van goederen ook bescherming, vooral als één partner minder verdient of thuis blijft voor de kinderen.

In dit artikel leggen we uit wat de juridische en financiële verschillen zijn tussen beide stelsels. Je leest hoe de verdeling bij scheiding werkt, wat er gebeurt met je woning en bedrijf, en welke soorten voorwaarden er zijn.

Ook krijg je praktische informatie over hoe je huwelijkse voorwaarden opstelt of aanpast. Zo kun je een weloverwogen keuze maken die past bij jouw situatie.

Huwelijkse voorwaarden versus gemeenschap van goederen

Een serieus kijkend stel dat aan een tafel zit en juridische documenten en financiële papieren bespreekt in een lichte woonkamer.

Als je gaat trouwen, bepaalt je keuze voor huwelijkse voorwaarden of gemeenschap van goederen hoe je bezittingen en schulden worden verdeeld tijdens het huwelijk en bij een eventuele scheiding.

Deze beslissing heeft directe gevolgen voor je financiële positie en die van je partner.

Wat zijn huwelijkse voorwaarden?

Huwelijkse voorwaarden zijn afspraken die je bij de notaris vastlegt over je financiële situatie tijdens en na het huwelijk. Je bepaalt zelf hoe je bezittingen en schulden worden verdeeld.

Met huwelijkse voorwaarden blijven je bezittingen en schulden meestal gescheiden. Wat je voor het huwelijk had, blijft van jou.

Wat je tijdens het huwelijk verdient of koopt, blijft ook van jou. Je kunt in de huwelijksvoorwaarden wel uitzonderingen maken.

Bijvoorbeeld dat de gezinswoning gemeenschappelijk wordt, of dat je pensioenen bij scheiding worden verdeeld. De notaris schrijft je afspraken op in een akte.

Huwelijkse voorwaarden moeten worden ingeschreven in het huwelijksgoederenregister. Dit is belangrijk voor schuldeisers en andere derden die zaken met jullie doen.

Wat is (beperkte) gemeenschap van goederen?

Gemeenschap van goederen betekent dat je bezittingen en schulden automatisch samen met je partner deelt. Als je trouwt zonder huwelijkse voorwaarden, geldt sinds 1 januari 2018 automatisch de beperkte gemeenschap van goederen.

Bij beperkte gemeenschap van goederen vallen de volgende zaken in het gemeenschappelijk vermogen:

  • Bezittingen en schulden die jullie voor het huwelijk samen hadden
  • Bezittingen en schulden die tijdens het huwelijk ontstaan
  • Een onderneming die je tijdens het huwelijk start

Buiten de gemeenschap vallen:

  • Bezittingen die alleen van jou waren vóór het huwelijk
  • Erfenissen en schenkingen die je ontvangt
  • Een onderneming die je al vóór het huwelijk had

Bij scheiding krijgen jullie beiden 50% van het gemeenschappelijk vermogen. Je moet wel kunnen bewijzen dat bepaalde bezittingen alleen van jou zijn.

Bewaar daarom aankoopnota’s, testamenten en andere documenten.

Belangrijkste verschillen en overeenkomsten

Het grootste verschil is dat je bij huwelijkse voorwaarden zelf bepaalt wat er gebeurt met je bezittingen, terwijl bij gemeenschap van goederen de wet dit regelt. Bij huwelijksvoorwaarden blijven bezittingen gescheiden, bij gemeenschap worden ze gedeeld.

Aspect Huwelijkse voorwaarden Beperkte gemeenschap
Bezittingen vóór huwelijk Blijven gescheiden Blijven gescheiden
Bezittingen tijdens huwelijk Blijven gescheiden Worden gemeenschappelijk
Erfenissen en schenkingen Blijven privé Blijven privé
Eigen onderneming voor huwelijk Blijft privé Blijft privé
Verdeling bij scheiding Volgens afspraken 50/50 van gemeenschappelijk vermogen

Een overeenkomst is dat bij beide opties erfenissen en schenkingen privé blijven. Ook een onderneming die je al had blijft in beide gevallen van jou.

Het verschil zit vooral in wat er tijdens het huwelijk gebeurt met je inkomen en nieuwe bezittingen.

Juridische gevolgen bij scheiding: wel of geen huwelijkse voorwaarden

Een man en vrouw bespreken met een juridisch adviseur documenten aan een tafel in een kantooromgeving.

Bij een echtscheiding bepaalt je huwelijksregeling hoe je vermogen, schulden en bezittingen worden verdeeld.

De wet schrijft voor welke rechten en plichten je hebt, afhankelijk van of je met of zonder huwelijkse voorwaarden bent getrouwd.

Juridische uitgangspunten en procedures

Als je scheidt zonder huwelijkse voorwaarden, ben je getrouwd in gemeenschap van goederen. Dit betekent dat alle bezittingen en schulden die tijdens het huwelijk zijn ontstaan bij beide partners horen.

De gemeenschap wordt bij scheiding ontbonden en verdeeld. De rechter kan hierbij betrokken worden als jullie het niet eens worden over de verdeling.

Bij huwelijkse voorwaarden is de notariële akte die je bij het huwelijk hebt opgesteld leidend. Deze akte bepaalt welke afspraken jullie hebben gemaakt over vermogen en bezittingen.

Het familierecht geeft je de vrijheid om zelf keuzes te maken binnen de wet. Een geregistreerd partnerschap kent dezelfde regels.

Ook hier kun je partnerschapsvoorwaarden laten opstellen bij de notaris.

Uitwerking van huwelijkse voorwaarden bij echtscheiding

In huwelijkse voorwaarden staat beschreven hoe jullie vermogen is geregeld. Bij koude uitsluiting blijven alle bezittingen en schulden gescheiden.

Wat van jou is blijft van jou, en wat van je partner is blijft van je partner. Er hoeft niets verdeeld te worden.

Veel huwelijkse voorwaarden bevatten een verrekenbeding. Dit betekent dat jullie periodiek (meestal jaarlijks) moeten verrekenen wat jullie hebben verdiend.

In de praktijk doen de meeste stellen dit niet elk jaar. Bij scheiden moet er dan alsnog een afrekening komen over alle jaren die jullie getrouwd zijn geweest.

Een beperkte gemeenschap van goederen is een tussenvorm. Hierbij is een deel van het vermogen gemeenschappelijk en een deel privé.

De huwelijkse voorwaarden beschrijven precies wat wel en niet gemeenschappelijk is.

Rechten en plichten van beide partners

Ook met huwelijkse voorwaarden blijven bepaalde wettelijke verplichtingen bestaan. Je kunt verplicht zijn om partneralimentatie te betalen aan je ex-partner.

Dit hangt af van de financiële situatie van beide partners. Een afspraak in huwelijkse voorwaarden om geen alimentatie te betalen is nietig.

Kinderalimentatie is altijd verplicht, ongeacht jullie huwelijksregeling. De rechter kan dit bedrag vaststellen als jullie er niet samen uitkomen.

De verdeling van de gezamenlijke woning vraagt extra aandacht. In de huwelijkse voorwaarden staat vaak beschreven wie eigenaar is en hoe de overwaarde moet worden verdeeld.

Investeringen die zijn gedaan vanuit privévermogen moeten apart worden meegenomen in de berekening. Bij een gemeenschap van goederen is de woning meestal gezamenlijk eigendom en wordt deze verdeeld bij scheiding.

Financiële gevolgen bij scheiding afhankelijk van het gekozen stelsel

Het gekozen huwelijksstelsel bepaalt direct hoe vermogen, schulden en inkomen bij scheiding worden verdeeld. Bij gemeenschap van goederen deel je alles, terwijl huwelijkse voorwaarden vaak leiden tot gescheiden vermogens met specifieke verrekeningsafspraken.

Verdeling van vermogen, schulden en bezittingen

In gemeenschap van goederen wordt al het vermogen en alle schulden die tijdens het huwelijk zijn opgebouwd verdeeld. Dit betekent dat bezittingen zoals woningen, auto’s, spaargeld en beleggingen worden gedeeld.

Ook schulden worden samen gedragen. Bij huwelijkse voorwaarden hangt de verdeling af van wat u heeft afgesproken.

Met een koude uitsluiting blijft ieder bij eigen bezittingen en schulden. Toch kunnen er uitzonderingen zijn.

Gezamenlijk aangekochte bezittingen moeten altijd worden verdeeld, ook bij koude uitsluiting. Heeft u samen een woning gekocht of samen geld op een rekening staan?

Dan geldt deze als gemeenschappelijk bezit. Vergoedingsrechten spelen een rol wanneer u met privégeld heeft geïnvesteerd in bezittingen van uw partner.

Heeft u bijvoorbeeld een verbouwing betaald van een huis op naam van uw ex? Dan kunt u mogelijk een vergoeding claimen.

Dit moet u wel kunnen aantonen met bonnen en betalingsbewijzen.

Huwelijksstelsel Vermogen Schulden
Gemeenschap van goederen Alles delen Alles delen
Koude uitsluiting Gescheiden Gescheiden
Met verrekenbeding Afhankelijk van afspraak Vaak gescheiden

Impact op inkomen, alimentatie en pensioen

Uw inkomen na scheiding verandert vaak drastisch. Van twee inkomens in één huishouden gaat u naar twee aparte huishoudens.

Dit betekent hogere kosten voor huur, energie en verzekeringen. Partneralimentatie kan worden toegekend als één van u minder verdient en niet direct zelfstandig kan voorzien in levensonderhoud.

De hoogte hangt af van inkomensverschil, leeftijd en huwelijksduur. Kinderalimentatie is bedoeld voor de verzorging en opvoeding van kinderen en wordt berekend volgens vaste tabellen.

Pensioenrechten worden verdeeld volgens de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding. Tijdens het huwelijk opgebouwde pensioenrechten worden meestal fifty-fifty gedeeld.

Dit gebeurt automatisch, tenzij u andere afspraken maakt in het scheidingsconvenant. Bij huwelijkse voorwaarden kan een periodiek verrekenbeding betekenen dat u jaarlijks inkomsten moest verrekenen.

Deed u dit niet? Dan kan dit grote gevolgen hebben voor de verdeling bij scheiding.

Overlijden voor de scheiding is afgerond kan ook invloed hebben. Uw ex-partner kan aanspraak maken op erfenis of pensioen, afhankelijk van wat er al geregeld was.

Periodes zonder verrekening: risico’s en herstelmogelijkheden

Een periodiek verrekenbeding vereist dat u jaarlijks overgespaarde inkomsten met elkaar deelt. Veel stellen vergeten dit te doen.

Dit heeft grote gevolgen. Als u niet jaarlijks heeft verrekend, wordt bij scheiding gerekend alsof u in gemeenschap van goederen was getrouwd.

Dit betekent dat al het vermogen en alle schulden alsnog worden gedeeld, ondanks uw huwelijkse voorwaarden. Herstellen is mogelijk door alsnog te verrekenen over voorgaande jaren.

U moet dan de niet verrekende inkomsten en waardestijgingen vastleggen in een vaststellingsovereenkomst. Hiervoor heeft u wel de medewerking van uw ex-partner nodig.

Zonder die medewerking moet u naar de rechter. De rechter kan beslissen dat de huwelijkse voorwaarden niet correct zijn nagekomen.

Dit leidt vaak tot een andere verdeling dan u oorspronkelijk had afgesproken. Let op: Goede administratie tijdens het huwelijk is essentieel.

Bewaar jaarrekeningen, belastingaangiften en bewijzen van verrekeningen. Dit voorkomt discussies en juridische procedures bij scheiding.

Soorten huwelijkse voorwaarden en hun uitwerking bij scheiding

Bij het opstellen van huwelijkse voorwaarden kun je kiezen uit verschillende regelingen die elk hun eigen gevolgen hebben bij een scheiding. De keuze tussen koude uitsluiting, periodiek verrekenbeding of finaal verrekenbeding bepaalt hoe je bezittingen en schulden verdeeld worden.

Koude uitsluiting

Bij koude uitsluiting houd je alle bezittingen en schulden volledig gescheiden. Wat van jou is blijft van jou, en wat van je partner is blijft van je partner.

Deze regeling betekent dat bij een scheiding er geen verdeling plaatsvindt. Je neemt mee wat je hebt ingebracht en wat je tijdens het huwelijk zelf hebt verdiend of gekocht.

Een eigen bedrijf blijft bijvoorbeeld volledig van de eigenaar. Koude uitsluiting wordt vaak gekozen door ondernemers die hun bedrijf willen beschermen.

Ook bij grote vermogensverschillen of erfenissen kan deze regeling verstandig zijn. Het nadeel is dat de partner die minder verdient of thuisblijft voor de kinderen geen recht heeft op vermogensopbouw tijdens het huwelijk.

Periodiek verrekenbeding

Het periodiek verrekenbeding is een verrekenregeling waarbij partners hun inkomsten regelmatig met elkaar verrekenen. Dit gebeurt meestal elk jaar of aan het einde van elke arbeidsperiode.

Bij deze vorm van verrekenbeding blijven bezittingen gescheiden, maar je verrekent wel het verschil in inkomen. De partner die meer verdient betaalt de helft van het verschil aan de ander.

Dit zorgt voor meer financiële gelijkheid tijdens het huwelijk. Je houdt wel je eigen spaargeld en bezittingen.

Deze regeling combineert zelfstandigheid met eerlijkheid over inkomsten.

Finaal verrekenbeding

Bij een finaal verrekenbeding houd je tijdens het huwelijk alles gescheiden, maar bij scheiding of overlijden vindt er één keer een verrekening plaats. Dit is de meest gekozen vorm van verrekenbedingen in Nederland.

De verrekening houdt in dat jullie berekenen wat elk van jullie aan vermogen heeft opgebouwd tijdens het huwelijk. Het verschil tussen deze vermogens wordt gehalveerd.

De rijkste partner betaalt dan de helft van dit verschil aan de andere partner. Een eigen bedrijf of erfenissen kunnen uitgesloten worden van deze verrekening als dit van tevoren is afgesproken.

Deze regeling beschermt beide partners omdat iedereen recht heeft op een deel van de gezamenlijke vermogensgroei. Het finaal verrekenbeding geeft zekerheid bij scheiding zonder dat je tijdens het huwelijk ingewikkelde administratie moet bijhouden.

Speciale aandachtspunten: woning, eigen bedrijf, erfenissen en schenkingen

De woning met hypotheek, een eigen bedrijf en geërfd vermogen vragen om extra aandacht bij het maken van huwelijkse voorwaarden. Deze bezittingen hebben grote financiële gevolgen bij scheiding en vergen duidelijke afspraken.

Gezamenlijke of privé woning en hypotheek

De gezamenlijke woning is vaak de grootste investering van een stel. Bij huwelijkse voorwaarden kunt u afspreken of de woning privévermogen blijft van degene die hem gekocht heeft, of dat deze gemeenschappelijk wordt.

De hypotheek speelt hierbij een belangrijke rol. Als u beiden op de hypotheek staat, bent u allebei aansprakelijk voor de schuld.

Dit geldt ook bij huwelijkse voorwaarden. Bij scheiding moet u de woning verkopen of uitkopen.

Met huwelijkse voorwaarden legt u vast wie welk deel krijgt. Heeft u de woning voor het huwelijk gekocht?

Dan kunt u afspreken dat deze privé blijft en niet gedeeld hoeft te worden. Let op: alleen uw naam op de koopakte betekent niet automatisch dat de woning privé blijft.

Zonder huwelijkse voorwaarden valt alles in de gemeenschap van goederen.

Bedrijfsmatig vermogen en ondernemersrisico

Als u een eigen bedrijf heeft, zijn huwelijkse voorwaarden bijna altijd verstandig. Zonder deze voorwaarden valt uw bedrijf in de gemeenschap van goederen.

Bij scheiding moet u dan de waarde delen met uw partner. Het ondernemersrisico vormt een extra gevaar.

Schulden van uw bedrijf kunnen het vermogen van u en uw partner aantasten. Met huwelijkse voorwaarden houdt u het bedrijf gescheiden.

U kunt afspreken dat uw bedrijf privévermogen blijft. Dit beschermt uw partner tegen schulden.

Ook voorkomt het discussies over de bedrijfswaarde bij scheiding. Denk ook aan de groei van uw bedrijf.

Wordt de waardetoename gemeenschappelijk of blijft deze privé? Deze afspraken legt u vast bij de notaris.

Behandeling van erfenissen en schenkingen

Trouwde u op of na 1 januari 2018? Dan blijven erfenissen en schenkingen automatisch privévermogen.

Ze vallen niet in de gemeenschap van goederen. Trouwde u vóór 2018?

Dan worden erfenissen en schenkingen automatisch gemeenschappelijk. Dit verandert alleen als de erflater een uitsluitingsclausule in het testament opnam.

Met huwelijkse voorwaarden regelt u of erfenissen privé blijven of gemeenschappelijk worden. U kunt ook per erfenis verschillende afspraken maken.

Bijvoorbeeld: een schenking van uw ouders blijft privé, maar erfenissen worden gedeeld. Let op: een testament met een uitsluitingsclausule gaat altijd voor.

Als uw ouders bepalen dat hun erfenis alleen voor u is, kunt u dit niet veranderen. Ook niet met huwelijkse voorwaarden.

Erfgenamen kunnen ook een insluitingsclausule gebruiken. Dan wordt de erfenis juist wel gemeenschappelijk, zelfs als u na 2018 trouwde.

Opstellen, aanpassen en handhaven van huwelijkse voorwaarden

Het opstellen van huwelijkse voorwaarden vereist altijd een notaris en een notariële akte. Je kunt deze voorwaarden ook tijdens je huwelijk wijzigen, maar alleen als beide partners hiermee instemmen en de juiste procedures volgen.

Rol van de notaris bij het opstellen

Je moet altijd naar een notaris gaan om huwelijkse voorwaarden of partnerschapsvoorwaarden op te stellen. De notaris legt jullie afspraken vast in een notariële akte.

Deze akte maakt de voorwaarden juridisch geldig. De notaris controleert of beide partners de gevolgen begrijpen.

Hij zorgt ervoor dat de voorwaarden aan alle wettelijke eisen voldoen. Je kunt huwelijkse voorwaarden zowel vóór als tijdens het huwelijk laten opstellen.

De notaris schrijft de akte in het huwelijksgoederenregister. Pas na deze inschrijving kunnen derden, zoals banken en schuldeisers, zich aan de voorwaarden houden.

Het is verstandig om naast de notaris ook juridisch advies in te winnen van een gespecialiseerde advocaat, vooral als je situatie complex is.

Wijzigen tijdens het huwelijk

Je kunt huwelijkse voorwaarden aanpassen tijdens het huwelijk. Beide partners moeten het hierover eens zijn.

De wijziging moet via een notaris gebeuren, die een nieuwe notariële akte opmaakt. De aanpassing moet ook worden ingeschreven in het huwelijksgoederenregister.

Zonder deze inschrijving is de wijziging niet geldig tegenover derden. In sommige situaties is aanpassen niet toegestaan, zoals bij faillissement of wanneer één van de partners onder curatele staat.

Je betaalt notariskosten tussen enkele honderden en ruim duizend euro. Er kunnen ook fiscale gevolgen zijn, zoals schenkbelasting als er vermogen verschuift.

Laat je daarom altijd adviseren door een fiscalist voordat je wijzigingen doorvoert. Let op: na een echtscheiding kun je de huwelijkse voorwaarden niet meer wijzigen.

Onderneem dus tijdig actie als je situatie verandert.

Belang van administratie en naleving

Goede administratie is belangrijk om problemen te voorkomen. Bewaar de notariële akte op een veilige plek.

Zorg dat jullie beide weten waar het document zich bevindt. Je moet schuldeisers en banken soms informeren over jullie huwelijkse voorwaarden.

Dit voorkomt verwarring over aansprakelijkheid voor schulden. Houd een overzicht bij van bezittingen en schulden die onder de voorwaarden vallen.

Controleer regelmatig of jullie huwelijkse voorwaarden nog passen bij de huidige situatie. Belangrijke gebeurtenissen zoals het starten van een bedrijf, een erfenis of de geboorte van kinderen kunnen aanleiding zijn om de voorwaarden aan te passen.

Bij twijfel kun je juridisch advies inwinnen om te beoordelen of een wijziging nodig is.

Veelgestelde vragen

Huwelijkse voorwaarden zijn juridische afspraken die je vermogen en schulden regelen tijdens het huwelijk en bij scheiding. De keuze voor wel of geen voorwaarden heeft directe gevolgen voor alimentatie, vermogensverdeling en schuldenverwerking.

Wat wordt er verstaan onder huwelijkse voorwaarden in het Nederlandse recht?

Huwelijkse voorwaarden zijn schriftelijke afspraken die je bij een notaris vastlegt over je bezittingen en schulden. In deze notariële akte bepaal je wat van wie is tijdens het huwelijk en wat er gebeurt als je uit elkaar gaat.

De wet staat je toe om zelf je vermogensregeling in te richten. Zonder huwelijkse voorwaarden val je sinds 1 januari 2018 automatisch onder de beperkte gemeenschap van goederen.

Dit betekent dat wat je vóór het huwelijk bezat privé blijft, maar wat je tijdens het huwelijk opbouwt wordt gedeeld.

Welke vermogensrechtelijke verschillen zijn er tussen trouwen onder huwelijkse voorwaarden en in gemeenschap van goederen?

Bij een beperkte gemeenschap van goederen wordt alles wat je samen tijdens het huwelijk opbouwt gedeeld. Bezittingen en schulden van voor het huwelijk blijven privé.

Je vermogen en inkomen tijdens het huwelijk zijn gemeenschappelijk. Bij huwelijkse voorwaarden met koude uitsluiting blijft alles strikt gescheiden.

Elk van jullie behoudt zijn eigen vermogen, inkomen en schulden. Je bouwt niets gezamenlijks op, tenzij je dat expliciet samen aankoopt.

Met een verrekenbeding houd je je vermogen tijdens het huwelijk gescheiden. Bij scheiding of aan het eind van elk jaar verdeel je het opgebouwde vermogen volgens een afgesproken percentage.

Dit systeem vereist dat je de verrekening ook daadwerkelijk uitvoert.

Hoe beïnvloedt het trouwen op huwelijkse voorwaarden de alimentatierechten bij een scheiding?

Huwelijkse voorwaarden regelen alleen je vermogen en schulden, niet je alimentatieplicht. Je recht op partneralimentatie hangt af van je inkomen, behoeftigheid en de levenstandaard tijdens het huwelijk.

Het hebben van huwelijkse voorwaarden sluit alimentatie dus niet uit. De rechter kijkt bij alimentatie naar je draagkracht en behoefte.

Als je tijdens het huwelijk een groot vermogen hebt opgebouwd dat door huwelijkse voorwaarden privé blijft, kan dit invloed hebben. Het vermogen telt mee bij het bepalen van je draagkracht voor alimentatie.

Welke stappen moeten er genomen worden om huwelijkse voorwaarden op te stellen voor het huwelijk?

Je moet voor het huwelijk naar de notaris gaan om huwelijkse voorwaarden op te stellen. Alleen een notariële akte is rechtsgeldig.

Je kunt niet met een zelfgemaakt document of mondelinge afspraak volstaan. Bespreek eerst samen wat je wilt vastleggen over je vermogen, schulden, woning en eventueel je bedrijf.

De notaris kan verschillende opties uitleggen, zoals koude uitsluiting of een verrekenbeding. Bij complexe situaties kun je ook een advocaat raadplegen voordat je naar de notaris gaat.

De kosten liggen tussen de 500 en 1.200 euro, afhankelijk van de complexiteit. De notaris schrijft de akte in het huwelijksgoederenregister.

Dit moet gebeuren vóór de trouwdatum, anders val je automatisch onder de beperkte gemeenschap van goederen.

Op welke wijze kan de vermogensverdeling plaatsvinden na scheiding als er huwelijkse voorwaarden zijn opgesteld?

De vermogensverdeling hangt af van wat je hebt afgesproken in je huwelijkse voorwaarden. Bij koude uitsluiting neem je elk je eigen vermogen mee.

Er is geen verdeling nodig, behalve van zaken die je gezamenlijk hebt aangeschaft. Bij een verrekenbeding moet je uitrekenen hoeveel vermogen elk van jullie tijdens het huwelijk heeft opgebouwd.

Dit bedrag verdeel je volgens het afgesproken percentage, meestal 50-50. Als je het verrekenbeding niet jaarlijks hebt uitgevoerd, moet dit alsnog bij de scheiding gebeuren.

Als het niet meer valt uit te rekenen hoeveel je hebt opgebouwd, kan de rechter in extreme gevallen het gehele vermogen door de helft delen. Het is belangrijk om tijdens het huwelijk goed bij te houden wat je opbouwt.

Bewaar jaarlijkse vermogensoverzichten en financiële stukken.

Hoe worden schulden behandeld bij een echtscheiding onder huwelijkse voorwaarden?

Bij koude uitsluiting blijven schulden privé bij degene die ze heeft aangegaan. Je bent niet verantwoordelijk voor de schulden van je ex-partner.

Dit geldt alleen voor schulden die niet voor huishoudelijke doeleinden zijn gemaakt. Schulden voor de gewone gang van de huishouding kunnen wél op beiden verhaalbaar zijn, ook met huwelijkse voorwaarden.

Denk aan huur, boodschappen of energiekosten. Dit zijn gemeenschappelijke verplichtingen die ontstaan uit het samenleven.

Bij een verrekenbeding tel je schulden mee in de vermogensopbouw. Als jij tijdens het huwelijk veel schulden hebt gemaakt, bouw je minder vermogen op.

Nieuws

Cameratoezicht op kantoor en in de winkel: privacywet uitgelegd

Camera’s op je kantoor of in je winkel kunnen helpen om diefstal te voorkomen en de veiligheid te verbeteren. Maar je mag ze niet zomaar ophangen.

De privacywet stelt duidelijke eisen aan wanneer en hoe je cameratoezicht mag gebruiken.

Een kantoorruimte en winkel met mensen die werken en winkelen, met beveiligingscamera's zichtbaar aan het plafond.

Cameratoezicht is alleen toegestaan als je een gerechtvaardigd belang hebt, geen andere oplossing mogelijk is, en je de privacy van werknemers en klanten zo min mogelijk schendt.

Je moet een grondslag hebben voor het gebruik van camera’s en in sommige gevallen zelfs een privacyonderzoek uitvoeren. Ook ben je verplicht om mensen te informeren dat er camera’s hangen.

In dit artikel lees je precies wat wel en niet mag volgens de wet. Je krijgt antwoord op belangrijke vragen over wanneer je camera’s mag gebruiken, hoe lang je beelden mag bewaren, en wanneer verborgen camera’s zijn toegestaan.

Juridisch kader voor cameratoezicht

Een kantoor en winkelruimte met beveiligingscamera's zichtbaar aan het plafond, waar mensen aan het werk zijn en klanten rondkijken.

Cameratoezicht in kantoren en winkels valt onder strikte wettelijke regels. De AVG vormt de basis, waarbij organisaties een gerechtvaardigd belang moeten aantonen en werknemersvertegenwoordiging een belangrijke rol speelt bij de besluitvorming.

De AVG en gerechtvaardigd belang

De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) bepaalt wanneer u camera’s mag plaatsen. U heeft altijd een geldige grondslag nodig voor het verwerken van persoonsgegevens via camerabeelden.

Gerechtvaardigd belang is de meest gebruikte grondslag voor cameratoezicht. Dit geldt wanneer u eigendommen wilt beschermen tegen diefstal of de veiligheid van werknemers en klanten wilt waarborgen.

Het cameratoezicht moet noodzakelijk zijn. U mag geen camera’s gebruiken als er minder ingrijpende alternatieven bestaan.

Denk aan betere sloten, alarmsystemen of extra beveiliging. Camera’s mogen niet op zichzelf staan.

Ze moeten deel uitmaken van een breder veiligheidspakket. U moet ook de privacy-impact afwegen tegen het beoogde doel.

Autoriteit Persoonsgegevens en toezicht

De Autoriteit Persoonsgegevens houdt toezicht op naleving van de privacywet. Deze organisatie controleert of bedrijven zich aan de AVG-regels houden en kan boetes opleggen bij overtredingen.

U bent verplicht een Data Protection Impact Assessment (DPIA) uit te voeren bij grootschalig of systematisch cameratoezicht. Dit geldt ook wanneer u langdurig camera’s inzet om diefstal tegen te gaan.

Bij heimelijk cameratoezicht is een DPIA altijd verplicht. Ook als de inzet incidenteel is.

Komt uit de DPIA een hoog privacyrisico naar voren dat u niet kunt beperken? Dan moet u voorafgaand overleggen met de Autoriteit Persoonsgegevens.

De Autoriteit Persoonsgegevens biedt ook richtlijnen en hulpmiddelen. U kunt bij twijfel contact opnemen voor advies over uw specifieke situatie.

Rol van de ondernemingsraad en personeelsvertegenwoordiging

De ondernemingsraad moet instemmen met cameratoezicht dat gericht is op werknemers. U mag niet starten met het plaatsen van camera’s voordat deze instemming er is.

In onderwijsinstellingen bespreekt u de plannen met de medezeggenschapsraad. Dit geldt voor camera’s die leerkrachten of leerlingen filmen.

Ook hier is voorafgaande instemming verplicht. Bij heimelijk cameratoezicht moet u de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging betrekken bij het opstellen van een regeling.

U informeert werknemers vooraf over de mogelijkheid van verborgen camera’s, bijvoorbeeld in het personeelsreglement. Na gebruik van een verborgen camera moet u betrokken werknemers achteraf informeren.

Transparantie blijft belangrijk, ook bij heimelijk toezicht.

Toegestane vormen van cameratoezicht op de werkvloer

Een moderne kantoorruimte met medewerkers aan het werk en beveiligingscamera's zichtbaar aan muren en plafonds.

Werkgevers mogen camera’s plaatsen op de werkvloer als er een gerechtvaardigd belang bestaat, zoals beveiliging van eigendommen of bescherming van personen. De privacywet AVG stelt duidelijke grenzen aan het gebruik van camerabeveiliging om de privacy van werknemers en bezoekers te waarborgen.

Beveiligingsdoeleinden en preventie

U mag cameratoezicht inzetten voor de beveiliging van uw bedrijfspand, eigendommen en de veiligheid van personen. Dit geldt bijvoorbeeld bij de bescherming tegen diefstal, vandalisme of geweld.

De camera’s moeten wel gericht zijn op het beveiligingsdoel. U mag de beelden niet gebruiken om werknemers te controleren op hun werkprestaties of functioneren.

Belangrijke voorwaarden voor cameratoezicht:

  • Camera’s alleen plaatsen waar een beveiligingsrisico bestaat
  • Beelden bewaren voor maximaal vier weken
  • Werknemers vooraf informeren over het cameratoezicht
  • Duidelijke bewegwijzering plaatsen

U moet altijd eerst onderzoeken of er minder ingrijpende maatregelen mogelijk zijn. Denk aan alarmsystemen, betere verlichting of sloten.

Cameratoezicht is pas toegestaan als deze alternatieven niet voldoende werken.

Cameratoezicht in winkels, kantoren en sectoren

In winkels mag u camerabeveiliging gebruiken om diefstal te voorkomen en de veiligheid van personeel en klanten te waarborgen. U mag camera’s richten op verkoopruimtes, kassa’s en ingangen.

Op kantoorlocaties is cameratoezicht toegestaan bij de beveiliging van de ingang, parkeerplaatsen en gemeenschappelijke ruimtes. U mag geen camera’s plaatsen in privéruimtes zoals toiletten of kleedkamers.

Verboden camerazones op de werkplek:

  • Toiletten en doucheruimtes
  • Kleedkamers
  • Rustruimtes en kantine’s
  • Persoonlijke werkplekken zonder beveiligingsrisico

In bepaalde sectoren zoals de detailhandel geldt dat u klanten ook moet informeren over het cameratoezicht. Dit doet u door duidelijk zichtbare stickers of borden te plaatsen bij de ingang van uw winkel.

Cameratoezicht in horecagelegenheden, sportclubs en zorginstellingen

Horecagelegenheden mogen camera’s plaatsen om geweld, vandalisme en diefstal te voorkomen. U mag camera’s ophangen in de publieksruimtes, maar niet in toiletten of privéruimtes van personeel.

Bij een sportclub is cameratoezicht toegestaan voor de beveiliging van het gebouw en materiaal. Let erop dat u geen camera’s richt op kleedkamers, douches of andere privéruimtes waar leden zich omkleden.

In zorginstellingen speelt de veiligheid van bewoners een grote rol. U mag camera’s gebruiken om de veiligheid te waarborgen, maar moet extra zorgvuldig omgaan met de privacy van kwetsbare personen.

Overleg met bewoners of hun vertegenwoordigers is belangrijk. Camera’s in gangen of gemeenschappelijke ruimtes zijn vaak toegestaan.

Camera’s in privékamers mogen alleen in uitzonderlijke situaties na expliciete toestemming.

Beperkingen en verboden rondom cameratoezicht

Camera’s mogen niet overal hangen, zelfs niet als er een gerechtvaardigd belang is. Bepaalde plekken zijn altijd verboden vanwege de ernstige inbreuk op de privacy van werknemers en bezoekers, en ook geluidsopnames vallen onder strenge regels.

Verboden locaties: kleedkamers, toiletten, pauzeruimtes

U mag nooit camera’s plaatsen in toiletten, kleedkamers of andere ruimtes waar mensen zich omkleden. Deze locaties zijn absoluut verboden omdat de inbreuk op de privacy hier veel te groot is.

Het maakt niet uit wat uw doel is. Pauzeruimtes vallen ook onder strenge beperkingen.

Werknemers hebben recht op rustmomenten zonder toezicht. Camera’s in pauzeruimtes zijn in de meeste gevallen niet toegestaan omdat er geen gerechtvaardigd belang is dat zwaarder weegt dan de privacy van werknemers.

Ook privéruimtes zoals doucheruimtes en wasruimtes zijn altijd verboden voor cameratoezicht. De Autoriteit Persoonsgegevens houdt hier streng toezicht op.

Bij overtreding riskeert u hoge boetes en mogelijke claims van werknemers. Zelfs bij vermoeden van diefstal of fraude blijven deze ruimtes verboden voor camera’s.

U moet dan andere manieren zoeken om het probleem aan te pakken.

Cameratoezicht en geluidsopnames

Camera’s met geluidsopname zijn in principe niet toegestaan op de werkplek. Geluid vastleggen levert een veel groter privacyrisico op dan alleen beeldopnames.

Gesprekken tussen werknemers en klanten zijn vertrouwelijk. Er zijn zeer beperkte uitzonderingen mogelijk, maar alleen als er een zwaarwegend belang is.

U moet dan aantonen dat geluidsopname echt noodzakelijk is en dat er geen alternatief bestaat. Dit komt zelden voor in normale bedrijfssituaties.

Bij gebruik van geluidsopnames bent u altijd verplicht een DPIA uit te voeren. U moet werknemers en bezoekers duidelijk informeren over de geluidsopname via bordjes.

De bewaartermijn voor geluidsopnames moet zo kort mogelijk zijn.

Toezicht buiten het bedrijfsperceel

Camera’s op uw bedrijfsperceel mogen niet gericht zijn op openbare ruimtes zoals straten of trottoirs. U mag alleen uw eigen terrein filmen.

Het filmen van de openbare weg is voorbehouden aan de overheid. Richt uw camera zodanig dat alleen uw eigen pand of terrein in beeld komt.

Komt er toch een klein stukje openbare ruimte in beeld? Dan moet dit echt onvermijdelijk zijn en zo beperkt mogelijk blijven.

Camera’s gericht op buurpercelen of woningen van anderen zijn verboden. Dit is een ernstige schending van de privacy.

Buren kunnen hiertegen juridische stappen ondernemen en schadevergoeding eisen.

Verborgen cameratoezicht: regels en uitzondering

Verborgen camera’s op de werkplek zijn in principe verboden. Er bestaat een uitzondering wanneer er duidelijke vermoedens zijn van diefstal of fraude.

De wet stelt strikte voorwaarden aan heimelijk cameratoezicht om de privacy van werknemers en bezoekers zo veel mogelijk te beschermen.

Strikte voorwaarden voor verborgen camera’s

U mag alleen een verborgen camera inzetten als er concrete vermoedens zijn van diefstal of fraude door werknemers. Het plaatsen van heimelijk cameratoezicht is pas toegestaan wanneer andere maatregelen niet hebben geholpen om het probleem op te lossen.

De inbreuk op de privacy moet zo klein mogelijk blijven. U mag nooit verborgen camera’s plaatsen in privéruimtes zoals pashokjes, kleedkamers of toiletten.

Verplichte voorwaarden voor verborgen cameratoezicht:

  • U heeft in het personeelsreglement of camerareglement vermeld dat verborgen camera’s mogelijk zijn bij diefstal of fraude
  • De ondernemingsraad of medezeggenschapsraad heeft ingestemd met de regeling over verborgen camera’s
  • U voert vooraf een DPIA uit
  • Bij een hoog privacyrisico zonder adequate maatregelen moet u de Autoriteit Persoonsgegevens raadplegen

Tijdelijkheid en proportionaliteit bij heimelijk toezicht

Verborgen cameratoezicht mag alleen tijdelijk zijn. Permanent heimelijk cameratoezicht is onder geen enkele voorwaarde toegestaan.

U moet het verborgen cameratoezicht stoppen zodra het doel is bereikt. Heeft u de diefstal of fraude in beeld gebracht? Dan moet u de verborgen camera’s direct verwijderen.

De inzet van een verborgen camera moet proportioneel zijn aan het probleem. Het aantal camera’s en de locaties moeten beperkt blijven tot wat strikt noodzakelijk is.

Meldingsplicht en informatie achteraf

U moet werknemers en leerlingen vooraf informeren dat verborgen camera’s in bepaalde situaties mogelijk zijn. Deze melding neemt u op in het personeelsreglement of een apart reglement over cameratoezicht.

Na afloop van het heimelijk cameratoezicht heeft u een informatieplicht. U moet betrokken werknemers en leerlingen achteraf vertellen dat er verborgen camera’s zijn gebruikt.

Deze informatie geeft u ook als de beelden niets hebben opgeleverd. Bezoekers en klanten hoeft u achteraf niet persoonlijk te informeren.

Voor hen volstaat de algemene mededeling in uw reglement dat verborgen cameratoezicht mogelijk is bij vermoedens van diefstal of fraude.

Transparantie en informatieplicht bij cameratoezicht

Bij het plaatsen van camera’s bent u verplicht om mensen te informeren dat ze gefilmd worden en waarom. Dit betekent dat u duidelijk moet aangeven waar camera’s hangen en wat u met de beelden doet.

Privacyverklaring en meldingen

U moet een privacyverklaring opstellen die uitlegt hoe u omgaat met cameratoezicht. In deze verklaring staat wat het doel is van de camera’s en hoe lang u de beelden bewaart.

Ook vermeldt u wie er toegang heeft tot de beelden. De privacyverklaring moet voor iedereen makkelijk te vinden zijn.

U kunt deze op uw website plaatsen of bij de ingang van uw kantoor of winkel. Daarnaast moet u duidelijke borden ophangen die aangeven dat er cameratoezicht is.

Deze borden plaatst u voor mensen het gefilmde gebied betreden. Op de borden staat bij wie mensen terecht kunnen met vragen over de camera’s.

Informeren van personeel, klanten en bezoekers

Uw werknemers moet u vooraf uitgebreid informeren over het cameratoezicht. Leg uit waar de camera’s hangen en met welk doel u ze gebruikt.

Deze informatie neemt u op in het personeelsreglement of een apart reglement over cameratoezicht. Klanten en bezoekers wijst u op het cameratoezicht door duidelijke pictogrammen en borden.

Deze plaatst u bij alle ingangen waar mensen het gefilmde gebied binnenkomen. Bij incidenten, zoals diefstal of agressie, mag u mensen achteraf informeren dat hun gedrag is vastgelegd.

U bent niet verplicht om dit direct tijdens het incident te melden.

Rechten van betrokkenen omtrent camerabeelden

Mensen die op uw camerabeelden staan hebben het recht om deze beelden in te zien. Ze moeten daarvoor wel aantonen dat zij inderdaad op de beelden te zien zijn.

U heeft vier weken de tijd om aan dit verzoek te voldoen. Betrokkenen kunnen vragen om beelden te laten verwijderen als deze niet langer nodig zijn.

Ook kunnen ze bezwaar maken tegen de verwerking van hun gegevens. U moet dan beoordelen of hun privacy zwaarder weegt dan uw belang bij het cameratoezicht.

Wanneer mensen vinden dat u de privacyregels niet naleeft, kunnen ze een klacht indienen bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Houd daarom altijd goed bij waarom u bepaalde beelden bewaart en wat u ermee doet.

Praktische uitvoering en bewaartermijn van beelden

Bij camerabewaking moet u technische maatregelen treffen om de beelden te beschermen en mag u opnames niet langer bewaren dan nodig is. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) verlangt dat u bij verhoogde privacyrisico’s een grondige risicoanalyse uitvoert.

Technische en organisatorische maatregelen

U bent verplicht om camerabeelden te beveiligen tegen onbevoegde toegang. Dit betekent dat u een wachtwoord moet instellen op het camerasysteem en dat alleen bevoegde medewerkers de beelden mogen bekijken.

Bepaal vooraf wie er toegang heeft tot de camerabeelden. Leg dit vast in een protocol of reglement.

Zorg ervoor dat uw medewerkers weten hoe ze met de beelden moeten omgaan. De beelden moeten veilig worden opgeslagen.

Gebruik versleuteling als u de beelden digitaal bewaart. Bewaar de opnames op een beveiligde locatie waar anderen niet zomaar bij kunnen.

Bewaartermijn camerabeelden en uitzonderingen

U mag camerabeelden niet langer bewaren dan noodzakelijk is voor het doel waarvoor u ze heeft gemaakt. Voor gewone beveiligingsdoeleien geldt vaak een bewaartermijn van 4 weken.

Is er een incident vastgelegd zoals diefstal of vernieling? Dan mag u deze specifieke beelden langer bewaren totdat het incident is afgehandeld.

Dit kan betekenen dat u de beelden bewaart tot een onderzoek is afgerond of een rechtszaak is gevoerd. Na afloop van de bewaartermijn moet u de beelden verwijderen.

Dit geldt ook voor back-ups van het camerasysteem. Controleer regelmatig of oude opnames daadwerkelijk worden gewist.

Data Protection Impact Assessment (DPIA) bij verhoogd privacyrisico

Een DPIA is verplicht bij grootschalig of systematisch cameratoezicht. Dit geldt bijvoorbeeld als u structureel of langere tijd camera’s gebruikt om diefstal tegen te gaan of mensen te beschermen.

Ook bij verborgen camerabewaking moet u altijd een DPIA uitvoeren, zelfs als het om incidenteel gebruik gaat. In de DPIA beschrijft u welke privacyrisico’s het cameratoezicht met zich meebrengt en hoe u deze risico’s beperkt.

Komt uit de DPIA naar voren dat het cameratoezicht een hoog privacyrisico oplevert? En vindt u geen adequate maatregelen om dit risico te verminderen? Dan moet u vooraf overleggen met de AP voordat u met het cameratoezicht begint.

Dit heet een voorafgaande raadpleging.

Frequently Asked Questions

Werkgevers en winkeliers moeten zich houden aan strikte regels bij het gebruik van camera’s op de werkplek. De privacywet AVG stelt duidelijke eisen aan het plaatsen, gebruik en bewaren van camerabeelden.

Welke voorschriften gelden er voor het plaatsen van camera’s op de werkplek?

Je mag alleen camera’s plaatsen als je een gerechtvaardigd belang hebt. Dit kan zijn voor het beveiligen van eigendommen of het waarborgen van de veiligheid.

De privacy van werknemers en bezoekers moet zo min mogelijk worden geschonden. Je moet eerst onderzoeken of er andere, minder ingrijpende mogelijkheden zijn.

Camera’s mogen alleen worden gebruikt als er geen alternatief is. Het cameratoezicht moet noodzakelijk en proportioneel zijn voor het doel dat je wilt bereiken.

Verborgen camera’s mogen alleen als laatste redmiddel en voor een tijdelijke periode. Je moet strengere eisen naleven bij het gebruik van verborgen camera’s.

Hoe moeten werknemers geïnformeerd worden over cameratoezicht op kantoor?

Je moet werknemers vooraf informeren over het gebruik van camera’s op de werkplek. Deze informatie moet duidelijk en toegankelijk zijn.

Werknemers hebben recht om te weten dat ze worden gefilmd. Bij verborgen camera’s moet je werknemers vooraf waarschuwen dat deze mogelijkheid bestaat.

Achteraf moet je hen informeren als er daadwerkelijk verborgen camera’s zijn gebruikt. Deze transparantie is verplicht volgens de privacywet.

Wat zijn de grenzen van cameratoezicht in relatie tot de privacy van werknemers?

Je mag beelden van bewakingscamera’s niet gebruiken om werknemers te beoordelen op hun functioneren. De camera’s zijn bedoeld voor beveiliging, niet voor het controleren van werkprestaties.

Camera’s mogen niet worden gericht op privéruimtes zoals toiletten, kleedkamers of pauzeruimtes. Deze ruimtes zijn uitgesloten van cameratoezicht.

De privacy van werknemers weegt hier zwaarder dan beveiligingsbelangen. Je moet de inbreuk op privacy tot een minimum beperken.

Dit betekent dat je alleen die gebieden filmt waar het echt nodig is. Vermijd onnodige opnames van werknemers in hun dagelijkse werkzaamheden.

Op welke manier dient de zichtbaarheid van cameratoezicht aangeduid te worden in een winkelomgeving?

Je moet duidelijk aangeven dat er cameratoezicht is in je winkel. Dit doe je met goed zichtbare pictogrammen of borden bij de ingang.

Klanten en werknemers moeten direct kunnen zien dat er camera’s hangen. De signalering moet voldoen aan de eisen van de AVG.

Je moet vermelden wie verantwoordelijk is voor de camera’s en met welk doel ze worden gebruikt. Ook moet je aangeven hoe lang de beelden worden bewaard.

Wat zijn de bewaartermijnen voor beeldmateriaal vastgelegd door cameratoezicht?

Je mag camerabeelden niet langer bewaren dan noodzakelijk is voor het doel waarvoor je ze hebt gemaakt. De standaard bewaartermijn is meestal niet langer dan vier weken.

Na deze periode moet je de beelden verwijderen. In sommige gevallen mag je beelden langer bewaren, bijvoorbeeld bij een onderzoek naar een incident.

Je moet dan een goede reden hebben voor de langere bewaartermijn. Documenteer deze reden zorgvuldig.

Je moet een beleid opstellen voor het bewaren en verwijderen van beelden. Dit beleid moet duidelijk zijn en worden nageleefd.

Controleer regelmatig of oude beelden worden verwijderd.

Hoe verhoudt het recht op inzage van opgeslagen camerabeelden zich tot de privacywetgeving?

Werknemers en klanten hebben het recht om inzage te vragen in camerabeelden waarop zij voorkomen. Je moet binnen een maand reageren op zo’n verzoek.

Dit recht is vastgelegd in de AVG. Je mag alleen weigeren als dit de privacy van anderen schaadt of een lopend onderzoek belemmert.

Je moet de afwijzing goed onderbouwen. De persoon kan bezwaar maken tegen je beslissing.

Bij het verstrekken van beelden moet je de privacy van andere personen beschermen. Dit kan door gezichten van anderen onherkenbaar te maken.

Nieuws

Koopcontract getekend en spijt: wanneer kunt u nog onder een woningkoop uit? Handige uitleg en heldere stappen

Je hebt eindelijk dat droomhuis gevonden en het koopcontract getekend. Maar dan komt de twijfel.

Misschien heb je nieuwe informatie gekregen over de staat van de woning. Of je financiële situatie is plots veranderd.

Een bezorgde man en vrouw zitten aan een tafel met papieren en een contract in een huiselijke omgeving.

Als consument-koper heeft u na ondertekening van het koopcontract een wettelijke bedenktijd van drie dagen waarin u zonder reden van de koop mag afzien. Na deze periode zijn er nog andere mogelijkheden om onder de koopovereenkomst uit te komen, zoals ontbindende voorwaarden voor financiering of een bouwkundige keuring.

Deze opties hebben wel specifieke regels en termijnen waar u aan moet voldoen.

Wanneer is een koopcontract voor een woning bindend?

Een stel zit aan een tafel in hun huis en bespreekt documenten met serieuze gezichten.

Een koopcontract wordt bindend zodra zowel u als de verkoper het document hebben ondertekend. De makelaar stelt het contract meestal op, maar ondertekening door een notaris is niet verplicht voor de bindende werking.

Juridische status van het voorlopig koopcontract

Het voorlopig koopcontract is direct juridisch bindend. Zodra u en de verkoper beide handtekeningen hebben gezet, ontstaat er een rechtsgeldige overeenkomst.

De term ‘voorlopig’ wekt misschien de indruk dat het om een vrijblijvende afspraak gaat, maar dat klopt niet. Alle gemaakte afspraken tussen u en de verkoper moeten duidelijk in het contract staan.

Deze afspraken zijn vanaf ondertekening rechtsgeldig en afdwingbaar. U kunt niet zomaar weigeren om de woning te kopen omdat u zich heeft bedacht.

Er zijn twee manieren waarop u nog onder het contract uit kunt komen. De eerste is de wettelijke bedenktijd van drie dagen voor particuliere kopers.

De tweede optie zijn de ontbindende voorwaarden die in het contract zijn opgenomen, zoals het financieringsvoorbehoud of een keuringsvoorbehoud.

Betrokken partijen: koper, verkoper en makelaar

U bent als koper één van de twee hoofdpartijen in de koopovereenkomst. De verkoper is de andere partij.

Samen tekenen jullie het contract en zijn jullie vanaf dat moment gebonden aan de afspraken. De makelaar van de verkoper maakt meestal het koopcontract op.

Deze makelaar gebruikt vaak een standaard model koopovereenkomst. Uw eigen aankoopmakelaar kan helpen bij het controleren van de inhoud voordat u tekent.

De makelaar is echter geen partij in het contract zelf. Het is belangrijk dat beide partijen het ondertekende contract ontvangen.

Uw bedenktijd van drie dagen begint pas te lopen vanaf het moment dat u een kopie van het door beide partijen getekende contract heeft ontvangen.

Rol van de notaris bij het opstellen en tekenen

U hoeft het voorlopig koopcontract niet bij een notaris te ondertekenen. Het contract is ook zonder notariële betrokkenheid rechtsgeldig wanneer u en de verkoper beide hebben getekend.

De notaris speelt pas later in het koopproces een belangrijke rol. Op de leveringsdatum gaat u naar de notaris voor het ondertekenen van de definitieve akte van levering.

Deze akte is gebaseerd op het eerder ondertekende koopcontract. Bij de notaris ondertekent u ook de hypotheekakte als u de woning met geleend geld koopt.

Daarna vindt de juridische eigendomsoverdracht plaats. Het voorlopig koopcontract vormt dus de basis voor alle latere stappen bij de notaris.

Spijt na ondertekening: de wettelijke bedenktijd

Een stel zit aan een tafel en bekijkt nadenkend een contract met sleutels van een huis op tafel.

Als koper heeft u na het tekenen van het koopcontract drie dagen bedenktijd waarin u kosteloos van de koop af kunt zien. Deze periode begint de dag nadat u het door beide partijen ondertekende contract ontvangt.

U hoeft geen reden op te geven om gebruik te maken van dit recht.

Hoe werkt de drie dagen bedenktijd?

De bedenktijd begint op de dag nadat u het getekende koopcontract heeft ontvangen. Dit betekent dat het niet automatisch start op de dag van ondertekening.

De bedenktijd duurt drie volle dagen. Van deze drie dagen moeten er minimaal twee werkdagen zijn.

Als dit niet het geval is, komt er automatisch een dag bij. Voorbeeld: U ontvangt het getekende contract op donderdag.

Uw bedenktijd start dan op vrijdag om 00:00 uur en loopt tot maandag 23:59 uur. U kunt met de verkoper een langere bedenktijd afspreken, maar een kortere termijn dan drie dagen is niet toegestaan.

Tijdens de bedenktijd heeft u het recht om de koopovereenkomst te ontbinden zonder vergoeding te betalen. De verkoper kan u niet verplichten om de koop door te laten gaan.

Praktische stappen bij het ontbinden binnen de bedenktijd

U moet de verkoper schriftelijk laten weten dat u van de koop afziet. Dit kunt u doen per brief, e-mail of aangetekende post.

Zorg dat uw bericht binnen de bedenktijd bij de verkoper aankomt. Het is verstandig om een ontvangstbevestiging te vragen of aangetekend te versturen voor bewijs.

U hoeft geen reden op te geven waarom u van de koop afziet. Bewaar kopieën van alle communicatie voor uw administratie.

Dit kan belangrijk zijn als er later discussie ontstaat over de tijdige ontbinding. Neem ook contact op met uw makelaar of adviseur om te melden dat u gebruik maakt van de bedenktijd.

Gevolgen voor waarborgsom en koopsom

Als u binnen de bedenktijd van de koop afziet, krijgt u de waarborgsom volledig terug. De verkoper mag geen bedrag inhouden of een schadevergoeding vragen.

U bent geen koopsom verschuldigd en de verkoper kan u hier niet toe dwingen. Het koopcontract wordt geacht nooit te hebben bestaan.

De verkoper mag de woning direct weer te koop aanbieden aan andere geïnteresseerden. Voor u als koper zijn er geen financiële gevolgen verbonden aan het gebruik maken van uw wettelijke bedenktijd.

Ontbindende voorwaarden: de sleutel tot ontbinding na de bedenktijd

Na de driedaagse bedenktijd bieden ontbindende voorwaarden de enige manier om boetevrij van een woningkoop af te komen. Deze voorwaarden leg je vast in de koopakte en geven je het recht om de koop te ontbinden als aan specifieke situaties niet wordt voldaan.

Financieringsvoorbehoud en hypotheek niet rond

Het financieringsvoorbehoud is de meest gebruikte ontbindende voorwaarde. Je neemt deze op in de koopakte met een duidelijke termijn, meestal tussen de 2 en 6 weken.

Als je hypotheekaanvraag wordt afgewezen, kun je de koop ontbinden. Je moet wel aantonen dat je je voldoende hebt ingespannen om de financiering te krijgen.

Dit betekent dat je minimaal bij één of twee banken een hypotheekaanvraag moet indienen. De voorwaarde vermeldt het exacte bedrag dat je nodig hebt.

Krijg je minder geld dan dit bedrag, dan mag je ontbinden. Let op: je moet binnen de afgesproken termijn actie ondernemen.

Werk samen met een hypotheekadviseur om je aanvraag goed voor te bereiden. Als je bewust te weinig informatie verstrekt of niet meewerkt aan de aanvraag, kun je geen beroep doen op het financieringsvoorbehoud.

Bewaar alle afwijzingen en correspondentie met banken als bewijs.

Voorbehoud bouwkundige keuring

Een voorbehoud voor een bouwkundige keuring geeft je tijd om de woning te laten inspecteren. In de koopakte staat een bedrag vermeld voor herstelkosten van gebreken en achterstallig onderhoud.

Gaat dit bedrag boven het afgesproken maximum, dan kun je ontbinden. Ook kun je de koop beëindigen als de keurder adviseert om aanvullend specialistisch onderzoek te doen naar asbest, houtrot of andere verborgen gebreken.

De termijn voor dit voorbehoud is meestal kort: tussen de 5 en 10 werkdagen. Plan de keuring direct na ondertekening in.

De keurder moet een officieel rapport opstellen dat je gebruikt als onderbouwing voor ontbinding.

Andere ontbindende voorwaarden: NHG, vergunningen, restschuld

Je kunt meerdere voorwaarden opnemen die bij jouw situatie passen. Een NHG-voorbehoud is relevant als je Nationale Hypotheek Garantie wilt afsluiten maar de woning de taxatiewaarde niet haalt.

Heb je nog een restschuld van een vorige woning? Dan kun je een restschuldvoorbehoud opnemen.

Dit geeft je de mogelijkheid om te ontbinden als je restschuld niet wordt goedgekeurd door de bank. Andere voorbeelden zijn:

  • Voorbehoud verkoop huidige woning
  • Voorbehoud bouwvergunning of splitsingsvergunning
  • Voorbehoud goedkeuring vereniging van eigenaren

Bespreek welke voorwaarden relevant zijn voordat je een bod uitbrengt. Je noemt ze al bij het bod, niet pas bij het tekenen van de koopakte.

De verkoper moet akkoord gaan met deze voorwaarden voordat het contract geldig wordt.

Gevolgen als u na alle termijnen onder de koop uit wilt

Als de bedenktijd is verstreken en u zich niet kunt beroepen op ontbindende voorwaarden, komt u alleen nog onder de koop uit door een forse boete te betalen. Dit heeft financiële en juridische gevolgen die zwaar kunnen wegen.

Boetebeding en hoogte van de boete

Het standaard boetebeding in een koopcontract bedraagt 10% van de koopprijs. Bij een woning van € 350.000 betekent dit een boete van € 35.000.

U moet dit bedrag aan de verkoper betalen zodra u schriftelijk aangeeft van de koop af te zien. De verkoper kan deze boete direct opeisen.

Dit is vaak een pijnlijke tegenvaller voor kopers die de koop willen ontbinden. De boete geldt als schadevergoeding voor de verkoper.

Hij heeft immers de woning al van de markt gehaald en wellicht andere kansen laten schieten. Het bedrag staat vast in het contract en is niet onderhandelbaar, tenzij beide partijen tot andere afspraken komen.

Aansprakelijkheid en schadevergoeding

Naast de boete van 10% kan de verkoper in sommige gevallen aanvullende schade claimen. Dit gebeurt wanneer zijn werkelijke schade hoger uitvalt dan het boetebedrag.

De verkoper moet deze extra schade wel kunnen aantonen. Denk aan extra makelaarskosten of financiële verliezen doordat de woning uiteindelijk voor een lagere prijs verkocht wordt.

Dit komt in de praktijk zelden voor, maar het risico bestaat wel. U blijft aansprakelijk totdat de koop definitief ontbonden is.

De verkoper kan ook kiezen om de overdracht van het eigendom via de rechter af te dwingen in plaats van de boete te accepteren. Dit gebeurt vooral wanneer de woningmarkt gunstig is voor verkopers.

Mogelijkheid tot ontbinden via rechterlijke weg

In uitzonderlijke situaties kunt u via de rechter proberen om zonder boete onder de koop uit te komen. Dit lukt alleen bij onvoorziene omstandigheden die de koop onredelijk bezwarend maken.

Voorbeelden zijn plotseling overlijden van uw partner, ernstige ziekte, of verlies van uw baan door faillissement van uw werkgever. De rechter beoordeelt per situatie of ontbinding gerechtvaardigd is.

Dit is een moeilijke en kostbare procedure zonder garantie op succes. Een rechtsbijstandverzekering kan de juridische kosten dekken.

U heeft dan wel toestemming van uw verzekeraar nodig voordat u de procedure start. De verkoper kan ook via de rechter nakoming van het contract eisen, inclusief een bankgarantie als zekerheid voor de betaling.

Belangrijkste aandachtspunten en tips bij het kopen van een huis

Een bod op een huis uitbrengen vraagt om zorgvuldige voorbereiding en de juiste begeleiding. Goede advisering voorkomt dat u achteraf voor verrassingen komt te staan of spijt krijgt van uw aankoop.

Bod uitbrengen: wat te overwegen vooraf

Voordat u een bod op een huis uitbrengt, moet u eerst uw financiële situatie helder hebben. Regel een hypotheekofferte bij uw hypotheekadviseur zodat u precies weet hoeveel u kunt lenen.

Laat het huis bouwtechnisch keuren voordat u een definitief bod uitbrengt. Zo weet u of er gebreken zijn die veel geld kosten om te herstellen.

U kunt deze keuring ook als ontbindende voorwaarde in het contract opnemen. Denk na over wat u maximaal wilt betalen.

Bij meerdere biedingen voelt u vaak druk om hoger te bieden. Blijf echter binnen uw budget en laat u niet leiden door emotie.

Belang van goede voorbereiding en advisering

Een aankoopmakelaar helpt u bij het hele proces van huis kopen. Deze professional controleert het koopcontract, onderhandelt namens u en waarschuwt voor valkuilen.

De kosten voor een aankoopmakelaar liggen tussen de 1% en 2% van de koopprijs. Uw hypotheekadviseur speelt ook een belangrijke rol.

Deze specialist berekent wat u kunt lenen en regelt de financiering binnen de gestelde termijn. Zorg dat u deze adviseur vroegtijdig inschakelt, zodat er geen tijdnood ontstaat.

Controleer welke zaken bij de aankoop huis zijn inbegrepen. Denk aan gordijnen, lampen, tuinhuisje en inbouwapparatuur.

Maak hierover duidelijke afspraken en zet alles op papier. Dit voorkomt discussies na de overdracht.

Rol van juridische ondersteuning

Een jurist kan het koopcontract controleren voordat u tekent. Dit is vooral belangrijk bij complexe situaties zoals erfpacht, asbest of een beschermd monument.

De kosten hiervoor liggen meestal tussen de 200 en 500 euro. Uw rechtsbijstandverzekering dekt mogelijk juridische kosten bij geschillen over de woningaankoop.

Check dit vooraf bij uw verzekeraar. Sommige polissen hebben een wachttijd of dekken alleen bepaalde geschillen.

Let goed op clausules in het contract die uw rechten beperken:

  • Ouderdomsclausule: u accepteert gebreken die horen bij de leeftijd van het huis
  • Asbestclausule: u accepteert eventuele aanwezigheid van asbest
  • Niet-bewoningsclausule: de verkoper heeft er zelf niet gewoond

Deze clausules kunnen alleen met uw toestemming worden toegevoegd. Vraag uitleg als u iets niet begrijpt.

Van koopcontract naar sleuteloverdracht: afronding van het koopproces

Na het tekenen van het koopcontract volgen er nog diverse stappen voordat u officieel eigenaar wordt van uw nieuwe woning. De notaris speelt hierbij een centrale rol door de juridische documenten op te stellen en de overdracht in goede banen te leiden.

De rol van de notaris bij eigendomsoverdracht

De notaris wordt ingeschakeld zodra alle ontbindende voorwaarden zijn vervallen en uw financiering is geregeld. Dit gebeurt meestal enkele weken voor de geplande overdracht.

De notaris stelt twee belangrijke documenten op: de leveringsakte en de hypotheekakte. De leveringsakte bevat alle gegevens over de overdracht van het eigendom.

U ontvangt vooraf een conceptversie om te controleren of alle informatie klopt. Daarnaast stuurt de notaris u een afrekening.

Deze nota toont precies welke bedragen u moet betalen op de dag van overdracht. Denk hierbij aan de resterende koopsom, notariskosten, kadasterkosten en eventueel overdrachtsbelasting.

Controleer deze documenten zorgvuldig. Let vooral op de juiste schrijfwijze van namen, het correcte adres van de koopwoning en de afgesproken koopsom.

Fouten kunnen tot vertraging leiden.

De hypotheekakte, betaling koopsom en overdracht sleutels

Op de dag van sleuteloverdracht ondertekent u bij de notaris eerst de hypotheekakte. Deze akte regelt de verstrekking van uw hypotheek en de inschrijving van het hypotheekrecht in het kadaster.

Vervolgens ondertekent u de leveringsakte. Op dat moment betaalt de notaris de koopsom aan de verkoper vanuit de door u overgemaakt gelden en uw hypotheek.

De notaris zorgt ervoor dat alle bedragen kloppen en correct worden verdeeld. Pas na ondertekening van beide aktes krijgt u de sleutels van uw nieuwe woning.

Vanaf dat moment bent u officieel eigenaar. De notaris regelt binnen enkele dagen de inschrijving bij het kadaster.

Voor de sleuteloverdracht voert u meestal nog een laatste inspectie uit. U controleert of de woning in de afgesproken staat is achtergelaten en of alle toegezegde zaken aanwezig zijn.

Veelgestelde vragen

Na het tekenen van een koopcontract hebben kopers specifieke rechten en plichten. De bedenktijd, ontbindende voorwaarden en mogelijke kosten spelen een belangrijke rol bij het eventueel terugkomen op een woningaankoop.

Wat zijn mijn rechten als koper na het tekenen van een koopcontract?

U heeft het recht op drie dagen bedenktijd nadat u het koopcontract heeft ondertekend. Binnen deze periode kunt u zonder opgave van reden de koop annuleren.

Daarnaast heeft u recht op nakoming van alle afspraken die in het contract staan. De verkoper moet u een onbeschadigd product leveren zoals afgesproken.

Als u ontbindende voorwaarden heeft opgenomen, kunt u deze gebruiken om onder de koop uit te komen. Dit moet wel binnen de afgesproken termijnen gebeuren.

Binnen welke termijn kan ik de koop van een woning ontbinden?

De wettelijke bedenktijd bedraagt drie dagen na ondertekening van het koopcontract. Deze termijn begint op de dag dat u het contract daadwerkelijk heeft ontvangen.

Voor ontbindende voorwaarden gelden de termijnen die u met de verkoper heeft afgesproken. Een financieringsvoorbehoud heeft meestal een termijn van zes tot acht weken.

Een bouwkundig voorbehoud heeft vaak een kortere termijn omdat een keuring sneller uitgevoerd kan worden. U moet binnen deze termijnen schriftelijk en aangetekend laten weten dat u de koop ontbindt.

Welke consequenties zijn er verbonden aan het annuleren van een woningkoop na ondertekening?

Binnen de bedenktijd van drie dagen kunt u zonder kosten de koop annuleren. U hoeft hiervoor geen reden op te geven.

Na de bedenktijd kunt u alleen nog ontbinden via de ontbindende voorwaarden die in het contract staan. Heeft u geen ontbindende voorwaarden opgenomen en wilt u toch van de koop af, dan bent u gebonden aan het contract.

Als de verkoper het contract ontbindt omdat u uw verplichtingen niet nakomt, moet u meestal een boete betalen. Deze boete bedraagt vaak 10% van de koopsom.

Hoe werkt de wettelijke bedenktijd bij de aankoop van een huis?

De wettelijke bedenktijd geldt voor particuliere kopers vanaf het moment dat het koopcontract is ondertekend. U heeft drie dagen de tijd om uw keuze te heroverwegen.

U hoeft tijdens de bedenktijd geen reden te geven voor het annuleren. Het volstaat om schriftelijk aan te geven dat u de koop wilt ontbinden.

Zorg ervoor dat uw schriftelijke mededeling de verkoper binnen de termijn bereikt. Verstuur de brief daarom aangetekend en bij voorkeur ook per e-mail.

Kunnen er kosten verbonden zijn aan het terugtrekken uit een koopcontract?

Binnen de driedaagse bedenktijd zijn er geen kosten verbonden aan het terugtrekken. U kunt in deze periode kosteloos van de aankoop afzien.

Bij ontbinding via ontbindende voorwaarden hoeft u ook geen boete te betalen. Wel moet u vaak bewijsstukken aanleveren zoals afwijzingen van geldverstrekkers of een keuringsrapport.

Trekt u zich terug zonder geldige reden na de bedenktijd en zonder ontbindende voorwaarden, dan riskeert u een boete. De verkoper kan schadevergoeding eisen voor geleden schade.

Wat zijn de mogelijkheden om een koopcontract te ontbinden bij verborgen gebreken?

Een bouwkundig voorbehoud in het koopcontract biedt bescherming tegen onverwachte gebreken. U geeft in het contract aan wat het maximale bedrag is voor herstelwerkzaamheden.

Blijken de herstelkosten uit de bouwkundige keuring hoger, dan mag u de koop ontbinden. U moet wel het keuringsrapport als bewijs aanleveren aan de verkoper.

Heeft u geen bouwkundig voorbehoud opgenomen, dan is ontbinding moeilijker. Alleen bij zeer ernstige verborgen gebreken die de verkoper verzwegen heeft, kunt u mogelijk nog juridische stappen ondernemen.

Nieuws

Hoe lang mag u klantgegevens bewaren? Praktische bewaartermijnen volgens Nederlandse wetgeving

Als ondernemer of organisatie mag u klantgegevens niet langer bewaren dan strikt noodzakelijk is voor het doel waarvoor u ze heeft verzameld.

De AVG kent geen vaste bewaartermijn, maar u moet zelf bepalen wat passend is voor uw situatie.

Voor financiële gegevens geldt bijvoorbeeld een wettelijke bewaarplicht van zeven jaar.

Marketinggegevens moeten vaak veel eerder verwijderd worden.

Een kantoor met een persoon die documenten bekijkt en een laptop met grafieken, met netjes gestapelde mappen op het bureau.

Het uitgangspunt is simpel: bewaar persoonsgegevens zo kort mogelijk, maar houd wel rekening met wettelijke verplichtingen zoals belastingwetgeving en branchespecifieke regelgeving.

Deze balans tussen minimale opslag en juridische vereisten kan lastig zijn.

U moet voor elk type klantgegeven een beredeneerde keuze maken en deze kunnen onderbouwen aan de Autoriteit Persoonsgegevens.

In dit artikel leest u welke bewaartermijnen gelden voor verschillende soorten klantgegevens.

U krijgt praktische richtlijnen voor het opstellen van uw eigen bewaartermijnenbeleid en concrete tips om compliance te waarborgen.

Ook behandelen we de risico’s bij te lange of te korte bewaring en de manieren waarop u gegevens veilig kunt vernietigen of archiveren.

Juridisch Kader: AVG en Nederlandse Privacywetgeving

Een groep professionals bespreekt klantgegevens en privacyregels aan een vergadertafel in een kantoor.

De AVG vormt sinds mei 2018 de basis voor het bewaren van klantgegevens in Nederland.

Deze wet werkt samen met Nederlandse regels en krijgt toezicht van de Autoriteit Persoonsgegevens.

Belangrijkste bepalingen van de AVG

De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) stelt duidelijke eisen aan het bewaren van persoonsgegevens.

U mag gegevens niet langer bewaren dan noodzakelijk voor het doel waarvoor u ze verzamelt.

De AVG geeft geen vaste bewaartermijnen.

U moet zelf bepalen wat passend is voor uw situatie.

Dit betekent dat u goed moet nadenken over waarom u bepaalde gegevens bewaart.

De belangrijkste regels zijn:

  • Persoonsgegevens zo kort mogelijk bewaren
  • Een duidelijk doel hebben voor elk gegeven
  • Gegevens vernietigen wanneer ze niet meer nodig zijn
  • Klanten informeren over bewaartermijnen

U moet uw keuzes kunnen onderbouwen.

Leg daarom vast waarom u voor een bepaalde bewaartermijn kiest.

Dit is belangrijk als de Autoriteit Persoonsgegevens controleert of u zich aan de regels houdt.

Specifieke Nederlandse wetgeving en uitvoeringswet

Nederland heeft de AVG aangevuld met eigen regels in de Uitvoeringswet AVG.

Deze privacywet geeft extra richtlijnen voor Nederlandse bedrijven en organisaties.

Sommige wetten bepalen wel concrete bewaartermijnen.

De belastingwet verplicht u bijvoorbeeld om factuurgegevens 7 jaar te bewaren.

Ook de Archiefwet kent eigen regels voor bepaalde documenten.

U moet altijd kijken naar:

  • Wettelijke minimale bewaartermijnen die u moet respecteren
  • Maximale termijnen uit de AVG die u niet mag overschrijden
  • Branche-specifieke regels die voor uw sector gelden

Bij twijfel over bewaartermijnen kunt u vaak terecht bij uw branchevereniging.

Zij hebben vaak gedragscodes met gangbare termijnen voor uw sector.

Rol van de Autoriteit Persoonsgegevens

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) houdt toezicht op de naleving van de privacywetgeving in Nederland.

De AP controleert of bedrijven en organisaties zich aan de AVG houden.

De AP kan bij u controleren of uw bewaartermijnen redelijk zijn.

Ze beoordelen of u gegevens inderdaad zo kort mogelijk bewaart.

Als u zich niet aan de regels houdt, kan de AP boetes opleggen.

Klanten kunnen bij de AP een klacht indienen als ze vinden dat u hun gegevens te lang bewaart.

De AP onderzoekt deze klachten en kan u dwingen om gegevens te verwijderen.

U kunt de AVG-regelhulp van de AP gebruiken voor praktisch advies.

Dit gratis instrument helpt u te controleren of u aan alle eisen voldoet.

De AP ontwikkelde deze tool samen met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Basisprincipes voor het bewaren van klantgegevens

Een groep zakelijke professionals bespreekt gegevensbeheer rond een tafel in een moderne kantooromgeving.

Het bewaren van klantgegevens moet voldoen aan drie kernprincipes uit de AVG.

Gegevens mogen alleen worden bewaard voor het doel waarvoor ze zijn verzameld, de opslagperiode moet beperkt blijven tot wat noodzakelijk is, en u moet transparant zijn over hoe u met deze gegevens omgaat.

Doelbinding en noodzaak

Doelbinding betekent dat u persoonsgegevens alleen mag gebruiken voor het doel dat u vooraf heeft vastgesteld.

Wanneer u bijvoorbeeld klantgegevens verzamelt voor het uitvoeren van een bestelling, mag u deze gegevens niet zonder meer gebruiken voor marketingdoeleinden.

U moet voor elk type clientegegevens bepalen waarom u deze nodig heeft.

Dit doel legt vast hoe lang bewaren noodzakelijk is.

Zodra het oorspronkelijke doel is bereikt, moet u de gegevens verwijderen of anonimiseren.

De AVG kent zes wettelijke grondslagen voor het verwerken van persoonsgegevens.

De meest voorkomende zijn: het uitvoeren van een overeenkomst, wettelijke verplichting, toestemming van de betrokkene, en gerechtvaardigd belang.

Uw gekozen grondslag bepaalt mede hoe u met bewaartermijnen moet omgaan.

Opslagbeperking en dataminimalisatie

Opslagbeperking houdt in dat u persoonsgegevens niet langer identificeerbaar mag opslaan dan nodig.

Dit principe werkt samen met dataminimalisatie: verzamel alleen gegevens die u echt nodig heeft.

In de praktijk betekent dit dat u actief moet bijhouden wanneer gegevens verwijderd moeten worden.

U kunt niet alle klantgegevens onbeperkt bewaren “voor het geval dat”.

Er moet een concrete noodzaak zijn.

Belangrijke aandachtspunten:

  • Verwijder gegevens zodra het bewaardoel is bereikt
  • Gebruik geanonimiseerde gegevens voor lange termijn analyse
  • Implementeer automatische verwijderingsprocessen
  • Controleer regelmatig welke gegevens u nog nodig heeft

Geanonimiseerde gegevens vallen niet meer onder de AVG omdat ze niet te herleiden zijn tot personen.

Deze mag u wel bewaren voor statistische doeleinden.

Transparantie en verplichtingen richting betrokkenen

U bent verplicht klanten duidelijk te informeren over hoe u hun gegevens bewaart.

Dit doet u via een privacyverklaring die voor iedereen toegankelijk is.

Deze verklaring moet concreet aangeven welke bewaartermijnen u hanteert per type gegevens.

Klanten hebben het recht om te weten welke persoonsgegevens u van hen bewaart.

Zij kunnen inzage vragen, correctie verzoeken of verwijdering aanvragen.

U moet binnen een maand op zulke verzoeken reageren.

Een AVG-proof aanpak vereist dat u kunt aantonen waarom u bepaalde gegevens bewaart.

Documenteer daarom uw bewaartermijnenbeleid en de overwegingen erachter.

Dit helpt bij het aantonen van compliance wanneer de Autoriteit Persoonsgegevens controleert.

Communiceer proactief wanneer u bewaartermijnen wijzigt.

Klanten moeten hiervan op de hoogte zijn en begrijpen waarom bepaalde gegevens langer of korter bewaard blijven dan eerder aangegeven.

Wettelijke bewaartermijnen voor klantgegevens

Voor verschillende soorten klantgegevens gelden specifieke wettelijke bewaartermijnen die u moet naleven.

De fiscale bewaarplicht verplicht u tot zeven jaar bewaren van financiële administratie, terwijl marketinggegevens, medische informatie en bezoekersregistratie elk hun eigen termijnen kennen.

Bewaartermijn financiële administratie en fiscale bewaarplicht

De belastingwetgeving schrijft een verplichte bewaartermijn van 7 jaar voor uw financiële administratie.

Deze wettelijke bewaartermijn geldt vanaf het einde van het boekjaar waarin de laatste boeking plaatsvond.

Onder deze administratie vallen alle documenten die relevant zijn voor uw fiscale verplichtingen.

Denk aan facturen, offertes, inkooporders, bankafschriften en contracten met klanten.

De Belastingdienst kan deze documenten tijdens een controle opvragen.

U mag deze gegevens niet eerder verwijderen, zelfs niet als een klant daarom vraagt.

De fiscale bewaarplicht gaat voor op het recht om vergeten te worden.

Na afloop van de zeven jaar moet u de gegevens wel verwijderen, tenzij er een andere wettelijke grond is om ze te bewaren.

Let op: de wettelijke bewaartermijn geldt alleen voor gegevens die onderdeel zijn van uw administratie.

Andere klantinformatie die niet fiscaal relevant is, valt niet automatisch onder deze regel.

Bewaren van klantgegevens voor marketingdoeleinden

Voor klantgegevens die u gebruikt voor marketingdoeleinden gelden kortere bewaartermijnen dan voor uw administratie. Zonder expliciete toestemming mag u deze gegevens meestal maximaal 2 jaar na het laatste contactmoment bewaren.

Het laatste contactmoment kan zijn: een aankoop, een reactie op een nieuwsbrief, of een bezoek aan uw website. Vanaf dat moment telt de bewaartermijn opnieuw.

Als een klant drie jaar niets van zich laat horen, moet u de gegevens verwijderen.

Bij actieve toestemming voor nieuwsbrieven mag u de gegevens langer bewaren. De toestemming blijft geldig zolang de klant zich niet uitschrijft.

Wel is het verstandig om periodiek te vragen of klanten nog interesse hebben.

Voor cold calling en cold emailing gelden strengere regels. Zonder voorafgaande toestemming mag u particuliere klantgegevens niet zomaar gebruiken voor direct marketing.

Voor zakelijke contacten (B2B) bent u iets vrijer, maar ook daar gelden bewaartermijnen.

Medische gegevens en bijzondere persoonsgegevens

Medische gegevens vallen onder bijzondere persoonsgegevens en krijgen extra bescherming. De WGBO (Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst) schrijft een bewaartermijn van 20 jaar voor medische dossiers voor.

Deze lange termijn geldt voor zorgverleners en organisaties in de gezondheidszorg. Voor bepaalde patiëntengroepen, zoals kinderen, kan de termijn zelfs langer zijn.

Als u geen zorgverlener bent maar wel bijzondere persoonsgegevens verwerkt, gelden andere regels. Denk aan gegevens over gezondheid, religie of etnische afkomst.

U mag deze gegevens alleen bewaren als dat strikt noodzakelijk is voor het doel waarvoor u ze verzamelt. Bijzondere persoonsgegevens vragen om extra beveiligingsmaatregelen.

U moet kunnen aantonen dat de gegevens goed beschermd zijn tegen onbevoegde toegang. Verwijder deze gevoelige informatie zo snel mogelijk nadat het doel is bereikt.

Bezoekersregistratie en camerabeelden

Voor bezoekersregistratie bij uw bedrijfspand geldt geen specifieke wettelijke bewaartermijn. U mag de gegevens alleen bewaren zolang dat noodzakelijk is voor het doel, zoals beveiliging of contactonderzoek.

Een periode van enkele weken tot maximaal enkele maanden is gebruikelijk. Camerabeelden vallen onder een striktere regel.

U mag deze maximaal 4 weken bewaren, tenzij er een incident is vastgelegd. Bij een incident, zoals diefstal of vandalisme, mag u de beelden langer bewaren voor onderzoek of als bewijs.

Na de bewaartermijn moet u de bezoekersgegevens en camerabeelden volledig verwijderen. Maak duidelijke afspraken over wie toegang heeft tot deze informatie en wanneer verwijdering plaatsvindt.

Automatische verwijdering na een vastgestelde termijn voorkomt dat u gegevens te lang bewaart. Informeer bezoekers altijd over het feit dat u hun gegevens registreert.

Bij camera’s moet u duidelijke borden plaatsen die aangeven dat er cameratoezicht is.

Praktische bewaartermijnen per type klantgegeven

De bewaartermijn voor klantgegevens verschilt per type informatie en het doel waarvoor je deze verzamelt. Voor financiële gegevens zoals facturen met namen en adressen geldt een wettelijke bewaarplicht van 7 jaar.

Marketinggegevens en inactieve klantrelaties kennen vaak veel kortere termijnen.

Actieve en inactieve klantrelaties

Voor actieve klantrelaties mag je persoonsgegevens bewaren zolang de zakelijke relatie loopt. Dit betekent dat je basale contactgegevens zoals namen, adressen en e-mailadressen mag bewaren zolang iemand klant bij je is.

Bij inactieve klanten wordt het anders. Als een klant na zijn laatste bestelling geen contact meer met je heeft, mag je zijn gegevens niet onbeperkt bewaren.

Voor marketingdoeleinden geldt meestal een termijn van maximaal 2 jaar na het laatste contactmoment. Je moet per klantrelatie bepalen wanneer deze als inactief geldt.

Dit hangt af van je type bedrijf. Een webshop kan na één jaar zonder bestelling besluiten dat een relatie inactief is, terwijl een B2B-leverancier mogelijk drie jaar hanteert.

Het is verstandig om een automatisch systeem in te stellen dat je waarschuwt wanneer klantgegevens verwijderd moeten worden. Documenteer je criteria voor actieve en inactieve relaties in je privacybeleid.

Sollicitatiegegevens en HR-informatie

Sollicitatiegegevens mag je maximaal 4 weken bewaren na afronding van de sollicitatieprocedure. Dit is de standaardtermijn, tenzij de sollicitant expliciet toestemming geeft voor langere bewaring.

Met toestemming mag je deze gegevens tot 1 jaar bewaren voor toekomstige vacatures. Voor personeelsgegevens van medewerkers die ook klant zijn, gelden strengere regels.

Basale gegevens zoals namen en adressen mag je tot 2 jaar na einde van het dienstverband bewaren. Financiële gegevens zoals loonstroken moet je 7 jaar bewaren vanwege fiscale verplichtingen.

Gegevens over ziekteverzuim en medische informatie hebben een bewaarplicht van 2 jaar na einde dienstverband. Specifieke documenten zoals loonbelastingverklaringen bewaar je minimaal 5 jaar.

Aankoopgeschiedenis, bestellingen, en adressen

Je aankoopgeschiedenis en bestelgegevens vallen onder de financiële administratie. Voor facturen met klantgegevens geldt een wettelijke bewaarplicht van 7 jaar.

Dit betekent dat je namen, adressen en bestellingen die op facturen staan moet bewaren, ook als een klant om verwijdering vraagt. Voor bestelgegevens die geen deel uitmaken van de financiële administratie, zoals verlanglijstjes of winkelwagentjes, geldt geen vaste bewaarplicht.

Deze mag je alleen bewaren zolang ze relevant zijn voor de klantrelatie. Oude verlanglijstjes zonder recente activiteit kun je na 1 tot 2 jaar verwijderen.

Bezorgadressen en afleverinformatie bewaar je zolang ze nodig zijn voor garanties en mogelijke retourzendingen. Na afloop van de garantieperiode kun je deze gegevens verwijderen, tenzij ze deel uitmaken van een factuur.

Houd rekening met eventuele garantieverplichtingen die langer lopen dan de standaard bewaarperiode.

Verwijderen, anonimiseren en archiveren van klantgegevens

Na afloop van de bewaartermijn moet u actie ondernemen met de klantgegevens. U kunt kiezen tussen verwijderen, anonimiseren of archiveren, waarbij elke optie andere gevolgen heeft voor de gegevensbescherming en uw verplichtingen onder de AVG.

Recht op gegevens verwijderen en uitzonderingen

Klanten hebben het recht om u te vragen hun persoonsgegevens te verwijderen. U moet binnen één maand op zo’n verzoek reageren.

U bent echter niet verplicht om aan elk verzoek te voldoen. Er zijn belangrijke uitzonderingen waarbij u het verwijderen mag weigeren.

U mag weigeren wanneer:

  • Er een wettelijke bewaarplicht geldt, zoals de fiscale bewaarplicht van 7 jaar
  • De gegevens nodig zijn voor een lopende overeenkomst met de klant
  • U de gegevens nodig heeft voor juridische claims of geschillen
  • De gegevens essentieel zijn voor de volksgezondheid

Bij een weigering moet u uitleggen waarom u de gegevens niet kunt verwijderen. Informeer de klant ook over het recht om een klacht in te dienen bij de Autoriteit Persoonsgegevens.

Anonimiseren versus pseudonimiseren

Anonimiseren en pseudonimiseren lijken op elkaar, maar hebben verschillende gevolgen voor de AVG-regels.

Bij anonimiseren verwijdert u alle informatie waarmee een persoon te identificeren is. De gegevens zijn niet meer te herleiden naar een individu.

Geanonimiseerde gegevens vallen niet meer onder de AVG en u mag ze onbeperkt bewaren. Bij pseudonimiseren vervangt u identificerende gegevens door een code of pseudoniem.

De gegevens blijven wel te herleiden naar een persoon als u de sleutel heeft. Deze gegevens blijven persoonsgegevens en vallen onder de AVG-regels.

Let op dat echte anonimisering moeilijk te bereiken is. Combinatie van verschillende datasets kan soms toch tot identificatie leiden.

Bij twijfel is het veiliger om de gegevens als persoonsgegevens te behandelen.

Archivering voor historisch, wetenschappelijk of statistisch doel

U mag klantgegevens langer bewaren voor archivering met een historisch, wetenschappelijk of statistisch doel. Dit is een uitzondering op de normale bewaartermijnen.

Voor deze langere bewaring moet u wel passende waarborgen treffen:

  • Beperk de toegang tot de gearchiveerde gegevens tot geautoriseerde personen
  • Gebruik extra beveiligingsmaatregelen zoals encryptie
  • Documenteer het archiveringsdoel duidelijk in uw beleid

U mag gearchiveerde gegevens niet gebruiken voor andere doeleinden zoals marketing of nieuwe commerciële activiteiten. Het oorspronkelijke doel blijft leidend voor de archivering.

Beveiliging, compliance en risico’s bij het bewaren van klantgegevens

Organisaties moeten klantgegevens technisch en organisatorisch beschermen om datalekken te voorkomen. Naleving van beveiligingseisen voorkomt boetes en beschermt uw bedrijfsreputatie.

Technische en organisatorische maatregelen

U bent verplicht om passende beveiligingsmaatregelen te treffen voor alle persoonsgegevens die u bewaart. Dit betekent dat u toegang tot klantgegevens moet beperken tot medewerkers die deze nodig hebben voor hun werk.

Technische maatregelen omvatten encryptie van opgeslagen gegevens, sterke wachtwoorden en tweefactorauthenticatie. Zorg ervoor dat u regelmatig back-ups maakt en deze beveiligd opslaat.

Gebruik firewalls en actuele antivirussoftware om aanvallen van buitenaf te weren.

Organisatorische maatregelen zijn net zo belangrijk. Maak duidelijke afspraken over wie toegang heeft tot welke gegevens.

Train uw medewerkers in het herkennen van phishing en andere beveiligingsrisico’s.

Stel een dataretentiebeleid op waarin u vastlegt welke gegevens u bewaart en voor hoe lang. Verwijder gegevens automatisch wanneer de bewaartermijn verloopt.

Hoe voorkomt u datalekken en boetes?

Datalekken ontstaan vaak door onvoldoende beveiliging of menselijke fouten. U moet binnen 72 uur een datalek melden bij de Autoriteit Persoonsgegevens als er een risico bestaat voor de rechten van betrokkenen.

De boetes voor AVG-overtredingen kunnen oplopen tot €20 miljoen of 4% van uw jaaromzet. De Autoriteit Persoonsgegevens kijkt naar de ernst van de overtreding en of u passende maatregelen had getroffen.

Praktische preventiemaatregelen:

  • Beperk toegang tot klantgegevens op basis van functie
  • Gebruik versleuteling voor gevoelige informatie
  • Test uw beveiligingssystemen regelmatig
  • Maak een incident response plan voor datalekken
  • Documenteer alle beveiligingsmaatregelen

Log wie wanneer toegang heeft gehad tot klantgegevens. Dit helpt bij het opsporen van ongeautoriseerde toegang en toont aan dat u AVG-compliance serieus neemt.

Reputatierisico’s en periodieke controles

Een datalek schaadt niet alleen uw portemonnee maar ook het vertrouwen van uw klanten. Klanten delen minder snel hun gegevens met organisaties die bekend staan om slechte beveiliging.

Voer minimaal eens per jaar een grondige controle uit van uw beveiligingsmaatregelen. Controleer of medewerkers die uit dienst zijn gegaan nog toegang hebben tot systemen.

Verifieer of gegevens die de bewaartermijn hebben bereikt daadwerkelijk zijn verwijderd.

Controleer bij elke audit:

  • Of toegangsrechten nog kloppen met functieomschrijvingen
  • Of verouderde gegevens volgens planning zijn verwijderd
  • Of beveiligingssoftware up-to-date is
  • Of medewerkers zich aan procedures houden

Documenteer de resultaten van elke controle. Bij een inspectie door de Autoriteit Persoonsgegevens toont u hiermee aan dat u actief werkt aan beveiliging en avg-compliance.

Effectief bewaartermijnenbeleid in de praktijk

Een werkbaar bewaartermijnenbeleid vereist systematische inventarisatie van alle klantgegevens. Ook is continue registratie van verwerkingsactiviteiten en regelmatige controle van de naleving noodzakelijk.

Stappenplan voor het opstellen van een bewaarbeleid

Begin met een complete inventarisatie van alle klantgegevens die uw bedrijf verzamelt en verwerkt. Maak per categorie een lijst waarin u noteert waar de gegevens worden opgeslagen, voor welk doel u ze gebruikt en welke wettelijke grondslag van toepassing is.

Koppel vervolgens aan elke categorie een concrete bewaartermijn. Voor factuurgegevens geldt de fiscale bewaarplicht van 7 jaar.

Marketinggegevens mag u maximaal 2 jaar bewaren na het laatste contactmoment. Documenteer deze keuzes in een schriftelijk beleid.

Implementeer technische maatregelen om het beleid uit te voeren. Dit kan door automatische verwijdering in te stellen of herinneringen te creëren voor handmatige controles.

Zorg dat medewerkers weten hoe ze met klantgegevens moeten omgaan en wanneer deze verwijderd moeten worden. Test uw beleid door een proefperiode in te lassen waarin u controleert of de procedures werkbaar zijn voor uw organisatie.

Het bijhouden van een verwerkingsregister

Als ondernemer bent u verplicht een verwerkingsregister bij te houden zodra uw bedrijf meer dan 250 medewerkers heeft. Voor kleinere organisaties geldt deze verplichting ook wanneer u regelmatig persoonsgegevens verwerkt of bijzondere persoonsgegevens gebruikt.

Het verwerkingsregister moet de volgende informatie bevatten:

  • Doel van de verwerking – waarom verzamelt u de gegevens
  • Categorieën van betrokkenen – klanten, leveranciers, medewerkers
  • Categorieën van persoonsgegevens – NAW-gegevens, financiële data, accountinformatie
  • Bewaartermijnen – per gegevenscategorie
  • Technische en organisatorische maatregelen – hoe u de gegevens beveiligt

Update dit register bij elke wijziging in uw gegevensverwerking. Dit document vormt de basis voor uw hele privacybeleid en helpt u bij het aantonen van AVG-naleving.

Periodieke evaluatie en optimalisatie

Plan minimaal één keer per jaar een grondige controle van uw bewaartermijnenbeleid. Ga na of alle bewaartermijnen nog actueel zijn en of gegevens die verwijderd hadden moeten worden ook daadwerkelijk zijn gewist.

Controleer tijdens deze evaluatie of nieuwe wetgeving aanpassingen vereist. Ook veranderingen in uw bedrijfsprocessen kunnen nieuwe verwerkingen met zich meebrengen die in het verwerkingsregister opgenomen moeten worden.

Voer steekproeven uit in uw systemen om te verifiëren dat de automatische verwijdering correct werkt. Check of medewerkers het beleid naleven en identificeer knelpunten in de uitvoering.

Pas vervolgens uw procedures aan waar nodig om de naleving te verbeteren.

Veelgestelde vragen

De bewaartermijnen voor klantgegevens roepen vaak veel vragen op bij organisaties. De AVG schrijft geen algemene termijn voor, maar er gelden wel specifieke wettelijke verplichtingen en praktische richtlijnen waar u rekening mee moet houden.

Wat zijn de algemene regels rondom de bewaartermijnen van klantgegevens?

De AVG hanteert het principe van opslagbeperking. Dit betekent dat u persoonsgegevens alleen mag bewaren zolang dit noodzakelijk is voor het doel waarvoor u ze heeft verzameld.

Er bestaat geen vaste bewaartermijn die voor alle klantgegevens geldt. U moet per gegevenscategorie bepalen hoe lang bewaren noodzakelijk is.

Wanneer het oorspronkelijke doel is bereikt, moet u de gegevens verwijderen of anonimiseren. Dit vraagt om een doelgerichte aanpak waarbij u de bedrijfsprocessen en wettelijke verplichtingen per gegevenstype afweegt.

Geanonimiseerde gegevens vallen niet meer onder de AVG. Als u gegevens volledig anonimiseert zodat personen niet meer identificeerbaar zijn, mag u deze onbeperkt bewaren voor statistische of historische doeleinden.

Welke wettelijke bewaartermijnen gelden er specifiek voor financiële klantinformatie?

Voor uw financiële administratie geldt in Nederland een wettelijke bewaarplicht van 7 jaar. Deze termijn is vastgelegd in de fiscale regelgeving en geldt voor alle documenten die deel uitmaken van de administratie.

Facturen, contracten en andere financiële stukken met klantgegevens moet u minimaal zeven jaar bewaren. De Belastingdienst kan deze documenten opvragen en daarom bent u verplicht ze beschikbaar te houden.

Deze fiscale bewaarplicht gaat boven de AVG-richtlijnen. U mag deze gegevens niet eerder verwijderen, zelfs als een klant daarom vraagt.

Hoe moet ik omgaan met de verwijdering van gegevens na verloop van de bewaartermijn?

Na afloop van de bewaartermijn moet u de persoonsgegevens daadwerkelijk vernietigen. Dit is geen vrijblijvende optie maar een verplichting onder de AVG.

U kunt dit proces automatiseren door technische maatregelen te implementeren. Stel herinneringen in voor handmatige controles of overweeg een data retention tool die automatisch gegevens archiveert of verwijdert.

Het is verstandig om een systematisch proces in te richten. Breng uw gegevensstromen in kaart en bepaal per categorie wanneer en hoe de gegevens verwijderd moeten worden.

Documenteer uw verwijderingsproces en voer periodieke audits uit. Zo kunt u aantonen dat u de bewaartermijnen correct naleeft en gegevens tijdig verwijdert.

Welke consequenties zijn er verbonden aan het niet naleven van de bewaartermijnen voor klantgegevens?

De Autoriteit Persoonsgegevens kan bij overtredingen boetes opleggen tot €20 miljoen of 4% van uw wereldwijde jaaromzet. Het bedrag dat uiteindelijk wordt opgelegd hangt af van de ernst en omvang van de overtreding.

Naast financiële sancties riskeert u reputatieschade en verlies van klantvertrouwen. Klanten verwachten dat u zorgvuldig met hun gegevens omgaat en deze niet langer bewaart dan nodig.

Het te lang bewaren van klantgegevens vergroot ook het risico op datalekken. Hoe meer data u opslaat, hoe groter de potentiële impact bij een beveiligingsincident.

U loopt daarnaast onnodige kosten voor dataopslag en -beheer. Data-vervuiling vermindert bovendien de efficiëntie van uw systemen en processen.

Kunnen klanten een verzoek indienen tot eerdere verwijdering van hun gegevens, en hoe beïnvloedt dit de bewaartermijn?

De AVG geeft klanten het recht om vergeten te worden. Zij kunnen u vragen hun persoonsgegevens te verwijderen.

In principe moet u aan zo’n verzoek voldoen binnen een maand. Er zijn echter belangrijke uitzonderingen waarbij u het verzoek mag weigeren.

U mag het verzoek afwijzen als er een wettelijke verplichting bestaat om de gegevens te bewaren. De 7-jarige fiscale bewaarplicht is hier een duidelijk voorbeeld van.

Ook bij een lopende overeenkomst of gerechtvaardigd belang dat zwaarder weegt dan het privacybelang kunt u weigeren. Bij een juridische claim heeft u bijvoorbeeld een geldige reden om de gegevens te behouden.

Bij afwijzing moet u duidelijk uitleggen waarom u niet aan het verzoek kunt voldoen. Informeer de klant ook over het recht om een klacht in te dienen bij de Autoriteit Persoonsgegevens.

Op welke manier beïnvloedt de AVG de bewaartermijnen van persoonsgegevens?

De AVG schrijft voor dat u persoonsgegevens niet langer mag bewaren dan noodzakelijk voor het doel waarvoor ze zijn verzameld. Dit basisprincipe staat in artikel 5.1 onder de opslagbeperking.

Er staan geen concrete bewaartermijnen in de AVG. U moet per situatie bepalen wat een passende bewaartermijn is op basis van het doel en de context.

De AVG verplicht u wel om bewaartermijnen te documenteren in uw privacybeleid.

Nieuws

Internationale relatie, Nederlandse kinderen: welke rechter is bevoegd bij een conflict?

Wanneer u een internationale relatie heeft en er een conflict ontstaat over de kinderen, kan onduidelijkheid ontstaan over welke rechter bevoegd is. Dit is geen simpele kwestie, want verschillende landen hebben verschillende regels en procedures.

Het antwoord hangt af van meerdere factoren, zoals waar uw kinderen wonen en wat de omstandigheden van uw gezin zijn.

Een rechter zit aan een bureau in een rechtszaal met Nederlandse kinderen en volwassenen rondom haar.

De rechter van het land waar uw kinderen hun gewone verblijfplaats hebben, is in de meeste gevallen bevoegd om beslissingen te nemen over gezag, hoofdverblijfplaats en omgang. Dit betekent dat niet automatisch de Nederlandse rechter bevoegd is, zelfs als uw kinderen de Nederlandse nationaliteit hebben.

De gewone verblijfplaats wordt bepaald aan de hand van concrete feiten zoals de duur van het verblijf, schoolbezoek, sociale banden en uw intenties als gezin.

In dit artikel krijgt u duidelijkheid over de regels rond internationale bevoegdheid bij kindconflicten. U leest welke factoren bepalen welke rechter bevoegd is, welk recht van toepassing wordt, en hoe u strategische keuzes kunt maken.

Ook komen praktische voorbeelden aan bod die laten zien hoe rechters in de praktijk beslissen.

Basisprincipes van internationale bevoegdheid bij familiezaken

Een rechter die documenten bekijkt terwijl een diverse familie met Nederlandse kinderen in een moderne rechtszaal aanwezig is.

Bij internationale familieconflicten bepalen specifieke regels welke rechter bevoegd is om een beslissing te nemen. De Europese Unie heeft hiervoor duidelijke kaders vastgesteld die aangeven wanneer de Nederlandse rechtbank rechtsmacht heeft.

Definitie van internationale rechtsmacht

Internationale rechtsmacht gaat over de vraag welke nationale rechter de bevoegdheid heeft om in een internationale zaak een vonnis te wijzen. Dit verschilt van gewone bevoegdheid binnen Nederland.

Als u een conflict heeft over uw kinderen en er spelen internationale aspecten, moet eerst worden vastgesteld of de Nederlandse rechter überhaupt mag beslissen. De rechter onderzoekt daarbij welke aanknopingspunten er zijn met Nederland.

Bij familiezaken speelt vooral de vraag waar uw kinderen wonen. De jurisdictie hangt af van concrete feiten zoals woonplaats, verblijfsduur en sociale binding.

Verschillende rechtsstelsels kunnen van toepassing zijn afhankelijk van deze omstandigheden.

Juridische bronnen en regelgeving

De belangrijkste regelgeving voor internationale familiezaken vindt u in Europese verordeningen. Brussel II-ter is de centrale Europese verordening die regelt welke rechter bevoegd is bij kinderzaken.

Deze Europese regelgeving geldt direct in alle EU-lidstaten. U hoeft dus niet te zoeken in verschillende nationale wetten.

Het internationaal privaatrecht vormt het juridische kader waarbinnen deze regels werken. Daarnaast speelt het Nederlandse Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een rol.

Dit wetboek bevat aanvullende regels over rechtsmacht wanneer Europese regelgeving niet van toepassing is.

Rol van Nederlandse wetgeving en EU-verordeningen

De Europese Unie heeft voorrang op Nederlandse wetgeving bij internationale familiezaken binnen Europa. Als u dus een conflict heeft met een ex-partner in een EU-land, gelden eerst de Europese regels.

De rechtbank in Nederland past deze Europese verordening direct toe. Uw rechter moet eerst onderzoeken of de EU-regels van toepassing zijn voordat hij kijkt naar nationale wetgeving.

Buiten de EU gelden andere regels. Dan gebruikt de Nederlandse rechter het Rv en kijkt naar internationale verdragen.

De rechten van toepassing verschillen dus per situatie. Bij twijfel bepaalt de rechtbank aan de hand van alle relevante feiten en omstandigheden welk rechtsstelsel van toepassing is.

Welke rechter is bevoegd bij conflicten rondom Nederlandse kinderen?

Een advocaat bespreekt juridische documenten met een moeder en haar kind in een kantoor met een wereldkaart en een Nederlandse vlag.

Bij conflicten over Nederlandse kinderen in internationale relaties bepaalt de gewone verblijfplaats van het kind welke rechter bevoegd is. De nationaliteit van uw kind speelt daarbij een minder belangrijke rol dan u misschien denkt.

Hoofdregel: gewone verblijfplaats van het kind

De Brussel II-ter verordening regelt welke rechter bevoegd is bij geschillen over gezag, hoofdverblijfplaats en zorgregeling. De rechter van het land waar uw kind zijn gewone verblijfplaats heeft, is bevoegd om een beslissing te nemen.

De gewone verblijfplaats wordt bepaald op het moment dat u het verzoekschrift bij de rechtbank indient. Als uw kinderen op dat moment in Nederland wonen, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht.

Wonen ze in een ander land, dan heeft de rechter van dat land rechtsmacht. De rechter kijkt naar verschillende factoren om de gewone verblijfplaats vast te stellen.

Het gaat om de duur en regelmatigheid van het verblijf, de nationaliteit van het kind, waar het naar school gaat, de talenkennis en de familiale banden. Ook de intentie om ergens duurzaam te blijven wonen speelt een rol.

Uitzonderingen op de hoofdregel

Er bestaan uitzonderingen op de hoofdregel van gewone verblijfplaats. Als één ouder het kind zonder toestemming van de andere ouder naar een ander land verhuist, betekent dit niet automatisch dat de bevoegdheid verschuift.

In een zaak bij de rechtbank Rotterdam keerde een moeder met haar kind zonder toestemming terug naar Nederland vanuit Frankrijk. De rechter oordeelde dat het kind nog steeds zijn gewone verblijfplaats in Frankrijk had.

De moeder had geen werk in Nederland, woonde tijdelijk bij haar ouders en had niet de intentie om permanent te blijven. U kunt in sommige gevallen gezamenlijk afspraken maken over welke rechter bevoegd is (een forumkeuzebeding).

Dit is echter niet altijd mogelijk bij geschillen over kinderen, omdat het belang van het kind voorop staat.

Relevantie van nationaliteit en woonplaats

De Nederlandse nationaliteit van uw kinderen is niet doorslaggevend voor de bevoegdheid. Ook als uw Nederlandse kinderen in het buitenland wonen, kan de buitenlandse rechter bevoegd zijn.

De woonplaats telt zwaarder dan het paspoort dat uw kind heeft. Dit betekent dat u niet automatisch naar de Nederlandse rechter kunt gaan alleen omdat uw kind een Nederlands paspoort heeft.

De concrete leefomstandigheden en het centrum van het leven van uw kind bepalen welke rechter bevoegd is. Bij internationale geschillen moet u dus goed onderzoeken waar uw kind daadwerkelijk zijn gewone verblijfplaats heeft.

Dit voorkomt dat u een procedure start bij een rechter die zich uiteindelijk onbevoegd verklaart.

Toepasselijk recht in internationale familiezaken

Het toepasselijke recht bepaalt welke wetten de rechter gebruikt bij een beslissing over uw gezin. Dit kan Nederlands recht zijn, maar ook het recht van een ander land.

Vaststellen van het toepasselijke recht

De rechter kijkt naar meerdere factoren om te bepalen welk recht geldig is in uw zaak. Internationaal privaatrecht bevat de regels die hierbij helpen.

U moet weten dat de bevoegde rechter niet altijd het recht van zijn eigen land toepast. Een Nederlandse rechter kan dus buitenlands recht gebruiken als de situatie daarom vraagt.

De belangrijkste factoren zijn:

  • Gewone verblijfplaats van u en uw kinderen
  • Nationaliteit van beide ouders
  • Gemeenschappelijke keuze voor een bepaald rechtsstelsel
  • Eerdere verblijfplaatsen van het gezin

Nederlandse versus buitenlandse rechtsregels

Nederlands recht geldt meestal als uw kinderen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben. Buitenlands recht kan van toepassing zijn bij een sterke band met een ander land.

De rechter beoordeelt of Nederlands familierecht of buitenlands recht het meest passend is. Dit hangt af van uw specifieke omstandigheden.

Let op: buitenlands recht kan andere regels hebben over gezag, omgang en onderhoud. De Nederlandse rechter moet dit buitenlandse recht dan eerst onderzoeken en correct toepassen in uw zaak.

Conflictregels en hun toepassing

Conflictregels zijn internationale afspraken die bepalen welk recht voorrang krijgt. Deze regels staan in Europese verordeningen en verdragen.

De belangrijkste bronnen zijn:

  • Brussel II-ter verordening voor gezag en omgang
  • Haags Kinderbeschermingsverdrag voor beschermingsmaatregelen
  • Haags Onderhoudsprotocol voor alimentatie

Deze conflictregels zorgen voor duidelijkheid wanneer meerdere landen betrokken zijn. De rechter past deze regels toe voordat hij beslist welk recht geldt voor uw situatie.

Praktische voorbeelden en bijzondere situaties in internationale kindzaken

De rechter bepaalt aan de hand van concrete feiten welk land bevoegd is om te beslissen over kinderen. Bij internationale relaties spelen factoren zoals de gewone verblijfplaats, nationaliteit en de omstandigheden van een verhuizing een cruciale rol in de bevoegdheidsvraag.

Scheidingen met internationale component

Bij een echtscheiding met internationale aspecten moet u weten dat de bevoegdheid van de rechter afhangt van waar uw kinderen wonen. De rechter van het land waar de kinderen hun gewone verblijfplaats hebben, krijgt de rechtsmacht.

De gewone verblijfplaats wordt bepaald door verschillende factoren. De rechter kijkt naar de duur van het verblijf, waar het kind naar school gaat en welke taal het spreekt.

Ook de sociale en familiale banden in een land spelen een rol.

Belangrijke criteria voor gewone verblijfplaats:

  • Duur en regelmatigheid van het verblijf
  • Schoolbezoek en taalkennis
  • Familiale en sociale banden
  • Intentie om permanent te blijven

Een voorbeeld: een moeder verhuisde met haar kind van Nederland naar Frankrijk. Later keerde zij zonder toestemming van de vader terug naar Nederland.

De rechtbank Rotterdam oordeelde dat het kind nog steeds de gewone verblijfplaats in Frankrijk had. De moeder had geen werk in Nederland en woonde tijdelijk bij haar ouders.

Het was niet de bedoeling dat het kind daar naar school zou gaan. De Nederlandse rechter was daarom niet bevoegd.

Grensoverschrijdende verhuizing en kinderontvoering

Een verhuizing naar het buitenland zonder toestemming van de andere ouder kan als kinderontvoering worden beschouwd. Bij internationale kinderontvoering speelt het Haags Kinderontvoeringsverdrag een belangrijke rol.

Als één ouder het kind naar een ander land brengt zonder toestemming, kan de achterblijvende ouder vervangende toestemming vragen. De rechter bepaalt dan of de verhuizing mag plaatsvinden.

Bij een weigering moet het kind terugkeren naar het land van de gewone verblijfplaats. De intentie om te blijven is cruciaal.

Verblijft u tijdelijk in een land zonder concrete plannen voor werk of school? Dan behoudt het kind waarschijnlijk de gewone verblijfplaats in het land van herkomst.

Omgangsregeling en gezag bij dubbele nationaliteit

Een dubbele nationaliteit van uw kind betekent niet automatisch dat er sprake is van forumkeuze tussen twee landen. De gewone verblijfplaats blijft het uitgangspunt voor de bevoegdheid van de rechter.

Bij het opstellen van alimentatie-afspraken en een omgangsregeling in een internationaal geschil moet u rekening houden met de praktische uitvoerbaarheid. Een omgangsregeling met veel reizen tussen landen vraagt om duidelijke afspraken over reiskosten en logistiek.

Aandachtspunten bij internationale omgangsregelingen:

  • Verdeling van reiskosten
  • Vakantieperiodes en feestdagen
  • Paspoortbeheer en reisdocumenten
  • Communicatiemogelijkheden tussen bezoeken

Beide ouders houden in principe het gezag, ook als zij in verschillende landen wonen. Voor belangrijke beslissingen over het kind is toestemming van beide ouders nodig.

Bij onenigheid beslist de rechter van het land waar het kind de gewone verblijfplaats heeft.

Erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse rechterlijke uitspraken

Een buitenlands vonnis heeft niet automatisch kracht in Nederland. Er gelden specifieke voorwaarden en procedures voordat een buitenlandse rechterlijke uitspraak kan worden erkend of ten uitvoer gelegd op Nederlands grondgebied.

Voorwaarden en procedure in Nederland

Als u een gunstige veroordelende rechterlijke beslissing buiten de EU hebt verkregen, kunt u deze niet zonder meer ten uitvoer leggen in Nederland. U moet eerst naar de Nederlandse rechter stappen voor erkenning en tenuitvoerlegging.

Artikel 431 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) vormt de basis voor deze procedure. De Nederlandse rechter toetst of de buitenlandse beslissing aan bepaalde eisen voldoet.

Deze zogenoemde Gazprombank-criteria bepalen of uw vonnis geldig is in Nederland.

De belangrijkste voorwaarden zijn:

  • De buitenlandse rechter was bevoegd volgens Nederlands recht
  • De procedure in het buitenland voldeed aan beginselen van een behoorlijke rechtsgang
  • Het vonnis is niet in strijd met de Nederlandse openbare orde
  • Er bestaat geen onverenigbaar Nederlands vonnis over dezelfde zaak

De Nederlandse rechter is onbevoegd als een buitenlandse beslissing al vatbaar is voor erkenning en tenuitvoerlegging volgens artikel 12 Rv.

Tenuitvoerlegging van buitenlandse vonnissen

Het proces van tenuitvoerlegging verschilt per land van herkomst. Voor vonnissen uit landen waarmee Nederland geen verdrag heeft, geldt de procedure via artikel 431 Rv als standaardroute.

U dient een exequaturprocedure te starten bij de Nederlandse rechtbank. Dit is een formeel verzoek om het buitenlandse vonnis uitvoerbaar te verklaren.

De rechter beoordeelt of aan alle voorwaarden is voldaan. Een buitenlands vonnis kan pas ten uitvoer worden gelegd nadat de Nederlandse rechter dit heeft toegestaan.

Zonder deze toestemming heeft het vonnis geen juridische kracht in Nederland. Dit geldt voor alle soorten vorderingen, van financiële eisen tot beslissingen over ouderlijk gezag.

De Staatscommissie voor het Internationaal Privaatrecht heeft advies uitgebracht over mogelijke herziening van artikel 431 Rv. Dit onderzoek bekijkt hoe Nederland omgaat met internationale geschillen vergeleken met andere landen.

Samenwerking binnen de Europese Unie

Binnen de Europese Unie gelden eenvoudigere regels voor erkenning en tenuitvoerlegging. Een rechterlijke beslissing uit een EU-lidstaat wordt bijna automatisch erkend in Nederland.

Voor niet-betwiste schuldvorderingen bestaat een versnelde procedure. U kunt deze beslissingen eenvoudiger laten erkennen en ten uitvoer leggen dan vonnissen uit landen buiten de EU.

EU-verordeningen zorgen voor uniforme regels over wederzijdse erkenning. Deze harmonisatie maakt het gemakkelijker om rechten af te dwingen over grenzen heen.

U hoeft geen volledige exequaturprocedure te doorlopen zoals bij vonnissen uit derde landen.

De samenwerking binnen Europa richt zich op wederzijds vertrouwen tussen rechtsstelsels. Dit betekent dat procedures sneller verlopen en kosten lager zijn bij geschillen met een internationale dimensie.

De rol van advocaten en strategische keuzes bij internationale familiezaken

Bij internationale geschillen over kinderen zijn juridische keuzes bepalend voor de uitkomst. Advocaten beoordelen welke rechter bevoegd is en welke strategie de beste bescherming biedt voor uw positie en die van uw kinderen.

Advocaten internationaal familierecht

Advocaten internationaal familierecht hebben specifieke kennis van zowel Nederlands als buitenlands recht. Zij bepalen welke rechter bevoegd is en welk recht van toepassing is op uw situatie.

Dit vereist begrip van internationale verdragen en Europese verordeningen. Deze advocaten werken vaak in zaken waarbij ouders in verschillende landen wonen of verschillende nationaliteiten hebben.

Zij onderzoeken of de Nederlandse rechter bevoegd is of dat een buitenlandse rechtbank de zaak moet behandelen. Een gespecialiseerde advocaat beoordeelt ook of buitenlandse beslissingen in Nederland erkend worden.

Dit is belangrijk wanneer er al uitspraken zijn gedaan in een ander land over gezag of omgang. Zij zorgen dat afspraken juridisch uitvoerbaar zijn in alle relevante landen.

Forumkeuze en forumkeuzebeding als strategie

Forumkeuze betekent dat u bepaalt in welk land u een procedure start. Wanneer meerdere rechters bevoegd zijn, heeft de rechter waar u als eerste een procedure start meestal voorrang binnen de EU.

Deze keuze beïnvloedt het toepasselijke recht, de duur van de procedure en de kosten. Snel handelen voorkomt dat de andere ouder eerder een zaak start in een voor u ongunstig land.

Uw advocaat beoordeelt strategisch waar u de beste kansen heeft op een uitspraak die uw belangen en die van de kinderen beschermt.

Een forumkeuzebeding is een afspraak tussen ouders over welke rechter geschillen behandelt. Dit kan in huwelijkse voorwaarden of andere internationale afspraken worden vastgelegd.

Zo’n beding moet wel voldoen aan wettelijke eisen om geldig te zijn.

Samenwerking tussen Nederlandse en buitenlandse advocaten

Bij internationale geschillen werken Nederlandse advocaten vaak samen met advocaten in andere landen. Dit is nodig wanneer procedures in meerdere landen tegelijk lopen of wanneer buitenlandse uitspraken moeten worden erkend.

U houdt één Nederlandse advocaat als vast aanspreekpunt. Deze coördineert de communicatie met buitenlandse advocaten en zorgt dat alle juridische stappen op elkaar zijn afgestemd.

Dit voorkomt verwarring en tegenstrijdige beslissingen. De samenwerking tussen advocaten is vooral belangrijk bij internationale afspraken over omgang of gezag.

Uitspraken moeten in beide landen erkend en uitgevoerd kunnen worden. Zonder goede coördinatie ontstaan er praktische problemen die de kinderen belasten.

Veelgestelde Vragen

De bevoegdheid van rechters bij internationale geschillen over kinderen hangt af van specifieke wettelijke criteria en internationale regels. De gewone verblijfplaats van het kind speelt hierbij de belangrijkste rol.

Hoe wordt de bevoegde rechter bepaald bij een conflict in internationale relaties met Nederlandse kinderen?

De rechter van het land waar uw kind woont op het moment van het indienen van het verzoekschrift is bevoegd. Dit heet de gewone verblijfplaats van het kind.

De gewone verblijfplaats wordt bepaald aan de hand van verschillende factoren. De rechter kijkt naar de duur van het verblijf, de regelmatigheid, en de omstandigheden waaronder uw kind in een land verblijft.

Ook de redenen van de verhuizing spelen een rol. Andere belangrijke factoren zijn de nationaliteit van uw kind, waar het naar school gaat, en de talenkennis.

De familiale en sociale banden in het land worden ook meegewogen. De intentie om permanent in een land te blijven is bepalend voor de gewone verblijfplaats.

Als uw kind in Nederland woont bij het indienen van het verzoek, is de Nederlandse rechter bevoegd. Woont uw kind in het buitenland, dan is de rechter van dat land bevoegd.

Welke wetgeving is van toepassing op grensoverschrijdende geschillen met betrekking tot kinderen in Nederland?

De Brussel II-ter verordening is de belangrijkste wetgeving voor internationale kinderzaken. Artikel 7 van deze verordening bepaalt welke rechter rechtsmacht heeft bij beslissingen over gezag, hoofdverblijfplaats en zorgregelingen.

Deze Europese regelgeving zorgt voor duidelijkheid in grensoverschrijdende situaties binnen de EU. De verordening heeft voorrang op nationale wetgeving bij internationale geschillen.

Uw advocaat moet deze regels toepassen naast het Nederlandse familierecht. De rechter moet alle relevante feiten en omstandigheden van uw specifieke situatie onderzoeken.

Het gaat niet alleen om waar uw kind fysiek verblijft, maar ook om de context en de intentie van het verblijf.

Op welke manier wordt de rechtsmacht van Nederlandse rechters vastgesteld in internationale familiezaken?

De Nederlandse rechter onderzoekt eerst waar de gewone verblijfplaats van uw kind zich bevindt. Dit gebeurt op het moment dat u uw verzoekschrift indient bij de rechtbank.

De rechter kijkt naar concrete feiten zoals waar uw kind school gaat en bij wie het woont. Ook worden uw intenties als ouders onderzocht.

Als één ouder tijdelijk met het kind naar Nederland verhuist zonder de intentie om te blijven, kan de gewone verblijfplaats nog steeds in het buitenland liggen. Een voorbeeld hieruit is een uitspraak van de rechtbank Rotterdam uit mei 2025.

Een moeder keerde met haar kind terug naar Nederland na een verhuizing naar Frankrijk, maar woonde tijdelijk bij haar ouders. Ze had geen werk in Nederland en het was niet de bedoeling dat het kind in Nederland naar school zou blijven gaan.

De rechter oordeelde dat de gewone verblijfplaats nog steeds in Frankrijk lag. De Nederlandse rechter moet zich onbevoegd verklaren als de gewone verblijfplaats van uw kind in een ander land ligt.

In dat geval moet u bij de buitenlandse rechter zijn.

Wat zijn de procedures voor het behandelen van internationale kinderbeschermingszaken in Nederland?

U dient een verzoekschrift in bij de rechtbank als u een beslissing wilt over gezag, hoofdverblijfplaats of een zorgregeling. De rechtbank onderzoekt meteen of zij bevoegd is om over uw zaak te beslissen.

De rechter vraagt alle relevante stukken en informatie op over de verblijfplaats van uw kind. U moet aantonen waar uw kind woont, naar school gaat, en waar de sociale en familiale banden liggen.

Ook moet u duidelijk maken wat uw intenties zijn voor de toekomst. Als de Nederlandse rechter bevoegd is, volgt de normale procedure voor kinderzaken.

Dit betekent dat de Raad voor de Kinderbescherming kan worden ingeschakeld. Er kunnen zittingen plaatsvinden waarbij beide ouders hun standpunt kunnen toelichten.

Bij twijfel over de bevoegdheid kan de procedure langer duren. De rechter moet dan eerst uitgebreid onderzoeken waar de gewone verblijfplaats van uw kind ligt voordat inhoudelijk besloten wordt.

Hoe wordt het internationaal privaatrecht toegepast bij conflicten over Nederlandse kinderen tussen ouders in verschillende landen?

Het internationaal privaatrecht bepaalt welke rechter bevoegd is en welk recht van toepassing is. Bij kinderzaken is de rechter van de gewone verblijfplaats van het kind bevoegd op grond van de Brussel II-ter verordening.

De bevoegde rechter past meestal het eigen nationale recht toe op de inhoudelijke vragen. Als de Nederlandse rechter bevoegd is, wordt dus Nederlands familierecht toegepast op kwesties zoals gezag en omgang.

Dit betekent dat de Nederlandse wetten over ouderlijk gezag en de belangen van het kind leidend zijn. U moet rekening houden met twee gescheiden vragen: welke rechter is bevoegd en welk recht wordt toegepast.

Deze vragen worden niet altijd op dezelfde manier beantwoord. De rechter zoekt naar een nauwe band tussen het geschil en het land.

Dit uitgangspunt zorgt ervoor dat de meest geschikte rechter uw zaak behandelt.

Welke invloed hebben internationale verdragen op het gezag en omgangsregelingen van Nederlandse kinderen bij grensoverschrijdende conflicten?

De Bru

Nieuws

Huis ontruimen bij wanprestatie huurder: stappen en proces

Als verhuurder kun je te maken krijgen met een huurder die zijn verplichtingen niet nakomt. Dit heet wanprestatie en kan leiden tot grote problemen voor jou als eigenaar.

Een ontruimingsprocedure is de juridische weg om een huurder die zijn verplichtingen niet nakomt uit jouw woning te laten verwijderen, maar dit kan alleen via de rechter. Je mag als verhuurder namelijk niet zelf besluiten om de woning te ontruimen zonder toestemming van de kantonrechter.

Een verhuurder bespreekt met een huurder in een lichte woonkamer de stappen bij het ontruimen van een huis.

De weg naar ontruiming heeft meerdere stappen. Je moet eerst proberen het probleem op te lossen met de huurder.

Daarna volgt een juridische procedure waarbij de rechter bepaalt of ontruiming terecht is. Het hele proces kan tijd kosten en vraagt om de juiste aanpak.

In dit artikel lees je precies welke stappen je moet nemen bij wanprestatie van een huurder. Je leert wanneer ontruiming mag, hoe de procedure werkt en welke kosten je kunt verwachten.

Ook krijg je antwoord op belangrijke vragen over waarschuwingen, rechterlijke procedures en de uitvoering van de ontruiming.

Wat is wanprestatie van een huurder?

Een verhuurder staat buiten een huis terwijl verhuizers meubels en dozen naar buiten dragen tijdens een ontruiming.

Wanprestatie ontstaat wanneer een huurder zijn verplichtingen uit het huurcontract niet nakomt. Dit kan leiden tot ernstige gevolgen, waaronder ontbinding van de overeenkomst en ontruiming van de woning.

Definitie en voorbeelden van wanprestatie

Wanprestatie betekent dat de huurder tekortschiet in het nakomen van afspraken die in het huurcontract staan. Dit is een belangrijke opzeggingsgrond binnen het huurrecht.

De meest voorkomende vorm van wanprestatie is wanbetaling. Dit houdt in dat de huurder de verschuldigde huur niet of te laat betaalt.

Als in het huurcontract een uiterste betaaldag staat, is de huurder na deze datum automatisch in verzuim.

Andere voorbeelden zijn:

  • Overlast veroorzaken voor buren of andere bewoners
  • Onderhoud verwaarlozen waardoor schade aan de woning ontstaat
  • Onderverhuren zonder toestemming van de verhuurder
  • Het gehuurde in gebruik geven aan derden zonder jouw akkoord
  • Verbouwingen uitvoeren zonder schriftelijke goedkeuring

Verschil tussen eenmalige en herhaalde wanprestatie

Niet elke tekortkoming geeft je direct het recht om de huurovereenkomst te ontbinden. De rechter kijkt naar de ernst en frequentie van de wanprestatie.

Bij eenmalige wanprestatie moet de tekortkoming zwaarwegend zijn. Een enkele te late huurbetaling is meestal onvoldoende.

De rechter weegt de ernst van de overtreding af tegen het belang van de huurder om in de woning te blijven. Herhaalde wanprestatie leidt sneller tot ontbinding.

Regelmatig te laat betalen of meerdere waarschuwingen voor overlast tonen een patroon van nalatigheid. Bij huurbetaling geldt een achterstand van twee tot drie maanden als voldoende ernstig.

Ook structureel te laat betalen kan een geldige grond zijn, zelfs als de huurder uiteindelijk altijd betaalt.

Wettelijke grondslagen voor ontruiming

Het huurrecht kent specifieke regels voor ontbinding wegens wanprestatie. Je moet hierbij bepaalde procedures volgen voordat ontruiming mogelijk is.

De wettelijke basis ligt in het Burgerlijk Wetboek. Als huurder verplichtingen niet nakomt, kun je ontbinding vorderen bij de rechter.

De rechter moet wel toestemming geven voordat je de woning kunt ontruimen. Bij betalingsachterstanden van drie maanden of meer heb je meestal een sterke zaak.

Je moet eerst een officiële aanmaning sturen met een redelijke termijn om te betalen. Pas daarna kun je juridische stappen zetten.

Voor een snelle oplossing kun je een kort geding starten. Dit is een spoedprocedure waarbij de rechter binnen enkele weken uitspraak doet.

Naast ontruiming kun je hierin ook openstaande huurpenningen, rente en buitengerechtelijke kosten vorderen.

Wanneer is ontruiming toegestaan?

Een verhuurder en huurder praten serieus in een woonkamer met enkele verhuisdozen op de achtergrond.

Een verhuurder mag niet zomaar overgaan tot ontruiming van een huurwoning. Er moet sprake zijn van een geldige reden en je moet altijd een rechterlijk vonnis hebben voordat je kunt ontruimen.

De wet biedt huurders sterke bescherming tegen willekeurige ontruiming.

Veelvoorkomende redenen voor ontruiming

Je kunt als verhuurder een ontruiming aanvragen bij de rechter wanneer de huurder de huurovereenkomst ernstig schendt. Dit noemen we wanprestatie.

De rechter beoordeelt altijd of de tekortkoming zwaar genoeg is om de huurovereenkomst te ontbinden.

De meest voorkomende redenen zijn:

  • Structurele huurachterstand
  • Ernstige of langdurige overlast voor buurtbewoners
  • Illegale onderverhuur van de woonruimte
  • Criminele activiteiten zoals drugshandel
  • Het niet nakomen van andere belangrijke afspraken uit het huurcontract

De rechter weegt alle omstandigheden mee. Ook bij kwetsbare huurders kan ontruiming worden toegewezen als de overlast of andere problemen te ernstig zijn.

Huurachterstand en betalingsachterstand

Huurachterstand is de meest voorkomende reden voor ontruiming. Je kunt als verhuurder pas actie ondernemen bij structurele achterstand.

Meestal gaat het om een achterstand van minimaal drie maanden huur. Voor een succesvolle ontruimingsprocedure moet je aantonen dat de huurder herhaaldelijk te laat of niet betaalt.

Eenmalige betalingsproblemen zijn meestal niet voldoende. Je moet ook kunnen bewijzen dat je de huurder eerder hebt gesommeerd om te betalen.

De rechter kijkt naar de financiële situatie van de huurder. Soms krijgt de huurder nog een laatste kans om de achterstand in te lopen.

Dit geldt vooral wanneer de huurder kan aantonen dat betaling op korte termijn mogelijk is.

Overlast, illegale activiteiten en andere gronden

Ernstige overlast vormt een sterke grond voor ontruiming van een huurwoning. Denk aan structurele geluidsoverlast, vandalisme of agressief gedrag naar buren.

Je moet als verhuurder wel kunnen bewijzen dat de overlast daadwerkelijk plaatsvindt en ernstig genoeg is. Bij criminele activiteiten kan de burgemeester de woning zelfs tijdelijk sluiten op basis van de Opiumwet.

De Wet Aanpak Woonoverlast geeft gemeenten extra mogelijkheden om op te treden. Je kunt als verhuurder in zulke gevallen sneller een ontbindingsprocedure starten.

Andere contractbreuken kunnen ook leiden tot ontruiming. Illegale onderverhuur is hier een goed voorbeeld van.

Ook het gebruik van woonruimte als bedrijfspand zonder toestemming kan een reden zijn. De rechter beoordeelt per geval of de tekortkoming ernstig genoeg is voor ontbinding van de huurovereenkomst.

Voortraject: Waarschuwingen en minnelijke oplossingen

Voor je als verhuurder een gerechtelijke ontruimingsprocedure start, moet je eerst proberen het probleem buiten de rechter om op te lossen. Dit voortraject bestaat uit waarschuwingen, het maken van afspraken en eventuele bemiddeling.

Aanmaningen en communicatie

Je moet de huurder altijd eerst schriftelijk waarschuwen voordat je juridische stappen zet. Stuur een aanmaning waarin je duidelijk beschrijft wat de wanprestatie is.

Bij huurachterstand vermeld je het exacte bedrag en de periode. Bij overlast beschrijf je concrete voorbeelden met data en tijdstippen.

Verstuur de eerste aanmaning bij voorkeur per aangetekende brief. Dit geeft je bewijs dat de huurder de waarschuwing heeft ontvangen.

Je kunt ook contact zoeken via telefonisch overleg of e-mail. Soms is een persoonlijk gesprek effectiever dan alleen brieven sturen.

Noteer alle contactmomenten met datum en gespreksinhoud voor je administratie. Wacht minimaal 14 dagen op een reactie na je aanmaning.

Reageert de huurder niet of lost hij het probleem niet op? Dan stuur je een tweede, strengere waarschuwing waarin je concrete gevolgen benoemt.

Betalingsregeling en schriftelijke afspraken

Bij huurachterstand kun je vaak tot een betalingsregeling komen. Dit voorkomt een langdurige en kostbare rechtszaak.

Bespreek met de huurder hoeveel hij maandelijks kan betalen bovenop de normale huur. Leg alle afspraken vast in een schriftelijke betalingsregeling.

Vermeld hierin:

  • Het totale achterstallige bedrag
  • Het maandbedrag van de aflossing
  • De looptijd van de regeling
  • De consequenties bij het niet nakomen van de afspraken
  • Datum en handtekeningen van beide partijen

Je kunt ook afspraken maken over het beëindigen van overlast of andere contractbreuken. Zorg dat deze afspraken concreet en meetbaar zijn.

Vage formuleringen zoals “beterschap beloven” zijn juridisch niet sterk. Houdt de huurder zich niet aan de gemaakte afspraken?

Dan kun je alsnog een gerechtelijke procedure starten. De schriftelijke afspraken tonen aan dat je hebt geprobeerd tot een oplossing te komen.

Bemiddeling en rol van de huurcommissie

Bij geschillen over de huurprijs of kwaliteit van de woning kun je de huurcommissie inschakelen. Deze onafhankelijke organisatie helpt bij het oplossen van conflicten tussen huurder en verhuurder.

Let op: de huurcommissie behandelt geen zaken over huurachterstand of overlast. Voor geschillen over wanprestatie kun je kiezen voor professionele mediation.

Een mediator helpt beide partijen om tot een gezamenlijke oplossing te komen. Dit proces is vaak sneller en goedkoper dan naar de rechter gaan.

Overweeg juridisch advies in te winnen voordat je verder gaat. Een advocaat kan inschatten of je zaak sterk genoeg is voor een ontruiming.

Buurtbemiddeling kan helpen bij overlastsituaties tussen buren. Deze lokale bemiddelaars kennen de buurt en kunnen vaak effectief bemiddelen.

Veel gemeenten bieden dit gratis aan.

Het starten van de juridische procedure

Als verhuurder kun je niet zelf een huurder uit de woning zetten. Je hebt altijd toestemming van de kantonrechter nodig via een gerechtelijke procedure.

Deze procedure begint met het opzeggen van het huurcontract en verloopt via een dagvaarding tot aan een rechterlijke uitspraak.

Opzeggen van het huurcontract

Je moet het huurcontract eerst formeel opzeggen voordat je een ontruimingsprocedure start. Dit doe je schriftelijk en je stuurt de opzegging aangetekend naar je huurder.

In de opzegbrief vermeld je de reden voor opzegging, zoals huurachterstand van drie maanden of langer, illegale onderverhuur, of herhaaldelijke overlast. Let op dat je de juiste opzegtermijn hanteert.

Bij wanprestatie kun je in veel gevallen direct of op korte termijn opzeggen, maar check dit altijd in je huurcontract. De opzegging is een belangrijke stap omdat de rechter hieraan kan toetsen of je correct hebt gehandeld.

Bewaar alle communicatie met je huurder, waarschuwingen en bewijsstukken van de wanprestatie. Deze documenten heb je later nodig tijdens de gerechtelijke procedure.

Dagvaarding en rol van de kantonrechter

Na de opzegging laat je een dagvaarding opstellen via een advocaat of juridisch loket. Deze dagvaarding stuur je door een gerechtsdeurwaarder aan je huurder betekenen.

Hierin vorder je ontbinding van het huurcontract en ontruiming van de woning. Je kunt kiezen tussen twee procedures:

  • Kort geding: Dit is sneller maar alleen mogelijk bij spoedeisende zaken en duidelijke wanprestatie
  • Bodemprocedure: Dit duurt langer maar leidt tot een definitieve uitspraak

De kantonrechter beoordeelt of je aanvraag terecht is. Bij huurachterstand van drie maanden of een hennepplantage krijg je meestal gelijk.

De rechter kijkt naar de ernst van de wanprestatie en of je als verhuurder correct hebt gehandeld. De proceskosten die je maakt, kun je in principe verhalen op de huurder.

Dit geldt voor zowel buitengerechtelijke kosten als daadwerkelijke proceskosten.

Verweer van de huurder

Je huurder heeft het recht om verweer te voeren tegen de ontruiming. Hij kan bijvoorbeeld stellen dat de huurachterstand inmiddels is betaald of dat er omstandigheden zijn die de wanprestatie verklaren.

De kantonrechter weegt dit verweer mee in zijn beslissing. Bij een betwiste procedure kan het proces langer duren.

Je huurder kan bewijsmateriaal aanleveren of getuigen oproepen. Dit vertraagt de ontruiming.

Als de rechter jou gelijk geeft, krijg je een ontruimingsvonnis. Je huurder moet dan binnen de door de rechter gestelde termijn de woning verlaten.

Doet hij dit niet, dan schakelt de gerechtsdeurwaarder de politie in voor de daadwerkelijke ontruiming.

De ontruimingsprocedure en uitvoering

Na een uitspraak van de rechter begint de feitelijke ontruiming. De procedure vereist een geldig vonnis, professionele begeleiding door een deurwaarder en soms ondersteuning van politie of verhuisbedrijf.

Ontruimingsvonnis verkrijgen

De rechter geeft een ontruimingsvonnis als je als verhuurder gelijk krijgt. Dit vonnis ontbindt de huurovereenkomst en staat de uitzetting van de huurder toe.

De deurwaarder moet het vonnis betekenen aan de huurder. Na betekening krijgt de huurder een termijn om vrijwillig te vertrekken.

Deze termijn bedraagt meestal 14 dagen. Als de huurder binnen deze periode vertrekt, voorkom je extra kosten voor een gedwongen ontruiming.

Vertrekt de huurder niet vrijwillig? Dan mag je pas na afloop van de gestelde termijn overgaan tot gedwongen ontruiming.

Je kunt niet eerder handelen, zelfs niet als de situatie urgent lijkt.

Rol van deurwaarder en slotenmaker

De deurwaarder voert de ontruiming uit. Hij begeleidt het proces van begin tot eind en zorgt dat alles volgens de wet verloopt.

De deurwaarder maakt een proces-verbaal van de ontruiming waarin hij alle bezittingen vastlegt. Een slotenmaker is nodig om toegang tot de woning te krijgen als de huurder niet opendoet.

De slotenmaker vervangt vervolgens de sloten om te voorkomen dat de huurder terugkeert. Deze kosten komen voor je rekening als verhuurder.

De deurwaarder bewaart of verwijdert de bezittingen van de huurder volgens vaste regels. Waardevolle spullen worden meestal opgeslagen.

Je mag deze bezittingen niet zelf verwijderen of meenemen.

Betrekken van politie en verhuisbedrijf

De politie wordt ingeschakeld als de deurwaarder problemen verwacht. Dit gebeurt vooral bij agressieve huurders of risicovolle situaties.

De politie zorgt voor veiligheid tijdens de ontruiming maar voert deze niet zelf uit. Een verhuisbedrijf helpt bij het verwijderen van meubels en andere bezittingen.

Dit versnelt het proces en zorgt voor professionele afhandeling. Je betaalt deze kosten, maar je kunt ze later proberen terug te vorderen van de huurder.

Plan de ontruiming op een doordeweekse dag tijdens kantooruren. Dit maakt het makkelijker om alle partijen te coördineren.

Zorg dat je zelf aanwezig bent of laat je vertegenwoordigen door iemand met volmacht.

Gevolgen, kosten en nazorg na ontruiming

Na een ontruiming komen er financiële en juridische verplichtingen op je af als verhuurder. De huurder blijft verantwoordelijk voor bepaalde kosten, en je moet de woning correct opleveren volgens de regels in Nederland.

Kosten en aansprakelijkheid

De huurder betaalt de kosten van de ontruiming. Dit staat vast in de wet.

Deze kosten mag je verhalen:

  • Kosten van de deurwaarder
  • Griffiekosten van de rechtbank
  • Advocaatkosten voor de procedure
  • Verhuiskosten voor het verplaatsen van de inboedel
  • Opslagkosten van de spullen
  • Kosten van de slotenmaker
  • Schoonmaakkosten van de woning

Je mag alleen noodzakelijke kosten doorberekenen. Kosten door onnodige vertraging zijn niet toegestaan.

De huurachterstand zelf blijft ook een schuld van de huurder, inclusief rente. Bewaar alle bewijzen van de kosten.

Je hebt facturen en foto’s nodig om deze bedragen te kunnen verhalen. De proceskosten zijn vaak hoog, maar je hebt recht op vergoeding als de rechter dit toekent.

Inkomen en financiële gevolgen voor huurder

De huurder krijgt na ontruiming te maken met grote schulden. De openstaande huurprijs stapelt op tot het moment van ontruiming.

Daar komen de ontruimingskosten nog bij. Een ontruiming staat geregistreerd.

Dit maakt het voor de huurder bijna onmogelijk om een nieuwe woning te vinden. Verhuurders checken deze gegevens voordat ze een huurcontract aangaan.

Het inkomen van de huurder wordt vaak beslag gelegd. De deurwaarder kan geld van het salaris of de uitkering inhouden.

Dit gebeurt volgens vaste regels in Nederland. Een deel van het inkomen blijft vrij voor levensonderhoud.

De schulden kunnen jaren blijven bestaan. Rente loopt door op de openstaande bedragen.

Dit maakt het voor de huurder moeilijk om financieel weer op de been te komen.

Teruggave woning en oplevering

Je moet de woning netjes en leeggeruimd opleveren. Dit betekent dat alle spullen van de huurder weg moeten.

Je mag deze spullen tijdelijk opslaan.

Stappen bij oplevering:

  1. Maak foto’s van de staat van de woning.
  2. Noteer alle schade die niet van normale slijtage is.
  3. Ruim achtergelaten spullen op.
  4. Laat de woning schoonmaken.
  5. Vervang beschadigde onderdelen.

De huurder moet schade vergoeden die hij heeft veroorzaakt. Normale slijtage reken je niet door.

Het verschil tussen schade en slijtage hangt af van de huurtermijn en het gebruik.

Bewaar de inboedel van de huurder minimaal twee maanden. De huurder heeft recht om zijn spullen op te halen.

Na deze termijn mag je de spullen verkopen of weggooien.

Juridische ondersteuning en advies na ontruiming

Juridisch advies is belangrijk tijdens en na een ontruiming. Een advocaat helpt je met het verhalen van de kosten en het voorkomen van fouten.

Je kunt terecht bij een advocaat die is gespecialiseerd in huurrecht. Deze kent de procedures in Nederland en weet welke kosten je mag doorberekenen.

Het Juridisch Loket biedt gratis eerste advies voor simpele vragen.

Wanneer heb je juridisch advies nodig:

  • Bij het berekenen van alle verhaalbare kosten
  • Als de huurder bezwaar maakt tegen de kosten
  • Bij onduidelijkheid over schade versus slijtage
  • Voor het opstellen van de eindafrekening

Houd alle documenten bij. Dit zijn de huurovereenkomst, betalingsoverzichten, waarschuwingsbrieven en rechtbankuitspraken.

Deze papieren heb je nodig als bewijs. Een advocaat kan je ook helpen met het incasseren van de openstaande bedragen bij de huurder.

Veelgestelde vragen

Het ontruimen van een huis bij wanprestatie vraagt om kennis van juridische procedures en rechten.

De volgende antwoorden helpen je door de belangrijkste stappen en vereisten van het ontruimingsproces.

Welke juridische stappen zijn vereist om een huis te ontruimen bij wanbetaling van een huurder?

Je moet eerst de huurovereenkomst schriftelijk en aangetekend opzeggen. Dit is de eerste officiële stap die je moet nemen voordat je verdere actie onderneemt.

Als de huurder niet akkoord gaat met de opzegging, dien je een verzoek in bij de rechter. Je vraagt dan om beëindiging van de huurovereenkomst en toestemming voor ontruiming.

De rechter beslist of je verzoek wordt toegewezen en bepaalt wanneer de huurder de woning moet verlaten.

Je mag nooit zelf de woning ontruimen. Alleen een gerechtsdeurwaarder is bevoegd om dit te doen, zelfs als de rechter toestemming heeft gegeven.

Als je zonder rechterlijke toestemming ontruimt, kan de huurder een schadevergoeding eisen.

Wat zijn mijn rechten als verhuurder als een huurder zijn verplichtingen niet nakomt?

Je hebt het recht om de huurovereenkomst op te zeggen als de huurder zijn verplichtingen niet nakomt. Dit geldt bijvoorbeeld bij een huurachterstand van 3 maanden of bij herhaaldelijk te late betalingen.

Je kunt bij de rechter een verzoek indienen om de huurovereenkomst te beëindigen. De rechter beoordeelt je verzoek en bepaalt of de situatie ontruiming rechtvaardigt.

Je bent verplicht om de juiste procedures te volgen en mag niet zonder toestemming van de rechter handelen.

Hoe lang duurt het ontruimingsproces nadat er een uitspraak is gedaan door de rechter?

De rechter bepaalt in het vonnis wanneer de huurder de woning moet verlaten. De huurder krijgt eerst de kans om de woning zelf te ontruimen binnen de gestelde termijn.

Als de huurder niet vrijwillig vertrekt, moet je een gerechtsdeurwaarder inschakelen. De duur hangt af van verschillende factoren, zoals de planning van de deurwaarder en eventuele bezwaren van de huurder.

Het proces kan enkele weken tot enkele maanden duren vanaf de rechterlijke uitspraak.

Welke documenten moet ik verzamelen voordat ik een procedure start om de huurder uit te zetten?

Je hebt de huurovereenkomst nodig als basis voor je verzoek. Dit document toont de afspraken die tussen jou en de huurder zijn gemaakt.

Verzamel bewijzen van de wanprestatie, zoals betalingsoverzichten bij huurachterstand of gedocumenteerde overlast. Bewaar kopieën van alle schriftelijke communicatie met de huurder, inclusief de aangetekende opzegging.

Deze documenten ondersteunen je verzoek bij de rechter en tonen aan dat je de juiste stappen hebt gevolgd.

Wat kan ik als verhuurder doen om mijzelf te beschermen tegen toekomstige wanprestaties van huurders?

Maak duidelijke afspraken in de huurovereenkomst over betalingen en verplichtingen. Een goed opgestelde huurovereenkomst voorkomt veel misverstanden en geeft je een sterke juridische basis.

Overweeg om referenties van vorige verhuurders op te vragen voordat je een huurovereenkomst aangaat. Je kunt ook een borgsom vragen binnen de wettelijke grenzen.

Documenteer alle afspraken schriftelijk en bewaar alle communicatie met je huurder. Dit helpt je later als er problemen ontstaan.

Hoe moet ik correct communiceren met de huurder gedurende het ontruimingsproces?

Stuur alle belangrijke berichten schriftelijk en aangetekend naar de huurder. Dit geeft je bewijs dat je de huurder correct hebt geïnformeerd over de opzegging en andere stappen.

Blijf zakelijk en respectvol in je communicatie, ook als de situatie moeilijk is. Geef duidelijk aan wat je van de huurder verwacht en binnen welke termijn.

Bewaar kopieën van alle brieven, e-mails en andere communicatie. Deze documentatie is belangrijk als je later naar de rechter moet.

Nieuws

Ziekte, burn-out en werkdruk: uw rechten bij bedrijfsarts en werkgever

Veel werknemers die worstelen met werkdruk of burn-out weten niet precies waar ze aan toe zijn. Je vraagt je af of je je ziek moet melden, wat je aan je werkgever moet vertellen en wat een bedrijfsarts precies mag vragen.

Deze onzekerheid maakt een toch al moeilijke situatie nog zwaarder.

Een werknemer praat met een bedrijfsarts in een moderne kantooromgeving terwijl collega’s op de achtergrond werken.

Als werknemer heb je bij ziekte door burn-out of werkdruk recht op loondoorbetaling, ondersteuning bij re-integratie en bescherming tegen ontslag, terwijl je werkgever verplicht is om een veilige werkomgeving te bieden en je ziekmelding serieus te nemen. De bedrijfsarts beoordeelt je medische situatie en adviseert over herstel, maar je hoeft niet alles te vertellen aan je werkgever.

Het is belangrijk dat je weet wat wel en niet mag, zodat je je rechten kunt beschermen.

In dit artikel leggen we uit wanneer burn-out juridisch als ziekte geldt, wat je verplichtingen zijn bij ziekmelding en wat je kunt verwachten van je werkgever en de bedrijfsarts. Ook bespreken we wat er gebeurt met je loon, hoe het re-integratieproces werkt en wanneer er sprake kan zijn van schadevergoeding.

Wanneer is burn-out of werkdruk juridisch een ziekte?

Twee mensen in een kantoor voeren een serieus gesprek over werkdruk en burn-out, met documenten en een laptop op tafel.

Burn-out en werkdruk worden pas juridisch als ziekte erkend wanneer een arts een medische diagnose stelt. Het verschil tussen tijdelijke overspannenheid en een volledige burn-out is belangrijk voor je rechten als werknemer.

Verschil tussen overspannenheid en burn-out

Overspannenheid en burn-out zijn niet hetzelfde. Bij overspannenheid ervaar je stress en vermoeidheid, maar je kunt meestal na een korte rustperiode weer aan het werk.

Een burn-out is ernstiger. Je bent volledig uitgeput en kunt je werk niet meer uitvoeren.

De klachten duren langer en je hebt professionele hulp nodig om te herstellen. Een arts moet bepalen of je overspannen bent of een burn-out hebt.

Deze diagnose bepaalt welke rechten en verplichtingen gelden. Bij overspannenheid kun je vaak sneller re-integreren dan bij een burn-out.

Erkend medisch probleem en diagnose

Een burn-out is een erkend medisch probleem. Je arts of bedrijfsarts stelt de diagnose vast volgens medische richtlijnen.

Deze diagnose is belangrijk omdat je hiermee aantoont dat je echt ziek bent. Zonder diagnose kan je werkgever twijfelen aan je ziekmelding.

Een goede diagnose van je huisarts of een specialist beschermt je rechten. Je kunt deze diagnose gebruiken als bewijs voor je arbeidsongeschiktheid.

De Wet Geneeskundige Behandel Overeenkomst (WGBO) geeft je recht op een zorgvuldige diagnose en behandeling. Je mag een second opinion vragen als je twijfelt aan de eerste diagnose.

Psychische klachten als beroepsziekte

Psychische klachten zoals burn-out kunnen als beroepsziekte gelden. Dit betekent dat je ziekte direct is veroorzaakt door je werk.

Je moet wel bewijzen dat je werkdruk of werkomstandigheden de enige oorzaak zijn van je burn-out. Dit bewijs leveren is lastig.

Je hebt medische documenten nodig die aantonen dat je klachten uitsluitend door werk zijn ontstaan. Factoren buiten je werk kunnen het moeilijker maken om je werkgever aansprakelijk te stellen.

De Arbowet verplicht werkgevers een gezonde werkomgeving te bieden. Als je werkgever deze plicht heeft geschonden en je daardoor een burn-out hebt gekregen, kun je mogelijk een schadevergoeding eisen.

Ziekmelding bij burn-out: rechten en plichten

Een man en een vrouw zitten tegenover elkaar in een kantoor, in gesprek over ziekte en burn-out.

Bij een burn-out geldt dezelfde ziekmelding als bij andere aandoeningen: je bent arbeidsongeschikt wanneer je je werk niet kunt uitvoeren. De bedrijfsarts beoordeelt je situatie en stelt vast welke beperkingen er zijn, terwijl jij bepaalde verplichtingen hebt tijdens het herstelproces.

Proces van ziekmelding

Je bent wettelijk verplicht om je ziekmelding zo snel mogelijk door te geven aan je werkgever. Dit doe je bij je leidinggevende of de HR-afdeling.

Je hoeft niet te vertellen dat je een burn-out hebt of wat de exacte oorzaak van je klachten is. Het is voldoende om aan te geven dat je je niet goed voelt en niet kunt werken.

Je werkgever moet je doorverwijzen naar de bedrijfsarts, meestal binnen een paar dagen. Tijdens je ziekte blijft je werkgever verplicht om minimaal 70% van je loon door te betalen, vaak is dit percentage hoger door je arbeidsovereenkomst of CAO.

Je mag niet zomaar ontslagen worden omdat je ziek bent. Er geldt een opzegverbod tijdens ziekte, met enkele uitzonderingen zoals ontslag wegens bedrijfseconomische redenen of ernstig plichtsverzuim.

Rol van de bedrijfsarts

De bedrijfsarts beoordeelt of je arbeidsongeschikt bent en welke mogelijkheden er nog zijn om te werken. Dit gesprek is medisch vertrouwelijk.

De bedrijfsarts deelt geen diagnose of persoonlijke informatie met je werkgever zonder jouw toestemming. De bedrijfsarts stelt een advies op over je werk en begeleiding.

Dit advies bevat concrete informatie over wat je wel en niet kunt doen, en welke aanpassingen nodig zijn. Je werkgever moet dit advies volgen bij het opstellen van een re-integratieplan.

De bedrijfsarts kan ook doorverwijzen naar behandeling of een arbeidsdeskundige inschakelen. Je bent verplicht om mee te werken aan het herstelproces en de afspraken met de bedrijfsarts na te komen.

Dit wordt ook wel de re-integratieplicht genoemd.

Second opinion en situatieve arbeidsongeschiktheid

Je hebt het recht om een second opinion aan te vragen als je het niet eens bent met het oordeel van de bedrijfsarts. Dit doe je via het UWV.

Een onafhankelijke arts beoordeelt dan opnieuw of je arbeidsongeschikt bent. Situatieve arbeidsongeschiktheid betekent dat je niet ziek bent door medische redenen, maar door de specifieke werksituatie.

Dit komt voor bij burn-out door werkdruk of conflicten. De rechtspraak heeft vastgesteld dat dit ook geldt als arbeidsongeschiktheid.

Bij situatieve arbeidsongeschiktheid blijft je werkgever loondoorbetaling verschuldigd. Je werkgever moet dan kijken naar aanpassingen in je werk of een andere functie.

Als jij passend werk weigert zonder goede reden, kan dit gevolgen hebben voor je loon.

Re-integratieverplichtingen tijdens en na burn-out

De Wet verbetering poortwachter en Arbowet leggen strikte verplichtingen op aan zowel werkgever als werknemer tijdens het re-integratieproces. Deze regels bepalen hoe snel er actie moet worden ondernomen, welke stappen verplicht zijn en wanneer er passend werk aangeboden moet worden.

Wet verbetering poortwachter en processtappen

De Wet verbetering poortwachter schrijft voor dat uw werkgever binnen zes weken na de ziekmelding contact moet opnemen met de bedrijfsarts. Deze arts moet beoordelen wat u nog wel kunt doen en welke beperkingen u heeft.

Uw werkgever moet zich registreren via het Arboportaal bij het UWV. Dit moet gebeuren in de eerste week van uw ziekte.

Als uw werkgever dit nalaat, kan dit leiden tot financiële sancties. Binnen acht weken na ziekmelding moet er een probleemanalyse gemaakt worden.

Deze analyse vormt de basis voor het verdere re-integratieproces. Uw werkgever is eindverantwoordelijk voor deze stappen, maar u moet wel actief meewerken.

Plan van aanpak en probleemanalyse

Het plan van aanpak moet binnen maximaal zes weken na de probleemanalyse klaar zijn. Dit document beschrijft concrete acties en doelen voor uw terugkeer naar werk.

In de probleemanalyse staan uw beperkingen en mogelijkheden beschreven. De bedrijfsarts bepaalt wat u nog kunt doen binnen uw bedongen arbeid.

Het plan van aanpak bouwt hierop voort met haalbare stappen. U moet om de zes weken een evaluatiegesprek hebben met uw werkgever.

Tijdens deze gesprekken wordt uw voortgang besproken en kan het plan worden aangepast. Als u niet meewerkt aan deze gesprekken of afspraken, mag uw werkgever uw loon stopzetten.

Passend werk en re-integratieplicht

Uw werkgever moet eerst proberen u terug te laten keren in uw eigen functie. Dit heet de bedongen arbeid.

Als dit niet lukt, moet hij ander passend werk binnen het bedrijf aanbieden. Passend werk sluit aan bij uw kennis, ervaring en beperkingen.

Een grote werkgever heeft meer mogelijkheden dan een klein bedrijf en moet dus meer inspanning leveren. Als er binnen het bedrijf geen passend werk is, moet uw werkgever u helpen bij re-integratie buiten de organisatie.

U heeft een wettelijke re-integratieplicht om mee te werken aan voorgesteld passend werk. Dit betekent dat u aangeboden werk moet accepteren, ook als het minder betaalt of andere taken bevat dan uw oorspronkelijke functie.

Weigeren zonder goede reden kan gevolgen hebben voor uw loon en uitkering.

Loondoorbetaling en gevolgen bij arbeidsongeschiktheid

Werkgevers moeten minimaal 70% van uw loon doorbetalen tijdens ziekte. Veel cao’s regelen 100% in het eerste jaar.

Na twee jaar ziekte eindigt de loondoorbetaling. U kunt dan mogelijk een WIA-uitkering aanvragen.

Hoelang heeft u recht op loon?

Uw werkgever is verplicht om gedurende maximaal 104 weken uw loon door te betalen bij ziekte. De minimale loondoorbetaling bedraagt 70% van uw brutoloon.

In veel cao’s of arbeidsovereenkomsten staat afgesproken dat u in het eerste ziektejaar 100% van uw loon ontvangt. Verdient u minder dan het minimumloon? Dan moet uw werkgever het bedrag in het eerste ziektejaar aanvullen tot het minimumloon.

In het tweede ziektejaar vervalt deze verplichting. Als u binnen twee jaar beter wordt maar opnieuw uitvalt met dezelfde klacht, tellen de ziekteperiodes bij elkaar op.

Dit betekent dat uw werkgever niet opnieuw 104 weken hoeft door te betalen, maar dat de eerdere periode meetelt.

Loonbetaling opschorten en loonsanctie

Uw werkgever mag de loonbetaling opschorten als u uw verplichtingen niet nakomt. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer u niet meewerkt aan re-integratie of de aanwijzingen van de bedrijfsarts negeert.

Een loonsanctie betekent dat uw werkgever tijdelijk mag stoppen met loon doorbetalen. U moet wel eerst een waarschuwing krijgen en de kans om uw gedrag te verbeteren.

De werkgever kan maximaal het deel boven de 70% inhouden, of in ernstige gevallen het hele loon.

Typische situaties die tot loonsanctie leiden zijn:

  • Weigeren om passend werk te verrichten
  • Niet verschijnen bij de bedrijfsarts zonder geldige reden
  • Bewust tegenhouden van herstel
  • Niet meewerken aan een re-integratieplan

Overgang naar WIA-uitkering

Na 104 weken ziekte stopt de loondoorbetaling automatisch. Het UWV beoordeelt dan of u recht heeft op een WIA-uitkering.

Deze uitkering is bedoeld voor werknemers die blijvend arbeidsongeschikt zijn. De hoogte van uw WIA-uitkering hangt af van uw mate van arbeidsongeschiktheid.

Bij 35% tot 80% arbeidsongeschiktheid komt u in aanmerking voor een WGA-uitkering. Bij meer dan 80% arbeidsongeschiktheid krijgt u een IVA-uitkering.

U moet de WIA-aanvraag zelf indienen bij het UWV. Begin hiermee op tijd, bij voorkeur enkele weken voor het einde van de 104 weken.

Uw werkgever en de bedrijfsarts leveren informatie aan over uw ziekte en re-integratie-inspanningen.

Ontslag, vaststellingsovereenkomst en schadevergoeding

Tijdens ziekte of burn-out heeft u sterke juridische bescherming tegen ontslag. Toch kan een werkgever voorstellen om via een vaststellingsovereenkomst uit elkaar te gaan, waarbij vergoedingen een belangrijke rol spelen.

Ontslag tijdens ziekte of burn-out

U bent in principe beschermd tegen ontslag gedurende de eerste twee jaar van uw ziekte. Deze bescherming geldt ook bij burn-out.

Een werkgever mag u in deze periode niet ontslaan, tenzij er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden. Uitzonderingen op het ontslagverbod zijn:

  • Dringende reden zoals diefstal of fraude
  • Faillissement van het bedrijf
  • Langdurig verzuim van meer dan twee jaar
  • Weigering meewerken aan re-integratie

Als uw werkgever toch een ontslagprocedure start, moet dit via het UWV of de kantonrechter. Beide instanties toetsen streng of het ontslag gerechtvaardigd is.

Zonder sterke gronden wordt toestemming geweigerd. Let op: een werkgever mag wel reorganiseren tijdens uw ziekte.

Uw functie kan komen te vervallen, maar u behoudt uw ontslagbescherming.

Vaststellingsovereenkomst bij verzuim

Een vaststellingsovereenkomst beëindigt uw dienstverband in onderling overleg. Dit kan ook tijdens ziekte of burn-out, maar u moet dit vrijwillig tekenen.

Een werkgever mag u niet onder druk zetten.

Risico’s bij een vaststellingsovereenkomst tijdens ziekte:

Risico Gevolg
Verlies uitkeringsrechten UWV kan Ziektewet of WW weigeren
Financiële problemen Geen loon en mogelijk geen uitkering
Verlies re-integratiebegeleiding U staat er alleen voor

Teken nooit direct. Laat de overeenkomst eerst controleren door een arbeidsrechtadvocaat.

De tekst moet correct vermelden dat de werkgever het initiatief nam en dat u geen verwijt treft. Een goede vaststellingsovereenkomst bevat:

  • Correcte ontslagreden voor uitkeringsrechten
  • Ontslagvergoeding of andere compensatie
  • Afspraken over bedrijfsarts en medische informatie
  • Garanties voor referenties

Billijke vergoeding en recht op schadevergoeding

Bij ontslag via de kantonrechter kan deze een billijke vergoeding toekennen als het ontslag ernstig verwijtbaar is. Dit geldt ook bij ziekte of burn-out als uw werkgever zijn verplichtingen schond.

Gronden voor een billijke vergoeding:

  • Werkgever negeerde bedrijfsadviezen systematisch
  • Onvoldoende re-integratie-inspanningen
  • Werkgever veroorzaakte of verergerde uw burn-out
  • Intimidatie of ander ernstig verwijtbaar gedrag

De hoogte hangt af van de ernst van het verwijt en de gevolgen voor u. Bedragen variëren van enkele maanden tot twee jaarsalarissen.

U kunt ook schadevergoeding eisen als uw werkgever arbeidsrecht schond. Denk aan overtreding van arbeidsomstandighedenwet of onzorgvuldig handelen.

Dit vordert u via een aparte procedure bij de rechter. Een schadevergoeding kan dekken:

  • Gemist inkomen
  • Medische kosten
  • Kosten voor re-integratie of omscholing
  • Smartengeld bij ernstige gevallen

De verantwoordelijkheden van werkgever en gezonde werkomgeving

Werkgevers hebben wettelijke verplichtingen om werknemers te beschermen tegen gezondheidsrisico’s, waaronder stress en burn-out door te hoge werkdruk. De Arbowet verplicht werkgevers om actief te werken aan een veilige en gezonde werkomgeving, waarbij psychosociale arbeidsbelasting een belangrijk aandachtspunt is.

Zorgplicht volgens de arbowet

De Arbowet legt werkgevers een uitgebreide zorgplicht op voor de veiligheid en gezondheid van werknemers. Uw werkgever moet een arbeidsomstandighedenbeleid ontwikkelen en uitvoeren dat voorkomt dat de arbeid nadelige gevolgen heeft voor uw gezondheid.

Centrale verplichtingen van uw werkgever zijn:

  • Het opstellen van een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) waarin alle risico’s staan beschreven
  • Het maken van een plan van aanpak om deze risico’s aan te pakken
  • Het aanstellen van een preventiemedewerker (bij bedrijven met meer dan 25 werknemers)
  • Het beschikbaar stellen van toegang tot een bedrijfsarts
  • Het geven van voorlichting en instructie over veilig werken

Uw werkgever moet gevaren bij de bron aanpakken. Dit betekent dat de arbeidsomstandigheden aangepast worden voordat er problemen ontstaan.

De werkplek, werkmethoden en arbeidsmiddelen moeten zoveel mogelijk aansluiten bij uw persoonlijke eigenschappen en mogelijkheden.

Voorkomen van burn-out en werkstress

Werkgevers moeten te hoge werkdruk en stress actief voorkomen. De Arbowet verplicht werkgevers om monotone en tempogebonden arbeid zoveel mogelijk te beperken.

Dit is vooral belangrijk omdat werkdruk en stress steeds vaker leiden tot uitval van werknemers. Uw werkgever moet in de RI&E specifiek aandacht besteden aan werkdrukrisico’s.

Denk aan lange werktijden, onduidelijke verwachtingen, gebrek aan autonomie of conflicten op de werkvloer. Als deze risico’s worden geïdentificeerd, moet het plan van aanpak concrete maatregelen bevatten.

Vroege signalering is belangrijk. Werkgevers moeten alert zijn op signalen van overbelasting bij werknemers.

U heeft als werknemer de plicht om uw werkgever te informeren over gevaren die u opmerkt. De verantwoordelijkheid om structurele problemen aan te pakken ligt bij uw werkgever.

Psychosociale arbeidsbelasting en gezonde werkvloer

Psychosociale arbeidsbelasting (PSA) omvat alle aspecten van werk die stress kunnen veroorzaken. Dit gaat verder dan fysieke arbeidsomstandigheden en heeft betrekking op werkdruk, pesten, discriminatie, agressie en seksuele intimidatie.

Uw werkgever moet PSA-risico’s opnemen in de RI&E en maatregelen treffen om deze te beperken. Een gezonde werkvloer vraagt om:

  • Duidelijke communicatie over taken en verwachtingen
  • Heldere taakomschrijvingen en verdeling van werkzaamheden
  • Ondersteuning bij conflicten of problemen
  • Aandacht voor een goede werk-privébalans

De werkgever moet voorlichting geven over hoe er binnen het bedrijf wordt omgegaan met agressie, geweld en intimidatie. Bij structurele problemen met PSA kan uw werkgever aansprakelijk worden gesteld als blijkt dat er langdurig sprake was van een ongezonde werkomgeving waarin burn-out kon ontstaan.

Veelgestelde vragen

Bij ziekte door werkdruk of een burn-out heb je bepaalde rechten op het gebied van loon, privacy en herstel. De werkgever moet preventie nemen en een veilige werkomgeving bieden, terwijl de bedrijfsarts je medische gegevens vertrouwelijk behandelt.

Wat zijn mijn rechten wanneer ik een burn-out heb en wie is verantwoordelijk voor mijn herstel?

Je hebt recht op doorbetaling van je salaris wanneer je uitvalt door een burn-out. Dit recht geldt minimaal twee jaar lang, mits er sprake is van een medisch objectiveerbaar gebrek.

De verantwoordelijkheid voor herstel ligt bij beide partijen. Jij moet actief meewerken aan je re-integratie en de afspraken nakomen.

Je werkgever moet passende maatregelen nemen en een plan van aanpak opstellen. De bedrijfsarts begeleidt het proces en adviseert over je mogelijkheden.

Hij stelt vast welke beperkingen je hebt en wat wel of niet mogelijk is. Dit gebeurt door middel van gesprekken en eventueel informatie van je behandelend arts.

Welke stappen moet ik volgen als ik te maken heb met werkdruk en dit wil aankaarten bij mijn werkgever?

Bespreek de werkdruk eerst met je directe leidinggevende. Leg uit welke taken tot overbelasting leiden en kom met concrete voorbeelden.

Als dit gesprek niet helpt, kun je de Arbodienst of bedrijfsarts inschakelen. Zij kunnen de situatie beoordelen en je werkgever adviseren over noodzakelijke aanpassingen.

Documenteer je klachten en gesprekken voor het geval je later bewijs nodig hebt. Je werkgever heeft een wettelijke zorgplicht om werkdruk te voorkomen.

Als hij hier niet aan voldoet, kun je dit melden bij de Inspectie SZW.

Hoe ga ik het gesprek aan met een bedrijfsarts over mijn werkgerelateerde gezondheidsklachten?

Wees eerlijk en volledig over je klachten en hoe deze samenhangen met je werk. De bedrijfsarts kan je alleen goed helpen als hij het volledige beeld kent.

Neem indien mogelijk medische informatie van je huisarts of behandelaar mee. Dit helpt de bedrijfsarts om een goed oordeel te vormen over je situatie.

Je hoeft geen medische gegevens te delen met je werkgever zelf, alleen met de bedrijfsarts. De bedrijfsarts beoordeelt of sprake is van een ziektesituatie of een arbeidsconflict.

Bij twijfel kun je later een second opinion aanvragen bij het UWV. Vraag altijd om een kopie van de rapportage die naar je werkgever gaat.

Wat kan ik verwachten van de re-integratieprocedure na een langdurige ziekte?

Binnen zes weken na je ziekmelding maakt de bedrijfsarts een probleemanalyse. Je werkgever moet vervolgens binnen acht weken een plan van aanpak opstellen.

Het plan beschrijft welke stappen nodig zijn voor je terugkeer naar werk. Dit kan betekenen dat je in aangepaste vorm je eigen werk hervat, of dat je tijdelijk ander werk doet.

De voortgang wordt elke zes weken geëvalueerd. Je begint meestal met je eigen werk bij je eigen werkgever.

Als dit niet lukt, wordt gekeken naar ander passend werk binnen het bedrijf. Pas als laatste optie wordt gezocht naar werk bij een andere werkgever.

Welke verplichtingen heeft mijn werkgever bij het voorkomen van ziekte en burn-out binnen het bedrijf?

Je werkgever moet een veilige werkomgeving creëren waarin werkdruk beheersbaar blijft. Hij moet risico’s inventariseren en preventiemaatregelen nemen om burn-out te voorkomen.

Er moet een Risico-Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) zijn waarin psychosociale arbeidsbelasting is opgenomen. Op basis daarvan moet je werkgever concrete maatregelen treffen.

Dit kan betekenen dat werkprocessen worden aangepast of dat extra personeel wordt aangenomen. De werkgever moet ook een bedrijfsarts of Arbodienst inschakelen voor begeleiding.

Bij signalen van overbelasting moet hij tijdig ingrijpen. Als hij deze verplichtingen niet nakomt, kan hij aansprakelijk worden gesteld voor schade.

Hoe wordt mijn privacy beschermd tijdens het traject met de bedrijfsarts en mijn werkgever?

De bedrijfsarts valt onder medisch beroepsgeheim. Hij mag geen medische diagnoses met je werkgever delen.

Hij mag alleen functionele informatie geven over wat je wel en niet kunt. Je werkgever krijgt te horen of je arbeidsongeschikt bent en welke beperkingen je hebt.

Hij krijgt niet te weten waarom je ziek bent of welke behandeling je ondergaat. Medische details blijven tussen jou en de bedrijfsarts.

Je kunt zelf kiezen of je meer informatie met je werkgever wilt delen. Dit is echter nooit verplicht.

De bedrijfsarts mag alleen met jouw expliciete toestemming contact opnemen met je behandelend arts of huisarts.

Nieuws

Samenlevingscontract versus huwelijk: juridische verschillen duidelijk uitgelegd

Veel stellen denken dat een samenlevingscontract en een huwelijk grotendeels hetzelfde zijn. Niets is minder waar.

De juridische verschillen tussen een samenlevingscontract en een huwelijk zijn groot en hebben directe gevolgen voor uw vermogen, erfrecht, kinderen en fiscale positie. Bij een huwelijk krijgt u automatisch rechten en plichten tegenover elkaar, terwijl u bij een samenlevingscontract bijna alles zelf moet vastleggen.

Een stel in gesprek met een advocaat aan een bureau, met documenten en trouwringen op tafel, in een kantooromgeving.

De keuze tussen deze twee relatievormen bepaalt onder andere of u automatisch recht heeft op elkaars erfenis, hoe uw bezittingen en schulden worden verdeeld, en wie er gezag krijgt over eventuele kinderen. Ook bij een scheiding of overlijden merkt u de verschillen direct.

In dit artikel leest u precies waar de verschillen zitten tussen een samenlevingscontract en een huwelijk. U krijgt inzicht in de financiële, fiscale en erfrechtelijke consequenties van beide keuzes.

Ook komt aan bod wat dit betekent voor kinderen, hoe u een relatie kunt beëindigen, en welke praktische overwegingen een rol spelen bij uw beslissing.

Fundamentele juridische verschillen tussen samenlevingscontract en huwelijk

Een tafel met aan de ene kant trouwringen op kant en aan de andere kant documenten met een pen, die het juridische verschil tussen samenlevingscontract en huwelijk symboliseren.

Bij een huwelijk krijg je automatisch een wettelijk pakket aan rechten en plichten, terwijl je bij een samenlevingscontract deze zelf moet vastleggen. De manier waarop je relatie wordt geformaliseerd en geregistreerd verschilt ook sterk tussen beide opties.

Definitie en wettelijke status

Een huwelijk is een officiële verbintenis die wordt vastgelegd door de burgerlijke stand. Je krijgt een huwelijksakte die bewijst dat jullie volgens de wet bij elkaar horen.

Bij een samenlevingscontract hoort jullie volgens de wet niet bij elkaar. Het is een contract tussen twee mensen die samenwonen, maar het geeft je geen officiële status als echtgenoten.

De gemeente registreert alleen huwelijken en geregistreerd partnerschap. Een samenlevingscontract wordt niet ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie.

Dit verschil heeft ook gevolgen bij overlijden. Bij een huwelijk staat je partner in de overlijdensakte vermeld. Bij een samenlevingscontract gebeurt dit niet, omdat je geen officiële partners bent volgens de wet.

Rechten en plichten tussen partners

Bij een huwelijk krijg je automatisch rechten en plichten tegenover elkaar. Je hebt recht op elkaars erfenis en de plicht om voor elkaar te zorgen.

Deze regels gelden vanaf het moment dat je trouwt.

Bij een samenlevingscontract moet je alles zelf regelen:

  • Je hebt geen automatisch erfrecht op elkaars bezittingen
  • Je moet in het contract vastleggen of je elkaar wilt laten erven
  • Je bepaalt zelf de hoogte van bijdragen voor het huishouden
  • Je legt zelf vast welke rechten en plichten je tegenover elkaar hebt

De wettelijke gemeenschap van goederen geldt automatisch bij een huwelijk (vanaf 1 januari 2018). Dit betekent dat jullie samen eigenaar zijn van bezittingen en schulden tijdens het huwelijk.

Wil je dit niet? Dan moet je huwelijkse voorwaarden laten opstellen bij een notaris.

Bij een samenlevingscontract geldt geen automatische gemeenschap van goederen. Je blijft eigenaar van je eigen spullen en schulden, tenzij je anders afspreekt.

Formalisering en registratie van de relatie

Een huwelijk formaliseer je via een officiële ceremonie bij de gemeente. Je moet minstens twee getuigen meenemen.

De ambtenaar van de burgerlijke stand trouwt jullie en jullie krijgen een huwelijksakte.

Voor een samenlevingscontract is geen ceremonie nodig. Je kunt het zelf opstellen of een notaris inschakelen.

Een notaris is niet verplicht, maar wel aan te raden voor juridische zekerheid.

De kosten verschillen ook. Een huwelijk kost gemeenteleges en eventueel extra kosten voor een feestelijke ceremonie.

Een samenlevingscontract bij een notaris kost tussen de 500 en 1000 euro, afhankelijk van de complexiteit.

Je kunt een samenlevingscontract op elk moment afsluiten, ook als je al jaren samenwoont. Een huwelijk moet je vooraf aanvragen bij de gemeente.

Je moet rekening houden met een wachttijd van minimaal twee weken.

Vermogens en goederen: bezit, schulden en hun verdeling

Twee handen wisselen een contract uit op een bureau met een weegschaal, documenten en een rekenmachine in een kantooromgeving.

De manier waarop je samenwoont bepaalt direct wie eigenaar is van bezittingen en wie verantwoordelijk is voor schulden. Bij een huwelijk geldt standaard een gemeenschap van goederen, terwijl bij een samenlevingscontract ieder zijn eigen vermogen behoudt.

Gemeenschap van goederen versus individuele eigendom

Trouwde je vóór 1 januari 2018? Dan geldt automatisch een algehele gemeenschap van goederen. Alle bezittingen en schulden die je en je partner hadden voor het huwelijk én tijdens het huwelijk zijn gezamenlijk eigendom geworden.

Dit betekent dat jullie koopwoning, bankrekening, auto en zelfs schulden voor 50% van jullie beiden zijn.

Vanaf 1 januari 2018 geldt voor gehuwden een beperkte gemeenschap van goederen. Wat je voor het huwelijk bezat blijft jouw eigen vermogen.

Wat je tijdens het huwelijk koopt of ontvangt wordt gezamenlijk eigendom. Een erfenis of schenking die je tijdens het huwelijk krijgt blijft jouw persoonlijk bezit.

Bij een samenlevingscontract werk je met individuele eigendom. Spullen die je zelf koopt blijven van jou.

Alleen wat je samen aanschaft is gezamenlijk eigendom. Ben je geen mede-eigenaar van de koopwoning volgens het kadaster? Dan heb je geen eigendomsrechten, ook niet na jarenlang samenwonen.

Je moet kunnen bewijzen wat van jou is door kassabonnen, facturen of bankafschriften te bewaren.

Huwelijkse voorwaarden versus samenlevingscontractafspraken

Huwelijkse voorwaarden of partnerschapsvoorwaarden leg je vast bij een notaris in een notariële akte. Hierin maak je afspraken die afwijken van de standaard gemeenschap van goederen.

Je kunt bijvoorbeeld afspreken dat jullie ieder jullie eigen vermogen houden, vergelijkbaar met samenwonen. Of je kiest voor een periodieke verrekening waarbij jullie inkomensverschillen compenseren.

In een samenlevingscontract bepaal je zelf welke regels gelden. Je kunt afspreken dat bepaalde bezittingen gezamenlijk eigendom worden, ook al heb je ze alleen gekocht.

Dit contract hoeft niet bij de notaris, maar een notariële versie biedt meer zekerheid.

Het grote verschil zit in de standaardsituatie. Zonder huwelijkse voorwaarden vallen alle bezittingen en schulden automatisch in de gemeenschap.

Zonder samenlevingscontract blijft alles strikt gescheiden en ben je alleen verantwoordelijk voor je eigen schulden.

Beheer en verdeling bij scheiding of beëindiging

Bij een huwelijk in gemeenschap wordt alles fifty-fifty verdeeld bij scheiding. Het maakt niet uit wie meer verdiende of wat inbracht.

Jullie bezittingen worden opgeteld, de schulden afgetrokken, en het resterende vermogen gelijk gedeeld. De koopwoning verkoop je of een van jullie koopt de ander uit.

Heb je huwelijkse voorwaarden? Dan volg je de afspraken uit de notariële akte. Vaak staat hierin precies beschreven hoe jullie de verdeling van bezittingen regelen.

Sommige voorwaarden bevatten een verrekenbeding waarbij jullie vermogensgroei tijdens het huwelijk alsnog verdeeld wordt.

Bij beëindiging van een samenlevingscontract neem je mee wat van jou is. Gezamenlijke bezittingen zoals een koopwoning of bankrekening verdeel je volgens de afspraken in het contract.

Maakte je geen afspraken? Dan moet je bij de verdeling bewijzen wie wat bezit. Staat de koopwoning alleen op jouw naam? Dan blijft deze van jou, tenzij je partner kan aantonen dat hij of zij heeft meebetaald.

Rechten bij overlijden en erfrechtelijke gevolgen

Bij overlijden ontstaan er grote verschillen tussen gehuwden en samenwoners met een samenlevingscontract. Getrouwde partners zijn automatisch erfgenaam, terwijl samenwoners dit niet zijn zonder aanvullende regelingen.

Automatisch erfgenaamschap

Als je getrouwd bent of een geregistreerd partnerschap hebt, ben je automatisch erfgenaam van je partner. De wet regelt dit zonder dat je daar zelf iets voor hoeft te doen.

Bij overlijden krijg je volgens het erfrecht een deel van de erfenis.

Met een samenlevingscontract ben je geen erfgenaam. Je hebt zonder testament geen recht op de erfenis van je partner.

Dit geldt zelfs als je al jaren samenwoont en gezamenlijk vermogen hebt opgebouwd.

Er zijn uitzonderingen op deze regel. Je partner kan wel aanspraak maken op partnerpensioen als je elkaar aanmeldt bij het pensioenfonds.

Ook een overlijdensrisicoverzekering met kruislingse begunstiging zorgt voor financiële bescherming.

Testamenten en verblijvingsbeding

Met een testament kun je je partner als erfgenaam benoemen. Dit moet je bij een notaris laten vastleggen.

Zonder testament vererft je bezit aan je kinderen, ouders, broers of zussen.

Een verblijvingsbeding is een clausule in je notarieel samenlevingscontract. Dit regelt dat gezamenlijke bezittingen zoals je koopwoning en inboedel naar de langstlevende partner gaan.

Je hebt hiervoor geen apart testament nodig.

Let op de nadelen van een verblijvingsbeding. Als jullie kort na elkaar overlijden, gaat alles eerst naar de langstlevende.

Daarna vererft het naar de familie van de langstlevende. De familie van de eerst overleden partner heeft dan geen recht op de erfenis.

Erfbelasting en schenkingen

Gehuwden betalen weinig erfbelasting over erfenissen van elkaar. Ze vallen in tariefgroep 1 met een vrijstelling van €774.530 (2025).

Over het bedrag daarboven betaal je 10% tot 20% erfbelasting.

Samenwoners zonder geregistreerd partnerschap vallen in tariefgroep 2. Je vrijstelling is slechts €2.694.

Over grotere bedragen betaal je 30% tot 40% erfbelasting. Dit maakt erven veel duurder voor samenwoners.

Relatie Vrijstelling Tarief
Gehuwden €774.530 10-20%
Samenwoners €2.694 30-40%

Bij schenkingen geldt hetzelfde verschil. Gehuwden kunnen elkaar meer belastingvrij schenken dan samenwoners.

Opname in overlijdensakte

De overlijdensakte vermeldt automatisch je echtgenoot of geregistreerd partner. De gemeente registreert dit op basis van jullie burgerlijke staat.

Dit vergemakkelijkt de afwikkeling van de erfenis.

Als je samenwoont, staat je partner niet vermeld in de overlijdensakte. Jullie relatie is juridisch niet geregistreerd bij de gemeente.

Dit kan problemen geven bij het regelen van de erfenis en andere zaken. Je moet dan zelf bewijzen dat je een relatie had met de overledene.

Dit doe je met je samenlevingscontract en andere documenten. Het proces kost meer tijd en moeite dan bij gehuwden.

Kinderen en juridisch ouderschap

Bij een huwelijk krijgen beide partners automatisch het ouderlijk gezag over hun kind. Bij een samenlevingscontract moet de vader het kind eerst erkennen en daarna apart gezag aanvragen via de rechtbank.

Ouderlijk gezag en juridisch ouder worden

In een huwelijk ben je automatisch de juridische ouder van het kind dat geboren wordt. Dit geldt voor beide partners.

Je hoeft niets extra te regelen.

Bij een samenlevingscontract ligt dit anders. Het kind is juridisch alleen van de moeder.

De vader moet het kind erkennen bij de burgerlijke stand om juridisch ouder te worden.

Juridisch ouder zijn betekent niet dat je automatisch ouderlijk gezag hebt. Als vader met een samenlevingscontract moet je na de erkenning apart het gezamenlijk gezag aanvragen.

Gezamenlijk gezag en gezagsregister

Na het erkennen van het kind kun je als ouders een verzoek indienen bij de rechtbank. Dit doe je via rechtspraak.nl.

De rechtbank registreert het gezamenlijk gezag in het gezagsregister.

Pas na deze registratie ben je beide de wettelijke vertegenwoordiger van je kind. Dit betekent dat je beslissingen mag nemen over medische zorg.

Je kunt bepalen waar het kind naar school gaat. Je geeft toestemming voor paspoorten en reizen.

Je bent verantwoordelijk voor de opvoeding.

Bij een huwelijk staat dit gezag direct vast. Je hoeft geen extra stappen te ondernemen na de geboorte.

Rechten en plichten bij geboorte binnen relatievormen

De relatie waarin je het kind krijgt bepaalt je juridische positie direct na de geboorte. Bij een huwelijk heb je beide vanaf dag één alle rechten en plichten als ouder.

Met een samenlevingscontract moet de vader actie ondernemen. Zonder erkenning heeft hij geen enkele juridische band met het kind.

Hij mag geen beslissingen nemen en heeft geen automatisch omgangsrecht.

Ook bij alimentatie en erfrecht maakt je relatie verschil. In beide gevallen moet je bij uit elkaar gaan een ouderschapsplan maken.

Dit is verplicht zodra er kinderen zijn. Het plan regelt waar het kind woont, hoe de omgang verloopt en welke financiële afspraken er gelden.

Beëindiging van relatie: scheiding en gevolgen

Bij het uit elkaar gaan zie je grote verschillen tussen getrouwde stellen en samenwoners. Getrouwde partners doorlopen een formele echtscheiding via de rechtbank, terwijl samenwoners meestal zelfstandig hun relatie kunnen beëindigen.

Ook de financiële gevolgen zoals alimentatie en de verdeling van bezittingen lopen sterk uiteen.

Procedure van beëindiging

Als je getrouwd bent, moet je officieel scheiden via de rechtbank. Dit betekent dat je een advocaat nodig hebt die je verzoek tot echtscheiding indient.

De rechter spreekt de scheiding uit en neemt beslissingen over openstaande zaken.

Bij een samenlevingscontract hoef je niet naar de rechtbank. Je kunt de relatie zelf beëindigen door het contract op te zeggen.

Dit mag je eenzijdig doen, ook als je partner het er niet mee eens is.

Zonder tussenkomst van de rechtbank regel je alles onderling. Dit maakt het proces vaak sneller en goedkoper dan een echtscheiding.

Wel moet je zelf zorgen dat alle afspraken goed op papier komen te staan.

Alimentatie en onderhoudsplicht

Partneralimentatie bestaat alleen bij een huwelijk. Als je getrouwd bent geweest, kun je partneralimentatie aanvragen als je ex-partner meer verdient en jij niet genoeg inkomsten hebt.

Deze onderhoudsplicht kan meerdere jaren duren.

Met een standaard samenlevingscontract heb je geen recht op partneralimentatie. Jullie hebben geen wettelijke onderhoudsplicht naar elkaar.

Kinderalimentatie geldt voor iedereen met kinderen. Of je nu getrouwd was of samenwoonde maakt hierbij niet uit.

Beide ouders blijven verplicht bij te dragen aan de kosten van hun kind. De hoogte van de alimentatie hangt af van jullie inkomens en de zorgtaken.

Verdeling van bezittingen en schulden

Bij een huwelijk in gemeenschap van goederen verdeel je alle bezittingen en schulden die tijdens het huwelijk zijn ontstaan. Dit betekent dat jullie alles fifty-fifty delen, tenzij jullie andere afspraken maken.

Samenwoners met een samenlevingscontract hebben geen gemeenschap van goederen. Wat op jouw naam staat blijft van jou.

Wat op naam van je ex staat blijft van je ex. Dit geldt ook voor schulden.

Hebben jullie samen een koophuis op beide namen? Dan moeten jullie dit verdelen, verkopen of één van jullie koopt de ander uit.

Deze regel geldt voor zowel gehuwden als samenwoners. Je kunt altijd een verdeling of verkoop afdwingen bij de rechtbank als jullie het niet eens worden.

Betrokkenheid van de rechtbank

Bij een echtscheiding ben je verplicht naar de rechtbank te gaan. De rechter spreekt de scheiding uit en neemt besluiten over alimentatie, verdeling van bezittingen en pensioenverevening.

Dit proces kost tijd en geld.

Samenwoners kunnen meestal zonder rechtbank uit elkaar gaan. Dit geldt voor de beëindiging van de relatie zelf.

Je hoeft geen toestemming te vragen aan een rechter.

Toch kan de rechtbank ook bij samenwoners nodig zijn. Dit gebeurt bijvoorbeeld als je het niet eens wordt over de verdeling van het koophuis.

Of als jullie kinderen hebben en geen overeenstemming bereiken over het ouderschapsplan. In die gevallen moet je alsnog naar de rechter stappen voor specifieke geschillen.

Fiscale en sociale gevolgen

De keuze tussen een samenlevingscontract en een huwelijk heeft directe impact op je belastingaangifte en recht op toeslagen. Ook je aanspraak op sociale uitkeringen wordt anders beoordeeld, afhankelijk van je relatievorm.

Fiscaal partnerschap

Met een notarieel samenlevingscontract kun je kiezen voor een fiscaal partnerschap bij de inkomstenbelasting. Je moet wel aan drie voorwaarden voldoen: beide partners zijn meerderjarig, jullie wonen samen op hetzelfde adres volgens de Basis Registratie Personen, en jullie hebben een notarieel samenlevingscontract.

Ook zonder notarieel contract word je automatisch fiscaal partner als jullie meer dan zes maanden onafgebroken samenwonen in hetzelfde kalenderjaar én samen een kind hebben of een woning bezitten.

Als fiscaal partners kunnen jullie jaarlijks bepaalde vermogensbestanddelen zo gunstig mogelijk toewijzen. Dit geldt voor de rendementsgrondslag in box 3, inkomsten uit eigen woning, en aftrekbare giften.

Inkomsten uit arbeid kun je niet vrij verdelen.

Bij een huwelijk ben je automatisch fiscaal partner. Dit hoef je niet apart aan te vragen.

Belasting en toeslagen

Voor de erfbelasting worden samenwoners met een notarieel contract met verzorgingsclausule gelijkgesteld aan gehuwden. Jullie moeten wel langer dan zes maanden op hetzelfde adres ingeschreven staan.

Dit betekent dat je gebruikmaakt van dezelfde vrijstelling als bij een huwelijk.

Zonder notarieel contract krijg je pas de volledige vrijstelling na vijf jaar samenwonen. Een samenlevingscontract versnelt dus je recht op de partnervrijstelling bij erfbelasting.

Voor toeslagen kijkt de Belastingdienst naar je toeslagpartnerschap. Je bent toeslagpartner als je getrouwd bent, een geregistreerd partnerschap hebt, of samenwoont en samen een kind hebt.

Ook als je een samenlevingscontract hebt met notariële vastlegging van wederzijdse zorgverplichting, ben je toeslagpartner.

Invloed op uitkeringen en sociale rechten

Bij samenwonen met een samenlevingscontract word je voor sociale uitkeringen anders beoordeeld dan bij een huwelijk. UWV en gemeenten hanteren hun eigen criteria om te bepalen of je een gezamenlijke huishouding voert.

Voor een bijstandsuitkering kijkt de gemeente naar je totale woonsituatie. Ze beoordelen of je een gezamenlijke huishouding voert, ook als je geen samenlevingscontract hebt.

Dit gaat verder dan alleen de juridische vorm van je relatie. Een huwelijk of geregistreerd partnerschap betekent dat je inkomen en vermogen altijd samen telt voor uitkeringen.

Bij een samenlevingscontract kan dit verschillen per instantie en situatie. Je pensioenrechten blijven gescheiden bij samenwonen, terwijl gehuwden standaard aanspraak maken op partnerpensioen.

Praktische en symbolische overwegingen bij keuze relatievorm

De keuze tussen een samenlevingscontract en huwelijk gaat verder dan alleen juridische verschillen. De maatschappelijke betekenis, internationale erkenning en de begeleiding door een notaris spelen ook een belangrijke rol bij deze beslissing.

Symboliek en maatschappelijke erkenning

Een huwelijk heeft in Nederland een sterke symbolische waarde die een samenlevingscontract niet heeft. Wanneer u trouwt, maakt u uw relatie publiekelijk bekend en krijgt u automatisch maatschappelijke erkenning.

Bij een samenlevingscontract ontbreekt deze symbolische lading grotendeels. Volgens de wet hoort u niet officieel bij elkaar, ook al woont u samen en heeft u afspraken op papier staan.

Dit verschil merkt u in de praktijk bij familie, vrienden en sociale situaties. De symbolische waarde speelt vooral een rol bij persoonlijke overtuigingen en culturele achtergronden.

Voor sommige mensen is trouwen een belangrijk doel in hun leven. Anderen kiezen juist bewust voor een minder formele band.

Internationale erkenning (inclusief homohuwelijk)

Een huwelijk wordt wereldwijd erkend, wat belangrijk is als u in het buitenland gaat wonen of werken. Een samenlevingscontract heeft geen internationale status en wordt buiten Nederland meestal niet erkend.

Het homohuwelijk is in Nederland sinds 2001 mogelijk en heeft dezelfde juridische status als een traditioneel huwelijk. Wanneer u naar het buitenland verhuist, moet u wel rekening houden met lokale wetgeving.

Niet alle landen erkennen het homohuwelijk of zelfs reguliere buitenlandse huwelijken op dezelfde manier. Voor internationale paren of mensen die regelmatig verhuizen is trouwen daarom praktischer.

U krijgt dan automatisch rechten in veel landen, zoals bij medische beslissingen of erfeniskwesties.

Rol van de notaris en juridische advisering

Een notaris helpt u bij het maken van afspraken over uw relatie. Bij een samenlevingscontract is de notaris niet altijd verplicht, maar het is wel verstandig om juridisch advies in te winnen.

De notaris kan het contract precies afstemmen op uw situatie en wensen. Wanneer u trouwt en huwelijkse voorwaarden wilt opstellen, is een notaris wel verplicht.

De notaris legt uit wat de standaard wetgeving betekent en welke alternatieven er zijn. Dit geldt voor zaken als vermogen, schulden en erfenis.

Vraag de notaris altijd om duidelijke uitleg over de juridische gevolgen van uw keuze. De kosten voor een notaris variëren, maar deze investering kan veel problemen voorkomen.

Veelgestelde vragen

Bij een huwelijk krijg je automatisch een wettelijk pakket aan rechten en plichten, terwijl je bij een samenlevingscontract bijna alles zelf moet vastleggen. De verschillen in vermogen, erfrecht, pensioen en fiscale behandeling zijn groter dan veel mensen denken.

Wat zijn de belangrijkste verschillen in vermogensrecht tussen een samenlevingscontract en een huwelijk?

Wanneer je trouwt, krijg je automatisch te maken met de wettelijke gemeenschap van goederen. Dit betekent dat alle bezittingen en schulden die je tijdens het huwelijk krijgt automatisch van jullie samen zijn.

Ben je op of na 1 januari 2018 getrouwd? Dan vallen bezittingen en schulden van voor het huwelijk buiten deze gemeenschap, tenzij ze al gezamenlijk waren.

Met een samenlevingscontract krijg je geen automatische gemeenschap van goederen. Jullie blijven eigenaar van je eigen spullen en verantwoordelijk voor je eigen schulden.

Wil je als samenwoners wel een gemeenschap van goederen? Dan moet je dit expliciet vastleggen in het samenlevingscontract bij de notaris.

Hoe verschilt de wettelijke erfrechtregeling tussen gehuwden en partners met een samenlevingscontract?

Als echtgenoot heb je automatisch recht op een deel van de erfenis van je partner. Je krijgt het vruchtgebruik over de hele nalatenschap, wat betekent dat je het mag gebruiken maar niet verkopen zonder toestemming van andere erfgenamen.

Bij een samenlevingscontract heb je geen enkel automatisch erfrecht. Je partner kan zelfs volledig onterfd zijn als er geen testament is gemaakt.

Wil je als samenwonenden dat je partner erft? Dan moet je dit regelen via een testament. Zonder testament gaat de erfenis naar bloedverwanten zoals kinderen, ouders of broers en zussen.

Op welke manier wordt pensioenopbouw anders behandeld bij samenwonenden versus gehuwden?

Gehuwden hebben automatisch recht op nabestaandenpensioen wanneer hun partner overlijdt. Dit geldt voor zowel het AOW-partnerpensioen als het pensioen via de werkgever.

Met een samenlevingscontract moet je dit nabestaandenpensioen apart aanvragen bij je pensioenfonds. Niet alle pensioenfondsen verlenen dit automatisch aan ongetrouwde partners.

Je moet vaak kunnen aantonen dat je minstens zes maanden samenwoont en op hetzelfde adres staat ingeschreven. Sommige fondsen stellen strengere eisen of kennen wachttijden.

Wat zijn de fiscale verschillen tussen een huwelijk en een samenlevingscontract met betrekking tot schenkingen en erfenissen?

Echtgenoten betalen geen schenkbelasting over giften aan elkaar tijdens het huwelijk. Jullie kunnen elkaar onbeperkt geld en goederen schenken zonder fiscale gevolgen.

Bij overlijden geldt voor gehuwden een hoge vrijstelling in de erfbelasting. In 2025 bedraagt deze vrijstelling meer dan €700.000.

Partners met een samenlevingscontract worden fiscaal gezien als vreemden voor elkaar. Jullie kunnen elkaar maar €2.658 per jaar belastingvrij schenken.

Voor erfenissen geldt voor samenwoners dezelfde lage vrijstelling. Alles daarboven wordt belast tegen het hoge tarief voor vreemden van 30% tot 40%.

Hoe verloopt de procedure voor het ontbinden van een samenlevingscontract in vergelijking met een echtscheiding?

Een echtscheiding moet altijd via de rechter verlopen. Je hebt verplicht een advocaat nodig en de procedure duurt minimaal enkele maanden.

Een samenlevingscontract kun je eenvoudiger beëindigen. In veel contracten staat dat je het kunt opzeggen met een opzegtermijn van drie tot zes maanden.

Je hoeft niet naar de rechter als jullie het eens zijn over de verdeling van bezittingen. Wel is het verstandig om de beëindiging schriftelijk vast te leggen.

Staan er kinderen op het spel of zijn er geschillen over bezittingen? Dan kan het toch ingewikkeld worden en heb je mogelijk rechtshulp nodig.

Welke invloed heeft een huwelijk of samenlevingscontract op de ouderlijke verantwoordelijkheden en rechten?

Als gehuwden krijgen kinderen die jullie samen krijgen automatisch twee ouders met gezamenlijk gezag. Jullie zijn allebei vanaf de geboorte volledig verantwoordelijk voor het kind.

Bij een samenlevingscontract heeft alleen de moeder automatisch het ouderlijk gezag. De andere ouder moet het kind eerst officieel erkennen.

Na erkenning heeft de andere ouder alle rechten en plichten als ouder. Maar het gezamenlijk gezag komt niet automatisch.

Je moet gezamenlijk gezag apart aanvragen bij de rechtbank. Dit kan ook vastgelegd worden bij de geboorteaangifte als de erkenning tegelijk gebeurt.

Nieuws

Gebreken aan een nieuwbouwwoning: wie is aansprakelijk en hoe stelt u uw rechten veilig?

Wanneer u een nieuwbouwwoning koopt, verwacht u een perfect resultaat. Toch komen gebreken bij nieuwbouw regelmatig voor.

Gemiddeld worden er 21 gebreken geconstateerd bij de oplevering van een nieuwbouwwoning.

Een bezorgd stel bespreekt bouwgebreken in hun nieuwe huis met een man in pak die aantekeningen maakt.

De aannemer is verantwoordelijk voor het herstellen van gebreken die tijdens en na de oplevering worden ontdekt, met specifieke termijnen die tot vijf jaar kunnen lopen. De exacte aansprakelijkheid hangt af van uw koop- en aannemingsovereenkomst en het moment waarop u het gebrek ontdekt.

Ook speelt het verschil of uw contract voor of na 1 januari 2024 is gesloten een rol.

U krijgt inzicht in de verschillende soorten gebreken, de aansprakelijkheidstermijnen, en de stappen die u moet nemen om uw rechten veilig te stellen. Ook komt aan bod welke garanties er mogelijk van toepassing zijn en hoe u moet handelen bij een geschil met de bouwer.

Wat zijn gebreken aan een nieuwbouwwoning?

Een stel bespreekt met een professional bouwgebreken in een nieuwbouwwoning.

Een gebrek is een probleem aan je woning waardoor deze niet voldoet aan wat je mag verwachten. Bij nieuwbouw gaat het om afwijkingen van de bouwplannen, gebreken in de afwerking, of constructiefouten die extra kosten met zich meebrengen.

Veelvoorkomende gebreken

Bij oplevering van nieuwbouwwoningen worden gemiddeld ruim twintig gebreken per woning geconstateerd. Deze gebreken variëren van kleine afwerkingsfouten tot grotere constructieproblemen.

Veel voorkomende gebreken zijn:

  • Kitwerk – slecht aangebrachte of ontbrekende kit bij voegen
  • Tegelwerk – scheef gelegde tegels, losse tegels, of ongelijke voegen
  • Hang- en sluitwerk – deuren en ramen die niet goed sluiten
  • Schilderwerk – verffouten, vlekken, of onregelmatige afwerking
  • Vochtproblemen – condensatie of lekkage
  • Scheuren in muren – haarscheurtjes of grotere scheuren

Deze gebreken kunnen direct bij de oplevering zichtbaar zijn. Je hebt het recht om ze in het opleverrapport te laten vastleggen.

Onderscheid tussen zichtbare en verborgen gebreken

Zichtbare gebreken kun je tijdens de oplevering waarnemen. Denk aan verkeerd aangebrachte plinten, beschadigde kozijnen, of slecht afgewerkte vloeren.

Deze gebreken noteer je in het opleveringsrapport.

Verborgen gebreken zijn problemen die je niet direct ziet. Deze komen pas later aan het licht, ook als je de woning goed hebt geïnspecteerd.

Voorbeelden van verborgen gebreken:

  • Lekkage die pas na enige tijd zichtbaar wordt
  • Gebreken in de isolatie die je niet direct kunt waarnemen
  • Problemen met de fundering
  • Gebreken aan de riolering

Voor contracten gesloten na 1 januari 2024 geldt een andere regeling. De bouwer is ook aansprakelijk voor gebreken die je bij oplevering over het hoofd hebt gezien, tenzij het gebrek niet aan hem toe te rekenen is.

Voorbeelden van gebreken bij oplevering

Opleveringsgebreken zijn afwijkingen die je bij de eerste inspectie van je nieuwbouwwoning constateert. Deze gebreken kun je direct in het opleverrapport laten vastleggen.

Technische gebreken:

  • Gebreken aan verwarmingsinstallatie of sanitair
  • Niet werkende stopcontacten of schakelaars
  • Problemen met ventilatiesystemen

Afwerkingsgebreken:

  • Beschadigingen aan muren, vloeren of plafonds
  • Onafgewerkte details zoals plinten of dorpels
  • Verkeerd geplaatste of beschadigde sanitair

Buitengebreken:

  • Gebreken aan de gevel of dakbedekking
  • Problemen met kozijnen of buitendeurs
  • Afwerkingsfouten aan tuinmuren of bestrating

De bouwer moet deze opleveringsgebreken binnen drie maanden herstellen. Gebreken die in de eerste zes maanden na oplevering ontstaan, vallen onder de onderhoudsperiode.

Aansprakelijkheid bij gebreken in een nieuwbouwwoning

Een stel bespreekt met een professional de gebreken in hun nieuwbouwwoning.

De aannemer draagt juridische verantwoordelijkheid voor gebreken in uw nieuwbouwwoning. De omvang van deze aansprakelijkheid hangt af van het type gebrek en het moment van ontdekking.

Sinds 1 januari 2024 gelden er strengere regels die uw positie als opdrachtgever versterken.

Contractuele aansprakelijkheid van de aannemer

De contractuele aansprakelijkheid van de aannemer wordt bepaald door de aannemingsovereenkomst die u met hem heeft gesloten. Deze overeenkomst legt vast welke werkzaamheden de aannemer moet uitvoeren en welke kwaliteit u mag verwachten.

Sinds 1 januari 2024 is artikel 7:758 lid 4 BW van kracht. Dit artikel bepaalt dat de aannemer aansprakelijk blijft voor gebreken die bij oplevering niet zijn ontdekt, tenzij deze gebreken niet aan hem zijn toe te rekenen.

Het oude subjectieve criterium is vervangen door een objectief criterium. Het maakt niet meer uit of u het gebrek redelijkerwijs had kunnen ontdekken.

De vraag is nu alleen of het gebrek daadwerkelijk ontdekt werd bij oplevering.

Belangrijke bescherming voor consumenten: Bent u een consument (geen bedrijf), dan kan de aannemer deze aansprakelijkheid niet in de overeenkomst beperken. Voor professionele opdrachtgevers kan hiervan alleen worden afgeweken wanneer dit uitdrukkelijk in de aannemingsovereenkomst staat vermeld.

Aansprakelijkheid voor verborgen gebreken

Een verborgen gebrek is een defect dat bij oplevering niet zichtbaar was en niet ontdekt kon worden met normaal onderzoek. Denk hierbij aan lekkages in de fundering, gebreken in de elektriciteit achter muren, of verzakkingen die pas later ontstaan.

De aannemer blijft ook na oplevering aansprakelijk voor deze verborgen gebreken. U hoeft niet te bewijzen dat u het gebrek niet kon ontdekken.

De aannemer kan zich alleen vrijwaren door aan te tonen dat het gebrek niet aan hem is toe te rekenen.

Zodra u een verborgen gebrek ontdekt, moet u dit binnen bekwame tijd melden aan de aannemer. Deze melding voorkomt dat u uw recht op herstel verliest.

Doe dit altijd schriftelijk en bewaar een kopie.

De verjaringstermijn voor verborgen gebreken is vijf jaar na oplevering. U kunt binnen deze periode de aannemer aansprakelijk stellen en herstel eisen.

Specifieke regels voor ernstige gebreken

Ernstige gebreken zijn gebreken die de stabiliteit, veiligheid of bewoonbaarheid van uw woning bedreigen. Bij deze gebreken gelden strengere regels voor de aansprakelijkheid van de aannemer.

Voor ernstige gebreken geldt vaak een langere garantietermijn. Veel aannemers bieden via hun garantieregeling zes jaar garantie voor bouwkundige gebreken en tien jaar voor gebreken aan de draagconstructie.

Voorbeelden van ernstige gebreken:

  • Scheuren in dragende muren
  • Gebreken in de fundering
  • Problemen met de stabiliteit van het dak
  • Ernstige vochtproblemen door bouwfouten

Bij ernstige gebreken kunt u naast herstel ook schadevergoeding vorderen. Deze vergoeding kan betrekking hebben op woonkosten tijdens herstel, waardevermindering van uw woning, of andere financiële schade die u lijdt door het gebrek.

Termijnen en herstelperiodes

Na oplevering van je nieuwbouwwoning gelden verschillende termijnen waarin de aannemer verantwoordelijk blijft voor gebreken. Deze termijnen zijn vastgelegd in je koop-/aannemingsovereenkomst en worden aangevuld door garantieregelingen.

Herstelperiode en onderhoudstermijn

De eerste drie maanden na oplevering is de officiële herstelperiode. In deze periode moet de aannemer alle gebreken die in het opleverrapport staan vermeld herstellen.

De 5%-regeling geeft je extra zekerheid: je houdt 5% van de koopsom achter tot de aannemer deze gebreken heeft verholpen. Direct na de herstelperiode begint de onderhoudsperiode van zes maanden.

Gebreken die binnen deze zes maanden opduiken, vallen onder de verantwoordelijkheid van de aannemer. Deze termijn geldt voor problemen die je bij normaal gebruik van de woning ontdekt.

Voor contracten gesloten na 1 januari 2024 geldt een ruimere regeling. Ook gebreken die je bij de oplevering over het hoofd zag, kun je nu nog melden.

De aannemer moet deze herstellen, tenzij het gebrek niet aan hem is toe te rekenen.

Garantietermijnen

Naast de contractuele verplichtingen bieden garantie-instellingen zoals SWK, Woningborg of Bouwgarant extra bescherming:

Type garantie Termijn Ingangsdatum
Algemene garantie 6 jaar 3 maanden na oplevering
Ernstige gebreken 10 jaar 3 maanden na oplevering

De algemene garantietermijn dekt de meeste bouwkundige gebreken. Voor ernstige gebreken aan de constructie geldt de langere termijn van tien jaar.

Let op: bepaalde onderdelen hebben een kortere garantietermijn en sommige gebreken zijn uitgesloten.

Voorwaarden voor melden van gebreken

Je moet gebreken altijd schriftelijk melden aan de aannemer. Doe dit zo snel mogelijk nadat je het gebrek ontdekt.

Bewaar alle communicatie en maak foto’s van het probleem. Voor verborgen gebreken geldt een speciale termijn.

Je kunt tot vijf jaar na de onderhoudsperiode een claim indienen. Reken dus vanaf de oplevering: zes maanden onderhoudsperiode plus vijf jaar aansprakelijkheid.

Dien je vordering op tijd in bij de rechter of arbiter. De termijn van vijf jaar is een harde deadline.

Zelfs als je het gebrek tijdig hebt gemeld, moet je binnen deze periode je vordering indienen.

Stappenplan bij het constateren van gebreken

Wanneer je gebreken aan je nieuwbouwwoning constateert, is het belangrijk om snel en zorgvuldig te handelen. Door gebreken correct te melden, een opleveringsrapport te gebruiken en deskundige hulp in te schakelen, bescherm je je rechtspositie effectief.

Gebreken melden en vastleggen

Meld elk gebrek direct schriftelijk aan de bouwer. Een aangetekende brief is de beste manier om dit te doen, omdat je hiermee bewijs hebt van je melding.

Noteer per gebrek de volgende informatie:

  • De exacte locatie in de woning
  • Een beschrijving van het probleem
  • De datum waarop je het gebrek ontdekte
  • Foto’s of video’s als bewijs

Bewaar alle correspondentie met de bouwer goed. Dit geldt voor e-mails, brieven en gespreksverslagen.

Gebreken die je tijdens de oplevering constateert, moeten binnen drie maanden worden hersteld. Voor gebreken die binnen zes maanden na oplevering opduiken, geldt de onderhoudsperiode.

De bouwer moet deze gebreken ook herstellen. Verborgen gebreken die je later ontdekt, kun je tot vijf jaar na de onderhoudsperiode melden.

De rol van het opleveringsrapport

Een opleveringsrapport is een overzicht van alle gebreken die bij de oplevering worden geconstateerd. Dit rapport vormt de basis voor het herstel dat de bouwer moet uitvoeren.

Het is verstandig om voor de definitieve oplevering een vooroplevering te plannen. Tijdens deze vooroplevering kun je gebreken al identificeren en melden.

De bouwer krijgt dan de kans om problemen te verhelpen vóór de officiële oplevering. Een gemiddelde nieuwbouwwoning heeft ongeveer 21 gebreken bij oplevering.

Daarom is het belangrijk om grondig te controleren. Neem de tijd om elke ruimte goed te inspecteren.

Let op zowel zichtbare als potentiële verborgen problemen zoals leidingen, isolatie en afwerking.

Inschakelen van bouwkundig adviseurs

Bouwkundig adviseurs hebben de kennis en ervaring om gebreken professioneel te beoordelen. Zij kunnen helpen bij zowel de vooroplevering als de definitieve oplevering.

Een onafhankelijk keuringsbureau stelt een objectief opleveringsrapport op. Dit rapport heeft meer waarde bij eventuele geschillen met de bouwer.

De adviseur controleert de technische staat van de woning volgens professionele normen. De kosten voor een bouwkundig adviseur liggen meestal tussen de 500 en 1500 euro.

Dit lijkt veel, maar kan je op lange termijn veel geld en stress besparen. Zeker bij complexe gebreken is deskundige hulp essentieel.

Een bouwkundig adviseur kan ook helpen bij het voeren van correspondentie met de bouwer. Zij weten precies welke gebreken onder de aansprakelijkheid van de bouwer vallen en hoe je je rechten moet veiligstellen.

Garanties en extra waarborgen bij nieuwbouwwoningen

Naast de wettelijke aansprakelijkheid van je bouwer bestaan er garantieregelingen die je extra bescherming bieden. Deze garanties werken als aanvulling op je contractuele rechten en dekken verschillende typen gebreken voor verschillende periodes.

Woningborg, Bouwgarant en SWK

In Nederland bieden drie organisaties garantieregelingen voor nieuwbouwwoningen aan: Woningborg, Bouwgarant en SWK. Deze garanties beschermen je als de aannemer zijn verplichtingen niet nakomt of failliet gaat.

De garantie-instelling betaalt dan de herstelkosten of de extra kosten om je woning af te bouwen. Je ontvangt bij de aankoop van je nieuwbouw woning een garantiecertificaat.

Dit document bevat belangrijke informatie over welke garanties er gelden en wat er wel en niet gedekt is.

De garanties gaan in drie maanden na de oplevering. Dit betekent dat de eerste drie maanden voor risico van de aannemer blijven.

De Vereniging Eigen Huis raadt aan om goed te controleren of je aannemer aangesloten is bij een van deze garantieregelingen.

Verschillende typen garanties en dekkingen

De algemene garantietermijn bedraagt zes jaar en dekt gebreken die ontstaan door fouten in de bouw. Voor ernstige constructiefouten geldt een langere garantietermijn van tien jaar.

Belangrijke garantieperiodes:

  • 6 jaar: Algemene gebreken aan constructie, afwerking en installaties
  • 10 jaar: Ernstige constructiefouten die de stabiliteit van je woning bedreigen
  • 2 jaar: Specifieke onderdelen zoals schilderwerk en kitwerk

Let op dat normale slijtage en onderhoud niet onder de garantie vallen. Ook schade door verkeerd gebruik valt buiten de dekking.

Sommige bouwmaterialen hebben kortere garantietermijnen, afhankelijk van hun verwachte levensduur.

Uw rechten veiligstellen bij geschillen

Bij gebreken aan uw nieuwbouwwoning moet u actief handelen om uw rechten te beschermen. Dit betekent dat u schriftelijk moet melden, op tijd uw vordering moet indienen en in sommige gevallen naar de rechter of arbiter moet stappen.

Juridische stappen en procedures

U moet gebreken altijd schriftelijk melden aan de bouwer. Dit geldt voor gebreken die u tijdens de oplevering ziet, maar ook voor gebreken die later opduiken.

Bewaar alle communicatie met de bouwer. Dit betekent e-mails, brieven en foto’s van de gebreken.

Deze documenten zijn belangrijk als bewijs als u later naar de rechter moet. Belangrijk om vast te leggen:

  • De datum waarop u het gebrek ontdekte
  • Een duidelijke beschrijving van het gebrek
  • Foto’s of video’s van het probleem
  • Eerdere afspraken met de bouwer

De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) stelt regels voor bouwprojecten. Deze wet vraagt om een kwaliteitsborger die toezicht houdt.

Als uw project onder de Wkb valt, kan dit extra bescherming bieden. Reageert de bouwer niet of weigert hij te herstellen? Dan kunt u juridische hulp inschakelen.

Een advocaat kan u adviseren over uw mogelijkheden en een formele aansprakelijkstelling opsturen.

Het belang van vorderingen tijdig indienen

De termijnen voor het indienen van een vordering zijn streng. Bij een koop-/aannemingsovereenkomst gesloten vóór 1 januari 2024 heeft u vijf jaar na de onderhoudsperiode van zes maanden om te vorderen.

Dit betekent dat u in totaal vijf jaar en zes maanden na oplevering de tijd heeft. Dient u uw vordering te laat in? Dan verliest u uw recht op herstel of schadevergoeding.

Voor contracten vanaf 1 januari 2024 gelden andere regels. De bouwer is ook aansprakelijk voor gebreken die u bij oplevering over het hoofd zag.

Maar ook hier geldt de termijn van vijf jaar na de onderhoudsperiode. Let op deze deadlines:

  • 3 maanden: herstelperiode voor gebreken uit het opleverrapport
  • 6 maanden: onderhoudsperiode voor nieuwe gebreken
  • 5 jaar + 6 maanden: totale termijn voor verborgen gebreken

U moet uw vordering indienen voordat deze termijnen verlopen. Wacht dus niet te lang met juridische stappen als de bouwer niet meewerkt.

De rol van de rechter of arbitrage

Komt u er niet uit met de bouwer? Dan kunt u naar de rechter stappen of kiezen voor arbitrage.

Arbitrage is een snellere manier om geschillen op te lossen dan via de rechtbank. De rechter of arbiter beoordeelt of het gebrek de schuld is van de bouwer.

U moet bewijzen dat het gebrek bestaat en dat de bouwer verantwoordelijk is. Daarom zijn foto’s, rapporten van een bouwkundige en schriftelijke communicatie belangrijk.

Bij arbitrage beslist een onafhankelijke deskundige over het geschil. Dit gaat vaak sneller dan een rechtszaak.

De uitspraak van de arbiter is bindend, net als een rechterlijke uitspraak. De rechter kan de bouwer verplichten tot herstel of schadevergoeding.

In ernstige gevallen kan de rechter zelfs de overeenkomst ontbinden. Dit gebeurt als de gebreken zo groot zijn dat u de woning niet normaal kunt gebruiken.

Frequently Asked Questions

Nieuwbouweigenaren hebben vaak dezelfde vragen over gebreken, aansprakelijkheid en garanties. De antwoorden op deze vragen helpen u om uw rechten te begrijpen en de juiste stappen te nemen wanneer u gebreken constateert.

Wat zijn de meest voorkomende gebreken die aangetroffen worden in nieuwbouwwoningen?

Scheurvorming in muren en plafonds komt regelmatig voor bij nieuwbouwwoningen. Deze scheuren ontstaan vaak door inklinken van het gebouw of door droogtrekkingen in het materiaal.

Vochtproblemen en lekkages behoren ook tot de frequente gebreken. U kunt lekkages aantreffen bij ramen, deuren, badkamers of platte daken.

Problemen met afwerking zoals scheef aangebrachte tegels, beschadigde vloeren of gebrekkig schilderwerk worden vaak bij de oplevering ontdekt. Functionele gebreken aan installaties zoals verwarming, ventilatie en sanitair komen eveneens voor.

Welke juridische stappen kunt u ondernemen bij het constateren van gebreken na de oplevering van een nieuwbouwwoning?

Stel eerst de bouwer schriftelijk op de hoogte van het gebrek. In uw melding beschrijft u het gebrek duidelijk en voegt u foto’s of andere documentatie toe.

Geef de bouwer een redelijke termijn om het gebrek te herstellen. Drie tot vier weken is meestal voldoende, afhankelijk van de ernst van het gebrek.

Reageert de bouwer niet of weigert deze het gebrek te herstellen? Dan kunt u een aangetekende brief sturen met een laatste waarschuwing.

Daarna kunt u juridische hulp inschakelen of een geschillencommissie inschakelen. Bij ernstige gebreken waarbij de bouwer niet meewerkt, kunt u een vordering indienen bij de rechter of arbiter.

Let op dat u dit doet binnen de toepasselijke verjaringstermijn van vijf jaar na de onderhoudsperiode.

Wie is verantwoordelijk voor het herstellen van gebreken aan een nieuwbouwwoning?

De aannemer of bouwer draagt de primaire verantwoordelijkheid voor gebreken aan uw nieuwbouwwoning. Deze aansprakelijkheid is geregeld in de koop- of aannemingsovereenkomst.

Voor contracten gesloten na 1 januari 2024 geldt een uitgebreidere aansprakelijkheid. De bouwer moet ook gebreken herstellen die u bij de oplevering over het hoofd heeft gezien, tenzij het gebrek niet aan de bouwer is toe te rekenen.

Is de aannemer failliet? Dan kunt u terugvallen op de garanties van SWK, Woningborg of Bouwgarant als uw woning hierbij aangesloten is.

Hoe lang na oplevering kunt u gebreken aan een nieuwbouwwoning melden, en welke termijnen zijn hieraan gebonden?

Tijdens de herstelperiode van drie maanden na oplevering moet de bouwer alle gebreken uit het opleverrapport herstellen. Ook nieuwe gebreken die in deze periode ontstaan, vallen onder deze herstelplicht.

De onderhoudsperiode duurt zes maanden na oplevering. Tekortkomingen die in deze periode opduiken, moet de bouwer herstellen.

Voor verborgen gebreken geldt een termijn van vijf jaar na de onderhoudsperiode. U moet het gebrek wel tijdig en schriftelijk melden aan de bouwer.

Uw vordering moet u indienen bij de rechter of arbiter voordat de vijf jaar voorbij zijn.

Welke garanties en waarborgen heeft u met betrekking tot de kwaliteit van een nieuwbouwwoning?

De contractuele aansprakelijkheid uit uw koop- of aannemingsovereenkomst vormt de basis van uw bescherming. Deze regelt de verplichtingen van de bouwer om gebreken te herstellen.

Garanties van SWK, Woningborg of Bouwgarant bieden aanvullende bescherming. Deze garanties beperken de contractuele aansprakelijkheid niet, maar vullen deze aan.

De algemene garantietermijn bedraagt zes jaar en gaat drie maanden na oplevering in. Voor ernstige constructieve gebreken geldt een langere termijn van tien jaar, die ook drie maanden na oplevering ingaat.

Let op dat voor bepaalde onderdelen kortere garantietermijnen gelden. Sommige gebreken zijn uitgesloten van de garantie, dus lees de garantievoorwaarden zorgvuldig door.

Op welke wijze kunt u het beste gebreken documenteren en melden bij de verantwoordelijke partijen?

Maak direct foto’s en video’s van elk gebrek dat u ontdekt. Zorg dat datum en tijd van de opnames zichtbaar zijn of leg deze apart vast.

Beschrijf het gebrek zo gedetailleerd mogelijk in een schriftelijke melding. Vermeld waar het gebrek zich bevindt en wanneer u het heeft ontdekt.

Stuur uw melding per aangetekende brief of per e-mail naar de bouwer. Bewaar kopieën van alle correspondentie over het gebrek.

Houd een logboek bij van alle ontwikkelingen rondom het gebrek. Noteer wanneer u contact heeft gehad met de bouwer en wat er is afgesproken.

Nieuws

Annuleren van reis, event of hotel: welke rechten hebt u bij overmacht en gewijzigde omstandigheden?

Reizen en evenementen kunnen door onverwachte situaties niet doorgaan. Overmacht zoals een natuurramp of oorlog kan uw plannen verstoren.

Ook gewijzigde omstandigheden zoals ziekte of een plotselinge prijsverhoging kunnen u dwingen om te annuleren.

Een reiziger zit aan een bureau met een laptop en reisdocumenten, duidelijk nadenkend over het annuleren van een reis.

U hebt recht op uw geld terug wanneer de aanbieder annuleert om redenen die niet uw schuld zijn, en soms ook recht op extra schadevergoeding voor geleden kosten. De regels verschillen per situatie.

Het maakt uit of u een pakketreis boekte of losse onderdelen zoals een hotelkamer of vliegticket. Het is belangrijk om te weten wat uw rechten zijn.

Dit artikel legt uit wanneer u kunt annuleren, wat u terug krijgt, en welke stappen u moet nemen. Ook leest u over het verschil tussen overmacht en gewone annulering, en hoe verzekeringen kunnen helpen.

Uw rechten bij annuleren wegens overmacht

Reiziger kijkt bezorgd naar documenten en smartphone in een drukke luchthaven of hotelomgeving.

Bij overmacht heeft u recht op terugbetaling van uw reissom zonder annuleringskosten. De reisorganisator moet binnen 14 dagen het volledige bedrag terugstorten als buitengewone omstandigheden de reis onmogelijk maken.

Definitie en voorbeelden van overmacht

Overmacht zijn onvoorziene en externe gebeurtenissen die de uitvoering van uw reis onmogelijk maken. Deze omstandigheden liggen buiten de controle van de reisorganisator of luchtvaartmaatschappij.

De volgende situaties worden als overmacht beschouwd:

  • Natuurrampen: aardbevingen, vulkaanuitbarstingen, tsunamis
  • Gewapende conflicten: oorlog, terroristische aanslagen
  • Epidemieën en pandemieën: Ebola, Zikavirus, COVID-19
  • Ernstige calamiteiten: grootschalige stroomuitval, chemische rampen

Sinds 1 juli 2018 kunt u zelf uw reis zonder kosten annuleren als er buitengewone en onvermijdelijke omstandigheden op uw bestemming plaatsvinden. Een negatief reisadvies van de FOD Buitenlandse Zaken is het duidelijkste signaal dat u kosteloos mag annuleren.

Wetgeving rond terugbetaling en annuleringskosten

De reisorganisator moet het volledige bedrag binnen 14 dagen terugbetalen als overmacht wordt vastgesteld. U betaalt geen annuleringskosten in deze situatie.

De reisorganisator mag wel een alternatieve reis of tegoedbon voorstellen. U bent niet verplicht dit te aanvaarden.

U hebt altijd recht op volledige terugbetaling in geld. Bij een pakketreis die tijdens uw verblijf wordt afgebroken door overmacht, krijgt u terugbetaling voor niet-gebruikte diensten.

De reisorganisator moet uw repatriëring organiseren zonder extra kosten voor u. Voor losse vluchten geldt hetzelfde principe.

De luchtvaartmaatschappij moet uw ticket terugbetalen of een andere vlucht aanbieden. U ontvangt geen schadevergoeding omdat de maatschappij zich kan beroepen op overmacht.

Specifieke situaties: natuurramp, oorlog, epidemie

Bij een natuurramp op uw bestemming mag u direct annuleren zonder kosten. De FOD Buitenlandse Zaken geeft meestal een reisverbod af voor getroffen gebieden.

Dit geldt voor aardbevingen, overstromingen en vulkaanuitbarstingen die de veiligheid in gevaar brengen. Oorlog en terroristische aanslagen vallen onder buitengewone omstandigheden.

Als uw bestemming ontoegankelijk of gevaarlijk wordt, heeft u recht op terugbetaling. De reisorganisator moet u onmiddellijk informeren over de situatie.

Epidemieën en pandemieën geven u het recht om kosteloos te annuleren als ze uw gezondheid bedreigen. Een officieel reisadvies is niet altijd nodig.

De snelle verspreiding van een gevaarlijk virus op uw bestemming is voldoende reden. U moet wel kunnen aantonen dat de overmachtssituatie rechtstreeks van invloed is op uw reis.

Algemene onrust in een land is niet altijd genoeg. Het gevaar moet concreet en relevant zijn voor uw specifieke bestemming.

Annulering door gewijzigde omstandigheden

Een persoon bij een luchthaven kijkt bezorgd naar een smartphone met een koffer en reisdocumenten op tafel.

Gewijzigde omstandigheden geven u niet altijd het recht om kosteloos te annuleren. Veel hangt af van de aard van de wijziging en of de reisaanbieder of u zelf de annulering initieert.

Wanneer geldt een wijziging als reden voor annuleren?

U kunt een reis annuleren wanneer omstandigheden veranderen, maar de kosten verschillen per situatie. Bij persoonlijke omstandigheden zoals ziekte of familieomstandigheden moet u meestal annuleringskosten betalen volgens de voorwaarden van de reisorganisatie.

Een negatief reisadvies van het ministerie verandert de situatie. Bij code oranje of rood kunt u vaak kosteloos annuleren of omboeken.

Controleer wel eerst de specifieke voorwaarden van uw reisaanbieder. De reisaanbieder mag de reis wijzigen onder bepaalde voorwaarden.

Kleine wijzigingen moet u accepteren, tenzij deze voor u grote nadelen opleveren. Een vertrek van een uur later geldt als klein.

Een vertrek van één of twee dagen later is een grote wijziging.

Rechten bij grote inhoudelijke wijzigingen van de reis

Bij grote wijzigingen door de reisaanbieder hoeft u niet akkoord te gaan. Een veel slechter hotel of forse veranderingen in het reisprogramma vallen hieronder.

U hebt drie opties:

  • De wijziging accepteren met eventuele prijskorting bij lagere kwaliteit
  • Kosteloos annuleren en uw geld terugkrijgen
  • Een alternatieve reis van dezelfde kwaliteit accepteren

Let op: De reisaanbieder moet grote wijzigingen tijdig melden. U hebt recht op schadevergoeding voor extra kosten zoals duurdere vervangende accommodatie.

Dit geldt niet bij overmacht of te weinig aanmeldingen. Overboeking is geen overmacht.

De reisorganisatie moet deze situaties vermijden en draagt hiervoor verantwoordelijkheid.

Uw mogelijkheden bij negatief reisadvies

Een negatief reisadvies beïnvloedt uw rechten aanzienlijk. Het ministerie van Buitenlandse Zaken publiceert reisadviezen per land en regio.

Code rood betekent “niet reizen” en code oranje waarschuwt voor aanzienlijke risico’s. De meeste reisaanbieders bieden bij code oranje of rood kosteloos omboeken of annuleren aan.

Dit staat vaak in hun algemene voorwaarden. Zonder duidelijke afspraken hierover blijven de standaard annuleringsvoorwaarden gelden.

U kunt zelf beslissen niet te reizen bij een negatief reisadvies. De reisorganisatie moet dan beoordelen of annulering zonder kosten mogelijk is.

Annuleert de reisaanbieder zelf vanwege veiligheidssituaties? Dan krijgt u uw geld terug of een gelijkwaardige alternatieve reis aangeboden. Bewaar altijd bewijs van het reisadvies op de datum van annulering.

Screenshot het officiële reisadvies van de overheid voor uw administratie.

Verschil tussen pakketreis, losse boekingen en evenementen

Het type boeking bepaalt welke rechten u hebt bij annulering of wijziging. Een pakketreis geeft u meer bescherming dan losse boekingen zoals een vlucht of hotelkamer, terwijl voor evenementen vaak andere regels gelden.

Pakketreisovereenkomst en uitzonderingen

U hebt een pakketreis geboekt als u minimaal 2 reisonderdelen samen bij 1 reisorganisatie boekt. Dit kan een combinatie zijn van een hotelkamer en vlucht, een treinreis met accommodatie, of vervoer met een skipas of rondleiding.

Bij een pakketreisovereenkomst heeft u sterke rechten. De reisaanbieder mag de prijs tot 20 dagen voor vertrek alleen verhogen bij specifieke kosten zoals brandstof of belastingen, met een maximum van 8%.

Annuleert de reisorganisatie uw reis zonder dat het uw schuld is? Dan krijgt u uw geld terug of een alternatief van dezelfde kwaliteit. U bent ook beschermd tegen faillissement.

De reisorganisatie moet dan een kosteloos alternatief regelen. Let op: u hebt nooit bedenktijd bij een pakketreis, ook niet bij online boeken.

Losse vluchten, hotels en evenementen: wat geldt?

Losse boekingen hebben minder bescherming. Boekt u alleen een vlucht of hotelkamer apart? Dan gelden de voorwaarden van die specifieke aanbieder.

Voor losse vluchten of accommodaties mag de aanbieder de eerste 3 maanden na boeking de prijs niet verhogen. Daarna alleen als de reden in de voorwaarden staat of de wet wijzigt.

Bij annulering door de aanbieder hangt uw recht op terugbetaling af van de boekingsvoorwaarden. Voor evenementen zoals concerten of festivals gelden vaak eigen voorwaarden.

Deze staan los van reisregelgeving. De organisator bepaalt of en wanneer u kunt annuleren.

Bij overmacht beslist de organisator meestal of het evenement doorgaat, wordt verplaatst of geannuleerd.

Rechten bij groepsreizen en transfers

Groepsreizen kunnen als pakketreis kwalificeren als de reisorganisatie meerdere onderdelen regelt. Boekt u alleen groepsvervoer zoals een touringcar zonder accommodatie? Dan geldt dit als losse boeking.

Transfers tussen luchthaven en hotel vallen vaak onder de pakketreis als u deze tegelijk met andere onderdelen boekt. Regelt u een transfer los? Dan gelden de voorwaarden van de transferaanbieder.

De verantwoordelijkheid ligt bij wie u de boeking doet. Bij een reisaanbieder die alles regelt heeft u één aanspreekpunt en sterkere rechten dan bij losse boekingen bij verschillende partijen.

Annuleringen: kosten, terugbetaling en vouchervoorstellen

Wanneer u een reis annuleert, betaalt u doorgaans kosten die afhangen van het moment van annulering en de voorwaarden van uw aanbieder. U heeft recht op terugbetaling van de reissom minus deze kosten.

Reisorganisaties bieden soms vouchers aan als alternatief.

Hoe worden annuleringskosten bepaald?

De hoogte van annuleringskosten staat vermeld in de algemene voorwaarden van uw reisorganisatie of hotel. Deze kosten stijgen naarmate de vertrekdatum dichterbij komt.

De annuleringskosten zijn altijd lager dan of gelijk aan de totale reissom. U betaalt nooit meer dan wat u voor de reis zou betalen.

Als de voorwaarden onduidelijk zijn over de exacte kosten, kunt u kosteloos annuleren.

Uitzonderingen waarbij u geen annuleringskosten betaalt:

  • U heeft een annuleringsverzekering die uw situatie dekt
  • U draagt uw reis over aan iemand anders (er kunnen wel administratiekosten gelden)
  • De reisaanbieder heeft de voorwaarden niet duidelijk vermeld

Terugbetaling, vouchers en tegoedbonnen

Bij annulering krijgt u de reissom terug na aftrek van de annuleringskosten. Sommige reisorganisaties bieden u een voucher of tegoedbon aan in plaats van geld.

U bent niet verplicht om een voucher te accepteren. U heeft altijd recht op terugbetaling in geld.

Een tegoedbon kan voordelig zijn als deze extra waarde biedt of langere geldigheid heeft, maar dit blijft uw eigen keuze.

Let op de voorwaarden van vouchers. Controleer de geldigheidsduur, of u de voucher kunt overdragen en of deze voor alle bestemmingen geldt.

Vraag schriftelijke bevestiging van deze voorwaarden voordat u akkoord gaat.

Compensatie voor alternatieve reis of vervangend verblijf

Wanneer uw reisorganisatie uw boeking annuleert of wijzigt, moet deze u een gelijkwaardig alternatief aanbieden. Dit geldt vooral als uw aanbieder is aangesloten bij de Stichting Garantiefonds Reisgelden.

Bij overboeking van uw hotel heeft u recht op vergelijkbaar vervangend verblijf. De alternatieve accommodatie moet dezelfde sterrenclassificatie en voorzieningen hebben.

Als het alternatief minder waard is, kunt u schadevergoeding eisen voor het verschil. U mag het alternatief weigeren en de volledige reissom terugvragen.

De reisorganisatie moet u ook compenseren voor extra gemaakte kosten door de wijziging.

Rechten bij annulering door de reisaanbieder, hotel of evenement

Wanneer een reisaanbieder, hotel of evenement uw boeking annuleert, heeft u recht op uw geld terug en mogelijk een schadevergoeding. De aanbieder mag alleen annuleren onder bepaalde voorwaarden.

U kunt kiezen tussen een alternatieve reis of volledige terugbetaling.

Wanneer mag de aanbieder zelf annuleren?

De reisaanbieder of reisorganisatie mag niet zomaar uw reis annuleren. Er moet een geldige reden zijn die vaak in de algemene voorwaarden staat.

Toegestane redenen voor annulering:

  • Te weinig aanmeldingen voor de reis
  • Onveilige situatie op de bestemming
  • Overmacht zoals natuurrampen of oorlog
  • U houdt zich niet aan de afspraken (bijvoorbeeld late betaling)

Bij overmacht heeft de aanbieder het recht om te annuleren zonder dat u schadevergoeding krijgt. Denk aan situaties waar de aanbieder geen invloed op heeft.

Een overboeking telt niet als overmacht.

Is de annulering niet uw schuld? Dan moet de aanbieder u direct op de hoogte stellen en alternatieven bieden.

Wat als uw hotel- of eventboeking geannuleerd wordt?

Bij annulering van een hotelkamer of evenement gelden vergelijkbare regels. Het hotel mag alleen annuleren bij overmacht, zoals brand of grote lekkages die het verblijf onmogelijk maken.

De aanbieder moet u een alternatieve reis of accommodatie van dezelfde kwaliteit aanbieden. Gaat u niet akkoord met dit aanbod? Dan heeft u recht op volledige terugbetaling van alle betaalde kosten.

U hoeft een voucher of tegoedbon niet te accepteren. De keuze voor uw geld terug of een alternatief ligt bij u.

De reisorganisatie moet binnen 14 dagen het volledige bedrag terugbetalen. Dit geldt voor zowel het volledige reisbedrag als het voorschot.

Uw recht op schadevergoeding en alternatieven

Naast terugbetaling heeft u vaak recht op schadevergoeding voor extra kosten. Dit zijn kosten die u maakt doordat de reis niet doorgaat.

Voorbeelden van vergoedbare kosten:

  • Inentingen die u speciaal voor de reis heeft gehaald
  • Een duurdere vervangende vakantie
  • Annuleringskosten van andere geboekte services

Geen schadevergoeding krijgt u bij:

  • Te weinig aanmeldingen voor de reis
  • Echte overmacht situaties

Biedt de aanbieder een alternatieve reis aan? U mag deze weigeren en uw geld terugvragen.

Accepteert u het alternatief maar is de kwaliteit lager? Dan heeft u recht op een korting op de reissom.

Gebruik een schriftelijke aanvraag om uw rechten te claimen. De aanbieder moet binnen redelijke termijn reageren op uw verzoek.

De rol van verzekeringen en het calamiteitenfonds

Verzekeringen en het Calamiteitenfonds bieden bescherming bij onverwachte situaties, maar werken onder verschillende voorwaarden. Een annuleringsverzekering dekt specifieke risico’s die in de polis staan, terwijl het Calamiteitenfonds alleen uitkeert bij extreme gebeurtenissen zoals natuurrampen of molest.

Annuleringsverzekering: dekking en beperkingen

Een annuleringsverzekering vergoedt de kosten wanneer u uw reis moet annuleren om redenen die in de polis staan vermeld. De standaarddekking omvat meestal ziekte, overlijden of arbeidsongeschiktheid van uzelf of naaste familieleden.

Sommige verzekeraars bieden een aanvullende dekking voor calamiteiten. Deze dekking kan annulering mogelijk maken bij een terroristische aanslag, natuurramp of een negatief reisadvies.

Let op: angst voor een mogelijke gebeurtenis wordt niet altijd gedekt.

De kosten en voorwaarden verschillen per verzekeraar. Lees uw polis zorgvuldig door om te weten wat wel en niet gedekt is.

Niet alle situaties geven recht op vergoeding, ook niet met een uitgebreide reisverzekering.

Calamiteitenfonds en bijzondere situaties

Het Calamiteitenfonds beschermt reizigers bij extreme situaties veroorzaakt door molest of natuurrampen. Molest betekent burgeroorlog, opstand, terrorisme of oproer.

U betaalt €2,50 per boeking voor deze garantie wanneer u boekt bij een aangesloten reisonderneming. De Calamiteitencommissie bepaalt wanneer een situatie uitkeringsvatbaar is.

Dit gebeurt alleen als de reisonderneming de reis niet meer kan uitvoeren door gevaar of beschadigde infrastructuur. Bij een dekkingsbeperking mag u vanaf 3 dagen voor vertrek kosteloos annuleren.

Het Calamiteitenfonds vergoedt drie soorten kosten:

  • Meerkosten van reisaanpassing
  • Repatriëringskosten bij een afgebroken reis
  • Vergoeding voor niet genoten reisdagen

Losse vliegtickets vallen niet onder de garantieregeling. Ziektes zoals vogelgriep of andere gezondheidsproblemen zijn uitgesloten omdat deze geen natuurramp of molest zijn.

Rechtshulp en klachtenprocedures

Wanneer uw reisonderneming een reis wil wijzigen zonder aanvaardbare reden, zijn uw rechten vastgelegd in de reisvoorwaarden op uw boeking. Het Calamiteitenfonds behandelt geen klachten over uitvoering van reizen.

Die verantwoordelijkheid ligt bij de reisonderneming zelf.

Voor juridisch advies kunt u terecht bij consumentenorganisaties zoals de Consumentenbond, ANWB, vakbonden of het Juridisch Loket. Deze organisaties bieden vaak gratis of goedkope juridische ledenservice.

Lost de reisonderneming uw klacht niet op? Dan kunt u uw geschil voorleggen aan de Geschillencommissie Reizen.

Als laatste optie staat de rechter open. Bewaar alle communicatie, facturen en boekingsbevestigingen als bewijs voor uw claim.

Praktische stappen bij annuleren en tips

Bij het annuleren van een reis, event of hotel moet u snel handelen en de juiste procedure volgen. Controleer eerst de voorwaarden die bij uw boeking horen en neem daarna contact op met de aanbieder.

Controleren van algemene voorwaarden

De algemene voorwaarden en reisvoorwaarden bevatten belangrijke informatie over uw rechten bij annulering. U vindt hier de annuleringsvoorwaarden, de hoogte van de kosten en de termijnen waarbinnen u moet handelen.

Let vooral op de volgende punten:

  • Annuleringstermijnen: Hoe dicht bij de vertrekdatum, hoe hoger de kosten meestal zijn
  • Kostenpercentages: Deze mogen nooit hoger zijn dan de totale reissom
  • Uitzonderingen: Sommige situaties geven recht op gratis annuleren
  • Vervanging: Of u iemand anders in uw plaats kunt laten gaan

Heeft de aanbieder de annuleringskosten niet duidelijk vermeld bij het boeken? Dan kunt u mogelijk kosteloos annuleren.

De aanbieder moet deze informatie niet alleen in de voorwaarden noemen, maar ook actief bij het boekingsproces tonen.

Communicatie met reisorganisator of aanbieder

Neem direct contact op met de reisorganisator of aanbieder zodra u weet dat u moet annuleren. Doe dit altijd schriftelijk via e-mail, zodat u bewijs heeft van uw annulering en de datum waarop u dit heeft gedaan.

Vraag de aanbieder om schriftelijke bevestiging van de annulering. Vraag ook om een specificatie van de annuleringskosten of informatie over mogelijke alternatieven, zoals omboeken.

Sommige aanbieders bieden coulance, vooral als de annulering lang voor de vertrekdatum plaatsvindt. U kunt vragen of omboeken naar een andere datum mogelijk is tegen lagere kosten.

Blijf beleefd maar duidelijk in uw communicatie.

Welke documentatie en bewijs nodig is

Verzamel alle documenten die uw annulering ondersteunen. Dit is vooral belangrijk als u een beroep doet op overmacht of als u de kosten wilt claimen bij uw verzekering.

Belangrijke documenten om te bewaren:

Document Waarom nodig
Boekingsbevestiging Bewijs van uw reservering en reisvoorwaarden
Annuleringsbevestiging Bewijs dat u op tijd hebt geannuleerd
Medische verklaringen Bij ziekte als annuleringsreden
Reisadvies Ministerie van Buitenlandse Zaken Bij onveilige situatie op bestemming
Correspondentie met aanbieder Overzicht van alle afspraken

Bij een pakketreis moet u kunnen aantonen dat de situatie onveilig was na uw boeking. Een negatief reisadvies (code oranje of rood) dient hiervoor als officieel bewijs.

Maak screenshots of print deze documenten, want websites kunnen veranderen.

Frequently Asked Questions

Bij annulering van reizen, evenementen of hotels door overmacht of gewijzigde omstandigheden heeft u specifieke rechten op terugbetaling en compensatie. De mogelijkheden hangen af van wie de annulering doet en of er sprake is van overmacht.

Wat zijn mijn rechten bij het annuleren van een reis wegens overmacht?

Als u zelf annuleert wegens overmacht moet de reisorganisator uw betaalde reissom volledig terugbetalen binnen 14 dagen. Er is sprake van overmacht wanneer zich op de bestemming of in de directe omgeving onvermijdbare en buitengewone omstandigheden voordoen.

Voorbeelden hiervan zijn oorlog, terrorisme, natuurrampen of epidemieën met grote sterfte. U moet kunnen aantonen dat op de datum van annulering vaststaat dat de reis niet kan doorgaan zoals gepland.

De reisorganisator mag u een alternatieve reis of tegoedbon voorstellen. U bent niet verplicht om dit te accepteren.

Hoe zit het met de terugbetaling bij annulering van een evenement door gewijzigde omstandigheden?

Voor evenementen die door de organisator geannuleerd worden, heeft u recht op terugbetaling van uw ticketprijs. Dit geldt ook wanneer het evenement niet doorgaat vanwege overmacht.

Bij zelfgemaakte boekingen zijn de algemene voorwaarden van de aanbieder bepalend. Controleer altijd wat er in de voorwaarden staat over annulering en terugbetaling.

Als de aanbieder geen duidelijke annuleringskosten vermeldt, kunt u kosteloos annuleren. Neem contact op met de organisator om te overleggen over mogelijke oplossingen.

Wat moet ik doen als mijn hotelboeking geannuleerd wordt door een situatie van overmacht?

Wanneer het hotel uw boeking annuleert, moet het uw betaalde bedrag terugbetalen. U heeft ook recht op schadevergoeding als er geen sprake is van overmacht.

Bij annulering door overmacht krijgt u alleen uw geld terug zonder extra compensatie. De Autoriteit Consument en Markt biedt voorbeeldbrieven die u kunt gebruiken om uw rechten te claimen.

Bewaar alle communicatie en betalingsbewijzen. Dit helpt u bij het aantonen van uw claim.

Welke compensatie kan ik verwachten als mijn vlucht geannuleerd is wegens uitzonderlijke omstandigheden?

Bij vluchtannulering wegens uitzonderlijke omstandigheden heeft u minder rechten dan bij reguliere annuleringen. Uitzonderlijke omstandigheden zijn situaties die de luchtvaartmaatschappij niet kon voorkomen.

U heeft wel recht op terugbetaling van de ticketprijs of alternatief vervoer. Extra compensatie voor vertraging of annulering krijgt u niet bij overmacht.

Bewaar uw boekingsbevestiging en correspondentie met de luchtvaartmaatschappij. Dit is belangrijk voor eventuele claims bij uw reisverzekering.

Wat zijn mijn opties als een reisorganisatie mijn geboekte reis annuleert vanwege onvoorziene omstandigheden?

Als de reisorganisatie annuleert zonder overmacht, krijgt u uw betaalde reissom terug én een passende schadevergoeding. De terugbetaling moet binnen 14 dagen na de kennisgeving gebeuren.

Bij annulering door te weinig deelnemers moet de organisatie u tijdig informeren. Voor reizen langer dan zes dagen is dat minimaal 20 dagen voor vertrek.

De organisatie mag een alternatieve reis of tegoedbon aanbieden. U bent niet verplicht dit te accepteren en kunt kiezen voor volledige terugbetaling.

Aan welke voorwaarden moet voldaan zijn om een verzekering te kunnen aanspreken bij annulering omwille van overmacht?

Een annuleringsverzekering dekt niet automatisch alle situaties van overmacht.

Lees altijd de dekking, beperkingen en uitsluitingen in uw polis voordat u deze afsluit.

U moet zo snel mogelijk aangifte doen bij uw verzekeraar.

Gebruik het formulier van uw verzekeraar en voeg alle benodigde bewijsstukken toe.

Niet elke reden valt onder de dekking van de annuleringsverzekering.

Controleer vooraf of uw situatie onder de voorwaarden valt en bewaar alle documentatie die uw claim ondersteunt.

Nieuws

Scheiden of uit elkaar gaan: wat moet u juridisch regelen?

Een scheiding of het uit elkaar gaan raakt veel meer dan gevoelens: het heeft direct juridische gevolgen voor kinderen, geld en woonruimte.

Je moet duidelijke afspraken maken over ouderschap, partner- of kinderalimentatie, de verdeling van bezittingen en wie in het huis blijft wonen — en sommige stappen moet je bij de rechtbank of gemeente melden.

Een stel in gesprek met een advocaat aan een tafel in een kantoor, bezig met het bespreken van juridische documenten over scheiden.

In dit artikel leer je welke juridische routes mogelijk zijn, wanneer je een advocaat of mediator nodig hebt, en welke documenten je meteen moet regelen.

Je krijgt ook praktische aanwijzingen over belastingen, toeslagen, verzekeringen, pensioen en testamenten zodat je geen belangrijke zaken over het hoofd ziet.

Scheidingsvormen en juridische routes

Een volwassen stel zit tegenover een advocaat aan een bureau, ze bespreken juridische documenten in een kantooromgeving.

Je moet kiezen welke juridische route past bij jouw situatie.

Dit bepaalt welke stappen je neemt, wie je moet inschakelen en welke documenten nodig zijn.

Let vooral op of je getrouwd bent, een geregistreerd partnerschap hebt of alleen samenwoont.

Scheiden na huwelijk

Als je getrouwd bent, heb je altijd een advocaat nodig om te scheiden.

Eén gezamenlijke advocaat volstaat als jullie het eens zijn over de verdeling van spullen, schulden, alimentatie en de zorg voor de kinderen.

Blijf je het oneens, dan heeft elke partner een eigen advocaat nodig en start meestal een civiel proces bij de rechtbank.

De advocaat dient het verzoek tot ontbinding van het huwelijk in bij de rechtbank.

Na de uitspraak moet de scheiding binnen zes maanden bij de gemeente worden doorgegeven, zodat je huwelijksstatus officieel verandert.

Denk ook aan het maken van een echtscheidingsconvenant met afspraken over pensioen, hypotheek en ouderlijk gezag.

Geregistreerd partnerschap beëindigen

Bij een beëindiging van een geregistreerd partnerschap kan een advocaat of notaris nodig zijn.

Is er geen minderjarig kind betrokken en zijn jullie het helemaal eens, dan hoeft het niet altijd via de rechtbank.

Wel moeten jullie duidelijke afspraken maken over bezittingen, schulden en eventuele partner- of kinderalimentatie.

Als er kinderen jonger dan 18 zijn, loopt de afwikkeling vaak via de rechtbank en is juridische bijstand verplicht.

Leg alle afspraken vast in een convenant of overeenkomst.

Controleer of er speciale clausules in jullie partnerschapsakte staan die invloed hebben op de verdeling van vermogen.

Uit elkaar na samenwonen

Gaan jullie uit elkaar terwijl je samenwoonde zonder huwelijk of geregistreerd partnerschap? Dan heb je in principe geen advocaat nodig.

Kijk eerst in het samenlevingscontract (als dat er is) welke afspraken jullie maakten over bezit, woning en kosten.

Zonder contract gelden de gewone eigendomsregels: wat op één naam staat blijft vaak van die persoon.

Hebben jullie samen een huis, leningen of kinderen onder de 18? Dan moet je praktische en juridische afspraken maken over eigendom, schuldverdeling en het ouderschapsplan.

Voor een ouderschapsplan is het verstandig om het schriftelijk vast te leggen zodat beide partijen en de Belastingdienst duidelijkheid hebben.

Scheiding van tafel en bed

Een scheiding van tafel en bed betekent dat je formeel getrouwd blijft volgens de wet, maar apart leeft.

Je blijft juridisch partner, bijvoorbeeld voor erfrecht, tenzij je later omzet naar volledige echtscheiding.

Voor veel praktische zaken gelden wel vergelijkbare regels als bij een echtscheiding: je moet spullen en zorg over kinderen regelen.

Je vraagt scheiding van tafel en bed aan via de rechtbank, vaak met hulp van een advocaat.

Wil je later volledig scheiden, dan kun je de scheiding van tafel en bed omzetten; soms geldt een wachttijd van drie jaar als één partner dat wil.

Houd rekening met gevolgen voor pensioen, belastingen en toeslagen tijdens en na deze status.

Advies en begeleiding bij het scheidingsproces

Een stel in gesprek met een juridisch adviseur in een kantoor, waarbij de adviseur documenten uitlegt.

Krijg praktische hulp bij kinderen, financiën en eigendommen.

Kies een advocaat als je rechtsbescherming nodig hebt of een mediator als je samen afspraken wilt maken buiten de rechter om.

De rol van advocaat

Een advocaat stelt juridische documenten op en voert procedures bij de rechtbank voor je.

Dit is essentieel als er onenigheid is over alimentatie, eigendom of voogdij.

Je advocaat kan berekeningen maken voor partner- en kinderalimentatie en uitleg geven over pensioenverrekening.

Ook controleert hij of overeenkomsten juridisch bindend en uitvoerbaar zijn.

Als je wilt, vraagt de advocaat voorlopige voorzieningen aan, bijvoorbeeld voor omgangsregeling of woonrecht.

Houd rekening met kosten: tarieven verschillen per kantoor en traject.

Vraag vooraf om een kostenoverzicht en duidelijke afspraken over werkuren.

Inzet van een mediator

Een mediator begeleidt gesprekken tussen jou en je ex-partner om afspraken te maken over kinderen, geld en spullen.

De mediator is neutraal en helpt jullie constructief communiceren.

Mediation richt zich op overeenstemming en praktische oplossingen voor zaken zoals ouderschapsplan, verdeling van het huis en lopende rekeningen.

De mediator stelt geen bindende uitspraken, maar vastgelegde afspraken kun je laten vastleggen door een advocaat of in een echtscheidingsconvenant.

Mediation werkt vaak sneller en goedkoper dan een rechtszaak.

Het vraagt wel van beide partijen dat zij bereid zijn samen te werken.

Bespreek vooraf de kosten, duur en of elke partij zijn eigen juridisch adviseur mag raadplegen.

Mediation versus juridische procedures

Kies mediation als je kunt samenwerken en snel duidelijke afspraken wilt zonder veel kosten.

Mediation geeft jullie controle over oplossingen en beperkt conflicten, vooral bij kinderen.

Kies juridische procedures als er sprake is van misbruik, grote onenigheid of als één partij weigert mee te werken.

Een rechtszaak biedt bindende beslissingen en dwangmiddelen, maar duurt langer en kan duurder zijn.

Praktisch: je kunt mediation combineren met juridische hulp.

Laat een advocaat de uiteindelijke afspraken juridisch toetsen of indienen bij de rechtbank.

Afspraken rondom kinderen

Leg concrete afspraken vast over zorg, verblijftijden en geld.

Zorg dat u duidelijke tijden, contactmomenten en financiële afspraken op papier zet zodat u later misverstanden voorkomt.

Ouderschapsplan opstellen

Een ouderschapsplan is verplicht als u samen gezag heeft over minderjarige kinderen.

Beschrijf hierin waar de kinderen wonen, wie er beslissingen neemt over school en gezondheid, en hoe u belangrijke dagen zoals vakanties en feestdagen verdeelt.

Noteer ook bezoek- en contactregels voor niet-verzorgende ouder, en praktische afspraken over halen en brengen.

Vermeld financiële zaken die direct met de zorg te maken hebben, zoals wie kosten voor schoolactiviteiten of medische zorg betaalt.

Voeg duidelijke procedures toe voor het wijzigen van afspraken en hoe u bij ruzies contact zoekt (bijv. mediator).

Bewaar het ouderschapsplan en geef een kopie aan de advocaat of mediator die de scheiding regelt.

U kunt het plan gebruiken bij de rechtbank of als bewijs bij instanties.

Co-ouderschap vastleggen

Co-ouderschap betekent dat u beide ongeveer evenveel zorgtijd en opvoedverantwoordelijkheid deelt.

Leg vast welke dagen en weken de kinderen bij u zijn.

Maak een concreet weekschema met wisseldagen, vakanties en uitzonderingen voor ziekte of werk.

Spreek af hoe u belangrijke opvoedregels handhaaft: bedtijden, schermtijd, religie en huisregels.

Zet communicatieregels op papier, zoals vaste overlegmomenten en voorkeur voor app of e-mail.

Bespreek praktische zaken zoals verzekeringen, schoolcontacten en noodnummers.

Voeg ook een plan toe voor conflictoplossing: wie schakelt u in bij escalatie (mediator, familie) en welke stappen volgt u voor een wijziging van het schema.

Kinderalimentatie regelen

Kinderalimentatie zorgt dat de kosten voor voeding, kleding, school en vrije tijd worden gedeeld.

Bereken het bedrag aan de hand van ieders inkomen, het aantal kinderen en de zorgverdeling.

Gebruik de officiële rekenregels of vraag een berekening bij het Juridisch Loket of een advocaat.

Leg vast wie de alimentatie betaalt, wanneer en hoe vaak.

Noteer wat er gebeurt bij inkomenverlies of extra kosten, bijvoorbeeld medische rekeningen of bijzondere schoolkosten.

Maak duidelijke afspraken over indexering en looptijd tot de kinderbijdrage eindigt (bijvoorbeeld bij 18 jaar of studie).

Bewaar alle betalingsbewijzen en stel een wijzigingsprocedure op.

Als u er samen niet uitkomt, kunt u alimentatie via de rechter vastleggen zodat de plicht afdwingbaar wordt.

Financiële en fiscale verplichtingen

Je moet beslissen wie betaalt, wie welke schulden houdt en hoe je belastingzaken worden geregeld. Denk concreet aan alimentatie, verdeling van gezamenlijke schulden en het aanpassen van je fiscale status bij de Belastingdienst.

Partneralimentatie

Partneralimentatie is belastingbaar voor de ontvanger en aftrekbaar voor de betalende partner als de voorwaarden gelden. De hoogte baseer je op behoeften en draagkracht; gebruik rekentools of een mediator om tot een realistisch bedrag te komen.

Leg afspraken altijd schriftelijk vast in het echtscheidingsconvenant. Maak duidelijke start- en einddata en vermeld indexering of wijzigingsclausules.

Zonder afspraak kan een rechter de alimentatie vaststellen. Bewaar bewijs van betalingen; deze documenten helpen bij latere discussies of bij een wijzigingsprocedure.

Verdeling van schulden en vermogen

Bepaal eerst of jullie huwelijkse voorwaarden, een geregistreerd partnerschap of de wettelijke gemeenschap van goederen hebben. Dit bepaalt welke schulden gemeenschappelijk zijn.

Maak een overzicht met gezamenlijke rekeningen, hypotheek, persoonlijke leningen en creditschulden. Noteer wie welke schuld overneemt en maak betalingsafspraken voor lopende verplichtingen zoals hypotheken.

Leg de verdeling vast in het convenant en geef wijzigingen door aan banken en schuldeisers. Zorg dat contractuele verantwoordelijkheid klopt met jullie afspraak.

Belastingaangifte en fiscale partners

Na de scheiding verandert je status als fiscale partner. Tot het moment dat de scheiding bij de gemeente is doorgegeven, blijf je vaak fiscaal partner voor dat jaar.

Controleer welke belastingaangifte-situatie voordeliger is; soms blijf je nog gezamenlijk aangifte doen. Bepaal wie aftrekposten, toeslagen en heffingskortingen claimt.

Denk aan hypotheekrenteaftrek, vermogen en zorgkosten. Maak duidelijke afspraken over wie welke posten opvoert en sla bewijzen op voor de Belastingdienst.

Informeer de Belastingdienst tijdig over je nieuwe situatie en bewaar kopieën van het convenant voor eventuele controles of vragen.

Voorlopige aanslag en veranderende situatie

Pas je voorlopige aanslag aan zodra je inkomen of huishouden verandert. Een te hoge voorlopige aanslag betekent teruggaaf; te laag leidt tot bijbetaling met rente.

Vraag online of telefonisch een wijziging aan bij de Belastingdienst. Let op wijzigingen in toeslagen: huur-, zorg- of kinderopvangtoeslag kunnen meteen veranderen bij scheiding.

Meld inkomsten- en woonsituatiewijzigingen direct om boetes of terugvorderingen te voorkomen. Controleer de nieuwe aanslag en corrigeer fouten snel.

Houd administratie bij van inkomenswijzigingen en alimentatiebetalingen; dat helpt bij eventuele herziening van de voorlopige aanslag.

Wonen, toeslagen en verzekeringen

Je moet snel regelen wat er met het huis, de toeslagen en je verzekeringen gebeurt. Controleer wie officieel in het huur- of koopcontract blijft, wijzig toeslagen bij de Belastingdienst en pas je zorg- en levensverzekeringen aan.

Woning: huur of koop

Als je een huurhuis hebt, moet je nagaan wie op het huurcontract blijft staan. Blijf jij in het huis? Vraag de verhuurder om het contract op jouw naam te zetten.

Gaat je ex in het huis blijven? Zorg dat die persoon het contract overneemt of dat jullie een schriftelijke regeling maken over de huurbetalingen.

Bij een koophuis bespreek je verkoop, verkoop met schuldverdeling of overdracht van het eigendom. Raadpleeg de notaris als de hypotheek of eigendom verandert.

Maak afspraken over wie de hypotheek betaalt en wie welk deel van de waarde ontvangt. Noteer alles schriftelijk zodat er later geen onduidelijkheid ontstaat.

Toeslagen na scheiding

Meld je scheiding direct bij de Belastingdienst; toeslagen zoals huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget kunnen door de scheiding veranderen. Geef de exacte datum van je scheiding door zodat de Belastingdienst de juiste maandtoeslag kan berekenen.

Controleer je inkomen en dat van je ex-partner: toeslagen gaan meestal uit van het huishoudinkomen. Als je kind bij één ouder staat ingeschreven, verandert dat ook het recht op kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget.

Gebruik de rekentools op rijksoverheid.nl of bel de BelastingTelefoon voor persoonlijke hulp.

Aanpassen van zorgverzekering

Zorg dat je binnen vier maanden na de wijziging je zorgverzekering controleert en waar nodig aanpast. Als jullie één polis hadden, sluit je zelf een aparte polis af.

Vergelijk premies en vergoedingen; een andere vergoeding of eigen risico kan je maandelijkse kosten flink veranderen. Als je kind bij de andere ouder blijft wonen, pas dan de zorgpolis van het kind aan.

Informeer de zorgverzekeraar over adres- en gezinswijzigingen zodat declaraties correct verlopen. Bewaar bevestigingen van de gewijzigde polis en het begin- of eindjaar van de dekking.

Controle van levensverzekering en andere polissen

Controleer begunstigden op levensverzekeringen en pensioenpapieren. Als je ex-partner nog als begunstigde staat, wijzig dat als dat je wens is.

Neem contact op met de verzekeraar en vraag welke documenten ze nodig hebben om een wijziging door te voeren. Bekijk ook andere polissen: inboedel-, rechtsbijstand- en autoverzekering.

Bij verhuizing of andere woonvormen moet vaak het adres of de dekking veranderen. Noteer nieuwe premies en betalingsverantwoordelijkheid, zodat onduidelijkheid over wie betaalt en wie verzekerd is, niet ontstaat.

Pensioen, testament en overige regelingen

Je moet beslissen wat er met je pensioen, je testament en gezamenlijke contracten gebeurt. Denk aan wie welk pensioen krijgt, of je testament nog klopt en welke bankrekeningen of abonnementen aangepast of opgezegd moeten worden.

Verdeling van pensioenrechten

Bij scheiding krijgt vaak de partner op papier recht op de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde partnerpensioen. Dit heet verevening of de compensatieregeling, afhankelijk van uw pensioenfonds en huwelijkse voorwaarden.

Controleer welk pensioen is opgebouwd bij elk pensioenfonds en vraag een pensioenoverzicht op. Laat een advocaat of pensioenadviseur berekenen wat u en uw ex aan rechten verliezen of krijgen.

U kunt kiezen voor verevening (gedeelte wordt overgedragen) of afkoop/compensatie in de verdeling van andere bezittingen. Noteer alle afspraken in het convenant en laat het in de echtscheidingsbeschikking opnemen.

Testament en erfrecht na scheiding

Scheiden verandert automatisch niet altijd uw testament. Als uw ex nog als erfgenaam of executeur staat genoemd, moet u dat actief aanpassen.

Pas uw testament direct aan als u niet wilt dat uw ex erven krijgt of beslissingen maakt over uw nalatenschap. Controleer ook wettelijke regelingen: bij een echtscheiding vervalt vaak het recht van langstlevende partner in bepaalde situaties, maar dit hangt af van uw notariële akte en huwelijkse voorwaarden.

Raadpleeg een notaris om erfgenamen en executeurs officieel te wijzigen.

Bankzaken en gezamenlijke contracten

Bekijk alle gezamenlijke bankrekeningen, creditcards en leningen. Zeg ongewenste gezamenlijke rekeningen op of splits ze; blijf niet aansprakelijk voor schulden die uw ex veroorzaakt.

Informeer uw bank, verzekeraar en leveranciers officieel over de scheiding en wijzig toegangsrechten en volmachten. Controleer abonnementen, gezamenlijke huur- of hypotheekcontracten en zorg dat contracten worden aangepast of beëindigd.

Leg wijzigingen schriftelijk vast en bewaar bevestigingen. Dit voorkomt later discussie over betalingen en aansprakelijkheid.

Frequently Asked Questions

Hier lees je concrete antwoorden over stappen, documenten, kinderen, alimentatie en verdeling van spullen en schulden. De antwoorden noemen wie iets regelt, welke papieren je nodig hebt en wanneer je een advocaat, mediator of de rechter inschakelt.

Wat zijn de eerste juridische stappen bij een echtscheiding?

Meld je echtscheiding aan bij een advocaat of mediator om een plan te maken voor kinderen, bezittingen en geld. Een advocaat stelt de benodigde stukken op en kan de procedure bij de rechtbank starten als dat nodig is.

Je of je advocaat geeft de scheiding door aan de rechtbank om de echtscheiding officieel te maken. Daarna meldt je de scheiding bij de gemeente zodat je Burgerlijke Stand wordt aangepast.

Hoe kunnen we de voogdij over onze kinderen regelen?

Maak samen een ouderschapsplan waarin je afspraken zet over verzorging, omgangstijden, schoolzaken en medische besluiten. Leg daarin ook vast wie primaire verzorging heeft en hoe contact met beide ouders plaatsvindt.

Als jullie het niet eens worden, vraagt één van jullie de rechter om beslissingen over het gezag en omgang te nemen. De rechter kijkt naar het belang van het kind en naar adviezen van jeugdzorg of andere instanties.

Welke documenten moeten we indienen voor de scheiding?

Je hebt een verzoekschrift voor de rechtbank nodig, identiteitsbewijzen, trouwakte of partnerschapsakte, en gegevens over inkomen, bankrekeningen, schulden en eigendommen.

Als je kinderen hebt, voeg je het ouderschapsplan toe. Ook fiscale en pensioenoverzichten en koop- of huurcontracten van een woning zijn vaak vereist.

Jouw advocaat vertelt precies welke stukken je moet verzamelen en indienen.

Hoe wordt de alimentatie bepaald in geval van scheiding?

Partneralimentatie hangt af van het inkomen van beide partners, de levensstandaard tijdens het huwelijk en de duur van het huwelijk.

Kinderalimentatie berekent men op basis van het inkomen van de ouders en de kosten en behoeften van het kind.

Gebruik rekenmodellen of laat een deskundige berekenen wat redelijk is. De rechter kan dit vaststellen als jullie er niet uitkomen.

Op welke wijze kunnen bezittingen en schulden eerlijk verdeeld worden?

Bij huwelijk met gemeenschap van goederen worden vaak bezittingen en schulden gedeeld; bij huwelijkse voorwaarden geldt wat daarin staat.

Bij samenwoners zonder huwelijk geldt dat ieder meestal behoudt wat op zijn of haar naam staat, tenzij anders afgesproken. Maak een duidelijke lijst van alle bezittingen en schulden en bespreek verdeling of verkoop.

Schakel een notaris of advocaat in bij onroerend goed, pensioenverevening of bij onenigheid.

Is mediation verplicht voordat we naar de rechter gaan?

Mediation is niet altijd verplicht. Rechtbanken en instanties moedigen bemiddeling sterk aan om sneller en goedkoper afspraken te maken.

Als mediation faalt, kun je direct naar de rechtbank stappen. Dit geldt ook als er een spoedige beslissing nodig is, bijvoorbeeld bij huisvesting of veiligheid.

Nieuws

Arbeidsrecht 2026: dit verandert er voor werkgevers en werknemers

Het jaar 2026 brengt veel veranderingen op het gebied van arbeidsrecht, sociale zekerheid en HR-beleid. Deze aanpassingen hebben directe gevolgen voor hoe u als werkgever uw organisatie inricht en voor wat u als werknemer mag verwachten van uw werk.

Van strengere handhaving van schijnzelfstandigheid tot nieuwe regels voor beloning en verlof: de veranderingen raken bijna elk aspect van de arbeidsrelatie.

Een groep zakelijke professionals in een moderne kantooromgeving die samen aan een tafel overleggen.

De belangrijkste wijziging in 2026 is dat werkgevers hun keuzes en beleid veel beter moeten kunnen uitleggen en onderbouwen, bijvoorbeeld bij het gebruik van zelfstandigen, het vaststellen van lonen en het toepassen van contractvoorwaarden. De overheid stuurt duidelijk op meer transparantie en rechtvaardigheid op de arbeidsmarkt.

Dit betekent dat zowel grote als kleine organisaties hun werkwijze opnieuw tegen het licht moeten houden. In dit artikel vindt u een overzicht van alle relevante wijzigingen voor 2026.

We behandelen de nieuwe regels voor minimumloon, vergoedingen, sociale zekerheid en de inzet van zelfstandigen. Ook komen de gevolgen voor uw organisatie en uw rechten als werknemer aan bod.

Belangrijkste wetswijzigingen arbeidsrecht 2026

Een groep werkgevers en werknemers bespreekt samen nieuwe arbeidsrechtelijke veranderingen in een moderne kantooromgeving.

Het arbeidsrecht ondergaat in 2026 belangrijke veranderingen. Het minimumloon stijgt naar €14,71 per uur, er komen strengere regels tegen schijnzelfstandigheid en werkgevers krijgen te maken met nieuwe voorschriften rond arbeidsovereenkomsten.

Strengere handhaving op schijnzelfstandigheid

De Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet VBAR) vervangt per 1 juli 2026 de omstreden wet DBA. Deze nieuwe wet maakt duidelijker wanneer iemand werknemer is of zelfstandige.

De wet gebruikt het gezagscriterium als belangrijkste toets. Dit betekent dat je als werkgever moet kijken naar de mate van gezag die je uitoefent over een zelfstandige.

Geef je instructies over hoe, waar en wanneer iemand werkt? Dan kan er sprake zijn van een arbeidsovereenkomst.

Het Besluit VBAR geeft concrete invulling aan dit toetsingskader. Hiermee wil de overheid schijnzelfstandigheid terugdringen en zorgen dat werkenden de juiste arbeidsrechtelijke bescherming krijgen.

Je moet als werkgever je samenwerkingsverbanden met zelfstandigen goed bekijken. Controleer of je overeenkomsten voldoen aan de nieuwe criteria.

Wijzigingen minimumloon en minimumjeugdloon

Het wettelijk minimumloon stijgt op 1 januari 2026 naar €14,71 per uur voor werknemers van 21 jaar en ouder. In de tweede helft van 2025 was dit nog €14,40 per uur.

Deze verhoging betekent hogere loonkosten voor je bedrijf. Vooral sectoren waar veel mensen tegen minimumloon werken voelen dit direct in hun begroting.

Check ook je cao-afspraken, want deze moeten minimaal gelijk zijn aan het nieuwe minimumloon. Voor werknemers jonger dan 21 jaar gelden lagere minimumbedragen.

Deze jeugdlonen stijgen ook mee met de algemene verhoging. Je vindt de exacte bedragen per leeftijdscategorie op de website van de Rijksoverheid.

Vergeet niet om je salarisadministratie tijdig aan te passen. Betaal je minder dan het nieuwe minimumloon? Dan loop je het risico op boetes en naheffingen.

Nieuwe regels rond arbeidsovereenkomsten

De compensatieregeling voor transitievergoeding bij langdurige ziekte verandert per 1 juli 2026. Deze regeling gold sinds 2020 voor alle werkgevers, maar wordt nu beperkt tot kleine werkgevers met minder dan 25 werknemers.

Heb je 25 werknemers of meer? Dan krijg je vanaf juli 2026 geen compensatie meer als een werknemer na twee jaar ziekte vertrekt. Je moet dan zelf de volledige transitievergoeding betalen.

De Raad van State heeft kritisch gereageerd op dit voorstel. Deze wijziging heeft grote financiële gevolgen voor middelgrote en grote bedrijven.

Je kunt beter inzetten op preventie en goede re-integratie van zieke werknemers. Zo voorkom je langdurig verzuim en de kosten die daarbij horen.

Bereid je financiële planning voor op deze extra kosten. Overweeg of je een verzekering wilt afsluiten die deze risicos dekt.

Minimumloon en beloningsontwikkelingen

Een diverse groep professionals bespreekt samen arbeidsrecht en loonontwikkelingen rond een vergadertafel in een modern kantoor.

Per 1 januari 2026 gaan er belangrijke veranderingen in op het gebied van lonen en beloningen. Het minimumloon stijgt, nieuwe regels voor loontransparantie worden ingevoerd en de loonkosten voor werkgevers veranderen door verschillende maatregelen.

Stijging wettelijk minimumuurloon en minimumjeugdloon

Het wettelijk minimumloon stijgt per 1 januari 2026. Het minimumuurloon voor volwassenen wordt € 14,71 per uur.

Deze verhoging heeft directe gevolgen voor je loonkosten als werkgever en voor je inkomen als werknemer. Voor werknemers jonger dan 21 jaar gelden aangepaste minimumjeugdlonen.

De staffels voor het minimumjeugdloon volgen dezelfde stijging als het volwassen minimumloon.

Bijzondere regelingen voor bbl-leerlingen:

  • Bbl-leerlingen van 18 tot en met 20 jaar vallen onder alternatieve staffels
  • Bbl-leerlingen van 15 tot en met 17 jaar gebruiken de reguliere staffels
  • Bbl-leerlingen van 21 jaar vallen onder de reguliere uurlonen

Door de verhoging van het minimumloon stijgen ook uitkeringen zoals de WW automatisch mee. De precieze bedragen per leeftijdscategorie kun je vinden in de Staatscourant.

Gelijke beloning en loontransparantie

Er komen nieuwe regels voor gelijke beloning en loontransparantie. Deze maatregelen moeten ervoor zorgen dat werknemers die hetzelfde werk doen ook hetzelfde verdienen.

Als werkgever moet je meer openheid geven over je beloningsstructuur. Dit betekent dat werknemers makkelijker kunnen zien of zij eerlijk beloond worden vergeleken met collega’s.

De regels zijn bedoeld om loonverschillen tussen mannen en vrouwen te verkleinen. Je moet als werkgever kunnen uitleggen hoe je lonen vaststelt.

Transparantie in je cao-afspraken en beloningsbeleid wordt steeds belangrijker. Werknemers krijgen meer rechten om informatie op te vragen over loonverschillen binnen jouw organisatie.

Aanpassingen loonkosten voor werkgevers

De stijging van het minimumloon verhoogt je totale loonkosten als werkgever. Je moet rekening houden met deze extra kosten in je begroting voor 2026.

Naast het hogere minimumloon spelen ook andere factoren een rol bij je loonkosten. Denk aan cao-afspraken die vaak gekoppeld zijn aan het minimumloon.

Als het minimumloon stijgt, kunnen ook andere salarisschalen in je cao omhoog gaan. Voor werkgevers met veel jongeren in dienst veranderen de kosten per leeftijdscategorie.

Je moet voor elke werknemer checken welk minimumuurloon van toepassing is. De Staatscourant bevat alle actuele bedragen per leeftijd en functie.

Zelfstandigen en schijnzelfstandigheid

Vanaf 2026 verandert de aanpak van schijnzelfstandigheid ingrijpend, met actieve handhaving door de Belastingdienst en nieuwe regels via de Wet VBAR. Tegelijk dalen de zelfstandigenaftrek en mkb-winstvrijstelling verder.

Wet VBAR en wet DBA: beoordeling arbeidsrelaties

De Wet VBAR maakt het vanaf 2026 duidelijker wanneer je als zelfstandige écht zelfstandig bent of feitelijk als werknemer moet worden gezien. De wet gebruikt de WZOP-toets om dit te bepalen.

Deze toets kijkt naar drie punten:

  • Werknemerschap: of je onder aansturing werkt van de opdrachtgever
  • Zelfstandigheid: of je eigen verantwoordelijkheid draagt en ondernemersrisico loopt
  • Ondernemerschap: of je meerdere opdrachtgevers hebt en actief nieuwe opdrachten werft

Let op het rechtsvermoeden van werknemerschap bij lage tarieven. Verdien je als zzp’er minder dan €33 per uur? Dan mag je je beroepen op werknemerschap.

De opdrachtgever moet dan bewijzen dat er géén dienstverband is. De Wet DBA blijft bestaan naast de Wet VBAR.

Deze wet regelt de fiscale kant van de arbeidsrelatie tussen jou en je opdrachtgever.

Handhaving en gevolgen voor zzp’ers

Het overgangsjaar 2025 is voorbij op 1 januari 2026. De Belastingdienst waarschuwt in 2025 nog alleen, maar vanaf 2026 volgen daadwerkelijk boetes en naheffingen bij schijnzelfstandigheid.

De Belastingdienst voert actieve controles uit op individueel niveau. Bij schijnzelfstandigheid kunnen correcties met terugwerkende kracht worden opgelegd tot maximaal vijf jaar terug, maar nooit verder dan 1 januari 2025.

Als werkgever krijg je te maken met naheffing van loonheffingen en premies als een arbeidsrelatie als dienstverband wordt aangemerkt. Als zzp’er verlies je mogelijk je zelfstandigenstatus en de bijbehorende fiscale voordelen.

Afbouw zelfstandigenaftrek en mkb-winstvrijstelling

De zelfstandigenaftrek daalt in 2026 opnieuw. Deze aftrek wordt al jaren stapsgewijs verlaagd en die lijn wordt voortgezet.

Houd rekening met lagere fiscale voordelen als je als zelfstandige werkt. De mkb-winstvrijstelling blijft bestaan, maar de combinatie van dalende aftrekposten maakt zelfstandig ondernemerschap fiscaal minder aantrekkelijk.

Vergoedingen en financiële regelingen

In 2026 wijzigen de bedragen voor thuiswerk- en reiskostenvergoedingen door indexering. Werkgevers moeten per dag kiezen tussen een thuiswerkvergoeding of een reiskostenvergoeding, want combineren is niet toegestaan.

Wijzigingen thuiswerkvergoeding

De onbelaste thuiswerkvergoeding stijgt per 1 januari 2026 naar € 2,45 per dag. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd om de kosten van thuiswerken beter te dekken.

Je werkgever mag dit bedrag onbelast uitkeren voor dagen waarop je thuiswerkt. De vergoeding is bedoeld om extra kosten zoals elektriciteit, verwarming en internet te compenseren.

Let op dat de thuiswerkvergoeding niet automatisch wordt uitgekeerd. Je moet hier met je werkgever afspraken over maken.

Sommige cao’s bevatten ook regelingen voor thuiswerkvergoedingen. Vraag je werkgever om duidelijke afspraken te maken over welke dagen je thuiswerkt en wanneer je de vergoeding ontvangt.

Reiskostenvergoeding en maximale onbelaste bedragen

De maximale onbelaste reiskostenvergoeding blijft in 2026 € 0,23 per kilometer. Dit bedrag is niet verhoogd ten opzichte van 2025.

Je werkgever mag tot dit maximum onbelast uitkeren voor woon-werkverkeer. Betaalt je werkgever meer dan € 0,23 per kilometer? Dan wordt het meerdere gezien als loon en moet je daar belasting over betalen.

De reiskostenvergoeding geldt alleen voor dagen waarop je daadwerkelijk naar je werk reist. Je moet het aantal kilometers en de dagen kunnen aantonen.

Werkgevers zijn niet verplicht om reiskosten te vergoeden. Dit kan wel in je cao of arbeidsovereenkomst zijn afgesproken.

Controleer je contract om te weten waar je recht op hebt.

Combinatie en voorwaarden voor vergoedingen

Per dag mag je óf een reiskostenvergoeding óf een thuiswerkvergoeding onbelast ontvangen. Beide vergoedingen op dezelfde dag combineren is niet toegestaan volgens de belastingregels.

Maak met je werkgever afspraken over vaste thuiswerkdagen en kantoordagen. Zo is voor beide partijen duidelijk wanneer welke vergoeding geldt.

Als je bijvoorbeeld maandag en woensdag thuiswerkt, ontvang je voor die dagen de thuiswerkvergoeding van € 2,45. Voor de andere dagen waarop je naar kantoor reist, krijg je de reiskostenvergoeding van maximaal € 0,23 per kilometer.

Je werkgever moet in de administratie bijhouden welke vergoeding op welke dag wordt uitgekeerd. Dit voorkomt problemen met de Belastingdienst.

Sociale zekerheid, verlof en transitievergoeding

Vanaf 2026 veranderen belangrijke regels rond compensatie bij ziekte, verlof na overlijden en oudere werknemers. De transitievergoeding krijgt een andere compensatieregeling, rouwverlof wordt wettelijk vastgelegd en het loonkostenvoordeel voor 56-plussers verdwijnt.

Compensatie transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid

Vanaf 1 juli 2026 verandert de compensatieregeling voor de transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid. Je krijgt als werkgever alleen nog compensatie als je bedrijf minder dan 25 medewerkers heeft.

Momenteel krijgen alle werkgevers compensatie wanneer zij een transitievergoeding moeten betalen na twee jaar ziekte. Ben je een grotere werkgever met 25 of meer werknemers? Dan moet je de transitievergoeding vanaf juli 2026 volledig zelf betalen bij ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid.

De transitievergoeding zelf blijft wel gewoon bestaan. Je bent verplicht deze te betalen als je een arbeidsovereenkomst beëindigt na twee jaar ziekte.

Het bedrag hangt af van het salaris en de duur van het dienstverband. Let op: De Raad van State heeft geadviseerd om de verplichte transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid helemaal af te schaffen.

Of dat doorgaat is nog niet zeker.

Nieuwe regeling rouwverlof

In 2026 komt er een wettelijke regeling voor rouwverlof. Werknemers krijgen het recht op betaald verlof na het overlijden van een naaste.

Dit verlof komt bovenop het bestaande kortdurend zorgverlof. De nieuwe wet legt vast hoeveel dagen rouwverlof werknemers kunnen opnemen.

Je moet als werkgever dit verlof toestaan en het salaris doorbetalen. De exacte duur van het rouwverlof hangt af van de relatie tot de overledene.

Dit betekent dat je HR-beleid en verlofregistratie moet aanpassen. Zorg dat je medewerkers weten dat ze recht hebben op rouwverlof.

Communiceer duidelijk over de procedure en voorwaarden.

Afschaffing loonkostenvoordeel 56+

Het loonkostenvoordeel voor werknemers van 56 jaar en ouder verdwijnt per 1 januari 2026. Je ontvangt als werkgever geen korting meer op de loonheffing voor deze groep werknemers.

Tot en met 2025 krijg je als werkgever een korting op de af te dragen loonheffing wanneer je iemand van 56 jaar of ouder in dienst hebt. Vanaf 2026 is dit voordeel er niet meer.

De afschaffing betekent dat de loonkosten voor 56-plussers effectief stijgen. Houd hier rekening mee in je personeelsbudget en salarisadministratie.

De maatregel heeft geen invloed op de rechten van werknemers zelf, alleen op jouw kosten als werkgever.

Arbeidsomstandigheden en psychosociale veiligheid

Vanaf 1 juli 2026 verandert de manier waarop werkgevers omgaan met ongewenst gedrag op de werkvloer. De wet stelt nieuwe eisen aan psychosociale arbeidsbelasting en maakt bepaalde maatregelen verplicht.

Verplichte gedragscode tegen ongewenst gedrag

Per 1 juli 2026 moet je als werkgever een gedragscode hebben die ongewenst gedrag op de werkvloer aanpakt. Dit staat in de Arbeidsomstandighedenwet.

Je kunt niet meer zelf bepalen of en hoe je dit regelt. De gedragscode moet duidelijk maken welk gedrag niet acceptabel is.

Ook moet erin staan hoe medewerkers meldingen kunnen doen en wat er daarna gebeurt. Het gaat om concrete stappen die je neemt bij klachten.

Je moet de gedragscode beschikbaar maken voor al je medewerkers. Zorg dat iedereen weet waar de code te vinden is en wat erin staat.

Psychosociale arbeidsbelasting en duurzame inzetbaarheid

Psychosociale arbeidsbelasting betekent stress en druk door werk. Dit kan komen door hoge werkdruk, conflicten of gebrek aan steun.

Je moet als werkgever risico’s in kaart brengen en maatregelen nemen. De nieuwe regels leggen meer nadruk op preventie.

Je moet actief beleid voeren om problemen te voorkomen. Dit sluit aan bij duurzame inzetbaarheid van je medewerkers.

Maak duidelijke afspraken over werkdruk en bereikbaarheid. Bied ondersteuning aan medewerkers die signalen geven.

Train leidinggevenden om signalen van overbelasting te herkennen. Let ook op thuiswerkers die minder zichtbaar zijn.

Aandacht voor seksueel grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer

Seksueel grensoverschrijdend gedrag moet expliciet onderdeel zijn van je gedragscode. Dit type ongewenst gedrag vraagt om specifieke aandacht en heldere normen.

Het kan gaan om opmerkingen, aanrakingen of andere intimidatie. Je gedragscode moet concrete voorbeelden geven van wat niet mag.

Medewerkers moeten weten hoe ze gedrag kunnen melden zonder angst voor negatieve gevolgen. Zorg voor een vertrouwenspersoon of meldpunt.

Neem meldingen altijd serieus en handel ze zorgvuldig af. Onderzoek klachten grondig en neem passende maatregelen.

Communiceer duidelijk dat seksueel grensoverschrijdend gedrag niet wordt getolereerd.

Gevolgen van de veranderingen voor werkgevers en werknemers

De nieuwe arbeidsrechtelijke regels in 2026 vragen om aanpassingen in je bedrijfsvoering. Grote werkgevers krijgen te maken met extra kosten en administratieve lasten.

Kleine bedrijven moeten hun processen aanscherpen.

Aanpassingen voor grote werkgevers en HR

Als grote werkgever met meer dan 25 werknemers verlies je vanaf 1 juli 2026 waarschijnlijk de compensatie voor de transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid. Dit betekent dat je de volledige kosten zelf moet dragen wanneer je een arbeidsovereenkomst beëindigt met een werknemer die langdurig arbeidsongeschikt is.

Je HR-afdeling moet vanaf nu ook voorbereidingen treffen voor de loontransparantierichtlijn. Dit vergt een grondige analyse van je beloningsstructuur en functiegebouwen.

Je moet kunnen aantonen dat je gelijk loon betaalt voor arbeid van gelijke waarde. De strengere handhaving van schijnzelfstandigheid brengt extra risico’s met zich mee.

De Belastingdienst gaat vanaf 2026 weer actief controleren op de juiste classificatie van zzp’ers. Bij onjuiste inzet kun je te maken krijgen met naheffingen en boetes.

Vanaf 1 juli 2026 wordt een gedragscode verplicht voor het aanpakken van ongewenst gedrag. Je moet deze code opstellen en implementeren in je organisatie.

Veranderingen voor mkb en kleine werkgevers

Ook als mkb-werkgever in Nederland moet je je loonadministratie aanpassen aan het nieuwe minimumuurloon van € 14,71 per 1 januari 2026. Dit geldt voor werknemers van 21 jaar en ouder.

Voor jongere werknemers gelden aangepaste jeugdlonen. Je moet je thuiswerk- en reiskostenvergoedingen controleren.

De maximale onbelaste thuiswerkvergoeding stijgt naar € 2,45 per dag. De reiskostenvergoeding blijft € 0,23 per kilometer.

De werkkostenregeling blijft grotendeels hetzelfde. Je vrije ruimte is 2% over de eerste € 400.000 van je loonsom en 1,18% daarboven.

Monitor deze vergoedingen goed om binnen de grenzen te blijven. Als je met zzp’ers werkt, moet je extra opletten.

Toets al je contracten en kijk naar de feitelijke werkrelaties. Stel duidelijke interne richtlijnen op voor inhuur om problemen met de Belastingdienst te voorkomen.

HR-beleid en communicatie richting personeel

Je moet je werknemers tijdig informeren over de gewijzigde vergoedingen en het nieuwe minimumloon. Transparante communicatie voorkomt misverstanden en vragen achteraf.

Bespreek slapende dienstverbanden met werknemers die langdurig arbeidsongeschikt zijn. Als je dit voor 1 juli regelt, kun je nog aanspraak maken op compensatie van de transitievergoeding.

Dit gesprek vraagt om zorgvuldige voorbereiding en begeleiding. Voor werknemers die dicht bij hun AOW-leeftijd zitten, biedt de nieuwe RVU-regeling meer mogelijkheden.

Je mag met werknemers die 36 maanden of minder van hun AOW-leeftijd zijn verwijderd een RVU-uitkering afspreken. De drempelvrijstelling stijgt waarschijnlijk naar € 2.573 bruto per maand.

Communiceer duidelijk over de nieuwe gedragscode tegen ongewenst gedrag. Zorg dat alle werknemers weten waar ze terechtkunnen en wat de procedures zijn.

Dit draagt bij aan sociale zekerheid op de werkvloer.

Veelgestelde vragen

Per 1 januari 2026 verandert er veel voor zowel werkgevers als werknemers. Het minimumloon stijgt naar € 14,71 per uur.

De handhaving op schijnzelfstandigheid wordt strenger. Er komen nieuwe regels voor vergoedingen en oudere werknemers.

Wat zijn de belangrijkste wijzigingen in het arbeidsrecht per 2026 voor werkgevers?

Je moet als werkgever rekening houden met verschillende wijzigingen. Het wettelijk minimumuurloon stijgt naar € 14,71 bruto voor werknemers van 21 jaar en ouder.

De Belastingdienst kan vanaf 1 januari 2026 boetes opleggen bij schijnzelfstandigheid. Tot die tijd gold een overgangsperiode waarin alleen correcties en naheffingen mogelijk waren.

Het loonkostenvoordeel voor werknemers van 56 jaar en ouder vervalt voor dienstverbanden die op of na 1 januari 2024 zijn gestart. Voor eerdere dienstverbanden blijft het voordeel wel bestaan.

De onbelaste thuiswerkvergoeding wordt € 2,45 per dag. Je mag per dag óf een thuiswerkvergoeding óf een reiskostenvergoeding van maximaal € 0,23 per kilometer onbelast uitkeren.

Hoe veranderen de regels omtrent flexibel werken in 2026?

De regels voor thuiswerkvergoeding veranderen per 1 januari 2026. Je kunt als werkgever maximaal € 2,45 per dag onbelast uitkeren aan werknemers die thuiswerken.

Je mag niet op dezelfde dag zowel een thuiswerkvergoeding als een reiskostenvergoeding onbelast verstrekken. Dit betekent dat je duidelijke afspraken moet maken met werknemers over vaste thuiswerk- en kantoordagen.

De reiskostenvergoeding blijft op € 0,23 per kilometer. Je doet er goed aan om je thuiswerk- en reisbeleid te herzien en waar nodig aan te passen.

Welke impact hebben de nieuwe arbeidsrechtelijke veranderingen op het minimumloon?

Het wettelijk minimumuurloon stijgt naar € 14,71 bruto per uur voor werknemers van 21 jaar en ouder. Voor jongeren tussen 15 en 20 jaar gelden lagere minimumjeugdlonen die zijn afgeleid van dit bedrag.

Je moet als werkgever controleren of alle lonen vanaf 1 januari 2026 voldoen aan het nieuwe minimumuurloon. Als werknemer kun je nagaan of je uurloon wordt aangepast.

De stijging bedraagt 2,16% en is gebaseerd op inflatie en structurele verhogingen. Dit heeft vooral impact op sectoren waar veel werknemers tegen of net boven het minimumloon werken.

Welke aanpassingen worden er in 2026 doorgevoerd in verband met ziekteverlof en re-integratie?

De daglonen van uitkeringen zoals WAO, WIA, WW en ZW stijgen met 2,16%. Deze verhoging is gekoppeld aan de stijging van het bruto referentieminimummaandloon.

Het maximumdagloon wordt vastgesteld op € 304,25 per 1 januari 2026. Dit bedrag is het hoogste dagloon dat wordt gebruikt bij de berekening van uitkeringen.

Je hebt als werknemer die ziek wordt recht op deze aangepaste dagloonbedragen. De bestaande regels voor loondoorbetaling bij ziekte en re-integratieverplichtingen blijven van kracht.

Op welke wijze wordt de bescherming van werknemers tegen ontslag gewijzigd in 2026?

De algemene regels voor ontslagbescherming veranderen niet per 1 januari 2026. Wel speelt ontslagbescherming een rol bij de handhaving op schijnzelfstandigheid.

Als je als zelfstandige werkt maar feitelijk werknemer bent, kun je mogelijk aanspraak maken op ontslagbescherming. Dit geldt ook voor andere rechten zoals loondoorbetaling bij ziekte.

De Belastingdienst kan vanaf 2026 boetes opleggen als blijkt dat sprake is van een arbeidsovereenkomst in plaats van een overeenkomst van opdracht. Dit betekent dat je als werknemer beschermd bent tegen ontslag zonder geldige reden.

Hoe worden ZZP’ers en freelancers anders behandeld onder de nieuwe arbeidswetgeving van 2026?

De handhaving op schijnzelfstandigheid wordt strenger per 1 januari 2026. De Belastingdienst kan vanaf dat moment niet alleen naheffingen opleggen maar ook boetes uitdelen.

Je bent schijnzelfstandige als je formeel werkt op basis van een overeenkomst van opdracht maar feitelijk als werknemer functioneert. Er is dan eigenlijk sprake van een arbeidsovereenkomst met alle bijbehorende rechten en plichten.

De Belastingdienst kan correcties met terugwerkende kracht opleggen tot 1 januari 2025. Als blijkt dat je schijnzelfstandige bent, moet je mogelijk fiscale voordelen zoals de zelfstandigenaftrek en mkb-winstvrijstelling terugbetalen.

Je kunt als ZZP’er aanspraak maken op werknemersrechten als wordt vastgesteld dat je feitelijk werknemer bent. Dit omvat onder meer ontslagbescherming en loondoorbetaling bij ziekte.

1 2 3 4 5 6 52 53
Privacy Settings
We use cookies to enhance your experience while using our website. If you are using our Services via a browser you can restrict, block or remove cookies through your web browser settings. We also use content and scripts from third parties that may use tracking technologies. You can selectively provide your consent below to allow such third party embeds. For complete information about the cookies we use, data we collect and how we process them, please check our Privacy Policy
Youtube
Consent to display content from - Youtube
Vimeo
Consent to display content from - Vimeo
Google Maps
Consent to display content from - Google
Spotify
Consent to display content from - Spotify
Sound Cloud
Consent to display content from - Sound

facebook lawandmore.nl   instagram lawandmore.nl   linkedin lawandmore.nl   twitter lawandmore.nl